Aanvulling onderbouwing verzoek extra raadsvergadering
Tekst van het document
AAN DE RAAD.
Aanvulling onderbouwing verzoek extra raadsvergadering d.d 29 oktober a.s.. Recent zijn wij door de griffie in kennis gesteld dat de raadsleden een vertrouwelijk advies namens het college van B & W zouden kunnen komen inzien dat betrekking had op het verzoek van de fracties LBL en BBB lijst Palmen tot het houden van een extra raadsvergadering. Dit is geschied zonder dat op IBABS de agenda van deze extra raadsvergadering met de onderbouwing door de verzoekers is gepubliceerd. Dat is eerst door opmerkingen van de heer Lespoir volgens ons de 23 of 24 oktober jl. geschied. Maar dan ook nog niet compleet constateren wij, waarbij bij verzending vermoedelijk bij een deel van het document iets is mis gegaan en waarschijnlijk niet kan zijn ontvangen. Daarom voor de goede orde hierdoor de nog ontbrekende documenten waarin wij, gelet op het advocaten advies d.d. 21 okt. jl. een reactie onzerzijds daarop gemakshalve alsnog in hebben verwerkt. Omdat het veel werk is geweest op zeer korte tijd bieden wij op voorhand onze excuses aan voor schrijf of taal fouten. Door deze omstandigheden, zijn zodoende herhalingen van stellingen en motiveringen niet uitgesloten, waarvoor onze excuses. Maar dat doet niets af aan het doel van het verzoek. Extra Raad.
In deze extra raadsvergadering wordt aan de orde gesteld het besluit tot weigeren inlichtingen te verstrekken zowel door College van B & W als de burgemeester in de schorsingsprocedure die vervolgens heeft geleid naar een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de voormalige gemeentesecretaris. De vraag om alle inlichtingen daaromtrent te verkrijgen is nimmer afdoende maar afwijkend behandeld en geweigerd en nimmer, ondanks verzoeken onzerzijds daartoe aan de toenmalige griffier, aan de raad ter beoordeling expliciet voorgelegd. Deze verzoeken of pogingen daartoe werden afgedaan met de stellige en voornaamste reden dat wij als raad daar niet over gingen. Daar geen bemoeienis mee hadden en derhalve daarop geen recht op de gevraagde inlichtingen hadden. Dit ondanks de artikelen 169 en 180 Gemeentewet en het feit dat de raad een budget recht heeft.
Tevens dient de raad, dat is af te leiden uit de Gemeentewet, te controleren of het college van B & W dan wel de Burgemeester formeel te recht hun bevoegdheden hebben gebruikt en ook formeel correct hebben gehandeld in het belang van onze gemeente en hun inwoners. Door de mededeling van de Commissaris van de Koning medio dit jaar aan de het raadslid Lespoir op vragen van hem, als toenmalig collegelid , dat de secretaris aangelegenheid wel degelijk een politieke bevoegdheid van de Raad is. Hierdoor begrepen we dat B & W en de Burgemeester de raad over deze secretaris kwestie gevraagde inlichtingen niet mogen onthouden. Dat het college dan wel de burgemeester al dan niet bewust steeds onjuist hebben medegedeeld dat de raad met deze secretaris kwestie niets mee van doen heeft. Reden waarom wij het volledig dossier zoals jaarverslag sept. 2021, schorsingsbesluit en andere bestuurlijke besluiten van de (vermeende) bevoegde bestuursorganen met betrekking tot deze aangelegenheid, zoals inhuren advocaat etc.etc. ) hebben opgevraagd. Het college en de burgmeester blijven bij hun weigering de raad en individuele raadsleden de benodigde inlichtingen, ter uitvoering van hun controlerende bevoegdheid te verstrekken. Dit ondanks de wettelijke verplichting hiertoe zoals bedoeld in artikel 169 en 180 Gemeentewet. Dat wordt nu ook erkend.
De raad, daar is iedereen het over eens, dient uiteindelijk een oordeel te geven over de enig uiterst zeldzame mogelijkheid waarop de bestuursorganen het verschoningsrecht zwaar gemotiveerd zouden kunnen inroepen namelijk “strijd met openbaar belang”. Dat dienen zij terdege te motiveren. Bij het weigeringsbesluit is dat zeker niet gebeurd !!. Dat wordt ons inziens ook bevestigd door het zogenaamd vertrouwelijk advies d.d. 21 oktober 2024 aan, de rechtspersoon Gemeente Brunssum ter attentie van een ambtenaar, plotsklap en ongevraagd hetgeen zeer ongebruikelijk en tardief is, ter inzage is gelegd. Dat had bij het weigeringsbesluit moeten gebeuren. Of u als raad, bijgestaan en geadviseerd door onze Griffie, het door verzoekers gevraagde besluit aan de hand van de opgelegde plicht aan de bestuursorganen B & W en de Burgemeester (BM) bij resp. art. 169 en 180 Gemeentewet niet zou kunnen beantwoorden. Wij, als verzoekers beschouwen dit ongevraagde externe advies uitgebracht aan de rechtspersoon Gemeente Brunssum t.a.v. een ambtenaar, als een niet toegestaan stemadvies aan de Raad. Of dit namens de (top) ambtelijke organisatie is geschied is onbekend. Maar zou dat zo zijn, dan had de Griffie dit zeker moeten weigeren naar onze mening.
