Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Commissie Middelen van 13 april 2021
1 2.a
Opening 20.45 uur Vaststellen concept besluitenlijst Middelen d.d. 30-3-2021 Concept Besluitenlijst raadscommissie 30 maart 2021 Middelen.docx
2.b
Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 20-3 en 30-3-2021) Toezeggingen afgedaan tussen 20-3 en 30-3-2021.pdf
2.c 2.d 3
Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Terugkoppeling vanuit verbonden partijen BsGW Ontwerpbegroting 2022 - meerjarenraming 2022-2026 - Kadernota 2022; Gemeenteblad 2021/26 20.55 - 21.45 uur Weth. Houben Mw. Joosten Raadsvoorstel 26 BsGW Zienswijze ontwerpbegroting 2022, ontwerp meerjarenbegroting 2022 -2026, kadernota 2022.docx Raadsvoorstel 26 (bijlage) Brief aan de raad nr. 26.pdf Raadsvoorstel 26 (bijlage) Zienswijze begroting 2022 en meerjarenbegroting 2022 - 2026 BsGW.docx
4
Sluiting 21.45 uur
2.a Vaststellen concept besluitenlijst Middelen d.d. 30-3-2021 1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 30 maart 2021 Middelen.docx
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE MIDDELEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 30 MAART 2021 OM 21:50 UUR VIA VIDEOPLATFORM ZOOM
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 30 maart 2021
Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op dinsdag 30 maart 2021 om 21:50 uur via videoplatform ZOOM. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 2
AANWEZIG COMMISSIE MIDDELEN: Voorzitter:
Dhr. J. Janssen (PAK)
Burger-commissieleden:
Dhr. F.W. Podbregar (BBB Lijst Palmen) toehoorder Dhr. A. van der Linden (PAK) Dhr. D.H.M. Nowacki (PvdA) Mw. V.J.G.M. Braam (PvdA) toehoorder Dhr. R.J.A. Claessens (BBB Lijst Palmen) Dhr. F.G. Joosten (VVD) Mw. M. Janssen (BCD) Dhr. T.R.G. Lurken (SP) Dhr. J.W.G. Scheffers (Lijst Borger) Dhr. C.R.M. Claus (CDA) Dhr. H.J. Janssen (agendapunt 2c en 3) Mw. M. Reuling-Zinken (plv. griffier) Dhr. Kavesek (agendapunt 3) Geen Geen
Raadsleden:
College: Notulist: Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten:
Link beelden: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 2 https://www.youtube.com/channel/UCpajwzIW4WFXBjk3uiA39_A Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 21:50 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijsten commissie Middelen d.d. 1-12-2020 De besluitenlijsten van de commissie Middelen van 1 december 2020 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 6-3-2021 en 19-3-2021) De toezeggingenlijst met nummers 9 en 7 (2021); 103, 96, 27, 26, 25, 20, 19 en 18 (2020); 26 en 9 (2019) en 52 (2018) is akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht informeert wethouder Janssen over ISD BOL; de berichtgeving in de media over IKL en project Weller en IKL in Brunssum en het initiatief om tram van Zuid Limburgse Stoomtrein Maatschappij terug te krijgen in Brunssum. In het kader van de passieve informatieplicht zijn geen vragen gesteld door raadsfracties. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Er is geen terugkoppeling vanuit een gemeenschappelijke regeling Agendapunt 3: Controleprotocol 2020; Gemeenteblad 2021/28 Wethouder Janssen, plaatsvervanger voor de heer Houben, geeft een toelichting en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door de heer Kavsek.
De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: Het Controleprotocol accountantscontrole jaarrekening 2020 en het Controleprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet gemeente Brunssum 2020 vast te stellen. 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 30 maart 2021
De commissie adviseert unaniem het voorstel als "Akkoordstuk" te behandelen in de raad. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 22:12 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 30 maart 2021
2.b Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 20-3 en 30-3-2021) 1 Toezeggingen afgedaan tussen 20-3 en 30-3-2021.pdf
Onderwerp resultaten Streetwise
Datum toezegging Nummer Portefeuillehouder 23-9-2020 62 de Rijck
Datum reactie Afgedaan 23-3-2021 Ja
3 BsGW Ontwerpbegroting 2022 - meerjarenraming 2022-2026 - Kadernota 2022; Gemeenteblad 2021/26 1 Raadsvoorstel 26 BsGW Zienswijze ontwerpbegroting 2022, ontwerp meerjarenbegroting 2022 -2026, kadernota 2022.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder
: : : :
23 maart 2021 1060237 2021/26 Financiën en control
: J. Joosten : 045-5278480 jacqueline.joosten@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1060237 Portefeuillehouder : P.M.J. Houben Raadsverg. d.d. : 25 mei 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Zienswijze ontwerpbegroting 2022 en ontwerp meerjarenbegroting 2022 -2026 en aanbieden kadernota 2022 van de BsGW 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding In de brief van 11 februari 2021 (brief aan de raad nr. 6) biedt de BsGW de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2022-2026 aan de raad aan. Het dagelijks bestuur van de BsGW heeft deze stukken in ontwerp vastgesteld. De BsGW verzoekt aan de raad om uiterlijk 31 mei 2021 een zienswijze aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Gelijktijdig ontvangt de raad ook de kadernota 2022 van de BsGW ter kennisname (brief aan de raad nr.6). b. Huidige situatie/probleemstelling Kadernota 2022 De kadernota is 18 dec. 2020 door het bestuur van de BsGW vastgesteld en geeft de financiële en beleidsmatige kaders aan voor de begroting 2022. Ontwerpbegroting 2022 en ontwerpmeerjarenbegroting 2022-2026 Basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de begroting 2021. De bijdrage 2022 gaat voor Brunssum € 466.889 bedragen (blz. 40 begr. BsGW). Dit betekent een stijging van € 53.079 ten opzichte van 2021.
Op de volgende onderdelen stijgen de kosten van de BsGW: Indexering salariskosten 2,2 % Indexering goederen en diensten 2 % Proceskostenvergoeding Regieportaal
€ 298.000 € 130.000 € 960.000 € 333.000 € 1.721.000 toename ten opzichte van 2021
Indexering De BsGW baseert de indexering loonkosten op de ontwikkeling van de loonvoet sector overheid van het Centraal Planbureau. Voor de indexering van goederen en diensten gaat de BsGW uit van de Consumenten Prijsindex van het Centraal Planbureau.
