Agendabundel
Tekst van het document
Er zijn de laatste jaren veel landelijke ontwikkelingen op het terrein van Beschermd Wonen die noodzaken om met ingang van 2024 de gemeenschappelijke regeling te wijzigen: • •
•
•
Een grote groep cliënten, die aanvankelijk onder de verantwoording van de gemeenten kwamen, is met ingang van 2021 ondergebracht in de Wet langdurige zorg. Het budget voor de centrumgemeenten is daarvoor aangepast (verlaagd). Middelen zijn overgeheveld naar de Wlz. De rijksmiddelen zijn vanaf 2015 tussen de centrumgemeenten verdeeld op basis van de verdeling zoals die op dat moment was: de centrumgemeenten ontvingen een historisch budget. Omdat Heerlen c.q. Parkstad op dat moment al over veel voorzieningen voor Beschermd Wonen beschikte was (en is) het budget navenant groot. Meer dan verreweg de meeste regio’s ter beschikking kregen. Dit wordt het historisch budget genoemd. Op basis van een advies van de commissie Dannenberg (“beschermd thuis”) werd besloten het beschermd wonen verder door te decentraliseren, naar alle gemeenten. Onderdelen daarvan zijn: de rijksmiddelen anders verdelen, op basis van objectieve criteria (het objectieve budget), en de invoering van een zgn. woonplaatsbeginsel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor het bieden van beschermd wonen aan een cliënt. De zgn. norm voor opdrachtgeverschap werd overeengekomen binnen de VNG: gemeenten moeten bij het vorm geven aan beschermd wonen samenwerken op basis van solidariteit.
De invoering van het nieuwe stelsel is al een aantal keren uitgesteld, met als laatste nog een jaar uitstel van 2023 naar 2024. De zogenoemde doordecentralisatie Beschermd Wonen is wederom uitgesteld door het rijk, de invoering is niet gepland per 1 januari 2024 maar per 1 januari 2025. Alvorens dit geschiedt dient het parlement hier nog mee akkoord te gaan. 1 In Parkstad werkten wij al aan de herijking van beschermd wonen in de vorm van een nieuwe gezamenlijke subsidietender. Per 2023 hebben wij deze gerealiseerd. Er is nu een samenwerkingsverband van aanbieders dat wij via een lumpsum-subsidie financieren, namelijk het samenwerkingsverband ‘Beschermd Thuis Parkstad’. Wij hebben u hierover regelmatig via raadsinformatiebrieven geïnformeerd. In verband met de herverdeling van het rijksbudget op basis van objectieve criteria verandert het totale budget voor Parkstad: dit wordt minder; met een overgangstermijn van 10 jaar. Met eenzelfde overgangstermijn worden de middelen van de centrumgemeenten naar alle gemeenten overgeheveld. Over de manier waarop de verschillende gemeenten van Parkstad bijdragen in de kosten van het beschermd wonen heeft discussie plaats gevonden. Er is inmiddels overeenstemming bereikt over een compromisregeling voor de jaren 2024 t/m 2027.
In de regeling is een escape opgenomen voor het geval dat deze onverhoopt toch nog weer een keer uitgesteld wordt: in artikel 14 is bepaald dat de regeling in werking treedt op 1 januari na bekendmaking ervan in het Gemeenteblad. Dit is dus gebeurd ten tijde van de opstelling van het raadsvoorstel en dit traject. Echter, doordat sommige gemeenten deze stukken al in procedure hadden voordat dit nieuws werd uitgebracht, brengen we de stukken op dezelfde wijze in procedure. Voor de helderheid: deze nieuwe centrumregeling zal dus, mits het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen wordt aangenomen, in 2025 in. Toelichting Het historische budget dat Heerlen ontvangt wordt eerst gebruikt. Wanneer dit niet meer voldoende is worden de objectieve budgetten van de gemeenten aangesproken. Dit zou kunnen op basis van herkomst van cliënten, maar ook basis van de hoogte van de rijksbijdragen die ontvangen worden. Dit laatste had voor Heerlen de voorkeur, het doet recht aan de invulling van samenwerken op basis van solidariteit. Voor de gemeenten Beekdaelen, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal zijn de consequenties van de laatste optie negatief. Daar staat echter tegenover dat cliënten uit die gemeenten vaak naar stedelijk gebied gaan als zij in problemen beginnen te komen. Huisvesting is daar dan nog te vinden.
