CConstaterende datBrunssum
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag

Raadsvergadering 29 oktober 2024, gemeente BrunssumBij agendapunt: Beslissing op bezwaarschrift d.d. 25 juli 20242.150 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rc

Oï

1

o

§

Brunssum, 25 juli 2024. X

AAN

De Gemeenteraad van Brunssum p/a de Griffier Postbus 250

6440 AT Brunssum

Betreft :

Bezwaar tegen het raadsbesluit d.d. 02 juli 2024 tot het weigeren aanpassing op belangrijke onderdelen van het schriftelijk verslag van besloten raadsvergadering de d.d. 12 december 2023 en het verzoek het bedoelde besluit in deze raadsvergadering hierover her te overwegen.

Geachte Raad,

Ondergetekende J.M.H. Palmen, Dorpstraat 49 te 6441 CB Brunssum, tekent hierdoor ook als raadslid evenals namens zijn fractie Burger Belangen Brunssum Lijst Palmen (BBB-LP), bezwaar aan tegen het ongemotiveerde weigeringsbesluit van de Raad om het voorstel het schriftelijk verslag van het besloten gedeelte van de raadsvergadering d.d. 12 december 2023 in overeenstemming te brengen met de aard en bedoelingen van de wetgever.

Zeker voor wat betreft de werkelijkheid en/of ware feiten en op zeer essentiële onderdelen zoals o.a. toelichting, geuite beweringen, gestelde vragen en antwoorden etc. die het initiatief raadsvoorstel al dan niet beter zouden moeten kunnen verantwoorden Een en ander conform de aan de raad tijdig d.d. 27 juni 2024 schriftelijk kenbaar gemaakte opmerkingen/wijzigingen door ondergetekende en ook namens zijn fractie BBB-LP.

rc

Oï I <2

f

O

§

Aanleiding voor initiatief raadsvoorsteld.d. 12 dec. 2023 .

Ondergetekende is raadslid in de gemeente Brunssum en als fractie voorzitter maakte hij conform de vigerende verordening deel uit van de werkgeverscommissie bestaande uit 3 raadsleden. De toenmalige Griffier, bij elke bijeenkomst (ongevraagd) aanwezig, was niet gecharmeerd van de ( positief bedoelde) kritiek die ondergetekende over zijn griffie functioneren voor de raad had. Volgens ondergetekende schermde in hoofdzaak de griffier op onjuiste wijze het disfunctioneren af van andere bestuursorganen dan de Raad. De griffier voorkwam hierdoor dat de raad als volksvertegenwoordigers en hoogste bestuursorgaan naar behoren en op een wettige wijze zouden kunnen functioneren.

De op de juiste plek geuite kritiek op deze onvolkomenheden/tekortkomingen/ en de gedane suggesties ter voorkoming en verbetering leidde ertoe dat de griffier vond dat ondergetekende hiermede moest stoppen. Ook al wees ondergetekende hem en de mede cie-leden erop dat de griffier diverse malen zijn ondeskundigheid en tekortkomingen had gedemonstreerd en dat de raad hierdoor onjuist (in strijd met de wet) was geadviseerd in diverse aangelegenheden. Kortom de griffier verwaarloosde volgens ondergetekende zijn belangrijkste functie voor de raad op een zodanige wijze dat ondergetekende hem het welgemeend advies gaf de eer aan zichzelf te houden. De griffier vond dat de 2 andere collega’s hiertegen stelling dienden te nemen. De belangen van hem als werknemer diende te worden gediend. Niet de raad en het juist functioneren daarvan was voor hem om welke reden dan ook blijkbaar niet belangrijk. Meerdere incidenten bij andere bijeenkomsten/commissies en zijn optreden op de griffie waren niet in overeenstemming met een verantwoorde, zorgvuldige en veilige vervulling van zijn functie. Hierop aangesproken door ondergetekende in de werkgeverscommissie vond de griffier dit ongehoord en een ondermijning van zijn gezag en vond dat de andere coalitie werkgeverscommissie leden dienden in te grijpen.

De raad in kennis moesten stellen van ondergetekende zijn “kwalijk” handelen en hem laten elimineren als werkgeverscommissielid. Ondergetekende had de stellige indruk dat de gedachte daarbij was dat je de Raad toch alles, juist of niet, kunt voorschotelen, zeker als het ondergetekende betreft.

rc

Oï

»

o

§

De echte feiten zouden ook niet te controleren zijn, immers in strijd met de Gemeentewet zijn de werkgeverscommissie bijeenkomsten (als bestuurscommissie) ook nu weer besloten en worden niet gepubliceerd. Zelfs op de agenda en de notulen ligt volgens de griffier en de voorzitter van de werkgeverscommissie ook thans weer (raad 12/12 /’23)geheimhouding; ook dat besluit was en is wederom in strijd met de wet.