Als dit advies namens het college aan de (coalitie) raadsleden zou worden ingebracht dan is dit onzerzijds om toch vooral de verplichting tot het geven van de verplichte inlichtingen te voorkomen. Dit door middel van een uitdrukkelijk stemadvies aan de raad, geadstrueerd door een vooraf geïnstrueerde? advocaat is de vraag. Ondenkbaar is dat niet , omdat er geen informatie of verslaglegging van de gesprekken is bijgevoegd of vermeld wat in die gesprekken met die advocaat aan de orde is geweest en welke instructies die mogelijk heeft meegekregen. Ook ontbreken de bevoegde besluiten daartoe. Het is ook niet aan het college en/of burgemeester om de raad in deze kwestie te adviseren of te beïnvloeden. Ze zouden daardoor eerder de indruk wekken dat er iets niet bekend moet worden voor de leden van het hoogste bestuursorgaan dan van een serieuze afweging van belangen. Gelet op de weigeringsgrond wordt dit ook o.i. aannemelijk gemaakt. De aanleiding en redenen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de vm secretaris en het handelen van individuele bestuurders dan wel bestuursorganen daarbij, moeten kunnen worden gecontroleerd door de raad en/of individuele raadsleden. Daartoe is het complete dossier incl. jaarverslag sept. 2021, nodig . Met deze kwestie is immers heel veel gemeenschapsgeld gemoeid .
Omdat dit handelen veel gemeenschapsgeld heeft gekost terwijl de burgemeester (BM) namens het college mededeelde dat het weinig of niets zou kosten, is dit voor ons aanleiding om de gang van zaken in deze kwestie te controleren of alles formeel correct is geschied. Die controle daarop is een taak van de raad en/of individuele raadsleden. Die heeft daarvoor wel alle inlichtingen nodig. Met betrekking tot het ter inzage gelegde advies het volgende. Het advies is gericht aan de rechtspersoon Gemeente Brunssum ter attentie van een ambtenaar. Dit naar aanleiding van een 2 tal gesprekken tussen deze ambtenaar en de adviserende advocaat. Wie namens de rechtspersoon Gemeente Brunssum en op grond van welk bevoegd genomen besluit die opdracht heeft verstrekt, is niet duidelijk aangegeven. Waar dat 2 tal gesprekken over handelden wordt niet vermeld evenals de verstrekte informatie en de opdracht. Hopelijk zal toch niet enkel de voorop gestelde uitkomst van het advies zijn besproken met het verzoek, zoek daar maar argumenten bij. Vooraf word opgemerkt dat het advies bijna in zijn geheel beschouwend is en nauwelijks toegevoegde waarde toekomt. Het enige dat wordt gepoogd is, ons inziens tegen beter weten in, dat “eerbiediging dan wel bescherming van de
persoonlijke levenssfeer “ onder de verschoningsgrond “strijd met openbaar belang” te brengen, in de onderhavige secretariskwestie. Er word aangegeven dat het raadslid Palmen aan de raad heeft gevraagd een juridische beoordeling van de weigering aan het verzoek om lichtingen op grond van artikelen 169 en 180 Gemeentewet te doen. Wat wordt gevraagd aan de raad is een beoordeling over de juridische interpretatie van de genoemde wetsartikelen 160, 169 en 180 Gemeentewet waarop het verzoek aan de bestuursorgaan (B & W en BM) is gebaseerd. De raad is geen rechtsprekend bestuursorgaan maar wel een politiek orgaan met leden, die bij wet bevoegdheden zijn toegekend. Waaronder die genoemd in artikel 169 en 180 Gemeentewet. Van belang is dat daarover geen misverstand bestaat. Zowel artikel 169 alsook artikel 180 Gemeentewet wordt door iedereen correct opgevat als een plicht van de genoemde bestuursorganen tot het verstrekken van de gevraagde inlichtingen aan de raad en/of individuele raadsleden. WAAR VAN AKTE. (Zie ook het advies van deze advocaat pag 7 ) Daarmede is de Raad bekend dat de bedoelde bestuursorganen de gevraagde inlichtingen moeten verstrekken. Resteert de vraag of de betrokken bestuursorganen (B & W en BM) een beroep zouden kunnen doen op het “tenzij” genoemde in artikel 169 en 180 beiden lid 3 namelijk “strijd met het openbaar belang” en hun gebezigde invulling daarvan.
