Agendabundel
Tekst van het document
2022 Klachten 234.250
2023 MJOP 0
2023 MJOP 979.574
2023 Jaarlijks 20000
2023 Jaarlijks 166.045
2023 Klachten 1500
2023 Klachten 234.250
2024 MJOP 0
2024 MJOP 401.803
2024 Jaarlijks 20000
2024 Jaarlijks 166.045
2024 Klachten 1500
2024 Klachten 234.250
2025 MJOP 0
2025 MJOP 757.728
2025 Jaarlijks 20000
2025 Jaarlijks 166.045
2025 Klachten 1500
2025 Klachten 234.250
2026 MJOP 0
2026 MJOP 955.612
2026 Jaarlijks 20000
2026 Jaarlijks 166.045
2026 Klachten 1500
2026 Klachten 234.250
2027 MJOP 0
2027 MJOP 718.112
2027 Jaarlijks 20000
2027 Jaarlijks 166.045
2027 Klachten 1500
2027 Klachten 234.250
2028 MJOP 0
2028 MJOP 1.755.567
2028 Jaarlijks 20000
2028 Jaarlijks 166.045
2028 Klachten 1500
2028 Klachten 234.250
2029 MJOP 0
2029 MJOP 543.554
2029 Jaarlijks 20000
2029 Jaarlijks 166.045
2029 Klachten 1500
2029 Klachten 234.250
2030 MJOP 0
2030 MJOP 579.613
2030 Jaarlijks 20000
2030 Jaarlijks 166.045
2030 Klachten 1500
2030 Klachten 234.250
2031 MJOP 0
2031 MJOP 767.705
2031 Jaarlijks 20000
2031 Jaarlijks 166.045
2031 Klachten 1500
2031 Klachten 234.250
Onderwijszaken (nog in uitvoering)
p
1 Raadsbesluit (2021) 104 Accomodatiebeleid.pdf
gemeente
Brtpnssipm tl
Raadsvoorstel
: 30 november 2021 :2003575 Gemeentebladnr. :2021/104 Afdeling opsteller : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Naam opsteller : Ger Jansen Bereikbaar onder : 06 134 309 27, ger.jansen@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jo Mertens Raadsvergadering d.d. : 25 januari 2022 Uiterlijke datum : Uiterste datum 25 januari 2022 Motivatie datum: datum raadsvergadering Collegeverg. d.d.
Registratiekenmerk
Aan de raad, 1.
Onderwerp
Raadsvoorstel & besluit 1. Akkoord te gaan met de visie en strategische aanpak zoals omschreven in document actualisatie Accommodatiebeleid november 2021 versie 1 2. Akkoord te gaan met de business cases 2022 zoals omschreven in document actualisatie Accommodatiebeleid november 2021 versie 1
2.
Uitgangssituatie (WAAROM?)
a.
Aanleiding In 2019 heeft de Raad het Integraal Accommodatiebeleid 2018 - 2021 Versie 2 goedgekeurd. In het vigerend Accommodatiebeleid worden een aantal business cases vermeld die in de werksessies met een afvaardiging van de gemeenteraad zijn geëvalueerd en ter informatie is de stand van zaken in het document actualisatie Accommodatiebeleid november 2021 versie 1 toegevoegd (zie bijlage). In 2019 heeft het College middels en toezegging 60 (10-12-2019) aangegeven:
•
met verenigingen in gesprek te gaan over de uitwerking van het Integraal Accommodatiebeleid;
•
specifiek te kijken naar de onderhoudsplannen;
•
werksessies te organiseren met de Raad om de opgehaalde te delen en het Accommodatiebeleid te actualiseren;
•
deze actualisatie uiterlijk le kwartaal van 2021 ter vaststelling aan de Gemeenteraad voor te leggen.
b. •
Huidige situatie/probleemstelling We constateren dat verschillende onderwerpen ad-hoc worden opgepakt;
•
Er geen volledige onderhoudsplannen, visie en beleid is voor wat betreft het onderhoud van het vastgoed van de gemeente;
•
Er geen eenduidig en helder inzicht is welke onderwerpen eerst en welke later kunnen worden opgepakt;
•
Geen actueel financieel overzicht is van de onderhoudsverplichtingen om het vastgoed gedurende de exploitatie in stand te houden; Het gewenst is een investeringsoverzicht op te stellen als onderdeel van het nog te formuleren van het vastgoedbeleid met daarin verduurzamingsmaatregelen en maatregelen op gebied van Lokale Inclusie, groene daken/gevels.
•
3.
Gewenste situatie (WAT?
a.
