Agendabundel
Tekst van het document
Bundel van de Raadsvergadering van 2 februari 2021
1 2 3 4 5
Opening en presentie Vaststelling agenda Spreekrecht burgers Vragenuur raadsleden Vaststellen besluitenlijst(en) raadsvergadering(en) d.d.19-1-2021; Gemeenteblad 2021/13 Besluitenlijst 19-1-2021.docx Raadsbesluit 13 Besluitenlijst raadsvergadering 19-1-2021.pdf
6 6.1
Vaststellen A(kkoord)stukken Tussentijdse benoemingen raadsleden in de AWACS commissie; Gemeenteblad 2021/14 Raadsvoorstel 14 Tussentijdse benoemingen van raadsleden AWACS commissie.docx Raadsbesluit 14 Tussentijdse benoemingen van raadsleden in de AWACS commissie.pdf
6.2
Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs; Gemeenteblad 2021/5 (versie 2) Weth. L'Espoir Raadsvoorstel 5 (versie 2) Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.docx Raadsvoorstel 5 (bijlage) Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brunssum 2021.docx Raadsvoorstel 5 (bijlage 1 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen).docx Raadsvoorstel 5 (bijlage 2 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum Prognosecriteria).docx Raadsvoorstel 5 (Bijlage 3 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum- Criteria vaststelling).docx Raadsvoorstel 5 (Bijlage 4 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum normbedragen).docx Raadsvoorstel 5 (Bijlage 5 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum -criteria vaststelling prioriteiten aangebraagde voorzieningen).docx Raadsvoorstel 5 (aanvullende info) Ledenbrief VNG.pdf Raadsvoorstel 5 (aanvullende info) Was wordt lijst.pdf Raadsvoorstel 5 (aanvullende info) Model verordening.pdf Raadsvoorstel 5 (aanvullende info) Model raadsbesluit.pdf Raadsbesluit 5 (versie 2) Aanpassen verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.pdf Raadsbesluit 5 (bijlage) Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2021.pdf
7
Inlichtingen artikel 43 brieven Overzicht artikel 43 brieven raadsvergadering 2-2-21.pdf
8
Bekrachtiging geheimhouding Bekrachtiging/oplegging geheimhouding opgelegd aan/door de Gemeenteraad als bedoeld in artikel 25, 1e, 2e en 3e lid Gemeentewet: Sinds de vorige raadsvergadering hebben het college van B&W, de Burgemeester noch een raadscommissie separaat stukken aan de gemeenteraad overgelegd waarop geheimhouding is opgelegd op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Bekrachtiging/oplegging van geheimhouding is op dit moment niet aan de orde. Mocht tot het moment van de raadsvergadering op 2 februari 2021 nog geheimhouding aan de gemeenteraad worden opgelegd, dan ontvangt u via ter inzage legging alsnog een raadsvoorstel voor de bekrachtiging van de geheimhouding. Sluiting
9
5 Vaststellen besluitenlijst(en) raadsvergadering(en) d.d.19-1-2021; Gemeenteblad 2021/13 1 Besluitenlijst 19-1-2021.docx
GRIFFIE Gemeenteblad 2021/13
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 19 JANUARI 2021 OM 20:45 UUR VIA HET VIDEOPLATFORM ZOOM
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum dinsdag 19 januari 2021 Pagina 1
Besluitenlijst van de raadsvergadering van 19 januari 2021 om 20:45 uur via het videoplatform Zoom. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/Brunssum/435636f6-723d-4bfb-a7db-e2c96885d36c
AANWEZIG:
Voorzitter: Raadsleden:
Wethouders:
AFWEZIG:
Griffier: Plv. griffier: Raadsleden:
W.J.F. Van der Rijt R.J.A. Claessen, C.R.M. Claus, K.E. Coenen, J.L.W. van Dijk, G. Ebbinge, G.M.E. Gerards, A.G. de Haas, R. Houkes, J.H.J. Janssen, M. Janssen, F.J. Joosten, M.Y. Van Leusden-Brüning, G.G. Luit, T.R.G Lurken, S. Offermans, H. Offermans, J.C.M. Raadschelders, J.W.G. Scheffers, L.J.H. Snackers en N.N.A. van der Veer P.M.J. Houben, H.J. Janssen, S.J.H. L’Espoir, J.M.V.L. Mertens en C.J.C.P. de Rijck P. Peeters M.A.H. Reuling-Zinken (notulist) J.C.M. Raadschelders (tot 20:50 uur) M.E.J. Baten-Werink
Wethouders
1.
Opening en presentie
De voorzitter opent deze digitaal gehouden raadsvergadering via het videoplatform Zoom om 20:45 uur.