Uit een analyse van de woongeschiedenis van een groot aantal van de huidige cliënten bleek dat zij eigenlijk allemaal cliënten van Parkstad zijn. Vaak hebben zij in veel gemeenten verbleven. Hierbij zij overigens aangetekend dat 1 Wetsvoorstel woonplaatsbeginsel: koersen op invoering per 1 januari 2025 | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl
het eigenlijk over een verdeling van een overschot gaat: het totale rijksbudget is gedurende de volledige overgangstermijn van 10 jaar naar het zich nu laat aanzien (aanzienlijk) hoger dan de kosten die verwacht worden. Afgesproken is nu dat er een compromisregeling in de gemeenschappelijke regeling opgenomen wordt. Deze staat nu verwoord in artikel 4 van de regeling: de 4 genoemde gemeenten worden gecompenseerd met 50% van het verschil tussen de bijdrage op basis van herkomst van cliënten en de bijdrage op basis van de hoogte van de rijksbijdragen die ontvangen worden. Brunssum, Heerlen en Kerkrade betalen samen deze compensatie. Ook is opgenomen dat er tijdig een evaluatie plaatsvindt van de afgesproken bijdragenverdeling. De colleges blijven kiezen voor een lichte gemeenschappelijk regeling waarin het college van Heerlen gemandateerd wordt om voor alle gemeenten de taak uit te voeren. In combinatie met opvang, dat wel nog een taak gebleven is van de centrumgemeenten en waarvoor zij ook nog de rijksbijdrage ontvangen. Procedure voor gemeenschappelijke regelingen tussen colleges. Wij hebben een principebesluit genomen om de gemeenschappelijke regeling "Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020" te wijzigen in "Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2025".
De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 1 dat de gemeenteraden een zienswijze op de ontwerpregeling kunnen geven binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp. De volgende stap is dat de gemeenteraden toestemming moeten verlenen voor het aangaan van de gemeenschappelijke regeling. Deze dubbele gang naar de gemeenteraad is het gevolg van de wetswijziging per 1 juli 2022. Tot slot moeten de colleges een besluit nemen om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan. 3. Gewenste situatie (WAT? a. Wat willen we bereiken? Via dit raadsvoorstel leggen wij u voor om een positieve zienswijze te geven op de voorgenomen wijziging van de Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020. b. Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Niet van toepassing. 2. Planning Colleges: uiterlijk begin juni besluitvorming over concept-regeling. Gemeenteraden: uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst concept-regeling besluitvorming over zienswijze (dan wel z.s.m. hun colleges melden dat zij afzien van een zienswijze). Colleges: uiterlijk september besluitvorming over regeling en vragen toestemming raden. Gemeenteraden: uiterlijk oktober toestemming voor samenwerking. Colleges: uiterlijk november vaststellen regeling en publiceren. 3.
rol/ bevoegdheden college van B en W Het college van B en W doet aan uw raad een voorstel voor het indienen van een zienswijze en is betrokken in het traject om tot deze nieuwe Gemeenschappelijke Regeling te komen. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal) Wet gemeenschappelijke regelingen Wmo 2015 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Het betreft een continuering van de centrumregeling Opvang en Beschermd Wonen en borduurt voort op eerder vastgestelde uitgangspunten over samenwerking en solidariteit in de regio.
