Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Middelen van 15 november 2022
1 2.a
Opening 19:00 uur Vaststellen concept besluitenlijst Middelen d.d. 13-9-2022 en d.d. 18-10-2022 Concept Besluitenlijst raadscommissie 13 september 2022 Middelen.docx Concept Besluitenlijst raadscommissie 18 oktober 2022 Middelen.docx
2.b
Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 5-10 en 21-10-2022) Toezeggingen afgedaan tussen 5 en 21 oktober 2022.pdf
2.c
Actieve informatieplicht en passieve informatieplicht Bij de passieve informatieplicht wordt op verzoek van de fractie BBB Lijst Palmen brief aan de raad nr. 29 geagendeerd. (Vragen inzake APV over Campers) Burg. Van der Rijt Mw. Vissers Terugkoppeling vanuit verbonden partijen Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2022/87 19:10 - 19:40 uur Weth. Van Dijk Mw. Joosten Er zijn een aantal wijzigingen aan de agenda gevoegd naar aanleiding van de begrotingsvergadering (amendementen). Deze wijzigingen zijn nog niet (volledig) verwerkt zijn in de geplaatste verordeningen waardoor een tweede versie komt van die verordeningen indien de commissie daartoe adviseert. De uitwerking van de wijzigingen zijn toegevoegd aan de agenda. Raadsvoorstel 87 Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum.docx
2.d 3
Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023_.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023.docx Raadsvoorstel 87 (bijlage) Update softwareproblemen Ortec Finance BV 5-10-22.pdf Raadsvoorstel 87 (bijlage) Tarieven 2018 tm 2023.pdf Amendement 6 hondenbel. en 14 precariobel. begr. 2023.docx Wijziging tarieven milieupark 2023 voor het inleveren van matrassen.docx Wijziging tarieven milieupark 2023 voor het inleveren van matrassen.docx 4
Sluiting 19:40 uur
2.a Vaststellen concept besluitenlijst Middelen d.d. 13-9-2022 en d.d. 18-10-2022 1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 13 september 2022 Middelen.docx
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE MIDDELEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 13 SEPTEMBER 2022 OM 19:00 UUR IN DE RAADZAAL.
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 13 september 2022
Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op dinsdag 13 september 2022 om 19:00 uur in de raadzaal. De vergadering is openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/channel/UCA6bz_Cq8uv6dL93rQSGGjQ AANWEZIG COMMISSIE MIDDELEN: Voorzitter:
Dhr. J. Janssen (PAK)
Burger-commissieleden:
Dhr. G. Ebbinge (PAK) (woordvoerder) Dhr. R. Hendriks (PAK) Dhr. R.C. Stevelmans (VVD) (woordvoerder) Dhr. A. van der Linden (Lijst Brunssum Lokaal) (woordvoerder) Dhr. J.A. Arts (SP) (woordvoerder) Mw. M.E.J. Baten - Werink (Lijst Borger) Dhr. P.K. Drenth (Lijst Brunssum Lokaal) Mw. A. Lust-van Goinga (Lijst Borger) (woordvoerder) Dhr. B. Nelissen (BBB Lijst Palmen) (woordvoerder) Dhr. H. Offermans (PvdA) (woordvoerder) Mw. G. Di Palma (VVD) Mw. V.J.G.M. Braam (PvdA) Mw. W.J.F. van der Rijt (agendapunt 2c, 4 en 5) Mw. V. Hermans (agendapunt 3) Afwezig Dhr. N. Meijers Dhr. M. Sloen (agendapunt 2c), Dhr. Demarteau (agendapunt 3), Dhr. Kavsek, dhr. Van Kalsbeek, dhr. Van Heel, de heer van Goethem en dhr. van der Roer (agendapunt 4) Geen Geen
Raadsleden:
College: Secretaris: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten:
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst raadscommissie Middelen d.d. 28-6-2022. De besluitenlijst van de commissie middelen van 28 juni 2022 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 15-6 en 31-8-2022) De toezeggingenlijst met nummer 37, 38, 39, 40, 41, 42, 45 en 47 (2022) is akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht Burgemeester van der Rijt vervangt wethouder van Dijk. In het kader van de actieve informatieplicht geeft burgemeester van der Rijt, een toelichting op de afhandeling van de motie 15 (2-11-2021) “Zelf kopen is zelf wonen”, naar aanleiding van de vragen in de commissie R&T van 6 september 2022. Daarna beantwoordt de burgemeester van der Rijt de gestelde vragen ondersteund door de heer Sloen. Daarnaast geeft burgemeester van der Rijt aan dat zij, amen met wethouder Hermans en een afvaardiging van de gemeente Beekdaelen aanstaande vrijdag een gesprek hebben met de staatssecretaris inzake AWACS. Burgemeester van de Rijt geeft aan dat de vergunning voor de trap in Schutterspark onherroepelijk is. Van de passieve informatieplicht wordt geen gebruik gemaakt.
Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen In het kader van het terugkoppelen van verbonden partijen vermeldt een aantal bestuurlijke overleggen in het kader van de verbonden partijen alsmede dat vanuit de Veiligheidsheidsregio dat er dit jaar een huisvestingsdiscussie zal gaan plaatsvinden rondom de huisvesting van de brandweer kazernes. Burgemeester zegt toe de gemeenteraad op de hoogte te houden.
2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 13 september 2022
Agendapunt 3: Het gegevenshuis; bijgestelde begroting 2022, begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2026; Gemeenteblad 2022/82 Wethouder Hermans geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door dhr. Demarteau. De laatste zin onder punt 2 van het raadsvoorstel is een omissie, een nieuwe versie van het raadsvoorstel wordt niet nodig geacht. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: • kennis te nemen van de jaarrekening 2021, de begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2026, de bijgestelde begroting 2022 van het Gegevenshuis. • instemmen met de begroting 2023 en meerjarenraming 2023-2026 en de bijgestelde begroting 2022 en dit kenbaar maken aan het Algemeen Bestuur van het Gegevenshuis. • in te stemmen met de conceptbrief zienswijze 2022 GR Het Gegevenshuis De commissie adviseert het voorstel als akkoordstuk te behandelen in de raadsvergadering van 27 september 2022. Agendapunt 4: 1e Bestuursrapportage 2022 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2022/81 Burgemeester van der Rijt geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door dhr. Van Kalsbeek.
Toezegging 52 (13-9-2022) 2e Bestuursrapportage 2022: Kinderarmoede Burgemeester van der Rijt zegt toe voor de raadsvergadering een aanvullend antwoord te verstrekken inzake de vraag over het budget voor het bestrijden van kinderarmoede (meer gespecificeerd en hoe breed de bandbreedte is). Toezegging 53 (13-9-2022) 2e Bestuursrapportage 2022: Stookkosten Noorderhuis Burgemeester van der Rijt zegt toe voor de raadsvergadering het ontbrekende antwoord te verstrekken op de openstaande vraag over de stookkosten van het Noorderhuis. Toezegging 54 (13-9-2022) 2e Bestuursrapportage 2022 Kledingpakketten Burgemeester van der Rijt zegt toe voor de raadsvergadering na te vragen hoeveel kledingpakketten zijn verstrekt. De commissie adviseert unaniem voor behandeling in de raad van het raadsvoorstel/besluit: Akkoord te gaan met de 2e bestuursrapportage 2022 De commissie adviseert het voorstel als akkoordstuk te behandelen in de raadsvergadering van 27 september 2022. Enkel de fracties BBB Lijst Palmen en Lijst Brunssum Lokaal wensen het voorstel als bespreekstuk te agenderen. Agendapunt 5: Voorjaarsbrief 2022 Burgemeester van der Rijt geeft een toelichting op de voorjaarsbrief beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund door dhr. Van Kalsbeek en de heer van Heel.
