Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden van 9 september 2025 1 2.a 2.b 2.c 2.d 3
4
5 5.1 5.2 6
19:00 - Opening 19:01 - Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 10 juni 2025 Concept Besluitenlijst Commissie ABA 10-06-2025 19:02 - Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 27-05-2025 en 26-08-2025) Toezeggingen 19:03 - Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht 19:04 - Terugkoppeling vanuit verbonden partijen 19:05 - Raadsvoorstel Doe-Mee Onderzoek Rekenkamer Raadsvoorstel 202579741 (Bijlage) Bestuurlijke nota Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing Raadsvoorstel 202579741 Rekenkamer doe-mee-onderzoek Energiebesparingsplicht 19:25 - Raadsvoorstel Benoeming Raadslid AWACS Commissie Raadsvoorstel 202559208 (Bijlage) Brief inzake Opzeggen Lidmaatschap AWACS Commissie Raadsvoorstel 202559208 Raadsvoorstel benoeming raadslid AWACS Commissie Bemensing Referendumcommissie 19:45 - Raadsvoorstel Herbenoeming 4 Leden Referendumcommissie Raadsvoorstel 202585926 (Bijlage) Referendumverordening gemeente Brunssum 2017 (2) Raadsvoorstel 202585926 herbenoeming leden Referendumcommissie 20:05 - Raadsvoorstel Benoeming Lid Referendumcommissie Raadsvoorstel 202584060 (Bijlage) Referendumverordening gemeente Brunssum 2017 Raadsvoorstel 202584060 Benoeming lid van de referendumcommissie 20:25 - Sluiting
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE ALGEMEEN BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 10 JUNI 2025 OM 21:05 UUR IN DE RAADZAAL
1 van 2 Besluitenlijst van de raadscommissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden d.d. 10 juni 2025
Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden, gehouden op dinsdag 10 juni 2025 om 21:05 uur in de raadzaal. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: Agenda Brunssum - Commissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden dinsdag 10 juni 2025 21:05 21:46 - iBabs Publieksportaal AANWEZIG COMMISSIE ALGEMENE BESTUURLIJKE AANGELEGENHEDEN: Voorzitter:
Dhr. Joosten
Burger-commissieleden:
College:
Dhr. De Haas (VVD) Dhr. Drenth (LBL) Dhr. Zeedzen (Lijst Borger) Dhr. Kusters (PAK) Mw. Braam (PvdA) Dhr. Hermans (Lijst Borger) Dhr. Nelissen (BBB Lijst Palmen) Mw. Offermans (LBL) Dhr. Theunissen (VVD) Mw. Hermans
Notulist (plv. griffier):
Mw. Tummers
Raadsleden
Afmeldingen: Ambtelijke ondersteuning:
Dhr. Cornips
Externe ondersteuning: Participanten: Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 21:38 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst d.d. 18 februari 2025 De besluitenlijst van de commissie Algemeen Bestuurlijke Aangelegenheden van 18 februari 2025 wordt vastgesteld. Agendapunt 2b: Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 22-01-2025 en 27-05-2025) Geen opmerkingen. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Vanuit de actieve informatieplicht zijn er geen opmerkingen. Vanuit de passieve informatieplicht zijn er geen opmerkingen. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen Er is geen terugkoppeling vanuit de verbonden partijen. Agendapunt 3: Raadsvoorstel Toetreding en Wijziging inzake GR HCL Het woord wordt gegeven een mw. Hermans ambtelijk ondersteund door dhr. Cornips. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: De commissie adviseert, met uitzondering van de fractie BBB Lijst Palmen, het voorstel als akkoordstuk te behandelen in de raadsvergadering van 1 juli 2025. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 22:00 uur.
2 van 2 Besluitenlijst van de raadscommissie Algemeen bestuurlijke aangelegenheden d.d. 10 juni 2025
Onderwerp
Datum toezegging
Nummer
Portefeuillehouder
Datum reactie
Afgedaan
Toezegging 27 -
10-06-2025
27
Janssen
18-06-2025
Ja
13-05-2025
20
Hermans
27-05-2025
Ja
06-05-2025
18
Hermans
04-06-2025
Ja
06-05-2025
16
Hermans
01-07-2025
Ja
15-04-2025
24
Brüning
10-06-2025
Ja
Kerstfeest Brunssum
10-12-2024
56
Janssen
11-08-2025
Ja
Onderzoek naar de
10-05-2022
23
Van Dijk
04-06-2025
Ja
Compartiment Rd4 Toezegging 20 Overgangsrecht Toezegging 18 Tweede Versie Het gegevenshuis Toezegging 16 Rapportage Omnibuzz Toezegging 24 Onderzoek stijging aanvragen armoede
ontwikkeling van een urbanpark_Skatepark
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Bestuurlijke nota
Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing Doe-mee-onderzoek
Rekenkamer
1
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Leeswijzer Hier treft u de Bestuurlijke nota van het onderzoek van de rekenkamer van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen naar de uitvoering van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Het is in de vorm van een doorklikbaar pdf-bestand. Via de bovenste tabbladen klikt u door naar de hoofdonderdelen, achtereenvolgens: de bestuurlijke nota, de bestuurlijke reacties, de onderliggende factsheets, de bijlagen bij het landelijke rapport en tot slot het eindrapport van de Vereniging van Rekenkamers. Onder de bovenste tabbladen verschijnen de sub-tabbladen waar de betreffende inhoud staat. Daarin kunt u via de scrollbalk, muis of de knop Page Down op uw toetsenbord door de tekst heen. Als u op het einde komt gaat u vanzelf naar het volgende tabblad. Onder het tabblad Bestuurlijke nota vindt u de volgende tabbladen: algemene inleiding, uitleg over de uitvoering van het onderzoek, de bevindingen uit het onderzoek, de conclusies en de gezamenlijke aanbevelingen van de vijf rekenkamers. Onder het tabblad Bestuurlijke reacties treft u de bestuurlijke reacties van de colleges van B&W van de vijf gemeenten. En het nawoord van de rekenkamers.
Onder het tabblad Factsheets treft u eerst de gezamenlijke factsheet van de onderzoeksbevindingen van de vijf gemeenten en de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Met uitleg van de bevindingen van de vijf gemeenten gezamenlijk en de benchmark van 111 gemeenten. In de gezamenlijke factsheet is met kleuren aangegeven hoe de bevinding van elke gemeente zich verhoudt tot de benchmark. Groen is conform de benchmark, paars betekent geen gedefinieerde norm vanuit de benchmark, grijs betekent dat het antwoord ontbreekt of onduidelijk is en oranje betekent dat er een aandachtspunt wordt geconstateerd. Daarna zijn er de tabbladen met de factsheet per gemeente, met tekst en tabellen, waarop de gezamenlijke factsheet is gebaseerd. Onder het hoofdtabblad Bijlagen vindt u achtereenvolgens de benchmark van de scores van alle 111 deelnemende gemeenten en de benchmark van de 26 deelnemende omgevingsdiensten. Tot slot treft u onder het laatste bovenste tabblad het Eindrapport van de Vereniging van Rekenkamers aan. Daaronder zijn aanwezig de tabbladen Samenvatting en inleiding, Beleidsopzet, Resultaten, Toelichting, Slotbeschouwing en de Literatuurlijst en bijlagen. In de bestuurlijke nota wordt ook verwezen naar het rapport ‘Energiebesparingsplicht 2008-2023’ van de Algemene Rekenkamer, die ook in het landelijke onderzoek heeft geparticipeerd.
