Agendabundel
Tekst van het document
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
algemeen bestuur uitmaken, tenzij sprake is van een regeling als bedoeld in artikel 13, zevende lid, met minder dan zes deelnemende gemeenten”. Aangezien in de regeling van Parkstad Limburg de leden van het dagelijks en het algemeen bestuur identiek zijn, voldoet de regeling op dit punt niet meer en moest ze worden aangepast. Daarnaast zijn in de wet de termijnen voor het opstellen e.d. van financiële stukken/producten aangepast. Ook op dit punt diende de regeling te worden gewijzigd. Reden voor de wijziging in 2020 Ten gevolge van de totstandkoming van de fusiegemeente Beekdaelen klopt de naamgeving van de deelnemers niet meer; met deze wijziging wordt dit gecorrigeerd. Door de inwerkingtreding van de ‘wet normalisering rechtspositie ambtenaren’ kan de Stadsregio niet langer de rechtspositie van de gemeente Heerlen volgen. Met ingang van 1 januari 2020 is op gemeenten de cao gemeenten van toepassing; deze geldt niet voor gemeenschappelijke regelingen. Redenen voor wijziging in 2021 Binnen de BC Ruimte heeft het thema energietransitie (met daarbinnen klimaatadaptatie en circulaire economie) zich organisch ontwikkeld tot een zelfstandig en volwaardig overleg. In de praktijk functioneert dit overleg - weliswaar onder de vlag van de BC Ruimte- als een zelfstandige bestuurscommissie. Het moment is aangebroken om dit om te zetten naar een volwaardige bestuurscommissie Duurzaamheid.
Verder is in 2020 de takendiscussie gevoerd, is de strategische agenda geactualiseerd en is regionaal (samen) gewerkt aan de in de Regio Deal opgenomen activiteiten/onderwerpen met betrekking tot het thema sociaal economische structuurversterking: (verbinding) onderwijs/arbeidsmarkt, Gezonde Basisschool van de Toekomst (GBT), verlengde schooldag en kansrijke start De aanpassing van de gemeenschappelijke regeling voorziet in de formalisering hiervan. Reden voor de wijziging in 2024 Directe aanleiding is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast wordt van de gelegenheid gebruik te gemaakt de regeling op te schonen (waaronder een actualisatie van de archiefbepalingen) en het op wens van de deelnemende gemeenten toevoegen van het thema water aan de Kernagenda. Toelichting op aanhef/artikelsgewijs Aanhef Bij de laatste twee gedachtestreepjes worden de redenen voor de wijzigingen beknopt benoemd. Artikel 1 Begripsverklaring Behoeft geen nadere toelichting. Artikel 2 De doelstelling Vloeit rechtstreeks voort uit besluitvorming van de gemeenten d.d. 28 oktober 2013 en is bij daarop volgende wijzigingen geactualiseerd. Ook hier wordt voor de duidelijkheid het “Blauwe Schema” genoemd en wordt verwezen naar de jaarplannen. Artikel 3 Deelname aan samenwerkingsvormen Hieraan is bij wijziging in 2020 lid 3 toegevoegd.
Met ingang van 1 januari 2020 is op gemeenten de cao gemeenten van toepassing. Doordat gemeenten lid zijn van de VNG is deze cao rechtstreeks op de gemeenten van toepassing. Gemeenschappelijke regelingen kunnen geen lid van de VNG worden. De VNG heeft hiervoor een aparte werkgeversorganisatie opgericht met daarbij een aparte cao voor ‘samenwerkende gemeentelijke organisatie’ waaronder ook de gemeenschappelijke regelingen vallen. Het lid kunnen worden van een vereniging moet in de regeling zijn opgenomen. Artikel 3 voorzag hierin niet expliciet. Dit is met deze wijziging mogelijk gemaakt. Artikel 4 Openbaar lichaam Behoeft geen nadere toelichting. 17
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
Artikel 5 Bestuursorganen Hier worden de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling genoemd. Artikel 6 Het algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeester en één wethouder per deelnemende gemeente; bij vaststelling van deze regeling uit 14 leden. Artikel 7 Besluitvorming van het algemeen bestuur In dit artikel wordt beschreven op welke manier de besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsvindt. Hoofdregel is dat besluiten worden genomen op basis van consensus. Als er geen consensus wordt bereikt of als een lid van het algemeen bestuur er om vraagt, wordt besloten op basis van stemming. Hierbij is sprake van een gewogen stemverhouding. Meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden dient tegenwoordig te zijn. Lid 5: Iedere deelnemende gemeente beschikt over 1 (één) stem + 1 (één) stem per iedere 10.000 inwoners of gedeelte ervan; waarbij een deelnemende gemeente nooit minder dan 3 (drie) stemmen heeft (ongeacht het inwoneraantal). Ter info: aantal inwoners per 1 januari 2014 (bron: CBS; “Demografische kerncijfers per gemeente 2014”) Simpelveld 10.844 = 3 stemmen Voerendaal 12.454 = 3 stemmen Brunssum 28.958 = 4 stemmen Beekdaelen 35.938 = 5 stemmen (gegevens jan.
2019) Landgraaf 37.573 = 5 stemmen Kerkrade 46.784 = 6 stemmen Heerlen 88.259 = 10 stemmen Totaal 36 stemmen Ter info: aantal inwoners per 1 januari 2023 (bron: CBS; dashboard bevolking: inwoners per gemeente)) Simpelveld 10.396 = 3 stemmen Voerendaal 12.405 = 3 stemmen Brunssum 27.682 = 4 stemmen Beekdaelen 35.966 = 5 stemmen Landgraaf 37.175 = 5 stemmen Kerkrade 45.620 = 6 stemmen Heerlen 87.122 = 10 stemmen Totaal 36 stemmen De 36 beschikbare stemmen worden over de AB-leden verdeeld. Iedere gemeente vaardigt 2 AB-leden af en ieder AB-lid krijgt de helft van het per gemeente aantal toebedeelde stemmen. Deze stemmen vormen per lid één pakket, zie onderstaande tabel:
Gemeente: Simpelveld Voerendaal Brunssum Beekdaelen Landgraaf Kerkrade Heerlen
Aantal Leden: 2 2 2 2 2 2 2
Algemeen Bestuur Aantal stemmen per lid: 1,5 1,5 2,0 2,5 2,5 3,0 5,0
Totaal aantal:
14
(18) 18
Aantal stemmen totaal: 3 3 4 5 5 6 10 36
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
Artikel 8 Het dagelijks bestuur Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door de burgemeesters van de deelnemende gemeenten; bij vaststelling van de regeling uit 8 7 leden. Ieder lid beschikt over één stem, zie onderstaande tabel.
