Agendabundel
Tekst van het document
Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoanalyse is opgenomen in bijlage 9. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 1,33 miljoen. Voor de (meerjaren)begroting 2021-2025 was dit berekend op € 1,19 miljoen. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken. Wanneer het weerstandsvermogen wordt aangevuld tot het bedrag van € 1,33 miljoen, gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen, blijft de ratio weerstandsvermogen 1,0. Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven.
Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW, zoals in onderstaande tabel weergegeven:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 30 van 66
JR2018
R2019
B2020
B2021
B2022
B2023
B2024
B2025
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Kengetallen
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
3,5%
0,3%
0,4%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
0,6%
Solvabiliteitsrisico
4,4%
8,2%
17,7%
17,4%
17,5%
17,5%
17,5%
17,5%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Structurele exploitatieruimte
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2019 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2020 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling, die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert, behaalt BsGW al jaren een zeer laag netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor, en voor eventuele niet-reguliere activiteiten zoals het OOP, wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft geen vaste schulden en verstrekt ook geen leningen, blijft hierdoor ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. Risicobeheersing De bedrijfsvoeringsrisico’s van de Gemeenschappelijke Regeling BsGW worden ingeschat door BsGW.
Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Overeenkomstig een bij de oprichting van BsGW bepaalde methode, voert BsGW jaarlijks een risicoanalyse uit op haar bedrijfsvoeringsrisico’s. In de risicoanalyse is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen, kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook paragraaf 3.5.1. Weerstandsvermogen. Voor de begroting 2022 heeft BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitgevoerd, welke is geactualiseerd op basis van de meest actuele gerealiseerde cijfers 2020. De benodigde weerstandcapaciteit is berekend op € 1,33 miljoen. Het weerstandsvermogen behoeft daarmee een aanvulling van € 140 duizend ten opzichte van de risicoanalyse die begin 2020 is uitgevoerd ten behoeve van de begroting 2021. De onderkende risico’s zijn nog steeds relevant. De impact van deze risico’s is geëvalueerd en de bruto-risico’s zijn afgezet tegen de meest actuele begrotingscijfers. De bedrijfsvoeringrisico’s voor BsGW, oplopend qua impact (kans x gevolg), zijn: 1.
Datalek, hackers- en ransomwareaanvallen en overige ICT-storingen. BsGW wil de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening waarborgen. De eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten zoals aanvallen van hackers, die pogen de ICT-infrastructuur van BsGW te verstoren danwel aanvallen van ransomware, maar ook verlies of diefstal van informatiedragers als laptop en USB-stick of de verstrekking van privacygevoelige gegevens naar onbevoegden dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 31 van 66
BsGW hanteert daarom diverse beheersmaatregelen. Zij hanteert de procedure meldplicht datalekken en de door het bestuur vastgesteld informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol, inclusief bijbehorende procedures. Medewerkers krijgen regelmatig training in aspecten van de AVG. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. Daarnaast zet BsGW ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen, adequate anti-virusbeveiligingen en data-encryptie, naast een uitwijkmogelijkheid. Middels een Third Party Memorandum en ISAE3402-verklaring (assurance rapport van de onafhankelijke accountant) krijgt BsGW inzicht of haar leverancier de beveiligingseisen voldoende heeft ingericht en of deze voldoen aan de landelijke standaarden. Indien BsGW eventuele financiële (gevolg)schade lijdt doordat haar leverancier haar zaken niet op orde heeft (denk aan slechte software, apparatuur, verloop van personeel et cetera) is dit financiele risico afgedekt middels een contract. Het eventuele restrisico betreft de mogelijke juridische kosten indien eventuele geschillen gaan optreden dan wel extra inhuur nodig is bij vertraging in een goede afloop hiervan. Dit restrisico is ten opzichte van vorig jaar verlaagd vanwege de aanvullende beheersmaatregelen op het gebied van de AVG.
2. Uitbesteding van niet-kernactiviteiten. Niet-kernactiviteiten worden waar mogelijk uitbesteed. Als risico’s worden hierbij onderkend: het niet nakomen van de afspraken en het leveren van onvoldoende kwaliteit van de dienstverlening. Door middel van contracten, Service Level Agreements, stuurinformatie en controlemogelijkheden zal BsGW grip houden op de dienstverlening die intern of extern is uitbesteed. 3. Fraude. Fraude staat en valt met de integriteit van medewerkers. De burgers moeten kunnen vertrouwen op een integere overheid. De Gedragscode Integriteit Ambtenaren levert een belangrijke bijdrage aan het bevorderen van het integriteitbewustzijn van de BsGW-medewerkers. De gedragscodes en gerichte communicatie over fraudebeleid dragen bij aan een integere organisatiecultuur, waardoor fraude ontmoedigd kan worden. Naast het streven naar een ingebedde, integere organisatiecultuur zet BsGW een stelsel van interne controlemaatregelen en toetsingsmaatregelen (audits) in om fraude te voorkomen. Aanvullend heeft BsGW een frauderisico-verzekering afgesloten. 4. Vervuiling van en/of incomplete gegevensbestanden. Correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen hebben extra kosten tot gevolg. BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer, verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens.