2.
Vaststelling agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht burgers
Er hebben zich geen insprekers gemeld voor dit agendapunt.
4.
Vragenuur raadsleden
De heer Janssen, fractie PAK, stelt vragen naar aanleiding van de zogeheten bijstandsaffaire. De heer Gerards, fractie BCD, vraagt naar de kosten door vuurwerk ondanks het vuurwerkverbod en stelt vragen over de omgeduwde kerstboom op het Lindeplein. De heer Claus, fractie CDA, stelt vragen verband houdend met de coronamaatregelen en het noodfonds. De portefeuillehouders beantwoorden de gestelde vragen.
5.
Vaststellen besluitenlijst(en) raadsvergadering(en) d.d. 15-12-2020; Gemeenteblad 2020/104
De raad besluit unaniem, zonder hoofdelijke stemming: De besluitenlijst van de raadsvergadering d.d. 15-12-2020; Gemeenteblad 2020/104 vast te stellen.
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum dinsdag 19 januari 2021 Pagina 2
6.
Vaststellen A(kkoord)stukken 6.1 Beleidsregel ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021; Gemeenteblad 2020/100
De raad besluit unaniem, zonder hoofdelijke stemming: 1. Kennis te nemen van de conceptnotitie 'Bouwen naar behoefte'. 2. Vast te stellen de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' als uitwerking van actie 2 uit de conceptnotitie 'Bouwen naar behoefte' zijnde 'Nieuwe woningbouwplannen toevoegen die snel kunnen voorzien in de behoefte én maatschappelijke meerwaarde opleveren'. 3. In te trekken de beleidsregel 'Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg' (gemeenteblad 2019 nr. 42). 4. Af te zien van een inspraakprocedure voor de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'.
7.
Inlichtingen artikel 43 brieven
Mevrouw Coenen, fractie SP, stelt vragen naar aanleiding van de beantwoording van artikel 43 brief 2020/24 De portefeuillehouder beantwoordt gestelde vragen. Toezegging 1 (19-1-2021) oproep voor gedupeerden toeslagenaffaire Wethouder Janssen zegt toe: Actief aan de slag te gaan om gedupeerden van toeslagenaffaire te vragen zich te melden bij de gemeente om zsm de hulpvraag in gang te kunnen zetten. Daarvoor wordt de gemeentelijke website, social media en sociale partners van de gemeente ingezet.
8.
Bekrachtiging/oplegging geheimhouding
Het college van B&W, de Burgemeester noch een raadscommissie hebben stukken aan de gemeenteraad overgelegd waarop geheimhouding is opgelegd op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Bekrachtiging van geheimhouding is op dit moment niet aan de orde.
9.
Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering op dinsdag 19 januari 2021 om 21:17 uur.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d.
De voorzitter,
De griffier,
W.J.F. van der Rijt
P. Peeters
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum dinsdag 19 januari 2021 Pagina 3
m
1 Raadsbesluit 13 Besluitenlijst raadsvergadering 19-1-2021.pdf
gemeente
Br inss pm l
GRIFFIE Gemeenteblad 2021/13
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 19 JANUARI 2021 OM 20:45 UUR VIA HET VIDEOPLATFORM ZOOM
Besluitenlijst Gemeenteraad Bnmsswn dinsdag 19 januari 2021 Pagina 1
Besluitenlijst van de raadsvergadering van 19 januari 2021 om 20:45 uur via het videoplatform Zoom.
Van deze vergadering zijn gelnids- en/of video-opnamen beschikbaar via: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/DetuUs/Brunssum/4356i6f6-723d-4bfb-a7db-e2c96885dS6c
AANWEZIG:
Voorzitter: Raadsleden:
Wethouders:
AFWEZIG:
Griffier: Plv. griffier: Raadsleden:
W.J.F. Van der Rijt R.J.A. Claessen, C.R.M. Claus, K.E. Coenen, J.L.W. van Dijk, G. Ebbinge, G.M.E. Gerards, A.G. de Haas, R. Houkes, J.H.J. Janssen, M. Janssen, F.J. Joosten, M.Y. Van Leusden-Brüning, G.G. Luit, T.R.G Lurken, S. Offermans, H. Offermans, J.C.M. Raadschelders, J.W.G. Scheffers, L.J.H. Snackers en N.N.A. van der Veer P.M.J. Houben, H.J. Janssen, S.J.H. L’Espoir, J.M.V.L. Mertens en C.J.C.P. de Rijck P. Peeters M.A.H. Reuling-Zinken (notulist) J.C.M. Raadschelders (tot 20:50 uur) M.E.J. Baten-Werink
Wethouders
1.