Gemeente: Simpelveld Voerendaal Brunssum Beekdaelen Landgraaf Kerkrade Heerlen Totaal aantal:
Dagelijks Bestuur Aantal stemmen Aantal leden: per lid: 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 7 7
Artikel 9 Taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur In de regeling is opgenomen dat de door de colleges van burgemeester en wethouders overgedragen bevoegdheden onverwijld door het algemeen bestuur (op voorstel van het dagelijks bestuur) worden overgedragen aan de bestuurscommissies. In 2014 kwamen overgedragen bevoegdheden terecht bij het Dagelijks Bestuur, via een latere wetswijziging van de Wgr is dat inmiddels het Algemeen Bestuur geworden. Op grond van artikel 33 van de Wgr kan de regeling anders bepalen. Door toevoeging van de betreffende passage aan lid 1 van artikel 9 wordt de aanpak uit 2014 gecontinueerd. De in lid 2 genoemde taken en bevoegdheden zijn feitelijk de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissies. In lid 3 wordt dit nog eens expliciet aangegeven. In de rolverdeling tussen de het dagelijks bestuur en de bestuurscommissies heeft het dagelijks bestuur dan ook primair de verantwoordelijkheid voor: 1. De besturing en de (financiële) verantwoording van de gemeenschappelijke regeling het openbaar lichaam Stadsregio Parkstad Limburg genoemd in artikel 4. 2. Het bevorderen en invullen van de samenwerking binnen Parkstad. 3. Het leggen van dwarsverbanden en initiëren/uitvoeren van overkoepelende activiteiten.
Dit via het aanhaken aan (bij voorkeur Parkstadbrede) kansrijke initiatieven (inclusief het verrichten van haalbaarheidsonderzoeken en het verrichten van lobby-activiteiten) die zich tijdens de uitvoering van het jaarplan kunnen aandienen en daarnaast voor 4. Bestuurscommissies/programma’s-overstijgende onderwerpen 5. grensoverstijgendechrijdende samenwerking -GROS- daarbij inbegrepen; het Dagelijks Bestuur fungeert in deze mutatis mutandis als een Bestuurscommissie GROS. 6. Het vervullen van de werkgeversrol voor de Parkstad organisatie. 7. De communicatie naar de stakeholders, zoals gemeenteraden, colleges, provincie, maatschappelijke organisaties. 8. De afwikkeling van de overdracht van de taken GBRD aan BsGW en het beheer van de daarvoor bestemde desintegratie- en frictiebudgetten (totdat dit is afgehandeld). Voor een uitgebreide toelichting op de in dit artikel genoemde taken en bevoegdheden wordt verwezen naar het “Besluit instellen Bestuurscommissies 2014” van het algemeen bestuur genomen op van 15 oktober 2014 respectievelijk het ‘Besluiten instellen nieuwe bestuurscommissies 2021’. Artikel 10 Besluitvorming door het dagelijks bestuur
19
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
Besluitvorming vindt plaats op basis van consensus (overeenstemming). Alleen indien er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt tot stemming overgegaan, waarbij ieder lid van het dagelijks bestuur één stem heeft. Het artikel regelt verder de te volgen procedure bij het staken van de stemmen in de vergaderingen van hetdagelijks bestuur. Wanneer de stemmen staken, dan wordt de besluitvorming over dat bepaald onderwerp verdaagd tot de eerstvolgende ingeplande vergadering van het dagelijks bestuur of een extra te beleggen vergadering. Indien er sprake is van verdaging, stelt de voorzitter na heropening van de beraadslagingen vast of consensus bestaat of dat stemming nodig is. Indien stemming nodig is en de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Zie verder het vigerende Reglement van Orde. Artikel 11 De voorzitter De voorzitter wordt door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen en is zowel voorzitter van het algemeen als van het dagelijks bestuur. Gelet op het feit dat wethouders geen lid van het Dagelijks Bestuur kunnen zijn, zal een aan te wijzen voorzitter altijd een burgemeester zijn. De Wgr zegt niets over het verplicht aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter. Bij de Stadsregio Parkstad Limburg is ervoor gekozen om een plaatsvervangend voorzitter te benoemen.
Bij afwezigheid van de voorzitter neemt deze zijn/haar taken met bijbehorende bevoegdheden over. Artikel 12 t/m 15 In deze artikelen wordt o.a. ingegaan op de taken en bevoegdheden van de directeur/secretaris en de rechtspositie van het personeel. Met de wijziging van artikel 14 in 2021 is deze aangepast aan de vigerende wetgeving. Artikel 16 Bestuurscommissies Met dit artikel wordt de mogelijkheid gegeven om bestuurscommissies te kunnen instellen. Ter behartiging van Kernagenda-onderwerpen moeten bestuurscommissies worden ingesteld; ter behartiging van Keuzeagendaonderwerpen kunnen bestuurscommissies worden ingesteld. Keuze-onderwerpen kunnen ook door reeds bestaande bestuurscommissies worden opgepakt/uitgevoerd. Artikel 17 Werkwijze van de bestuurscommissies Door het Algemeen Bestuur wordt vastgelegd hoe de werkwijze van de bestuurscommissies is geregeld. De ten behoeve van de Kernagenda ingestelde bestuurscommissies worden ondersteund door het Regiobureau. De ten behoeve van de Keuze-agenda ingestelde bestuurscommissies kunnen worden ondersteund door het Regiobureau. Hiervoor dient door de deelnemende gemeenten budget te worden toegekend (los van de reguliere bijdrage). Een ander conform het Raadsbesluit van 28 oktober 2013. In de praktijk ondersteunen de bestaande Bestuurscommissies veelal de op basis van de Keuze-agenda uit te voeren werkzaamheden.
Evident is dat de reguliere bijdrage daar niet toereikend is en dat hiervoor door de deelnemende gemeenten extra c.q. aanvullende middelen aan de Stadsregio ter beschikking dienen te worden gesteld. Artikelen 19 t/m 25 hoofdstuk Financiën Met uitzondering van artikel 21 behoeven deze artikelen geen nadere toelichting. De met ingang van 1 juli 2022 gewijzigde Wet heeft de zienswijzetermijn ten aanzien van de ontwerpbegroting met 4 weken verlengd (van 8 naar 12 weken). Tevens is de termijn voor toezending aan het college van GS verruimd (vóór 15 september in plaats van 1 augustus).Verder is nieuw dat het Dagelijks Bestuur de gemeenteraden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis dient te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.Hiervoor is bij de wetswijziging echter geen extra tijd opgenomen; dit alles dient binnen die twaalf weken te gebeuren. Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid om de begroting pas uiterlijk in de 2e week van september vast te stellen. De wens leeft om de begroting in de laatste AB-vergadering vóór het zomerreces van Parkstad Limburg vast te kunnen stellen. Het nog te doorlopen traject bij de Stadsregio wordt hiermee erg kort. Via 20
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
werkafspraken met de raden zal worden geprobeerd de zienswijzen reeds binnen en tijdsbestek van acht weken te mogen ontvangen. Dit lukt alleen met instandhouding van de ‘oude’ zienswijzetermijn van maximaal 8 weken. Er moet ook nog tijd beschikbaar moet zijn om de gemeenteraden te informeren over de reactie van het Dagelijks Bestuur op de ontvangen zienswijzen. In de regeling wordt er expliciet voor gekozen om af te wijken van de in de wet genoemde termijnen en data. Dit heeft zijn beslag gekregen in het nieuwe artikel 21. De achtweken-termijn, genoemd in lid 3, biedt het Dagelijks Bestuur de gelegenheid te voldoen aan de wettelijke verplichting om de raden van de gemeenten, voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur, schriftelijk en gemotiveerd in kennis te stellen van zijn oordeel over de ontvangen zienswijze(n), alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. In lid 4 9 van artikel 21 is bepaald dat ten aanzien van begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de individuele gemeenten aan de regeling geen zienswijzen kunnen worden ingediend. Zienswijzen kunnen alleen worden ingediend bij wijzigingen die leiden tot een verhoging van de jaarlijkse bijdragen van de individuele gemeenten. Artikel 26 Archivering Dit artikel is in overeenstemming gebracht met de vigerende Archiefwetgeving.