Door middel van een stelsel van verbandscontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden terug gemeld aan de bronhouders. 5. Overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW. BsGW heeft tot taakstelling de processen binnen de begroting uit te voeren. Door een adequate opzet van de planning- en control cyclus, waarbinnen onder meer taakstellende budgettering gekoppeld wordt aan strakke control, wordt het risico op overschrijding van de exploitatiebegroting van BsGW beperkt. Echter, door onvoorziene tegenvallers of ten tijde van het opstellen van de begroting (nog) niet te kwantificeren kosten, kunnen de kosten van de begroting worden overschreden of kunnen geraamde opbrengsten achterblijven op de begroting. Te denken valt aan juridische aangelegenheden en extern opgelegde aanpassingen (bijvoorbeeld overheidsbesluiten als centrale basisregistraties en wijzigingen in wet-regelgeving, CAO-stijgingen en inflatie bovenop de indexering conform de rekenregels, verhoging AOW-leeftijd, verlenging Persoonsgebonden Basis Budget, stimuleringsregeling, kabinetsaanpassingen), maar ook de eventuele na-ijl-effecten van Covid-19 of het optreden van eventuele nieuwe pandemieën in de toekomst.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 32 van 66
Tot slot is ten tijde van het opstellen van deze rapportage de aanbesteding rondom ICT nog lopend; de kosten hiervan zijn nog niet volledig in beeld. In de loop van 2021 zal hierover meer zekerheid worden verkregen. 6. Proceskostenvergoedingen WOZ-bezwaren. BsGW ziet zich de afgelopen jaren steeds meer geconfronteerd worden met oplopende proceskostenvergoedingen, waarvan de ontwikkelingen ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog onzeker zijn. Derhalve is deze post als p.m. opgenomen, waarbij een restrisicobedrag is ingeschat op basis van ervaringen uit het verleden indien het aantal bezwaren meer dan evenredig stijgt. 7. Ambitieuze raming opbrengst vervolgingskosten. Door de strakke invorderingscycli die BsGW hanteert, kan de betaalmoraal verbeteren waardoor de opbrengst vervolgingskosten achterblijven op de begroting. Daarbij zal naast een hogere beslagvrije voet ook het proces inzake invordering anders gaan lopen, met als mogelijk gevolg lagere opbrengsten. In hoeverre de na-ijl-effecten van Covid zijn weerslag vinden in de begroting 2022 is nog onzeker. Echter gezien de huidige lopende ontwikkelingen schat BsGW de kans dat dit risico zich voordoet hoger in, namelijk op 55%. 8. Kosten functie-ongeschiktheid en ziekteverzuimkosten.
BsGW dient het personeelsbestand zowel kwantitatief als kwalitatief te laten aansluiten op de (gewijzigde) eisen die BsGW aan haar medewerkers stelt. In de exploitatie van BsGW wordt geen rekening gehouden met functie-ongeschiktheid en langdurig ziekteverzuim. Hiervoor is ook geen voorziening gevormd. Bij afscheid bij functie-ongeschiktheid is BsGW eigen risicodrager WW en overige verplichtingen buitenwettelijke uitkering. Deze onvrijwillige uitstroom is niet gebudgetteerd. Dit geldt ook voor langdurig ziekteverzuim (wet Poortwachter). Voor de reguliere bedrijfsvoering ziet BsGW zich dan genoodzaakt extra inhuur te plegen. Daarnaast ziet BsGW zich geconfronteerd met een vergrijzende opbouw van haar personeelsbestand. Dit kan zich vertalen in het tijdig inwerken van nieuwkomers, welke een mogelijk tijdelijke overlap van salariskosten tot gevolg heeft. 3.6.2 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten, grote aanschaf ICT(licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld. De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing.
3.6.3 Financiering De netto-exploitatiekosten van BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen van de deelnemers. Voor de financiering van (ICT-)investeringen, kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing, waarin onder andere de taken, bevoegd- en verantwoordelijkheden, beleid, doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 33 van 66
Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid, bedoeld voor het sturen en beheersen van, verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, en, voor zover dit voorkomt, koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer 1.
Kasgeldlimiet
Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,2% van de totale brutolasten (€ 23,4 miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2022 uit op een bedrag van € 1,9 miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 1,9 miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). Kwartaal 1 4.529
Kwartaal 2 4.529
Kwartaal 3 4.529
Kwartaal 4 4.529
Kasgeldlimiet (2)
1.900
1.900
1.900
1.900
Ratio (1)/(2)
238%
238%
238%
238%
Gem. netto vlottende schuld (1)
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2019 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2020 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 2.
Renterisiconorm
Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen, dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 34 van 66
Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen, lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat.
Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 3.6.4 Bedrijfsvoering Verdeelsleutels De processen voor het waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, overeenkomstig de organisatieopzet van BsGW. Dit resulteert in vijf primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken, Ondersteuning en Ontwikkeling en één subproduct Parkeerbelasting. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt.
Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de vijf producten van de primaire processen. Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: bruto-aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing – een zogenaamde exoot - wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels (gebaseerd op jaarschijf 2012 en gefixeerd voor de jaren erna).