Toezegging 55 (13-9-2022): Straatcoaches Burgemeester van der Rijt zegt toe een opzet te laten maken hoe de invulling van cameratoezicht en de inzet van straatcoaches/jeugdboa’s op dit moment wordt ingevuld en hoe dat naar voren gehaald zou kunnen worden. Agendapunt 6: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20:19 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 13 september 2022
1 Concept Besluitenlijst raadscommissie 18 oktober 2022 Middelen.docx
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE MIDDELEN VAN DE GEMEENTE BRUNSSUM GEHOUDEN OP DINSDAG 18 OKTOBER 2022 OM 19:00 UUR IN DE RAADZAAL.
1 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 18 oktober 2022
Besluitenlijst van de openbare vergadering van de raadscommissie Middelen, gehouden op dinsdag 18 oktober 2022 om 19:00 uur in de raadzaal. Alle vergaderingen zijn openbaar. Van deze vergadering zijn geluids- en/of video-opnamen beschikbaar via: YouTube kanaal van de Gemeenteraad Brunssum kanaal 1 https://www.youtube.com/channel/UCA6bz_Cq8uv6dL93rQSGGjQ AANWEZIG COMMISSIE MIDDELEN: Voorzitter:
Dhr. J. Janssen (PAK)
Burger-commissieleden:
Dhr. G. Ebbinge (PAK) Dhr. A. van der Linden (Lijst Brunssum Lokaal) Mw. N.A.H. Hendrix (Lijst Borger) Dhr. R.C. Stevelmans (VVD) Dhr. J.A. Arts (SP) Mw V.J.G.M. Braam (PvdA) Dhr. S.J.H. L'Espoir (Lijst Brunssum Lokaal) Dhr. R. Houkes (BBB Lijst Palmen) Mw. A. Lust-van Goinga (Lijst Borger) Dhr. B. Nelissen (BBB Lijst Palmen) Dhr. H. Offermans (PvdA) Dhr. T. Theunissen (VVD) Dhr. J.L.W. van Dijk Mw. V. Hermans Dhr. H.J. Janssen Mw. M.Y. van Leusden-Brüning Mw. W.J.F. van der Rijt Afwezig Dhr. P. Peeters Dhr. S. Van Heel, Dhr. F. van Kalsbeek,Mw. T. Huizinga, M. Renders, Dhr. R. Kavsek, Dhr. H. van de Roer, Dhr. M. van Zijl, Dhr. N. Willems (agendapunt 3) Geen Geen
Raadsleden:
College:
Secretaris: Notulist (griffier): Ambtelijke ondersteuning: Externe ondersteuning: Participanten:
Agendapunt 1: Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Agendapunt 2a: Vaststellen concept besluitenlijst raadscommissie Middelen d.d. 13 september 2022. De besluitenlijst van de commissie middelen van 13 september 2022 wordt ongewijzigd vastgesteld. Agendapunt 2b: Vaststellen toezeggingenlijst (afgedaan tussen 1-9-2022 en 4-10-2022) De toezeggingenlijst met de nummers 69 en 73(2021) en de nummers 3, 31, 43, 50, 52, 53 en 54 zijn akkoord. De toezeggingen worden als afgedaan beschouwd. Agendapunt 2c: Actieve informatieplicht & passieve informatieplicht In het kader van de actieve informatieplicht wordt door de burgemeester melding gemaakt van Regiodeal 2.0 Parkstad. Van de passieve informatieplicht wordt geen gebruik gemaakt. Agendapunt 2d: Terugkoppeling verbonden partijen In het kader van het terugkoppelen van verbonden partijen zijn er geen mededelingen Agendapunt 3: programmabegroting 2023 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2022/95 Het college geeft een toelichting op het voorstel en beantwoordt de gestelde vragen, ambtelijk ondersteund. Toezegging 58 (18-10-2022) Begroting 2023 Wethouder van Leusden zegt toe: Aandacht te vragen voor het publiceren van verslagen en informatie door de buurtnetwerken zelf. Toezegging 59 (18-10-2022) Begroting 2023 2 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 18 oktober 2022