Artikel 27 t/m 30 hoofdstuk Inlichtingen, verantwoording en terugroeping In deze artikelen wordt de inlichtings- en verantwoordingsplicht beschreven. Artikelen 31 t/m 34 35 hoofdstuk 8 (toetreding, uittreding, wijziging en opheffing van de regeling) Artikel 32 is in lijn gebracht met de formulering zoals die ook door de andere gemeenschappelijke regelingen binnen Parkstad Limburg wordt gebezigd. Artikel 34: Het besluit genoemd onder lid 2 leidt tot aanpassing van de regeling, waartoe de wettelijke wijzigingsprocedure dient te worden doorlopen. Artikel 35: Artikel 10, lid 2 van de wet biedt de mogelijkheid dat een regeling bepalingen kan inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden aangebracht in de overgedragen bevoegdheden. Deze bepaling heeft als strekking dat indien de regeling dat bepaalt ook zonder wijziging van de regeling een uitbreiding, vermindering of andere wijzigingen kunnen worden aangebracht in het pakket van overgedragen bevoegdheden (Handelingen II 1983/84, p. 4835). Voorwaarde is dat de gemeenschappelijke regeling expliciet in de mogelijkheid voorziet en bepaalt op welke wijze dat dan moet gebeuren. Voorziet de gemeenschappelijke regeling niet in de mogelijkheid, dan kunnen de overgedragen bevoegdheden slechts gewijzigd worden door wijziging van de gemeenschappelijke regeling zelf krachtens art. 9 lid 1 en art. 1.
Overdracht buiten de gemeenschappelijke regeling om kan bijvoorbeeld geschieden bij afzonderlijk delegatiebesluit van de deelnemende besturen Een dergelijk besluit dient te worden toegevoegd aan het gemeentelijke register van gemeenschappelijke regelingen en bekend worden gemaakt door het desbetreffende bestuursorgaan. De overige artikelen behoeven geen toelichting. Artikelen 35 36 t/m 40 43 (slotbepalingen) Artikel 37 t/m 39 zijn nieuw en zijn toegevoegd naar aanleiding van de wetswijziging. Hierbij is zo veel mogelijk de uniforme formulering gevolgd. Artikel 41 lid 3: De feitelijke uitvoering hiervan berust bij de (plv.) directeur/secretaris dan wel bij een door hem/haar daartoe aangewezen ambtenaar. De overige artikelen behoeven geen toelichting. 21
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
----------------------------------------------------------------------
22
Versie DB 22 nov. 2023 -Met groen de wijzigingen t.o.v. de versie DB 11 okt. 2023-Met blauw de wijzigingen t.o.v. versie 22 nov.
Bijlage 3 Wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg van 1 mei 2021 Paginanummering verwijst naar bijlage 2 (versie met markeringen e.d.) Wijziging In de hele regeling zijn hoofdletters van gebruikte begripsbepalingen door kleine letters vervangen en is gebruik gemaakt van het begrip deelnemers in plaats van Gemeenten/college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente. Grensoverschrijdend is vervangen door grensoverstijgend voorblad p.1
p.2
preambule Onder gelet op: weglaten van de woorden ‘de bepalingen van’ 1 januari 2020 wordt 1 mei 2021 Art. 1: verwijderen definitie onder 1c en vervangen door een beter passende definitie (deelnemer(s) en Parkstad Limburggemeenten Art. 1 g en h: verwijderen tekst ‘die worden aangewezen door het Algemeen Bestuur’
Art. 1 lid i, toevoeging ambtelijk en plv. Art.1 k: toevoegen: een unaniem door de deelnemers vastgesteld Blauw Schema Art. 1 toevoeging van lid l Art. 2,lid 1: toevoeging van het onderwerp water en klimaatmitigatie en de toevoeging van een overall-doelstelling in lijn van de opgave binnen de Regio Deal
p.3
Art. 2 lid 3: in de opsomming staan nu ook klimaatmitigatie (e) en water (h) vermeld; tekst verwijderd bij k.
Art. 2 lid 3, onder sub l: toevoeging van ‘en nader gespecificeerd in de jaarplannen’
DB 13 dec. 2023
Toelichting Redactionele wijzigingen
Aanpassingen in de vermelde data, zoals de datum inwerkingtreding Noodzaak tot wijzigen regeling toegevoegd: wetswijziging Wgr en verzoek van de gemeenten om het thema water bij SPL onder te brengen Redactionele wijziging Aanpassing feitelijke datum Redactionele wijziging Kernagenda-onderwerpen worden niet door het AB aangewezen, maar via vaststelling van het Blauwe Schema door de colleges; keuzeagendataken worden ingebracht op verzoek van (minstens) 2 samenwerkende gemeenten Redactionele aanpassing Dit geeft de totstandkoming van het Blauwe Schema aan Geeft duidelijk aan dat een nadere specificering van de onderwerpen genoemd in het Blauwe Schema zijn terug te vinden in de jaarplannen Water is expliciet toegevoegd op verzoek van de Parkstad-Limburggemeenten/Waterwerkregio. Ten tijde van de wijziging van de vorige regeling beschouwden we klimaatmitigatie als onderdeel van klimaatadaptatie; dit blijkt achterhaald te zijn, vandaar de uitsplitsing. Betreft niets nieuws, alleen een specificering. In lid 1 ontbrak een hoger gelegen doelstelling, die is nu opgenomen. h en e zijn redactionele wijzigingen in de lijn van de voorgaande wijzigingen. Bij k (SES) is de nadere omschrijving verwijderd en in lijn gebracht met de benoeming van de overige onderwerpen.
De afbakening van SES is terug te vinden in het Blauwe Schema Redactionele aanpassing in lijn met de toevoeging van lid l onder artikel 1.
1
p.3/ 4
Art. 3, lid 4, toevoeging van de tekst: Alvorens het algemeen bestuur een dergelijk besluit neemt, worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Art. 5: toevoeging; plv. Art. 6: letter ‘s’ en ‘van de Parkstad Limburggemeenten’ toegevoegd Art. 7: herschikking en vereenvoudiging van de leden
Betreft een wettelijke verplichting die zonder de Wgr te hoeven raadplegen terug te vinden is in de regeling.