Wat willen we bereiken?
gemeente
Bninssum ii
•
Een gestructureerde aanpak om de gebruikers van de accommodaties een veilige, kwalitatieve accommodatie te bieden;
•
Op basis van juiste investeringen en een gezonde exploitatie accommodaties in stand houden of anderszins;
•
Daar waar mogelijk integratie bewerkstelligen ten gunste van het benutten van de accommodaties;
•
Helderheid verstrekken aan de gebruikers van de accommodaties over de visie en strategie rondom accommodaties.
b. •
Kaders De financiële dekking/verantwoording van de verschillende onderwerpen worden per project ter besluitvorming aan college en/of gemeenteraad voorgelegd.
c. •
Argumenten en overwegingen Intern en extern helderheid en duidelijkheid geven
d. •
Opties en keuze N.v.t.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
p gemeente
Bnjnsstim 9
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
2021/104 Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed 2003575
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/104; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Besluit:
• •
Akkoord te gaan met de visie en strategische aanpak zoals omschreven in document actualisatie Accommodatiebeleid november 2021 versie 1 Akkoord te gaan met de business cases 2022 zoals omschreven in document actualisatie Accommodatiebeleid november 2021 versie 1
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van ^janu^r^O
Fan. ?m
9 Grondstoffenplan 2022 -2026 Rd4 gemeenten; Gemeenteblad 2021/89 1 Raadsvoorstel 89 Grondstoffenplan 2022-2026 Rd4 gemeenten.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: 30 november 2021 : 2001065 : 2021/89 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : Daisy Hanssen : +31455278519, daisy.hanssen@brunssum.nl : Jo Mertens : 25 januari 2022 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1. Onderwerp Inzameling huishoudelijk afval en grondstoffen: Grondstoffenplan 2022-2026 Rd4 gemeenten 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Voor u ligt het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’. Hierin wordt beschreven hoe we ons de komende jaren gaan inzetten om, vanuit de circulaire economie gedachte, steeds meer richting te geven aan het beheer van grondstoffen en afval. De Rijksoverheid heeft via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Deze wijziging naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft ook een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nemen van maatregelen zorgen we ervoor dat deze kostenstijging in de toekomst zal worden afgevlakt. b. Huidige situatie/probleemstelling Het Grondstoffenplan is het logische vervolg op het Afvalinzamelplan 2004 en het Afvalbeheersplan 2014-2020 en sluit aan bij programma 9: Milieubeheer. De komende jaren zal blijvend worden ingezet op een verdere toename van de inzameling van schone grondstoffen waarbij het voorkomen van afval nadrukkelijk aandacht krijgt.
Hiermee wordt een weg ingeslagen in de richting van een duurzamere en afvalvrije gemeente in 2050. Het uitgevoerde beleid in de periode 2004-2020 heeft de basis gelegd voor het huidige inzamelsysteem en het restafval is gedaald met 187 kilogram per Rd4-inwoner. Het scheidingspercentage is gestegen met 33%. De inzamelkosten zijn met €47,00 per inwoner afgenomen. Met deze resultaten presteren de Rd4-gemeenten bij de top 25% van Nederland op het gebied van kosten, scheidingsresultaat en dienstverlening. Uit recente enquêtes onder bewoners en raadsleden is gebleken dat het huidige diftarsysteem kan rekenen op hun steun; al zien zij zeker wel ruimte voor verbeteringen. In het Grondstoffenplan zijn geen grootschalige wijzigingen in het inzamelsysteem voorzien. Wel worden bestaande structuren verbeterd of aangevuld om meer en schonere grondstoffen te verkrijgen. Het Grondstoffenplan bouwt voort op het succes naar minder afval maar ook naar meer én schonere herbruikbare grondstoffen. Naast de kwantiteit gaat de kwaliteit een nog grotere rol spelen in de toekomst. De kaders voor het Grondstoffenplan komen voort uit wettelijke verplichtingen, landelijk beleid en marktontwikkelingen, de gemaakte systeemkeuzes en de recente enquêtes. Vanuit die kaders is het doel gesteld om in 2026 een afvalscheidingspercentage te bereiken van 80% met een gemiddeld aanbod van 100 kg restafval per inwoner.
Een van de sleutels tot succes zal, net als in de voorgaande jaren, liggen in de betrokkenheid van onze in-woners om een bijdrage te willen leveren aan het scheiden van grondstoffen. Inzet zal zijn om inwoners bewust te maken van het belang van schone grondstoffen en de eigen rol die zij daarbij kunnen hebben. Participatie is van grote waarde.
Om dit te bereiken wordt de inzameling van grondstoffen geoptimaliseerd. Ook zal gezocht worden naar oplossingen om makkelijk schone grondstoffen gescheiden aan te kunnen bieden. Met een positieve stimulans zal de kwantiteit én de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen worden verhoogd en wordt voortgebouwd op het bereikte resultaat.
3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Evaluatie periode 2004-2020 In deze periode zijn maatregelen uitgevoerd om de hoeveelheid restafval en kosten van de inzameling terug te dringen. De invoering van Diftar in 2010 gaf een afname van het restafval van 334 kg in 2004 naar 205 kg per inwoner in 2013. Na uitvoering van maatregelen, zoals de BEST-tas en het nultarief GFT, is de daling verder doorgezet naar 147 kg per inwoner per jaar en een gemiddelde scheiding van 72% in 2020. Alle inspanningen hebben gezorgd voor minder afval en een hoger scheidingspercentage, lagere inzamelkosten en meer grondstoffen. In onderstaande tabel zijn de behaalde resultaten weergegeven.