Ondergetekende zou toch niet gelooft worden door de meerderheid van de raad als hij de feitelijke toestand op de griffie zou weergeven. Dus moest er een initiatief voorstel naar de raad worden gebracht om een andere samenstelling van de werkgeverscommissie gelijk als bij de klankbordgroep, te verkrijgen. Maar wel op een wijze dat het initiatiefvoorstel geheim bleef voor de buitenwereld. Dat bleek volgens ondergetekende voor zowel de griffier, de coalitie leden van de werkgeverscommissie alsook de adviserende bestuursorganen een te hoog gegrepen klus. De bestuurscommissie diende, volgens ondergetekende onbevoegd (strijd met de wet) een initiatief raadsvoorstel in en legde eveneens geheimhouding op de verstrekte informatie waaronder een privé dossier van de werkgeverscommissie voorzitter. Dat is sowieso aan raadsleden niet voorbehouden.

Op het initiatiefvoorstel is niet schriftelijk door B & W gereageerd en eveneens geen wensen en bedenkingen bij de raad ingebracht, (art. 147 en 147a Gemwet.) Volgens ondergetekende en ook zijn fractie is in strijd met de wet op voorstel van de voorzitter het voorstel door de Raad in behandeling genomen. Waarom dit ook nog vooraf reeds bepaalt door de initiatiefnemer in een besloten raadsvergadering moest geschieden werd niet gemotiveerd. Dit terwijl de Gemeentewet voor de uitzonderingen op de openbaarheid voor motivering toch verwijst naar de Wet open overheid. (Woo). Het initiatief voorstel was een gewoon voorstel en handelde feitelijk enkel over het intrekken van een intern werkende beleid/verordening, het opheffen van een bestuurscommissie, het vaststellen van een nieuw beleid en/of intern werkende verordening en het benoemen van de leden van de nieuwe bestuurscommissie. Het werkelijke doel, het elimineren van ondergetekende als ongewenst lid van de werkgeverscommissie, bleef hiermede buiten zicht. Dat is niet verboden, wel typerend voor de huidige wijze van besturen.

Ondergetekende had bovendien, vooraf was immers bepaald dat behandeling van het voorstel in beslotenheid diende te geschieden, onmiddellijk kenbaar gemaakt dat wat hem betrof alles in het openbaar diende te worden behandeld. Hij zag af van enige vorm van privacy bescherming. Dat was niet wat de initiatiefnemers wilden ter voorkoming dat de ware feiten en hun functioneren aan het licht zouden kunnen komen.

rc

Oï

o

§

Het initiatief voorstel is behandeld in een besloten gedeelte van de raadsvergadering van 12 december 2023.

Besluitvormende raadsvergadering en het besluit d.d. 12 december 2023 met vervolg. Op 12 december 2023 is in een besloten gedeelte van de raadsvergadering o.a. aan de orde geweest 1. een voorstel tot transacties en instemming verlenen voor aanwijzing woonwagen locatie; 2. een initiatief voorstel van de bestuurscommissie werkgeverscommissie tot het opheffen van de vigerende verordening werkgeverscommissie raadsgriffie; het ontbinden van de zittende werkgeverscommissie; het vaststellen van een verordening werkgeverscommissie 2023 en het benoemen van de nieuwe leden van de werkgeverscommissie.

In de raadsvergadering van 30 januari 2024 is een besluitenlijst vastgesteld ook over het besloten gedeelte van de raadsvergadering. De voorzitter weigerde toen ondergetekende ondanks een vooraf gedane woordmelding, het woord te geven over de besluitenlijst en de opmerkingen te laten maken over de ontbrekende schriftelijke verslaglegging. Bij vaststelling op 12 maart 2024 van de besluitenlijst van de raadsvergadering 30 januari 2024 gebeurde dit eveneens. Duidelijk werd blijkbaar wel dat er iets ontbrak aan de besluitenlijst van 30 januari 2024 namelijk het schriftelijk verslag van het besloten raadsgedeelte d.d. 12 december 2023 zoals dit is neergelegd in artikel 23 lid 5 Gemeentewet. In het daarop volgend Presidium is naar aanleiding van de opmerkingen van ondergetekende de burgemeester erop gewezen dat artikel 23 lid 5 van de Gemeentewet dwingend recht is en er dus op zeer korte termijn een schriftelijk verslag aan de raad dient te worden aangeboden.

Enkele fractievoorzitters lieten op verzoek van de burgemeester toen weten dat volstaan kon worden met een zeer korte schriftelijk verslag. Hetgeen door ondergetekende werd bestreden, omdat gelet op andere onwettige aangelegenheden die hadden plaatsgevonden in dat bewuste besloten gedeelte van de raadsvergadering. Dat in het verslag zeker de in de raadsvergadering gestelde vragen, opmerkingen en stellige maar ongefundeerde en smadelijke beweringen van diverse raadsleden diende te zijn opgenomen. De burgemeester deelde mede gehoord hebbend een meerderheid in het Presidium zorg te zullen dragen voor het schriftelijk verslag.