1 van 4
Proceskosten In de begroting 2022 wordt rekening gehouden met een verdere stijging van de proceskosten naar € 3.000.000. Dit is gebaseerd op de stijging van de proceskosten in 2020 naar € 2.700.000 (voorlopige jaarcijfers 2020). In 2020 is sprake van een toename van het aantal bezwaarschriften met 50%. Oorzaken hiervan zijn de stijgingen van de WOZwaardes ten opzichte van 2019 en de geïntensiveerde wervingscampagnes van No Cure No Pay -bureaus. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Ook voor 2021 en volgende jaren wordt verwacht dat deze toename van de bezwaarschriften zich voort zal zetten. Regieportaal In de afgelopen jaren is gestart met het omzetten van inhoud in m3 naar oppervlakte in m2 van WOZ-objecten. In de loop van 2021 zal van alle woningen de gebruiksoppervlakte in m2 zijn vastgelegd. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. Om dit te kunnen doen wordt een regieportaal aangeschaft voor het op uniforme wijze aanleveren en uitwisselen van gegevens. De BsGW voert namens de gemeenten de regie van de beheerfase. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen stijgt met 140.000 naar 1.330.000. Deze stijging wordt doorberekend in de jaarlijkse bijdrage aan de BsGW. Voor Brunssum is dit in 2022 € 3.057. 3. Gewenste situatie (WAT?) a.
Wat willen we bereiken? Doel van het raadsvoorstel is de raad de gelegenheid bieden om een gemotiveerde zienswijze te geven op de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2026 van de BsGW. Doel van de samenwerking met de BsGW is het opleggen en innen van de gemeentelijke belastingen. b. Kaders Het betreft uitvoering van werkzaamheden voor de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen. Kaders worden aangegeven door de Wet Gemeenschappelijke regelingen en de GR BsGW c. Argumenten en overwegingen Overeenkomstig artikel 23 van de Gemeenschappelijke regeling van de BsGW ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemende waterschap jaarlijks de ontwerpbegroting en -meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover naar voren te brengen. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet gemeenschappelijke regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemende waterschap vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders. De raad ontvangt de kadernota van de BsGW ter informatie. d. Opties en keuze De raad heeft de mogelijkheid om een zienswijze af te geven over de begroting van de BsGW.
De raad wordt voorgesteld om een positieve zienswijze af te geven maar niet akkoord te gaan met de post onvoorzien en het aanhouden van een bedrag voor proceskosten als onderdeel van het weerstandsvermogen. De stijging van de begroting 2022 wordt voor een groot deel veroorzaakt door een verdere toename van de proceskosten. De BsGW heeft hier echter weinig invloed op. De BsGW heeft in het afgelopen jaar inspanningen verricht om een stijging van de proceskosten te voorkomen te weten: Haagse lobby gestart, invoeren flitsbezwaarprocedure, is het eenvoudiger gemaakt bezwaar in te dienen via mijnBsGW, vindt er jaarlijks een mediacampagne plaats voor het versturen van de WOZ-aanslag, is de kwaliteit van databestanden verbeterd, is het combibiljet verbeterd in 2021 en wordt ingezet op een betere communicatie met burgers en bedrijven. Aangezien de proceskosten in de begroting 2022 worden verhoogd naar 3.000.000 is het niet noodzakelijk om daarnaast een post onvoorzien te ramen en bij de berekening van het weerstandsvermogen ook rekening te houden met een bedrag van € 250.000 voor proceskosten (pag. 63 ontwerpbegroting 2022). De zienswijze is afgestemd met de gemeenten in Parkstad. Ook zij zijn van mening dat het onnodig is om een post onvoorzien aan te houden en in de berekening van het weerstandsvermogen rekening te houden met proceskosten.
De BsGW wordt op de hoogte gebracht met bijgevoegde antwoordbrief. 4. Bijlagen Zaaknummer 1056008 brief aan de raad nr. 6 ontwerpbegroting 2022, meerjarenbegroting 2022 - 2026 BsGW en
2 van 4
kadernota 2022 (incl. oplegnotitie AB) Brief met zienswijze aan BsGW nr. 1061774. Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
3 van 4
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/26 Afdeling : Financiën en control Registratiekenmerk : 1060237
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/26; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 maart 2021, afdeling Financiën en control gelet op het bepaalde in Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluit: een positieve zienswijze af te geven op de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerp meerjarenbegroting 2022 -2026 van de BsGW maar niet akkoord te gaan met de post onvoorzien en het weerstandsvermogen en het algemeen bestuur van de BsGW te informeren met bijgevoegde antwoordbrief (verseonnr. 1061774 ).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Voorzitter
griffier
4 van 4
1 Raadsvoorstel 26 (bijlage) Brief aan de raad nr. 26.pdf
BsGW
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297
Aan het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten
BS21.0286 1
Telefoonnummer:
Bijlage(n):
E-mail:
Bedrijfsvoering/P&C V. Heijmans-van Birgelen 06-22993395 v.heijmans@bsgw.nl@bsgw.nl
Onderwerp:
Kadernota 2022
Datum:
23-02-2021
Uw kenmerk:
Afdeling:
Uw brief van:
Behandeld door:
Ons kenmerk:
Geachte Raad, geacht bestuur, Hierbij bieden wij u de kadernota 2022 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen bestuur van het deelnemend waterschap vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In haar besluit d.d. 24-09-2015 heeft het bestuur van BsGW besloten de vastgestelde kadernota 2021 gelijktijdig met de ontwerpbegroting 2022 en ontwerp-meerjarenraming 2022-2026 te verzenden aan de deelnemers. Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 23-02-2021
N.M.J.G. Lebens, directeur
M.H.E. Pelzer, voorzitter
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband van 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg. BsGW voert namens deze deelnemers de heffing en inning van lokale belastingen uit. Ook stelt BsGW in de deelnemende gemeenten de WOZ-waarden vast.
BsGW
Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 E: info@bsgw.nl W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297
Aan het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten
Uw kenmerk:
Afdeling:
Uw brief van:
Behandeld door:
Ons kenmerk:
BS21.0285
Telefoonnummer:
Bijlage(n):
2
E-mail:
Onderwerp:
Ontwerpbegroting 2022 en ontwerp- Datum: meerjarenraming 2022-2026
Bedrijfsvoering/P&C V. Heijmans-van Birgelen 06-22993395 v.heijmans@bsgw.nl 11 februari 2021
Geacht Bestuur, geachte Raad, Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting 2022 en de ontwerp-meerjarenraming 2022-2026 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. In haar vergadering van 11 februari 2021 heeft het dagelijks bestuur van BsGW de begroting 2022 + de meerjarenraming 2022-2026 in ontwerp vastgesteld. Overeenkomstig artikel 24 van de Gemeenschappelijke Regeling van BsGW ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en de algemene besturen van de deelnemende waterschappen deze ontwerpbegroting en -meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover naar voren te brengen. Wij verzoeken u hierbij uw zienswijze uiterlijk 31 mei aan het dagelijks bestuur kenbaar te maken. Na kennis te hebben genomen van uw zienswijze zal het dagelijks bestuur van BsGW de begroting en meerjarenraming aanbieden ter vaststelling aan het algemeen bestuur in haar vergadering van 24 juni 2021.
Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting en meerjarenraming aan de raden van de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Mook en Middelaar, Meerssen, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal, Weert en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg. Het dagelijks bestuur zendt de definitief vastgestelde begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 vóór 15 juli 2021 aan Gedeputeerde Staten.
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen is een zelfstandig samenwerkingsverband voor heffing en inning van gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen en voor uitvoering van de wet WOZ. BsGW verzorgt de uitvoering van deze taken voor 29 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg.
Het Dagelijks Bestuur BsGW
Roermond, 11-02-2021
N.M.J.G. Lebens, directeur
M.H.E. Pelzer, voorzitter
-2-
Kadernota Begroting BsGW 2022 Meerjarenraming 2022-2026
Versie 0.5 November 2020
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .........................................................................................................................3 1. Inleiding ...............................................................................................................................4 1.
Samenvatting ....................................................................................................................5
2.
Uitgangspunten en (nog in te nemen) standpunten Bestuur ....................................................8 2.1 Uitgangspunten ............................................................................................................8 2.2 Rekenuitgangspunten ...................................................................................................9 2.3 Formatieplan ............................................................................................................. 10
3.
Kostenverdeelmethode ..................................................................................................... 12
4.
Weerstandsvermogen en risico-analyse .............................................................................. 13
5.
Ontwikkelingen ................................................................................................................ 14 5.1 Zekere ontwikkelingen ................................................................................................ 14 Loonontwikkeling ............................................................................................................. 14 Indexering goederen en diensten ....................................................................................... 14 Proceskosten ................................................................................................................... 15 Stimuleringsregeling ........................................................................................................ 16 Waarderen op gebruiksoppervlakte: project ........................................................................ 16 Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase ................................................................... 16 Visie op dienstverlening .................................................................................................... 18 Informatievoorziening en ICT ............................................................................................ 18 Standaardisatie ...............................................................................................................
19 5.2 Mogelijke ontwikkelingen............................................................................................. 21 Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 ..................................................................................... 21 Voortgang implementatie Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister ... 22 Lagere opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente..................................................... 23 Verruiming gemeentelijk belastinggebied ............................................................................ 24 Omgevingswet................................................................................................................. 24 Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW...................................................................... 24 Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) ............................................................ 25 Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel ....................................... 25 Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde .................................................................. 26 Vergroening belastingen ................................................................................................... 26 Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB .....................................................
27 Archiefwet ...................................................................................................................... 27
6.
Investeringen .................................................................................................................. 29
7.
Financieel meerjarenperspectief ......................................................................................... 30 7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers .............................................. 30 7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 ............................................................................ 32
Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode ................................................................. 33
pagina 3 van 33
1. Inleiding Deze kadernota is opgesteld ter voorbereiding op de begroting 2022 en de meerjarenbegroting 20222026 van BsGW. Hierin worden de uitgangspunten, standpunten van het bestuur, de financiële en nietfinanciële ontwikkelingen geschetst, welke mogelijk van invloed zijn op de bedrijfsvoering van BsGW voor de jaren 2022 en verder. Op basis van deze nota stelt het bestuur de kaders vast voor de bedrijfsvoering en daarmee voor de begrote netto kosten. Leeswijzer: Hoofdstuk 1 bevat de samenvatting van deze kadernota. In de erop volgende hoofdstukken 3 tot en met 9 wordt nader ingegaan op de details. Hoofdstuk 2 tot en met 4 bevatten de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022–2026, inclusief de standpunten die zijn ingenomen door het bestuur. Daarnaast wordt hierin de kostenverdeelsystematiek toegelicht, naast het proces om te komen tot een afdoende weerstandsvermogen. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens ingegaan op de zekere en mogelijke ontwikkelingen die effect kunnen hebben op de begroting. Hoofdstuk 6 bevat het meerjaren investeringsprogramma. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de (voorlopige) financiële effecten waar mogelijk voor het jaar 2022 zichtbaar gemaakt.
pagina 4 van 33
1. Samenvatting Door wijzigingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZ-bureaus om namens de burger bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde,
waarbij
deze
bureaus
de
tegemoetkoming
van
de
proceskosten
krijgen.
De
ontwikkelingen met betrekking tot de hausse aan proceskosten, waarmee BsGW sinds 2014 wordt geconfronteerd, blijft nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het aantal ingediende bezwaren neemt nog steeds toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een WOZ-bureau of andere gemachtigden. Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt deze post voor 2022 (en verdere jaren) opgehoogd naar € 3 miljoen. Ten tijde van het schrijven van deze kadernota zitten we nog middenin de pandemie van COVID-19. Afhankelijk van het te nemen beleid van de deelnemers in 2020 en 2021 zal dit al dan niet financieel effect hebben op de meerjarenbegroting 2022-2026. Ten aanzien van ICT maakt BsGW deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact heeft op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze
ontwikkelingen
Gemeentelijke
afgestemd
te
Gemeenschappelijke
worden.
De
Infrastructuur
Generieke
Digitale
(GGI)
Common
en
Infrastructuur Ground
zijn
(GDI),
de
dergelijke
ontwikkelingen, die door BsGW nadrukkelijk zullen worden gevolgd en heeft waar mogelijk en zinvol een plaats in de ontwikkelde I-visie. Deze I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Enkele belangrijke pijlers hiervan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een Europese aanbesteding. Standaardisatie is strategisch voor BsGW van groot belang. Hoewel er geen directe relatie is met het Ondernemings- en ontwikkelingsplan 2018-2020, kan standaardisatie wel een succesfactor zijn, maar is niet de enige en zeker geen kritieke succesfactor. Daarnaast wordt er ook ingezet op interne standaardisatie. Op dit moment zijn er veel varianten die als heffingsgrondslag voor de verschillende belastingsoorten gelden. Dit maakt het inrichten van de processen, inclusief automatisering hieromheen, ingewikkeld. Maatwerk, work-arounds en meer zijn hiervoor nodig. Zeker gezien de fase van ontwikkeling waarin de organisatie
zich
nu
objectenregistratie,
bevindt
zoals
landelijke
de
I-visie,
voorzieningen,
zaken
als
een
gegevensuitwisseling
maar
ook
en
meer
samenhangende vragen
om
standaardisatie. Bovendien gaat BsGW een aanbesteding van haar belastingpakket tegemoet. Hiervoor dient een gedegen pakket van eisen te worden opgesteld en is standaardisatie gewenst. Ten tijde van het opstellen van deze kadernota loopt de discussie op bestuurlijk niveau om te bezien welke mogelijkheden er zijn om te komen tot standaardisatie, uiteraard met behoud van de eigen beleidsvrijheid van de deelnemers.