Na 2004 is een duidelijke daling van de kosten te zien. Dit komt deels door de destijds gunstige aanbesteding van resten GFT-afval. In 2004 lagen de kosten per aansluiting op € 222,- en in 2013 zijn deze afgenomen naar € 150,- per aansluiting. Daarna zijn de kosten weer gestegen door bijvoorbeeld de invoering van de verbrandingsbelasting in 2015. Bedroeg deze bij de invoering nog € 13,- per ton verbrand of gestort afval. In 2021 is dit bedrag opgelopen tot € 33,-. Naast de lagere verwerkingstarieven is de daling ook het gevolg van de afname van de hoeveelheid restafval en een betere afvalscheiding. De hierdoor verkregen grondstoffen zijn tegen gunstigere kosten verwerkt of leveren een opbrengst op. Vanaf 2018 liggen de marktprijzen echter onder druk en is de kwaliteit afgenomen met een nadelige invloed op de kosten. De maatregelen en het scheidingsgedrag van onze inwoners zijn succesvol geweest. Zonder deze maatregelen zouden de kosten per aansluiting, rekening houdend met autonome kostenstijgingen, ruim boven de €350,- liggen. Enquête In de voorbereiding op het Grondstoffenplan hebben we onze inwoners en raadsleden een aantal stellingen en vragen voorgelegd. In totaal hebben 25.000 inwoners deelgenomen aan deze 2 enquêtes (aandeel Brunssum:10%). Afvalinzameling is bij uitstek een onderwerp dat leeft. Iedereen heeft er nagenoeg dagelijks mee te maken.
Het succes van het inzamelsysteem berust voor een belangrijk deel bij het draagvlak onder onze inwoners. Dit draagvlak is groter als inwoners al in een vroeg stadium kunnen aangeven wat hun ideeën en voorkeuren zijn. Onze inwoners zijn als ‘ervaringsdeskundigen’ betrokken bij het proces. Wij hebben ze gevraagd naar het belang van kennis over afvalscheiding en de bereidheid tot verbetering van het scheidingsgedrag. Ook is gevraagd om suggesties en het huidige inzamelsysteem. Hieronder in hoofdlijnen de belangrijkste uitkomsten:
• • • • • •
Onze inwoners zijn tevreden over het huidige inzamelsysteem DIFTAR; Er is ruim draagvlak voor de scheidingsdoelstelling; Men wil meer mogelijkheden/service om grondstoffen te scheiden; Houd het betaalbaar; Blijf ons actief betrekken; Aandacht voor ontwijkgedrag en dumpingen.
Bovenstaande uitkomsten zijn gebruikt bij het opstellen van het Grondstoffenplan en het uitvoeringsprogramma. Beleidskaders en ontwikkelingen Landelijk beleid De Rijksoverheid heeft als doel gesteld dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulaire is. Hierbij is ook een tussendoelstelling geformuleerd: samen met maatschappelijke partners naar 50% minder gebruik van primaire grondstoffen in 2030. In het programma Van Afval naar Grondstof is afgesproken om in 2025 op 30 kg restafval per inwoner per jaar uit te komen. Een zeer hoge ambitie. De ambitie van dit programma was om in 2020 te komen tot 75% afvalscheiding en tot een maximaal percentage scheiding te komen in 2025. Deze doelstelling voor afvalscheiding in 2020 is tevens geconcretiseerd in een hoeveelheid huishoudelijk restafval (fijn en grof huishoudelijk restafval) van maximaal 100 kg per inwoner per jaar. Het halen van deze ambitie is onhaalbaar gebleken. Het Nederlandse gemiddelde ligt in 2020 op 185 kg huishoudelijk restafval. Het gemiddelde van de Rd4-gemeenten ligt op 135/147 kg fijn en grof restafval per inwoner in 2019 en 2020 (toename door de corona crisis). Het gemiddelde scheidingspercentage ligt dus net onder de doelstelling met 72%. Global goals In 2015 hebben de Verenigde Naties 17 ambitieuze doelstellingen voor duurzame ontwikkeling vastgesteld.
Deze 17 doelen zijn gesteld om van de wereld een betere plek te maken in 2030 en zijn een mondiaal kompas voor uitdagingen als armoede, onderwijs en de klimaatcrisis. In het Grondstoffenplan is hiermee rekening gehouden. Met de resultaten van het Grondstoffenplan wordt bijgedragen aan economische groei en duurzame werkgelegenheid in de regio. Door afval niet meer als afval te zien maar als grondstof, kan de circulaire economie worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Marktontwikkelingen en kosten De verwerking van onze grondstoffen en restafval is afhankelijk van de wereldmarkt. De export van grondstofstromen is zeer beperkt als gevolg van hogere kwaliteitseisen. De Europese markt wordt de komende jaren gedwongen om zelf voldoende verwerkingscapaciteit binnen de EU op te bouwen. De marktprijzen voor circulaire grondstoffen zijn medio 2021 laag. De verwachting is dat, met de verdere uitrol van de circulaire economie, de marktprijzen in de toekomst zullen stijgen. Los van de landelijke scheidingsdoelstellingen mag de hierboven genoemde constatering echter geen reden zijn om ons afval niet meer te scheiden. Gezien de (sterk) toenemende verwerkingsprijzen voor restafval zou niet scheiden van ons afval kostbaarder zijn. De hoge verwerkingsprijzen zijn mede het gevolg van de verbrandingsbelasting en de aangekondigde CO2 belasting.