Aandacht verdiend zeer zeker dat alle jurisprudentie etc. die de advocaat in zijn advies betrekt, is gebaseerd op Wet openbaarheid van Bestuur (Wob) thans de Wet open overheid (Woo). Dat zijn verzoeken van NIET raadsleden of te wel burgers. Zowel de Wob alsook de Woo gelden niet voor raadsleden bij verzoeken om inlichtingen op grond van art. 169 en 180 Gem.wet. en de aangehaalde jurisprudentie ziet derhalve daar zeker niet op toe en schept enkel een onjuist beeld en verwarring. Artikel 169 en 180 Gemeentewet zijn namelijk juist specifiek ontworpen en vastgesteld ten nutte van raadsleden zodat die GEEN beroep op de Wob (Woo) hoeven te doen. De uitzonderingsgronden genoemd in de Woo art. 5.1en 5.2 zijn dus NIET van toepassing evenals de gehele Woo !! Alle vermelde jurisprudentie in dat advocaten advies hebben geen betrekking op die raadsleden in functie die op grond van artikel 169 en 180 Gemeentewet inlichtingen vragen, en zeker niet in deze kwestie !!.
De raadsleden hebben recht op ALLE gevraagde en benodigde inlichtingen om hun bestuurlijke taken te vervullen, desnoods onder oplegging van geheimhouding door de bedoelde bestuursorganen. Maar ook daar moet dan een zeer ernstige reden voor zijn. (zie de in de bijlage genoemde adviezen van VNG en Vereniging van raadsleden en bestuurskundige O. Schuwer) Het uitgangspunt is en blijft dat de gevraagde inlichtingen altijd dienen te worden verstrekt. De openbaarheid bij het besturen is een belangrijke voorwaarde evenals de controleerbaarheid. Het verstekken van inlichtingen aan de raad of individuele raadsleden KAN enkel in zeer, zeer bijzondere gevallen beperkt worden, wegens strijd met openbaar belang , maar dan wel deugdelijk en zwaar gemotiveerd. Dat leert ons een arrest van de Hoge Raad uit 2003 (Mink.K. arrest) dat nog steeds wordt toegepast. Zolang als onze democratische bestuursvorm bestaat zijn ons en met ons meerderen waaronder wetenschappers geen praktijk voorbeelden bekend (mogelijk u wel maar dan vernemen wij dit wel) die “tenzij strijd met openbaarbelang “ objectief en succesvol zijn geweest om raadsleden die gevraagde inlichtingen te weigeren. Ook in het ter inzage gelegde advocaten advies zijn geen praktijkvoornbeelden genoemd.
De raad is het hoogste gemeentelijke bestuursorgaan en heeft tot taak uitvoering van taken door het college van B &W en/of de Burgemeester te controleren, ook in personele en persoonlijke veiligheidsaangelegenheden, hoe vervelend deze bestuursorganen dit ook moge vinden. Maar dat is geen weigeringsgrond zoals in de “tenzij bepaling “ van de bedoelde artikelen 169 en 180 in de Gemeentewet, dat heeft de wetgever zo bepaald en is af te leiden uit het voormelde Mink.K arrest. Verschillende wetenschappers, hoogleraren, juristen en advocaten zijn het op dit gebied volstrekt met de heer Olaf Schuwer eens (zie griffie bijlage Olaf Schuwer). Voor raadsleden een absoluut recht en voor B & W en de Burgemeester de plicht om inlichtingen te verstrekken, ook met betrekking tot personeelsaangelegenheden. Buiten die > dan ½ % mogelijkheid op de “tenzij” bepaling genoemd in beide artikelen. Dat in de literatuur over deze tenzij weigering op grond van “strijd met openbaar belang “ wordt geschreven is juist. Praktijd voorbeelden ontbreken.
Veel verder dan speculeren over bedreiging van de veiligheid voor de burgers, zeer nadelig voor de Staat, Provincie , Gemeente en Waterschappen mogelijk tijdens bestaande onderhandelingen maar dan wel de inlichtingen verstrekken na afsluiten van de onderhandelingen, vertrouwelijke bedrijfsinformatie zoals intellectuele eigendom, die de gemeente schadeplichtig zou kunnen maken bij uitlekken en gebruik maken daarvan door een derde, wordt niet gekomen.
Zouden personeelsaangelegenheden wel onder die tenzij bepaling van art. 169 en 180 Gem.wet wel begrepen kunnen worden, was dit in de literatuur reeds diverse malen als voorbeeld aangehaald. Dat is niet gebeurt. Dit betekent dat de personeelsaangelegenheden niet worden gezien als een verschoning van de plicht van lokale bestuursorganen om de raad de gevraagde inlichtingen te verstrekken op grond van de artikelen 160 en 180 Gem.wet !!. De advocaat geeft in zijn advies ook geen praktijk voorbeelden aan. Enkele dat er sprake KAN zijn van openbaar belang. Buiten dat dit in de onderhavige kwestie meer dan speculatief is, staat dit gewoon in de voormelde artikelen van de Gemeentewet aangegeven. Niets nieuws onder de zon en geen advies voor nodig, lijkt ons. Dat personeelsaangelegenheden niet onder die tenzij bepaling van strijd met openbaar belang te vatten zijn voor raadsleden is bekend . Dit is door de raad ook reeds eerder besloten bij het raadsbesluit dat minimaal 2x per jaar de geheime/vertrouwelijke complete B & W besluiten voor de raadsleden die deze willen inzien onder oplegging van geheimhouding ter inzage zijn en waar dat dan is. (zie art.
