CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 6 juli 2021, gemeente Brunssum45.332 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:16 Afbakeningsbepalingen Vervallen. AFDELING 4. STANDPLAATSEN Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan of beheersverordening. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of b.

een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Limburg 2014. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt niet voor bouwwerken. Artikel 5: 21 Vervallen. AFDELING 5. SNUFFELMARKTEN Artikel 5:22 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder snuffelmarkt verstaan een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. 2. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 1. Voor het organiseren van een snuffelmarkt dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Er moet uiterlijk tien werkdagen voorafgaand aan de snuffelmarkt melding zijn gedaan aan de burgemeester waarbij in ieder wordt vermeld: 1. naam en adres van de organisator; 2. adres van het gebouw waar de snuffelmarkt wordt gehouden; 3. de dagen en tijdstippen waarop de snuffelmarkt wordt gehouden; 4. de frequentie van het houden van de snuffelmarkt; 5. het soort van de goederen en diensten dat wordt aangeboden en verhandeld; 6. het aantal standplaatsen; en 7. het te verwachten aantal bezoekers. b. De snuffelmarkt mag niet in strijd zijn met het geldend bestemmingsplan of beheersverordening. c. De organisator is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 2.

De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van de snuffelmarkt als bedoeld in het eerste lid te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt dan wel bepaalde voorschriften hieraan te verbinden. 3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. 4. De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. AFDELING 6. OPENBAAR WATER Artikel 5:24 Vervallen. Artikel 5:25 Vervallen. Artikel 5:26 Vervallen. Artikel 5:27 Vervallen. Artikel 5:28 Vervallen. Artikel 5:29 Vervallen. Artikel 5:30 Vervallen. Artikel 5:31 Vervallen.

AFDELING 7. CROSSTERREINEN EN GEMOTORISEERD EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuur- of milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die zijn gelegen binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b.

binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Limburg 2014 aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. AFDELING 8. VUURVERBOD Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Limburg 2014. AFDELING 9. ASVERSTROOIING Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Artikel 5:38 Gedoogplicht aanduidingen Vervallen Artikel 5: 39 Verwijdering en dergelijke aanduidingen Vervallen HOOFDSTUK 6. STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 6:1 Strafbepaling 1. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde alsook het niet opvolgen van krachtens deze verordening gegeven politiebevelen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2. In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 eerste lid en 2:11 eerste lid als er sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit. Artikel 6:2 Toezichthouders 1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de buitengewone opsporingsambtenaren die in dienst zijn van de gemeente Brunssum en zijn beëdigd op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. 2.

Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

3. Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekend gemaakt. 2. Op dat moment vervalt de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brunssum 2020, eerste wijziging, vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2020. Artikel 6:5 Overgangsbepalingen 1. Besluiten of daarop genomen bezwaarschriften, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning is ingediend waarover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, dan wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel 6:6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van De Raad voornoemd, voorzitter. griffier.

1 Vragen en antwoorden fractie CDA inzake de actualisering APV.docx

Vragen van commissielid Gordijn, fractie CDA, in verband met de behandeling van het raadsvoorstel inzake de actualisering van de APV in de Cie ABA van 29 juni 2021 Vraag 1. Lachgas De argumenten om artikel 2:48a niet toe te voegen zijn: de beperkte omvang van het lachgasprobleem in Brunssum en de strafrechtelijke handhaving kost de politie veel tijd. Kunt u aangeven hoe groot het probleem daadwerkelijk is in Brunssum? Antwoord 1. Oneigenlijk lachgasgebruik in de openbare ruimte Vooropgesteld zij dat het oneigenlijk gebruik van lachgas een niet te onderschatten probleem vormt voornamelijk bij jongeren. Van politie, straatcoaches en jongerenwerkers krijgen we terug dat zij afgelopen jaren niet veel jongeren op straat betrappen op het gebruik van lachgas en daarover ook geen signalen krijgen. Ook treffen ze weinig patronen of ballonnen op straat aan. Wel zien ze her en der lachgasgebruik bij 18-plussers en dan met name in de auto, omdat dat minder opvalt. Op het gebruik van lachgas thuis en/of feestjes hebben we geen zicht. Vraag 2. Artikel 2:42 lid 5: waar is die plek in Brunssum om buiten verkiezingstijd iets op te plakken? Antwoord 2 Men kan gebruik maken van de zgn. driehoeksborden rondom aangewezen lichtmasten (vergunning vereist) alsook het ophangen van banners en het plaatsen van infoborden bij invalswegen (meldingsplicht plus algemene voorschriften). Hierop zijn art.