De prijs voor de verwerking is ook afhankelijk van lopende contracten bij eindverwerkers en de beschikbare capaciteit. Een aspect waar na 2023 rekening mee moeten worden gehouden als de contracten voor restafval en GFT-afval aflopen. Bovenstaande ontwikkelingen zullen er toe leiden dat bij gelijkblijvend beleid de kosten voor het afvalbeheer fors zullen toenemen. Ondanks de kostenstijgingen worden zeker mogelijkheden gezien om dit gedeeltelijk om te buigen. De in Rd4-verband gemaakte strategische keuzes voorzien in kostenbesparende maatregelen en bieden ook de ruimte om te investeren in een toekomstbestendige organisatie. De realisatie en voortgang van het Grondstoffenplan wordt opgenomen in de begrotingscyclus van Rd4. Jaarlijks zal in de begroting Rd4 hier een vooruitblik op gegeven worden en zullen eventuele investeringen en bijbehorende opbrengsten worden verantwoord in de jaarrekening van Rd4.
Innovaties en technologische ontwikkelingen De transitie op het gebied van circulariteit wordt op meerdere gebieden verder ingezet. Zo blijven de Rd4-gemeenten de komende periode nauw contact houden met de industrie/chemie op het gebied van (alternatieve) verwerking van afval/grondstofstromen (bijv. Chemelot) en zal ook blijven participeren in proeftrajecten. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van eventuele beschikbare subsidiegelden. Ook worden nauwlettend proefprojecten in Nederland gevolgd (bijv. luierinzameling). Indien mogelijkheden zich voordoen zal onderzocht worden of ze kunnen bijdragen aan onze gestelde ambities. Arbeidsparticipatie De Rd4-gemeenten blijven vasthouden aan de vertrouwde inzet vanuit de sociale werkgelegenheid en mogelijke (nieuwe) circulaire activiteiten worden benut om deze mensen blijvend in te kunnen zetten. Het creëren van mogelijkheden voor de inzet van arbeidsparticipatie past in het gekozen uitgangspunt om bij het grondstoffenbeleid rekening te houden met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Financieel perspectief De maatregelen uit het Grondstoffenplan hebben een dempende werking op de verwerkingskosten. In onderstaande figuur zijn de verwerkingskosten zonder en met beleid weergegeven.
Verwachte ontwikkelingen van de verwerkingskosten (x 1000)
Met de rode lijn wordt de autonome ontwikkeling van de verwachte verwerkingskosten weergegeven. De stijging van deze kosten wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwerkingskosten voor rest- en GFT-afval in verband met het afsluiten van nieuwe contracten, de verbrandingsbelasting en na 2025 de invoering van een mogelijke CO2 heffing op het verbranden van afval. Met de groene lijn worden de effecten weergegeven van betere afvalscheiding waardoor minder restafval hoeft te worden verbrand. Deze effecten zijn vanaf 2011 zichtbaar, maar worden vanaf 2019 gedeeltelijk teniet gedaan door het invoeren van de verbrandingsbelasting en stijgende verwerkingstarieven. Door het uitvoeren van de acties uit het uitvoeringsprogramma, waarbij het verkrijgen van schone grondstoffen en minder aanbod van restafval van sterk belang is, zullen de stijgende kosten worden getemporiseerd. Het Grondstoffenplan beschrijft de continue zoektocht naar
slimme en duurzame oplossingen om afval te verminderen, grondstoffen te scheiden, spullen een tweede leven te geven en mensen kansen te bieden. Naast de uitvoering van het Grondstoffenplan werkt Rd4 vanuit haar meerjarenstrategie 2022-2026 aan een verbeterde exploitatie van de op- en overslagvoorzieningen, een investering in de milieuparken (aanpassing tot grondstoffenparken) alsmede een verbetering van de dienstverlening. Mede door deze acties wordt geprognotiseerd dat er in vergelijking met de te verwachten autonome kostenstijging een kostenreductie kan worden gerealiseerd. Gedurende de planperiode 2022-2026 wordt een besparing van €35,- per aansluiting verwacht. Ondanks dat de kosten de komende planperiode toenemen, is er wel voldoende perspectief voor de periode ná 2026. Zodra de markt weer in balans is, kan hier optimaal van geprofiteerd worden. De komende jaren legt het Grondstoffenplan hiervoor de basis. Uitvoeringsprogramma Grondstoffenplan Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma is in ruime mate rekening gehouden met de input die is verkregen uit de enquêtes, het landelijk beleid, marktontwikkelingen en de evaluatie over de periode 2004-2020. Strategie en aanpak De kern van het nieuwe Grondstoffenplan is vooral gelegen in de gewijzigde benadering van de focus. Spraken we in de vorige beleidsplannen over afval; nu richten we ons geheel op grondstoffen.