pagina 5 van 33
Daarnaast kent BsGW het project Ondernemings- en ontwikkelplan BsGW 2018-2020. De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. Dit project raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW niet en vormen daarmee geen onderdeel van deze kadernota. Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. Hiervoor zullen de deelnemers jaarlijks een WOZ-mutatiedetectie (laten) uitvoeren. Daarnaast willen deelnemers, gegevenshuizen en BsGW gaan werken met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Namens de keten heeft BsGW de regie op zich genomen voor het aanschaffen van dit portaal.
In de begroting 2022 is hiervoor € 333 duizend per jaar opgenomen, vooralsnog tot en met 2024, aangezien de verwachte landelijke ingangsdatum van de samenhangende objectenregistratie SOR is gesteld op 1-1-2025. Vooralsnog is het niet bekend waar en hoe de SOR belegd zal worden in de keten. Deze ontwikkeling heeft mogelijk financiële gevolgen voor de meerjarenbegroting van BsGW. Afhankelijk van het besluit hierover heeft dit gevolgen voor de meerjarenbegroting van BsGW. BsGW heeft inmiddels voorbereidingen gestart, naast bovenstaande beheerfase, ter voorbereiding van deze voorgenomen wettelijke verplichting. Financieel effect kadernota 2022 Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is dan ook altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Echter om een verantwoorde bedrijfsvoering te kunnen borgen, zijn de grenzen van bezuinigingen (vooralsnog) bereikt. In voorliggende kadernota 2022 zijn derhalve de loonindexering en indexering goederen en diensten opgenomen.
Uiteraard geldt dat BsGW een sobere en doelmatige begroting en meerjarenraming opstelt met als aanvullend uitgangspunt dat tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk worden voorkomen. Gezien de toename van het aantal WOZ-bezwaren (ook landelijk) en met name het feit dat burgers en bedrijven in toenemende mate bezwaar maken via een WOZ-bureau, is rekening gehouden met hogere proceskosten voor 2022 (en latere jaren). Tot slot is BsGW gevraagd de regie te nemen namens de deelnemers voor de beheerfase waarderen op gebruikersoppervlakte. De vaste, structurele lasten hiervan, bestaande uit de aanschaf van een regieportaal voor en namens de gehele keten, worden niet separaat afgerekend met de deelnemers maar opgenomen in de begroting 2022 (en verdere jaren).
pagina 6 van 33
De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: •
Loonindexering € 403 duizend;
•
Indexering goederen en diensten € 150 duizend;
•
Proceskostenvergoeding € 960 duizend;
•
Regieportaal € 333 duizend.
Afhankelijk van de bestuurlijk vast te stellen kaders voor bedrijfsvoering, kunnen de netto kosten voor de begroting 2022 wijzigen. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een jaarlijks bij het opstellen van de begroting uitgevoerde risicoanalyse. Zo kan bepaald worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 zal BsGW begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uitvoeren. De uitkomst hiervan is onderdeel van de begroting 2022.
pagina 7 van 33
2. Uitgangspunten en (nog in te nemen) standpunten Bestuur 2.1 Uitgangspunten 1. Een minimale, maar wel realistisch onderbouwde begroting waarmee BsGW invulling geeft aan de doelstelling om de bijdragen van de deelnemers zo laag mogelijk te houden. 2. Financiële consequenties van zekere ontwikkelingen en bestuursbesluiten worden in de begroting meegenomen. Zekere ontwikkelingen, waarvan de (financiële) effecten nog een mate van onzekerheid hebben, worden eveneens zo veel mogelijk gekwantificeerd. Mogelijke ontwikkelingen worden alleen voor zover dat is in te schatten in de begroting meegenomen. Voor zover deze mogelijke ontwikkelingen niet zijn in te schatten, worden deze pas in de (gewijzigde) begroting opgenomen zodra de desbetreffende ontwikkeling is geformaliseerd en de financiële consequenties kunnen worden vastgesteld. 3. De kaders voor de begroting van BsGW worden meer dan een jaar voor het eigenlijke begrotingsjaar opgesteld en aangeboden aan het bestuur. In deze periode kunnen zich afwijkingen voordoen van de in de kadernota en begroting opgenomen rekenuitgangspunten, dan wel onvoorziene ontwikkelingen die onafwendbaar dan wel onuitstelbaar zijn. Om eventuele, niet voorziene ontwikkelingen op te kunnen vangen, en zo tussentijdse begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk te voorkomen, is de post onvoorzien opgevoerd in de begroting van BsGW. 4.
Als basis voor de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW dient de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025. 5. De indexering voor loonontwikkeling en de indexering goederen en diensten is gebaseerd op de meest actuele, (meerjaren)gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB), respectievelijk de loonvoet sector overheid en de Consumenten Prijsindex (CPI). De in de kadernota opgenomen indexering benadert daarmee zo veel als mogelijk de realiteit. 6. Een jaarlijkse risicoanalyse maakt onderdeel uit van de begroting, waarbij wordt getoetst of het weerstandsvermogen toereikend is om de geïdentificeerde risico’s te kunnen afdekken. 7. Het ondernemingsplan BsGW 2018-2020 en de wijze van financiering hiervan, is vastgesteld door het algemeen bestuur van BsGW in de AB-vergadering van 14-12-2017. De uitvoering van dit ondernemingsplan en ontwikkelingsplan (OOP) is een separaat traject en behoort niet tot de reguliere bedrijfsvoering van BsGW. Het ondernemingsplan raakt de begroting 2022 en meerjarenraming 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota. De taakstellende formatiereductie die BsGW zich heeft gesteld in het OOP zal vanaf 2028 tot uiting komen in lagere bijdragen voor de deelnemers. 8.
BsGW is namens de gemeenten gevraagd om de regie van de beheerfase waarderen op gebruiksoppervlakte te voeren. De kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn in de begroting opgenomen en zullen op de gebruikelijke wijze via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten.
pagina 8 van 33
9. De gewijzigde kostenverdeelmethodiek wordt gehanteerd zoals die is vastgesteld in het AB van 25 juni 2020, waarbij de WOZ-proceskosten voor 100% aan het product Waarderen worden toebedeeld en de beheerkosten GDI worden verdeeld conform de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap.