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 35 van 66
De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien. Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en levert ook bij de voorstellen voor nieuwe toetreders een verkeerde verwachting over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode, te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage (8) worden de (bruto)productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode. Huisvesting BsGW huurt momenteel haar kantoorpand, inclusief parkeerplaatsen, tegen een marktconforme huurprijs. Daarnaast bestaan de huisvestingskosten uit energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. 3.6.5 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole, RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 36 van 66
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht baten en lasten Prognose Bedragen x € 1.000
2020
Begroting 2021 incl. M&M
Begroting
Lasten
2022
Meerjarenperspectief 2023
2024
2025
2026
103%
bruto lonen
8.949
10.157
10.380
10.608
10.842
11.080
11.324
sociale lasten
2.579
2.321
2.373
2.425
2.478
2.533
2.588
601
660
675
690
705
720
736
personeel derden
0
0
0
0
0
0
0
Personeelskosten
12.129
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
3.308
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
overige personeelskosten
ICT-kosten drukwerk
2
11
11
12
12
12
12
print/kopieerwerk
172
172
175
179
182
186
190
porti
330
499
509
519
529
540
550
telefonie/datacommunicatie
99
25
25
25
26
27
27
incassokosten
2
0
0
0
0
0
0
kosten brongegevens
283
368
376
383
391
399
407
diensten door derden
1.385
428
436
445
454
463
472
tegemoetkoming proceskosten
2.700
2.040
3.000
3.060
3.121
3.184
3.247
overige operationele kosten
75
107
109
112
114
116
118
5.048
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
540
435
444
453
462
471
480
0
302
323
328
332
337
342
Algemene kosten
540
737
768
781
795
809
823
bankkosten
199
263
268
274
279
285
290
rentekosten
4
32
32
32
33
33
33
202
295
300
306
312
317
323
Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien
Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten taakstellende kostenreductie Totaal lasten
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
0
0
0
0
0
0
0
22.297
21.695
23.417
23.904
24.402
24.910
25.430
13
13
13
13
13
13
0
0
0
0
0
Baten Renteopbrengsten
0
BsGW diensten aan derden
0
overige opbrengsten
0
0
0
0
0
0
0
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totale baten
1.337
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
0 Netto kosten
20.961
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
Totaal bijdragen
18.889
19.520
21.242
21.729
22.227
22.736
23.254
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
-2.073
0
0
0
0
0
0
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen initieel B2021
Aangezien ten tijde van het opstellen van deze ontwerpbegroting de cijfers 2020 nog niet definitief zijn, is gekozen om de prognosecijfers 2020 te vermelden. De gecontroleerde cijfers worden vermeld in de definitieve begroting 2022-2026.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 37 van 66
4.2 Toelichting op de baten en lasten Lasten Personeelskosten Uitgangspunt voor de berekening van de personeelskosten is het formatieplan. Voor 2021 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 2,2%. De formatie bestaat uit 161,8 fte. De staat van personeelslasten is als aparte bijlage (7) opgenomen. Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur, energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud, schoonmaak, beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten van BsGW hebben voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICT- en organisatieontwikkelingsprojecten. BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom investeren in ICT-projecten om kwaliteit, continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. In het meerjareninvesteringsplan (MIP) zijn investeringskredieten opgenomen van € 300 duizend per jaar. Daarnaast worden kosten voor grote aanschaf en vervanging van inventaris geactiveerd en jaarlijks afgeschreven. De staat van vaste activa en onderhanden werken is als bijlage 3 opgenomen. Indexering inkoop goederen en diensten Voor 2022 is uitgegaan van een kosteninflatie van 2% ten opzichte van 2021.
ICT-kosten Wegens de grote mate van automatisering van de primaire processen, worden de ICT-kosten - naast de (ICT) afschrijvingskosten - als aparte post weergegeven. De ICT-kosten bestaan voornamelijk uit jaarlijkse onderhoudskosten ICT plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en beheer. Daarnaast zijn de gebruikerskosten van de overige overheidsbrede voorzieningen (naast DigiD en MijnOverheid) hierin opgenomen. Tot slot is een bedrag opgenomen voor kleine aanschaf soft- en hardware. Operationele kosten Operationele kosten omvatten de overige met de operationele primaire processen samenhangende kosten, naast de afschrijvings- en ICT-kosten. Gezien de omvang van deze kostenpost, wordt deze verder gespecificeerd naar voor het primaire proces belangrijke kosten, waaronder de post ‘tegemoetkoming proceskosten’. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten, die apart worden vermeld, worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten, accountantskosten, advieskosten, abonnementen en lidmaatschappen, verzekeringen, facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten, uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.