60 Gemeentewet) Vele arbeidskwesties waaronder geschillen , over motivaties en functioneren van personeelsleden die hebben geleid tot schorsingen en ontslag evenals andere soorten beëindigingen van arbeidsovereenkomsten en procedures heeft de Raad altijd kennis van kunnen nemen. Hoezo zou nu wel een beroep op strijd met openbaar belang door “aantasting van de persoonlijke levenssfeer” te motiveren zijn ?? Dat het college van B & W bij maatregelen jegens personeelsleden dikwijls daar geen gelukkige hand in heeft gehad is dan ook bekend. Daarom ook in deze kwestie de gevraagde inlichtingen ter controle van hun handelen of nalaten daarvan. Waarom in deze kwestie ondanks verzoeken, de complete B & W besluitenlijsten niet ter inzage zijn en worden gegeven, en dus een raadsbesluit niet wordt uitgevoerd, is een bijkomende vraag. Kortom voor een gemeente en zeker in de onderhavige kwestie is dit alles, strijd met het openbaar belang en de motivatie daarbij, voor raadsleden zeker niet aan de orde. Voeg daarbij dat in het advies van de advocaat (pag.9) uitdrukkelijk de bevestiging wordt aangegeven waarom toepassing van de Wob (Woo) achterwege is gelaten door de wetgever.
Verwijzen naar jurisprudentie op grond van de Wob (Woo) wekt, buiten dat dit niet juist is ook verwarring op. Maar de raad spreekt geen recht, maar beoordeelt aan de hand van de Gemeentewet of dit verzoek om inlichtingen door raadsleden ter uitoefening van hun belangrijkste taak, controle uitvoeren, terecht wordt geweigerd en vooral dan op de grond waarop, gelet op het reeds bovenvermeld aangehaalde. Ook door de wetgever wordt aangegeven dat het uitgangspunt bij beantwoording van de vraag of in een bepaald geval gevraagde inlichtingen met een beroep op het openbaar belang moeten worden geweigerd dient te zijn, “dat slechts indien zeer zwaarwegende belangen in het geding zijn niet voldaan hoeft te worden aan de PLICHT de raad , het hoogst algemeen vertegenwoordigende orgaan in de gemeente , te informeren. “ Welke zwaarwegende belangen dat zijn, valt niet in abstracto aan te geven. Zie pag. 9 advies advocaat en de toelichting in Tekst en Commentaar Gemeente-Provinciewet (TC-GP)12e druk 2023. Pag. 202-205 Het is aan de Raad of hij die weigeringsgrond als een zwaarwegend belang zal kunnen betitelen. Maar ook de Raad zal rekening moeten houden met het raadsbesluit dat 2x per jaar alle vertrouwelijk B & W besluiten voor de raad ter inzage worden gelegd. Dan worden inlichtingen verstrekt zoals bedoeld in art. 169 en 180 Gemeentewet.
Ook dient de raad te letten op het arrest van de Hoge raad uit 2003 het Mink.K. arrest. Ook zal de raad rekening moeten houden dat, hij niet tot doel heeft de belangen van B & BW te moeten beschermen; dat de Woo niet van toepassing is op de verzoeken om inlichtingen van raadsleden. Dat alles zou immers onbevredigend zijn, omdat de RAADSLEDEN de op hen rustende publieke plicht alleen kunnen waarmaken indien de raadsleden de toegang hebben tot ALLE RELEVANTE INFORMATIE. ( TC-GP pag. 205 onderaan). Zie ook het Mink.K arrest van de Hoge raad maart 2003. Waarom dan een advocaat vragen om een advies en voor en/of aan wie, is de vraag. Hopelijk toch niet om te proberen de raad te beïnvloeden en dit overbodig en niet ter zake doende advies als stemadvies aan te bevelen aan de (coalitie ?) raadsleden. Immers het besluit tot weigeren is door het college genomen. Een “mosterd na de maaltijd advies” dus. De inbreng van dit advies geeft eerder aan dat, in het beste aannemelijke geval maar daardoor toch niet minder onacceptabel , over de weigering aan de voorkant door B & W waarschijnlijk onvoldoende aandacht is besteed. Gelet op de permanente weigering de gevraagde en verplichte inlichtingen te verstrekken, is zeker ook niet uit te sluiten door een meerderheid van de raadsleden te voorzien van o.i. onjuiste informatie door een externe advocaat, hun stemgedrag
te beïnvloeden. Zodat het bestuursorgaan dat dit besluit heeft laten opstellen (waarschijnlijk) hun handen in onschuld kan wassen. Laat de raad of raadsleden correct hun werk doen en frustreer dat niet. Het college en ook de burgemeester zijn verplicht rekening en verantwoording af te leggen aan de raad. Kortom een overbodig advocaten advies. De meer serieuzere adviezen (niet van advocaten die zijn het zelden eens met elkaar) over artikel 169 en 180 Gemeentewet zijn heel helder en geven aan dat de tenzij bepaling “strijd met openbaar belang” bij inlichtingen verstrekken aan het hoogste lokale bestuursorgaan, nagenoeg is uitgesloten. Personele kwesties inbegrepen. Verder willen wij onder de aandacht brengen, dat de fractie BBB-Lijst Palmen bij de begrotingsbehandeling in november 2021 voor het jaar 2022 reeds heeft opgemerkt dat er vele tekortkomingen waren geconstateerd bij het functioneren van de ambtelijke organisatie. Gevraagd werd toen om vooral de secretaris, als hoogste en verantwoordelijke ambtenaar voor het beter functioneren van de ambtelijke organisatie , te ondersteunen in zijn beleidsvisie, (die in de wandelgangen bekend was) . Hoe de ambtelijke organisatie weer beter zou kunnen gaan functioneren was immers ook zijn verantwoordelijkheid aldus de portefeuillehouder desgevraagd en behoorde tot zijn taakvervulling, de raad zou daarbij betrokken worden.
