Advies
Tekst van het document
GEMEENTE BRUNSSUM COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN.
Brunssum, 5 augustus 2024.
Onderwerp: Advies n.a.v. het bezwaarschrift van de heer J.M.H. Palmen. Onderwerp van bezwaar: Het bezwaarschrift is gericht tegen het besluit van de raad tijdens de raadsvergadering d.d. 2 juli 2024 om het verzoek van de heer J.M.H. Palmen namens de fractie BBB Lijst Palmen om interpellatie d.d. 20 juni 2024, niet toe te staan. Standpunt van reclamant: Reclamant schrijft in zijn bezwaarschrift onder meer het volgende: ‘Volgens het vastgelegde recht (Gemeentewet in artikel 155, lid 2) kan een of meerdere raadsleden de raad verlof vragen om een collegelid inlichtingen te laten verstrekken over een onderwerp vreemd aan de orde van de dag. Omdat het verzoek reeds op 20 juni jl. was ingediend, had dit verzoek als regulier agendapunt door voorzitter (al dan niet in overleg met griffier) kunnen worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 02 juli 2024. (zie artikel 10 Reglement van Orde (RvO lid 1, 3 en 5). Mede omdat deze kwestie ook reeds in de Presidium bijeenkomst van juni jl. aan de orde was geweest. Dat is niet geschied. De voorzitter heeft het interpellatieverzoek zonder toelichting en het uitdrukkelijke verzoek van de BBB fractie negerend om het geven van een toelichting over het belang van dit soort zaken, op 02 juli jl. bout in stemming gebracht.
Dat enkel de coalitie meerderheid ondanks het duale stelsel, het interpellatie verzoek niet toestond, was bij voorbaat duidelijk. Maar dat geen rekening werd gehouden met het gegeven dat meer dan 1/5 van het aantal raadsleden voor een interpellatie stemde, betekent veel meer dan enkel dat een geringe meerderheid het toegekende recht van interpellatie niet alleen beperkt, maar zelfs volledig onmogelijk maakt. Dat is in strijd met de Gemeentewet en de Grondwet. Het RvO is derhalve in deze niet in overeenstemming met de Gemeentewet en de Grondwet en dient nietig te worden verklaard in elk geval in deze casus buiten toepassing dient te blijven. Ook wordt bij het bestreden raadsbesluit over het hoofd gezien dat de wetgever heeft bepaald dat, door 1/5 van het aantal raadsleden (in dit geval 5) ten allen tijde een extra raadsvergadering (ex artikel 17, lid 2 Gemeentewet) bijeen kan worden geroepen. Waarbij de agenda wordt bepaald door de verzoekers. Dat verlof aan de raad gevraagd moet worden om een interpellatie toe te staan, betekent volgens reclamant geenszins dat een eenvoudige meerderheid van de raad een interpellatie mag weigeren. De regels over toestaan van een interpellatie mogen immers geen absoluut verbod inhouden! De vereisten zoals in art.40lid 1 RvO zijn aangegeven, laten m.i. ook geen totale afwijzing van een interpellatie verzoek toe.
Dat regels over vereisten, zoals indienen verzoek, het toestaan en invulling geven hoe e.e.a. in de raadsvergadering dient te geschieden, in het RvO worden opgenomen is formeel toegestaan. Maar als 1/5 van het aantal raadsleden een interpellatie wenselijk vinden, zal volgens de fractie BBB L-P een interpellatieverzoek altijd dienen te worden toegestaan. Het moet geen keus zijn tussen of interpellatie of ter meerdere zekerheid maar direct een verzoek ex artikel 17, lid 2 Gemeentewet. De omweg van de extra raadsvergadering ex. art. 17 lid 2 Gemeentewet voor inlichtingen of afleggen bestuurlijke verantwoording moet niet worden nagestreefd eerder voorkomen worden. Ook bij de extra raadsvergadering is in het recente verleden door een gelijk samengestelde coalitie meerderheid in strijd met de wet gehandeld. Een bestuursorgaan dient de wetten evenals de rechten van minderheden burgers en ook raadsleden te respecteren. Daar is in het bestreden besluit geen sprake van. Het bestreden besluit is derhalve genomen in strijd met alle beginselen van behoorlijk bestuur zoals o.a. rechtszekerheids-, détournement du pouvoir-, fair play-, vertrouwens-, legaliteit-, gelijkheid- en motiveringsbeginsel.’ Volledigheidshalve zij verwezen naar het ondertekende bezwaarschrift d.d. 22 juli 2024, ontvangen op 26 juli 2024.
Wettelijke regeling: Artikel 16 Gemeentewet: De raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Artikel 17 Gemeentewet: 1. De raad vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten. 2. Voorts vergadert de raad indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden waaruit de raad bestaat schriftelijk, met opgave van redenen, daarom verzoekt. Artikel 19 Gemeentewet: 1. De burgemeester roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 2. Tegelijkertijd met de oproeping brengt de burgemeester dag, tijdstip en plaats van de vergadering ter openbare kennis. De agenda en de daarbij behorende voorstellen met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid, bedoelde stukken worden tegelijkertijd met de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzage gelegd. Artikel 155 Gemeentewet: 1. (…) 2. Een lid van de raad kan de raad verlof vragen tot het houden van een interpellatie over een onderwerp dat niet staat vermeld op de agenda, bedoeld in artikel 19, tweede lid, om het college of de burgemeester hierover inlichtingen te vragen. De raad stelt hierover nadere regels. Artikel 10 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023: 1.
Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, hebben de commissies geadviseerd over de te behandelen stukken op de raadsagenda. Hierop kan een uitzondering
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
gemaakt worden indien er sprake is van de situatie zoals bedoeld in art. 8, lid 4 van dit reglement. De raadsagenda zal op basis van deze adviezen in samenspraak tussen de voorzitter van de raad en de griffier opgesteld worden; (…) In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een raadsvergadering een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de raadsvergadering stelt de raad de agenda definitief vast. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda agendapunten aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren met uitzondering van de belegde vergadering conform artikel 8, lid 4. (…) (…) (…)
Artikel 40 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023: 1. Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. Het verzoek dient te worden ingediend voor vrijdag 12.00 uur ingeval de termijn voor indiening van het verzoek eindigt op de zaterdag dan wel de zondag. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. 3. Tijdens de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek voor agendering van de interpellatie in stemming gebracht. De raad bepaalt indien de interpellatie geagendeerd wordt, op voorstel van de voorzitter, op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. 4. Het college, of de burgemeester geeft bij aanvang van de behandeling door de raad antwoord op de door de interpellant gestelde vragen. 5. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige raadsleden en portefeuillehouders niet meer dan eenmaal tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. (…) 3. (…) 4. (…) Voorgeschiedenis: Uit de aan de commissie overgelegde stukken blijkt het navolgende. De heer Palmen heeft op 20 juni 2024 aan de voorzitter van de raad en aan de raad ter attentie van de griffier namens fractie BBB Lijst Palmen een verzoek ingediend tot het houden van een interpellatie in de eerstvolgende raadsvergadering. Op 25 juni 2024 is dit verzoek doorgestuurd naar de leden van de raad en de wethouders. Op 2 juli 2024 heeft de raad de eerstvolgende vergadering gehouden.
Tijdens deze raadsvergadering is het verzoek voor agendering van de interpellatie in stemming gebracht. De raad heeft bij meerderheid van stemmen besloten om het verzoek tot het houden van een interpellatie niet te agenderen. Tegen dit besluit maakt de heer Palmen bezwaar. Ontvankelijkheid: Ingevolge de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb kan tegen een besluit bezwaar gemaakt worden. Ter beoordeling ligt de vraag voor of het bestreden besluit van de raad, namelijk het niet agenderen van het verzoek tot interpellatie, kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb. Dienaangaande overweegt de commissie het navolgende. Artikel 1:3, eerste lid van de Awb bepaalt dat onder besluit verstaan wordt een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Nog afgezien van de vraag of in onderhavige zaak sprake is van een schriftelijk besluit, er is op dit moment voor zover bij de commissie bekend nog geen besluitenlijst van de raadsvergadering van 2 juli 2024, overweegt de commissie het navolgende. Met het begrip rechtshandeling in artikel 1:3 van de Awb wordt bedoeld een handeling gericht op rechtsgevolg. Het rechtsgevolg moet extern gericht zijn. Daarmee is bedoeld dat de beslissing gericht moet zijn op rechtsgevolgen die ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meerdere anderen.
Uit de Memorie van Toelichting volgt dat beslissingen van het bestuursorgaan die een zuiver intern karakter hebben, zoals de bepaling van de prioriteit van de te behandelen zaken, aanwijzingen over op te stellen stukken en dergelijke dus niet als besluiten in de zin der wet zijn aan te merken (MvT II, Parl. Gesch. Awb I, p.155). In onderhavige zaak gaat het om de afwijzing van het verzoek namens de fractie BBB lijst Palmen d.d. 20 juni 2024 voor agendering van de interpellatie tijdens de raadsvergadering van 2 juli 2024. Dit is, gelet op de artikelen 10 en 40 van het RvO, een bevoegdheid die de gemeenteraad toekomt. Een dergelijke beslissing is naar het oordeel van de commissie een beslissing met een intern karakter, zoals hierboven vermeld, die niet op extern rechtsgevolg is gericht; het ziet immers op het niet toestaan door de raad van het verzoek om vragen te stellen over een onderwerp dat niet op de agenda staat; het gaat derhalve om de orde van de vergadering. Omdat naar oordeel van de commissie voor de bezwaarschriften geen sprake is van een op extern rechtsgevolg gerichte handeling is geen sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto 7:1 van de Awb is bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad tot afwijzing van het verzoek om interpellatie daarom niet mogelijk.
Omdat het in deze zaak gaat om een besluit van de gemeenteraad is de gemeenteraad het bevoegde gezag c.q. bestuursorgaan om op het bezwaar te beslissen.
De commissie adviseert de gemeenteraad om, gezien het vorenstaande, het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Artikel 7:3, onder a, van de Awb bepaalt, dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom is reclamant niet in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven. Advies: Op grond van het vorenstaande adviseert de commissie voor de bezwaarschriften het door de heer J.M.H. Palmen ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren.
De Commissie voor de Bezwaarschriften,
mr. M.C. Siecker, voorzitter,
mw. mr. R.L.M. Meijers, secretaris.