De post onvoorzien 2022 is begroot op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 38 van 66
Bank- en rentekosten De rentekosten betreft de rente over de investeringskredieten en de wettelijk door BsGW te vergoeden invorderingsrente. In de begroting 2022 is het reken-rentepercentage gesteld op 0,5%. Gezien de geringe geraamde kasgeldlening, is het effect op de totale netto-kosten gering. Baten Renteopbrengsten BsGW ontvangt vanaf eind 2013 geen rentevergoeding meer voor de dagelijkse positieve saldi op de heffingenbankrekeningen door de invoering van schatkistbankieren aangezien de positieve saldi dagelijks worden afgeroomd naar de schatkist. De staat vergoedt geen rente voor wat betreft de bij haar gestalde financiële middelen. Opbrengst vervolgingskosten De werkelijk geïnde vervolgingskosten lopen direct via de exploitatie van BsGW. De verwachte netto opbrengst vervolgingskosten in de begroting en meerjarenraming wordt gebaseerd op een reëel ingeschat bedrag gerelateerd aan de aantallen te versturen aanmaningen, dwangbevelen en overige aanvullende dwanginvorderingsacties op grond van de kostenwet. Bijdragen deelnemers De bijdragen per deelnemer voor de door de desbetreffende deelnemer in de samenwerking ondergebrachte taken voor het begrotingsjaar 2022, worden in navolgende tabel weergegeven. Daarnaast wordt hierin ook de bijstorting in het weerstandsvermogen weergegeven.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 39 van 66
Bijdrage per deelnemer
2022 regulier
Aanvulling weerstandsvermogen
Totale bijdrage incl. aanvulling weerstandsvermogen
Gemeente Beek
234.281
1.544
235.825
Gemeente Beekdaelen
513.016
3.381
516.397
Gemeente Beesel
212.081
1.398
213.479
Gemeente Bergen
186.278
1.228
187.506
Gemeente Brunssum
463.832
3.057
466.889
Gemeente Echt-Susteren
495.164
3.264
498.428
Gemeente Eijsden-Margraten
440.927
2.906
443.833
Gemeente Gennep
259.007
1.707
260.714
Gemeente Gulpen-Wittem
214.192
1.412
215.604
Gemeente Heerlen
1.608.967
10.604
1.619.571
Gemeente Kerkrade
828.564
5.461
834.025
Gemeente Landgraaf
567.832
3.742
571.574
Gemeente Leudal
494.117
3.257
497.374
Gemeente Maasgouw
358.796
2.365
361.161
Gemeente Maastricht
1.969.948
12.983
1.982.932
Gemeente Meerssen
338.672
2.232
340.904
Gemeente Mook en Middelaar
118.278
780
119.058
Gemeente Nederweert
233.494
1.539
235.033
Gemeente Peel en Maas
599.158
3.949
603.107
Gemeente Roerdalen
309.315
2.039
311.354
Gemeente Roermond
886.915
5.845
892.761
Gemeente Simpelveld
162.999
1.074
164.073
Gemeente Sittard-Geleen
1.539.837
10.149
1.549.986
Gemeente Stein
396.885
2.616
399.501
Gemeente Vaals
184.232
1.214
185.447
Gemeente Valkenburg
262.382
1.729
264.111
2.054.278
13.539
2.067.817
Gemeente Voerendaal
180.844
1.192
182.036
Gemeente Weert
746.667
4.921
751.588
4.380.917 21.241.879
28.874 140.000
4.409.791 21.381.879
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg Totaal bijdragen
De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2022 is € 21,2 miljoen, gelijk aan de netto-kosten begroting 2022. Producten De volgende tabel geeft weer hoe de netto-uitvoeringskosten uit de begroting 2022 zijn toegewezen aan de vijf producten en 1 sub-product (exoten) van dienstverlening. Per (sub-)product wordt de verdeelsleutel genoemd waarmee de netto kosten worden omgeslagen naar een tarief per product. De verdeelsleutels voor de kosten van de vier primaire processen plus de niet-reguliere belastingsoort Parkeerbelasting, zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. De kosten van het product Ondersteuning & Ontwikkeling worden omgeslagen naar de deelnemers op basis van het aandeel in de kosten van de vier producten van de primaire processen plus het sub-product Parkeerbelasting. De kosten van het product GDI worden omgeslagen op basis van 40% voor de gemeenten en 60% voor Waterschap Limburg, waarbij de onderlinge verdeling over de gemeenten is gebaseerd op de procentuele verdeling van het product O&O.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 40 van 66
Verdeelsleutels
Aantal
Tarief 2022 Tarief 2021 Tarief 2020 Tarief 2019 Tarief 2018
Tarief 2015 Tarief 2014 - 2017
Tarief 2013
Heffen
€
3.388.380
Aantal (bruto) aanslagregels
4.028.915
€
0,84
€
0,82
€
0,82
€
0,78
€
0,76
€
0,75
€
0,74
€
0,77
Waarderen
€
7.596.809
Aantal WOZ-objecten
565.334
€
13,44
€
11,04
€
9,25
€
8,31
€
7,09
€
6,97
€
7,66
€
12,43
Innen
€
€
0,14-
€
0,16-
€
0,17-
€
0,24-
€
0,27-
€
0,30-
€
0,14-
€
0,16
€
179.553- Aantal biljetten Aantal klantcontacten
1.311.262
Klantzaken
2.902.726
443.887
€
6,54
€
6,40
€
8,61
€
7,56
€
6,04
€
5,94
€
6,50
€
Parkeerbelasting
€
349.161
37.276
€
9,37
€
9,14
€
8,94
€
8,58
€
8,39
€
9,25
€
9,50
€
Producten
2022
Ondersteuning & ontwikkeling
€
GDI
€
Totaal producten
€ 21.241.879
Aantal aanslagregels
9,82 16,29
6.556.224
Aandeel uitvoeringskosten
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
628.132
Aandeel uitvoeringskosten
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
De tarieven 2013-2021 betreffen de tarieven zoals eerder vermeld in de desbetreffende initiële begrotingen van die jaren. De stijging van de tarieven in 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de verwachte indexering van de salariskosten, goederen en diensten, verwachte toename in de proceskostenvergoeding en de kosten uit hoofde van het regieportaal. Daarnaast drukken de proceskostenvergoedingen vanaf 2021 voortaan 100% op het product Waarderen in plaats van 50% op het product Waarderen en 50% op het product Klantzaken (AB 25 juni 2020). 4.3 Uiteenzetting van de financiële positie 4.3.1 Investeringen Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022. Het MeerjarenInvesteringsProgramma is als bijlage 1 opgenomen. 4.3.2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt verwezen naar paragraaf 3.5.3. 4.3.3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves, behoeft het weerstandsvermogen een aanvullende storting van € 140 duizend.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 41 van 66
4.4 Meerjarenraming 2022-2026 Bedragen x € 1.000
Prognose 2020
Begroting Begroting 2021 incl. 2022 2022 M&M
Meerjarenperspectief 2023
2024
2025
2026
Lasten Personeelskosten
12.129
13.138
13.427
13.723
14.024
14.333
14.648
Huisvestingkosten
734
778
793
809
825
842
858
Afschrijvingkosten
336
261
261
261
261
261
261
ICT-kosten
3.308
2.837
3.227
3.291
3.357
3.424
3.493
Overige operationele kosten
5.048
3.649
4.641
4.734
4.829
4.926
5.024
Algemene kosten
540
737
767
780
794
808
822
Bank- en rentekosten
203
295
300
306
312
317
323
0
0
0
0
0
0
0
22.298
21.695
23.417
23.904 24.402 24.910
25.430
Toevoegingen aan voorzieningen Totaal lasten Taakstellende kostenreductie
0
0
0
