Agendabundel
Tekst van het document
40
Tenzij anders vermeld, zijn de (kosten)kengetallen ontleend aan gegevens van de experimentgemeente.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
50
tussen deze niveaus is vervolgens vermenigvuldigd met de periode tussen het moment van voortijdig schoolverlaten vanaf 18 jaar en het einde van de onderzoeksperiode om een indicatie te krijgen van het productiviteitsverlies. Voor de belastingderving is op gelijke wijze vermenigvuldigd met het gemiddelde heffingstarief (29%). Door het resultaat per jongere te sommeren, ontstaan totaalbedragen per type groep. 5. lagere arbeidsparticipatie De maatschappelijke kosten verbonden aan bijstandsuitkeringen zijn becijferd door de opgegeven uitkeringsperiode te vermenigvuldigen met het uitkeringsbedrag voor deze leeftijdsgroep van circa 11.670 euro plus uitvoeringslasten van circa 4.600 euro op jaarbasis (Van Geuns e.a. 2011). Omdat voor jongeren met een Wajong-uitkering geen gegevens voorhanden zijn over de uitkeringsperiode is uitgegaan van de periode na uitstroom uit RMC tot het einde van de onderzoeksperiode. Deze periode is vermenigvuldigd met het geldende uitkeringsbedrag van 75% minimumjeugdloon plus een bedrag voor uitvoeringslasten vergelijkbaar met dat van een bijstandsuitkering. Voor de maatschappelijke kosten van re-integratie zijn ingezette interventies ingedeeld naar categorieën waarvoor kostengegevens beschikbaar zijn. Per interventiecategorie is een gemiddeld kostenbedrag per klant gehanteerd, zoals hieronder weergegeven.
Deze bedragen zijn vervolgens omgerekend naar de relevante trajectperiode. Interventiecategorie
Gemiddelde kosten per klant
Zorg en ondersteuning
2.750
Korte bemiddeling
3.950
Gerichte ondersteuning
6.800
Bron: gemeente.
6. meer schulden De maatschappelijke kosten van gemeentelijke schuldhulpverlening zijn becijferd door de opgegeven trajectperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject van circa 1.950 euro per jaar (Van Geuns e.a. 2011).
Domein Veiligheid 7a. delicten en overlast: opsporing politie Op basis van cijfers van Moolenaar et al. 2015 zijn de totale opsporingskosten van de politie gedeeld door het aantal geregistreerde delicten (zie toelichting kolom Opsporing politie in tabel hieronder). Per type delict levert dit een gemiddeld kostenbedrag op dat is vermenigvuldigd met het aantal misdrijven. Omdat de beschikbare informatie geen inzicht geeft in mogelijke differentiatie naar duur en/of intensiteit is de veronderstelling dat elk geregistreerd misdrijf een gemiddelde politie-inzet heeft gevraagd die past bij het betreffende type delict. 7b. delicten en overlast: overige systeemkosten en maatschappelijke schade Uit dezelfde bron zijn cijfers gebruikt om gemiddelde maatschappelijke kosten per geregistreerd delict te berekenen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kosten voor opsporing door de politie, overige systeemkosten en maatschappelijke schade, gespecificeerd naar soorten delicten.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
51
Maatschappelijke kosten per delict (bedragen * 1.000 euro) Opsporing politie (7a) 2,4
Overig systeem* (7b) 6,5
Maatschappelijke schade (7b) 11,7
Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag
2,3
11,5
17,0
Gewelds- en seksuele misdrijven
2,3
6,7
62,0
Verkeersmisdrijven
1,7
1,8
14,8
Drugsmisdrijven
2,3
8,7
-
(Vuur)wapenmisdrijven
2,3
4,2
-
Overige misdrijven
2,3
7,0
-
Soort delict Vermogensmisdrijven
Bron: bewerking van Moolenaar et al. (2015). * exclusief tenuitvoerlegging
De kosten per delict zijn bepaald met behulp van tabellen behorend bij Moolenaar et al. 2015. Hierbij is tabel 10.13 (Uitgaven aan veiligheidszorgrekeningen naar delictcategorie en activiteit in 2014) en tabel 10.16 (Maatschappelijke schade op jaarbasis naar delictcategorie) afgezet tegen tabel 4.2 (Geregistreerde misdrijven naar delictcategorie).41 Binnen de kosten van het systeem zijn de kosten van opsporing door de politie afgezonderd door tabel 10.4 (Uitgaven aan opsporing – regel politie) af te zetten tegen tabel 10.13 (Uitgaven - kolom opsporing). Onder overig systeem zijn meegenomen kosten van preventie, opsporing (excl. deel politie), vervolging, berechting, ondersteuning van verdachten en slachtoffers, rechtskundige diensten en overige activiteiten. De kosten van tenuitvoerlegging zijn afzonderlijk becijferd door het aantal dagen celstraf te vermenigvuldigen met de gemiddelde kosten per dag (gemiddelde voor jeugd- en volwassenen) op basis van tabel 10.11 behorend bij Moolenaar et al. 2015 (Kostprijzen voor veiligheidszorg). Onder maatschappelijke schade valt de door bedrijven, burgers en overheid geleden schade als gevolg van delicten, zoals kosten van productieverlies, vervanging en diefstal, en verlies aan kwaliteit van leven. 7c.
overlastgerelateerde overige inzet De maatschappelijke kosten van de wijkagent respectievelijk het jongerenwerk zijn becijferd door het aantal uren inzet per type jeugdgroep te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostendekkend uurtarief van ongeveer 60 euro (bron: Handleiding Overheidstarieven 2015). Voor de kosten van de gemeentelijke ketenregie en cameratoezicht is aangesloten bij de opgave van de gemeente.
Domein Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen Voor het gebruik van voorzieningen voor jeugdhulp en de Wmo ontbreekt het aan informatie over de omvang van indicaties. Voor jeugdhulp zijn gegevens over het type product vertaald naar kosten door de indicatieperiode te vermenigvuldigen met een gemiddeld kostenbedrag per traject/cliënt, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Type product jeugdhulp
Gemiddelde kosten per traject
Generalistische Basis
800
Specialistische GGZ
3.000
41
Vanuit het principe van voorzichtige inschatting is niet gecorrigeerd voor prijspeil, omdat het grootste deel van de delicten voor het peiljaar zijn gepleegd. Voor de hele periode is uitgegaan van kosten per delict 2014.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
52
Type product jeugdhulp
Gemiddelde kosten per traject
Jeugd en opvoedhulp
1.500
Pleegzorg
7.000
Gedwongen kader
5.400
Bron: gemeente.
Voor de Wmo is uitgegaan van de gemiddelde omvang van indicaties en een gemiddeld tarief per type product, zoals opgenomen in onderstaand overzicht. Door deze eenheden en prijzen te vermenigvuldigen met de indicatieperiode resulteren kostenbedragen. Type product Wmo
Gemiddelde indicatie
Eenheid
Gemiddeld tarief
Begeleiding individueel basis
3,3
uur per week
45
Begeleiding individueel specialistisch
3,3
uur per week
60
Begeleiding groep basis
3,0
dagdelen per week
45
Arbeidsmatige dagbesteding
3,3
uur per week
60
Persoonlijke verzorging
6,6
uur per week
50
Tijdelijk verblijf
1,2
etmalen per week
45
Bron: gemeente.
