Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Ruimte en Techniek van 6 december 2022
1 2.a
Opening 19:55 uur Vaststellen concept besluitenlijst R&T d.d. 15-11-2022 Concept Besluitenlijst raadscommissie 15 november 2022 Ruimte & Techniek.docx
2.b
Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 22-10 en 23-11-2022) Overzicht toezeggingen afgedaan tussen 22-10 en 23-11-22.pdf
2.c
Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Passieve informatieplicht: op verzoek van de PAK fractie brief aan de raad nr. 46 (ovv inspreker) Terugkoppeling vanuit verbonden partijen Afvalstoffenverordening gemeente Brunssum 2023; Gemeenteblad 2022/104 20:05 -20:20 uur Weth. Janssen Mw. Philippi Raadsvoorstel 104 Afvalstoffenverordening Brunssum 2023.docx
2.d 3
Raadsvoorstel 104 (bijlage) afvalstoffenverordening Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 104 (bijlage) TOELICHTING bij Afvalstoffenverordening 2023.docx 4
Herbenoeming van stadsbouwmeester en monumentdeskundige; Gemeenteblad 2022/90 20:20 - 20:30 uur Weth. Van Dijk Dhr. Hacking Raadsvoorstel 90 Herbenoeming van de stadsbouwmeester en monumentendeskundige.docx Raadsvoorstel 90 (bijlage) akte van herbenoeming Extra (Woningwet).pdf Raadsvoorstel 90 (bijlage) akte van herbenoeming Brouwers (Monumentenwet).pdf
5
Afwijking aanbestedingsbeleid aanpassen klimaatinstallatie raad- en Quintzaal en goedkeuring investeringsbudget; Gemeenteblad 2022/97 20:30 - 21:00 uur Weth. Van Dijk Dhr. Lebens Raadsvoorstel 97 Aanpassen klimaatinstallatie Raad- en Quintzaal.docx Raadsvoorstel 97 (bijlage) 2e begrotingswijziging 2023 Investeringen klimaatinstallatie Raad- en Quintzaal.pdf
6
Veegplan Buitenring PSL; Gemeenteblad 2022/111 21:00 - 21:30 uur Weth. Van Dijk Mw. Aarts Raadsvoorstel 111 Veegplan Buitenring Parkstad Limburg 2022.docx Raadsvoorstel 111 (bijlage) verbeelding.pdf Raadsvoorstel 111 (bijlage) toelichting.pdf Raadsvoorstel 111 (bijlage) regels.pdf Raadsvoorstel 111 (bijlage) bedrijfsactiviteiten.pdf Raadsvoorstel 111 (bijlage) Brief Provincie.pdf Raadsvoorstel 111 (bijlage) uitgaande brief.docx
7
Sluiting 21:30 uur
2.a Vaststellen concept besluitenlijst R&T d.d. 15-11-2022 1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 15 november 2022 Ruimte & Techniek.docx
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE RUIMTE & TECHNIEK VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 15 NOVEMBER 2022 OM 19:45 UUR IN DE RAADZAAL
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Ruimte & Techniek 15 november 2022
Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Ruimte & Techniek, gehouden op dinsdag 15 november 2022 om 19:45 uur. Deze vergadering is openbaar en wordt gehouden in de Raadzaal. Voorafgaand heeft de commissie Middelen vergaderd. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/watch?v=yY_sqOh2yDQ AANWEZIG COMMISSIE RUIMTE &TECHNIEK: Voorzitter:
Dhr. F.G. Joosten (VVD)
Burger-commissieleden:
Notulist (plv. griffier):
Dhr. J.G. Kusters (PAK) (woordvoerder) Dhr. A.L. M. Gerards (Lijst Brunssum Lokaal) (woordvoerder) Dhr. E. Overdijk (Lijst Borger) (woordvoerder) Dhr. H.P.R Heijnens (VVD) (woordvoerder) Dhr. F.W. Podbregar (BBB Lijst Palmen) (toehoorder) Dhr. J.A. Arts (SP) (woordvoerder) Mw V.J.G.M. Braam (PvdA) (woordvoerder) Dhr. S.J.H. L'Espoir (Lijst Brunssum Lokaal) Mw. S. Offermans (PAK) Mw. G. Di Palma (VVD) Mr. J.M.H. Palmen (BBB Lijst Palmen) (woordvoerder) Dhr. J.W.G. Scheffers (Lijst Borger) Dhr. J.L.W. van Dijk (agendapunt 2) Dhr. H.J. Janssen (agendapunt 3) Dhr. N.C.P. Meijers