Dat rapport is als bijlage bij deze bestuurlijke nota gevoegd of u kunt die downloaden via https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2024/11/21/energiebesparingsplicht-2008-2023.
2
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Inleiding In 2024 hebben de Vereniging van Rekenkamers en de Algemene Rekenkamer apart onderzoek gedaan naar de uitvoering van toezicht en handhaving van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer richtte zich op de organisatie en resultaten van de energiebesparingsplicht op landelijk niveau, terwijl het DoeMee-onderzoek is gericht op de resultaten van toezicht en handhaving op decentraal niveau. Het DoeMee-onderzoek 2024 van de Vereniging van Rekenkamers verliep parallel aan het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. De centrale onderzoeksvraag van het DoeMee-onderzoek was: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten? Aan het DoeMee-onderzoek van de VvR namen 111 gemeenten, 12 provincies en 26 omgevingsdiensten deel. Ook de rekenkamers van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen hebben deelgenomen. Omdat deze gemeenten aangesloten zijn bij de Omgevingsdienst Zuid-Limburg publiceren de rekenkamers de bevindingen, conclusies en aanbevelingen in een gezamenlijke rekenkamerbrief.
In deze bestuurlijke nota gaan we in op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing en het toezicht daarop, op de uitvoering van het DoeMee onderzoek van de VvR, op hoofdlijnen de bevindingen en tot slot op de conclusies en aanbevelingen voor de gemeenteraden van Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen. In de bijlagen zijn de volgende stukken opgenomen, de factsheets van het Doemee onderzoek 2024 van de gemeenten Brunssum, Heerlen,
1
3
Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen, het landelijke rapport ‘DoeMee onderzoek 2024 Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing’ opgesteld door Ecorys in opdracht van de Vereniging van Rekenkamers en het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Energiebesparingsplicht, 2008-2023’.1
Wat is de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing en het toezicht daarop? Energiebesparingsplicht Sinds 1993 geldt de verplichting voor bedrijven en instellingen om zuinig om te gaan met energie. Sinds 2008 zijn bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken verplicht energiebesparende maatregelen te nemen. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die zij binnen vijf jaar kunnen terugverdienen.
Informatieplicht energiebesparing Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht, betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energiebesparingsplicht.
Taakverdeling toezicht en handhaving Gemeenten en provincies hadden de uitoefening van toezicht en handhaving van bovenstaande verplichtingen in de meeste gevallen gemandateerd aan hun omgevingsdienst, maar sommige gemeenten en provincies voerden zelf de toezichts- en handhavingstaken uit. In 2022 is echter door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren. Dit is efficiënter en verlaagt de lastendruk. De energiebesparings- en informatieplicht zijn daarom toegevoegd aan het Basistakenpakket van omgevingsdiensten per 1 juli 2023. Het is dus de omgevingsdienst die het toezicht uitvoert in opdracht van het bevoegd gezag.
https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2024/11/21/energiebesparingsplicht-2008-2023
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Energiebesparingsplicht
Wijzigingen per 1 juli 2023
Energielabel C
De plicht om energie te besparen is al sinds 1993 van kracht (destijds vastgelegd in de Wet milieubeheer). Bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgas gebruiken6, zijn sinds 2008 verplicht energiebesparende maatregelen te nemen (de energiebesparingsplicht). Het gaat hierbij specifiek om investeringen die bedrijven binnen vijf jaar kunnen terugverdienen. Bedrijven en instellingen moeten hierover sinds 1 juli 2019 eens in de vier jaar rapporteren (informatieplicht). Deze verplichtingen maakten onderdeel uit van de Wet milieubeheer en zijn per 1 januari 2024 in de Omgevingswet opgenomen.
Sinds 1 juli 2023 zijn wijzigingen in de energiebesparingsplicht doorgevoerd. Vanaf juli 2023 is de energiebesparingsplicht verbreed naar verduurzaming van het energieverbruik. Dit betekent dat de energiebesparingsplicht is uitgebreid met CO2-reducerende maatregelen en dat maatregelen voor het produceren van duurzame energie en elektrificatie, met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, zijn toegevoegd aan de verplichting. Daarnaast is de doelgroep waarvoor de energiebesparingsplicht geldt uitgebreid naar bedrijven en instellingen die onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen. Ook de glastuinbouw en bedrijven die een omgevingsvergunning milieu nodig hebben, zoals afvalverwerkingsbedrijven en bedrijven in de zware industrie, vallen per 1 juli 2023 onder de plicht.
Een andere verplichting die per 1 juli 2023 geldt is dat een kantoorgebouw minimaal energie-label C moet hebben. Dit betekent een energielabel met een primair fossiel energiegebruik van maximaal 225 kWh per m2 per jaar. Voldoet het gebouw niet aan de eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Dit is formeel geen onderdeel van de energie-besparingsplicht, maar de gemeente is wel het bevoegd gezag om toe te zien op deze verplichting en besteed controle in veel gevallen uit aan de omgevingsdienst. Daardoor draagt deze verplichting wel bij aan een toename in taken van gemeenten en omgevingsdiensten als het gaat om energiebesparing.
Figuur 2.1 Tijdlijn energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing
1993 2008 2019 2023 2024 Bedrijven verplicht om energie te besparen volgens Wet milieubeheer (geen nadere eisen)
Bedrijven worden verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen
Bedrijven worden verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen
Wetswijzigingen energiebesparings plicht
Inwerkingtreding Omgevingswet
Om bedrijven/instellingen te helpen aan de energiebesparingsplicht te voldoen, heeft de rijksoverheid de Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML, verder: de maatregelenlijst) opgesteld. Deze lijst bevat energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Bij de introductie van de maatregelenlijst is regelmatige actualisatie aangekondigd, om actueel te blijven wat betreft techniek, investeringskosten en energieprijzen. In de maatregelenlijst is een onderverdeling gemaakt in: gebouwen (bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen), faciliteiten (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor de productie, het transport en het gebruik van stoom) en processen (bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen voor het in koel- of vriesmeubelen, of koel- of vriescellen bewaren van producten).
4
Als onderdeel van de wijzigingen die sinds 1 juli 2023 in werking zijn getreden, is de maatregelenlijst opnieuw doorgerekend en beoordeeld door externe consultants, in samenwerking met RVO. De erkende maatregelen zijn aangepast naar de stand van de techniek, de huidige energieprijzen en de investeringskosten. Ook zijn nieuwe potentiële maatregelen geïnventariseerd en aangeleverd, mede gevoed door de vraag aan brancheverenigingen en marktpartijen om nieuwe maatregelen voor te stellen en aan te leveren.9 Onder andere is een verplichting voor het doorvoeren van maatregelen voor de productie van of de overstap op hernieuwbare energie(dragers) toegevoegd aan de lijst, mits deze een terugverdientijd hebben van vijf jaar of minder en leiden tot een verlaging van de CO2-uitstoot.