B.1.2
Validiteit mate van validiteit De becijferingen zijn gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen en waar mogelijk direct gerelateerd aan personen. Dit neemt niet weg dat er tussen effecten verschillen zijn in de mate van validiteit c.q. ‘hardheid’ van de berekeningen. Ter toelichting geven we hiervan, op basis van een professioneel oordeel van onderzoekers, in onderstaande tabel per effect (exclusief pm-posten) een indicatie voor zowel het hoeveelheidselement als het prijselement. Daarbij is de volgende typering toegepast: hoeveelheid: directe persoonsgerelateerde gegevens over meerdere jaren (+++), directe persoonsrelateerde gegevens voor 1 jaar en/of rekeneenheden die nadere afbakening behoeven of niet compleet zijn (++), indirecte benadering (+); prijs: kostenopgave uit primaire bron (+++), benadering op basis van primaire bron (++), afgeleide benadering (+). Tabel B.1: Indicatie van validiteit van hoeveelheids- en prijsaspecten Domein / effect
Hoeveelheid (Q)
Prijs (P)
- Bureau leerplicht
+++
++
- Bureau Halt*
++
++
- Justitiële partijen*
++
+
+++
++
- productiviteitsverlies
+
+
- derving belastingopbrengsten
+
+
- bijstandsuitkering
+++
++
- Wajonguitkering*
++
+
Onderwijs, werk & inkomen 1. meer ongeoorloofd schoolverzuim
3. vaker voortijdig schoolverlaten: RMC 4. lagere arbeidsproductiviteit
5. lagere arbeidsparticipatie
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
53
Domein / effect
Hoeveelheid (Q) +++
Prijs (P) ++
++
+
a. opsporing politie
+++
+
b. overig systeem en maatschappelijke schade
++
+
c. overige overlastgerelateerde inzet
+++
+++
- jeugdhulp
++
+
- Wmo
++
+
- re-integratie 6. meer schulden - gemeentelijke schuldhulpverlening Veiligheid 7. meer delicten en overlast
Zorg & ondersteuning 9. meer gebruik voorzieningen
Dit overzicht laat zien dat het gros van de hoeveelheidselementen een gemiddeld tot hoge validiteit kent, terwijl voor prijselementen vaker een (afgeleide) benadering nodig is. gevoeligheidsanalyse Dit onderzoek heeft het karakter van een explorerende casestudy naar een breed scala van maatschappelijke effecten voor een relatief kleine populatie. Aan de basis ligt een dataset met gegevens (op persoonsniveau) over een beperkte periode. Om hiermee maatschappelijke kosten te kunnen berekenen, hebben we ook gebruik moeten maken van inschattingen en kengetallen uit andere bronnen. Kleine aantallen maken uitkomsten van becijferingen kwetsbaarder voor uitschieters, zowel in de samenstelling van de populatie als in de tijd. Daarom is het van belang de resultaten zo goed mogelijk te valideren. Om na te gaan hoe gevoelig de uitkomsten zijn voor uitbijters in data en variaties in vertrekpunten hebben we een gevoeligheidsanalyse verricht. Daarbij hebben we ons gericht op onzekerheden die naar verwachting een substantiële doorwerking op de uitkomsten kunnen hebben. Een belangrijke onzekerheidsfactor is of de toegepaste vergelijking met de referentiegroepen voldoende is om adequaat te corrigeren voor andere effecten dan het groepseffect. Uit de kwantificering in hoofdstuk 5 komen in het algemeen grote verschillen naar voren tussen problematische jeugdgroepen en referentiegroepen.
Deze kunnen erop duiden dat de gebruikte criteria (leeftijd, geslacht en wijk) onvoldoende zijn toegespitst om een adequate match te bewerkstelligen. Het is goed mogelijk dat er in problematische jeugdgroepen meer jongeren zijn met persoonsgebonden problematiek. Als op jongere leeftijd (vóór het moment van shortlisting) al sprake is van bepaalde problematiek en daarmee samenhangend gedrag is het minder zeker dat alle becijferde maatschappelijke kosten (extra ten opzichte van referentiegroepen) kunnen worden toegeschreven aan het groepseffect (potentiële overschatting). Om na te gaan welk effect dit kan hebben, zijn de maatschappelijke kosten die direct kunnen worden toegerekend aan jongeren met een opleiding Vso, Lwoo of Pro en/of een Wajong-uitkering afgezonderd. Het resulterende effect is weergegeven in tabel 6.2. In deze tabel zijn ook mogelijke effecten opgenomen van een tweetal andere onzekerheden. Zo brengt de afbakening in de tijd een onzekerheidsfactor mee. De meeste maatschappelijke kosten zijn becijferd op basis van meerjarige gegevens die bij overlastgevende groepen ook een deel van de periode insluiten voordat zij officieel (via shortlisting) zijn aangemerkt als problematische groep. 42 Om de mogelijke 42
Omdat de shortlisting van deze jeugdgroepen min of meer samenvalt met de start van de lokale aanpak geeft deze verkenning tevens een indicatie van het effect dat de lokale groepsaanpak heeft gesorteerd.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
54
omvang van dit effect in te schatten, hebben we de becijferde maatschappelijke kosten gebaseerd op gegevens voor een kortere periode (vanaf 2013). Verder kan de samenstelling van bepaalde kostenposten onzekerheid meebrengen. Zo is het niet evident dat alle onderdelen van de gemiddelde kosten per delict even relevant zijn voor delicten die problematische jeugdgroepen in de context van de experimentgemeente plegen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan diverse posten (vormen van fraude met beleggingen, vastgoed e.d.) die onder maatschappelijke schade van delicten zijn opgenomen. Daarom hebben we een schatting gemaakt waarbij zulke posten buiten beschouwing worden gelaten. Voor variaties op deze punten zijn we nagegaan wat het mogelijke effect kan zijn op de omvang van de becijferde maatschappelijke kosten van problematische jeugdgroepen. Vanwege de kwantitatieve betekenis hebben we ons daarbij gericht op het domein Veiligheid. De resultaten van deze gevoeligheidsanalyse zijn weergegeven in onderstaande tabel. De percentages zijn de afwijkingen ten opzichte van de basisvariant (zoals gepresenteerd in hoofdstuk 6 tabel 1). Tabel B.2: Mogelijke effecten van onzekerheden op becijferde maatschappelijke kosten domein Veiligheid Onzekerheidsfactor
Crimineel
Overlastgevend
Basisvariant (tabel 6.1)
1.760
1.456
Exclusie jongeren met persoonsgebonden problematiek
-22%
-25%
Onderzoeksperiode beperken tot periode vanaf shortlisting
nvt
-1%
-20%
-11%
Opschoning maatschappelijke schade voor minder relevante posten
Uit de gevoeligheidsanalyse komt naar voren dat de belangrijkste onzekerheid samenhangt met de mate waarin kan worden gecorrigeerd voor andere factoren dan het groepseffect. In de gevolgde methodiek betreft dit vooral de vraag in hoeverre eventuele effecten van persoonsgebonden problematiek kunnen worden ondervangen door een adequate vergelijking met referentiegroepen. De percentages in de tabel laten zien dat deze onzekerheid een substantiële doorwerking kan hebben op de becijferde maatschappelijke kosten.43 Iets minder sterk geldt dit ook voor de relevante reikwijdte van de maatschappelijke schade van delicten. onafhankelijke toets door kosten-batenexpert Aanvullend op de gevoeligheidsanalyse heeft een externe validering plaatsgevonden in de vorm van een methodologische toets door een onafhankelijke wetenschapper met expertise op het gebied van kostenbatenanalyses. Deze expert acht de gevolgde werkwijze valide en inzichtelijk uitgewerkt, en bijdragen aan het gewenste inzicht in deze complexe problematiek. Ter verduidelijking van de presentatie heeft hij een aantal suggesties gedaan waarmee de tekst is aangescherpt. Verder heeft hij aandacht gevraagd voor de duiding van de uitkomsten, gezien de persoonlijke problematiek van veel jongeren in de problematische jeugdgroepen.
Naarmate meer zekerheid kan worden verkregen over de toerekening van maatschappelijke kosten aan het groepseffect krijgen de uitkomsten een grotere maatschappelijke betekenis.