Toevoeging teksten bij de leden 3 en 4
3: ‘bij stakende stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen’: in overeenstemming gebracht met betreffende bepaling in de gemeentewet 4: eensluidende bepaling als bij het DB Aanpassing op basis van de Wgr en in overeenstemming gebracht met het Reglement van Orde
Lid 7, toevoeging van: die bovendien de meerderheid van het aantal stemmen vertegenwoordigen
p.4 p.4
Lid 11: 1/5 vervangen door twee en toegevoegd ‘of de voorzitter dat nodig vindt’ Art. 8; lid 2 is verwijderd Art. 9, lid 2 toevoeging woord ‘jaarplannen’ Lid 2, toevoegen: het procedureel afwikkelen van subsidies .. en het aanvragen (en verder procedureel afwikkelen) van subsidies
p.5
Redactionele wijzigingen
ter verduidelijking Voegt niets toe; staat al in de Wet Redactionele aanpassing in lijn van de wijziging van art. 1 en art. 2, lid 3. Dit werd beoogd met de oude formulering en is nu ter verduidelijk opgenomen.
Lid 3 toegevoegd: ‘Met het vaststellen van deze gemeenschappelijke regeling zijn de in lid 2 van dit artikel vermelde collegebevoegdheden met betrekking tot de kernagenda-onderwerpen overgedragen aan het Dagelijks Bestuur’.
Deze toevoeging vervangt het separaat te nemen bevoegdhedenoverdrachtsbesluit.
Lid 4: verwijzing naar lid 2 Lid 5: onder a, andere benaming Lid 5: onder d, toegevoegd: programma’ s Lid 5 oud e en f verwijderd (zie leden 7 en 8)
Redactionele wijziging i.v.m. overige wijziging. In juridische overeenstemming gebracht. Nadere verduidelijking Taken/overdracht GBRD en BsGW is inmiddels afgewikkeld.
Lid 6 toegevoegd
Nadrukkelijke vermelding van de mogelijkheid tot het verlenen van mandaat door de deelnemers. Hoofdregel blijft dat er wordt besloten op basis van consensus. In het oude artikel werd pas gestemd na verdaging van de besluitvorming over dat onderwerp tot een volgende vergadering (tenzij de voorzitter vond dat geen uitstel kon worden geduld). In het nieuwe voorstel wordt direct tijdens dezelfde vergadering gestemd na uitblijven van consensus. Staken de stemmen, wordt er pas verdaagd, staken de stemmen dan weer, dan wordt (net als bij het oude artikel) het voorstel geacht te zijn verworpen. Redactionele wijziging
Art. 10: herschikking van de leden en een minimale aanpassing qua besluitvorming
p.6
Redactionele wijziging Redactionele wijziging
Art. 11: toevoeging ‘plv’.
DB 13 dec. 2023
2
p.6 en 7
Art. 12, 13, 14 en 15
p.7
Art. 16: schrappen lid 4, komt deels terug in lid 2.
p.8
Lid 3: mogelijkheid bieden keuze-agendaonderwerpen onder te brengen bij een bestaande bestuurscommissie Art. 20: de ontwerpbegroting is eruit gehaald en in een nieuw artikel (21) opgenomen
p.8
Artikel 21: de ontwerpbegroting
p.8/ 9 p. 9/ 10
Art. 22 leden 1 en 2 (jaarrekening en jaarverslag)
p. 10 p.11
Titel hfd. 7: ‘en terugroeping’ verwijderd Art. 30 lid 2 aan toegevoegd
Art. 26 archiefbepaling
DB 13 dec. 2023
Redactionele wijzigingen + de ‘bewoordingen’ bij personeelsaangelegenheden zijn in overstemming gebracht met de privaatrechtrechtelijke begrippen. Verder is de basis voor de reeds in het bevoegdhedenbesluit opgenomen en toegepaste (onder-)mandaat/machtiging/ volmachtverleningen hiermee verankerd in de regeling. Staat in het Instellingsbesluit/redactionele wijziging. Hiermee hoeft niet per se een nieuwe BC te worden ingesteld. Artikel ziet nu alleen op het aanbieden aan de raden van de Kadernota en de voorlopige jaarrekening Voor dit artikel is de Boels/Zandersformulering gebruikt. Echter met de volgende opmerking. Gelet op de nieuwe bepaling in de wet dat het DB de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting (door het AB) schriftelijk en gemotiveerd in kennis dient te stellen van zijn oordeel over de ingebrachte zienswijze(n) en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt, wordt het voor de gemeenschappelijke regelingen erg kort dag, dit voor elkaar te krijgen binnen de in de wet opgenomen termijnen. De termijnen lijken vooral ingestoken te zijn op het te doorlopen tijdpad bij de gemeenten dat hierdoor eindigt voor de zomervakantie. Er wordt geen rekening gehouden met de door SPL hierna te nemen vervolgstappen (ambt. reactie op zienswijzen formuleren/voorleggen aan het pfh.
financiën/ter besluitvorming voorleggen aan het DB/schriftelijk reageren richting de raden/vaststelling van de begroting en de tijd die daarvoor nodig is). Streven is, zoals gebruikelijk, er op gericht om de begroting in juli te kunnen vaststellen; met de 12weken-termijn wordt nagenoeg automatisch gekoerst op vaststelling in september. Via te maken werkafspraken zouden 8 weken als zienswijzetermijn kunnen worden aangehouden. In overeenstemming gebracht met de Boels/Zandersformulering Compleet nieuw artikel, conform de door de LOPAI geadviseerde paragraaf. Hierin zijn alle uitgangspunten zoals die door Boels/Zanders zijn ‘opgehaald’ bij twee adviseurs informatiebeheer en twee gemeentearchivarissen/toezichthouders opgenomen. Redactionele aanpassing Naast de actieve informatieplicht wordt nu ook de passieve vermeld. 3
p.11
Art. 31 oude artikel is vervangen door een nieuw
p. 11/ 12 p.12
Art. 32 Uittreding
p.12
Art. 34 Opheffing, lid 1
p.13
Art. 33 Procedure en inhoud uittredingsplan
Lid 2 verwijderd: ontbinding van de regeling en daardoor Art. 35 Wijziging, lid 1 oud is verdeeld over de nieuwe leden 1 en 2 Leden 3 en 4 zijn nieuw
p.13
Art. 37 Evaluatie, nieuw artikel
Art. 38 Burgerparticipatie, nieuw artikel p.13/ 14
Art. 39 Participatierecht raden/zienswijzen, nieuw artikel
p.14
Art. 41 Inwerkingtreden
DB 13 dec. 2023
Op toetreding zijn dezelfde regels van toepassing als bij het treffen, wijzigen of uittreden van de regeling. Hiermee is de tekst in overeenstemming gebracht. Oud artikel vervangen door nieuw artikel, hierbij is Boels-Zandersformulering over genomen. Nieuw artikel; Boels-Zandersformulering is over genomen met de afwijking dat in de leden 2 en 3 en gedeeltelijk bij 5 het algemeen bestuur is vervangen door het dagelijks bestuur (betreft aanwijzen onafhankelijk adviseur/ onderzoeksplicht). Tekst in overeenstemming gebracht met de Boels-Zandersformulering Is dubbelop met opheffing Betreft hoofdzakelijk een redactionele wijziging waardoor de tekst nu meer in overeenstemming is met de wettekst. De wet biedt de mogelijkheid om door middel van aparte delegatiebesluiten wijzigingen aan te brengen in het pakket van overgedragen bevoegdheden zonder dat de regeling zelf daarvoor hoeft te worden aangepast. Om daarvan gebruik te kunnen maken is opname van de mogelijkheid in de regeling noodzakelijk. Nieuw artikel; tekstvoorstel van de BoelsZandersformulering is over genomen (bevat de aanvulling en de gewenste toevoeging van de griffiers dat op verzoek van tenminste twee deelnemers de regeling zal worden geëvalueerd). Nieuw artikel; Boels-Zandersformulering is over genomen incl. de voorgestelde aanvulling (zie leden 2, 3 en 4). Nieuw artikel; Boels-Zandersformulering is over genomen incl.