De uitkomst van de enquêtes bevestigen de conclusies van de evaluatie en bieden een goede basis voor het nieuwe grondstoffen-beleid welke past binnen de ambitie van de Rd4-gemeenten. Dit heeft geleid de volgende speerpunten: • • •
Minder restafval en schonere grondstoffen; Betrokkenheid en participatie van de inwoners; instandhouding/optimalisatie van het huidige inzamelsysteem.
Bovenstaande speerpunten vormen de basis voor uitvoeringsacties die moeten bijdragen aan het halen van de uitgesproken ambitie. Om te komen tot een uitvoeringsprogramma zijn een aantal uitgangspunten vast gesteld: • • • •
Het huidige inzamelsysteem zal niet ingrijpend gewijzigd worden. Diftar blijft het uitgangspunt waarbinnen onderzoek naar verdere optimalisatie van de inzamelservice op grondstoffen mogelijk moet zijn; De beoogde uitvoeringacties hebben als doel het verbeteren van de inzamel- en of mi-lieuprestaties en de service naar de bewoners; Gerichte communicatie naar en participatie door bewoners dragen bij aan de realisatie van het beleid; Kosten van het Grondstoffenplan moeten beheersbaar zijn en toekomstbestendig en het principe de van ‘de gebruiker betaalt’ zal nader bekeken worden.
Uitvoeringsprogramma met actiepunten Om invulling te geven aan de beleidsuitgangspunten is een combinatie van actiepunten nodig. De actiepunten zijn opgenomen in een viertal thema’s die nader uitgewerkt zijn in een uitvoeringsprogramma.
THEMA 1 Iedereen doet mee. Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden.
THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service op de inzameling van afzonderlijke grondstoffen.
THEMA 3 Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing.
THEMA 4 Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand.
De 17 actiepunten richten zich op de sturing van beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten, meer en schonere grondstoffen, verbetering van de service richting onze inwoners, het gerichter informeren en enthousiasmeren van de inwoners en daardoor betrokkenheid te bij krijgen de doelstellingen rondom de circulaire economie. In hoofdstuk 6 van het Grondstoffenplan is de planning van de 17 actiepunten opgenomen. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Op 26 april 2021 is de startnotitie Grondstoffenplan aan de raad ter info voorgelegd (nr. 1069498). 2.
traject tot dusverre
3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het vaststellen van een beleidsplan betreft een raadsbevoegdheid ingevolge de artikelen 108 en 160 Gemeentewet. De verordenende bevoegdheid is aan de raad ingevolge artikel 147 Gemeentewet. Uitvoeringsbeleid als gevolg van de doelen gesteld in dit plan is een bevoegdheid voor het college van B en W.
4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Wettelijke inzamelplicht voor gescheiden huishoudelijk afvalstromen. Ambities van de rijksoverheid zoals verwoord in Landelijke AfvalbeheersPlan (LAP) 3 op basis waarvan de VANG(van afval naar grondstof)-ambities zijn geformuleerd:
o 30 kg restafval per jaar per inwoner in 2030; o voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen van de gescheiden afvalstromen.
Resultaten uit de eerdere beleidsplannen. Duurzaamheidsambities van de Rd4-gemeentes om zo veel mogelijk bij te dragen aan de (lokale) circulaire en afvalvrije economie. Het verkrijgen van goed herbruikbare grondstoffen uit huishoudelijk afval zal hierbij centraal staan.
5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Ja, de kwaliteit van de leefomgeving wordt voor bestaande en nieuwe inwoners steeds belangrijker. In de Structuurvisie Brunssum 2025 is daarom opgenomen dat Brunssum in 2025 een gemeente wil zijn die gezond, compact en groen is, en een prettig en veilig woonmilieu biedt. Tevens valt dit voorstel binnen ons milieuprogramma (programma 9) met op het gebied van afval de beleidsopgave: Ook op het gebied van verwerking van afval staat bescherming van het milieu voorop. Met een gescheiden afvalinzameling dragen we bij aan de circulaire economie en kunnen herbruikbare grondstoffen weer opnieuw in productieprocessen worden ingezet. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De realisatie/voortgang van het Grondstoffenplan wordt opgenomen in de begrotingscyclus van Rd4. Jaarlijks zal in de begroting Rd4 hierop een vooruitblik worden gegeven en zullen eventuele investeringen en bijbehorende opbrengsten worden verantwoord in de jaarrekening van Rd4. In de begroting van 2022 zijn onder het basispakket al gelden opgenomen voor het nieuw Grondstoffenplan. c. Argumenten en overwegingen 1.1 Gezien de ontwikkelingen de komende jaren is het huidige beleidsplan niet meer actueel. De basis van het inzamelsysteem staat.