43
Het uiteindelijke beeld wordt overigens mede beïnvloed door het aandeel dat jongeren met persoonsgebonden problematiek hebben in de pm-posten. Naarmate dit kleiner is, zal het effect in de tabel ook minder groot zijn, en vice versa.
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
55
C
Literatuur Beke, B.M.W.A., A.Ph. van Wijk en H.B. Ferwerda (2000), Jeugdcriminalieit in groepsverband ontrafeld: tussen rondhangen en bendevorming, Amsterdam: SWP Bleeker, D., F. Westhof en P. Vroonhof (2010), Monitor betalingsachterstanden, Zoetermeer: Panteia Cebeon (2011), Kosten en baten van maatschappelijke opvang. Bouwstenen voor effectieve inzet van middelen, Amsterdam Chein, J., Albert, D., O’Brien, L., Uckert, K., & Steinberg, L. (2011), Peers increase adolescent risk taking by enhancing activity in the brain’s reward circuitry, Developmental Science, 14, 1-10 Cuelenaere, B., F. van Zutphen, R. van der Aa, A. Willemsen en M. Wilkens (2009), MKBA voortijdig schoolverlaten, Ecorys Dishion, T.J., T. Ha, en M.H. Veronneau (2012), An ecological analysis of the effects of deviant peer clustering on sexual promiscuity, problem behavior, and childbearing from early adolescence to adulthood: An enhancement of the life history framework, Developmental Psychology, 48, 703–717 Ferwerda, H., B. Beke en E. Bervoets (red) (2013), Jeugdgroepen van toen: een casusonderzoek naar de leden van drie criminele jeugdgroepen uit het einde van de vorige eeuw, Politie en Wetenschap: Apeldoorn Ferwerda, H. en T. van Ham (2014), Problematische jeugdgroepen in Nederland: omvang en aard in het najaar van 2013, Bureau Beke Grosbras, M. H., M. Jansen, G. Leonard, A. McIntosh, K. Osswald, C.
Poulsen, L. Steinberg, R. Toro en T. Paus (2007), Neural Mechanisms of Resistance to Peer Influence in Early Adolescence, The Journal of Neuroscience, 27(30), 8040-8045 Harland, P., P.H. van der Laan, W. Smeenk en F.M. Weerman (2006), De signaalwaarde van wangedrag, Secondant, 2, 6-11 Harland, P. (2011), Van overlastmelding naar een globale typering van problematische jeugdgroepen: de shortlist als quickscan, Tijdschrift voor Veiligheid, 10, 37-50 Kerckhaert, A.C. en L.S. de Ruig (2013), Huishoudens in de rode cijfers 2012: omvang en achtergronden van schuldenproblematiek bij huishoudens, Zoetermeer: Panteia Menting, B. (2012), Predicting Behavior Development and Academic Achievement: The Interplay Between Cognitive Functioning and Social Relationships, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Moolenaar, D.E.G., M. Vlemmings, F.P. van Tulder en J. de Winter (2015), Kosten van criminaliteit, in: S.N. Kalidien en N.E. de Heer - de Lange (red.), Criminaliteit en Rechtshandhaving 2014, WODC, CBS en Raad voor de Rechtspraak
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
56
Put, C. van der, Assink, M., Bindels, A., Stams, G.J. en S. de Vries (2013), Effectief vroegtijdig ingrijpen. Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam Romijn, G. & G. Renes (2013), Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse, Den Haag: Centraal Planbureau & Planbureau voor de Leefomgeving Rud, I.V. (2015), The Relationship between Youth Crime and Education, dissertatie, Maastricht: Universiteit Maastricht SCP/CBS (2013), Armoedesignalement 2013, Den Haag Van Burik, A.E, C. Hoogeveen, B.J. de Jong, B. Vogelvang, A. Addink en M. van der Steege (2013), Evaluatie aanpak criminele jeugdgroepen, Woerden: Van Montfoort/Nederlands Jeugdinstituut Van Geuns, R., N. Jungmann, G. Kruis, P. Calkoen & M. Anderson (2011), Schuldhulpverlening loont! Een onderzoek naar de kosten en baten van schuldhulpverlening, Regioplan & Hoogeschool Utrecht Van Ryzin, M.J. en T. J. Dishion (2013), From antisocial behavior to violence: a model for the amplifying role of coercive joining in adolescent friendships, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 54:6, 661669 Van Ryzin, M.J. en T. J.
Dishion (2014), Adolescent deviant peer clustering as an amplifying mechanism underlying the progression from early substance use to late adolescent dependence, Journal of Child Psychology and Psychiatry, 55:10, 1153-1161 Verbruggen, J. (2014), Previously institutionalized youths on the road to adulthood: a longitudinal study on employment and crime, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit Witvliet, M., P.A.C. van Lier, M. Brendgen, H.M. Koot en F. Vitaro (2010), Longitudinal Associations Between Clique Membership Status and Internalizing and Externalizing Problems During Late Childhood, Journal of Clinical Child & Adolescent Psychology, 39 (5), 693-704 Zeeuw, L.E.J. de (2015), Educational Achievement in Children: Twinning, Teachers and Genes, dissertatie, Amsterdam: Vrije Universiteit
Exploratief onderzoek Maatschappelijke kosten jeugdgroepen
57
1 Raadsvoorstel 117 (bijlage) Toezegging 79 Oprichten van een jeugdcentrum.docx
Toezegging Datum: Toezegging:
Antwoord: Datum: <
>
Nummer: 1-11
79 2022
Toezegging 79 (1-11-2022) Oprichten van een jeugdcentrum (= overgenomen motie 23) Wethouder Van Dijk zegt toe: Voor de zomer in deze met een concreet plan te komen ter realisering van een jongerencentrum waarbij panden in het centrum of de Rumpenerstraat dienst kunnen doen
1 Eindverslag en aanbevelingen onderzoek voorliggend veld jeugd Brunssum_.pdf
Onderzoeksverslag en aanbevelingen voorliggend veld jeugd Brunssum
Aanleiding “Het primaire doel dat we voor ogen hebben is het realiseren van een gewoon en prettig opgroei- en opvoedklimaat voor jeugdigen en ouders in Zuid-Limburg. We streven ernaar dat zo veel mogelijk kinderen zonder grote problemen kunnen opgroeien. Waarbij iedere jeugdige uniek is en er dus niet meer gedacht wordt in labels en hokjes. Normaliseren betekent praten over wat we normaal vinden. Om onnodig labelen te voorkomen is het belangrijk dat we met elkaar het gesprek hierover voeren.” Aldus de visie uit Kaderdocument Zuid-Limburg. Het kaderdocument ligt aan de basis van de aanbesteding van de geïndiceerde jeugdhulp voor de jaren 2023 en verder. In het Kaderdocument Ambulant worden ontwikkelgebieden benoemd. Het eerste gebied is: “Meer benutten van mogelijkheden in het voorliggend veld op het gebied van het normale opvoeden en opgroeien en lichte begeleidingsmogelijkheden. Dit vraagt een afgesproken basisniveau van het voorliggend veld. Dit kan de inzet van jeugdhulp voorkomen, maar ook mogelijkheden creëren om deze af te schalen als gezin en jeugdige inmiddels voldoende in staat zijn zonder jeugdhulp verder te gaan.” Zonder label betekent zonder geïndiceerde vorm van jeugdhulp. ‘Minder labels’ kun je bereiken door strak te indiceren. Echter alleen ‘strak indiceren’ lost het probleem dat kind of ouders ervaren niet op daarvoor is ondersteuning zonder labels nodig.
Ondersteuning in eerste instantie van familie vrienden en buren maar ook ondersteuning door het verenigingsleven en door professionals van het maatschappelijk werk of de jeugdgezondheidszorg. Meer benutten van voorliggend veld en lichte begeleidingsmogelijkheden kan alleen als die mogelijkheden er in voldoende mate zijn.
Onderzoeksvraag Dit leidde tot de volgende onderzoeksvragen: 1. Breng in beeld wat er allemaal is in het voorliggende veld jeugd en wat er wordt gemist; 2. Bekijk hoe de samenwerking gaat in het voorliggende veld en met de toegang jeugd 3. Achterhaal welke uitdagingen jullie voor de komende jaren zien. Onderzoeksmethode Om de vragen te beantwoorden is het onderzoek in drie onderdelen opgedeeld. Als eerste en meest eenvoudige deel het in beeld brengen van wat er allemaal is in het voorliggende veld. Hiervoor is de digitale gemeentegids Brunssum ‘op de kop gehouden’ 1. Het resultaat hiervan is opgenomen in bijlage 1. Als tweede de zoektocht naar cijfers over de toestond rondom de jeugd in Brunssum. Deze zijn op verschillende manieren verkregen: -
via het raadplegen van openbaar beschikbare bronnen; uit onze administratie
1 De digitale gemeentegids was te raadplegen via
https://www.brunssum.nl/bestuur_en_organisatie/organisatie_gemeente/digitale_gemeentegids. Was want de op deze site opgenomen koppeling loopt nu dood.
Als derde en belangrijkste, door in gesprek te gaan met mensen die werkzaam zijn in het voorliggende veld en de randen ervan. Hieronder de functies waarmee een gesprek is gevoerd
-
3 medewerkers toegangsteam jeugd Straatcoach (CMWW) 2 jongerenwerker(CMWW) 3 schoolmaatschappelijk werkers (CMWW) 2 medewerkers GGD (jeugdgezondheidszorg) 3 beleidsmedewerkers gemeente 3 wijkmanagers gemeente 3 Vertegenwoordigers kinderopvang/peuterwerk Medewerker VeiligThuis Jeugdagent
Wat zeggen de cijfers2? In Brunssum: -
-
Heeft 15,3% van de jongeren tot 18 jaar jeugdhulp tegen 10,4% in Nederland als geheel. Van deze jeugdigen heeft: o 14,9% jeugdhulp met verblijf tegen 8.4% landelijk o 7,5% een jeugdbeschermingsmaatregel tegen 8,5% landelijk o 1,2% een jeugdbeschermingsmaatregel tegen 1,3% landelijk o 77% jeugdhulp zonder verblijf tegen 81% landelijk Is 8,4% van de huishoudens in een eenouder huishouden tegen landelijk 7,3% Woont 7% van de kinderen in een uitkeringsgezin tegen 6% landelijk Verlaat 2,8% van de leerlingen de school voortijdig tegen 1,7% landelijk (cijfers 2019) Is 3% van de jongeren werkloos, tegen 2% landelijk. De inwoner een gemiddelde inkomen (in 2018) van een € 23.000 tegen € 26.100 landelijk Behoort 45,6% van de inwoners tot de 40% laagste inkomens van Nederland Behoort 11,5% van de inwoners tot de 20% hoogste inkomens van Nederland Krijgen de kinderen gemiddeld een lager schooladvies dan landelijk: Onderwijstype Praktijkonderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs Vmbo bl Vmbo bl/kl Vmbo kl Vmbo kl/gt Vmbo gt Vmbo gt/havo Havo Havo/vwo
Brunssum 4% 2%
Nederland 3% 0%
9% 2% 11% 6% 11% 12% 15% 8%
6% 4% 9% 5% 16% 10% 16% 11%
2 Cijfers over het tweede half jaar van 2021. Bron: Waar Staat Je Gemeente 14 september 2022
Vwo Geen advies
19% 0%
19% 1%
Vanuit onze eigen administratie zien we een stijging van het aantal meldingen door de jaren: Jaar
Aantal 2018
421
2019
442
2020
512
2021
584
En de volgende verdeling over de verschillende vormen van jeugdhulp:
Jeugdbescherming
2018
2019
2020
2021
104
58
73
75
24
33
30
Jeugdhulp crisis Jeugdreclassering
26
24
26
21
Landelijk ingekochte zorg
4
6
2
5
Jeugdhulp zonder verblijf
1038
1206
1313
1367
Jeugdhulp met verblijf
107
90
97
110
Eindtotaal
1279
1408
1544
1608
Wat zeggen de mensen in het veld? Hieronder de zaken die door meerdere en soms zelfs door alle deelnemers werden genoemd: -
Professionals met wie is gesproken geven aan dat problemen ‘erfelijk’ lijken. Ouders werken niet omdat werk niet loont en dat voorbeeld geven ze door aan de jeugd. Veel geïnterviewden (jgz, peuterwerk, jongerenwerk, politie) geven aan dat ze de kinderen van mensen die ze vroeger als kind hebben begeleid nu tegenkomen in soortgelijke situaties. Als Gelukkig zijn er ook positieve uitzonderingen. Zo vertelde een jongerenwerker soms te worden benaderd door ouders die hij vroeger ook had geholpen met het verzoek om hun kind ook te begeleiden om zo te voorkomen dat het kind dezelfde route zou moeten doorlopen als de ouder. Dit roept wel meteen de vraag op of het niet ook de ouders zijn die ondersteuning nodig hebben? Een vraag waarop de geïnterviewden het antwoord gaven dat daar inderdaad het merendeel van de problemen uit voortvloeien. Een voorbeeld dat in verschillende vormen voorbij kwam is de oververmoeide of overbezette ouder die klaagt over het ‘drukke gedrag’ van het kind maar wat gedrag is dat zeker niet problematisch is. De
ouder zoekt hulp voor het ‘drukke’ kind maar niet voor zichzelf. Verschillende gesprekspartners gaven aan dat het ouders ontbrak aan (basis) opvoedvaardigheden. -
Bij het ‘opvoeden’ speelt het beeldscherm een steeds belangrijkere rol. Het beeldscherm is een makkelijk middel voor ouders om kinderen ‘stil’ te krijgen. Maar als dat scherm het spreken met kinderen gaat vervangen dan vertraagt de spraak/taal ontwikkeling bij jonge kinderen. Ook spelen kinderen steeds minder buiten spelen waardoor de motorische maar ook sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen stagneert. Dat is terug te zien in de peuterspeelzalen. De VVE doelgroep is vergroot. Eerst was het alleen taalachterstand nu ook rekenen, sociaal emotioneel en/of motorisch. Het peuterwerk constateert dat steeds meer kinderen achterstanden hebben: taal, rekenen, sociaal emotioneel en/of motorisch. Het aantal VVE kinderen in de groepen is hierdoor gegroeid. Peuters die bovendien met grotere achterstand binnenstromen. De pedagogisch medewerkers (veelal MBO opgeleid) zijn niet toegerust om dit allemaal aan te pakken. Het programma richt zich vooral op taal en rekenachterstanden. Docenten en leerkrachten op scholen trouwens ook niet. Dat wil niet zeggen dat ze er niet een rol kunnen spelen bij dat aanpakken. Het ontbreekt opvoeders en mede-opvoeders (leerkrachten maar ook pedagogisch medewerkers) aan handelingsbekwaamheid bij problematieken zoals echtscheiding, suïcide gevoelens of depressieve klachten.
Dit maakt dat kinderen met dergelijke klachten ook meteen als ‘probleem’ worden bestempeld waarvoor zorg nodig is en vervolgens wordt het kind aan die zorg overgelaten. Ook als de doelgroep niet was vergroot, zou de instroom zijn toegenomen omdat, zoals gezegd, steeds meer kinderen een achterstand hebben en verandert een andere definitie niets aan situatie van kinderen met sociaal emotionele of motorische achterstanden.