Dat de ambtelijke organisatie niet effectief en deugdelijk functioneerde is erkend door de portefeuillehouder. Daarom was in december 2021 een (commissie) bijeenkomst door de portefeuillehouder (BM) georganiseerd waarbij de gemeentesecretaris tekst en uitleg zou geven en van raadsleden gaarne wilde vernemen hoe die daarover dachten. Toen is ook gewag gemaakt van het jaarverslag 2021 van de secretaris !!! Op verzoek van enkele raadsleden is tijdens die bijeenkomst gevraagd om in januari 2022 de organisatie aanpak specifieker en gedetailleerder te vervolgen. Toen is iets vreemds gebeurd, de aantekeningen en vragen zijn wel ingediend maar beantwoording en discussie over dit onderwerp hebben o.i. niet plaatsgevonden. Of dat met de naderende gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 te maken zou kunnen hebben is een onbeantwoorde vraag. Wel werd uit het ambtelijk geruchtencircuit vernomen dat bepaalde ambtenaren en een paar bestuurders niet zo gecharmeerd waren van de wijze waarop de gemeentesecretaris de ambtelijke organisatie beter wilde laten gaan functioneren. Dat de toen spelende BTW fraude kwestie hierbij een rol zou kunnen spelen was een vermoeden. Geen vermoeden was dat er zowel
ambtelijke als bestuurlijke integriteitsproblemen speelden. Dat is ook door de raad unaniem vastgesteld in februari 2022. Dat de visie en aanpak van de toenmalige gemeentesecretaris de top en enkele collegeleden niet aansprak was een publiek geheim. Dat de secretaris direct daarna tijdens carnavalsweekend door de burgemeester werd geschorst op grond van beschuldiging van het geven van een stemadvies aan de ambtenaren voor een kandidaat van de lijst BBB-Lijst Palmen, was een zeer grote verrassing. Maar wat ons achteraf bleek was dit buiten geen toeval ook nog volledig bezijden de waarheid. Nog groter was de verrassing dat niet alle collegeleden op de hoogte waren van het schorsingsbesluit van de burgemeester !!. Dat bleek uit het volgende voorval. Palmen was door een informant op de hoogte gesteld van het schorsingsbesluit. Palmen, geloofde dat niet en probeerde direct daarover contact op te nemen met wethouder Mertens. Maar die was niet bereikbaar ivm ziekenhuis bezoek met zijn vrouw. Vervolgens werd wethouder Lespoir gebeld, die die ochtend in Aken carnaval aan het vieren was en dacht dat Palmen hem in het ootje nam. Hij liet weten dat hem dit volledig onbekend was. Tevens vroeg hij of de burgemeester dit wel zonder collegebesluit wel kon doen. Palmen antwoorde dat dit normaal niet was toegestaan maar hij zou dat indien nodig wel uitzoeken.
Vervolgens belde Lespoir Palmen terug met de mededeling dat hij de gemeentesecretaris had gebeld om te verifiëren of die schorsing waar gebeurd was. Hem was gelijk de carnaval verpest. Vervolgens heeft de gemeentesecretaris bezwaar aangetekend tegen deze schorsing en zelfs een dagvaarding laten betekenen aan het gemeentebestuur. Terwijl de raad althans raadsleden al deze informatie werd geweigerd. Wel heeft een recherche bureau onderzoek gedaan naar de beschuldigingen aan het adres van de secretaris. Beschuldigingen die serieus genomen dienden te worden volgens de BM . De rol van het bestuursorgaan BM dat geen verantwoording wenste af te leggen over zijn handelen in deze schorsingskwestie, is bij dit onderzoek volledig buiten schot gebleven. Uit het uitgevoerde recherche onderzoek waarbij diverse ambtenaren zijn gehoord kwam de conclusie voort, dat voor alle beschuldigingen aan het adres van de gemeentesecretaris elke grondslag ontbrak, De opgevoerde beschuldigingen waren (bewust??) niet op waarheid gebaseerd !!. De beschuldigingen waren (al dan niet bewust en georganiseerd ?) valselijk in omloop gebracht.