22.298
21.695
23.417
Renteopbrengten
0
13
13
13
13
13
13
Diensten aan derden
0
0
0
0
0
0
0
Bijdragen van derden
0
0
0
0
0
0
0
Opbrengst vervolgingskosten
1.337
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
2.162
Totaal baten
1.337
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
2.175
Netto kosten
20.961
19.520
21.242
21.729 22.227 22.736
23.255
0
0
0
0
0
0
0
Gemeente Beek
197
209
234
240
245
251
256
Gemeente Beekdaelen
432
457
513
525
537
549
562
Gemeente Beesel
176
189
212
217
222
227
232
Gemeente Bergen
157
166
186
191
195
199
204
Gemeente Brunssum
387
414
464
474
485
496
508
Gemeente Echt-Susteren
397
442
495
507
518
530
542
Gemeente Eijsden-Margraten
378
399
441
451
461
472
483
Gemeente Gennep
220
233
259
265
271
277
284
Gemeente Gulpen-Wittem
178
191
214
219
224
229
234
Gemeente Heerlen
1.345
1.442
1.609
1.646
1.684
1.722
1.761
Gemeente Kerkrade
689
742
829
848
867
887
907
Gemeente Landgraaf
477
507
568
581
594
608
622
Gemeente Leudal
413
439
494
505
517
529
541
Gemeente Maasgouw
302
321
359
367
375
384
393
Gemeente Maastricht
1.642
1.758
1.970
2.015
2.061
2.108
2.157
Gemeente Meerssen
296
310
339
346
354
362
371
105
118
121
124
127
129
Totaal lasten
0
0
23.904 24.402 24.910
0
0
25.430
Baten
Waarvan incidentele baten/lasten (saldo) Bijdragen initieel
Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert
196
208
233
239
244
250
256
Gemeente Peel en Maas
498
531
599
613
627
641
656
Gemeente Roerdalen
259
276
309
316
324
331
339
Gemeente Roermond
747
795
887
907
928
949
971
Gemeente Simpelveld
137
146
163
167
171
174
178
1.296
1.381
1.540
1.575
1.611
1.648
1.686
Gemeente Stein
325
358
397
406
415
425
434
Gemeente Vaals
153
165
184
188
193
197
202
Gemeente Valkenburg a/d Geul
216
232
262
268
275
281
287
1.892
1.889
2.054
2.101
2.150
2.199
2.249
Gemeente Voerendaal
153
162
181
185
189
194
198
Gemeente Weert
631
671
747
764
781
799
817
4.702
4.383
4.381
4.481
4.584
4.689
4.796
Totaal bijdragen
18.889
19.520
21.242
21.729 22.227 22.736
23.255
Exploitatieresultaat
-2.073
0
0
Gemeente Sittard-Geleen
Gemeente Venlo
Waterschap Limburg
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
0
0
0
0
pagina 42 van 66
Toelichting op de meerjarenbegroting In de meerjarenraming 2022-2026 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 2,2% op de personele lasten en 2% over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen van de rente op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 0,5%. Op de baten vindt geen indexering plaats. Terugblik: Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar.
Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 miljoen zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
229 888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021 1.171
474
reductie 1.565 1.284
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
Totale kostenreductie
2021
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40
40
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd. In de volgende tabel samengevat:
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 43 van 66
Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie 9.642 10.451 Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149
11.553
15.840
18.467
18.457
20.067
17.487
17.466
17.527 5.974
27.831 11.991
33.816 15.349
34.323 15.866
34.838 14.771
35.361 17.874
35.891 18.425
C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396
10.519
22.510
37.859
53.725
68.496
86.370
104.795
4.545
In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: - bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen) - bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject - aanvulling weerstandsvermogen Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. (Financiële) effecten begroting 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020).
Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,721 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: • Loonindexering € 298 duizend; • Indexering goederen en diensten € 130 duizend; • Proceskostenvergoeding € 960 duizend; • Regieportaal € 333 duizend. In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 44 van 66
Ontwikkelingen begroting 2022
Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie
Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021 Opgenomen in de begroting: + € 428.000,-
- Proceskosten
+ € 960.000,-
- Stimuleringsregeling
kostenneutraal
- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal
+ € 333.000,-
- Visie op Dienstverlening
geen
- Informatievoorziening en ICT
onbekend
- Harmonisatie
onbekend
Mogelijke ontwikkelingen
Niet opgenomen in de begroting:
- Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente
- € 800.000,-
- Fiscale vereenvoudingswet
vooralsnog niet
- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel
+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend
- Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde
vooralsnog niet
- Vergroening belastingen
vooralsnog niet
- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB
vooralsnog niet
- Archiefwet
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
onbekend
pagina 45 van 66
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2022-2026 Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhandenwerk Bijlage 4: Staat van vaste schulden Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage Bijlage 7: Staat van personeelslasten Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Bijlage 9: Risicoanalyse Bijlage 10: Bijdrage waterschap volgens BBP-opzet Bijlage 11: Berekend EMU-saldo Bijlage 12: Geprognosticeerde balans 2022
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 46 van 66
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma : MIP 2022-2026 MIP 2020 (2021-2025) BsGW
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Totaal
(bedragen x 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2022-2026
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 47 van 66
Bijlage 2: Rekenuitgangspunten Begroting 2022 en MJR 2022-2026 In de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2026 wordt gerekend met de volgende uitgangspunten: Rekenuitgangspunten
2022
2023
2024
2025
2026
A
indexering salariskosten
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
B
indexering goederen en diensten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
C
indexering opbrengsten
0%
0%
0%
0%
0%
D
rente kredieten / leningen lang
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
E
reserves en voorzieningen
F
afschrijvingstermijn
G
jaarlijkse actualisering
automatisering
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)
Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.