2:10 en 2:10a van toepassing. Voor een compleet overzicht zie na antwoord 6. Vraag 3. In welk artikel is iets bepaald over het gebruik van bewakingsapparatuur bij particulieren. Je ziet een toename van het aantal bewakingscamera’s op huizen die gericht zijn op de openbare weg. Hoe zit dat? Antwoord 3. Bewakingscamera’s Op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en artikel 38 van het Vrijstellingsbesluit is het niet verboden om een camera op te hangen ter beveiliging van een woning of een flat, maar …… toezicht houden in de openbare ruimte gaat té ver en is enkel voorbehouden aan gemeente én politie. Camera’s mogen enkel gericht zijn op de ingang(en) van het eigendom en dus niet op de openbare ruimte. Vraag 4. Artikel 5:7: kunt u inzichtelijk maken hoeveel van dergelijke vergunningen worden afgegeven? Kunt u eveneens aangeven hoeveel keer er handhavend is opgetreden tegen overtreding van dit artikel? Antwoord 4. Reclamevoertuigen Dit artikel heeft betrekking op het met een auto/bus met reclameaanduiding parkeren op de openbare weg met het doel om reclame te maken. Het college kan van dat verbod ontheffing verlenen. Afgelopen 10 jaar hebben we geen verzoek om ontheffing ontvangen. Er zijn geen handhavingsacties uitgevoerd.

1

Vraag 5. Artikel 5:13: geldt dit artikel ook voor de collectes van landelijke partijen zoals KWF, Hartstichting en dergelijke? Zeker in het huidig tijdsgewricht wordt gebruik gemaakt van digitale betaalmiddelen, moet dit artikel daar niet op worden aangepast? Antwoord 5. Collecteren De regeling voor collecteren geldt ook voor de landelijke organisaties zoals genoemd. Het is goed om te bekijken of een aanvulling op dat punt nodig/wenselijk is. Dat gaan we onderzoeken en komen bij de volgende actualisering van de APV, voor zover nodig, met een wijzigingsvoorstel. Vraag 6. Afdeling 9. Asverstrooiing: welk terrein is permanent aangewezen in Brunssum om te verstrooien? Antwoord 6 Op het kerkhof aan de Merkelbeekerstraat is een permanent strooiveld aangewezen.

Overzicht bij vraag 2. Driehoeksborden: Locatie:

Lichtmastnummer:

Emmaweg

9973 9978 9981 9982

Europalaan

3069 3086

Ganzepool

10741 10743 10749 10750 10751 10818 10819 10820

Heidestraat

1817 1890

Kennedylaan

6105 6111 2939 3203

Merkelbeekerstraat

2698 2

8471 Molenvaart

7275 7276 7277 7282 7284 7285 7286

Op den Trichter

10332 10334 10336 10338

Prins Hendriklaan

4549 4647 4660 6387 6388 6389 6390 6391

Raadhuisstraat

3605 3606 3607

Rimburgerweg

4508 4510 4512 4514 4535 4536 4537 6225

St. Gregoriuslaan

2079

Trichterweg

163 167 168

Banners/spandoeken: Locaties: Trichterweg (bij Chinees-Indisch restaurant “De Lange Muur”) Emmaweg/SW 20 Akerstraat (nabij ingang “Zeekoelen”) 3

Rotonde Rimburgerweg Bij informatiebord aan de Schinvelderstraat; Europalaan/Titus Brandsmastraat; SW 20 richting Kennedylaan. Welkomstborden: Locaties: Trichterweg Emmaweg (Gamma Akerstraat (Brunsheim) Schinvelderstraat Rimburgerweg (Ganzepool) SW20 (weg richting Sittard Loogstraat

Marian de Jong Afdeling Bestuurszaken

4

1 Vraag en antwoord fractie PAK inzake aanlijnplicht honden Brunssummerheide.docx

De PAK fractie heeft naar aanleiding van de behandeling van de actualisering van de APV in de commissie ABA op 29 juni 2021 een vraag gesteld. Hieronder vraag en antwoord. Vraag Heeft het college inmiddels in overleg met andere gemeentes en Natuurmonumenten de Brunssummerheide aangewezen als gebied waar de hond aangelijnd dient te worden? Zo nee, is dat overleg nog gaande? Zo ja, is dat bekend gemaakt? Antwoord De gesprekken tussen de gemeenten Landgraaf, Heerlen en Brunssum enerzijds én de Vereniging Natuurmonumenten anderzijds mbt het instellen van gebieden waar een aanlijnplicht geldt, vinden nog plaats. Er is op dit moment nog geen definitief standpunt ingenomen omdat de afstemming tussen terreineigenaren én het vervolgens aanbrengen van bebording uniform dient te geschieden.