-
We willen normaliseren maar wat ‘normaal’ is, wordt door deze ontwikkelingen steeds minder normaal. Veel gesprekspartners zien dat dat wat eigenlijk tot het ‘normale’ behoort, hierdoor steeds meer wordt geproblematiseerd en leidt tot hulp aan het kind terwijl een investering in het versterken van het normale nodig is.
-
Alle gesprekspartners zien een toename van het aantal zorgmeldingen in het algemeen en het van het aantal meldingen VeiligThuis en het aantal crisissen met heftige problematiek (suïcide, weglopen, gesloten plaatsingen, zwaar fysiek geweld, automutilatie). Loverboy, eer gerelateerd geweld in het bijzonder. De toename van het aantal meldingen wordt bevestigd door de cijfers. Brunssum heeft een veel groter percentage van de jeugdigen jeugdhulp dan gemiddeld in Nederland. En wat vooral opvalt is het hoge percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. De toenemende en steeds zwaardere problematiek zorgt voor een te grote werkdruk zowel bij het CMWW maar bij het team jeugd en veel verwijzingen naar jeugdhulp met beschikking. Brunssum, Heerlen en Kerkrade scoren hier allemaal ongeveer hetzelfde en dat is het hoogst van heel Nederland samen met Den Helder: meer dan 1 op de 50 kinderen krijgen jeugdhulp met verblijf. 10 keer zoveel als in de rest van het land. Waar dat aan ligt, viel buiten de scope van het onderzoek.
-
Veel problematiek hangt samen met echtscheidingsproblematiek. Zo ongeveer iedereen met wie in het kader van dit onderzoek is gesproken, geeft aan dat er bij ‘acht van de tien’ opvoeders en jongeren die men spreekt, sprake is van een in meer of mindere mate problematische echtscheiding.
-
Het peuterwerk constateert dat de uitstroom van kinderen die niet naar een reguliere basisschool gaan, stagneert waardoor steeds meer kinderen gebruik maken van verlengd peuterwerk.
-
De criminaliteit neemt toe. Wat daarbij opvalt is dat veel jeugdigen die met politie in aanraking komen PPL Praktijkonderwijs in Heerlen volgen of hebben gevolgd. Voor deze jeugdigen is status (aanzien in de groep) belangrijk en daarvoor is geld nodig. De criminaliteit biedt hen op korte termijn snel en veel geld en het ‘baantje en school’ bieden dat niet. Voor deze jeugdigen is een haalbaar positief voorbeeld een manier om hen op het goede pad te houden/krijgen. Dit riep bij de geïnterviewde de vraag op of deze jeugdigen niet veel individueler benadert zouden moeten worden met een traject gericht op een positieve plek in de samenleving en veel minder op het ‘naar school gaan’. Een plek waar deze jeugdigen op een ongedwongen maar niet vrijblijvende manier kunnen ontdekken waar hun hart ligt. Hierbij kan worden gedacht aan zoiets als het Walhallab in Zutphen.
-
‘We praten niet over ouders maar met ouders’ leidt ertoe dat ouders in bijvoorbeeld knooppunten geconfronteerd worden met een hele batterij aan mensen tegenover zich. Mensen die, zo gaf een geïnterviewde die geregeld knooppunten bijwoont, vaak over het hoofd van de ouders met elkaar in gesprek zijn in taal en met begrippen die de ouders niet begrijpen en wordt er ondanks hun aanwezigheid over hen gepraat.
-
De gesprekspartners geven over de hele linie aan dat er te weinig menskracht is. Dit zorgt voor: o Wachtlijsten bij CMWW, bij consulenten en ook bij gecontracteerde hulpverleners. Jeugdigen die op zo’n lijst staan, ontvangen geen hulp want er is nog geen ‘plan’ of ‘indicatie’. ‘ ‘Wat doen we met maar vooral voor die kinderen? Die vraag stelden verschillende geïnterviewden. o Dat het blussen van branden (crisis, nood) een steeds groter deel van het werk wordt en het voorkomen ervan wordt verwaarloosd waardoor er steeds meer branden komen. Een voorbeeld. De verbinding tussen consulenten en CMWW erg belangrijk, beide partijen moeten elkaar kennen en weten wat men aan elkaar heeft maar door de crisissen en de lange wachtlijsten komt het er maar niet van om hier goed handen en voeten aan te geven. Zo wordt er onbewust drukte georganiseerd terwijl er procesafspraken gemaakt moeten worden. o Schoolmaatschappelijk werk dat aangeeft steeds meer vragen van scholieren, ouders en leerkrachten te krijgen maar niet omvang heeft om al die vragen op te pakken
-
Gesprekspartners geven aan niet of onvoldoende te weten wat anderen kunnen betekenen, wat hun verantwoordelijkheid is en dus waar ze voor gevraagd kunnen worden. Zo heeft de JGZ het gevoel en idee dat ze naar de tweede lijn wordt geschoven terwijl ze aangeeft een belangrijke rol te kunnen spelen in het vergroten van ‘normaal’. Geven consulenten aan niet precies te weten wat het CMWW te bieden heeft.3 Te veel hangt af van persoonlijke relaties en door de steeds snellere personeelswisselingen wordt het ‘zorgbouwwerk’ zo steeds kwetsbaarder
3 Of verwoorden het meer op de volgende manier: ‘ze zeggen dat ze alles kunnen en dat kan niet’
-
Bureaucratisch wantrouwen fnuikt vertrouwen. Onderzoek heeft aangetoond dat het succes van de zorg voor bijna 70% afhangt van het vertrouwen dat de hulpvrager heeft in de hulpverlener. In de gemeentelijk wereld vraagt het gebruik van publieke middelen om verantwoording die moet aantonen dat de middelen rechtmatig en doelmatig worden besteed. ‘Aantonen dat’ duidt op een wantrouwende grondhouding en die wordt vertaald in de vraag naar cijfers, in het vastleggen van processen, in de roep om evidence based methodieken dit allemaal opgenomen in aanbestedingsdocumenten en contracten. De bureaucratie die hiervan het gevolg is, fnuikt de zo belangrijke ruimte voor de professional om dat te doen wat hij nodig acht. Hierdoor haken goede professionals af. We proberen met alle macht die 30% met bureaucratie te beheersen en al doende verzwakken we de kracht van die 70%.
-
De wereld van de jeugd is heel anders en in toenemende mate steeds meer een digitale. Jeugdigen maken zich de wereld veel sneller eigen dan volwassenen maar overzien vaak niet wat de gevolgen zijn van hun acties. Veel jeugdigen zijn al bekend met fenomenen voordat er een naam voor is. De eerste slachtoffers waren ervan al gemaakt voordat sexting de naam sexting kreeg. Daarbij helpt het niet als de eerste reactie is ‘dat gebeurt hier niet.’ De wereld van de jeugd, en in een individueel geval van de jeugdige moet centraal staat bij het benaderen van de jeugd.
-
Het jongerenwerk probeert op straat hangende jeugdigen te motiveren tot bijvoorbeeld sport of muziek en dat lukt. Maar niet bij alle jeugdigen. Bovendien is elkaar ontmoeten ook een behoefte van jeugdigen en dat kan alleen maar op straat omdat er geen voorziening is waar jeugdigen elkaar kunnen ontmoeten om het ontmoeten. Een voorziening van waaruit het jongerenwerk het werk kan doen en waar het ambulante jeugdwerk en de straatcoach jeugdigen naar toe kan leiden om de kans op mogelijke overlast op straat te verminderen. Die ruimte is er niet waardoor de ‘overlast en hinder’ gevoelens bij de niet jeugdigen toenemen.
-
Een advies dat we van veel partners kregen: ga in gesprek met de jeugd.
De bevindingen samengevat 1. De betrokkenheid bij de jeugd van de medewerkers waarmee is gesproken is bijzonder groot 2. Brunssum is een gemeente met een gemiddeld lager inkomen en een lager schooladvies voor jeugdigen. 3. In Brunssum heeft een veel groter percentage van de jeugdigen jeugdhulp dan gemiddeld in Nederland. En wat vooral opvalt is het hoge percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. 4. Er wordt een gebrek aan (basis) opvoedkwaliteiten gesignaleerd. 5. Dit zorgt en de toegenomen problematiek zorgt voor een te grote werkdruk zowel bij het CMWW maar bij het team jeugd en veel verwijzingen naar jeugdhulp met beschikking. 6. Preventie lijdt hieronder omdat alle aandacht naar problemen gaat. 7. De geïnterviewden geven aan onvoldoende op de hoogte te zijn van elkaars taak en verantwoordelijkheid missen duidelijke procesafspraken. 8. Het toegangsproces roept vragen op: is de juiste expertise erbij betrokken, wie moeten er in de knooppunten zitten?
De vragen beantwoord Wat leert ons dat als we naar de vragen die aan de basis lagen van dit onderzoek kijk 1. Brunssum kent uitgebreide mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding voor haar inwoners in het algemeen en ook voor jeugdigen. Op dit gebied wordt niets gemist. Wat wel wordt gemist is een ontmoetingsplek specifiek voor jeugdigen. 2. De geïnterviewden geven in meer of mindere mate aan onvoldoende op de hoogte te zijn van elkaars taak en verantwoordelijkheid missen duidelijke procesafspraken. 3. De grootste uitdaging waar Brunssum voor staat is normaliseren, een gedragsverandering bij ouders en kinderen. Een gedragsverandering die de cognitieve (taal, rekenen) de sociaalemotionele en motorische ontwikkeling van kinderen ten goede komt en de opvoedkwaliteiten van ouders/(mede)opvoeders versterkt. Dit is een uitdaging die vraagt om een lange adem. Een tweede uitdaging is het kwalitatief versterken van de toegangsfunctie.
Aanbevelingen Om de opgaven normaliseren handen en voeten te geven drie aanbevelingen. 1. Versterk de vrij toegankelijke hulp en ondersteuning bij opvoeden en opgroeien. Hiermee wordt de instroom in de jeugdhulp verminderd en wordt de druk op de geïndiceerde hulp op termijn verminderd. Denk hierbij aan: a. uitbreiding van de vrij toegankelijke lichte hulp en ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien (jeugd- en gezinswerkers) en verbind die aan scholen en kindcentra. b. uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk ook, nee zelfs juist op de peuterspeelzalen immers hoe jonger het kind en ook de ouder, hoe langer een interventie nog effect heeft. c. invoeren van een praktijkondersteuner jeugd bij de huisarts.
In de basis vraagt dit om eenzelfde soort functionaris met een HBO of WO opleiding in de richting van Jeugdzorg. Denk hierbij aan MWD, SPH, CMV, Social Work of Orthopedagogiek. Het is aan te bevelen om hier één team van te maken waarbij verschillende leden aanspreekpunt/ contactpersoon gaan vormen voor bijvoorbeeld enkele scholen of een cluster huisartsen. Maar ook, als daar voor wordt gekozen, de vaste ontmoetingsplek voor jeugdigen (aanbeveling 3). Deze investering zal zich op termijn terugverdienen omdat dit team in de basis een groot deel van de individuele begeleiding van jeugdigen moeten kunnen verzorgen. De gemeente Valkenburg aan de Geul heeft in 2021 de functie gezins- en jongerencoach gecreëerd in een groeipad beginnend met € 200.000 en vervolgens via € 250.000 naar € 300.000 structureel. Waarbij is berekend dat die investering binnen drie jaar budgettair neutraal is. De ervaringen daar laten zien dat hierdoor het aantal jeugdigen met jeugdhulp in een jaar tijd met ongeveer 60 kinderen is gedaald en de inzet van individuele ondersteuning flink is gedaald. Valkenburg aan de Geul heeft ongeveer 16.000 inwoners, Brunssum ruim 27.0004. Bij het bepalen van de omvang van deze functie is het aan te bevelen om te 4 De regio Zuidoost Brabant kent een soortgelijke functionaris maar combineert die met de functie consulent.
Deze functionaris besteed grofweg 80% van de tijd aan het ondersteunen van jeugdigen en/ ouders en kan, als de casus erom vraagt, gecontracteerde jeugdhulp beschikken. Dit deel neemt ongeveer 20% van de tijd in
kijken naar het aantal nieuwe indicatie van de afgelopen jaren. De omvang van deze functie moet in eerste instantie groot genoeg zijn om de nieuwe instroom op te vangen. In een tweede fase kan het worden uitgebreid zodat ook een steeds groter deel van de herindicaties worden opgepakt en er dus geen herindicatie meer nodig is. Deze functie moet een nauwe relatie onderhouden met de consulent. Ook zal deze versterking er op termijn toe leiden dat er minder formatie ‘consulent’ nodig is. Er hoeven immers minder indicatie te worden afgegeven. 2. Zet in op een gedragsverandering bij ouders en kinderen. Een gedragsverandering die de cognitieve (taal, rekenen) de sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling van kinderen ten goede komt. Doe dit door een coalitie Weerbaar Brunssum op te zetten met de veldpartners (in ieder geval de scholen, Jeugd- en jongerenwerk, GGD, kinderopvang ???). Hou die coalitie open zodat andere partijen kunnen aansluiten. Stel met deze Weerbaarheidscoalitie een plan van aanpak Weerbaar Brunssum op gericht op het versterken van ‘normaal’. Een plan dat aandacht schenkt aan: i. het versterken van de opvoedkennis en kunde van ouders/opvoeders5; ii. het versterken van de handelingsbekwaamheid van mede-opvoeders6. iii. collectieve voorlichting aan jeugdigen, ouders maar ook aan professionals.
Collectieve voorlichting op gesignaleerde probleemgebieden: omgaan met verlies (scheiding), suïcide, zwaar fysiek geweld, automutilatie) loverboyproblematiek, eer gerelateerd geweld. Schroom niet om dit ook aan het verenigingsleven aan te bieden. Beleg de collectieve preventie per thema bij de meest geëigende partij. Doe dit voor de jeugdigen vanuit hun leefwereld op manieren en via media die de jeugd aanspreken en gebruik hierbij rolmodellen; iv. Middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering van dit plan van aanpak.
Neem als gemeente het initiatief tot het oprichten van deze coalitie en het opstellen van het plan van aanpak, maar laat de inhoud aan de partners in de coalitie. Die moeten zich committeren aan acties in het plan. Zij moeten de acties trekken en uitvoeren met de gemeente als facilitator. Wat hier vooral betekent het structureel beschikbaar stellen van een geldbedrag. 3. Zorg voor een vaste plek waar jeugdigen ieder geval ‘van 10 tot 22 uur’ naar binnen kunnen lopen. Een plek die aantrekkelijk en er speciaal is voor jeugdigen.