Wethouder van Dijk zegt toe: Uit te zoeken of er eventueel sprake is van teruglevering door zonnepanelen op de sporthal Rumpen. Toezegging 60 (18-10-2022) Begroting 2023 Wethouder van Leusden zegt toe: De cijfers met betrekking tot kinderarmoede in Brunssum aan de raad toe te laten komen. Toezegging 61 (18-10-2022) Begroting 2023 Wethouder van Dijk zegt toe: Subsidiegelden regiodeal en KLC. Indien mogelijk de subsidiebeschikkingen inzake het centrumplan toe kan laten komen, inclusief de betreffende deadlines. Toezegging 62 (18-10-2022) Begroting 2023 Burgemeester Van der Rijt zegt toe: Cijfers inzake tienerzwangerschappen in Brunssum toe te laten komen. Toezegging 63 (18-10-2022) Begroting 2023 Wethouder Janssen zegt toe: Vóór de raadsvergadering van 1 november een overzicht toe te laten komen met alle bedragen die betrekking hebben op het Schutterspark. De commissie adviseert unaniem voor behandeling van het raadsvoorstel/besluit in de gemeenteraad: De Programmabegroting 2023 inclusief meerjarenraming 2024-2026 vast te stellen. De commissie adviseert unaniem het voorstel als bespreekstuk te behandelen in de raadsvergadering van 1 november 2022. Agendapunt 4: Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 20:18 uur.
3 van 3 Besluitenlijst van de vergadering van de raadscommissie Middelen van 18 oktober 2022
2.b Toezeggingenlijst (afgedaan tussen 5-10 en 21-10-2022) 1 Toezeggingen afgedaan tussen 5 en 21 oktober 2022.pdf
Onderwerp Begroting 2023 (Kinderarmoede) Besluitvorming mbt evaluatie Wet Inburgering Antwoorden nav vragen mbt de reconstructie Trichterweg- Maastrichterweg Erfpachtconstructie Meer afvalbakken
Datum toezegging Nummer Portefeuillehouder Datum reactie Afgedaan 18-10-2022 60 Van Leusden 20-10-2022 Ja 6-9-2022 49 Van Leusden 11-10-2022 Ja 31-5-2022 35 Van Dijk 19-10-2022 Ja 11-1-2022 12 Van Dijk 10-10-2022 Ja 2-11-2021 66 Janssen 17-10-2022 Ja
3 Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum; Gemeenteblad 2022/87 1 Raadsvoorstel 87 Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum.docx
Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. : 18 oktober 2022 Registratiekenmerk : 202236834 Gemeentebladnr. : 2022/87 Afdeling opsteller : Financiën en control Naam opsteller : Jacqueline Joosten Bereikbaar onder : +31455278488 , jacqueline.joosten@brunssum.nl Portefeuillehouder : Jaimy Dijk, van Raadsvergadering d.d. : 29 nov. 2022 Uiterlijke datum : Uiterste datum: 29 november 2022 Motivatie datum: de belastingverordeningen dienen voor inwerkingtreding op 1 jan. 2023 te worden gepubliceerd. Aan de raad, 1. Onderwerp Belastingverordeningen 2023 en regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 gemeente Brunssum. 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding Een gemeente kan verschillende gemeentelijke belastingen heffen. In art. 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven welke belastingen dit kunnen zijn. Voordat een belasting kan worden geheven moet de verordening worden vastgesteld door de raad (art. 216 Gemeentewet). De belastingverordeningen 2023 en de regeling kwijtschelding 2023 worden door middel van dit bbv voorgelegd ter besluitvorming. b. Huidige situatie/probleemstelling In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 worden de ontwikkelingen van de diverse belastingtarieven toegelicht. De tarieven wijzigen in 2023 als volgt: 1.
Voor 2023 worden de volgende tarieven met 2,4 % verhoogd: precariobelasting, reclamebelasting, hondenbelasting, lijkbezorgingsrechten en marktgelden. Bij het bepalen van deze tarieven is er voor zover dit van toepassing is, rekening mee gehouden dat het bedrag deelbaar is door 12. 2. De bedragen voor kwijtschelding blijven gelijk aan de bedragen van 2022. Op 16 sept. 2022 is een nieuwe 'Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden' door het ministerie van BZK vastgesteld (staatscourant nr. 23803). Deze regeling biedt aan de raad de mogelijkheid om het bedrag aan financiële middelen dat niet wordt meegeteld bij de berekening van het vermogen met maximaal € 2.000 te verhogen. Deze mogelijkheid is niet in de regeling kwijtschelding 2023 verwerkt omdat op dit moment niet duidelijk is wat de financiële consequenties zijn en hiermee in de begroting 2023 geen rekening is gehouden. Tevens wachten wij het advies van de BsGW over deze wetswijziging af. 3. Afvalstoffenheffing: De belasting per perceel wordt in 2023 € 204,72 (was in 2022 € 189,91). 4. Rioolheffing: Het tarief wordt in 2023 € 243,60 (was in 2022 € 233,75). 5 OZB: De onroerende-zaakbelastingen worden voor 2023 geïndexeerd met 2,4% . Aan de hand van de WOZ waardes die de BsGW aan gaat leveren worden de percentielen berekend. BsGW heeft op 29 sept. 2022 en op 5 okt.
2022 aangegeven dat er problemen zijn met het berekenen van de WOZ-waardes voor 2023. Dit heeft te maken met de software die hiervoor gebruikt wordt. De problemen zijn buiten de invloedsfeer van de BSGW en de leverancier werkt aan een oplossing. In de brief van 5 okt. 2022 (zie bijlage) wordt verwacht dat de aanlevering van de WOZ waardes rond 21 okt. zal plaatsvinden. Mocht dit later zijn dan kan aan de commissie Middelen worden voorgesteld om een 2e
versie van de OZB verordening 2023 op te stellen met berekeningen en deze versie aan de raad voor te leggen op 29 nov. a.s. 6. Tekstuele wijzigingen zijn in rood aangegeven in de tekst van de verordening. In de onderstaande tabel lokale lastendruk is uitgegaan van een berekening met eigen woning en zonder eigen woning.
Lokale lastendruk per jaar Meerpersoonshuishoudens Met eigen woning (OZB, Riool en Afval) Zonder eigen woning (Afval)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
€ 699,69
€ 728,34
€ 766,58
€ 803,41
€ 803,41
€ 837,13
€ 207,80
€ 221,56
€ 235,07
€ 265,16
€ 265,16
€ 281,72
Er is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240 l en een woning met gemiddelde WOZ waarde. Als bijlage is een tabel toegevoegd (zie registratienummer 202239991) die de ontwikkeling weergeeft van de tarieven van het rioolrecht, de afvalstoffenheffing en de OZB van 2018 t/m 2023. Bij de berekening van de totale afvalstoffenheffing is rekening gehouden met 7 ledigingen restafval van 240l en de OZB is berekend op basis van een gemiddelde woningwaarde. 3.
Gewenste situatie (WAT?
a. Wat willen we bereiken? Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen. b.
Kaders 1. eerdere besluitvorming (BBV nr. ) Er heeft geen eerdere besluitvorming plaatsgevonden. 2. traject tot dusverre: Er is geen voortraject. 3. rol/ bevoegdheden college van B en W. Het college wordt gevraagd in te stemmen met het voorstel, de raad stelt de verordeningen vast. 4. algemene beleidskaders (landelijk/ provinciaal/ lokaal): De Gemeentewet en de Invorderingswet 1990 5. past het voorstel in de strategische visie/ relatie met uitvoeringsagenda? Genereren van inkomsten via belastingheffing en verlenen van kwijtschelding aan daarvoor in aanmerking komende belastingplichtigen. 6. relatie met programmabegroting/ financiële gevolgen De belastingopbrengsten zijn geraamd in de begroting 2023 bij de volgende programma's: programma: 9 Milieu en taakveld: riolering XT-72, afval XT-73, begraafplaats XT-75 programma: 10 Economie en toerisme en taakveld: bedrijfsloket en -regelingen XT-33, economische promotie XT34 programma: 12 Algemene dekkingsmiddelen en taakveld: OZB woningen XT-061, OZB niet-woningen XT-062, belastingen overig XT-064. c. Argumenten en overwegingen Belastingheffing dient ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Om de belastingen te kunnen heffen dienen de verordeningen vóór 1 jan. 2023 door de raad te worden vastgesteld. d. Opties en keuze De raad kan besluiten welke belastingen en heffingen opgelegd worden. De raad stelt de hoogte van de tarieven vast.
4. Bijlagen Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023 (202238925) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023 (202238898)
Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023 (202238929) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023 (202238933) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023 (202238924) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023 (202238923) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023 (202238934) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023 (202238883) Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023 (202238938) Brief van BsGW 5 okt. 2022 Update software problemen Ortec Finance BV(202243654)
Het college van burgemeester en wethouders,
Burgemeester
Secretaris
Raadsbesluit Gemeentebladnr. Afdeling Registratiekenmerk
: 2022/87 : Financiën en control : 202236834
De raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 okt. 2022, afdeling Financiën en control ; Besluit: de volgende verordeningen vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023 (202238925) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023 (202238898) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023 (202238929) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023 (202238933) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023 (202238924) Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten gemeente Brunssum 2023 (202238923) Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Brunssum 2023 (202238934) Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing gemeente Brunssum 2023 (202238883) Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen gemeente Brunssum 2023 (202238938)
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad vernoemd,
Voorzitter
Griffier
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238925
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN ONROERENDEZAAKBELASTINGEN GEMEENTE BRUNSSUM 2023 "
(Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023). Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam ‘onroerende-zaakbelastingen’ worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde, die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Registratiekenmerk: 202238925 Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e.
natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k.
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Registratiekenmerk: 202238925
Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2729 %; b. de eigenarenbelasting: 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1418 %. 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3326 %. 2. Belastingbedragen van minder dan €5,00 worden niet geheven. 3. Voor de toepassing van het vorige lid worden de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8 Overgangsrecht De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 9 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
Registratiekenmerk: 202238925
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Wijzigingen Verordening onroerende-zaakbelastingen t.o.v. 2022 • De tarieven zijn conform de begroting 2023 verhoogd.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238898
De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 oktober 2022 , afdeling Financiën en control;
gelet op het bepaalde in artikel 226 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN HONDENBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is de houder van een hond. 2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel 3 Vrijstellingen 1.
2.
In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. De belasting wordt niet geheven voor honden: a. b. c. d. e.
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren ; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden.
Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Registratiekenmerk: 202238898
Artikel 5 Belastingtarieven 1. De belasting bedraagt per belastingjaar: a. voor een eerste hond € 79,56 b. voor een tweede hond € 159,24 c. voor iedere hond boven het aantal van twee € 318,60 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 1.076,16. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen. 3. Het tweede lid blijft buiten toepassing als belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden, als blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. 4. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt.
Registratiekenmerk: 202238898 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting gemeente Brunssum 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Wijzigingen verordening hondenbelasting t.o.v. 2022 •
De tarieven zijn met 2,4 % geïndexeerd t.o.v. de tarieven hondenbelasting 2022.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238929 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022, afdeling Financiën en control;
gelet op het bepaalde in artikel 228 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PRECARIOBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: een periode van 24 uren beginnend op 00.00 uur, of een gedeelte daarvan b. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c. maand: een kalendermaand d. kwartaal: een kalenderkwartaal e. jaar: een kalenderjaar; f. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 1. 2.
De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 5 Berekening van de precariobelasting 1. 2.
Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt. Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen boven de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als
Registratiekenmerk: 202238929
3.
volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van het grootste gemeten vlak of bij niet rechthoekige vlakken van twee denkbeeldig langs de uitersten van het vlak getrokken lijnen die loodrecht op elkaar staan. Indien een oppervlaktetarief voor voorwerpen op de gemeentegrond is vastgesteld, wordt de belasting als volgt berekend. Er wordt uitgegaan van de oppervlakte van de gemeentegrond die daadwerkelijk door de voorwerpen wordt ingenomen.