Opening en presentie
De voorzitter opent deze digitaal gehouden raadsvergadering via het videoplatform Zoom om 20:45 uur.
2.
Vaststelling agenda
De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3. Spreekrecht burgers Er hebben zich geen insprekers gemeld voor dit agendapunt.
4. Vragenuur raadsleden De heer Janssen, fractie PAK, stelt vragen naar aanleiding van de zogeheten bijstandsaffaire. De heer Gerards, fractie BCD, vraagt naar de kosten door vuurwerk ondanks het vuurwerlcverbod en stelt vragen over de omgeduwde kerstboom op het Lindeplein. De heer Claus, fractie CDA, stelt vragen verband houdend met de coronamaatregelen en het noodfonds. De portefeuillehouders beantwoorden de gestelde vragen.
5. Vaststellen besluitenlijst(en) raadsvergadering(en) d.d. 15-12-2020; Gemeenteblad 2020/104 De raad besluit unaniem, zonder hoofdeliike stemming: De besluitenlijst van de raadsvergadering d.d. 15-12-2020; Gemeenteblad 2020/104 vast te stellen.
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum dinsdag 19 januari 2021 Pagina 2
6. Vaststellen A(kkoord)stukken 6.1 Beleidsregel ruim baan voor goede woningbomvplannen 2021; Gemeenteblad 2020/100 De raad besluit unaniem, zonder hoofdeliike stemming: 1. 2.
3. 4.
Kennis te nemen van de conceptnotitie 'Bouwen naar behoefte'. Vast te stellen de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021' als uitwerking van actie 2 uit de conceptnotitie 'Bouwen naar behoefte' zijnde 'Nieuwe woningbouwplannen toevoegen die snel kunnen voorzien in de behoefte én maatschappelijke meerwaarde opleveren'. In te trekken de beleidsregel 'Tijdelijke versoepeling van de compensatiesystematiek van de Stmctuurvisie Wonen Zuid-Limburg' (gemeenteblad 2019 nr. 42). Af te zien van een inspraakprocedure voor de beleidsregel 'Ruim baan voor goede woningbouwplannen 2021'.
7. Inlichtingen artikel 43 brieven Mevrouw Coenen, fractie SP, stelt vragen naar aanleiding van de beantwoording van artikel 43 brief 2020/24 De portefeuillehouder beantwoordt gestelde vragen. Toezegging 1 (19-1-202 P oproep voor gedupeerden toeslagenaffaire Wethouder Janssen zegt toe: Actief aan de slag te gaan om gedupeerden van toeslagenaffaire te vragen zich te melden bij de gemeente om zsm de hulpvraag in gang te kunnen zetten. Daarvoor wordt de gemeentelijke website, social media en sociale partners van de gemeente ingezet.
8. Bekrachtiging/oplegging geheimhouding Het college van B&W, de Burgemeester noch een raadscommissie hebben stukken aan de gemeenteraad overgelegd waarop geheimhouding is opgelegd op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Bekrachtiging van geheimhouding is op dit moment niet aan de orde.
9. Sluiting De voorzitter sluit de vergadering op dinsdag 19 januari 2021 om 21:17 uur.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering d.d.
Besluitenlijst Gemeenteraad Brunssum dinsdag 19 januari 2021 Pagina 3
6.1 Tussentijdse benoemingen raadsleden in de AWACS commissie; Gemeenteblad 2021/14 1 Raadsvoorstel 14 Tussentijdse benoemingen van raadsleden AWACS commissie.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandeld ambt. Bereikbaar onder Behandelvoorstelnr. Onderwerp Raadsverg. d.d.
: nvt : : 2021/14 : Griffie : P. Peeters : : : Tussentijdse benoemingen van raadsleden in de AWACS commissie : 2-2-2021
Aan de raad, 1. Onderwerp Tussentijdse benoemingen van raadsleden in de AWACS commissie 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Op 5 juni 2018 zijn twee leden van de raad aangewezen voor de AWACS commissie; een lid en een plaatsvervangend lid. Na beëindiging van het raadslidmaatschap van de heer Trommelen is er een vacature ontstaan. b. Huidige situatie/ probleemstelling De commissie bestaat op dit moment uit een plaatsvervangend lid. 3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Nu er een vacature is ontstaan in de AWACS commissie, dient zo spoedig mogelijk bekend te zijn wie namens de gemeente Brunssum als lid van deze commissie is aangewezen. Om verzekerd te zijn dat altijd een afgevaardigde aanwezig kan zijn bij een bijeenkomst van de commissie, is het wenselijk behoudens het lid twee plaatsvervangende leden aan te wijzen in plaats van een plaatsvervangend lid. b. Kaders 1. Raadsbesluit 2018/48 d.d. 5-6-2018 2. Presidium d.d. 16-12-20 en 12-1-21 3. Benoeming middels raadsbesluit 4. Commissie AWACS Limburg, ingesteld op basis van de Wet geluidhinder door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 5. De afvaardiging van raadsleden heeft geen gevolgen in geld en menskracht. c. Argumenten en overwegingen De afvaardiging van de gemeente in de AWACS commissie voldoende te bemensen.