de voorgestelde aanvulling uit sept.(zie lid 2). Het voorstel voor het kunnen indienen van een zienswijze voorafgaand aan het vaststellen van strategische meerjarenplannen door het DB dan wel het AB is niet over genomen. Het in de leden 1 en 2 opgenomen participatierecht biedt voldoende waarborgen voor de raden. SPL is een collegeregeling en er kunnen alleen plannen op collegeniveau worden vastgesteld mits daartoe bevoegdheden zijn over gedragen. Zijn die niet over gedragen, blijft het eigen college bevoegd, dat ook geen zienswijze aan de raad hoeft te vragen. Betreft het een plan op raadsniveau dan wordt het daarvoor gebruikelijke besluitvormingsproces doorlopen en besluiten de raden zelf. Datum is aangepast naar 1 juli 2024; overige leden zijn aangepast aan de gewijzigde wet. Lid 3 oud is overgeheveld naar een nieuw artikel 42. 4
DB 13 dec. 2023 MEMO over aan te passen gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg
Op 22 november jl. is de ontwerpregeling van de aan te passen gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg naar de colleges gestuurd zodat het gemeentelijk besluitvormingsproces kon worden opgestart. In die voorliggende regeling is al rekening met drie aanpassingen in respectievelijk de artikelen 37 t/m 39 (evaluatie/participatie en zienswijzen) die in een later stadium door Boels/Zanders zijn voorgesteld en die door middel van de zienswijzenprocedure nog in de overige regelingen dienen te worden verwerkt. Hiermee dachten we weer helemaal in de pas te lopen. Echter, wat wil het geval. De gemeenten hebben op 22 of 23 november jl. naar aanleiding van de reeds door de gemeenteraden ingebrachte zienswijzen nog een aanvullend advies van Boels/Zanders ontvangen Op basis daarvan geven ze voor 3 onderdelen een aangepaste formulering (en merken ze aanvullend nog op dat in de regelingen moet komen te staan dat de ontwerpbegroting 30 april bij de gemeenteraden dient te liggen; dat staat er bij ons al in). Deze info was dus niet bekend bij het verzenden van de ontwerpregeling SPL naar de gemeenten. De aanpassingen zijn nogal marginaal, zie onderstaand (vanaf p. 3 zijn de integrale teksten te raadplegen met daaronder een reactie op de wijzigingen). 1.
2.
3.
Art. 39 (zienswijzen); tekst is identiek aan die van Boels/Zanders met uitzondering van het gebruik van het woord ‘twee; Boels/Zanders kiest voor het gebruik van 1/5; dit kan onduidelijkheid in de afronding met zich mee kan brengen. Art. 38: bij burgerparticipatie; lid 3 is blijkbaar bij het invoegen van de tekst over het hoofd gezien; in lid 4 (dat eerst lid 3 was) dient dan ook verwezen te worden naar het nieuwe lid 3; echter ook hier het hebben over ‘twee’ in plaats van over 1/5. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in lid 2 leden 2 en 3 en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de Parkstad-Limburggemeenten en belanghebbenden zal worden vorm gegeven. Art. 37: bij evaluatie de woorden ‘het algemeen bestuur daartoe besluit dan wel indien minimaal’ verwijderen. In een eerder tekstvoorstel van Boels/Zanders was opgenomen dat het Algemeen Bestuur kon besluiten om al dan geen evaluatie te doen; hier is later ‘indien twee deelnemers hierom verzoeken’ aan toegevoegd.
In het laatste advies van Boels/Zanders is het Algemeen Bestuur eruit gehaald en luidt de nieuwe bepaling: ‘De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen’.
Aanvullende opmerking m.b.t. de evaluatiebepaling Zowel de gemeente Voerendaal (brief van 30 juni 2023) als de gemeente Brunssum (brief van 1 augustus 2023) hebben een identieke brief naar de Stadsregio gezonden waarin zij enkele uitgangspunten hebben geformuleerd die de betreffende colleges onder de aandacht wilden brengen en mogelijk ook mee willen geven aan de gemeenteraad. In het kader van de uniformiteit wordt nadrukkelijk de voorkeur gegeven aan het volgen van de voorgestelde Boels/Zanders-standaardbepalingen; waar bij afwijkingen daarvan nadrukkelijk moet worden toegelicht waarom daarvan wordt afgeweken. Deze brieven hebben op 13 september jl. ter info bij het DB voor gelegen. Inhoudelijk is hier niet op ingegaan en is enkel aangegeven dat de regionale werkgroep aan het DB van 11 oktober een 1 e wijzigingsvoorstel zou voor leggen.
1
Dat is ook zo gebeurd. In het voorliggende ontwerp is de (oorspronkelijke) Boels/Zandersbepaling gevolgd die toen voor lag en is niet de wens van de gemeente Voerendaal en Brunssum over genomen om in de regeling op te nemen dat deze standaard iedere 5 jaar dient te worden geëvalueerd. Tijdens de DB-vergadering van 11 oktober (1e bespreking va het wijzigingsvoorstel) heeft niemand ingebracht het niet met het voorstel eens te zijn c.q. liever te opteren voor het opnemen van die 5 jaar. Het 2e voorstel heeft voor gelegen tijdens de DB-vergadering van 22 november; ook daar is in het DB niets gezegd over de evaluatiebepaling en is akkoord gegaan met de voorliggende ontwerpregeling. Met de evaluatiebepaling zoals die nu is opgenomen wordt het eerdere Boels/Zanders-advies, gevolgd en met de marginale aanpassing ook dat van 22 november 2023. Daarin wordt namelijk aangegeven die 5 jaar alleen op te nemen in een regeling vanaf 15 deelnemers. Bovendien blijken met uitzondering van de raden van de gemeenten Brunssum en Voerendaal op de betreffende bepaling allemaal een positieve zienswijze te hebben afgegeven (dus niets opnemen over de 5 jaar).