In het nieuwe beleidsplan wordt de koers uitgezet voor de komende jaren en uitvoering gegeven aan verdere scheiding van schone grondstoffen uit het restafval. Aangesloten wordt op de landelijke doelstelling: Nederland circulair in 2050. 1.2 Het Grondstoffenplan legt de basis voor een transitie naar een circulaire economie en dempt de verwachte kostenstijging. Door verdere optimalisatie en verbetering van de inzameling van grondstoffen maken we het onze inwoners makkelijk om grondstoffen in te leveren en te scheiden. Hierdoor wordt bijgedragen aan de circulaire economie en zullen de kosten minder hard stijgen. 1.3 Door uitvoering van het Grondstoffenplan worden onze inwoners actief betrokken in de transitie naar een circulaire economie. Communiceren over grondstoffen en afval verschuift van informeren en instrueren naar activeren. Het Grondstoffenplan zet aan tot bewustwording én activering. Hierdoor gaan we minder afval verbranden en kunnen schone grondstoffen circulair ingezet worden. 1.4. Het Grondstoffenplan draagt bij aan de vastgestelde duurzame ontwikkelingsdoelen. Het creëren van extra mogelijkheden voor de inzet van arbeidsparticipatie past in het gekozen uitgangspunt om bij het grondstoffenbeleid rekening te houden met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Op deze wijze wordt extra waarde aan onze grondstoffen gegeven. d.
Opties en keuze Het grondstoffenplan niet vast te stellen.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2021/89 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 2001065
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/89; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30 november 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; Besluit: Het Grondstoffenplan 2022-2026 van de Rd4-gemeenten vast te stellen Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 januari 2022
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 Raadsvoorstel 89 (bijlage) Grondstoffenplan 2022-2026 Gemeente Brunssum.pdf
Grondstoffenplan 2022-2026
Grondstoffenplan van gemeente Brunssum
Inhoudsopgave Samenvatting3 Leeswijzer5 Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan
7
Beleidskaders en ontwikkelingen
8
De weg naar circulair grondstoffenbeleid
14
Terugblik 2004-2020
18
Speerpunten van het nieuwe grondstoffenbeleid
36
Uitvoeringsprogramma42 Thema 1.
iedereen doet mee
46
Thema 2.
duurzame dienstverlening en voorziening
56
kostenbeheersing Thema 3.
64
schone buurt Thema 4.
68
Besluitvormingsproces, monitoring en financiële aspecten
72
Dit Grondstoffenplan is tot stand gekomen in samenwerking met onderstaande gemeenten en Reinigingsdiensten Rd4
Samenvatting Voor u ligt het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’. Hierin wordt beschreven hoe de gemeente zich de komende jaren gaat inzetten om, vanuit de circulaire economie gedachte, steeds meer richting te geven aan het beheer van grondstoffen en afval in onze gemeente. Dit doen we als gemeente niet alleen, maar in nauwe regionale samenwerking met alle Rd4-gemeenten en Rd4. Het Grondstoffenplan is het logische vervolg op het ‘Afvalinzamelplan 2004-2014’ en het ‘Afvalbeheersplan 2014-2020’. De komende jaren zal blijvend gestuurd worden op een verdere toename van de gescheiden inzameling van grondstoffen, daarnaast zal de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen en het voorkomen van afval nadrukkelijk aandacht krijgen. Hiermee wordt een weg ingeslagen in de richting van een duurzamere en zoveel mogelijk afvalvrije gemeente in 2050.
Het afval van vandaag is de grondstof van morgen!
De vorige afvalbeleidsplannen zorgden er voor dat de hoeveelheid restafval steeds verder daalde en dat de hoeveelheid grondstoffen toenam. Van 2004 tot en met 2020 is de hoeveelheid restafval (fijn en grof) met 187 kg per Rd4-inwoner afgenomen. Het scheidingspercentage is in die periode gestegen van 49% naar 72%. Dit resulteerde, als gevolg van de inkomsten uit grondstoffen en de gunstige verwerkingsprijs voor restafval, in totaliteit in een afname van de Rd4-kosten van €47,- per inwoner. Met deze resultaten presteren de Rd4-gemeenten binnen de top 25% van Nederland op het gebied van kosten, scheidingsresultaat en dienstverlening. Er is dus een enorme winst geboekt met het verminderen van de hoeveelheid restafval en de verbetering van afvalscheiding. Het Grondstoffenplan bouwt voort op dit succes, naar nog minder afval maar tevens ook meer én schonere herbruikbare afvalstromen uit het afval; grondstoffen dus! Naast de kwantiteit van de herbruikbare afvalstromen zal de kwaliteit van deze grondstoffen een nog grotere rol gaan spelen. Zeker nu de acceptatienormen op de afzetmarkt van grondstoffen steeds strenger worden en het aan te leveren product dus steeds schoner (zuiverder) zal moeten zijn.