1 Raadsbesluit 56 Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021.pdf

I gemeente

Brinssjm I

Raadsvoorstel Collegeverg. d.d. Registratiekenmerk Gemeentebladnr. Afdeling Behandelend ambtenaar Bereikbaar onder Behandelvoorstelnr. Portefeuillehouder Raadsverg. d.d. Uiterlijke datum

8 juni 2021 1078340 2021/56 Bestuurszaken A.C.H. de Jong 045-5278653 mari an. de.j ong@brunssum. nl 1078340 W.J.F. van der Rijt 6 juli 2021 (Motivering, wettelijke verplichting c.q. toezegging)

Aan de raad, 1. Onderwerp Actualisering Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2020, eerste wijziging; vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021. 2. Uitgangssituatie (WAAROM?) a. Aanleiding De vigerende Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dateert van mei 2020. Een actualisering en aanvulling is op zijn plaats. 1. Binnen het verband van de Lokale Driehoek SVBBL (burgemeesters van de 5 gemeenten Simpelveld, Voerendaal, Beekdaelen, Brunssum en Landgraaf, de politie en OM) zijn voorstellen voor actualisering en aanvulling van de algemene plaatselijke verordeningen van de 5 gemeenten ontwikkeld. De nieuwe regels zien met name op het tegengaan van ondermijning en woninginbraken. 2. Jaarlijks ontvangen we van de VNG een of meer updates van de model-APV, waarin nieuwe wetgeving, jurisprudentie en tips van gemeenten zijn verwerkt. Deze updates zijn ook voor de Brunssumse APV relevant. 3. De portefeuillehouder heeft bij het invoeren van een verbod op carbidschieten in december 2020 aan de raad toegezegd om dat verbod na de jaarwisseling weer in te trekken. b. Huidige situatie/probleemstelling 1. We willen meer gebruik maken van de mogelijkheden van de APV in de aanpak van ondermijning.

Het betreft: - een regeling voor het door de burgemeester sluiten van voor publiek toegankelijke gebouwen als daar ondermijnende of criminele activiteiten plaats vinden of plaats hebben gevonden. - regels ten behoeve van bestuurlijke handhaving van civiele verboden van Outlaw Motorgangs in de vorm van een verbod op het dragen van "full colors". 2. We willen meer kunnen doen tegen woninginbraken: bestuursrechtelijke aanpak (dwangsom) van potentiële inbrekers. En we gaan meer doen tegen heling. 3. De portefeuillehouder heeft bij het invoeren van een verbod op carbidschieten in december 2020 aan de raad toegezegd om dat verbod na de jaarwisseling weer in te trekken. 4. De VNG doet voorstellen voor actualisering van de APV. Naast kleine technische aanpassingen en actualiseringen, betreft het met name: het oneigenlijk gebruik van lachgas, consumentenvuurwerk, ondermijning (Zie onder 1), exploitatie openbare inrichtingen, loslopende honden en crossterreinen.

3. Gewenste situatie (WAT?) We willen beschikken over: a. een actuele APV, die voldoet aan hogere wet- en regelgeving; een APV die goed leesbaar is en voorschriften bevat, die in voorkomend geval een rechterlijke toets kunnen doorstaan;

1 van 4

b. een APV, die het geschikte instrumentarium biedt voor de realisering van het gemeentelijk beleid op gebied van leefbaarheid en veiligheid. De voorstellen betreffen: Aanpak ondermijning: Nieuw artikel 2.30a. Een sluitingsbepaling voor publiek toegankelijke lokalen op grond van ondermijnende activiteiten. De burgemeester krijgt de bevoegdheid om een voor publiek toegankelijk gebouw te sluiten wegens het daarin plaatsvinden van ondermijnende activiteiten of andere activiteiten die ernstig gevaar opleveren voor de openbare orde (gokken, wapens e.d.). Aanvulling van artikel 2:26 ove.r ordeverstoring en een nieuw artikel 2:50a gericht op het voorkomen dat leden van verboden Outlaw Motorgangs in het openbaar hun "full colors" dragen. Versterken aanpak woninginbraken Aanpassing artikel 2:44 (Vervoer inbrekerswerktuigen) waarmee de juiste juridische grondslag wordt geboden voor bestuursrechtelijk (dwangsom) optreden tegen potentiële inbrekers. Overig: Aanvulling artikel 2:28a. Wijziging eisen aan exploitant horecabedrijf. De VNG stelt voor om als weigeringsgrond voor een exploitatievergunning in het derde lid van artikel 2:28a op te nemen dat de exploitant of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Dit is sterker dan de huidige regeling waarin een verklaring omtrent het gedrag bij de vergunningaanvraag moet worden overlegd. Aanvulling artikel 2:57.