Voorstel: Indachtig het laatste tekstvoorstel van Boels/Zanders (van 22 november 2023) waarmee invulling wordt gegeven aan het zoveel mogelijk betrachten van uniformiteit in de regelingen: - in artikel 39 niets te wijzigen; - in artikel 38 het ontbrekende lid 3 toe te voegen en lid 4 daarop aan te passen en - in artikel 37 de passage over het algemeen bestuur te verwijderen.
2
Integrale teksten (SPL/Boels-Zanders) ZIENSWIJZEN Tekst SPL art. 39 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het eerste of tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden maximaal twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur bekend te maken. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Tekst Boels/Zanders 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen.
Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Re: Deze bepaling staat al zo in het voorstel van SPL. Het is echter duidelijker om twee i.p.v. 1/5 op te nemen. Door het werken met breukenkunnen afrondingsperikelen ontstaan. In het voorstel van Boel/Zanders bij gemeenschappelijke regelingen met vijf of minder deelnemers dienen tenminste 2 gemeenteraden er om dienen te verzoeken en bij een gemeenschappelijke regeling van zeven deelnemers (zoals die van SPL) een vijfde van de gemeenteraden. In het geval van SPL zou dat 1,4 gemeenteraad zijn: zijn er dit dan 1 of 2 (daar zou discussie over kunnen ontstaan, aangezien niet meer te herleiden is dat Boels/Zanders altijd uitgaat van tenminste 2. Vandaar de keuze om het aantal expliciet in de regeling op te nemen. Pas bij een regeling vanaf 11 deelnemers zou 1/5 kunnen worden opgenomen, aangezien het bij 10 deelnemers nog steeds ten minste 2 gemeenteraden betreft… Hier is kennelijk niet bij stil gestaan door Boels/Zanders.
INSPRAAK/BURGERPARTICIPATIE Tekst SPL art. 38 2. In afwijking van lid 1 kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. Dit lid ontbreekt in de tekst van SPL 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in lid 2 leden 2 en 3 en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de Parkstad-Limburggemeenten en belanghebbenden zal worden vorm gegeven.
3
Tekst Boels/Zanders: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Re Het derde lid ontbreekt inderdaad in de voorliggende SPL-regeling. Is blijkbaar over het hoofd gezien bij het overnemen van de tekst; dit betekent uiteraard geen man overboord. Ook zonder die bepaling kunnen tenminste twee gemeenteraden daarom verzoeken. EVALUATIE Tekst SPL art. 37 De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit dan wel indien minimaal twee deelnemers daarom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen. Tekst Boels/Zanders: De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.
Re Tekst SPL is overeenkomstig eerder voorstel van Boels/Zanders. Boels/Zanders geeft aan pas bij regelingen vanaf 15 deelnemers op te nemen dat er iedere 5 jaar dient te worden geëvalueerd.
4
Reactienota
Aan
Colleges van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten en dagelijks bestuur waterschap
1.
Afschrift aan
Dagelijkse besturen gemeenschappelijke regelingen
Van
Anouk Hofman en Rob de Greef
Plaats/Datum
Venlo, 22 november 2023
Betreft
Reactienota zienswijzen raden, provinciale staten en algemeen bestuur waterschap
Ingekomen zienswijzen De 31 Limburgse gemeenteraden, provinciale staten van Limburg 1 en het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg hebben inmiddels besloten omtrent het al dan niet indienen van zienswijzen op de wijzigingsvoorstellen zoals die eerder in het gezamenlijk traject naar voren zijn gekomen. De ingediende zienwijzen zien op enkele verschillende onderwerpen: (1) Zienswijzen (2) Inspraak (burgerparticipatie) (3) Evaluatie (4) Aanlevertermijnen begroting Hierbij moet worden opgemerkt dat sommige gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap de oorspronkelijke wijzigingsvoorstellen hebben voorgelegd voor besluitvorming. Soms zijn er dan vervolgens geen zienswijzen ingediend, hetgeen als een ondersteuning van dat oorspronkelijke voorstel kan worden gezien. Andere gemeenteraden hebben ervoor gekozen om gewijzigde voorstellen voor te leggen waarbij de handreiking van de raadswerkgroep Noord-Limburg (bijlage 2) is gevolgd, dan wel de voorstellen zoals deze in eerdere brieven vanuit Brunssum, Stein en Voerendaal naar voren zijn gekomen (bijlage 3). In onze eerdere legal opinion zijn wij reeds op de juridische haalbaarheid van deze voorstellen ingegaan (bijlage 4). Een groot aantal gemeenteraden heeft deze voorstellen omarmd.
Tot slot zijn er ook individuele zienswijzen ingediend door sommige gemeenteraden, ongeacht wat het behandelde voorstel was. In de bijgevoegde matrix (bijlage 1) hebben wij per deelnemer én per gemeenschappelijke regeling inzichtelijk gemaakt welke voorkeuren de raden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben uitgesproken. 2
1
Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december
beslissen 2
Bij de provincie moet worden opgemerkt dat het nog om een conceptzienswijze gaat, omdat provinciale staten pas begin december
beslissen. Reactienota op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
1/6
In deze reactienota leggen wij u de uitkomsten voor. Wij kiezen daarbij wederom voor uniforme voorstellen voor alle gemeenschappelijke regelingen, dat was immers het uitgangspunt van het traject dat doorlopen is. Uiteindelijk kan natuurlijk besloten worden om voor bepaalde gemeenschappelijke regelingen hiervan af te wijken, maar vanuit het principe van comply or explain moet dit dan wel nadrukkelijk worden toegelicht. Voor gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap is het immers overzichtelijker wanneer zij voor alle gemeenschappelijke regelingen waarin hun colleges/dagelijkse besturen participeren (grotendeels) dezelfde instrumenten hebben. 2.
Zienswijzen 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld om het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor gemeenschappelijke regelingen met vijf of minder deelnemers: 2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden:
2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 3. Indien het tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Dit sluit ook aan bij de toezegging op verzoek van de gemeentesecretarissen uit het gezamenlijke traject om dit te verwerken. Zie ons eerder toegezonden memo d.d. 12 juni 2023. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
2/6
Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht krijgen (lid 2) als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. 3.
Inspraak / Burgerparticipatie 25 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. 6 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben géén vergelijkbare zienswijze aangenomen. Gelet op deze overgrote meerderheid wordt voorgesteld het voorstel van de raadsledenwerkgroep, zoals uitgewerkt in de legal opinion, over te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bepaling luidt voor de gemeenschappelijke regelingen tot en met vijf deelnemers: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Voor gemeenschappelijke regelingen met zes of meer deelnemers komt de tekst te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
Bij de Regionale uitvoeringsdiensten zal vanzelfsprekend ook provinciale staten dit recht (lid 3) krijgen als ware zij een van de gemeenteraden, zoals bij BsGW en het Gegevenshuis het algemeen bestuur van het Waterschap Limburg deze rechten krijgt. Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar algemeen bestuur of dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
3/6
4.