Inwerkingtreding omgevingswet Sinds op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden, is de energiebesparings-plicht opgenomen in artikel 5.15 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, milieubelastende activiteiten op een locatie) en in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, gaat over gebouwen op een locatie, de zogenoemde gebruiksfuncties). Er wordt in de Omgevingswet niet meer gesproken van een ‘inrichting’, maar van regulering per milieubelastende activiteit. Dit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Het kan dus zijn dat voor één locatie twee verschillende actoren een energie-besparingsplicht hebben: één organisatie die de milieubelastende activiteit uitvoert en één organisatie die eigenaar is van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’).
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Informatieplicht energiebesparing Bedrijven en instellingen zijn vanaf 1 juli 2019 verplicht eens in de 4 jaar actief informatie te verstrekken aan hun omgevingsdienst over de energiebesparende maatregelen die zij hebben genomen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheert het digitale loket waarmee bedrijven dit aan hun omgevingsdienst laten weten. Hierin fungeert RVO dus als een soort ‘doorgeefluik’. Als uitgangspunt gebruiken bedrijven en instellingen de maatregelenlijst. In de rapportage geven zij vervolgens per erkende maatregel aan of deze wel/niet is uitgevoerd en of een alternatieve maatregel is uitgevoerd. Het digitale loket maakt automatisch een code aan, de zogenaamde rubriceringscode. De omgevingsdienst kan op basis van deze code besluiten om locatie(s) te controleren, indien bijvoorbeeld blijkt dat het bedrijf nog veel erkende maatregelen moet uitvoeren en/of beperkt aan de energiebesparingsplicht voldoet. De code wordt bepaald op basis van vier criteria: 1) de mate waarin het bedrijf aan de energiebesparingsplicht voldoet, op basis van de gegeven antwoorden op de erkende maatregelenlijst, 2) het jaarlijks energieverbruik van de locatie, 3) de eventuele aanwezigheid van monumentale gebouwen en 4) het aantal geselecteerde categorieën van de Faciliteiten en Procesmaatregelenlijsten.
De code R1 heeft de hoogste prioriteit bij toezicht en bij een code van R4 is in principe voldaan aan de energiebesparingsplicht.10 Indien bedrijven/instellingen voldoen aan de informatieplicht (informatie aanleveren), betekent dit niet dat zij ook automatisch voldoen aan de energie-besparingsplicht (het treffen van energiebesparende maatregelen). Zoals onder paragraaf 2.2 beschreven is de eigenaar van het gebouw (de ‘drijver van de inrichting’) sinds invoering van de omgevingswet verantwoordelijk voor het uitvoeren van de gebouwmaatregelen. De organisatie die de activiteit(en) uitvoert
is verantwoordelijk voor het treffen van de activiteit-gebonden maatregelen. Beide partijen zijn verplicht de informatie-plichtrapportage in te dienen via het e-loket van RVO, de digitale omgeving van RVO. In enkele gevallen kan het zijn dat de gebouweigenaar ook de informatieplichtrapportage indient voor de activiteit gebonden maatregelen van zijn huurder(s). Dit zijn met name bedrijfstakken waarvoor de gemeente onder de Omgevingswet de (milieu)regels bepaalt, zoals voor kantoren of winkels.
Onderzoeksplicht Naast de informatieplicht hebben locaties van bedrijfstakken waarvoor onder de Omgevings-wet het Rijk de milieuregels bepaalt, of met een jaarlijks energiegebruik vanaf 10 miljoen kWh elektriciteit of 170.000 m3 aardgas(equivalent), een onderzoeksplicht energiebesparing sinds 1 juli 2023. De onderzoeksplicht is alleen voor activiteit-gebonden maatregelen en geldt niet voor gebouw-gebonden maatregelen. Deze verplichting valt buiten dit onderzoek/de onderzoeksperiode, maar draagt wel bij aan de toename aan taken voor gemeenten en omgevings-diensten. Vergelijkbaar met de informatieplicht moeten voor deze locaties eens in de vier jaar worden onderzocht welke energiebesparende maatregelen genomen dienen te worden. Hier moet ook via het e-loket van RVO over worden gerapporteerd.
Per 1 juli 2023 is de energiebesparings- en informatieplicht toegevoegd aan het basistaken-pakket van de omgevingsdiensten. Het is dus per 1 juli 2023 de omgevingsdienst die het toezicht en de handhaving uitvoert op de energiebesparingsen informatieplicht in opdracht van gemeenten (en provincies). Daarvoor hadden gemeenten in een aantal gevallen de uitoefening van het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht ook al gemandateerd aan hun omgevingsdienst. Echter waren er ook gemeenten die zelf toezicht en handhaving op de verplichtingen uitvoerden. In 2022 is door bedrijven, instellingen en het bevoegd gezag aangegeven het toezicht bij voorkeur door één partij te laten uitvoeren. Vandaar dat het toezicht en de handhaving sinds 1 juli 2023 volledig bij omgevingsdiensten is neergelegd. De RVO is verantwoordelijk voor het digitale loket (e-loket) waarmee aan de rapportage-verplichtingen kan worden voldaan. Daarnaast zorgt zij voor het rubriceren van informatie en het beschikbaar maken van de informatie voor het bevoegd gezag en in het verlengde daarvan de omgevingsdiensten.
Rol en taakverdeling Voor de meeste bedrijven en instellingen was de gemeente vóór 1 juli 2023 het bevoegd gezag voor de energiebesparingsplicht en informatieplicht. Dit houdt in dat de gemeente het bestuursorgaan was dat een vergunningaanvraag behandelde, meldingen ontving en bevoegd was voor toezicht en handhaving.2
2
De provincies waren het bevoegd gezag voor locaties met een milieubelastende activiteit uit afdeling 3.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Dit zijn ‘complexe bedrijven’, zoals energiecentrales, die een omgevingsvergunning nodig hebben voor hun milieubelastende activiteiten.
5
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Financiën De omgevingsdiensten ontvangen middelen van gemeenten en provincies voor de uitvoering van toezicht en handhaving op de energiebesparingsplicht. Hiervoor stellen omgevingsdiensten over het algemeen werkplannen op of stellen ze dienstverleningsovereenkomsten op. In 2022 was de energiebesparingsplicht nog niet in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten opgenomen, maar besteedden veel gemeenten de taken rondom toezicht en handhaving van de verplichtingen al wel uit aan omgevingsdiensten. In 2022 hebben de omgevingsdiensten van hun deelnemers (zowel gemeenten als provincies) circa € 11 miljoen ontvangen.
rings-plicht (SPUK THE), voor een extra impuls vanwege de uitbreiding van het takenpakket. Waar de VUE met name gericht was op het vergroten van de externe capaciteit, heeft de SPUK THE het doel de eigen capaciteit en kennis van de omgevingsdienst te versterken. De SPUK THE-regeling vereist minimaal 20% cofinanciering van gemeenten en provincies.