De kaders voor deze transitie komen voort uit de wettelijke verplichtingen, de systeemkeuzes en maatregelen die eerder zijn gemaakt en voldoen, de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt en de schaarste van grondstoffen en tot slot de uitkomsten van de inwoners- en raadsconsultatie. Vanuit die kaders is ook het doel gesteld van het Grondstoffenplan om in 2026 een afvalscheidingspercentage te bereiken van 80% met een gemiddeld aanbod van 100 kg restafval (fijn en grof) per inwoner. Een van de sleutels tot succes zal, net als in de voorgaande jaren, liggen in de betrokkenheid van de inwoners om een bijdrage te willen leveren aan deze doelstelling. In een wereld waar grondstoffen steeds schaarser worden moeten de inwoners het belang inzien van de gescheiden inzameling van schone grondstoffen uit afval. Inzet vanuit het Grondstoffenplan zal zijn om inwoners bewust te maken van het belang van schone grondstoffen en de eigen rol die zij daarbij kunnen hebben. Participatie vanuit inwoners is daartoe van grote waarde. Het verleden heeft bewezen dat de invoering van het diftar-systeem heeft geholpen bij de grote afname van de hoeveelheid restafval. Uit recente enquêtes onder inwoners en raadsleden is gebleken
Grondstoffenplan 2022-2026
3
dat het huidige systeem kan rekenen op de steun van de inwoners en raadsleden; al zien zij wel ruimte voor verbetering. Vandaar ook dat er met het Grondstoffenplan geen grootschalige wijzigingen in het inzamelsysteem zullen komen, maar dat bestaande structuren worden verbeterd of aangevuld vanuit de doelstelling om meer en schonere grondstoffen te verkrijgen. De kern van het nieuwe beleid is vooral gelegen in de gewijzigde benadering van de focus. Spraken we in de vorige beleidsplannen over afval; nu richten we ons geheel op grondstoffen. In onderstaande figuur wordt die transitie weergegeven: Inzamelmiddelen Tot 2004 alleen minicontainers, vanaf 2004 plaatsing ondergrondse systemen voor restafval
Uitbreiding van de ondergrondse restafvalsystemen BEST-tas PMD zakken
Ondergrondse systemen voor GFT en restafval toegankelijk Citybins voor GFT van 20 liter
Volumefrequentiesysteem 2010, restafval en GFT betaald (diftar) 2015 gratis GFT in diverse gemeenten
Vast tarief en betalen per restafvallediging GFT gratis m.u.v. E-M en Voerendaal
2013 invoering BEST-tas 2016 2-wekelijkse inzameling PMD 6x gratis naar het milieupark
Faciliteiten GFT bij hoog- en stapelbouw 4-wekelijkse inzameling restafval 2x gratis naar het milieupark grofvuil
Geen verandering in de inzamelmiddelen Uniform inzamel(middelen)beleid Doorontwikkeling naar BEST-tas++ Onderzoek naar service op maat
Systeem 1 Basistarief
de basis staat
Diftar blijft Kosten blijven beheerst Uniformiteit ledigingstarieven
Dienstverlening 2008 invoering Plastic Heroes inzameling Onbeperkt gratis naar het milieupark
2004
2010
2018
Focus verandering: van afval naar grondstof Grondstoffenparken en circulair ambachtscentrum Optimalisatie grondstoffen hoogbouw
2021
2026 Planperiode
Wat betekenen de eerder genoemde ambitie en bijbehorende speerpunten voor de inzameling van grond-/afvalstoffen? We gaan sturen op beheersbare en toekomstbestendige afvalkosten. We zetten in op verbetering van duurzaamheidsprestaties met betrekking tot meer en schonere grondstoffen. We streven naar verbetering van de service, waarbij het principe van ‘de gebruiker betaalt’ nader bekeken zal worden. En tot slot ligt er de uitdaging om de inwoners, naast nog meer, beter en/of gerichter te informeren en enthousiasmeren, ook betrokken te krijgen, te laten participeren bij de doelstellingen rondom de circulaire economie. Aan de hand van de onderstaande vier thema’s is het verdere uitvoeringsprogramma opgesteld met actiepunten voor de jaren 2022-2026:
THEMA 1
Iedereen doet mee Onze inwoners vinden het normaal en makkelijk om schone grondstoffen op de juiste manier aan te bieden
THEMA 2 Duurzame dienstverlening en voorzieningen We sturen op meer service voor wat betreft de inzameling van afzonderlijke grondstoffen
4
THEMA 3
Kostenbeheersing Duurzaam omgaan met grondstoffen zorgt niet altijd voor een besparing
THEMA 4
Schone buurt Grondstoffenbeleid en een schone openbare ruimte gaan hand in hand
Grondstoffenplan 2022-2026
Leeswijzer Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit Grondstoffenplan. In hoofdstuk 2 bespreken we de wettelijke uitgangspunten en ontwikkelingen die van belang zijn voor de komende jaren. De toekomstige uitdagingen en (markt)ontwikkelingen op weg naar een circulaire economie (2050) en de gevolgen voor het grondstoffenbeleid bespreken we in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 geven we een terugblik op de periode 2004-2020 en evalueren we de resultaten van het voorgaande beleid en de uitgevoerde maatregelen. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de inwoners- en raadsenquête besproken; wat vinden zij van het huidige systeem en wat moet er veranderen? Op basis hiervan zijn de speerpunten van het nieuwe beleid bepaald. In hoofdstuk 6 is de toekomstige aanpak met uitvoeringsmaatregelen en actiepunten met een tijdsplanning opgenomen. Waarna we het financiële kader in hoofdstuk 7 schetsen.