Evaluatie Bij de evaluatie is het beeld wat anders. 17 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor het overnemen van het voorstel zoals voorbereid door de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg en uitgewerkt in de legal opinion. Dat komt er op neer dat 2 deelnemers kunnen vragen om een evaluatie, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel moet doen. 8 gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben zich uitgesproken voor het oorspronkelijke voorstel, waarbij het algemeen bestuur in meerderheid beslist of een evaluatie moet plaatsvinden, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel doet. Eén gemeenteraad heeft zich uitgesproken voor een evaluatie wanneer 1/4 van de deelnemers hierom vraagt, maar in elk geval eens in de zes jaren. 6 gemeenteraden hebben zich uitgesproken voor een periodieke evaluatie eens per 5 jaar. Hoewel de meerderheid gering is, stellen wij toch voor het voorstel van de raadsledenwerkgroep Noord-Limburg, zoals uitgewerkt in de legal opinion, op te nemen in alle gemeenschappelijke regelingen met maximaal 14 deelnemers (de “kleinere” gemeenschappelijke regelingen). Dit voorstel luidt: De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien twee deelnemers hierom verzoeken. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.
Bij Geul en Maas wordt dit zo verwerkt dat overal waar dagelijks bestuur staat in die gemeenschappelijke regeling “gemeenschappelijk orgaan” komt te staan. Voor de grotere gemeenschappelijke regelingen (met 15 of meer deelnemers) werkt een dergelijke bepaling naar ons oordeel niet. Dat zou ertoe leiden dat een dergelijke gemeenschappelijke regeling constant onderworpen kan worden aan evaluaties, bijvoorbeeld wanneer twee gemeenten het niet eens zijn met een door de overgrote meerderheid gekozen route. Om die reden wordt voor Omnibuzz, de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschap Limburg (BsGW), de Veiligheidsregio en Gemeentelijke Gezondheidsdienst Limburg-Noord, de Veiligheidsregio Zuid-Limburg, de GGD Zuid-Limburg, de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord en de Regionale uitvoeringsdienst Zuid-Limburg voorgesteld om te kiezen voor het alternatief waarbij ééns in de vijf jaar verplicht wordt geëvalueerd. Het voorstel voor de gemeenschappelijke regelingen luidt: De werking van de regeling zal om de vijf jaar geëvalueerd worden, voor het eerst in [datum invullen]. Het dagelijks bestuur zal daartoe een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiële consequenties aan de deelnemers voorleggen.
Daarbij zal een rooster worden ontwikkeld waarbij ieder jaar per regio één gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd. Dit om te voorkomen dat met name de deelnemers overspoeld worden met evaluaties in één bepaald jaar. Wel kan het zo zijn dat bijvoorbeeld beide Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
4/6
Regionale uitvoeringsdiensten gelijktijdig worden geëvalueerd, zodat kan worden samengewerkt. Dat kan ook gelden voor de veiligheidsregio’s dan wel de gemeentelijke gezondheidsdiensten, maar omdat in Limburg-Noord beide in één gemeenschappelijke regeling zitten, zal dan gekozen moeten worden of wordt aangesloten bij de Veiligheidsregio ZuidLimburg of juist bij de GGD Zuid-Limburg. 5.
Begrotingsprocedure Sommige gemeenteraden hebben ook nog een zienswijze aangenomen omtrent de begrotingscyclus en de jaarlijkse kadernota. In ons memo d.d. 12 juni 2023 was naar aanleiding van het overleg met de gemeentesecretarissen reeds toegezegd dat in de gemeenschappelijke regelingen wordt verwerkt dat de ontwerpbegroting voor 30 april aan de gemeenteraden (provinciale staten resp. algemeen bestuur waterschap) moet worden verzonden. Dat zal in de gemeenschappelijke regelingen verwerkt worden. Zoals in de legal opinion is opgenomen kunnen hieromtrent dan nog nadere werkafspraken worden gemaakt.
6.
Vervolgproces Het vervolgproces is opgenomen in het onderstaande schema: Voor de overzichtelijkheid spreken wij in dit schema enkel van de colleges van B&W en de gemeenteraden. Uiteraard dienen daaronder ook Provinciale Staten en het AB van het Waterschap te worden begrepen Tijdlijn
Procedurestap
Tot 15 december 2023
Inventarisatie opbrengst zienswijzen bij colleges, juristen, DB's en AB's van de gemeenschappelijke regelingen
Medio december 2023 – medio januari 204
Aanpassing van de gemeenschappelijke regelingen op basis van de ingediende zienswijzen
Medio januari 2024
Aangepaste regelingen worden door de gemeenschappelijke regelingen voor toestemming naar de colleges en accounthouders verzonden
Februari – mei 2024
De raden hebben de tijd om toestemming te geven tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regelingen
Juni 2024
De collegebesluiten over de aangepaste gemeenschappelijke regelingen worden vastgesteld
Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
5/6
1 juli 2024
Legal opinion op zienswijze raden/AH/BZ/Reactienota 20112023
De wijzigingen treden in werking
6/6
Stadsregio Parkstad Limburg Postbus 200 6400 AE HEERLEN
Datum Uw kenmerk Ons kenmerk
30 januari 2024 DB 20231122-210 202362707/202366636
Onderwerp
Zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling Stadsregio Parkstad Limburg
Geacht bestuur, Op 14 november 2023 heeft onze gemeenteraad kennisgenomen van de gewijzigde conceptregeling van uw gemeenschappelijke regeling. In onze brief van 1 augustus 2023 hebben wij u op de hoogte gesteld van onze uitgangspunten. Onze gemeenteraad heeft besloten om de adviezen van Boels Zanders van 4 september 2023 en 22 november 2023 te volgen en geen zienswijze in te dienen. Wij onderschrijven het standpunt van onze gemeenteraad. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum,
burgemeester
gemeentesecretaris {{ esl:Signer1:capture }}
Telefoon (045) 527 85 55 E-mail gemeente@brunssum.nl Website www.brunssum.nl
Postadres Postbus 250 6440 AG Brunssum Bezoekadres Lindeplein 1 6444 AT Brunssum
Bankgegevens IBAN NL68BNGH0285001523 t.n.v. Gemeente Brunssum KVK-nummer 14129999
Initiatiefvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling opsteller Bereikbaar onder Portefeuillehouder Raadsvergadering d.d. Uiterlijke datum
: N.v.t. : 202369505 : 2024/7 : Griffie : +31455278511, griffie@brunssum.nl : Wilma van der Rijt : 30 januari 2024 : Niet van toepassing
Aan de raad, 1. Onderwerp Initiatiefvoorstel Evaluatie Commissie en protocol Integriteit gemeente Brunssum 2. Uitgangssituatie a. Aanleiding De commissie integriteit en het protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum zijn in 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. In de vorige raadsperiode zijn er door de burgemeester en toenmalige commissie integriteit ervaringen opgedaan wat betreft de werkwijze van de burgemeester, commissie het toepassen van het protocol. Deze ervaringen zijn overgedragen aan de huidige commissie integriteit. Op basis van die opgedane ervaring ligt de actualisatie voor. b. Huidige situatie/probleemstelling Voor een heldere afstemming over taken en bevoegdheden van de burgemeester en de Commissie Integriteit ten aanzien van de behandeling van meldingen over (mogelijke) integriteitschendingen is een protocol opgesteld dat ter vaststelling aan de raad wordt voorgelegd. Een aantal aspecten van het functioneren van de commissie en het protocol, zoals rolverdeling tussen de burgemeester en de commissie evenals de in het protocol te doorlopen stappen, zijn voor verduidelijking en/of verbetering vatbaar. 3. Gewenste situatie a.