Om de capaciteit van de omgevingsdiensten voor toezicht en handhaving van de verplichtingen te versterken, vanwege de uitbreiding van het takenpakket met de taken rondom de energiebesparings- en informatieplicht, heeft het Rijk sinds 2019 verschillende subsidies beschikbaar gesteld. In de periode van 2019 tot 2023 is € 19,5 miljoen beschikbaar gesteld (verdeeld over drie rondes) vanuit de Versterkte Uitvoering Energiebesparing en Informatieplicht (VUE). Met deze middelen konden omgevingsdiensten, via Rijkswaterstaat, externe capaciteit inzetten voor bijvoorbeeld bedrijfscontroles. Ook konden omgevingsdiensten van 2022 tot en met 2024 gebruik maken van de specifieke uitkering voor activiteiten in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (SPUK IBP VTH). Dat programma richt zich met name op versterking van de omgevingsdiensten en het VTH-stelsel. Daarbij wordt ingezet op de versterking van de inzet op milieucriminaliteit, het verbeteren van de informatiehuishouding en datakwaliteit en de versterking van de kennisopbouw en kennisdeling. Daarnaast is voor de periode 2022 – 2026 door het Rijk € 56 miljoen beschikbaar gesteld aan de omgevingsdiensten, de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebespa-
6
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Uitvoering onderzoek In 2024 hebben de Vereniging van Rekenkamers en de Algemene Rekenkamer apart onderzoek gedaan naar de uitvoering van toezicht en handhaving van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer richtte zich op
• hoe de minister voor Klimaat en Energie3 stuurt op de energiebesparingsplicht;
• wat de resultaten op landelijk niveau tot op heden zijn; • hoe de minister zicht houdt op de resultaten. Dit onderzoek bekijkt dus de organisatie en resultaten van de energiebesparingsplicht op nationaal niveau, terwijl het DoeMee-onderzoek is gericht op de resultaten van toezicht en handhaving op decentraal niveau. De belangrijkste uitkomsten uit het onderzoek van de Algemene Rekenkamer zijn verwerkt in de samenvatting van voorliggend onderzoeksrapport.
Resultaten onderzoek AR: • Opbrengsten op de energiebesparingsplicht blijven achter bij de doelstellingen en streefwaarden op basis van de prognoses van TNO en PBL. • Bedrijven en instellingen voldoen niet (volledig) aan de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Het jaarlijks aantal uitgevoerde controles hierop lopen sterk achter op de verwachtingen. • Omgevingsdienst functioneren onvoldoende hierop en zijn niet goed geëquipeerd om hun taken uit te voeren. • De Algemene Rekenkamer stelt vast dat zij niet ex post de kosteneffectiviteit van de plicht kan nagaan. Wel stelt zij vast dat de baten (mogelijk) zijn overschat (hoeveelheid gerealiseerde energiebesparing) en de omvang van de ingeschatte kostenposten (bijvoorbeeld middelen voor toezicht en handhaving) zeker zijn onderschat. Het DoeMee-onderzoek 2024 Vereniging van Rekenkamers verliep parallel aan het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Dat onderzoek is door Ecorys uit gevoerd, zoals gemeld namen 111 gemeenten, 12 provincies en 26 omgevingsdiensten deel. De centrale onderzoeksvraag was: Welke inspanningen plegen gemeenten en provincies bij het toezicht en de handhaving van de energiebesparingsplicht en de informatieplicht energiebesparing en wat zijn daarvan de resultaten?
rapportages en de benchmark naar de rekenkamers gestuurd. De bevindingen zijn door de 5 rekenkamers geïnterpreteerd en naar aanleiding daarvan zijn nadere vragen gesteld aan de gemeenten en de omgevingsdienst ter verheldering van onduidelijkheden. Eind november zijn de landelijke rapporten van de Algemene Rekenkamer en de Vereniging van Rekenkamers gepubliceerd en aangeboden aan de minister van Klimaat en Groene Groei. De gemeenteraden zijn begin december via een rekenkamerbrief daarover geïnformeerd. De gemeenten Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen en de Omgevingsdienst Zuid- Limburg hebben begin december gereageerd op de nadere vragen van de rekenkamers. Daarop zijn de bevindingen geanalyseerd, hebben de rekenkamers conclusies getrokken en hebben zij aanbevelingen geformuleerd. Deze liggen nu voor een bestuurlijke voor bij de colleges van B&W van de gemeenten en de omgevingsdienst. Hieronder gaan we in op de bevindingen op hoofdlijnen, conclusies en aanbevelingen. De bevindingen en de benchmark worden apart gepubliceerd en vormen een bijlage bij de bestuurlijke nota.
Eind eerste kwartaal 2024 zijn bij de gemeenten van de deelnemende rekenkamers enquêtes uitgezet. Deze zijn in tweede kwartaal verzameld en begin derde kwartaal teruggelegd bij de ambtenaren voor een feitelijke check. Eind derde kwartaal zijn
3
7
Tegenwoordig de minister van Klimaat en Groene Groei.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Bevindingen Doemee onderzoek VvR Achtereenvolgens behandelen we: • de toezichthoudende rol op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing; • werkafspraken; • sturing door gemeenten.
Toezichthoudende rol op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing • De onderzochte gemeenten antwoordden verschillend op de vraag naar de helderheid van rol- en taakverdeling van gemeente en omgevingsdienst met betrekking tot het toezicht op de Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. De wetgever heeft bepaald dat vanaf 1 juli 2023 het volledige toezicht op de energiebesparingsplicht bij de bedrijven en instellingen als basistaak bij omgevingsdienst kwam te liggen. Daar hoeft de gemeente niet meer een extra opdracht voor te verstrekken en deze taak van de omgevingsdienst wordt vanuit de Rijksoverheid betaalt met een zogenoemde Spuk-uitkering (Specifieke Uitkeringen gemeenten en provincies). • Gemeenten hebben dus ook geen aparte begrotingspost energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing opgenomen in de begroting, als ze geen niet-basistaken op energiebesparing bij de omgevingsdienst hebben belegd. De omgevingsdienst specificeert de uren die voor de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing nodig zijn, per gemeente en bekostigt deze op basis van de Spuk-uitkering. Voor de uitvoering van het toezicht op energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing is dan ook geen apart budget in de begroting van de gemeenten opgenomen.
8
• Wat wel in de begrotingen terug te vinden is, is de algemene opdracht aan de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Daarin zijn voor de 5 gemeenten in de jaren 2021-2024 aanvullend de onderstaande uren opgenomen voor energiebesparing in het algemeen, niet specifiek gericht op de 2 plichten uit dit onderzoek, nl. de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing:
Gemeente/uren
2021 – 2024 per jaar
Brunssum
64
Heerlen
166
Kerkrade
149
Landgraaf
85
Sittard-Geleen
256
• Toezicht op de kleine milieubelastende activiteiten (mba), zoals bij detailhandel en horecabedrijven, behoort niet tot de basistaken. Voor een niet-basistaak kan de gemeente een extra opdracht aan de omgevingsdienst meegeven of zelf uitvoeren. Dat laatste betekent dus ook zelf financieren. Enkele gemeenten, zoals de gemeente Heerlen, ervaren dat als een ‘onhandige knip’ in het toezichtswerk. • Voor de basistaak, hoeft de gemeente geen generieke opdracht te verstrekken aan de omgevingsdienst. Dat hoeft alleen voor de niet-basistaken. Deze zien we bij de meeste gemeenten dan ook uitgevoerd worden door de toezichthouders van de gemeenten, zoals Heerlen, Kerkrade en Landgraaf. Maar de verdeling wat dan precies wel of niet tot de (niet-)basistaak behoort is volgens betrokkenen bij de gemeenten nog niet heel helder. • Onderscheid naar gemeente of de niet-basistaken bij de omgevingsdienst zijn ondergebracht vergt de nodige flexibiliteit van de omgevingsdienst.