Ambtelijke ondersteuning:
Dhr. Wetzelaer en dhr. Kavsek (agendapunt 3)
Externe ondersteuning:
Geen
Participanten:
Geen
Raadsleden
College:
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:45 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijsten Ruimte en Techniek d.d. 6 september 2022 De besluitenlijsten van de commissie Ruimte en Techniek van 6 september 2022 worden ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 5-10-2022 en 21-10-2022) De toezeggingenlijst met nummers 66 (2021) en 12,35,49,60 (2022) zijn akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht geeft wethouder van Dijk aan dat er een verzoek is gedaan aan de Provincie om de subsidie die zij beschikbaar willen stellen in het kader van het centrumplan te verlengen en uitstel verkregen tot 1 april 2023. Daarnaast geeft wethouder van Dijk aan dat het voorstel voor het Lindeplein heeft geleid tot een procedure en inschrijving. Dat wordt nu uitgewerkt. De fracties van LBL en BBB lijst Palmen stellen vragen. In het kader van de passieve informatieplicht vraagt de raadsfractie PAK naar de status van de binnengekomen zienswijzen in Dorpsstraat/Raadhuisstraat. Wethouder van Dijk geeft een toelichting over de procedure.
Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen In het kader van terugkoppeling vanuit verbonden partijen koppelt wethouder Janssen terug dat er een voortraject voor aanbesteding is van ASL (afval samenwerking Limburg) en dat vanuit dat traject de verwachting is dat het GFT afval fors omhoog zal zijn en het restafval nagenoeg gelijk zal blijven. Agendapunt 3: Mobiliteitsplan 2022-2032; Gemeenteblad 2022/78 Wethouder Janssen geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door de heren Wetzelaer en Kavsek. De fracties van het PAK en lijst Borger hebben vooraf vragen ingediend en zijn vooraf beantwoord. Wethouder Janssen geeft een toelichting en wijst op een kleine omissie die op blz. 4 van het 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Ruimte & Techniek 15 november 2022
raadsvoorstel waarin staat dat een projectvoorstel naar de gemeenteraad komt hetgeen niet het geval is, dat zal middels een raadsinformatiebrief worden gedaan. Hierdoor volgt er een tweede versie van het raadvoorstel indien de commissie daarmee akkoord gaat. Toezegging 92 (15-11-2022) Intrekken vigerend beleid Wethouder Jansen zegt toe in de tweede versie van het raadsvoorstel het besluit aan te passen en daarin een punt 6 op te nemen waarin het vigerend beleid (kaders onder 3b) wordt ingetrokken. Toezegging 93 (15-11-2022) Financiële onderbouwing Mobiliteitsplan Wethouder Jansen zegt toe: voor de raadsvergadering een aanvullende financiële onderbouwing toe te voegen aan de tweede versie van het raadsvoorstel. Toezegging 94 (15-11-2022) HVO brandstof Wethouder Jansen zegt toe: Navraag te doen en collegiaal overleg te hebben welke mogelijkheden er zijn om voor het gemeentelijke wagenpark over te gaan op het gebruik van HVO brandstof. De commissie adviseert in meerderheid een tweede versie van het raadsvoorstel voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: 1. Bijgaand Mobiliteitsplan 2022-2032 Brunssum vast te stellen als nieuw verkeers- en vervoersbeleid en de vigerende beleidsplannen zoals benoemd in het raadsvoorstel in te trekken; 2. Bijgaand Uitvoeringsprogramma Mobiliteit 2022-2023 vast te stellen; 3.