6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De kosten die met de uitvoering van deze gemeenschappelijke regeling gemoeid zijn worden volledig bestreden door de ontvangsten uit de rijksbijdragen die Heerlen en de andere gemeenten van Parkstad hiervoor ontvangen. Er is sprake van een positief saldo. Tot nu toe kwam het positieve saldo altijd ten goede van de gemeente Heerlen. Vanaf 2025 wordt dit (aanzienlijk) minder en gaan alle gemeenten geld overhouden. Het betekent concreet dat de gemeente Heerlen in 2025 Beschermd Wonen nog financiert uit de overschotten die er waren. Vanaf 2026 gaat elke parkstadgemeente, conform de overeengekomen kostenverdeling, bijdragen aan de taak Beschermd Wonen. Aangezien het geld dat we gaan ontvangen meer is dan we gaan bijdragen, betekent dat er per jaar geld overblijft voor Beschermd Wonen voor de Brunssumse begroting. Hoeveel dit precies gaat zijn zal naar alle waarschijnlijkheid in de meicirculaire van 2024 zichtbaar worden. 2 c. Argumenten en overwegingen 1. De doordecentralisatie leek er eindelijk aan te komen (maar deze is dus weer met een jaar vooruitgeschoven door het ministerie). We bereiden ons met deze aangepaste regeling voor op deze doordecentralisatie en vooral hoe we de kostenverdeling vormgeven. Het overschot op Beschermd Wonen kwam de afgelopen jaren ten gunste van de gemeente Heerlen.
Doordat deze middelen nu doorgedecentraliseerd worden, krijgt elke gemeenten middelen voor Beschermd Wonen. We blijven de taak beschermd wonen gezamenlijk (met de 6 parkstadgemeenten) oppakken via het samenwerkingsverband van aanbieders ‘Beschermd Thuis Parkstad’. In de concept gemeenschappelijke regeling zijn de afspraken vastgelegd met betrekking tot de consequenties van de zgn. doordecentralisatie van het beschermd wonen, onder andere: • • •
Het college van Heerlen voert de taken mede namens de andere colleges uit. Alle gemeenten van Parkstad dragen bij in kosten, vanaf het moment dat het historische budget dat Heerlen ontvangt niet meer voldoende is. Er is een compromisregeling opgenomen voor de bijdrages van de gemeenten, waarbij de negatieve verschillen tussen bijdragen “naar rato van herkomst van de cliënten” en “naar rato van de middelen op grond van de rijksbijdrage” verzacht worden.
2. Als gevolg van het uitstel van de doordecentralisatie houdt de gemeente Heerlen ook in 2024 veel middelen over op het taakveld Beschermd Wonen. Derhalve wordt in de zienswijze de aanvullende boodschap opgenomen dat de gemeente Heerlen dit overschot op eerlijke wijze verdeelt onder de parkstadgemeenten of inzet (eventueel reserveert voor de toekomst en de overige gemeenten hiermee compenseert) ten behoeve van de taak Beschermd Wonen. Dit zou kunnen geschieden, als voorbeeld, door middel van het eerst inzetten van het overschot van 2024, in 2026, alvorens de andere gemeenten gaan bijdragen aan de taak Beschermd Wonen (in 2025 wordt het restant van het budget in Heerlen ook ingezet). d. Opties en keuze De keuze die uw raad heeft is om een zienswijze af te geven met een andere strekking dan die wordt voorgesteld. Bijlagen Concept gemeenschappelijke regeling "Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024".
2 De bedragen die in de concept GR staan opgenomen, over hoeveel elke gemeente bijdraagt, zijn derhalve indicatief.
Voor de helderheid: hiervoor krijgt de gemeente Brunssum dus middelen vanuit het ministerie, per 2025. Deze zijn op basis van de huidige inzichten (zoals reeds vermeld) ruimschoots dekkend (we gaan geld overhouden), maar precieze bedragen zijn niet te noemen.
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2023/53 : Maatschappelijke ontwikkeling : 202300501
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2023/53 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. , afdeling Maatschappelijke ontwikkeling; Besluit: Met een positieve zienswijze te reageren op de concept gemeenschappelijke regeling "Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024" met de volgende aanvullende boodschap: de gemeente Brunssum roept de gemeente Heerlen op om de overschotten op het taakveld Beschermd Wonen over het jaar 2024, als gevolg van het uitstel van de doordecentralisatie, op eerlijke wijze te verdelen of in te zetten (eventueel reserveren) ten behoeve van de taak Beschermd Wonen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 juli 2023
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal, gezamenlijk verder te noemen: “partijen”,
overwegende dat: •
zij de uitvoering van de gemeentelijke verplichting om te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen en opvang willen vormgeven door middel van een samenwerking, waarin Heerlen als centrumgemeente fungeert;
•
zij deze samenwerking reeds hebben vastgelegd in de Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020, maar dat het wenselijk is om deze regeling te wijzigen; ;
gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet gemeenschappelijke regelingen;
gelet op de toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten; besluiten: de “Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2020” te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Artikel 1
Definities
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a. beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
b. regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
c. opvang: opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015; d. college: het college van burgemeester en wethouders;
e. partijen: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal;
f.