Dit is een opgave die niet van vandaag op morgen is gerealiseerd omdat plekken voor jeugdigen gevoelig liggen. Het is sterk aan te bevelen om de jeugd zelf een belangrijke rol te geven. Een vaste plek voelt veel meer als ‘eigen’ als je ze zelf mee realiseert en in stand houdt. Rand voorwaardelijk hierbij is het versterken/uitbreiden van het jeugd en jongerenwerk. Jeugd- en jongerenwerk dat jeugdigen leert elkaar te helpen dat nadrukkelijk de samenwerking met verenigingen zoekt en beslag. In Someren heeft 7,1% van de jeugdigen een indicatie jeugdhulp, in Brunssum 15,3% . Nu verschilt de sociaaleconomische status van Someren van die van Brunssum. 5 Denk hierbij aan aanpakken zoals de Opvoedparty: 6 Een voorbeeld van er in zo’n plan kan worden opgepakt is de STORM-aanpak tegen depressieve en suïcidale gedachten bij kinderen. Die aanpak richt zich op beide aandachtspunten en daarnaast ook nog op de jeugdigen zelf.
verenigingen ondersteunt bij het omgaan met jeugdigen. Het is aan te bevelen deze personele uitbreiding te doen voordat de plek er is. Zo kan het jeugd- en jongerenwerk ervoor zorgen dat de jeugd die belangrijke rol speelt in de realisatie en dus het ‘eigen’ laten zijn van de plek.
Om de opgave kwalitatief versterken van de toegangsfunctie handen en voeten te geven 4. Maak samen met CMWW, de GGD en de Samenwerkingsverbanden PO en VO, en het peuterwerk procesafspraken voor het bepalen en besluiten welke ondersteuning een gezin en/of het kind7 hebben. Herijk de huidige werkwijze en zorg ervoor dat de ‘best gekwalificeerde medewerkers’ aan de poort zitten. Bijvoorbeeld door een team dat bestaat uit de IB-er van school (of soortgelijke functionaris van het kindcentrum, de jeugdarts en een gedragswetenschapper namens CMWW dit onder voorzitterschap van een Consulent Jeugd. Die consulent zou dan tevens verantwoordelijk moeten zijn voor eventuele andere ondersteuning vanuit de gemeente vanuit bijvoorbeeld de Participatiewet of de Wmo.
7 Gezin en/of kind de hulpbehoefte ook bij anderen in het gezin kunnen liggen dan bij het kind.
Bijlage 1 overzicht van partijen in het voorliggende veld Jeugd Werkveld Maatschappelijk werk
Organistaie CMWW
Jeugd en Jongerenwerk
Perron 45 Next Step perron
Opvoeden en opgroeien Kinderopvang Kinderopvang Kinderopvang Kinderopvang
CMWW Peuteropvang Pluk Human kind kinderdagverblijf Blitz Kinderopvang Parkstad De Springplank Agrarisch kindcentrum Pimpampoentje
Kinderopvang Buitenschoolse opvang
Ontwikkelgroep de Rupsjes Agrarisch kindcentrum Pimpampoentje
Buitenschoolse opvang Buitenschoolse opvang Buitenschoolse opvang Startklas Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs Primair Onderwijs speciaal Onderwijs Voortgezet onderwijs Onderwijs divers Onderwijs divers Schoolbesturen Schoolbesturen Schoolbesturen Huisartsen Huisartsen Huisartsen
Human kind BSO Treebeek Human kind BSO De Caleidoscoop Buitenschoolse Opvang Sjoepkar Basisschool Meander Basisschool de Vlindertuin Basisschool Langeberg R.K. Basisschool de Caleidoscoop Basisschool Titus Brandsma Basisschool Meander Basisschool De Opstap Basisschool St. Franciscus Basisschool de Trampoline Gereformeerde Basisschool Benjamin SBO De Boemerang Compass Studiehuis Brunssum SMK Muziek- en Dansonderwijs Stichting INNOVA Onderwijs op Maat Onderwijsstichting MOVARE Stichting Voortgezet Onderwijs Parkstad Limburg Medisch centrum oud Brunssum Huisartspraktijk Alberink-De Jonge-Peeraer Huisartsenpraktijk Claessens en Soeters
Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Huisartsen Jeugd gezondheidszorg
Huisartsenpraktijk van der Meulen Mijn huisartsenpraktijk Buursink Huisartsenpraktijk Roos Emma Huisartsenpraktijk Helmers Huisartsenpraktijk van Dijk GGD Zuid-Limburg
Bibliotheek Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurt- dorps- en wijkcentra Buurtvereniging Buurtvereniging Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Cultuur Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Religie Scouting Scouting Scouting Scouting
Stichting Openbare Bibliohteek Brunssum Brikke Oave CultureelCentrum Gemeenschapshuis Concordia Klaver 4 Stichting Buitencentrum De Heikop Het Gidsengebouw Stadvereniging fam CV de burcht Buurtvereniging Bexdelle Buurtvereniging De Opbouw Kinjer Optoch Kommitee Bazuinenkorps Jong Leven Brunssum Drumfanfare Majorettenpeloton Parcifal Fanfare St. Barbara Harmonie Orkest Concordia Treebeek Mandolinevreneiging Troubadou Jeugd Orkest Stad Brunssum Chistelijke Harmonie De Bazuin Fanfare Harpe Davids Harmonie Orkest Brunssum 1907 Jazzclub Zuid-Limburg Scoutingband St Vincentius Toneelvereniging Triekeltrak Jeugdkoor De Pareltjes Apostolisch Genootschap Leger des Heils Treebeek=Brunssum Baptistengemeente Brunssum-Treebeek Heilige Gregorius en Heilige Jozef Kerk O/L/ Vrouw van de H. Rozenkrans Treebeek Parochie H Vincentius a Paulo Rumpen Kerk Heilige Geest Brunssum Noord Kerk St Barbara Parochie Onbevlekt Hart van Maria Fatima Scouting De Landgraaf Scouting St Willibrordus Treebeek Scouting Sint Vincentius Stichting Scouting Sint Franciscus Brunssum
Speeltuin Speeltuin Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging Sportvereniging
Speeltuinvereniging Buschkesberg Speeltuinvereniging Klaver-4 Brunssum Noord Atletiekvereniging STAP Limburgia Boxing Handboogsport Robin Hood Turn- en gymnastiekverneiging D.O.C. Brunssum Gymnastiekvereniging Fidelitas Gymclub De Doorzetsters Handbalverneiging Brunssum Rolhockeyclub Brunssum Brunssumse Gehandicapten Sport BSG SVG De Mijnstraak Badminton Club Brunssum Centrum Bubisshi TTV Brunssum Ativu Tennisclub LTC Brunssum TV MED Aikido Brunssum Fudo Jyuku Dojo Judoclub Brunssum Taekwondo Vereniging Palgwe Brunssum Sushu Instituut Hoyer Takade-RYU Nakamura-Ha KOKODO JUJITSU BRUNSSUM: SHOBU DOJO SV Brunssum BSV Limburgia/Kamerland SV Langeberg Zwemsport Parkstad ZVV Kouterberg
1 RIB bevindingen onderzoek voorliggend veld jeugd ondertekend.pdf
gemeente
Brpnssjm I
Gemeenteraad
Brunssum
t.a.v. de leden van de raad Postbus 250 6440 AG Brunssum Datum
20 december
2022
Onderwerp
Bevindingen onderzoek vooriiggendveld jeugd
Geachte leden van de raad,
De wetgever heeft de gemeente
verantwoordelijk gemaakt voorhet bieden
van zorgen ondersteuningbij
opgroeienen opvoeden (Jeugdwet 2015). In artikel 2.1 geeft gemeenten de opdracht haar beleid
te richten
op: •
het voorkomenen de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei-en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen;
•
het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholenen kinderopvang;
•
het bevorderen
van de opvoedvaardigheden
verantwoordelijkheid
van de ouders, opdat zij in staat zijn hun
te dragen voorde opvoedingen het opgroeienvan jeugdigen.
Hiervoor hebben wij als gemeente
Brunssumeen structuuringerichten jeugdhulpingekocht.Voorde
periode vanaf 1 januari 2023 is de ambulante jeugdhulpopnieuwaanbesteed.
In die aanbesteding
meer benutten van mogelijkheden in het voorliggendveld, specifiek ophet gebied opvoeden en opgroeienen lichte begeleidingsmogelijkheden,
staat het
van het normale
centraal.