d. Opties en keuze In het presidium van 16 december 2020 en 12 januari 2021 is de invulling van de afvaardiging van de AWACS commissie besproken. Het is wenselijk ipv van een plaatsvervangend lid twee plaatsvervangende leden in de commissie te benoemen, die onderling afstemmen wie aanwezig zal zijn. Daarom wordt voorgesteld mw. S. Offermans te benoemen als lid en mevrouw N.N.A. van der Veer en de heer T.R.G. Lurken te benoemen als plaatsvervangende leden. 4. Bijlagen Er is geen bijlage toegevoegd.
Door de griffie zal de benoemingen richting de AWACS commissie communiceren.
Namens het presidium De griffier
P. Peeters
Raadsbesluit Gemeentebladnummer: 2021/14 Afdeling
: Griffie
Registratiekenmerk
:
De Raad van de gemeente Brunssum,
Besluit: In de AWACS commissie namens de gemeente Brunssum te benoemen: Als lid mw. S. Offermans en als plaatsvervangende leden mevrouw N.N.A. van der Veer en de heer T.R.G. Lurken.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Voorzitter
griffier
1 Raadsbesluit 14 Tussentijdse benoemingen van raadsleden in de AWACS commissie.pdf
I gemeente
Brpnss pm
p Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladn r. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder Behandelvoorstelnr. Portefeuillehouder Raadsverg. d.d. Uiterlijke datum
1056439 2021/14 Griffie M. Reuling 045-5278429 marian.reuling@brunssum.nl 1056439 2 2-2021 -
Aan de raad, 1. Onderwerp Tussentijdse benoemingen van raadsleden in de AWACS commissie 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Op 5 juni 2018 zijn twee leden van de raad aangewezen voor de AWACS commissie; een lid en een plaatsvervangend lid. Na beëindiging van het raadslidmaatschap van de heer Trommelen is er een vacature ontstaan. b. Huidige situatie/ probleemstelling De commissie bestaat op dit moment uit een plaatsvervangend lid. 3. Gewenste situatie (WAT?) a. Wat willen we bereiken? Nu er een vacature is ontstaan in de AWACS commissie, dient zo spoedig mogelijk bekend te zijn wie namens de gemeente Brunssum als lid van deze commissie is aangewezen. Om verzekerd te zijn dat altijd een afgevaardigde aanwezig kan zijn bij een bijeenkomst van de commissie, is het wenselijk behoudens het lid twee plaatsvervangende leden aan te wijzen in plaats van een plaatsvervangend lid. b. Kaders 1. Raadsbesluit 2018/48 d.d. 5-6-2018 2. Presidium d.d. 16-12-20 en 12-1-21 3. Benoeming middels raadsbesluit 4. Commissie AWACS Limburg, ingesteld op basis van de Wet geluidhinder door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. 5. De afvaardiging van raadsleden heeft geen gevolgen in geld en menskracht. c. Argumenten en overwegingen De afvaardiging van de gemeente in de AWACS commissie voldoende te bemensen.
1 van 3
d. Opties en keuze In het presidium van 16 december 2020 en 12 januari 2021 is de invulling van de afvaardiging van de AWACS commissie besproken. Het is wenselijk ipv van een plaatsvervangend lid twee plaatsvervangende leden in de commissie te benoemen, die onderling afstemmen wie aanwezig zal zijn. Daarom wordt voorgesteld mw. S. Offermans te benoemen als lid en mevrouw N.N.A. van der Veer en de heer T.R.G. Lurken te benoemen als plaatsvervangende leden. 4. Bijlagen Er is geen bijlage toegevoegd. De griffie zal de benoemingen richting de AWACS commissie communiceren.