• Een enkele gemeente geeft ook aan niet voldoende kennis en expertise in huis te hebben om niet-basistaken op het terrein van energiebesparing uit te voeren.
Werkafspraken • De werkafspraken over de uitvoering van de toezichthoudende taak op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing worden per gemeente in het werkprogramma van de Omgevingsdienst opgenomen.
Sturing door gemeenten • Sturing door de gemeenten op de uitvoering van de toezichthoudende taak van de Omgevingsdienst op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing vindt plaats door middel van periodieke evaluaties. Deze vinden plaats tijdens de account-overleggen van individuele gemeenten en de Omgevingsdienst, naar aanleiding van de jaarlijkse drie voortgangsrapportages van de Omgevingsdienst. • Vanuit de gemeenten worden opmerkingen gemaakt over de niet optimale kwaliteit van de sturingsinformatie die de Omgevingsdienst aanlevert. Een enkele gemeente krijgt ter archivering afschriften van de uitgevoerde controles per inrichting en milieubelastende activiteiten. Een andere gemeente geeft aan alleen globale informatie op het gebied van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing te krijgen. Geen enkele gemeente krijgt een overkoepelende rapportage of overzicht van de gerealiseerde besparingen in termen van verminderd energieverbruik of CO2-uitstoot in de gemeente. De gemeenten en de Omgevingsdienst geven aan dat er ten tijde van het onderzoek geen sluitende afspraken waren over de rapportage op de energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing. Gemeld wordt dat nadere afspraken in de maak zijn met betrekking tot de gedetailleerdheid en laagdrempeligheid van de informatie in de rapportages tussen gemeenten en
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Omgevingsdienst. De Omgevingsdienst rapporteert in het kader van de rapportageplicht naar het landelijke niveau wel over de besteding van de Spuk-middelen. • Er is noch bij de gemeenten, noch bij de Omgevingsdienst of landelijk volledig inzicht in welke bedrijven en instellingen onder de Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing vallen. Alleen de bedrijven en instellingen die zich via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) hebben gemeld zijn in beeld. Niet alle bedrijven die tot de doelgroep behoren melden zich. Deels uit onbekendheid met de wetgeving, deels omdat de website van RvO niet goed functioneert. Landelijk wordt getracht meer inzicht te creëren in de bedrijven en instellingen die onder de regelgeving vallen. De Omgevingsdienst geeft aan dat in 2025 de wetgeving aangepast gaat worden. Omgevingsdiensten krijgen dan van de energienetbeheerders lijsten van bedrijven die op basis van verbruik meldingsplichtig zijn. • De Omgevingsdienst heeft Kritische prestatie indicatoren (Kpi's) benoemd op kwaliteitsaspecten van de uitvoering waarover gerapporteerd wordt in de voortgangsrapporten. Specifieke Kpi’s op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing zijn niet tussen gemeenten en Omgevingsdienst afgesproken.
De energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing is onderdeel van de basistaken op basis van landelijke afspraken. Aanvullende niet-basistaken op energiebesparing moeten, indien die worden afgesproken, vastgelegd worden met doelstellingen en bijbehorende Kpi’s. • Enkele gemeenten rapporteren aan de raad, door middel van een raadsinformatiebrief of raadsvoorstel, over het jaarverslag van de Omgevingsdienst. Aangegeven wordt dat de raad geen specifieke informatie over de resultaten van het toezicht op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing gerapporteerd krijgt, omdat die informatie er niet is.
9
Uitvoering door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg • Evenals bij de overige omgevingsdiensten is de Energiebesparingsplicht een apart taakveld. Evenals merendeel van de omgevingsdiensten (54%) heeft de Omgevingsdienst Zuid-Limburg slechts gedeeltelijk zicht op het aantal bedrijven dat onder de beide plichten valt. Dat inzicht compleet krijgen is een landelijke opgave en uitdaging. De omgevingsdienst tracht via verschillende kanalen aan het inzicht te geraken, zoals zelf verzamelen, via de RvO, gemeenten en via andere kanalen. • Ook is er slechts gedeeltelijk zicht op de mate waarop bedrijven zich aan de Informatieplicht energiebesparing houden, net als 82% van de andere omgevingsdiensten. Ook hiervoor tracht de omgevingsdienst via verschillende kanalen aan het inzicht te geraken, zoals zelf verzamelen, via de RvO, gemeenten en via andere kanalen. • Door het gebrekkig inzicht is er door de omgevingsdienst geen inschatting te maken van de periode om alle bedrijven en instellingen in de regio te controleren op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Ook heeft de Omgevingsdienst geen zicht op de totaal gerealiseerde energiebesparing die dankzij de Energiebesparingsplicht is gerealiseerd, noch op het potentieel dat via de maatregelen bespaard kan worden.
• Het toezicht en de handhaving geschiedt door de Omgevingsdienst Z-L door algemene milieucontroles, specifieke energiecontroles en -scans. De keuze welke bedrijven gecontroleerd worden geschiedt op basis van risicoanalyse en rubricering van de RvO. De handhaving geschiedt door middel van het aangeven van een hersteltermijn en vooraankondiging van lasten onder dwangsom.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Conclusies De bevindingen die hierboven zijn gepubliceerd geven aanleiding tot het trekken van de volgende conclusies:
• Met de Omgevingswet zijn al veel van de toezichthoudende
•
•
•
•
10
taken op energiebesparing naar de Omgevingsdienst overgegaan. Het is volgens betrokkenen nog niet geheel helder wat wel en niet tot de basistaken hoort. Er zit een door sommige gemeenten gepercipieerde onhandige knip tussen enerzijds het toezicht op de energiebesparingsplicht en op (andere en kleinere) milieubelastende activiteiten en anderzijds bedrijven en instellingen die wel onder de basistaak vallen en horecabedrijven en kantoren die daar niet onder vallen. De sturing door gemeenten op de activiteiten van de Omgevingsdienst vindt periodiek plaats. Maar op basis van niet optimale informatie die de Omgevingsdienst in voortgangsrapportages per jaar aanlevert. Zo is geen overkoepelende informatie over de resultaten op energiebesparing per gemeente voorhanden. De gesprekken over optimalisering van de sturingsinformatie worden gevoerd. Er is nog geen volledig overzicht van bedrijven en instellingen die onder de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing vallen. Dat gaat naar verwachting landelijk opgepakt worden. Verwacht wordt dat het delen van gegevens van de energienetwerkbeheerders met gemeenten en omgevingsdiensten dat inzicht wel kan genereren. Er zijn niet expliciet aanvullende niet-basistaken op het gebied van de energiebesparings-plicht en informatieplicht energiebesparing door gemeenten belegd bij de Omgevingsdienst.
Dus zijn er ook nog geen doelstellingen of Kritieke Prestatie Indicatoren (Kpi’s) hierop geformuleerd. Bij gemeenten is te weinig verantwoordingsinformatie aanwezig om de raden te informeren over de resultaten van het toezicht op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing.
• Er is bij de gemeenten en bij de Omgevingsdienst te weinig zicht op de met de maatregelen gerealiseerde en potentieel te realiseren energiebesparing bij de bedrijven in de gemeenten. Dat speelt bij meer gemeenten en omgevingsdiensten in Nederland. Daardoor kan de lokale overheid geen nadere of aanvullende doelen op energiebesparing stellen en de eventuele vorderingen daarop meten en beoordelen.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota
Bestuurlijke reacties
Factsheets
Bijlagen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers
Inleiding
Uitvoering onderzoek
Bevindingen
Conclusies
Aanbevelingen
Aanbevelingen De conclusies geven aanleiding tot de volgende vijf aanbevelingen, gericht aan de raden van de gemeenten Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf en Sittard-Geleen.