stuurgroep: stuurgroep WMO Parkstad, bestaande uit de wethouders, die binnen elk van de partijen de verantwoordelijkheid dragen voor de portefeuille maatschappelijke ondersteuning, onderdeel opvang en beschermd wonen;
g. historisch budget: dat gedeelte van de rijksmiddelen voor beschermd wonen dat Heerlen in de overgangsfase van de Decentralisatie-uitkering Beschermd Wonen in het kader van het gemeentefonds nog op basis van de historische verdeelsleutel ontvangt;
h. objectief budget: dat gedeelte van de rijksmiddelen voor beschermd wonen dat partijen op basis van de objectieve verdeelsleutel
i.
j.
van de Decentralisatie-uitkering Beschermd
Wonen in het kader van het gemeentefonds vanaf 2024 ontvangen; Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 2
Doelstelling en taken van de regeling
De regeling heeft tot doel door middel van samenwerking een adequate uitvoering van taken
en uitoefening van bevoegdheden van partijen op grond van de Wet maatschappelijke
ondersteuning te realiseren, in het bijzonder met betrekking tot de gemeentelijke verplichting om te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen en opvang, zoals vastgelegd in artikel 1.2.1, onder b en c, van de Wmo 2015. Artikel 3
Bevoegdheden
1. De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal verlenen aan het college van Heerlen mandaat om te beslissen op aanvragen om een maatwerkvoorziening dan wel een persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang of beschermd wonen.
2. De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal
verlenen aan de Teammanager Juridische Zaken van de gemeente Heerlen mandaat om te beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot besluiten over maatwerkvoorzieningen
dan wel persoonsgebonden budget ten behoeve van opvang of beschermd wonen, alsmede
tot het (in dat kader) voeren van verweer in beroep en hoger beroep ten overstaan van de administratieve rechter.
3. De colleges van Beekdaelen, Brunssum, Kerkrade, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal machtigen voorts het college van Heerlen om alle andere handelingen te verrichten zoals beschreven in de Wmo 2015, in relatie tot een melding van een behoefte aan
maatschappelijke ondersteuning, voor zover deze handelingen betrekking hebben op (het onderzoek naar) de behoefte aan opvang of beschermd wonen.
4. Ter zake de uitoefening van de in de leden 1, 2 en 3 opgedragen bevoegdheden en taken geldt het recht van ondermandaat en ondermachtiging en het recht van substitutie.
Artikel 4
Financiering
1. De financiering van aanbieders van opvang of beschermd wonen verloopt via subsidiëring door het college van Heerlen.
2. Onder de in het derde lid bedoelde kosten worden, naast de kosten voor financiering van aanbieders van opvang of beschermd wonen, begrepen alle kosten van de gemeente Heerlen ter zake de uitvoering van deze regeling, waaronder ook de verstrekte persoonsgebonden budgetten.
3. Voor zover de kosten van de gemeente Heerlen, die zijn verbonden aan de uitvoering van deze regeling, hoger zijn dan de rijksmiddelen die Heerlen als historisch budget voor
opvang en beschermd wonen ontvangt, worden deze voldaan door partijen naar rato van de hoogte van de rijksmiddelen voor opvang en beschermd wonen, vanuit het objectief budget.
4. In afwijking van het gestelde in lid 3 geldt vanaf het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van deze gemeenschappelijke regeling voor 3 jaren een andere regeling:
In die jaren wordt jaarlijks 50% van het verschil tussen de verdeling conform lid 3 en de in lid 5 genoemde bedragen in mindering gebracht op de bijdrage van Voerendaal, Beekdaelen, Simpelveld en Landgraaf. De gemeenten Heerlen, Brunssum en Kerkrade
dragen 50% van het verschil tussen de verdeling conform lid 3 en de in lid 5 genoemde bedragen extra bij.