Voor de realisatie van het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit, door vaststelling van bijgaande 1e begrotingswijziging 2023, over te gaan tot het ramen van een jaarlijks investeringskrediet mobiliteit van € 950.000,00 excl. BTW voor de komende 10 jaar; 4. In de 1e bestuursrapportage 2023 de bijbehorende kapitaallasten te ramen; 5. Het parkeerfonds 2006 bij de eerst volgende actualisatie van de nota reserve en voorzieningen op te heffen. De tweede versie van het raadsvoorstel wordt aangepast met een extra beslispunt 6 (intrekken vigerend beleid) en er wordt een aanvullende financiële onderbouwing toegevoegd. De fractie BBB-Lijst Palmen vindt het voorstel niet rijp voor behandeling in de gemeenteraad. De commissie adviseert in meerderheid het voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 29 november 2022. De fractie BBB-Lijst Palmen stemt niet in met behandeling en de PAK fractie vermeldt dat zij van mening is dat de parkeernota integraal deel uitmaakt van het mobiliteitsplan. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 22.10 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Ruimte & Techniek 15 november 2022
2.b Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 22-10 en 23-11-2022) 1 Overzicht toezeggingen afgedaan tussen 22-10 en 23-11-22.pdf
Onderwerp Financiële onderbouwing Mobiliteitsplan Aflospauze schuldhulpverleningstrajecten (= overgenomen motie 17) Begroting 2023 (zonnepanelen sporthal) Begroting 2023 (Schutterspark) Begroting 2023 (tienerzwangerschappen) Begroting 2023 (regiodeal KLC) Begroting 2023 (buurtnetwerken) Antwoorden nav vragen mbt de reconstructie Trichterweg- Maastrichterweg Onderhoud Schutterspark Aansluitkosten op zonneweide Terca-terrein C2C ( of aantoonbaar gelijkwaardige ) gecertificeerde zonnepanelen (= overgenomen motie) Zonnepanelen over parkeerplaatsen (=overgenomen motie) Dienstverlening banken (= overgenomen motie) Post.nl punt Brunssum Noord
Datum toezegging Nummer Portefeuillehouder Datum reactie Afgedaan 15-11-2022 93 Janssen 17-11-2022 Ja 1-11-2022 74 Van Leusden 7-11-2022 Ja 18-10-2022 59 Van Dijk 31-10-2022 Ja 18-10-2022 63 Janssen 1-11-2022 Ja 18-10-2022 62 Van der Rijt 15-11-2022 Ja 18-10-2022 61 Van Dijk 26-10-2022 Ja 18-10-2022 58 Van Leusden 27-10-2022 Ja 31-5-2022 35 Van Dijk 22-11-2022 Ja 25-1-2022 14 Janssen 24-10-2022 Ja 21-12-2021 84 Van Leusden 8-11-2022 Ja 21-12-2021 82 Van Leusden 8-11-2022 Ja 2-11-2021 64 Van Leusden 8-11-2022 Ja 20-7-2021 44 Van der Rijt 10-11-2022 Ja 22-9-2020 54 Van der Rijt 10-11-2022 Ja
3 Afvalstoffenverordening gemeente Brunssum 2023; Gemeenteblad 2022/104 1 Raadsvoorstel 104 Afvalstoffenverordening Brunssum 2023.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Naam opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: 15 november 2022 : 2026586 : 2022/104 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : Danielle Philippi : danielle.philippi@brunssum.nl : Hugo Janssen : 20 december 2022 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1.
Onderwerp
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 2.
Uitgangssituatie (WAAROM?)
a. Aanleiding In maart 2021 heeft de VNG een ledenbrief gestuurd, met daarin het advies de verordening te actualiseren op basis van de meegestuurde modelverordening. b. Huidige situatie/probleemstelling Op grond van art. 10.23 van de Wet milieubeheer wordt de gemeenteraad opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen. De verordening van de gemeente Brunssum uit 2018 blijkt verouderd. Daarnaast dient art. 3.5 van de Wet dieren te worden vertaald in de Afvalstoffenverordening en heeft de invoering van de Omgevingswet, thans voorzien voor 1-7-2023, aanpassingen tot gevolg. 3.