1. Geef het college de opdracht heldere afspraken te maken met de omgevingsdienst Zuid-Limburg welke niet-basis taken op energiebesparing de Omgevingsdienst uitvoert en welke de gemeente uitvoert. Zorg dat deze afspraken helderheid geven over de verschillende rollen en taken. 2. Geef het college opdracht om binnen de reguliere P&C-cyclus en in relatie tot voorgaande aanbeveling inzichtelijk te maken hoe het budget dat ter beschikking wordt gesteld aan de Omgevingsdient Zuid-Limburg tbv de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing wordt bepaald (begroting) en besteed (rapportages en rekening). 3. Geef het college opdracht doelstellingen en KPI’s te formuleren als er aanvullende niet-basis taken op het gebied van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing door de gemeente bij de Omgevingsdienst belegd worden. 4. Geef het college opdracht concrete afspraken te maken over de sturings- en verantwoordingsinformatie van de omgevingsdienst te optimaliseren, zodat de activiteiten van de Omgevingsdienst te controleren zijn en inzicht wordt verworven in de resultaten van de energiebesparing per gemeente. Hierin kan met andere zuid Limburgse gemeente worden opgetrokken. 5. Geef het college opdracht u periodiek te informeren over de resultaten van het toezicht op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing.
11
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Landgraaf
Sittard-Geleen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Nawoord
Bestuurlijke reactie gemeente Brunssum Geachte heer Lemmens, Naar aanleiding van het rapport van het Doe Mee onderzoek energiebesparings- en informatieplicht van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers, sturen wij u namens het college een reactie op de conclusies en aanbevelingen van dit onderzoeksrapport. Wij zijn van mening dat wij, gemeente Brunssum en de Omgevingsdienst Zuid-Limburg, op de goede weg zijn voor wat betreft het toezicht op en handhaving van de energiebesparingsen informatieplicht. Maar na het lezen van het rapport kunnen wij ons vinden in de conclusies die zijn opgesteld. Volgens ons zijn de aanbevelingen dan ook logische gevolgen die volgen uit de conclusies. De aanbevelingen zien toe op het maken van (aanvullende) afspraken met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg over basis- en niet-basistaken energietoezicht en het optimaliseren van de sturings- en verantwoordingsinformatie.
Daarnaast wordt duidelijk inzichtelijk gemaakt hoe het beschikbaar budget wordt begroot en besteed en worden de resultaten van het toezicht middels een jaarlijkse raadsinformatiebrief gedeeld. Wij zullen daarom ook de aanbevelingen overnemen. Naar aanleiding van het rapport van het Doe Mee onderzoek energiebesparings- en informatieplicht van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers, sturen wij u namens het college een reactie op de conclusies en aanbevelingen van dit onderzoeksrapport. Wij willen u graag bedanken voor deelname aan het onderzoek, het rapport en de aanbevelingen specifiek gericht op de gemeente Brunssum. Met vriendelijke groet, Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris, Gemeente Brunssum.
12
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Landgraaf
Sittard-Geleen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Nawoord
Bestuurlijke zienswijze Onderzoek Rekenkamer Doe Mee Onderzoek 2024 - Energiebesparingsplicht en informatieplicht energiebesparing Inleiding/aanleiding De Rekenkamer Heerlen heeft deelgenomen aan het zogenoemde DoeMee-onderzoek van de Vereniging van Rekenkamers (VvR) naar de uitvoering van toezicht en handhaving van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Het landelijke onderzoek van de VvR heeft geleid tot een benchmark van 111 gemeenten. In de rekenkamerbrief hebben een vijftal Zuid-Limburgse rekenkamers de bevindingen, conclusies en aanbevelingen gebundeld. Dit omdat de betreffende gemeenten op het dossier Energie-besparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing met de Omgevings-dienst Zuid-Limburg te maken hebben. In deze memo geven we de bestuurlijke zienswijze op de zes documenten die de Rekenkamer Heerlen aan het college heeft toegestuurd: 1. DoeMee onderzoek 2024 – Eindrapport voor de vereniging van Rekenkamers 2. DoeMee onderzoek 2024 – Benchmark gemeenten 3. DoeMee onderzoek 2024 – Gezamenlijk sheet BHKLS-G 4. 20250124 Bestuurlijke nota EBIE – gemeenten BHKLS-G 5. DoeMee onderzoek 2024 – Gemeente Heerlen – factsheet gevalideerd 6. DoeMee onderzoek 2024 – Benchmark Omgevingsdiensten
13
DoeMee onderzoek 2024 – Eindrapport voor de vereniging van Rekenkamers
DoeMee onderzoek 2024 – Benchmark gemeenten
In dit document wordt een algemeen beeld geschetst voor de gemeenten en omgevingsdiensten die door 109 rekenkamers bevraagd zijn. Omdat het een algemeen beeld is, kunnen er door/voor Heerlen geen specifieke opmerkingen geplaatst worden bij dit document.
In deze benchmark worden de resultaten van het onderzoek bij de 11 bevraagde gemeente weergegeven. In de samenvatting van de antwoorden herkennen we de antwoorden die door de gemeente Heerlen zijn gegeven. Dit wordt verder besproken onder 5.
We herkennen een aantal constateringen uit dit document: Pagina 5 – “In 39% van de gevallen bevatten de rapportages [door de Omgevingsdienst] geen of niet voldoende adequate informatie”. Over het gebrek aan kwaliteit in de rapportages zijn wij reeds lange tijd in gesprek met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Om hier verbetering in te brengen is door de ODZL een onderzoek gestart. Pagina 5 – “Ongeveer een kwart (26%) van de gemeenten vervult zelf ook nog taken”. Energie, energiebesparing en duurzaamheid zijn kernthema’s uit het coalitieakkoord van de gemeente Heerlen. Daarom controleert de gemeente zelf op energiemaatregelen bij de niet-basistaakinrichtingen. Pagina 16 – Financiën. Er is voor wat betreft de Omgevingsdienst Zuid-Limburg een onduidelijke samenhang tussen de verschillende financieringsbronnen (SPUK, begroting Gemeenschappelijke Regeling ODZL) en de uit te voeren taken op het vlak van energiebesparingsplicht en de Informatieplicht. Zie verder onder 5.
DoeMee onderzoek 2024 – Gezamenlijk sheet BHKLS-G In deze factsheet herkennen we door de gemeente Heerlen gegeven antwoorden. Ook herkennen we het algemene beeld dat geschetst wordt m.b.t. de energiebesparingsplicht en de rol die de Omgevingsdienst daarin vervult.
20250124 Bestuurlijke nota EBIE – gemeenten BHKLS-G Dit document is grotendeels beschrijvend van aard: er wordt uitleg gegeven over de Energiebesparingsplicht en de Informatieplicht Energiebesparing. De rollen en taken van gemeente en Omgevingsdienst worden toegelicht. Het tweede deel van de nota geeft de huidige stand van zaken weer. We herkennen de conclusies die getrokken worden over de uitvoering en financiering van het toezicht op de Energiebesparingsplicht en de Informatieplicht Energiebesparing.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
In het document wordt richting de raden een vijftal aanbevelingen gedaan: 1. Geef het college de opdracht heldere afspraken te maken met de omgevingsdienst Zuid-Limburg welke niet-basis taken op energiebesparing de Omgevingsdienst uitvoert en welke de gemeente uitvoert. Zorg dat deze afspraken helderheid geven over de verschillende rollen en taken. 2. Geef het college opdracht om binnen de reguliere P&C-cyclus en in relatie tot voorgaande aanbeveling inzichtelijk te maken hoe het budget dat ter beschikking wordt gesteld aan de Omgevingsdient Zuid-Limburg tbv de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing wordt bepaald (begroting) en besteed (rapportages en rekening) 3. Geef het college opdracht doelstellingen en KPI’s te formuleren als er aanvullende niet-basis taken op het gebied van de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energiebesparing door de gemeente bij de Omgevingsdienst belegd worden. 4. Geef het college opdracht concrete afspraken te maken over de sturings- en verantwoordingsinformatie van de omgevingsdienst te optimaliseren, zodat de activiteiten van de Omgevingsdienst te controleren zijn en inzicht wordt verworven in de resultaten van de energiebesparing per gemeente. Hierin kan met andere zuid Limburgse gemeente worden opgetrokken. 5.
Geef het college opdracht u periodiek te informeren over de resultaten van het toezicht op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing. Gezien de conclusies die uit het onderzoek getrokken worden, begrijpen we dat de Rekenkamers tot deze aanbevelingen komen.
14
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Landgraaf
Sittard-Geleen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Nawoord
DoeMee onderzoek 2024 – Gemeente Heerlen – factsheet gevalideerd
DoeMee onderzoek 2024 – Benchmark Omgevingsdiensten
Deze factsheet is lastig te interpreteren omdat de antwoorden die door de gemeente Heerlen zijn gegeven door elkaar lopen met de antwoorden die door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg zijn gegeven. Daardoor is het niet altijd duidelijk welke antwoorden/gegevens van welke dienst afkomstig zijn.
De gemeente Heerlen heeft geen betrokkenheid gehad bij de totstandkoming van dit document. We herkennen in het document de antwoorden die door de ODZL zijn gegeven, zoals blijkt uit de andere documenten bij het onderzoek.
We herkennen de opmerkingen die gemaakt worden m.b.t. de uitvoering en rapportage door de ODZL. Het valt ons op dat in de tabel op pagina 4 voor alle jaren aangegeven wordt ‘geen taak voor de omgevingsdienst’. Dit bevreemdt ons. Het toezicht wordt door de ODZL uitgevoerd (zie de tabel op pagina 3). Dan is het vaststellen of er sprake is van een overtreding en de rapportage daarover ook een taak van de ODZL. De tekst onder de tabel geeft het standpunt van de gemeente Heerlen hierover. De tweede tabel op pagina 4 moet in datzelfde licht worden bezien.
Behoudens een enkele inhoudelijke en tekstuele opmerking herkennen wij hetgeen in de documenten beschreven wordt, voor zover de gemeente Heerlen betrokken was bij de input voor deze documenten. Wij herkennen het beeld dat geschetst wordt dat er nog onduidelijkheid bestaat over de rol- en taakverdeling tussen de gemeenten en de Omgevingsdiensten op het vlak van toezicht op de Energiebesparingsplicht en Informatieplicht Energie-besparing. Ook de goede balans tussen opdrachtverstrekking en financiering is een aandachtspunt dat wij herkennen.
In de derde tabel op pagina 4 wordt de documentenanalyse weergegeven. Hier staat een ‘X’ bij opdracht. Dat is naar onze mening niet correct. De opdracht aan de ODZL volgt namelijk uit de wettelijke verplichting om de basistaken in opdracht te geven aan de Omgevingsdienst. De feitelijke opdracht volgt doordat het college het werkprogramma voor de ODZL vaststelt en aan de ODZL toestuurt. Deze werkwijze wordt ieder jaar uitgevoerd.
We begrijpen dat de Rekenkamers, op basis van dit onderzoek, tot de aanbevelingen aan de gemeenteraden komen zoals opgenomen in de documenten.
Conclusie
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Heerlen, namens dezen de burgemeester, drs. R. Wever
In het document wordt verwezen naar het VTH-Beleid Omgevingsrecht 2023-2026 en het Handhavingsuitvoeringsprogramma 2023. Van belang is om te vermelden dat in de uitvoeringsprogramma’s voor 2024 en 2025 de aanpak van energiebesparing verder is voortgezet, onder andere door uren te programmeren voor het toezicht op energielabel C bij kantoren.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Landgraaf
Sittard-Geleen
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Nawoord
Bestuurlijke reactie gemeente Kerkrade Geachte heer/mevrouw, Op 28 januari 2025 heeft uw rekenkamer ons college per brief met toegevoegde rapporten geïnformeerd over de resultaten van de onderzoeken van de Vereniging van Rekenkamers (VvR) en de Algemene Rekenkamer. Deze afzonderlijke onderzoeken zijn in 2O24 uitgevoerd naar de handhaving van de Energiebesparingsplicht en lnformatieplicht energiebesparing. Het onderzoek van de Algemene Rekenkamer richtte zich op de organisatie en resultaten op landelijk niveau, terwijl het DoeMee-onderzoek van de VvR zich richtte op de resultaten van toezicht en handhaving op decentraal niveau. De resultaten van de onderzoeken geven inzicht over de sturing op beide plichten' De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen zijn gepresenteerd in het rapport. Uw rekenkamer heeft deze bevindingen aan ons college voorgelegd voor bestuurlijk wederhoor. Met deze brief stuurt ons college haar bestuurlijk wederhoor aan uw rekenkamer. Om de kwaliteit van het toezicht en de handhaving van de Energiebesparings- en lnformatieplicht te verhogen, steunt ons college het uitgevoerde onderzoek door de gezamenlijke Rekenkamers en onderschrijft ons college de conclusies en aanbevelingen.
15
Ons college constateert uit de bevindingen dat de antwoorden van de deelnemende gemeenten landelijk en binnen Zuid-Limburg in grote lijnen een vergelijkbaar beeld laten zien en dat de verschillen veelal veroorzaakt worden door interpretatie van de vraag of wijze van antwoorden. Datzelfde geldt voor de antwoorden van de deelnemende Omgevingsdiensten en Provincies' De taken worden grotendeels door de Omgevingsdiensten uitgevoerd en gefinancierd vanuit specifieke uitkeringen en werkprogrammabegrotingen. Het inzicht in de bedrijven die vallen onder de plicht is echter nog beperkt. De resultaten in termen van besparingspotentieel en bespaarde energie zijn niet voldoende inzichtelijk. Het algemene beeld voor Zuid Limburg is dat het toezicht op de Energiebesparings- en informatieplicht als basistaak bij Omgevingsdienst Zuid- Limburg (OD-ZL) is ingebracht. Gemeente Kerkrade voert zelf enkel nog het energietoezicht uit bij niet-basistaak Milieubelastende activiteiten (mba). Het landelijk onderkende gebrek aan adequaat inzicht in de bedrijven die vallen onder de Energiebesparings- en informatieplicht maakt dat mogelijk een overlap bestaat tussen mba's die op basis van de activiteit een niet-basistaak zijn maar die toch onder de plicht vallen. Dat schept in de praktijk soms onduidelijkheid over de rolverdeling.