Artikel 6 Belastingtijdvak 1. 2.
Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin het belastbare feit zich voordoet. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarop het belastbare feit zich voordoet, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit zelfstandig kan plaatsvinden.
Artikel 7 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: 1. voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd. 2. kelderingangen, licht- en luchtopeningen (koekoeken) en stoeptreden, welke in of op aan de gemeente om niet afgestane grond aanwezig waren op het tijdstip van overdracht; 3. vlaggen, vlagdoeken, wimpels en vlaggenstokken, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd. 4. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; 5. buizen in de grond tot lozing van fecaliën, van huishoud- of van hemelwater; 6. dakgoten, vensterbanken en gevelroosters, welke aan een gebouw zijn aangebracht; 7. afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,12 meter buiten de gevel uitsteken; 8. voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen c.q. verkeersbelang voorzien zoals verkeerstekens, wegwijzers, standbeelden, kruisbeelden, banken, fonteinen. 9. voorwerpen ter zake waarvan op grond van de geldende ”Verordening reclamebelasting” een belasting wordt geheven. 10. voorwerpen, waarvoor reeds ingevolge een privaatrechtelijke overeenkomst een vergoeding verschuldigd is. Artikel 8 Wijze van heffing 1. 1.b.
2.
a.
De belastingen genoemd in de tarieventabel onder de nummers 2, 3, 4.1 worden geheven bij wege van aanslag. In afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.;
Voor elk nieuw belastbaar feit kan een afzonderlijke aanslag worden opgelegd of kennisgeving, nota of andere schriftuur worden verzonden.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting 1. 2.
De naar jaartarieven geheven precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak aanvangt, is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.
Registratiekenmerk: 202238929 3.
4. 5.
Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 4.
Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1,2 en 3 letter b is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Overgangsrecht De "Verordening precariobelasting 2022" van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening precariobelasting gemeente Brunssum 2023".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
Registratiekenmerk: 202238929 De Raad voornoemd, voorzitter. griffier. TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PRECARIOBELASTING BRUNSSUM 2023 Nummer Omschrijving Eenheid Tarief 1
2
Bouwmaterialen Het tarief bedraagt voor het hebben van: bouwmaterialen Uitstallen Het tarief bedraagt voor het hebben van: uitgestalde goederen, waren, reclamematerialen, met het oog deze ten verkoop aan te bieden
3
Aankondigingen Het tarief bedraagt voor het hebben van:
3.01
Reclame of andere aankondiging, Via reclameborden en/of spandoeken, met of zonder kunstverlichting, over de oppervlakte:
3.02
4
4.01
Reclame-driehoeksborden op daartoe aangewezen locaties, sandwichborden en overige aankondigen:
per m² per jaar per m² per maand
€ 19,80 € 1,65
per m² per jaar per m² per maand
€ 19,80 € 1,65
per m² per jaar per m² per maand
€ €
19,80 1,65
per stuk per jaar
€
19,80
per stuk per maand of een kortere periode
€
1,65
Terrassen & Standplaatsen het tarief bedraagt voor: het op of boven een terras hebben van: stoelen, tafels, windschermen, parasols, luifels, markiezen,overkappingen of plantenbakken indien: het terras gelegen is aan het Lindeplein: per m² per jaar per m² per maand of een kortere periode indien: het terras elders dan aan het Lindeplein is gelegen per m² per jaar per m² per maand of een
€ 31,92 € 2,66
€
19,80
Registratiekenmerk: 202238929 kortere periode
€
1,65
het innemen van een standplaats voor: 4.02
4.03
4.04
de verkoop van eet-, drinkof goederen, w.o. koopmanswaren, kerstbomen, het houden van autoshows e.d. per m² per maand of een kortere periode
€ 1,65
een overdekt- c.q. openluchtcircus of feesttent, het houden van zogenaamde rommelmarkten, fancyfairs, luikse markten e.d.
per dag
€ 22,38
het vanuit commercieel oogpunt houden van braderieën, gildefeesten, promotionfeesten e.d.
per dag
€ 89,97
Wijzigingen verordening precariobelasting t.o.v. 2022 • •
De tarieven zijn conform de begroting 2023 verhoogd. Art. 8,9 en 10 zijn tekstueel aangepast aan de modelverordening.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk: 202238933 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022, afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 227 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2023) Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. opschriften: openbare aankondiging in letter(s) of symbolen, logo’s en kleuren, voor zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan; b. reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg als bedoeld in artikel 227 van de Gemeentewet; c. vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; d. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; e. voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; f.
tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; g. exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen op de bij deze verordening behorende kaart, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 3 Belastingplicht 1. 2. 3.
De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging die is aangebracht door tussenkomst van een exploitant, zoals bedoeld in artikel 1 van deze verordening, geheven van die exploitant. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting voor een openbare aankondiging, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is aangebracht in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.
Registratiekenmerk: 202238933 Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. 2.
De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag van € 489,84 per jaar voor één of meer openbare aankondigingen die worden aangetroffen per vestiging, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Reclameobjecten behoren tot één bouwwerk en daarmee tot één vestiging indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt.
Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.
3.
4. 5.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 7 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a. die uitsluitend het openbaar belang dienen; b. die door politieke partijen zijn aangebracht; c. die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; d. door of namens publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak; e. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is; f. op zuilen, borden, muren of andere constructies aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan; g. aangebracht op een voertuig; h. voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; i. die door (semi)overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht en die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; j.
die zijn gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende woonruimten, roerende bedrijfsruimten of onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren ruimte of zaak; k. op parasols en terrasschotten;
Registratiekenmerk: 202238933 l.
die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend kunnen worden aangemerkt; m. zijnde vlaggen zonder commercieel of bedrijfsmatig oogpunt. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat en het bedrag daarvan niet hoger is dan € 20.000,en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. 3. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregel automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 4.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening reclamebelasting 2022’ van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting gemeente Brunssum 2023’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.
Registratiekenmerk: 202238933 Kaart behorend bij de Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting gemeente Brunssum 2023
Registratiekenmerk: 202238933
Wijzigingen verordening reclamebelasting t.o.v. 2022 •
De tarieven zijn conform de begroting 2023 verhoogd.
1 Raadsvoorstel 87 (bijlage) Verordening op de heffing en invordering van marktgelden gemeente Brunssum 2023.docx
Registratiekenmerk:202238924 De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2022/87; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 okt. 2022 , afdeling Financiën en control; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet ; Besluit vast te stellen: "VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN MARKTGELDEN GEMEENTE BRUNSSUM 2023" (Verordening marktgelden 2023) Artikel 1 Definities 1. 2. 3. 4.
Onder marktterreinen worden verstaan de pleinen, straten en wegen, welke voor het houden van markten zijn aangewezen. Onder standplaats wordt verstaan een voor één marktdag toegewezen plaats op een marktterrein. Onder vaste standplaats wordt verstaan een permanent (tot wederopzegging) toegewezen plaats op een marktterrein. Ter berekening van de ingenomen oppervlakte (in m²) wordt in aanmerking genomen de oppervlakte die in gebruik is: a. voor het uitstallen van goederen; b. als loopgang/ruimte; c. als opslagruimte voor goederen en emballage; d. voor voertuigen van waaruit rechtstreeks wordt verkocht en/of mede als opslagruimte dienen. Niet meegerekend wordt de oppervlakte onder overkappingen en luifels, welke bestemd is voor en gebruikt wordt door het publiek. Ter bepaling van de oppervlakte wordt een gedeelte van een m² gerekend voor een gehele m².
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden onder de naam ‘marktgelden’ rechten geheven ter zake van het innemen van (vaste) standplaats op marktterreinen, gedurende de tijden voor de markten bestemd, alsmede voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met het houden van markten. Artikel 3 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie een (vaste) standplaats op de markt is toegewezen dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Artikel 4 Maatstaf van heffing De heffingsmaatstaf voor de berekening van het marktgeld is de oppervlakte van de ingenomen (vaste) standplaats.