2.2 Rekenuitgangspunten In de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026 wordt gerekend met de volgende rekenuitgangspunten: Rekenuitgangspunten
2022
2023
2024
2025
2026
A
indexering salariskosten
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
2,2%
B
indexering goederen en diensten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
C
indexering opbrengsten
0%
0%
0%
0%
0%
D
rente kredieten / leningen lang
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
0,5%
E
reserves en voorzieningen
F
afschrijvingstermijn 5 jaar
5 jaar
5 jaar
5 jaar
jaarlijkse actualisering
automatisering
G
5 jaar
inventaris
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
10 jaar
immateriele activa
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
< 5 jaar
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
1,4%
onvoorzien
a) Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. b) Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering die ICT-leveranciers hanteren. c)
Indexering opbrengsten De opbrengsten van BsGW worden niet geïndexeerd. De bankrente, opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente worden realistisch geraamd.
d) Rente kredieten/leningen lang
pagina 9 van 33
Investeringen worden, indien nodig, afgedekt via financiering gelijk aan de afschrijvingstermijn, meestal 5 jaar. Voor de jaren 2022-2026 wordt een interne rekenrente van 0,5% gehanteerd. e) Reserves en voorzieningen Jaarlijks wordt op basis van de risicoanalyse het benodigde weerstandsvermogen berekend. Op basis hiervan wordt het al gevormde vermogen aangevuld of afgeroomd. Voor voorzieningen geldt een jaarlijkse actualisering van doel en benodigde omvang. f)
Afschrijvingstermijn Voor
activa
die
gedurende
het
lopende
jaar
in
gebruik
worden
genomen,
start
de
afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. g) Onvoorzien Het budget onvoorzien wordt gesteld op 1,4% van het bruto-begrotingstotaal.
2.3 Formatieplan Onderstaande tabel toont het formatieplan van BsGW 2011 – 2026: Formatie in historisch perspectief
2011
2012
Startformatie BsGW
77,0
77,0
77,0
85,6
Integratie WOZ-waardebepaling Venlo
2017 2018-2020 2021-2024
2025
2026
140,8
140,8
140,8
16,0 77,0
85,6
123,3
123,3
77,0
85,6
123,3
146,3
146,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,1
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
160,3
77,0
85,6
123,3
146,3
160,1
160,1
160,3
160,3
160,8
23,0
Toetreders 2015
13,8
Parkeerbelasting
0,2
Uitbreiding dienstverlening Formatie BsGW
2026
85,6
Toetreders 2014, 1 biljet
Formatie BsGW
2025
2,5
Inbesteding taken
Formatie BsGW
2016
19,1
Parkeerbelasting
Formatie BsGW
2015
3,5
Toetreders 2013
Formatie BsGW
2014
5,1
Toetreders 2012 Formatie BsGW
2013
0,5 160,8
Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP)
-20,0
Totaal
140,8
In deze kadernota wordt geen rekening gehouden met eventuele toekomstige nieuwe toetreders dan wel nieuwe belastingen of (belasting gerelateerde) producten. Het formatieplan blijft op het niveau van 2020 met 160,8 fte. Verder committeert BsGW zich conform het Ondernemingsplan aan een taakstellende kostenreductie van € 1,3 miljoen, vooralsnog weergegeven in bovenstaande tabel als een formatiereductie van 20 fte. Deze taakstelling wordt uiterlijk 7 jaar na start van de beschreven doorontwikkeling gerealiseerd (AB 14-12-2017). Het formatieplan zal hiermee uiterlijk 31-12-2024 uitkomen op 140,8 fte. De formatieve gevolgen, minder menskracht en maatwerk, zijn onderdeel van het eindresultaat dat middels het Ondernemingsplan is gesteld. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW heeft, naast de reguliere bedrijfsvoering, een separaat traject uitgevoerd, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen gestabiliseerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd.
pagina 10 van 33
Herijking binnen BsGW heeft fundamenteel ingegrepen in de huidige structuur en werkwijze. Tegelijkertijd was actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. De dekking
voor deze
investering
wordt
gevonden in
de
op
termijn
te realiseren
structurele
formatiereductie en daarmee lagere netto-kosten. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers. Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Uitgegaan wordt van het meest voorzichtige scenario (AB 14-12-2017). Een
deel
van
de
efficiencyverbetering
ontwikkelingen
op
het
heeft
jaar
2020
voor
het
gebied
van
vertraging
automatisering, opgelopen
als
digitalisering gevolg
van
en
extra
werkzaamheden en het aanpassen van werkwijzen in verband met het coronavirus. Het in stand houden van een adequate bedrijfsvoering binnen BsGW speelt hierbij ook een belangrijke rol.
pagina 11 van 33
3. Kostenverdeelmethode De processen voor waterschappen en gemeenten overlappen elkaar in grote mate en de benodigde basisgegevens worden gelijktijdig voor alle deelnemers opgebouwd. Omdat BsGW de processen voor alle belastingsoorten integraal uitvoert, zijn de daarmee samenhangende kosten zodanig met elkaar verweven dat kosten niet per belastingsoort gedifferentieerd kunnen worden. De uitvoeringskosten van de productieprocessen worden om die reden toegerekend aan eenduidige, herkenbare hoofdprocessen, in overeenstemming met de organisatieopzet van BsGW. BsGW heeft haar processen uitgedrukt in 4 primaire producten van dienstverlening: Heffen, Waarderen, Innen, Klantzaken. De verdeling van deze kosten over de deelnemers gebeurt hierna met behulp van eenheidstarieven per product van dienstverlening. De kosten van de activiteiten en processen op BsGW-niveau die dienen ter ondersteuning van de organisatie als geheel (zoals ICT, de ondersteuning van het personeel en de ontwikkeling van BsGW) worden eveneens als apart product inzichtelijk gemaakt. Deze kosten zijn, zonder arbitraire verdeelsleutels, niet te splitsen naar de primaire processen en worden daarom verdeeld naar rato van het aandeel dat de deelnemers hebben in de kosten van de (sub)producten.