d) Rente kredieten/leningen lang Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd. Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)
Afschrijvingstermijn Voor activa die gedurende het lopende jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop.
g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 48 van 66
Bijlage 3: Staat van immateriële, materiële, financiële vaste activa en onderhanden werk
Financiële vaste activa
Cumulatieven per 31-12-2019 Aanschafwaarde Afschrijving €0 €0
Boekwaarde 31-12-2020 €0
OHW naar SVA €0
Mutaties 2021 Investeringen €0
Afschrijving €0
Boekwaarde 31-12-2021 €0
Immateriële vaste activa
€ 3.582.252
-€ 2.840.154
€ 742.098
€ 300.000
€0
-€ 251.000
€ 791.098
Materiële vaste activa
€ 340.212
-€ 87.520
€ 252.692
€0
€ 10.000
-€ 10.000
€ 252.692
Immateriële vaste activa (OHW)
€ 300.000
€0
€ 300.000
-€ 300.000
€ 300.000
€0
€ 300.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.294.790
€0
€ 310.000
-€ 261.000
€ 1.343.790
Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
€ 4.222.465
-€ 2.927.674
Deze staat wordt nog aangepast zodra de definitieve gecontroleerde cijfers 2020 bekend zijn.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 49 van 66
Bijlage 4: Staat van vaste schulden Op 4 december 2020 heeft BsgW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost, te beginnen op 4 december 2021.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 50 van 66
Bijlage 5: Staat van reserves en voorzieningen Reserves BsGW
x € 1.000,-
Initieel gestort weerstandsvermogen
385
Resultaat 2011
509
Resultaat 2012
-102
Resultaat 2013
-174
Resultaat 2014
-570
Resultaat 2015
-332
Resultaat 2016
-714
Resultaat 2017
-433
Aanvulling weerstandsvermogen (2017)
1.591
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
433
Resultaat 2018
-325
Aanvulling weerstandsvermogen (2018)
325
Aanvulling weerstandsvermogen (2019)
550
Aanvulling weerstandsvermogen (2020)
597
Resultaat 2019
13
Verrekening GDI en extra incidentele storting 2020
-548
Resultaat 2020 (begroting)
-
Reserves 31-12-2020
1.205
Resultaat 2021 (begroting)
-
Reserves 31-12-2021
1.205
Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt, in de vorm van een weerstandsreserve, zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385.000,- (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014 -2017, voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten, is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023). In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).
In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI ( € 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten laste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 51 van 66
Waterschap Limburg inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020, Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het Waterschap Limburg (WL) ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het Waterschap Limburg te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten, volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. De bestemming van het resultaat 2020 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur en daarom nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. Derhalve is de begroting als uitgangspunt genomen, omdat de jaarcijfers nog niet zijn vastgesteld door de accountant.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 52 van 66
Bijlage 6: Berekening van het rente-omslagpercentage Sinds de verzelfstandiging van BsGW is geformaliseerd, kan BsGW deelnemen aan het geldverkeer, is een eigen bankrekening geopend en kunnen kort en/of langlopende leningen aangegaan worden.