Gewenste situatie (WAT?)
a. Wat willen we bereiken? De vigerende Afvalstoffenverordening dient te worden geactualiseerd. b. Kaders 1. eerdere besluitvorming BBV nr. 790550: vaststelling Afvalstoffenverordening gemeente Brunssum (2018) 2. traject tot dusverre De voorliggende Afvalstoffenverordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG, die tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met een hiervoor ingestelde klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten en de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD). Over deze modelverordening is ambtelijk overleg gevoerd binnen de gemeenten die deelnemen aan de GR Rd4. Dit overleg heeft geleid tot een nagenoeg uniforme Afvalstoffenverordening ten behoeve van de deelnemende gemeenten. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W De nieuwe verordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over een aantal onderwerpen aan het College. Te denken valt onder meer aan het aanwijzen van de inzameldienst, dagen en tijden van inzameling, nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden van bepaalde huishoudelijke afvalstoffen. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) De artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en het Grondstoffenplan gemeente Brunssum 2022-2026 5.
past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Het betreft een wettelijke verplichting. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen
Er is een (indirecte) relatie met XT-73 taakveld Afval (ook verwerkt in de verordening op de heffingen op afvalstoffen), met XT-74 Milieubeheer product 740007 Kadaverdepot en met Programmabegroting bij 2.2. als actie: Plan van aanpak Zwerfafval. c. Argumenten en overwegingen Afvalstoffen worden steeds nadrukkelijker gezien als grondstoffen, zodat we meer gestalte kunnen geven aan een circulaire economie, zuiniger kunnen omgaan met grondstoffen en intensiever gaan inzetten op hoogwaardig hergebruik – anders gezegd: het sluiten van grondstofketens. Het scheiden van afval en de gescheiden inzameling daarvan vormen een essentiële schakel in deze keten. In de Afvalstoffenverordening worden de kaders voor afvalscheiding en gescheiden inzameling vastgelegd. Het Besluit GIHA (gescheiden inzameling huishoudelijk afvalstof) is op 1 juli 2020 in werking getreden. Dat houdt in, dat gemeenten verplicht zijn een aantal afvalstromen gescheiden in te zamelen. In het besluit is de optie opgenomen om hiervan in bepaalde gevallen af te wijken; als dat aan de orde is, moet dit in de Afvalstoffenverordening zijn opgenomen. Daarnaast is er aandacht voor het voorkomen van het ontstaan van afval (i.c. ongeadresseerd drukwerk) en voor de wettelijke plicht om bij verordening regels te stellen omtrent afgifte, bewaren en inzamelen van dode gezelschapsdieren.
De belangrijkste actualiseringen van de verordening zijn: • Implementatie artikelen 2 en 3 van het Besluit GIHA (gescheiden afvalinzameling) • Vertaling artikel 3.5 van de Wet dieren (kadavers van gezelschapsdieren) • Anticipatie op de inwerkingtreding van de Omgevingswet De nieuwe of inhoudelijk gewijzigde artikelen in de verordening zijn: • Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling (wijziging) • Artikel 8. Gescheiden aanbieding (wijziging) • Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk (nieuw) • Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren (nieuw) • Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht (nieuw) Tevens zijn redactionele aanpassingen gedaan. Een en ander leidt tot een compactere en actuele Afvalstoffenverordening. Als bijlage bij de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 treft u een uitgebreide toelichting aan, waarnaar kortheidshalve wordt verwezen voor achtergrondinformatie en een artikelsgewijze toelichting. 4.
Opties en keuze
Met het vaststellen van de nieuwe Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 beschikt Brunssum weer over een correcte, geactualiseerde en binnen de Rd4-gemeenten breed gedragen verordening, op basis waarvan (een) correct(e), actue(e)l(e) uitvoeringsbesluit(en) kan/kunnen worden genomen. Het niet vaststellen van de nieuwe verordening kan juridische implicaties hebben. Geadviseerd wordt dan ook de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 vast te stellen en de oude verordening (2018) in te trekken.
Het college van burgemeester en wethouders,
burgemeester
secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2022/104 : Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed : 2026586
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/104; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 november 2022, afdeling Ruimtelijke ontwikkeling en vastgoed ; Besluit: a. de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 vast te stellen en b. de Afvalstoffenverordening van de gemeente Brunssum (uit 2018) in te trekken
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2023
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 Raadsvoorstel 104 (bijlage) afvalstoffenverordening Brunssum 2023.docx
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 Besluit van de raad van de gemeente Brunssum tot vaststelling van de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 De raad van de gemeente Brunssum; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15-11-2022, nummer 202247061; Gelet op de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren; Rekening houdend met het Grondstoffenplan gemeente Brunssum 2022-2026; Gelezen het advies van de commissie Ruimte en Techniek; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Afvalstoffenverordening Brunssum2023 § 1. Algemeen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. § 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1.
Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 2. Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders; b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer. 2. Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
1
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten. Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats of -voorziening, bedoeld in artikel 5; of d. achter te laten in een afvalbak bedoeld voor het inzamelen van afval dat ontstaat in de openbare ruimte. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: a. bioafval (groente-, fruit, en tuinafval en etensresten (GFTE)); b. papier; c. metaal; d.
kunststof; e. glas; f. textiel; g. gevaarlijke afvalstoffen; h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur; i. kunststof verpakkingsmateriaal, blik en drankenkartons (PMD). Artikel 8. Gescheiden aanbieding Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden; b. achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan.
2
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling verschuldigde reinigingsheffing is voldaan. Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel 11 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen. 2. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen 1. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst.
Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden. § 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994; d. handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1.
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.
3
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 3. Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te doorzoeken en te verspreiden. 4. Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen. Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk 1. In dit artikel wordt verstaan onder: - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste 10% van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties. 2. Een huis-aan-huisblad en ongeadresseerd drukwerk mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan. Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen 1.
Het is verboden om een inrichting te exploiteren waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse dan wel in de directe omgeving kunnen worden genuttigd zonder zorg te dragen voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren. Artikel 18.
Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.
4
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 § 4a. Kadavers van gezelschapsdieren Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld. 3. Burgemeester en wethouders kunnen een ondernemer aanwijzen die tevens belast is met de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. 4. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V. in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 5. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats of ondernemer als bedoeld in het tweede, respectievelijk derde lid. 6. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 7.
Het vijfde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG. § 5. Handhaving en toezicht Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 10 en 12 tot en met 19a bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten. Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. § 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 14, tweede lid, onder d, wordt “Waterwet” vervangen door “Omgevingswet”; b. in artikel 16 vervallen de aanduiding “1.” voor het eerste lid, en het tweede en derde lid; c.
in artikel 18 vervalt “en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer” en na het slot van het artikel wordt toegevoegd “Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.”; d. in artikel 19 wordt “anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken” vervangen door “anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen”;
5
Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 e. in artikel 21 wordt na “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” ingevoegd “of artikel 18.6 van de Omgevingswet”. Artikel 23. Intrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening van de gemeente Brunssum (2018) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023. Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening Brunssum 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20-12-2022. De voorzitter, De griffier,
6
1 Raadsvoorstel 104 (bijlage) TOELICHTING bij Afvalstoffenverordening 2023.docx
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 TOELICHTING bij de Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 Algemeen 1. Inleiding De Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en gescheiden inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden, is aan verandering onderhevig. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheiding van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogramma VANG1 – Huishoudelijk Afval om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein. Grondslagen De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen.
De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de openbare ruimte, maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waaraan de Afvalstoffenverordening moet voldoen. De opname van paragraaf 4a inzake de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren. 2. Hoofdlijnen van de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstoffen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor, winkel- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval, afval in de openbare ruimte en kadavers van gezelschapsdieren. Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen.
Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel 1 van het Besluit GIHA2 de norm: a. bioafval; 1 VANG: Van Afval Naar Grondstof
2 GIHA: Gescheiden Inzameling Huishoudelijke Afvalstoffen
1
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 b. papier; c. metaal; d. kunststof; e. glas; f. textiel (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. Het is toegestaan om af te zien van gescheiden inzameling van glas, metaal of kunststoffen als voldaan is aan artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Voor de gemeente is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt voor wat betreft plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (hierna: PMD) (zie artikel 7). De gezamenlijke inzameling van PMD is niet van invloed op het potentieel van hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing. Artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen regelt: “a.
het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om overeenkomstig artikel 4 (van de Kaderrichtlijn afvalstoffen) voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt;”. In de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor bioafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt. Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening, dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het LAP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen. Met ingang van 1 januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking. Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld.
De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit GIHA niet aangepast te worden. In de praktijk worden deze afvalstoffen al afzonderlijk ingezameld. Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels voor de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte. Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door dieren. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet2
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Kadavers van gezelschapsdieren De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a). 3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie.
Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars. Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achtergelaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruiten tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen: De gebruiker van een perceel
De inzameldienst of inzamelaar
Overdragen (aan een inzamelaar)
Innemen (door een inzamelaar)
Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)
Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst
Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats
Inzamelplaats
De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip ‘weg’ in artikel 17.
3
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 4. Verhouding met ander hoger recht Verwerking van persoonsgegevens De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening gegevensbescherming (2016/679/EU). De op grond van artikel 3, lid 1 aangewezen inzameldienst heeft een privacyverklaring opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de inzameling en verwerking van afval. Deze is te vinden op de website van de inzameldienst. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22). 5.
Nadere regels Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college): • • • • • •
Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, derde lid). Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid). Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7) Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan. Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid). Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).
Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het college die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudt, maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kan worden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze besluitvorming gaat over: • De aanwijzing van de inzameldienst (artikel 3). • De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9). • De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21). De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in het uitvoeringsbesluit.
4
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal wordt de inzamelplaats gemeentelijke afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd. Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot. Uit artikel 10 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel. Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Deze toevoeging is opgenomen in verband met de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862). Artikel 2. Doelstelling In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening.
De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als: “inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars”. Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst In het eerste lid geeft de raad aan het college de opdracht om een inzameldienst aan te wijzen, die met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen is belast. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de raad en het college. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. In het derde lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid, dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van 5
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kan het college bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels.
In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen.
Ingevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is wekelijkse inzameling verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten. Artikel 6. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 4 en 5 zijn aangewezen. Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte gebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze verordening vult de verplichting tot gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke bestanddelen gescheiden worden ingezameld. Deze verordening maakt een fijnmaziger onderscheid dan artikel 1 van het Besluit GIHA, dat voorschrijft dat ‘ten minste’ bepaalde bestanddelen gescheiden worden ingezameld.
De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten 6
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen. Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Het regelen van de frequentie en locatie van de inzameling wordt in beginsel overgelaten aan het college. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden. Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden.
Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het college in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (‘welles/nieteslijst’). Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt. Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GIHA. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door het college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Inzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak.
Inzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. De regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zijn in beginsel algemeen verbindende voorschriften. Het college kan in deze regels ook concreet locaties aanwijzen voor de inzamelvoorzieningen. Een dergelijk onderdeel van de regels is geen algemeen verbindend voorschrift, dus daartegen staat bezwaar en beroep open. Het tweede lid bevat een verbod om de inzamelmiddelen buiten het perceel te laten staan na afloop de bepaalde dag en tijden. Gebruikers van een perceel zijn gehouden de inzamelmiddelen binnen het perceel te bewaren. Het verbod geldt ook voor afval dat op de ophaaldag is buitengezet, maar om wat voor reden dan ook, niet is opgehaald. Het derde lid bevat een grondslag voor nadere regels over de wijze van gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen voor categorieën van percelen. Te denken valt aan een onderscheid dat gemaakt kan worden tussen hoogbouw en laagbouw. De regels kunnen een vrijstelling van het
7
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 verbod in het eerste lid of het verbod in het tweede lid inhouden. Deze vrijstelling blijkt dan uit de nadere regels van het college. Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding (reinigingsrecht) afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). In Brunssum vindt in de praktijk geen inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst plaats. Dit artikel (net als artikel 12) is evenwel toch in de verordening opgenomen met het oog op uniformiteit binnen de Rd4-gemeenten, waar in enkele gevallen wel inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst plaatsvindt, en het openhouden van deze optie voor Brunssum. Artikel 12.
Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen (reinigingsrecht) mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieu regels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.”(Kamerstukken 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren.
Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels gelden voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen. Artikel 14. Dumpingsverbod Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. Artikel 10.25, onder a, van de Wm is de grondslag voor het opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in de Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.
8
Toelichting bij Afvalstoffenverordening Brunssum 2023 Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2. Lid 3 houdt in, dat het verboden is om afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken, ook voor zgn. ‘morgensterren’. Doel is, evenals in lid 4, het ontstaan van zwerfafval als gevolg van deze handelingen te voorkomen. Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm. In het eerste lid zijn de definities opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of drukwerk van niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen.