Advies
Tekst van het document
GEMEENTE BRUNSSUM COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN.
Brunssum, 8 augustus 2024.
Onderwerp: Advies n.a.v. het bezwaarschrift d.d. 25 juli 2024 van de heer J.M.H. Palmen mede namens Burger Belangen Brunssum Lijst Palmen. Onderwerp van bezwaar: Het bezwaarschrift is gericht tegen het raadsbesluit d.d. 02 juli 2024 tot vaststelling van het schriftelijk verslag van de besloten raadsvergadering d.d. 12 december 2023 c.q. impliciet weigeren het verslag op belangrijke onderdelen aan te passen en het verzoek het bedoelde besluit in deze raadsvergadering hierover te heroverwegen. Standpunt van reclamant: Reclamant schrijft in het bezwaarschrift onder meer het volgende: ‘Ondergetekende J,M.H. Palmen, Dorpstraat 49 te 6441 CB Brunssum, tekent hierdoor ook als raadslid evenals namens zijn fractie Burger Belangen Brunssum Lijst Palmen (BBB-LP), bezwaar aan tegen het ongemotiveerde weigeringsbesluit van de Raad om het voorstel het schriftelijk verslag van het besloten gedeelte van de raadsvergadering d.d. 12 december 2023 in overeenstemming te brengen met de aard en bedoelingen van de wetgever. Een en ander conform de aan de raad tijdig d.d. 27 juni 2024 schriftelijk kenbaar gemaakte opmerkingen/wijzigingen door ondergetekende en ook namens zijn fractie BBB-LP.
Bij de behandeling van het schriftelijk verslag in de raad van 02 juli 2024 liet de voorzitter weten geen discussie toe te staan over de door ondergetekende en zijn fractie gedane aanpassingen/opmerkingen en dat de raad enkel diende te stemmen over al dan niet vaststellen van het door haar gepresenteerde voorliggende schriftelijk verslag of de ingebrachte zienswijze. De voorzitter handelt daarmee in strijd met het recht, de wet en het RvO evenals alle beginselen van behoorlijk bestuur evenals de raad die dit toestond. Beraadslagingen, overleg en/of discussie was dus onmogelijk ondanks dat zowel de wet alsook het RvO het spreken en beraadslagingen over elk agendapunt toestaan. De coalitiepartijen waren het uiteraard eens met de voorzitter. Welke overstijgende belangen vonden zij dan belangrijker dan een niet conform de wet bedoeld juist opgemaakt schriftelijk verslag? Dat mogen de burgers en ondergetekende toch ook weten. Collega raadsleden het spreken verbieden over een agendapunt met ingebracht zienswijze zoals is geschied, is in strijd met het recht, de wet en RvO en alle beginselen van behoorlijk bestuur. De raad heeft het advies van de voorzitter overgenomen en besloten dat de ingebrachte schriftelijke aanpassingen van ondergetekende en zijn fractie ongemotiveerd werden genegeerd. Nog niet eens voor kennisgeving te nemen.
Het door de voorzitter gepresenteerde schriftelijk verslag van het besloten raadsgedeelte werd onaangepast vastgesteld. Ondanks dat een grote meerderheid van de raadsleden inhoudelijk zo bleek ondergetekende geen actieve herinnering aan die raadsvergadering van 12 december 2023 had. Ook ondanks dat het gepresenteerde verslag niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Dat is in strijd met het recht, de wet en alle beginselen van behoorlijk bestuur.
Het controleren van de beweerde aantekeningen was en is onmogelijk en van wie die aantekeningen afkomstig zouden zijn werd ook niet aangegeven. Dat is, buiten het op zich onjuist opmaken van een wettelijk verplicht schriftelijk verslag zoals bedoeld in art. 23, lid 5 Gemeentewet, het voorkomen dat raadsleden hun wettelijk toegekende controlerende functie kunnen uitoefenen en eveneens strijdig met het recht, de wet en alle beginselen van behoorlijk bestuur. Kortom het handelen van de voorzitter richting de raad maar ook het handelen van de raad in deze kwestie is daarmede niet alleen in strijd met de wet en het recht, maar ook met alle beginselen van behoorlijk bestuur zoals o.a. rechtszekerheid-, détournement du pouvoir -, fair-play -, vertrouwens-, legaliteit-, gelijkheids- en motiveringsbeginsel. Volledigheidshalve zij verwezen naar het ondertekende bezwaarschrift d.d. 25 juli 2024, ter gemeentesecretarie ontvangen op 26 juli 2024. Wettelijke regeling: Artikel 16 Gemeentewet: De raad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Artikel 23 Gemeentewet: 1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3.
De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft. 5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad besluit de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen. 6. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. Artikel 47 Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023: Op een besloten raadsvergaderingen zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. 1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden. 2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4.
Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft. 5. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad besluit de verplichting, bedoeld in het vierde lid, op te heffen.
6. De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege in de gevallen waarin een verplichting tot geheimhouding geldt of wanneer openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. 7. Van een besloten vergadering worden geen geluids- of video opnames gemaakt. 8. Het gebruik alsmede het stand by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen is voor ieder van aanwezigen verboden. Artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. 2. (…) 3. (…) 4. (…) Ontvankelijkheid: Ingevolge de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb kan tegen een besluit bezwaar gemaakt worden. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de vaststelling van het verslag c.q. de impliciete weigering tot aanpassing van het verslag van de besloten raadsvergadering van 12 december 2023, kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb. Dienaangaande overweegt de commissie het navolgende. Artikel 1:3, eerste lid van de Awb bepaalt dat onder besluit verstaan wordt een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Nog afgezien van de vraag of in onderhavige zaak sprake is van een schriftelijk besluit, er is op dit moment voor zover bij de commissie bekend nog geen besluitenlijst van de raadsvergadering van 2 juli 2024, overweegt de commissie het navolgende. Met het begrip rechtshandeling in artikel 1:3 van de Awb wordt bedoeld een handeling gericht op rechtsgevolg. Het rechtsgevolg moet extern gericht zijn. Daarmee is bedoeld dat de beslissing gericht moet zijn op rechtsgevolgen die ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meerdere anderen. Uit de Memorie van Toelichting volgt dat beslissingen van het bestuursorgaan die een zuiver intern karakter hebben, zoals de bepaling van de prioriteit van de te behandelen zaken, aanwijzingen over op te stellen stukken en dergelijke dus niet als besluiten in de zin der wet zijn aan te merken (MvT II, Parl. Gesch. Awb I, p.155). In onderhavige zaak gaat het om het besluit van de raad d.d. 2 juli 2024 tot vaststelling van het schriftelijk verslag van de op 12 december 2023 gehouden besloten raadsvergadering. Over het verslag van een besloten raadsvergadering staat in artikel 23, lid 5 van de Gemeentewet en in artikel 47, lid 5 van het RvO enkel dat van een vergadering met gesloten deuren een afzonderlijk verslag wordt opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad besluit de verplichting bedoeld in lid 4 op te heffen.
Dat de raad een besluit moet nemen tot vaststelling van dat verslag, is noch in de Gemeentewet noch in het RvO vastgelegd. De vaststelling van een dergelijk verslag alsmede de impliciete weigering tot aanpassing van een dergelijk verslag is naar het oordeel van de commissie een beslissing met een intern karakter, zoals hierboven vermeld; een dergelijke beslissing is niet op extern rechtsgevolg gericht. Omdat naar oordeel van de commissie voor de bezwaarschriften geen sprake is van een op extern rechtsgevolg gerichte handeling, is geen sprake van een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid van de Awb. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto 7:1 van de Awb is bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad tot weigering van aanpassing van het verslag van de besloten raadsvergadering van 12 december 2023 daarom niet mogelijk. Omdat het in deze zaak gaat om een besluit van de gemeenteraad is de gemeenteraad het bevoegde gezag c.q. bestuursorgaan om op het bezwaar te beslissen. De commissie adviseert de gemeenteraad om, gezien het vorenstaande, het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Artikel 7:3, onder a, van de Awb bepaalt, dat van het horen van belanghebbenden kan worden afgezien indien het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom is reclamant niet in de gelegenheid gesteld een mondelinge toelichting te geven.
Advies: Op grond van het vorenstaande adviseert de commissie voor de bezwaarschriften het door de heer J.M.H. Palmen ingediende bezwaarschrift d.d. 25 juli 2024 niet-ontvankelijk te verklaren. De Commissie voor de Bezwaarschriften,
mr. M.C. Siecker, voorzitter,
mw. mr. R.L.M. Meijers,
secretaris.