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 53 van 66
Bijlage 7: Staat van personeelslasten
Begroting 2022 400000 bruto lonen 400010 overwerkvergoeding 400011 HRM cafetaria model 400200 gratificatie jubilea/afscheid 400201 gratificatie prestatie
Heffen
Waarderen
Ondersteuning Klantenzaken & Ontwikkeling
Innen
Parkeer belasting
Totaal BsGW
2.126.399
2.552.434
1.410.205
1.688.160
2.324.949
174.685
0
0
0
0
0
0
10.276.832 -
0
0
0
0
0
2.012
2.012
17.279
20.741
11.460
13.718
18.893
1.420
83.511
3.647
4.378
2.419
2.895
3.988
300
17.626
2.147.325
2.577.553
1.424.083
1.704.774
2.347.830
178.417
10.379.981
401000 sociale premies
364.998
436.255
196.877
235.522
459.040
33.330
1.726.022
401002 werkgeversaandeel ziektekosten
136.713
163.404
73.742
88.217
171.938
12.484
646.498
401100 sociale lasten
501.712
599.659
270.619
323.739
630.977
45.814
2.372.520
402000 wervingskosten
0
0
0
0
14.573
0
14.573
402100 reiskosten woon-werk
41.539
54.593
21.247
30.359
28.824
5.632
182.194
402200 opleidingskosten
46.091
73.775
29.434
42.471
67.267
6.249
265.286
402201 seminars symposia
0
0
0
0
40.157
0
40.157
402300 geschenkenregeling
16.664
14.644
7.172
10.563
20.374
2.260
71.677
402302 personeelsvereniging
0
0
0
0
19.966
0
19.966
402303 vergoeding kosten BHV
0
0
0
0
0
0
0
402304 bedrijfarts/arbodienst
0
0
0
0
42.118
0
42.118
403004 kosten ondernemingsraad
0
0
0
0
24.774
0
24.774
403099 overige personeelskosten
0
0
7.379
0
6.561
0
13.939
408100 overige personeelskosten
104.294
143.012
65.231
83.394
264.615
14.141
674.686
409000 uitzendkrachten
0
0
0
0
0
0
0
409001 personeel andere overheid
0
0
0
0
0
0
0
409100 personeel derden
0
0
0
0
0
0
0
409999 personeelskosten
2.753.332
3.320.224
1.759.934
2.111.907
3.243.423
238.373
13.427.187
aantal formatieplaatsen 2022
37,1
35,1
24,7
33,8
27,8
3,2
161,8
aantal formatieplaatsen 2021
36,8
34,8
24,5
33,5
27,5
3,2
160,3
400100 bruto lonen
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 54 van 66
Bijlage 8: Toelichting op de kostenverdeelmethodiek Begroting Bedragen x € 1.000
Kosten per produkt Innen
Klantzaken
Parkeerbelasting
GDI 40% Gem 60% WL
2022
Heffen
Waarderen
O&O
bruto lonen
10.379.981
2.147.742
2.578.053
1.424.359
1.705.104
176.439
2.348.285
0
sociale lasten
2.372.520
501.712
599.659
270.619
323.739
45.814
630.977
0
674.686 0
104.294 0
143.012 0
65.231 0
83.394 0
14.141 0
264.615 0
0 0
Personeelskosten
13.427.187
2.753.747
3.320.723
1.760.209
2.112.237
236.394
3.243.877
0
Huisvestingkosten
793.066
0
0
0
0
3.715
789.350
0
Afschrijvingkosten
260.511
0
5.108
0
0
7.099
248.304
0
3.226.910
278.339
914.377
145.867
205.414
5.690
1.049.092
628.132
Lasten
overige personeelskosten personeel derden
ICT-kosten drukwerk
11.368
456
15
170
0
65
10.662
0
print/kopieerwerk
175.268
16.045
113
1.166
139.149
6.555
12.242
0
porti
508.536
0
947
3.481
480.033
24.075
0
0
telefonie/datacommunicatie
25.000
0
0
0
1.385
34
23.581
0
0
0
0
0
0
0
0
0
kosten brongegevens
375.664
315.421
0
0
0
60.242
0
0
diensten door derden
436.205
18.142
359.531
0
0
2.007
56.525
0
tegemoetkoming proceskosten
3.000.000
0
3.000.000
0
0
0
0
0
overige operationele kosten Overige operationele kosten algemene kosten
109.422 4.641.463 443.717
2.406 352.471 2.531
-2.712 3.357.893 0
53.332 58.150 0
-37.897 582.669 2.407
427 93.404 1.787
93.866 196.876 436.992
0 0 0
onvoorzien Algemene kosten Bankkosten
323.306 767.023 268.235
0 2.531 0
0 0 0
0 0 0
0 2.407 0
1.507 3.294 5.634
321.799 758.791 262.601
0 0 0
Rentekosten Bank- en rentekosten
32.228 300.463
1.293 1.293
-1.293 -1.293
24.895 24.895
0 0
0 5.634
7.333 269.934
0 0
0 23.416.622
0 3.388.380 0
0 7.596.809 0
0 1.989.121 0
0 2.902.726 0
0 355.231 0
0 6.556.224 0
0 628.132 0
0 12.776 0
100 0 0
0 0 0
0 12.676 0
0 0 0
0 #WAARDE! 100 0 0 0
25.552 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
2.161.968 2.174.744
0 0
0 0
2.155.998 2.168.674
0 0
5.970 6.070
0 0
0 0
21.241.879 13.264.347
3.388.380 3.507.957
7.596.809 3.363.443
-179.553 -546.053
2.902.726 -3.552.346
349.161 -271.354
6.556.224 5.844.466
628.132 612.000
incassokosten
Toevoegingen aan voorzieningen Totaal lasten
-
Baten Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden overige opbrengsten Diensten aan derden Bijdragen van derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten Netto kosten
Verdeelsleutels per deelnemer na toetreding Mook en Middelaar
aantal aantal WOZaanslagreg objecten els
aantal biljetten
aandeel in aandeel in aantal aantal de de klantcontac aanslagreg productkost productkost ten els en en (GDI)
Gemeente Beek
31.000
8.250
15.000
3.442
0
1,12%
0,56%
Gemeente Beekdaelen
70.717
17.887
36.552
7.617
0
2,45%
1,22%
Gemeente Beesel
26.851
7.628
8.311
2.833
0
1,01%
0,50%
Gemeente Bergen
24.650
6.500
9.100
2.800
0
0,89%
0,44%
Gemeente Brunssum
65.100
16.350
18.800
6.073
0
2,22%
1,10%
Gemeente Echt-Susteren
66.115
17.500
14.000
6.698
0
2,37%
1,17%
Gemeente Eijsden-Margraten
108.165
13.247
50.278
5.217
0
2,11%
1,05%
Gemeente Gennep
45.426
8.507