Degene die deze beschuldigingen heeft “aangebracht?” bij de burgemeester en haar zou hebben aangespoord hiertegen iets te ondernemen, is bekend maar niets tegen ondernomen. Toen interesseerde niemand op een enkele uitzonderingen na, de aantasting en bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gemeentesecretaris. !! Integendeel zelfs. Onderzoek daarna bleef in elk geval uit. Omdat elke grondslag voor een schorsing ontbrak wilde de secretaris weer aan de slag, maar dat wilde , zo hebben wij vernomen, enkele B & W leden waaronder de burgemeester en voorname ambtenaren, voorkomen. Deze gebezigde gang van zaken heeft ook geleid dat er veel “goede en ook belangrijke ambtenaren” onze gemeente hebben verlaten ten nadele van het kwalitatief goed functioneren van onze organisatie en de diensten aan onze burgers. Die ambtelijke onrust om niet te spreken van angst, is nog steeds aanwezig zo hebben wij vernomen evenals dat de kwaliteit binnen de organisatie niet is zo als deze zou behoren te zijn. Dat de kwaliteit is afgenomen is ook af te leiden uit het nu geproduceerde en ter inzage gelegde advocaten advies. Blijkbaar hebben we als gemeente die juiste kwaliteit niet in huis, en moet externe hulp gezocht worden. Of moeten we tegen beter in een externe vragen om een (rechtens onjuist ) advies uit te brengen ter beïnvloeding van de raad? Wie het weet mag het zeggen.
Er moest een andere “lozingsoplossing” voor de secretaris komen. Daarvoor werd een advocaat ingehuurd te weten dezelfde advocaat die nu ook weer een advies in de onderhavige kwestie heeft uitgebracht. Wij hebben begrepen dat deze naar een manier moest zoeken , op verzoek van de eerder bedoelde personen en bestuurders om de secretaris zonder procedure te lozen. Dat is gebeurd door enerzijds de secretaris flink zowel persoonlijk alsook als hoogste gemeenteambtenaar flink te beschadigen door het lekken van onjuiste informatie aan de media en hem over te halen medewerking te verlenen aan een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dit door het aanbieden van een zak gemeenschapsgeld en het opmaken van een vaststellingsovereenkomst. Hierdoor heeft het gemeentebestuur de secretaris (op papier) niet ontslagen, maar heeft de secretaris medegewerkt aan een “met wederzijds goedvinden “ beëindigen van de arbeidsovereenkomst. Wel onder oplegging van een totale geheimhouding. Hoe de Hoge Raad over dit soort geheimhoudingen denkt alsook over de plicht om inlichtingen te verstrekken , leert ons het MINK. K arrest. (HR. 28 maart 2003). Zowel op grond van de Grondwet(inlichtingen plicht ) is; in eigen
woorden en begrijpelijk samengevat ” een uitvoerend bestuursorgaan(college van B & W en/of burgemeester) verplicht aan de leden van het hogere bestuursorgaan (raad en/ of raadsleden) alle gevraagde inlichtingen te verstrekken. Daartoe doet ook niet aan af een (bevoegd) gesloten overeenkomst tot geheimhouding !! Deze vaststellingsovereenkomst is naar zijn aard een civiele overeenkomst en heeft o.i geen enkele beperking en/of verschoning zowel op bestuurlijk alsook op het civiele vlak van het verstrekken van inlichtingen aan de raad en/of individuele leden. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden is echter een rechterlijk verbod tot het verstrekken van inlichtingen volgens de HR niet uitgesloten”. Kortom zelfs de Hoogste Rechter staat geen verbod toe tot het verstrekken van inlichtingen, zelfs als de persoonlijke veiligheid in het geding kan zijn. !! Ook moet aan het handelen van het bevoegde bestuursorgaan in deze secretaris kwestie besluiten ten grondslag liggen. Of dat nu B & W besluiten zijn of besluiten van de burgemeester of van de raad. In elk geval moeten deze bestuursorganen hun besluiten in deze ,volgens artikelen 169 en 180 Gemeentewet, op verzoek tot inlichtingen daartoe van de raad en/of raadsleden voor de raadsleden daad werkelijk verstrekken. Dit mag onder oplegging van geheimhouding. Dat wordt door iedereen ook het college van B & W erkend.
Of de geheimhouding wenselijk is hangt van het individuele geval af. Ook moest de vaststellingsovereenkomst tussen gemeente en secretaris aan de raad ter advies worden voorgelegd. Maar dat betekent zeker niet dat dat de raad daarop inspraak heeft gehad of daarmede op enigerlei wijze afstand zou hebben gedaan van zijn recht tot het verkrijgen van (juiste) inlichtingen. De gevraagde inlichtingen aan het college van B & W en de Burgemeester, dienen derhalve verstrekt te worden. Het is de plicht van elk raadslid hun taken op een correcte wijze uit te voeren en verantwoording daar over af te leggen aan de burgers. Voorkomen dat raadsleden die opgave kunnen uitvoeren is strijdig met die plicht en kan taak verwaarlozing betekenen van degenen die doen. Wat de raadsleden wel hebben is de vrijheid al dan niet gebruik te maken van hun rechten. Maar raadsleden een recht op inlichtingen ontzeggen bij of op grond van een aangevoerde vaststellingsovereenkomst, houdt geen stand zoals het MINK.K arrest heeft aangetoond. Datzelfde geldt voor inlichtingen over personeelskwesties. Die trouwens onder geheimhouding door middel van de B & W besluiten ter inzage te leggen ter kennis van de raad gebracht dienen worden conform raadsbesluit daarover (zie art. 60 Gemwet.