Voor het overgrote deel wordt het toezicht gefinancierd uit beschikbare specifieke uitkeringen die OD-ZL hiertoe ontvangt. Aanvullende financiering vindt, ook voor Kerkrade, plaats vanuit het werkprogramma OD-ZL en bijbehorende begrotíng van de gemeenten. De rapportages, evenals de afschriften van de brieven naar de bedrijven en instellingen, vanuit OD-ZL laten op hoofdlijnen de bevindingen van het toezicht zien en geven de gemeente Kerkrade mogelijkheden voor sturing op de activiteiten. Dit vindt plaats via accountgesprekken of indien aan de orde via direct ambtelijk contact. Verantwoording over de resultaten richting ons college en uw raad vindt voor onze gemeente plaats via het VTH-jaarverslag waarin ook op hoofdlijnen de bevindingen van het toezicht van OD-ZL is opgenomen. In het kader van het Interbestuurlijk Programma versterking VTH (lBP-VTH) vinden gesprekken met OD-ZL plaats over het inbrengen van niet-basistaken door gemeente Kerkrade, het vastleggen van afspraken over de uitvoering en rapportage hiervan en over de financiering. Ons college neemt in dit traject de vijf aanbevelingen uit het rapport mee. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Landgraaf, de secretaris, Gemeente Kerkrade.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Sittard-Geleen
Landgraaf
Eindrapport van vereninging van Rekenkamers Nawoord
Bestuurlijke reactie gemeente Landgraaf Beste leden van de rekenkamer, Wij hebben kennisgenomen van de aanbiedingsbrief ‘bestuurlijke nota rekenkamerbrief Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing’ van 27 januari 2025 met bijbehorende bestuurlijke nota rekenkamerbrief ‘Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing’. Naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek omtrent 'Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing' informeren wij u over onze bestuurlijke zienswijze. Het college gaat in deze zienswijze in op iedere conclusie en aanbeveling, en zal de nodige stappen ondernemen om deze zorgvuldig te implementeren.
Conclusies Conclusies 1 Wat betreft de eerste conclusie erkennen wij dat de verantwoordelijkheden met betrekking tot de ‘Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing’ momenteel niet altijd even duidelijk zijn, vooral wat betreft de taakverdeling tussen de Omgevingsdienst Zuid Limburg (ODZL) en de gemeente. Voortvloeiend uit deze conclusie en vooruitlopend op de eerste aanbeveling, wordt ambtelijk onderzocht of het mogelijk is om begin 2026 alle taken rondom de ‘energiebesparing’ onder te brengen bij de ODZL. Dit zal niet alleen de duidelijkheid in taakverdeling verbeteren, maar ook de kwaliteit verhogen, gezien de grotere expertise bij de ODZL.
Conclusies 4 De vierde conclusie verwijst naar het opstellen van doelstellingen en Kritieke Prestatie Indicatoren (KPI’s) voor aanvullende niet-basistaken op het gebied van de ‘energiebesparing’, die door het college aan de ODZL zijn toegewezen. Momenteel heeft het college geen aanvullende nietbasistaken op het gebied van de ‘energiebesparing’ aan de ODZL toegewezen. Verwijzend naar de eerste conclusie en de eerste aanbeveling willen wij onderzoeken of het mogelijk is om begin 2026 alle taken rondom de ‘energiebesparing’ onder te brengen bij de ODZL. Bij deze overdracht van aanvullende niet-basistaken op het gebied van de ‘energiebesparing’ zal een goede opdracht-verstrekking plaatsvinden waarin duidelijke doelstellingen met KPI's worden omschreven. Voor het tot stand komen van goede doelstellingen en KPľs zal samenwerking met andere gemeenten worden gezocht.
Conclusies 2 In de tweede conclusie wordt feitelijk verwezen naar het ontbreken van optimale informatie over de resultaten van de energiebesparing in de voortgangsrapportages van de ODZL. In deze conclusie wordt ook al verwezen naar de gesprekken die gevoerd worden over het optimaliseren van de sturingsinformatie. Momenteel wordt er inderdaad gewerkt aan een verbetering van de rapportages, met als doel deze breder, beter en navolgbaar te maken. Dit proces is gebaseerd op een bestuursopdracht waarbij gemeenten zijn geïnterviewd om hun ervaringen en behoeften in kaart te brengen.
Conclusies 3 De derde conclusie verwijst naar het ontbreken van een volledig overzicht van bedrijven en instellingen die onder de ‘Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing' vallen. Het college onderschrijft deze conclusie en zal met de ODZL hierover in gesprek gaan.
16
Conclusies 5 Onder de vijfde conclusie wordt gesteld dat de verantwoordingsinformatie van de resultaten van de ‘Energiebesparingsplicht en Informatieplicht energiebesparing’ onvoldoende is om de raden goed te informeren. Ook het college onderschrijft deze conclusie. Zoals reeds aangegeven in de tweede conclusie, heeft er een bestuursopdracht plaatsgevonden om een verbetertraject te starten en de rapportages te verbeteren.
Conclusies 6 De laatste, zesde conclusie geeft aan dat er bij de gemeenten en de OD een gebrek is aan inzicht in zowel de huidige resultaten als het toekomstige potentieel van de energiebesparingsmaatregelen. Het college veronderstelt dat, bij een verbetering van de sturingsinformatie, waaronder de rapportages, er al een goed inzicht ontstaat in zowel de huidige resultaten als het toekomstige potentieel van de energiemaatregelen.
Energiebesparingsplicht | 2025
Bestuurlijke nota Brunssum
Bestuurlijke reacties Heerlen
Aanbevelingen De conclusies die hierboven zijn besproken, vormen de basis voor de volgende vijf aanbevelingen. Het college gaat hieronder omschreven in op de genoemde aanbevelingen.
Bijlagen
Factsheets Kerkrade
Landgraaf
de aanbeveling en zal bij een overdracht van aanvullende niet-basistaken op het gebied van de ‘energiebesparing' een goede opdrachtverstrekking maken waarin duidelijke doelstellingen met KPľs worden omschreven. De samenwerking met andere gemeenten wordt hiervoor opgezocht. In de vierde conclusie is hier reeds op ingegaan.
Aanbeveling nummer 1 In aanbeveling één beveelt u aan om helderheid te verschaffen in de rollen en taken van de ODZL en de gemeente met betrekking tot de niet-basistaken van de energiebesparingsplicht. Zoals aangegeven bij de eerste conclusie zal onderzocht worden of het mogelijk is om begin 2026 alle taken rondom de ‘energiebesparing’ onder te brengen bij de ODZL. Dit zal niet alleen meer duidelijkheid verschaffen in de taakverdeling, maar ook zorgen voor een kwaliteitsverbetering. Indien uit het ambtelijk onderzoek blijkt dat het niet mogelijk is om de taken geheel naar de ODZL over te dragen, zullen wij de aanbevelingen uit de eerste conclusie respecteren en opvolgen. Met andere woorden, zullen wij zorgdragen voor een heldere en schríftelijke taakomschrijving in samenwerking met de ODZL.