Loslopende honden op openbare plaatsen. Voorgesteld wordt om het verbod voor niet-aangelijnde honden uit te breiden tot openbare plaatsen binnen de bebouwde kom. Hierdoor geldt het verbod ook voor andere plaatsen binnen de bebouwde kom, zoals parken, plantsoenen, openbare begraafplaatsen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Aanvulling artikel 5:32. Verbod op crossen ook buiten wedstrijdverband. Het crossverbod in artikel 5:32 beperkt zich tot wedstrijden of de voorbereiding daarvan. Voorgesteld wordt crossen buiten wedstrijdverband aan de verbodsbepaling in het eerste lid toe te voegen. Zo kan worden opgetreden indien een terrein (in het buitengebied) wordt gebruikt voor puur recreatief crossen, dat tot (geluids)overlast leidt. Intrekken artikel 2:73a. Verbod op Carbid schieten. In verband met de handhaving van coronamaatregelen is in december 2020 in de APV een verbod op carbidschieten opgenomen. Daarbij heeft de portefeuillehouder toegezegd, dat het een tijdelijke regeling betreft die bij de eerstvolgende gelegenheid zou worden ingetrokken. b. Kaders - De APV is gebaseerd op de Gemeentewet (artikel 149) en diverse specifieke wetten, ter uitvoering waarvan in de APV regels worden opgenomen. - Gemeentelijk beleid op het gebied van leefbaarheid en veiligheid.

De APV is een van de instrumenten om het gemeentelijk beleid op het gebied van leefbaarheid en veiligheid te realiseren. - Programma 2 van de gemeentelijke begroting. - Afspraken gemaakt binnen de lokale driehoek SVBBL tussen de 5 gemeenten, politie en OM. De afspraken zijn uiteraard- niet juridisch bindend, maar wel leidend. Er is ruimte voor maatwerk en het afstemmen op specifieke lokale behoeften. c. Argumenten en overwegingen 1. Zie onder 4. Wat willen we bereiken. 2. Geen specifiek verbod op oneigenlijk gebruik van lachgas. Er wordt geen voorstel gedaan om een specifiek verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas in de APV op te nemen. Het oneigenlijk gebruik en de verkoop van lachgas vormt een niet te onderschatten probleem bij voornamelijk jongeren. Het geeft gezondheidsrisico's en veroorzaakt hinder en overlast. Bij de vorige actualisering van de APV was de vraag of en hoe we als gemeente het gebruik van lachgas konden verbieden. De raad heeft toen het voorstel overgenomen om geen specifieke regeling met betrekking tot het gebruik van lachgas op te nemen, gegeven de beperkte omvang van de problematiek in Brunssum en het reeds bestaande instrumentarium in de APV, waaronder de evenementenvergunning. Daarbij was de verwachting dat er eind 2020 een landelijke verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas zou komen. Het wetgevingsproces duurt echter langer dan voorzien.

Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. De verwachting vanuit het rijk is, dat er geen aangepaste regelgeving zal worden ingevoerd voor het

2 van 4

voorjaar van 2022. Dit vormt een knelpunt in de effectieve(re) aanpak van de lachgasprobleniatiek. Een aantal gemeenten in den lande heeft intussen naar een suggestie van de VNG (zomer vorig jaar) in de APV een specifiek verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas opgenomen, indien dat leidt tot overlast of andere gedragingen, die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. In de brief van 12 mei 2021 aan de gemeenten komt de VNG hierop echter terug en stelt voor dat artikel in te trekken of niet op te nemen, omdat strafrechtelijke handhaving -bewijslast- de politie veel tijd kost. In het palet aan regelingen dat een gemeente in handen heeft, is er nog een, die nog niet eerder duidelijk in beeld was. Dat is een artikel over openlijk drugsgebruik. De VNG stelt voor om dit artikel in de APV op te nemen, als gemeenten dat nog niet eerder hebben gedaan. In de Brunssumse APV is het bedoelde artikel 2:74a al eerder opgenomen. Bij de invoering daarvan een aantal jaren geleden was lachgasgebruik nog geen probleem en we hebben toen niet expliciet overwogen, dat hiermee ook lachgasgebruik zou kunnen worden aangepakt. Dat doen we nu wel en nemen dat in de toelichting bij het artikel op. Hiermee blijven we ook in lijn met de afspraken binnen de driehoek. 3.

Regeling vuurwerk vooralsnog niet wijzigen, In de geldende APV hebben we de mogelijkheid gebieden aan te wijzen waar het verboden is vuurwerk af te steken, de vuurwerkvrije zones. Bij de wijziging van het Vuurwerkbesluit (29 november 2019) heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en waterstaat toegelicht dat het Vuurwerkbesluit niet in de weg staat om het gehele grondgebied van de gemeente vuurwerkvrij te maken. Het is dus mogelijk om de regeling om te draaien in die zin, dat er een algemeen vuurwerkverbod geldt, maar dat er gebieden worden aangewezen waar wel vuurwerk mag worden afgestoken. Binnen de politieregio Limburg hebben de burgemeesters, politie en Openbaar Ministerie met elkaar afgesproken, dat wordt geprobeerd eenzelfde lijn in de aanpak van vuurwerkoverlast op te stellen. In afwachting van voorstellen van uit dat gremium, wordt voorgesteld de huidige regeling van artikel 2:73 vooralsnog te handhaven. Uitgebreide toelichting in bijlage. In bijlage 1 wordt een uitgebreide toelichting geven op de voorgestelde wijzigingen, evenals de overwegingen om geen specifiek verbod op oneigenlijk gebruik van lachgas op te nemen. Opgenomen is ook een overzicht van bestaande regelingen, waarmee dat gebruik kan worden aangepakt. d.

Opties en keuzes Het is uiteindelijk aan de raad om te oordelen over de voorstellen voor wijzigingen van de APV en het achterwege laten van een specifieke regeling voor het oneigenlijk gebruik van lachgas. In de voorafgaande paragrafen en genoemde bijlage zijn motivering en overwegingen beschreven. Voorgesteld wordt in te stemmen met de voorgestelde wijzigingen van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2020, eerste wijziging, en de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021 inclusief de wijzigingen integraal vast te stellen.

4. Bijlagen Bijlage 1. Toelichting op wijzigingsvoorstellen APV 2020 —> APV 2021. Verseon 1078775 Bijlage 2. Ontwerp Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021. Verseon 1078776

Het college van burgemeester en wethouders,

Burgemeester

Secretaris

3 van 4

Raadsbesluit Gemeenteblad nr. Afdeling Registratiekenmerk

2021/56 Bestuurszaken 1078340

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/56; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021, afdeling Bestuurszaken gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Brunssum 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

0 6 JULI 2021

4 van 4

1 Raadsbesluit 56 (bijlage) Verordening APV gemeente Brunssum 2021.pdf

gemeente

De Raad van de gemeente Brunssum gemeentebladnummer 2021/56; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021, afdeling Bestuurszaken; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de gemeentewet; Besluit vast te stellen: "ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING GEMEENTE BRUNSSUM 2021”. HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet; b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de geldende Bouwverordening der Gemeente Brunssum; d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; e. college: het college van burgemeester en wethouders; f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid van de Woningwet; g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waanwee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel lvan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; i.

openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel lvan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990); l. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel lvan het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. 3. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor de beslissing op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid. 4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 of 2:11. 5.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 en lid 2 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) en 2:25A binnen 26 weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.

gemeente

Br inss im

Artikel 1:3 Indiening aanvraag Vervallen Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning zich daartegen verzet. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d.

van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. De vergunning of ontheffing kan tevens worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3.

In afwijking van het bepaalde in lid 2 kan de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 (evenement) of 2:25A worden geweigerd als deze minder dan 26 weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, wordt ingediend. Artikel 1.9 Termijnen Vervallen.

HOOFDSTUK 2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU

AFDELING 1. VOORKOMEN OF BESTRIJDEN VAN ONGEREGELDHEDEN Artikel 2:1 a Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:1 b Verblijfsontzegging (snel mensen verwijderen) 1.

In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel kan worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester: a. aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd; b.

aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg of plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd. 3. De burgemeester beperkt het in het tweede lid, onder a en b genoemde verbod of de daarin genoemde termijn als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b. Artikel 2:2 Optochten Vervallen. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aan vang en van beëindiging van de betoging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging van de betoging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk om 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Artikel 2:4 Afwijking termijn Vervallen. Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens Vervallen. Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1 .Voor het verspreiden of openlijk aanbieden van geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeeldingen onder publiek dient aan de volgende regels te worden voldaan: a.

Het verspreiden of openlijk aanbieden van geschreven of gedrukte stukken dan wel afbeeldingen onder publiek is toegestaan op iedere dag tussen 09.00 uur en 18.00 uur en op koopavonden tot 21.00 uur. b. De verspreider is verplicht de geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen direct op te ruimen of te laten opruimen, als deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats worden weggeworpen of zijn achtergebleven. c. De verspreider mag geen overlast veroorzaken voor winkelend publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare ruimte. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. e. De verspreider is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 2. Het eerste lid geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van geschreven of gedrukte stukken en afbeeldingen. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 4.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3.van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijden en dergelijke Vervallen.

gemeente g§r |HSS |IÏ1

Artikel 2:8 Dienstverlening Vervallen. Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1 .Voor het optreden ten behoeve van het publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Het optreden als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids is toegestaan op iedere dag tussen 09.00 uur en 18.00 uur en op koopavonden tot 21.00 uur. b. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids dient zich regelmatig minimaal 100 meter te verplaatsen en mag zich niet langer dan 15 minuten op een en dezelfde plaats ophouden. c. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids mag geen overlast veroorzaken voor winkelend publiek en overige voetgangers en gebruikers van de openbare ruimte. d. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. e. De straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 2.

De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. AFDELING 2. BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN DE WEG Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg of een openbare plaats 1. Het is verboden om zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan ten behoeve van de publieke functie daarvan. la. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen van het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder j of k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1 .b. Het verbod is niet van toepassing op overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 1.c Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen). 2. Het verbod is tevens niet van toepassing op: a. terrassen, die voldoen aan de door het college te stellen nadere regels; b.

het plaatsen van infoborden als bedoeld in artikel 2:10a van deze verordening; c. evenementen als bedoeld in artikel 2:24 van deze verordening; d. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17 van deze verordening; e. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het verbod is voorts niet van toepassing op: a. Het uitstallen van producten en reclame-uitingen door winkels en bedrijven; b. Het stallen van goederen, bouwmaterialen en materieel voor een periode korter dan een week, mits voor zowel in de situaties als bedoeld onder a. als onder b wordt voldaan aan de volgende regels: 1. Het beoogd gebruik mag geen schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 2.Het beoogd gebruik dient hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving te voldoen aan redelijke eisen van welstand.

gemeente

Br pnss pm n

3. De overlast van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken dient zo veel mogelijk te worden voorkomen of te worden beperkt. 4. Het gebruik mag slechts plaatsvinden gedurende de daarvoor strikt benodigde tijd. 5. De breedte van de uitstallingen mag niet meer bedragen dan de breedte van het perceel. 6. De diepte van de uitstallingen mag vanaf de gevel maximaal 1 meter bedragen. 7. Op het trottoir dient voldoende ruimte over te blijven voor rolstoelgebruikers. 8. Het beoogd gebruik mag geen belemmering opleveren voor het verkeer en de hulpdiensten. 9. Er dient, voor zover van toepassing, te worden voldaan aan het Beheerplan Promenade. 10. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 11. De gebruiker is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. 4. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3.

van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10a Infoborden invalswegen 1. Onder infoborden worden verstaan de welkomstborden aan de invalswegen van de gemeente Brunssum die worden gebruikt voor aankondigingen van zaken die deze gemeente betreffen op het gebied van onder meer sport, cultuur, recreatie en evenementen die Brunssum kunnen promoten. 2. Voor het plaatsen van infoborden aan de diverse invalswegen dient aan de volgende regels te worden voldaan: a. Er moet uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan het tijdstip waarop de borden moeten worden geplaatst melding zijn gedaan aan het college. b. De borden mogen alleen worden geplaatst voor de aankondiging van activiteiten van Brunssumse non-profit organisaties die de gemeente Brunssum betreffen op het gebied van sport, cultuur, recreatie en evenementen. c. De borden mogen gedurende een periode van maximaal 2 weken worden geplaatst. d. Het formaat van de borden bedraagt 180 x 45 cm en 8 mm dik of 180 x 30 cm en 8 mm dik. e. Als er meer aanvragen dan beschikbare plaatsen zijn, dan krijgen de vaste evenementen op basis van de evenementenkalender prioriteit. f.

De organisator is verplicht de schade die hij door zijn handelen aan gemeentelijke eigendommen of eigendommen van derden toebrengt te vergoeden en voorts dient hij alle mogelijke maatregelen te nemen om te voorkomen dat de gemeente dan wel derden ten gevolge van zijn handelen schade zullen lijden. g. Aanwijzingen, gegeven door ambtenaren van politie, dan wel andere bevoegde ambtenaren, dienen te worden opgevolgd. 3. Het college kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10 b Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen Vervallen. Artikel 2:10 c Vrij te stellen categorieën Vervallen.

gemeente |f|f |H§S |ITI

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. door het college in de overige gevallen. 3. De vergunning wordt geweigerd als één van de weigeringsgronden, zoals genoemd in artikel 1:8 van deze verordening, van toepassing is. 4. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 5. Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen), de Waterschapskeur en de Telecommunicatiewet. 6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg, van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. De vergunning kan worden geweigerd in het belang van: a. een veilig gebruik van de weg; b. het noodzakelijk behoud van een openbare parkeerplaats; c. de bescherming van de openbare groenvoorzieningen; d. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; of e. vanwege strijd met het geldend bestemmingsplan of de geldende beheersverordening; of f. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de geldende Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Limburg 2014 (provinciale wegen). 4. Op de aanvraag om een vergunning is Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid Vervallen. Artikel 2:14 Winkelwagentjes 1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze a.

te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf. 2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke Vervallen. Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen 1. Het is verboden te roken in bossen of op heidegronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode. 2. Het is verboden in bossen, op heidegronden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen ofte laten liggen. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven. Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp Vervallen. Artikel 2:20 Vallende voorwerpen Vervallen.

Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaats wet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht. Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijnen Vervallen. Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs Vervallen. AFDELING 3. EVENEMENTEN Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39a van deze verordening; g. kleinschalige evenementen met een jaarlijks terugkerend karakter, binnen het gebouw van een horeca-inrichting

gemeente

2. Onder evenement wordt tevens verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue. 3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 10:00 uur en 00:00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht vóór 07:00 uur en na 23:00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, het (brom)fietspad of een parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 m2 per object; Artikel 2:25 Evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningsaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3.

Geen vergunning is vereist voor een klein evenement als de organisator binnen 3 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. 4. De burgemeester kan binnen 2 weken na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De burgemeester kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. 7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25A Evenementen in gebouwen 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester in een gebouw of vaartuig een voor publiek toegankelijk evenement te houden of te laten houden. 2. Het verbod geldt niet voor: a. manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties; b. bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt; c.

sportwedstrijden, met uitzondering van vechtsport wedstrijden of-gala’s; d. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; 3. De aanvrager en/of de organisator van een evenement waarvoor krachtens het derde lid, onder c, een vergunning is vereist is niet van slecht levensgedrag. 4. De burgemeester weigert de vergunning als: a. de aanvrager of de organisator van een evenement als bedoeld in het derde lid van slecht levensgedrag is; b. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; c. een onevenredig groot aantal bezoekers te verwachten is; d. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats waar het wordt gehouden.

gemeente

Br pnss grift

5. De burgemeester kan andere categorieën van voor het publiek toegankelijke evenementen aan wij zen waarvoor het verbod niet geldt. 6. Bij de aanvraag voor een vergunning krachtens het tweede lid onder c dienen de volgende stukken te worden overlegd: a. een lijst met deelnemers aan het evenement; b. een lijst met sponsoren voor het evenement alsmede het sponsorbedrag; c. een KvK-uittreksel van het beveiligingsbedrijf dat het evenement beveiligt; d. een kopie van het bewijs van lidmaatschap van de brancheorganisatie. 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren. 3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 4. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. 5.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak en een herdenkingsplechtigheid. Artikel 2:26 a Betaald voetbalwedstrijden Vervallen. AFDELING 4. TOEZICHT OP OPENBARE INRICHTINGEN Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 a Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=bbe67c6e-1de9-4542-a202-9746bcaaf507