Voor de controle door raadsleden moeten de bevoegde bestuursorganen zoals het College van B & W en de burgemeester, alle benodigde inlichtingen aan de raad of een individueel raadslid verstrekken op grond van de genoemde artikelen 169 en 180 Gemeentewet, ook in deze secretaris kwestie. Daar zijn alle bestuursorganen het toch over eens. Resteert het jaarverslag d.d. september 2021. Naar aanleiding van een Wob verzoek is erkend door het college van B & W dat het gevraagde jaarverslag er wel is, maar het niet openbaar wordt gemaakt. Hetgeen nu via het (advocaten) advies, tot ons komt schept verbazing. Het opgemaakte jaarverslag sept. 2021 zou door de secretaris zijn opgemaakt voor zijn eigen personeelsdossier ! Wat zou kunnen of moeten staan in zo’n jaarverslag ? In elk geval een terugblik op hetgeen onder de leiding van de secretaris is uitgevoerd met betrekking tot het functioneren van de ambtelijke organisatie. Mogelijk een beeld van de wijze van werken of werkmethoden, tevredenheidsoverzicht van cliënten en dan mogelijk per onderdeel van de organisatie , de personeelsformatie en of krimp of uitbreiding noodzakelijk moet worden geacht in verband met de doelstellingen van het bestuur , eventuele ervaren knelpunten, mogelijk verbeterpunten etc.etc. Het jaarverslag moet het bestuur dienstig zijn om de organisatie goed en deugdelijk te laten en blijven functioneren.
Daarvoor kunnen financiële maatregelen noodzakelijk voor zijn. Daarover dient de raad op voorstel van het college dan een besluit te nemen. Meestal gebeurt dit in een begroting. Daarvoor moeten wel de inlichtingen ( onderliggende documenten zoals jaarverslag secretaris) aan de raad verstrekt worden zodat de raad kan beoordelen of de (toekomstige) voorstellen en besluiten goed en deugdelijk zijn onderbouwd. De raad moet dan op de uitvoering controle uitoefenen. Het advocaten advies leert ons dat het geweigerde jaarverslag handelt over onder meer over: de visie van de secretaris op functioneren van de organisatie, de onderlinge verhoudingen en samenwerking en zijn functioneren en rol daarin. Dat is helder en duidelijk en niets mis mee. Waarom dan de weigering om de gevraagde inlichtingen te verstrekken, zal iedereen zich afvragen.? Omdat dit jaarverslag uit het personeelsdossier van de gemeente secretaris zou zijn gevist Maar het is wel opgesteld om te delen met de burgemeester ! Niet om
te verspreiden !. Maar ook de burgemeester is een bestuursorgaan dat ingevolge artikel 180 Gemeentewet verantwoording verschuldigd is aan de raad en verplicht is om de door raadsleden de gevraagde inlichtingen te verstrekken ? Dat is immers ook erkend. Dus geen verspreiding maar delen met de raad. Bovendien is het bestuursorgaan BM ook niet de” baas “ van de secretaris, dat is immers het voltallige college van B & W. De burgemeester heeft geen uitzonderingspositie met betrekking tot het de gemeentesecretaris. Kortom het jaarverslag behelst zo te oordelen zaken die daarin horen te staan en daarvoor maakt niet uit voor welk bestuursorgaan B&W of enkel BM, het is opgesteld. Een doel , zo maken wij op uit het advocaten advies op is o.a. het functioneren van de organisatie. Bekend is en was bij bijna alle raadsleden dat dit beter kon. Daar zou ook aan de hand van de visie (jaarverslag?)van de secretaris gesprekken met de raad over volgen zoals reeds eerder aangehaald in december 2021. Dat was voor iedereen helder en duidelijk. Zie ook de opmerkingen door BBB-LP daarover bij de begrotingsbehandeling nov. 2021. Het is prima te vernemen uit het advocaten advies (pag.8) dat de raad de taak heeft om het college van B & W te controleren. Dat dit beperkt wordt tot besluiten en het handelen is niet correct.
Ook het mogelijk na laten te handelen om de belangen van de gemeente te dienen, is een besluit en handelen. Tevens geldt hetzelfde ingevolge artikel 180 Gem.wet ook voor de burgemeester. Die moet eveneens verantwoording afleggen aan de raad en de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Dat is helder en duidelijk. Dat het betreffende jaarverslag door de secretaris voor zijn eigen personeelsdossier zou zijn opgemaakt, is volstrekt ongeloofwaardig. Maar dat maakt ook geen verschil met betrekking tot het verplicht verstrekken van de gevaagde inlichtingen op grond van artikel 160 en 180 Gemeentewet, het jaarverslag is immers gedeeld met het bestuursorgaan burgemeester. Dat het college en/of de burgemeester zich met betrekking tot dit verzoek tot het verstrekken van inlichtingen zou kunnen beroepen op de tenzij bepaling: “strijd met openbaar belang” te weten bescherming van de persoonlijke levenssfeer of benadeling van particulieren, is gelet op het Mink.K arrest onjuist. Het vermelde MINK.K. arrest uit 2003 heeft ons geleerd dat zelfs geen civielrechtelijke overeenkomst tot geheimhouding tussen de Minister en Mink. K een uitzondering kan zijn met betrekking tot bescherming persoonlijke levenssfeer en veiligheid om in die casus de 2e Kamer te moeten informeren. Het aangehaalde art.68 Grondwet prevaleert.