Namens het presidium De griffier
P. Peeters
2 van 3
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021/14 Afdeling : Griffie Registratiekenmerk : 1056439
De Raad van de gemeente Brunssum,
Besluit:
In de AWACS commissie namens de gemeente Brunssum te benoemen: Als lid mw. S. Offermans en als plaatsvervangende leden mevrouw N.N.A. van der Veer en de heer T.R.G. Lurken.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
0 2 FEB. 2021
3 van 3
6.2 Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs; Gemeenteblad 2021/5 (versie 2) 1 Raadsvoorstel 5 (versie 2) Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder
VERSIE 2 : : : :
12 januari 2021 1043885 2021-5 Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed
: E. Mees : 045-5278405 erich.mees@brunssum.nl Behandelvoorstelnr. : 1043885 Portefeuillehouder : S.J.H. L'Espoir Raadsverg. d.d. : 2 februari 2021 Uiterlijke datum : (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging) Aan de raad, 1. Onderwerp Aanpassing verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2. WAAROM - Aanleiding De gemeenteraad heeft tijdens haar vergadering van 9 december 2014 de actueel vigerende Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum vastgesteld. Deze verordening is opgesteld conform de voorstellen van de VNG. Door middel van haar ledenbrief van 3 november 2020, nr. 20/080, kenmerk TRE/U2020008, meldt de VNG een voorgestelde wijziging van deze verordening, waarbij er rekening wordt gehouden met de update van de modelverordening, de indexering van normbedragen, investeringen in ventilatie van scholen, het IHP en een vooruitblik in het kader van de investeringen in onderwijshuisvesting. Versie 2: Naar aanleiding van de behandeling in de Commissie Burgerzaken d.d.
26 januari 202, zijn enkele tekstuele aanpassingen aangebracht, wordt er uitgelegd dat in de gemeentelijke verordening afwijkt van het voorstel uit de VNG model-verordening (artikel 20, uitvoering beslissing) omdat ter verduidelijking dit is verdeeld over de artikelen 20 (vervallen aanspraak bekostiging) en 21 (uitvoering beslissing) waardoor er 1 extra artikel is bij de gemeentelijke verordening (34 i.p.v. 33 artikelen) en dat de bijlagen bij de verordening eveneens zijn opgenomen. - probleemstelling Gemeenten hebben op grond van de wet- en regelgeving een wettelijke zorgplicht voor de huisvesting van het primair en voortgezet onderwijs. Gemeenten dragen de kosten van nieuwbouw en uitbreiding, daarvoor ontvangen zij geld via het gemeentefonds. Door middel van een gemeentelijke verordening wordt dit geld verdeeld. Schoolbesturen ontvangen van het Rijk de middelen voor onderhoud en exploitatie. Deze taakverdeling vraagt om samenwerking en afstemming van exploitatie en investeringen. 3. WAT Gewenste situatie A: wat willen wij bereiken Door het accorderen en vaststellen van de aangepaste verordening beschikt de gemeente Brunssum weer over een actuele, complete en correcte verordening. In de gewijzigde Modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de VNG zijn een aantal eerdere wetswijzigingen verwerkt.
B: Kaders De Wet op het Primair onderwijs en de Wet op het Voorgezet onderwijs bepalen dat de gemeente voornoemde verplichting heeft ten aanzien van de onderwijshuisvesting.
1 van 3
C: Argumenten en overwegingen De modelverordening wordt consequent door de VNG bijgehouden en alle wettelijke aanpassingen zijn hierin opgenomen. Door aan te sluiten bij de modelverordening (wat Brunssum reeds vanaf het begin heeft gedaan) is ook mogelijke jurisprudentie afgedekt en beschikt de gemeente ook over actuele normbedragen. D: Opties en keuze Het staat een gemeente vrij om aan te sluiten bij het voorstel van de VNG of een eigen verordening op te stellen. In ieder geval eist de wet een verordening. Het voorstel is dan ook om het uitgangspunt om de Modelverordening te volgen, te handhaven. 4. HOE - tijd Gezien de datum van 1 februari van enig jaar waarin een schoolbestuur een voorziening in de huisvesting kan aanvragen voor het volgende jaar is het wenselijk om de aangepast verordening vast te stellen met ingangsdatum 1-2-2021. - geld De aanpassing van de verordening heeft geen financiële gevolgen voor de begroting. - kwaliteit Door te zorgen voor een actuele verordening voldoet de gemeente aan de wettelijke eisen en bij hantering van deze regels is de kwaliteit die de wet nastreeft verzekerd. - Informatie Na accordering en vaststelling zal de nieuwe verordening worden gepubliceerd. 5. Keuze De raad besluit tot het instemmen met de voorgestelde wijziging van de actuele verordening en deze nieuwe verordening (d.d.