Wanneer belastingsoorten die afwijken van de standaardbelastingsoorten van BsGW (de zogenaamde exoten) worden ingebracht in de samenwerking, wordt via een (financiële) analyse bepaald of de gangbare methode van kostenverdeling van toepassing kan zijn, of dat de kosten apart doorberekend kunnen worden. Sinds 2014 kent BsGW 1 sub-product (exoot): Parkeerbelasting. Daarnaast kent BsGW vanaf 2020 het sub-product GDI, waarbij de kosten volgens de verdeelsleutel 40% gemeenten en 60% Waterschap worden omgeslagen (AB, 25 juni 2020). Fixeren productieaantallen ten behoeve van vaststellen verdeelsleutels De verdeelsleutels voor de kosten van de primaire processen zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers: aanslagbiljetten, aanslagregels, gemeentelijke WOZ-objecten en klantcontacten. De niet-reguliere belastingsoort Parkeerheffing wordt apart met de deelnemers afgerekend. Als verdeelsleutel geldt hierbij het aantal aanslagregels. De kosten uit hoofde van GDI worden op basis van het aandeel in de kosten Ondersteuning & Ontwikkeling verdeeld, waarbij de totale verdeling zich verhoudt tot 40% gemeenten en 60% Waterschap Limburg (AB 25 juni 2020). De bijdrage per deelnemer dient een bestendige lijn te laten zien.
Een jaarlijks schommelende bijdrage is voor de deelnemers niet gewenst en zou ook een verkeerde verwachting scheppen bij de toetredingsvoorstellen over de te betalen bijdrage en per saldo te behalen voordeel in de toekomst. Afgesproken is de aantallen die als verdeelsleutels gehanteerd worden bij de bijdragebepaling, als ook de opzet van de kostenverdeelmethode te fixeren. Alleen een wezenlijke, substantiële wijziging van belastingsoorten, kan invloed hebben op de opzet van de kostenverdeelmethode. In de tabel in de bijlage 1 worden de productenaantallen per deelnemer weergegeven, zoals deze als verdeelsleutel zijn opgenomen in de kostenverdeelmethode, conform de onafhankelijk uitgevoerde nulmeting voorafgaand aan de toetreding.
pagina 12 van 33
4. Weerstandsvermogen en risico-analyse Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming bij de verzelfstandiging van BsGW, gebaseerd op een risicoanalyse volgens de beproefde systematiek van de gemeente Venlo. De founding fathers Waterschap Limburg en de gemeente Venlo hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385.000, -. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument bij oprichting en als zodanig vastgesteld door de founding fathers1. De
risicoanalyse
wordt
jaarlijks
uitgevoerd
zodat
bepaald
kan
worden
of
het
berekende
weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2022 voert BsGW eind 2020/begin 2021 opnieuw een risicoanalyse uit. De uitkomst hiervan is onderdeel van de begroting 2022. De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen en wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 1,0 duidt op een kwetsbare financiële positie, omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken.
1
zie paragraaf 7.4.1 Opbouw weerstandsreserve BsGW uit bestuursdocument ‘Oprichting Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen’ van ConQuaestor, versie 1.0 d.d. 25-01-2011
pagina 13 van 33
5. Ontwikkelingen Er doen zich de komende jaren ontwikkelingen voor die invloed hebben op de bedrijfsvoering van BsGW. Voor het opstellen van de begroting is het van belang om onderscheid te maken in de volgende twee categorieën toekomstige ontwikkelingen: o
Zekere ontwikkelingen Deze ontwikkelingen zijn zeker en/of geformaliseerd via een bestuursbesluit. De financiële consequenties worden verwerkt in de begroting 2022 en de meerjarenraming 20222026. In tegenstelling tot vorige jaren worden ook de financiële effecten die nog een mate van onzekerheid hebben, zoveel mogelijk gekwantificeerd en opgenomen in de (meerjaren)begroting. Dit
om
tussentijdse
begrotingswijzigingen
te
voorkomen
(Proces
tussentijdse
begrotingswijzigingen; DB BsGW 28-02-2019, agendapunt 5b). o
Mogelijke ontwikkelingen Op
het
moment
van
opstellen
van
deze
kadernota zijn
deze
ontwikkelingen
nog
niet
geformaliseerd door een bestuursbesluit of de uitkomsten nog onzeker. Deze ontwikkelingen zullen alleen daar waar dit op redelijkheid kan worden ingeschat, worden meegenomen in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Daar waar deze niet op redelijkheid zijn in te schatten zullen deze pas, wanneer deze zijn geformaliseerd en de (financiële) consequenties zijn vastgesteld, worden opgenomen in de begroting (middels een begrotingswijziging).
5.1 Zekere ontwikkelingen De financiële consequenties, ook waarvan die nog een mate van onzekerheid hebben, van de volgende ontwikkelingen worden verwerkt in de begroting 2022: Loonontwikkeling Indexering salariskosten Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector van de afgelopen 5 jaar (2016-2020) als ook van de afgelopen 3 jaar bedraagt 2,8% (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 september 2020). Vanaf 2021 voorspelt het CPB een trendbreuk van gemiddeld 1,9%. Derhalve is gekozen om de index te houden op 2,2% conform begroting 2021, hetgeen overeenkomt met het 10-jaarsgemiddelde 2016-2026. Indexering goederen en diensten In de begroting 2022-2026 wordt, net als in de begroting 2021, gerekend met een indexering van 2%, gebaseerd op de ontwikkeling van de Consumenten Prijsindex van het CPB van de afgelopen jaren (bron: Centraal Plan Bureau, Macro Economische Verkenning 2021 d.d. september 2020). Hierbij is tevens rekening gehouden met de hogere indexering van ICT-leveranciers.