Alles in het advocaten advies aangehaald zowel op arbeidsrecht gebaseerd alsook over persoonlijke
beleidsopvattingen, snijden zeker bij verzoeken van raadsleden geen hout, dat is van algemene bekendheid. Sommige mensen zouden dit wel willen, maar dat is zeker reeds jaren niet zo. Bij Mink. K speelde de veiligheid van hem een belangrijke rol, maar de Hoge Raad oordeelde dat het verstrekken van inlichtingen een hoger belang dienden. Als de secretaris een jaarverslag opstelt, is dat geen persoonlijke visie maar een objectieve en controleerbaar verslag van hetgeen dat jaar zich heeft af gespeeld. Dat ambtenaren voorzichtiger zouden worden met het geven van schriftelijke adviezen aan het college, is volstrekt misplaatst. Dat kan enkel gelden voor verzoeken op grond van de Wet open overheid, maar die is niet van toepassing voor raadsleden. Het college is in hoofdzaak een uitvoerend bestuursorgaan. Het college voert besluiten (opdrachten) genomen door de raad. De raad is het hoogste bestuursorgaan waaraan verantwoording dient te worden afgelegd.
Maar begrijpen wij het goed dat nu wordt gesteld dat de raad de ambtelijke adviezen aan het college van B & W en/of de burgemeester zeker niet ter lering kennis van mogen nemen.? Hoe moeten wij dit “mosterd na de maaltijd “ advocaten advies dan zien? Vallen externen (advocaten) adviezen niet daarbuiten ? Ieder normaal denkend mens zal toch begrijpen dat bij beraadslagingen en besluiten raadsleden gaarne ALLE informatie willen hebben die zij nodig achten en wensen voor een zorgvuldige en goed onderbouwde besluitvorming. Kortom: De plicht tot het verstrekken van inlichtingen aan de raad en/of individuele raadsleden op grond van art. 169 en 180 Gemeente wet, wordt erkend door iedereen en daar bestaat geen misverstand over; Voor verzoeken om inlichtingen ex. artikel 169 en 180 Gemeentewet geldt voor raadsleden zeker niet de Woo en in het verleden de Wob; Het raadsbesluit ter periodiek ter inzage leggen van de vertrouwelijk B & W besluiten (art. 60 Gemwet.) wordt door College van B & W niet nageleefd; Onbekend is wie de opdrachtgever is aan dezelfde advocaat die ook in de ontslagkwestie secretaris heeft geadviseerd en op grond waarvan en waarom ; Het advocatenadvies is aan geen enkel bestuursorgaan uitgebracht, maar enkel aan de rechtspersoon gemeente Brunssum ter attentie van een ambtenaar;
Op dit advocaten advies zou een geheimhouding rusten. Of dat zo is en welk bestuursorgaan dat dan zou hebben gedaan, valt nergens formeel uit af te leiden en is dus dan ook zeker niet vertrouwelijk of geheim; Het externe advocaten advies , wat daar ook van zij, is tardief en had niet ter kennis van de raad gebracht mogen worden en zeker niet onder geheimhouding. Immers dan kunnen raadsleden geen andere wetenschappers te raadplegen voor second opinion; Het lijkt o.i. nu meer dan wel enkel op een onrechtmatige inbreuk van en door wie is de vraag , met het doel om de besluitvorming op grond van onjuiste argumenten en stellingen, raadsleden bij de besluitvorming te beïnvloeden. Waarbij dan andere raadsleden hun toegekende rechten om het college en de burgemeester te controleren te ontnemen. TE BESLUITEN Wij verzoeken de Raad te besluiten dat het college van B & W en/of de burgmeester de gevraagde inlichtingen volledig dient te honoreren. Dit door middel van het complete dossier ter beschikking te stellen zoals besluiten over de aanleiding tot en het schorsen van de secretaris, evenals het verder verloop en besluiten, adviezen, overleggen die hebben plaatsgevonden van en of namens en/of door partijen en verslagen daarvan, sms- berichten, de dagvaarding en eventueel verweer.
Kortom het complete dossier dat geleid heeft tot beëindiging van arbeidsovereenkomst met de voormalige gemeentesecretaris inclusief het gevraagde jaarverslag van sept. 2021 dat zeker aan de burgemeester is verstrekt.
Tot het geven van inlichtingen zijn wij altijd bereid.
J.M.H. Palmen plv. fr.vz. BBB-LP