Wat willen we bereiken? Verduidelijking en verbetering van het traject integriteitsmeldingen leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming Raadsvoorstel 2018/57, vastgesteld op 3 juli 2018 2. traject tot dusverre De burgemeester en commissie integriteit hebben in een aantal bijeenkomst de overdracht en ervaringen vanuit de vorige raadsperiode geëvalueerd en verwerkt in het voorliggende geactualiseerde protocol. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W Het college van Burgemeester en wethouder is in de gelegenheid om ten aanzien van dit initiatiefvoorstel een zienswijze af te geven. Deze is ten tijde van het opstellen van dit voorstel nog niet bekend en zal zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk ten tijde van de behandeling in de commissie ABA kenbaar gemaakt worden. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) De commissie integriteit en het protocol (mogelijke) integriteitsschendingen door leden van de gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders van Brunssum zijn in 2018 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda?
6.
Ja, de gemeente Brunssum staat voor een integer bestuur. In de Strategische visie wordt gesproken over een goed bestuurde gemeente. De integriteit vormt daar een essentieel onderdeel van. Dit voorstel levert daar een bijdrage aan. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen Dit raadsvoorstel heeft geen financiële gevolgen
c. Argumenten en overwegingen Gebleken is dat de verhoudingen tussen de commissie en burgemeester op punten om verduidelijking vraagt. Tevens zijn een aantal praktische aspecten naar voren gekomen die om aanvulling of verbetering vragen. Deze wijzigingen zijn in de bijlage geel gearceerd en op hoofdlijnen terug te vinden onder het kopje Opties en keuzes. d. Opties en keuzes Ten tijde van de evaluatie zijn met name de volgende aspecten besproken: - De opzet van het protocol was een samenwerking op het gebied van integriteit(smeldingen) tussen de burgemeester als hoeder van de integriteit en een afvaardiging vanuit de gemeenteraad (de commissie). Er was echter op punten onduidelijkheid in de rolverdeling tussen de burgemeester en de commissie. Dit is in het nieuwe protocol aangescherpt, waarbij ervoor gekozen is dat bij integriteitsmeldingen de burgemeester de leiding heeft en de commissie als klankbord dient. Uitgangsprincipe bij besluitvorming blijft het vinden van consensus. - Het afvaardigen van raadsleden versus externen in de commissie is heroverwogen. Daarbij is men tot de conclusie gekomen dat deze constructie gehandhaafd kan en dient te blijven. Het eigenaarschap ten aanzien van integriteit is niet alleen iets van de burgemeester, maar ook de gemeenteraad zelf. Op deze wijze wordt hier gezamenlijk invulling aan gegeven.
De afspraak is dat wanneer een melding door een fractiegenoot gedaan wordt of een melding een van de eigen fractieleden betreft, het betreffende lid de commissie verlaat. De praktijk heeft inmiddels uitgewezen dat dit goed functioneert. - In het oude protocol was opgenomen dat de melding bij de griffier gedaan werd. Een melding wordt formeel gedaan bij de burgemeester, met tussenkomst van de griffier. - De vorm waarin een melding gedaan werd was niet duidelijk. Er is nu een meldformulier opgesteld. Daarmee wordt de melding eenduidig en het formulier dient tevens als leidraad en hulpmiddel voor de melder zelf. - Ten aanzien van de persoon tegen wie een melding gedaan kon worden is behoefte gebleken aan het stellen van kaders. Doelstelling van het protocol is verbetering van de integriteit van het eigen bestuur. Het protocol gaat er daarbij vanuit dat het niet dient ter afrekening, maar het lering trekken uit eventueel gemaakte fouten. In dat kader moet ook getracht worden oneigenlijk gebruik van integriteit uit te zuiveren. Derhalve wordt geadviseerd: o Dat een melding enkel gedaan kan worden tegen een personen die op dat moment dezelfde bestuurlijke rol vervuld als ten tijde van de gedraging. o Het niet persé dezelfde bestuursperiode hoeft te betreffen o Er ten aanzien van de melding een actueel en reëel belang moet zijn - Het was mogelijk om een anonieme melding te doen.
Dit is niet wenselijk gebleken. Hierdoor zou namelijk eerder misbruik van een melding gemaakt kunnen worden. Bovendien wordt hierdoor het opvragen van aanvullende informatie en het verrichten van hoor- en wederhoor bemoeilijkt. Voorgesteld wordt om toe te staan dat een eerste melding anoniem kan, maar op het moment dat er daadwerkelijk een (voor)onderzoek opgestart wordt, anonimiteit niet geaccepteerd wordt. Wenst men op dat moment anoniem te blijven, zal de procedure afgebroken worden. - Er is getracht om duidelijker te omschrijven waar de gemeentelijke klachtenregeling (inzake gedrag en omgangsvormen op grond van hoofdstuk 9 Awb) ophoudt en het onderhavige protocol voortgaat. Met andere woorden, als iets als een klacht afgehandeld kan worden dan heeft dat de voorkeur. Uitzonderling hierop zijn de voorzitter van de gemeenteraad en raadsleden. Deze vallen niet onder hoofdstuk 9 van de Awb. Klachten inzake gedragingen en omgangsvormen zullen voor hen via het protocol afgehandeld worden. - Het in 2018 aangekondigde protocol over houding en gedrag (omgangsnormen) heeft zijn weerslag gevonden in de nieuw opgestelde gedragscodes Raads- en commissieleden en college van B&W 2023. - Er is de tussenstap van een Mediationgesprek ingebouwd. Hiermee kan eventuele onnodige escalatie in een melding voorkomen worden.
-
Andere instrumenten die in het kader van integriteitsmeldingen buiten dit protocol ter beschikking staan zijn onder hoofdstuk 9 van het protocol opgesomd. Er is nog nadrukkelijker aangegeven dat noch de burgemeester, noch de commissie een inhoudelijk oordeel t.a.v. een melding en/of onderzoek geven. Zij zijn enkel procesverantwoordelijke en dienen zorg te dragen voor deugdelijke dossieropbouw, rapportage en indien noodzakelijk bevonden, duiding. Het is vervolgens aan de raad om zich hierover in een openbare zitting uit te spreken.
Aan het begin van deze raadsperiode zijn de volgende raadsleden door uw raad in de commissie integriteit benoemd: - Mw. G. Di Palma - Mw. V.J.G.M Braam - Dhr. G.G. Luit 4.