5. De in lid 4 bedoelde bedragen die in mindering gebracht worden c.q. extra worden bij gedragen zijn in de opeenvolgende jaren: Beekdaelen
Brunssum
1e jaar
€ 35.942
€ 124.853
2e jaar
€
€
238.625
828.909
3e jaar
€
407.131
€ 1.414.244
Heerlen
€ 479.548
€ 3.183.766
€ 5.431.984
Landgraaf:
€ 95.531
€
634.241
€ 1.082.111
€
138.152
Kerkrade:
Simpelveld:
Voerendaal:
€ 174.037
€ 15.134
€ 20.809
€ 1.155.450 €
100.474
€ 1.971.371 € €
171.424 235.707
6. De gemeente Heerlen ontvangt als voorschot uiterlijk 31 maart van de andere partijen de bijdrage als bedoeld in de voorgaande leden ten behoeve van de uitvoering van de regeling in het lopende kalenderjaar.
Artikel 5
Bestuurlijk overleg in stuurgroep WMO Parkstad
1. In de stuurgroep treden de in artikel 1, onder f bedoelde wethouders op als gemachtigde
van de respectievelijke partijen. De stuurgroep geldt als op overeenstemming gericht overleg, en heeft als zodanig geen beslisbevoegdheid.
2. In de stuurgroep wordt tenminste tweemaal per jaar de uitvoering van deze regeling als onderwerp van overleg geagendeerd aan de hand van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde
halfjaarrapportages. Dit geldt als evaluatie van deze regeling als bedoeld in artikel 11a van de Wgr. De eerste halfjaarrapportage bevat onder andere een prognose van de hoogte van
de noodzakelijke bijdragen van de deelnemende gemeenten zoals bedoeld in artikel 4, lid 3 tot en met 5 voor het volgende uitvoeringsjaar.
3. In het tweede jaar na de start van de in artikel 4 lid 4 bedoelde 3 jaren vindt een evaluatie plaats van de in lid 4 beschreven manier waarop de gemeentes bijdragen in de kosten.
4. Het college van Heerlen draagt met het oog op het in het eerste lid bedoelde overleg zorg voor agendering van onderwerpen met betrekking tot deze regeling in de stuurgroep,
indien het college dit noodzakelijk acht dan wel op verzoek van een van de andere partijen.
5. In de stuurgroep zijn in elk geval onderwerp van overleg de conceptversies van de in artikel 6 bedoelde begroting en het in artikel 7 bedoelde jaarverslag.
Artikel 6
Begroting
1. Het college van Heerlen stelt jaarlijks een uitvoeringsplan met begroting vast voor de uitvoering van deze regeling in het opvolgende kalenderjaar, en zendt deze uiterlijk 31 december toe aan de andere partijen.
2. Uiterlijk 31 oktober wordt een ontwerp ten behoeve van overleg aangeboden aan de stuurgroep.
Artikel 7
Tussentijdse rapportages en jaarverslag
1. Het college van Heerlen informeert de stuurgroep tussentijds over de uitvoering van deze regeling door middel van halfjaarrapportages.
2. Het college van Heerlen stelt jaarlijks een inhoudelijk en financieel verslag vast inzake de
uitvoering van deze regeling in het voorgaande kalenderjaar, en zendt deze uiterlijk 31 juli aan de andere partijen.
3. Uiterlijk 31 mei wordt een ontwerp jaarverslag ten behoeve van overleg aangeboden aan de stuurgroep.
4. In het financieel jaarverslag worden de werkelijk door partijen te betalen financiële bijdrages bepaald.
5. Uiterlijk 30 september vindt dan betaling plaats van het verschil tussen de bijdrages op grond van lid 4 en de op grond van artikel 4 lid 6 al betaalde bijdrages.
Artikel 8
Archiefbescheiden
1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen draagt zorg voor de archiefbescheiden van deze centrumregeling.
2. De secretaris/algemeen directeur van de gemeente Heerlen is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het Historisch Centrum Limburg.
5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor
zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van het Historisch Centrum Limburg.
6. De archivaris van het Historisch Centrum Limburg brengt tweejaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
7. Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen brengt tweejaarlijks verslag uit
aan de gemeenteraad over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling.
8. De deelnemers aan deze centrumregeling stellen tijdig aan het college van burgemeester
en wethouders van de gemeente Heerlen de archiefbescheiden beschikbaar die nodig zijn voor de uitvoering van de gemandateerde taken.
9. Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde bevoegdheden en opgedragen taken maken partijen nadere afspraken.
10. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden geregeld.
11. In
de
verklaring
terbeschikkingstelling.
kunnen
nadere
voorwaarden
worden
gesteld
aan
de
Artikel 9 Privacy
1. Partijen worden aangemerkt als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 onder 7 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
2. Het college van Heerlen voert de taken in mandaat uit in de hoedanigheid van verwerker in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
3. Partijen maken in een afzonderlijke overeenkomst afspraken over de wijze waarop er met persoonsgegevens moet worden omgegaan.
Artikel 10 Klachten
Klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over gedragingen van ter uitvoering van deze regeling onder verantwoordelijkheid van het college van Heerlen werkzame personen worden afgehandeld door dit college. Artikel 11
Toetreden
Het toetreden tot de regeling door andere bestuursorganen dan partijen is uitgesloten. Artikel 12
Wijzigen, opheffen, uittreden
1. De regeling kan worden gewijzigd of worden opgeheven bij eensluidende besluiten van
partijen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vierde lid, van de Wgr.
2. Een partij, met uitzondering van het college van Heerlen, kan besluiten om uit de regeling te treden.
3. Uittreden vindt niet eerder plaats dan per 1 januari 2028, met inachtneming van een termijn van aanzegging aan de andere partijen van ten minste twee jaar.
4. Een uittredende partij compenseert het college van Heerlen voor de financiële gevolgen van het uittreden vanwege door dat college ter uitvoering van de regeling aangegane verplichtingen alsmede voor de optredende frictiekosten.
5. Het college van Heerlen stelt daarvoor een overzicht op van deze gevolgen, waarna in overleg tussen de partijen de hoogte van de compensatie wordt vastgesteld.
Artikel 13
Geschillenregeling
1. Partijen verplichten zich om in geval van geschillen over de inhoud of uitvoering van deze regeling met elkaar in overleg te treden, waarbij zal worden getracht dergelijke geschillen in der minne te beslechten.
2. Indien niet in der minne tot een oplossing wordt gekomen, zullen partijen het geschil voorleggen aan gedeputeerde staten van Limburg conform artikel 28 van de Wgr.
Artikel 14
Inwerkingtreding en duur
De regeling treedt in werking op 1 januari van het jaar na de bekendmaking overeenkomstig artikel 15, eerste lid. Artikel 15
Bekendmaking en citeertitel
1. Het college van Heerlen draagt zorg voor bekendmaking van de regeling door kennisgeving van de inhoud ervan in het Gemeenteblad.
2. Partijen dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor het bekendmaken van deze regeling.
3. De regeling kan worden aangehaald als ‘Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024’.
Het college van de gemeente Beekdaelen De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Brunssum, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Heerlen, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Kerkrade, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Landgraaf, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Simpelveld, De secretaris, De burgemeester, Getekend op <> te
Het college van de gemeente Voerendaal, De secretaris, De burgemeester, Getekend
Gemeente Heerlen Postbus 1 6400 AA HEERLEN
Datum Uw kenmerk Ons kenmerk
7 juni 2023
Onderwerp
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Opvang en Beschermd Wonen
202300501/202312494
Beste heer/mevrouw, De gemeenteraad in Brunssum heeft op 11 juli 2023 besloten met een positieve zienswijze te reageren op de concept gemeenschappelijke regeling "Centrumregeling regionale samenwerking Parkstad opvang en beschermd wonen Wmo 2024" met de volgende aanvullende boodschap: de gemeente Brunssum roept de gemeente Heerlen op om de overschotten op het taakveld Beschermd Wonen over het jaar 2024, als gevolg van het uitstel van de doordecentralisatie, op eerlijke wijze te verdelen of in te zetten (eventueel reserveren t.b.v. 2026) ten behoeve van de taak Beschermd Wonen.