1-februari 2021) vast te stellen en per omgaande te laten publiceren. Gelijktijdig zal de oude verordening worden ingetrokken. 6. Bijlagen Als bijlage bij dit voorstel treft u de volgende documenten aan: Ledenbrief VNG 20/080, inzake Ontwikkelingen onderwijshuisvesting en wijziging VNG Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs plus de hierin vermelde bijlagen -
Bijlage 1 - Was-wordt-tabel wijziging Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs met artikelsgewijze toelichting: Deze kan desgewenst gebruikt worden voor de raadsvoordracht voor de wijziging van de verordening. Bijlage 2 - Model Raadsbesluit wijziging Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs: Opgemaakt in Word 2.0 format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting Bijlage 3 - Geconsolideerde tekst Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, met wijzigingen bijgehouden.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
2 van 3
Raadsbesluit Gemeenteblad nr. : 2021-5 Afdeling : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed Registratiekenmerk : 1043885
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021-5; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 januari 2021, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; gelet op artikel 102 Wet op het primair onderwijs, artikel 100 Wet op de Expertisecentra, artikel 76m Wet op het voortgezet onderwijs; gelet op de opmerkingen van de commissie d.d. 26-01-2021; overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in de huisvesting voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs bij verordening te regelen en dat wetswijzigingen het noodzakelijk maken de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Brunssum te veranderen; Besluit: De raad besluit tot het instemmen met de voorgestelde wijziging van de actuele verordening met bijlagen en deze nieuwe verordening (d.d. 1 februari 2021) inclusief bijlagen vast te stellen en per omgaande te laten publiceren. Gelijktijdig zal de oude verordening (inclusief bijlagen) worden ingetrokken.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd,
Voorzitter
griffier
3 van 3
1 Raadsvoorstel 5 (bijlage) Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brunssum 2021.docx
Registratiekenmerk: 1043885
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021-5; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 januari 2021, dienst/afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed; gelet op het bepaalde in artikel 102 Wet op het primair onderwijs, artikel 100 Wet op de Expertisecentra, artikel 76m Wet op het voortgezet onderwijs; Besluit vast te stellen:
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Brunssum 2021. De raad der gemeente Brunssum; Gelezen het voorstel van het college van Burgemeester en wethouders d.d. 12-1-2021 Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed, nr. 2021-5; gelet op artikel 102 Wet op het primair onderwijs, artikel 100 Wet op de Expertisecentra, artikel 76m Wet op het voortgezet onderwijs; gelet op de opmerkingen van de commissie d.d. 9 februari 2021; overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in de huisvesting voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs bij verordening te regelen en dat wetswijzigingen het noodzakelijk maken de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Brunssum te veranderen; besluit vast te stellen de volgende Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Brunssum 2021 (inclusief de hierbij behorende bijlagen).
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet; - aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient; - advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; - bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; - lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs; - medegebruik: gebruik van een onderwijsgebouw ten behoeve van onderwijs van een andere school of van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht; - overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 13; - permanent gebouw: ruimte
die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - programma: programma als bedoeld in artikel 12; - school: 1°. school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs; - tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren; - verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden; - voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is; - voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is; - voorziening:
voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2. Artikel 2. Omschrijving voorzieningen in de huisvesting Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen onderscheiden: a. voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit: 1°. nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op dezelfde locatie; 2°. uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest;
Registratiekenmerk: 1043885
3°. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand gebouw voor het huisvesten van een school; 4°. verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het huisvesten van een school; 5°. terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening als bedoeld in 1° tot en met 4°; 6°. inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd; 7°. inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd; 8°. medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van een lokaal bewegingsonderwijs; b. herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie; c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden; d. huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening. e. voorzieningen welke zijn opgenomen op het door de gemeenteraad vastgestelde (i.c.
nog vast te stellen) integraal huisvestingsplan, dat voor de betreffende periode nog van kracht Artikel 3. Voorbereidingskrediet Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 en 3, kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend. Artikel 4. Vaststellen vergoeding voorzieningen 1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1,2,6 en 7 wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen. 2. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten. 3. De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3 wordt vastgesteld op maximaal 10% van het geraamde investeringsbedrag. Artikel 5. Informatieverstrekking Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 2. Programma en overzicht Paragraaf 2.1 Aanvragen programma Artikel 6. Indienen aanvraag 1. Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet uiterlijk 31 januari van het jaar waarin van het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. 2. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college niet in behandeling. Artikel 7. Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag 1. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd; d. de voorziening die wordt aangevraagd; e. de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit: 1°.
een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3° of 8°, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven; 2°. als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van ver-vangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage als bedoeld in bijlage I, deel A, onder A.2; 3°. als de aanvraag betrekking heeft op herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een bouwkundige rapportage van een daartoe gecertificeerde, onafhankelijke constructeur, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld; 4°.
als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening of, als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting. f. de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening, en g. als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd. 2. Het college stelt de aanvrager vóór 15 februari schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 15 maart (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. 3. Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.