14.826
3.595
0
1,24%
0,61%
Gemeente Gulpen-Wittem
25.204
7.741
7.475
3.012
0
1,02%
0,51%
Gemeente Heerlen
209.000
54.700
59.500
18.515
6.100
7,69%
3,82%
Gemeente Kerkrade
147.101
28.106
50.707
8.481
716
3,96%
1,97%
Gemeente Landgraaf
80.300
19.750
23.700
7.918
0
2,71%
1,35%
Gemeente Leudal
50.500
18.000
17.000
7.634
0
2,36%
1,17%
Gemeente Maasgouw
50.000
12.500
14.900
5.054
0
1,71%
0,85%
Gemeente Maastricht
276.000
69.600
69.750
25.316
0
9,41%
4,67%
Gemeente Meerssen
76.686
9.572
10.477
4.190
900
1,62%
0,80%
Gemeente Mook en Middelaar
16.184
4.221
11.319
1.633
0
0,57%
0,28%
Gemeente Nederweert
31.350
8.200
14.100
3.400
0
1,12%
0,55%
Gemeente Peel en Maas
59.200
22.100
21.900
8.983
0
2,86%
1,42%
Gemeente Roerdalen
38.500
11.000
13.000
4.493
0
1,48%
0,73%
Gemeente Roermond
100.500
30.000
36.500
11.575
4.000
4,24%
2,10%
Gemeente Simpelveld
22.550
5.700
6.600
2.270
0
0,78%
0,39%
Gemeente Sittard-Geleen
212.000
51.900
70.500
19.554
4.325
7,36%
3,65%
Gemeente Stein
71.500
12.900
12.500
5.330
0
1,90%
0,94%
Gemeente Vaals
33.100
6.300
15.600
2.050
0
0,88%
0,44%
Gemeente Valkenburg
26.735
9.846
8.665
3.465
0
1,25%
0,62%
Gemeente Venlo
165.000
56.000
53.000
51.500
17.000
9,82%
4,87%
Gemeente Voerendaal
25.300
6.250
7.300
2.634
0
0,86%
0,43%
Gemeente Weert
74.181
25.079
25.902
10.106
4.235
3,57%
1,77%
Waterschap Limburg
1.800.000
0
594.000
198.500
0
19,42%
60,00%
Totaal verdeelsleutels BsGW
4.028.915
565.334
1.311.262
443.887
37.276
100%
100%
Tarief per produkt van dienstverlening
€
0,84
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
€
13,44
€
-0,14
€
6,54
€
9,37
pagina 55 van 66
1. Algemeen De netto exploitatiekosten van BsGW worden gedragen door de deelnemers in BsGW. Om deze kosten over de deelnemers te verdelen, maakt BsGW gebruik van een methodiek waarbij de kosten toegerekend worden aan producten van dienstverlening, aansluitend op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. BsGW functioneert als een kostenbesparende uitvoeringsorganisatie voor haar deelnemers. Daarom is een efficiënte procesinrichting en een geoptimaliseerde applicatiearchitectuur essentieel. De gegevensverwerkende processen worden hiertoe voor alle deelnemers integraal uitgevoerd en hebben een hoge automatiseringsgraad. Kosten worden niet product specifiek gemaakt en kosteninformatie is als gevolg hiervan niet per belastingsoort beschikbaar. De kosten van activiteiten op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals de ondersteuning van het personeel) worden als apart product inzichtelijk gemaakt, omwille van een betere sturing, controle en beheersing van deze kosten. Het doorbelasten van deze kosten, via allerlei verdeelsleutels, aan de primaire producten zou alleen maar leiden tot een vertroebeling van het inzicht in de kosten van de primaire producten. De aard van deze kosten maakt namelijk dat ze niet te splitsen zijn naar de primaire processen. 2.
De methodiek van kostenverdeling De basis van de kostenverdeling wordt gevormd door een reële en transparante begrotingsopzet. Het noodzakelijke inzicht om te komen tot een pragmatische en voor de deelnemers eerlijke toerekening van kosten wordt verkregen door gebruik te maken van een kostenplaatsenstructuur die aansluit op de procesmatige organisatieopzet van BsGW. De kosten worden gebaseerd op de begroting en met behulp van kostenplaatsen toegerekend aan de hoofdprocessen van BsGW. Deze hoofdprocessen zijn uitgedrukt in vijf producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken en Organisatieondersteuning & Ontwikkeling (O&O). Vervolgens worden de kosten met behulp van aparte verdeelsleutels omgeslagen naar een eenheidstarief per product van dienstverlening. De processen voor waterschap en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. Het hanteren van eenheidstarieven is, gezien de overlap van de processen en integrale wijze van uitvoering van de processen gerechtvaardigd. Belastingen die niet passen in de integrale uitvoeringswijze van BsGW worden aangemerkt als exoot.
In de uitvoeringsregeling van BsGW worden de standaard belastingsoorten en de afwijkende belastingsoorten (de zogenaamde exoten) die hiervoor in aanmerking komen apart genoemd. Indien een exoot in de samenwerking ingebracht wordt dan dient via een (financiele) analyse bepaald te worden of de gangbare methodiek van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend moeten worden. Vanaf 2012 voert BsGW de parkeerbelasting uit voor enkele gemeenten. Omdat parkeerbelasting in eerste instantie was aangemerkt als exoot, werd dit uitgevoerd via een pilot. De uitkomst hiervan was dat de directe activiteiten die BsGW moet uitvoeren voor de parkeerbelasting voor het overgrote deel specifiek van aard zijn en uitsluitend gericht zijn op een adequate uitvoering van deze taak voor de betreffende gemeente. De directe activiteiten kunnen niet geïntegreerd worden in de regu-
Ontwerpbegroting BsGW 2022 en ontwerp MJR 2022-2026
pagina 56 van 66