Dit is nodigomdat in Brunssumeen veel groter percentage van de jeugdigen jeugdhulpkrijgt dan gemiddeld in Nederland.
Zo krijgt 15,3% van de jongeren tot 18 jaar in Brunssumeen vorm van jeugdhulptegen 10,4%
in Nederland
als geheel. Wat vooral opvalt is het hoge percentage jeugdigen dat jeugdhulpmet verblijf
ontvangt.Brunssumscoortdaarop, regionaal samen met Heerlen en Kerkrade hoogst van heel Nederland: Als gemeente
en landelijk Den Helder,
het
meer dan 1 opde 50 kinderen ontvangtjeugdhulpmet verblijf.
willen wij iets aan deze
cijfers doen en wij zien hiervooreen belangrijke
rol weggelegd bij het
voorliggende veld. Doorsamen de juiste verbindingen te maken, mogelijkheden die zij hebben meer te benutten en goed te communiceren, zien wij kansen om zwaardere alleen
als er ookdaadwerkelijk
dat beeld
voldoende en passende
zorgte voorkomen.Dat kan echter
(voorliggende) begeleidingsmogelijkheden
zijn. Om
te krijgen, zijn wij in gesprek gegaan met het voorliggendveld.
Daarin stonden een drietal
vragen centraal:
Wat hebben we allemaal
in Brunssumin het voorliggendveld en wordt daarbij
nogiets gemist?
Hoe gaat de samenwerking in het voorliggendveld onderling en specifiek met de toegangjeugd van de gemeente
Telefoon (045) 5278555 E-mail gemeentel® brunssum.nl Website www.brunssum.nl
Brunssum?
Postadres Postbus 250 6440 AG Brunssum Bezoekadres Lindeplein 1 6444AT Brunssum
Bankgegevens IBAN NL68BNGH0285001523 t.n.v. Gemeente Brunssum KVK-nummer 14129999
parksiad
stadsregioIjmburg
I gemeente
Br pnss pm
ip De aanbevelingen Het onderzoek leidt tot een viertal aanbevelingen •
en een advies.
Versterk de vrij toegankelijke hulpen ondersteuningbij opvoeden en opgroeien.Hiermee de instroomin de jeugdhulpminder en wordt de druk opde geïndiceerde eveneens
verminderd.
wordt
hulpoptermijn
Hierbij kan worden gedacht aan (een) praktijkondersteuner(s) jeugd,
extra schoolmaatschappelijk werk of gezins- en jongeren coaching.In de basis vraagt dit om eenzelfde •
soortfunctionarismet een HBO of WO opleidingin de richtingvan Jeugdzorg;
Zet in opeen gedragsverandering
bij ouders en kinderen. Streven dient een gedragsverandering
te zijn die zowel de cognitieve (taal, rekenen), als de sociaal-emotionele en motorische ontwikkelingvan kinderen, samen met hunouders, ten goede komt. Ga hierbij, samen met de veldpartners, •
werken vanuit een gezamenlijke
Weerbaar
Zorgvooreen vaste plek waar jeugdigen laagdrempelig binnen kunnenlopen. Een plek die aantrekkelijk
•
Brunssumcoalitie; en binnen ruime openingstijdennaar
en speciaal voorjeugdigen is;
Maak samen met het CMWW, de GGD en de Samenwerkingsverbanden
binnen PO, VO, en het
peuterwerk procesafspraken voorhet bepalen en besluiten welke ondersteuningeen gezin en/of het kind nodigheeft. Los van de specifieke aanbevelingen onderzoek het advies
binnen het voorliggendveld kregen we in het verlengde van het
om het gesprek met de jeugdigen zelf aan te gaan. Met daarbij
niet enkel focusopzorg
en/of zorgaanbod maar ookophetgeen dat al goed gaat binnen Brunssumdoorjuist ookdat aspect in beeld te brengen. Wat gaat het college doenom het onderzoekvervolgte geven? Het onderzoek doet aanbevelingen
waar we zaken kunnenverbeteren
en geeft richtingaan hoe we dat
zouden kunnendoen. Het college gaat aan de slag met het uitwerken van deze
aanbevelingen
naar
concrete voorstellen en dat willen we doen via twee sporen. Het eerste spoor:de aanbevelingenuitwerken We gaan samen met onze partners bespreken
hoe we de aanbevelingen
opeen passende
manier kunnen
uitwerken. Dit om: 1.
Te bepalen
hoeveel structurele en/of incidentele versterking van vrij toegankelijke hulpen
ondersteuningconcreet nodigwordt geacht, inclusief het eventueel extra/nieuwe
toevoegen van
rollen binnen het voorliggendaanbod in Brunssum.Ook willen we samen
inzichtelijk maken opwelke plek deze
aanvullingen dienen plaats te vinden (bij partners in het
voorliggendveld en/of binnen de gemeente Wij verwachten dit in het eerste
Brunssumzelf) en onder welke randvoorwaarden.
half jaar van 2023 helder te hebben, zodat dit nog
meegenomen kan worden bij het opstellen van de begrotingvoor2024;
J gemeente Br jnss pm p 2.
In 2023 gaan we in Parkstadverband coalitie weerbaarheid
het gesprek aan om te bezien ofwe tot een gezamenlijke
kunnenkomen. Met duidelijke
aanspreekpunten en onderlinge
afspraken; 3.
In samenspraak
komen tot goede procesafspraken voorhet bepalen van de benodigde
hulpen
ondersteuning.In het schooljaar 2023-2024 willen we dan werken met de nieuwe proces afspraken. Om hieraan handen en voeten te geven stellen we begin 2023 een plan van aanpak op.Dit vraagt tijd en inzet van alle betrokkenen. We weten echter dat tijd opdit moment een intern knelpuntvormt. Uit het onderzoek blijkt immers dat de werkdruk bij team jeugd (en diverse hoogis. Deelname
samenwerkingspartners) reeds
(zeer)
aan het opstellen van het plan van aanpak verhoogtopkorte termijn de druk terwijl het
opde langere termijn pas tot verlichtingvan de werkdruk kan leiden. We kiezen daarom ervoor te gaan werken met een kwartiermaker/veranderaar taken van medewerkers
die we gaan inhuren.Zo proberen we de druk opde reguliere
zo beperkt mogelijk te houden. Aangezien wij deze
stappen richtingvernieuwing binnen het sociaal domein gericht opeffectief samenwerking en budgetbewaking, in de begroting 2023 beschikbaar
ontwikkelingzien als eerste beleid,
gestroomlijnde
worden de hierbij komende kosten gedekt uit de middelen
die hiervoor
zijn gesteld. Zie voormeer informatie punt19 oppagina 179 van de
programmabegroting2023. Het tweede spoor:aanpak jeugddoorPositieve stad We gaan aan de slag met het advies verder
om de jeugdigen zelf aan het woord te laten. Dat gaan we doen door
te werken aan een vertrouwensband met verschillende groepen jongeren. Van daaruit moet een
klankbordgroep van verschillende
(groepen)jongeren ontstaan waarmee
toekomst kunnenblijven communiceren over het beleid positieve voorbeelden van en met onze jongeren in beeld uw raad
in de eerste
wij als gemeente
van onze gemeente.
nualsook in de
Bovendien willen wij ookde
brengen. Om dit mogelijk te maken, leggen wij
vergadering van 2023 een voorstel voor.Vanuit dit spoorwillen wij mede
input
verkrijgen over de vraag hoe de jeugd een eigen vaste plek, in de vorm van een jeugdcentrum of vergelijkbaar,
mee kan vormgeven, hoe die eruit moet zien en wat er hiervooraanvullend nodigis.
Wij hopenhiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Het college van burgemeester
en wethouders van Brunssum,