pagina 14 van 33
Proceskosten Door ontwikkelingen in de wetgeving betreffende de tegemoetkoming in de proceskosten – door het afschaffen van een zogenaamde Fierensdrempel die stelde dat bij minimale waardeverschillen de waarde gehandhaafd diende te blijven – is het sinds 2014 rendabel geworden voor zogenaamde WOZbureaus om namens burgers bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde, waarbij deze bureaus de tegemoetkoming proceskosten kunnen opstrijken. Dit heeft landelijk geresulteerd in een forse stijging van de proceskosten, waarbij er een discrepantie is tussen hoogte van de kostenvergoeding en restitutie van belastingbedragen. Bovendien leggen genoemde bedrijven een onevenredig beslag op tijd van de samenwerkingen, zo ook voor BsGW. Vanaf 2014 ziet ook BsGW zich geconfronteerd met een toename van de WOZ-proceskostenvergoeding. Zie onderstaande tabel:
Ontwikkeling proceskosten BsGW (begroting) Bedragen * € 1.000,2020 2.000
Proceskosten BsGW
2021 2.040
2022 2.081
2020 2021 2.700-3.000
2022
Ontwikkeling proceskosten BsGW (realisatie/prognose) Bedragen * € 1.000,Proceskosten BsGW
2014 595
2015 621
2016 1.167
2017 1.332
2018 1.700
2019 1.500
Hoewel in 2019 een lichte daling te zien was in zowel de ingediende bezwaren als de uitbetaalde proceskostenvergoeding, zien we juist in 2020 een forse stijging. Het aantal ingediende bezwaren steeg met bijna 50% en de bezwaren via een gemachtigde stegen met ruim 75%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met ruim 20% ten opzichte van 2019. De forse stijging in 2020 kan mogelijk verband houden met COVID-19: door de intelligente lockdown hebben meer belastingplichtigen de tijd gehad en genomen om een WOZ-bezwaar in te dienen, al dan niet via een gemachtigdenbureau. Maar ook buiten deze (mogelijk incidentele) piek in 2020, neemt het aantal ingediende bezwaren elk jaar toe. Deze ontwikkeling is ook landelijk zichtbaar, zowel qua toename van het totaal aantal ingediende bezwaren als ook het feit dat steeds meer burgers en bedrijven gebruik maken van een WOZ-bureau of andere gemachtigden. De proceskostenvergoeding in de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021-2025 is ingeschat op € 2,08 miljoen. Gezien bovenstaande ontwikkelingen en het feit dat de tarieven voor de proceskostenvergoeding elk jaar worden verhoogd, wordt in de begroting 2022 rekening gehouden met € 3 miljoen aan proceskostenvergoeding.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft op basis van voornoemde ontwikkelingen een onderzoek ingesteld naar de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de in verband hiermee toegekende kostenvergoedingen met als doel scherp te krijgen in hoeverre de no cure, no pay bureaus juridische procedures bij WOZ-beschikkingen en BPM-aangiftes hoofdzakelijk inzetten als verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum en is in 2019 van start gegaan. Daarnaast ligt er ten tijde van dit schrijven een ontwerpbesluit ten aanzien van een wijziging in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
pagina 15 van 33
Dit ontwerpbesluit verhoogt de proceskostenvergoeding die de burger krijgt als hij met succes een overheidsbesluit aanvecht bij de bestuursrechter. Deze verhoging geldt echter niet bij bezwaren en administratieve beroepen (kwijtschelding). Het gaat om een verhoging van de standaardbedragen met 40%. Ook krijgt de bestuursrechter een explicietere bevoegdheid om een hogere vergoeding toe te kennen dan het standaardbedrag als hij vindt dat de overheid in een concrete zaak evident onredelijk is geweest voor de burger. De wijzigingen leiden (verhoging van de forfaitaire vergoeding) of kúnnen leiden (expliciete bevoegdheid van de bestuursrechter tot toekenning van een boven forfaitaire vergoeding
bij
kennelijk
onredelijk
handelen
van
het
bestuursorgaan)
tot
hogere
proceskostenvergoedingen. Vooralsnog worden geen extra kosten voorzien en wordt derhalve hiermee geen rekening gehouden in de begroting. Op basis van wijzigingen in wet- en regelgeving en recente jurisprudentie vindt steeds een kritische beschouwing plaats van het huidige beleidskader en interne werkinstructies, en worden indien noodzakelijk of wenselijk processen aangepast. Elk kwartaal wordt de actuele stand van zaken weergegeven via een mededeling aan het bestuur, bij de bestuursrapportage. Stimuleringsregeling Vanaf 1-1-2017 is het voor medewerkers vanaf 10 jaar voor hun AOW-leeftijd mogelijk om minder te gaan werken met het oog op strategisch formatiebeheer nu en in de toekomst. De maatregel behelst compensatie salaris en pensioenopbouw tot het moment dat de deelnemende medewerker de AOWgerechtigde leeftijd bereikt en uitstroomt. Medewerkers kunnen gebruik maken van de regeling vanaf 2017 tot en met 2020, waarbij vanuit deze regeling de financiële effecten merkbaar zijn tot de definitieve (pensioen) uitstroom uiterlijk 2029. De stimuleringsregeling wordt budgetneutraal uitgevoerd; deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. In het AB van 8 oktober 2020 is besloten deze regeling niet meer te verlengen. De belangrijkste redenen zijn een versnippering van fte’s, toename van het aantal parttimers naast het feit dat het een kostbare regeling is.
Waarderen op gebruiksoppervlakte: project Vanaf 1 januari 2020 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Voor de transitie van inhoud naar gebruiksoppervlakte hebben de gemeentelijke deelnemers BsGW verzocht de regie van dit project op zich te nemen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis. Dit traject is eind 2021 afgerond. Voor de erop volgende beheerfase, zie hierna. Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase Vanaf 1 januari 2022 is er een verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen. De gebruiksoppervlakte is een authentiek gegeven en wordt door de inliggende gemeenten (of gegevenshuizen) beheerd in de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en het Gegevenshuis.
pagina 16 van 33
Eind 2020 en in de loop van 2021 zal voor steeds meer gemeenten de transitie gereed zijn. Dan start de beheerfase: het bijhouden en actueel houden van de gegevens. In 2020 zijn gemeenten en BsGW in overleg gegaan hoe de beheerfase (feitelijk de voorloper op de samenhangende objectenregistratie SOR, paragraaf 5.2 pagina 27) ingericht dient te worden en hoe het beheer op termijn wordt belegd. Regieportaal Een werkgroep, bestaande uit BAG- en/of contractmanagers van de gemeenten Beek, Beesel, Bergen, Gulpen-Wittem, Roermond, Stein en Valkenburg, Het Gegevenshuis (Landgraaf) en BsGW, heeft onder begeleiding van een externe marktpartij een onderzoek uitgevoerd en unaniem als oplossingsrichting gekozen om te willen gaan werken met een zogenaamd regieportaal. Dit is een applicatie die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeente) als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. De samenhang tussen beide administraties blijft zo kwalitatief op peil, gegevens blijven 1 op 1 lopen en er is realtime inzicht in de verschillende databronnen. Het portaal is dus zowel voor de gemeenten, de op GEO-gebied aan de gemeente gerelateerde samenwerkingsverbanden, als ook voor BsGW van belang en voor alle partijen te benaderen en te gebruiken.