Het college van burgemeester en wethouders van Brunssum, krachtens mandaat, Hoofd afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling Trix Huizinga {{ esl:Signer1:capture }}
Telefoon (045) 527 85 55 E-mail gemeente@brunssum.nl Website www.brunssum.nl
Postadres Postbus 250 6440 AG Brunssum Bezoekadres Lindeplein 1 6444 AT Brunssum
Bankgegevens IBAN NL68BNGH0285001523 t.n.v. Gemeente Brunssum KVK-nummer 14129999
Reuling, Marian (Brunssum) Onderwerp:
Vragen/antwoorden mbt agendapunt 4 Opvang beschermd wonen
Zie onderstaande vragen van de PAK fractie en de beantwoording t.a.v. commissievergadering Buza op 4 juli inzake Beschermd Wonen. Vragen gaan over de Zienswijze centrumregeling Opvang en Beschermd Wonen 1. Kunt u ons aangeven hoeveel Brunssumse cliënten in aanmerking komen voor, of al verblijven in, een beschermd wonen situatie waarop deze regeling van toepassing is? 2. Deze regeling gaat o.i. in per 2025? Maar door het hele raadstuk ‘zwermen’ de jaartallen 2024, 2025 en 2026! Kunt u ons eens overzichtelijk aangeven wat er nu in welke jaar iets aan de orde is? 3. In de zienswijze wordt aangegeven dat de overschotten voor het jaar 2024 verdeeld mogen worden over de deelnemende gemeenten. Kunt u ons aangeven hoeveel overschot er was en wat er met het overschot van de voorgaande jaren is gebeurd? 4. We missen bij de stukken als bijlage het ‘concept gemeenschappelijke regeling 2024’, zoals vernoemd in het raadsvoorstel. Graag BIJVOEGEN svp. Vraag 1: het gaat om circa 20 tot 25 mensen uit Brunssum die een lopende indicatie Beschermd Wonen hebben. U zult begrijpen, dit is een peildatum, als de lopende meldingen beoordeeld zijn, kan het leiden tot meer indicaties BW vanuit Brunssum. Daarnaast kan dit aantal fluctueren. Procentueel komt ons aandeel, als aantal Brunssumse cliënten van het totaal, uit op circa 13% procent.
Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat het in de praktijk in voorkomende gevallen lastig te bepalen is wanneer iemand een Brunssumse cliënt is of een Landgraafse cliënt, zeker aangezien mensen met dit soort problematiek op meerdere plekken terechtkomen. Het woonplaatsbeginsel, dat nog ingevoerd moet worden (mits het parlement hiermee instemt), zal duidelijkheid geven over welke criteria er gehanteerd worden bij de bepaling van de herkomstgemeente van een ‘cliënt’. Vraag 2: de regeling zou ingaan per 1 januari 2024 maar de doordecentralisatie is uitgesteld naar inwerkingtreding per 2025. De doordecentralisatie Beschermd Wonen is al meerdere keren uitgesteld en het parlement moet nog instemmen met de doordecentralisatie Beschermd Wonen; op dit moment vindt er discussie over plaats over de gehele meerwaarde van de doordecentralisatie. We zijn daardoor afhankelijk van hetgeen het parlement hieromtrent gaat besluiten. Toen we dit voorstel in de regio opstelden, waren we nog in veronderstelling dat het in zou gaan per 2024, maar ten tijde van de procedure om het richting uw raad te brengen is er besloten dat het uitgesteld is naar 2025. Er is gepoogd dat aan te geven in dit voorstel. Vraag 3: Centrumgemeente Heerlen krijgt van 2015 de budgetten voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor de gehele Parkstad-regio.
In de loop van 2020 werd duidelijk dat de beschikbare middelen vanuit de decentralisatie-uitkering, die opgenomen werden in de begroting van de gemeente Heerlen, niet overeenkwamen met de daadwerkelijke middelen die de gemeente Heerlen voor deze taak ontving. Het verschil tussen uitgaven en ontvangen middelen varieerde de afgelopen jaren. We hebben uit laten zoeken wat hieromtrent juridisch mogelijk is, maar helaas is dit een ‘recht’ van de centrumgemeente en zijn zij niet verplicht om het overschot op regionale middelen aan elke gemeente te laten toekomen.
Vraag 4: correct, dit is bij plaatsing op agenda niet goed gegaan, per abuis is de GR als bijlage niet aangevinkt door de behandelend ambtenaar. Excuses daarvoor. 1