Heeft aanvrager de registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling. Als
Registratiekenmerk: 1043885
de registratie niet alsnog binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. Artikel 8. Opgave ingediende aanvragen Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen vóór 15 juni een opgave van de aanvragen die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend en geeft daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen. Paragraaf 2.2 Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en overzicht Artikel 9. Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting 1. Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen 3 maanden na de hersteldatum, bedoeld in artikel 7, derde lid. 2. Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet worden aangepast. 3. Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in paragraaf 2.3: a. de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en b. als dit van toepassing is, de redenen waarom in het overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag. Artikel 10. Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad 1.
Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen. 2. Dit overleg vindt plaatst uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2 weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel. 3. De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg van deze zienswijzen in kennis. 4. Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag. Het verslag wordt binnen een maand na het overleg toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen. 5. Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht.
Het advies dient betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid. 6. Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in het vierde lid. 7. Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of meer
Registratiekenmerk: 1043885
inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden van het afschrift van het advies. 8. Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen 2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde lid.
Paragraaf 2.3 Vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht Artikel 11. Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond 1. Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per voorziening. 2. Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het programma betrekking heeft. Artikel 12. Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht 1. De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht worden door het college binnen 2 weken na de datum waarop het besluit is genomen bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van het besluit aan de aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige bevoegde gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen besluiten. 2. De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage gelegd. Paragraaf 2.4 Uitvoeren programma Artikel 13. Overleg wijze van uitvoering 1. Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd.
In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: a. het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs; b. het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de aanvrager worden ingediend; c. als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; d. de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst, en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien; e. de controle op en het afleggen van verantwoording over het besteden van de beschikbaar te stellen middelen; f. de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt; g. de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot maximaal 10% van het geraamde investeringsbedrag.
Registratiekenmerk: 1043885
2. De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen 4 weken na het overleg. Als de aanvrager niet binnen 2 weken nadat het verslag is ontvangen schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen overeenstemming te zijn bereikt. 3. Bij het toepassen van artikel 14 neemt het college binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde in artikel 17 is daarbij van overeenkomstige toepassing. 4. Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het college dit binnen 4 weken nadat het verslag is vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort. Artikel 14. Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overleggen offertes 1. Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid, is bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten, de bijbehorende begroting in bij het college.
Het bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 13, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting voordat een bouwopdracht wordt verleend. 2. Het college beslist binnen 6 weken nadat de stukken zijn ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met 3 weken. De hiervoor genoemde termijnen kunnen afwijken indien goedkeuring van de bouwplannen onderhevig is aan andere wetgeving dan de onderwijswet. In dat geval kan goedkeuring van de plannen, begroting etc. pas nadat voldaan is aan deze andere wetgeving plaatsvinden. Als niet binnen de gestelde termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de begroting en start de bekostiging op het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start respectievelijk na de datum waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend hiervan schriftelijk in kennis. 3.
De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige aanbieding. Artikel 15. Aanvang bekostiging Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden. Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het programma geplaatste voorziening. Artikel 16. Vervallen aanspraak op bekostiging 1. Vóór 1 oktober van het jaar waarop het programma betrekking heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij voor 15 oktober een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. 2. De in het eerste lid bedoelde: a. bouwopdrachten en overeenkomsten zijn onherroepelijk; b. bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd;
Registratiekenmerk: 1043885
c. huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst; d. koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop. 3. De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt door: a. bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en b. de aanvrager vóór 1 september een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn heeft ingediend bij het college. 4. Het college beslist vóór 15 september op een verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn wordt verlengd.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 3. Aanvragen met spoedeisend karakter Paragraaf 3.1 Aanvraag Artikel 17. Indienen aanvraag Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt binnen 1 maand na het ontstaan van de calamiteit ingediend bij het college. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld formulier. Artikel 18. Inhoud aanvraag 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de gegevens genoemd in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. 2. Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste ontbreken. De aanvrager heeft vervolgens binnen 2 weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. Paragraaf 3.2 Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit Artikel 19. Tijdstip beslissing 1. Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. 2. Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3.
Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis. Artikel 20. Vervallen aanspraak op bekostiging 1 De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt, indien niet binnen 3 maanden na de beschikking, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot de voorziening een bouwopdracht is gegeven dan wel een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten. 2. De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier weken voor het verstrijken van deze datum een schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging van de termijn. 3. Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op bekostiging op totdat het college op het verzoek beslist. Indien het college het verzoek inwilligt, noemt het college een nieuwe datum waarop de aanspraak op bekostiging vervalt. Indien het college het verzoek afwijst, geldt de datum van beslissing op het verzoek als vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet voor de oorspronkelijke vervaldatum kan vallen. Artikel 21.
Uitvoeren beslissing Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19 waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de artikelen 13, 14, 15 en 16 is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid, eerste volzin, een termijn van 3 weken geldt.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 4. Medegebruik en verhuur Paragraaf 4.1 Medegebruik voor onderwijs of educatie Artikel 22. Aanduiden omstandigheden Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor een school bestemd gebouw of terrein als: a. door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III, deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de artikelen 6 of 19 heeft ingediend; b. sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of instelling gangbare berekeningswijze; c. leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een school of d. leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs van een school. Artikel 23. Omschrijving leegstand 1. Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte. 2. Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als: a.
het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en de som van het aantal klokuren gebruik dat door het college is vastgesteld minder is dan 40 klokuren; b. het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het geval is; c. het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs of voortgezet onderwijs en de som van de berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder is dan 40 klokuren. Artikel 24. Nalaten vorderen Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit. Artikel 25. Overleg en mededeling 1.
Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover met de betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld in artikel 10. 2. Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 19, overlegt het daarover zo spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen. 3. Binnen4 weken nadat het programma is vastgesteld of binnen 2 weken na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd wordt. 4. De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder geval: a. de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor wordt gevorderd;
Registratiekenmerk: 1043885
b. een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor gevorderd wordt of, als het betreft het bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat gevorderd wordt; c. het gebouw waarop de vordering betrekking heeft; d. het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat gevorderd wordt; e. de periode waarvoor gevorderd wordt, en f. de ingangsdatum van het medegebruik. Artikel 26. Vergoeding De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Paragraaf 4.2 Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden Artikel 27. Overleg en mededeling 1. Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college met het bevoegd gezag. 2. In het overleg komt in ieder geval aan de orde: a. voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt; b. of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school; c. of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder van het medegebruik ondervindt; d. wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik is; e. de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang kan nemen. 3.
Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke mededeling. Als het overleg niet tot volledige overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten waarover geen overeenstemming was bereikt. Paragraaf 4.3 Verhuur Artikel 28. Verzoek toestemming college 1. Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt gesloten. 2. Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de bestemming van de te verhuren ruimte. 3. Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 5. Einde gebruik gebouwen en terreinen Artikel 29. Staat van onderhoud 1. Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein. 2. Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt. 3. De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag opgemaakt in opdracht van het college. 4. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. 5. Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt. 6. Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 6. Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door (speciaal) basisonderwijs Artikel 30. Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik 1. Het college stelt jaarlijks voor 15 februari voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs onderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt. 2. Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven. 3. Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 15 april een rooster op voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt met de volgende uitgangspunten: a. de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel B; b. een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs, en c. het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs. 4. Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is vastgesteld, voor binnen 2 weken na vaststelling in kennis van het rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld: a.
het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd; b. het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is toegewezen, en c. de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt. 5. De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 15 mei reageren op het voorstel. 6. Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 1 juni. In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen reageren op het voorstel. 7. Het college stelt het rooster voor 15juni definitief vast en houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde gezagsorganen. 8. Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is vastgesteld. 9. Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.
Registratiekenmerk: 1043885
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen Artikel 31. Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Artikel 32. Indexering Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van prijsbijstelling. Artikel 33. Intrekken oude verordening De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Brunssum, 2012 wordt ingetrokken. Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking 8 dagen na publicatie 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Gemeente Brunssum, 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
De volgende bijlagen zijn van toepassing bij deze verordening: De meest actuele versie van deze bijlagen zullen worden gehanteerd. Bijlage I – Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen (1050065) Bijlage II – Prognosecriteria (1050092) Bijlage III – Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende ruimtebehoefte (1050095) Bijlage IV – Normbedragen voor vergoeding en indexering (1050096) Bijlage V – Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde voorziening (1050097)
1 Raadsvoorstel 5 (bijlage 1 bij Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Brunssum - Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen).docx
Bijlage I – Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen Deel A - Lesgebouwen De voorzieningen genoemd onder A.2 (vervangende bouw), A.3.1 (uitbreiding met één of meer leslokalen) en A.3.2 (uitbreiding met een speellokaal) worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden kan dit, na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college plaatsvinden. A.1 Nieuwbouw Noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als: a. de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; b. de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht, of 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 4 jaar kunnen worden verwacht, en c. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en d. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren. A.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als: a.