Grondstoffenplan 2022-2026
5
hoofdstuk 1
In het Afvalinzamelplan uit 2004 en zijn opvolger Afvalbeheersplan uit 2014 zijn doelstellingen op het gebied van hoeveelheid restafval en scheidingspercentages vastgelegd en zijn maatregelen opgesteld om deze doelstellingen te behalen. Deze maatregelen en doelstellingen zijn tot en met 2020 lokaal en regionaal opgepakt en uitgevoerd. Met het grotendeels afronden van de genoemde beleidsplannen is in 2021 gestart met het opstellen van een nieuw beleidskader: Grondstoffenplan 2022-2026. Hierin worden de doelstellingen en te nemen maatregelen in het kader van het grondstoffen- en afvalbeleid voor de komende vier jaar vastgelegd.
Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan De Rijksoverheid heeft via het programma ‘Nederland Circulair in 2050’ de ambitie uitgesproken dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt zonder schadelijke emissies naar het milieu. Deze wijziging naar een circulaire economie is niet alleen belangrijk om de milieudoelstellingen te behalen, maar heeft tevens een financiële noodzaak. Bij gelijkblijvend beleid zullen in de komende jaren de kosten voor afvalverwerking flink stijgen. Door het nemen van maatregelen zorgen we ervoor dat deze kostenstijging in de toekomst zal worden afgevlakt. Vanuit het landelijke programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) is de ambitie gesteld om in 2025 maximaal 30 kg ongescheiden restafval per inwoner per jaar aan te bieden. De Rd4-gemeenten, net als vele andere Nederlandse gemeenten, zitten hier nog ver vanaf. Vanuit de rijksoverheid is deze ambitie aangepast met een realistisch tijdpad om 100 kg per inwoner te bereiken. Gezien de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, zoals meer thuiswerken en een verhoogd consumptiegedrag, vraagt deze doelstelling veel betrokkenheid en inzet van onze inwoners en aanpassing van het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid.
Naast de genoemde landelijke ambitie wordt de basis voor dit Grondstoffenplan ook gevormd vanuit de evaluatie van het afvalbeleid en uitvoering in periode 2004-2020 alsmede de in 2021 gehouden raads- en inwonersenquêtes. Het verkregen beeld van wat goed is, wat beter kan en welke wensen, ideeën en kansen er zijn leveren belangrijke bouwstenen voor het nieuwe Grondstoffenplan. Het Grondstoffenplan zet de koers uit op het gebied van inzameling en verwerking van grondstoffen en afval. De inzet is gericht op preventie van afval en inzameling van (schone) grondstoffen om deze vervolgens zo hoogwaardig mogelijk te verwerken. Deze focus draagt bij aan de totstandkoming van de circulaire economie waarin geen sprake meer is van afval. In het jaar 2026 is het doel om een afname van nagenoeg 50 kg restafval per inwoner te behalen ten opzichte van 2020, dit komt neer op 100 kg restafval per inwoner per jaar. Gelijktijdig wordt hiermee ingezet dat 80% van al het huishoudelijke afval gescheiden wordt. Om dit te bereiken wordt de focus nog meer dan van tevoren gericht op het verder optimaliseren van de inzameling van grondstoffen. Er zal gezocht worden naar oplossingen om inwoners in de gelegenheid te stellen grondstoffen zo eenvoudig mogelijk gescheiden aan te kunnen laten bieden. Om zodoende de aanwezigheid van vervuilende stoffen in de grondstofstromen tegen te gaan.
Met een positieve stimulans wordt getracht zowel de kwantiteit maar óók de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te verhogen. Met het ‘Grondstoffenplan 2022-2026’ wordt voortgebouwd op het reeds bereikte resultaat en wordt de visie en aanpak ten aanzien van het grondstoffen- en afvalbeleid verder uitgebreid.
Hoofdstuk 1. Op weg naar een circulaire economie met dit Grondstoffenplan
7
hoofdstuk 2
Beleidskaders en ontwikkelingen
Binnen de Europese Unie zijn kaders gesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen: de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De circulaire economie is hierbij het uitgangspunt. Juist omdat Europa slechts in beperkte mate zelf beschikt over grondstoffen is het belangrijk op de langere termijn onafhankelijk te zijn. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de achtergronden, de ontwikkelingen en de uitdagingen van een circulaire economie en het grondstoffenbeleid in de toekomst.
8