Nut en noodzaak om over dit portaal te beschikken is voor de werkgroepleden evident en staat los van welke positie BsGW, de deelnemende gemeente(n) en de gegevenshuizen in zullen gaan nemen in relatie tot de samenhangende objectenregistratie (SOR). Met betrekking tot de samenhangende objectenregistratie dienen nog bestuurlijke keuzes gemaakt te worden. Totdat de samenhangende objectenregistratie een feit is, dienen de omzettingen naar gebruikersoppervlakte en andere relevante gegevens actueel te worden gehouden en te kunnen worden uitgewisseld tussen de verschillende partijen: de beheerfase. Net als bij het project ‘Waarderen op gebruiksoppervlakte’ voert BsGW de regie van beheerfase uit namens de deelnemers. Dit betreft de periode 2021-2024, de wettelijke ingangsdatum van de SOR is vooralsnog gepland voor 1-1-2025. De totale kosten voor de aanschaf van het regieportaal zijn begroot op € 1 miljoen en zullen (vooralsnog tot en met 2024) worden opgenomen in de (meerjaren)begroting 2022 en via de kostenverdeelmethode worden doorbelast naar de gemeentelijke deelnemers op basis van het aandeel in het totale aantal WOZ-objecten. Mutatiedetectie Voor het in beheer krijgen en houden van de WOZ-administratie is enkel de stroom van bouw- en sloopvergunningen vanuit de gemeenten of gegevenshuizen inmiddels onvoldoende.
Onder andere door vergunningsvrije (en illegale) bouw en sloop en in de toekomst de werking van het omgevingsplan in het kader van de Omgevingswet, zijn andere inwinningstechnieken noodzakelijk geworden. In het project Waarderen op gebruiksoppervlakte is voor elke gemeente eenmalig een WOZ-mutatiedetectie
uitgevoerd.
WOZ-mutatiedetectie
betreft
het
op
basis
van
luchtfoto’s,
obliekfoto’s, de BAG- en de WOZ-administratie inzichtelijk maken welke WOZ-onderdelen opgevoerd en afgevoerd moeten worden in de WOZ-administratie. Deze wijzigingen worden gestructureerd aangeleverd zodat deze automatisch verwerkt kunnen worden in de WOZ-administratie. Het beter
pagina 17 van 33
inzichtelijk hebben van de mutaties door het uitvoeren van de WOZ-mutatiedetectie draagt dan ook bij aan het verbeteren van de WOZ-waardering. Om de gegevens vanuit het project Waarderen op gebruikersoppervlakte actueel te houden dient de WOZ-mutatiedetectie jaarlijks te worden uitgevoerd. De gemeente maakt daarbij de keuze om de WOZ-mutatiedetectie zelf uit (te laten) voeren of door BsGW uit te laten voeren. De WOZmutatiedetectie kan immers het beste uitgevoerd worden samen met de BAG/BGT-mutatiedetectie die enkele gemeenten al jaarlijks laten uitvoeren. Het samenvoegen van de WOZ-mutatiedetectie met de BAG/BGT mutatiedetectie is efficiënt en economisch het voordeligst. Visie op dienstverlening In het Organisatie Ontwikkelplan van BSGW (OOP) is aangegeven dat voor BSGW visie op dienstverlening en een bijbehorend dienstverleningsconcept wordt opgesteld. In de visie geven we aan hoe we via verschillende kanalen onze klanten willen bedienen. Aandachtspunten uit de klantenmonitor worden hierin meegenomen. In 2020 is de Visie op dienstverlening voor belastingplichtigen, inclusief dienstverleningsnormen, vastgesteld. In 2021 wordt, via een afzonderlijk traject, ook een visiedocument opgesteld met betrekking tot de dienstverlening aan deelnemers inclusief dienstverleningsnormen. De eventuele kosten zullen binnen de begroting van BsGW worden opgevangen.
Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is en impact zal krijgen op de bedrijfsvoering van BsGW. De interne processen en informatievoorziening van BsGW dienen op deze ontwikkelingen afgestemd te worden. Onderstaand volgt een toelichting op deze ontwikkelingen: o
Collectieve Infrastructuur Aansluiten bij deze ontwikkeling is alleen maar mogelijk wanneer de organisatie beschikt over een betrouwbare, veilige en robuuste IT-infrastructuur. Ontwikkelingen die hiervoor zorgen zijn: •
De Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)
•
de Gemeentelijke Gemeenschappelijke infrastructuur (GGI)
•
Common Ground
De GDI bestaat uit digitale basisvoorzieningen waarmee overheidsorganisaties hun primaire processen kunnen inrichten. Denk onder meer aan Mijn Overheid Berichtenbox en eHerkenning. Door vanuit de gebruiker te redeneren, wordt in kaart gebracht en onderzocht welke doorontwikkeling van de GDI wenselijk is, hoe regie wordt georganiseerd en hoe met GDI voorzieningen de processen verbeterd worden. De Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) is een veilige digitale infrastructuur, aangesloten op andere beveiligde overheidsnetwerken, waardoor samenwerken tussen gemeenten en andere overheden beter, veiliger en makkelijker wordt. De GGI wordt fasegewijs en projectmatig ontwikkeld, zodat kan worden ingespeeld op landelijke veranderingen zoals de
pagina 18 van 33
Omgevingswet. De
GGI
vormt
de
technische basis waarin
toegewerkt wordt
naar een
gemeentelijke cloud, die uiteraard is aangesloten op de landelijke GDI. De Common Ground is een informatiekundige visie die de modernisering van de gemeentelijke dienstverlening en bedrijfsvoering mogelijk maakt. Betrokkenen krijgen directe toegang tot gedeelde informatiebronnen. Ze versnelt de ontwikkeling van dienstverlening en bedrijfsvoering door het omarmen van nieuwe technologie. Common Ground is geïnitieerd en wordt uitgevoerd door gemeenten en gemeentelijke organisaties zelf. De VNG faciliteert deze ontwikkeling. Deze ontwikkelingen zullen door BsGW nadrukkelijk worden gevolgd en hebben een plaats in de Ivisie (zie hierna). o
I-visie In 2020 is een I-visie ontwikkeld. De I-visie vormt de basis voor de vormgeving van de informatievoorziening naar de toekomst. Naast een visie is er ook een visie en strategiedocument voor de afdeling IPA zelf opgesteld. Deze twee documenten gecombineerd geven een duidelijk beeld over de I-strategie van BsGW en de wijze waarop de afdeling IPA wordt geherstructureerd. Dit is verwoord in het document “oplegnotitie I-visie en I-strategie BsGW”. Tevens wordt een stappenplan opgesteld met activiteiten en projecten om de opgestelde visie in de komende jaren vorm te geven.
Enkele belangrijke pijlers van dit plan zijn het vervangen van zowel de ICT-infrastructuur (afloop huidige contract 31-05-2022) als het huidige belastingpakket (afloop huidige contract 31-12-2021) via een
Europese
aanbesteding.
Daarnaast
is
er
aandacht
voor
externe
ontwikkelingen
die op de organisatie afkomen, zoals de samenhangende objectenregistratie (SOR), landelijke voorzieningen,