In de raadsvergadering d.d. 04 juni 2024 werd het litigieuze schriftelijk verslag wederom niet ter vaststelling aangeboden. Ondergetekende maakte de opmerkingen

rc

Oï I . <2 O

§

dat dit niet volgens afspraak was en dat, gelet op de ontstane personele situatie en het enorme tijdsverloop , hij zeer betwijfelde of het verslag nog wel conform de werkelijkheid zou worden opgemaakt. Immers buiten hij zelf had niemand aantekeningen gemaakt. De voorzitter noemde dat een onjuiste veronderstelling. Er zouden aantekeningen zijn gemaakt, door wie werd niet vermeld. Ondergetekende diende eerst maar het verslag af te wachten. Waarop ondergetekende opmerkte, dat als toch alles was opgetekend waarom dan het verslag meer dan 7 maanden op zich moest laten wachten. Zonder aantekeningen zou bijna niemand in de raad nog ( willen ) weten wat er allemaal was gesteld en beweerd. Ondergetekende moest maar afwachten tot de raadsvergadering van 02 juli 2024.

Gronden. (Te) Kort voor die raadsvergadering werd het schriftelijk verslag voor de raadsleden onder geheimhouding op de griffie ter inzage gelegd. Een zeer miniem aantal raadsleden ( 1 of 2 ??) namen kennis van het verslag.

Ondergetekende nam zich de moeite om het verslag te lezen en kwam tot de conclusie dat wezenlijke opmerkingen, vragen en stellige beweringen als zeer belangrijke onderdelen in de wettelijke bepaalde schriftelijke verslagleging ontbraken.

Reden weshalve hij tijdig 24 juni 2024 en schriftelijk conform RvO heeft gereageerd met een verzoek tot aanpassing van het schriftelijk verslag over het besloten gedeelte van de raadsvergadering d.d. 12 december 2023. Bij de behandeling van het schriftelijk verslag in de raad van 02 juli 2024 liet de voorzitter weten geen discussie toe te staan over de door ondergetekende en zijn fractie gedane aanpassingen/opmerkingen en dat de raad enkel diende te stemmen over al dan niet vaststellen van het door haar gepresenteerde voorliggende schriftelijk verslag of de ingebrachte zienswijze. De voorzitter handelt daarmede in strijd met het recht, de wet en het RvO evenals alle beginselen van behoorlijk bestuur evenals de raad die dit toestond. Beraadslagingen, overleg en/of discussie was dus onmogelijk ondanks dat zowel de wet alsook het RvO het spreken en beraadslagingen over elk agendapunt toestaan. De coalitiepartijen waren het uiteraard eens met de voorzitter. Welke overstijgende belangen vonden zij dan belangrijker dan een niet conform de wet bedoeld juist opgemaakt schriftelijk verslag? Dat mogen de burgers en ondergetekende toch ook weten. Collega raadsleden het spreken verbieden over een agendapunt met ingebracht zienswijze zoals is geschied, is in strijd met het recht, de wet en RvO en alle beginselen van behoorlijk bestuur.

rc

Oï

I

-p2 O

§

De raad heeft het advies van de voorzitter overgenomen en besloten dat de ingebrachte schriftelijke aanpassingen van ondergetekende en zijn fractie ongemotiveerd werden genegeerd. Nog niet eens voor kennisgeving te nemen. Het door de voorzitter gepresenteerde schriftelijk verslag van het besloten raadsgedeelte werd onaangepast vastgesteld. Ondanks dat een grote meerderheid van de raadsleden inhoudelijk zo bleek ondergetekende geen actieve herinnering aan die raadsvergadering van 12 december 2023 had. Ook ondanks dat het gepresenteerde verslag niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Dat is in strijd met het recht, de wet en alle beginselen van behoorlijk bestuur. Het controleren van de beweerde aantekeningen was en is onmogelijk en van wie die aantekeningen afkomstig zouden zijn werd ook niet aangegeven. Dat is, buiten het op zich onjuist opmaken van een wettelijk verplicht schriftelijk verslag zoals bedoeld in art. 23 lid 5 Gemeentewet, het voorkomen dat raadsleden hun wettelijk toegekende controlerende functie kunnen uitoefenen en eveneens strijdig met het recht, de wet en alle beginselen van behoorlijk bestuur.

Kortom het handelen van de voorzitter richting de raad maar ook het handelen van de raad in deze kwestie is daarmede niet alleen in strijd met het recht en de wet, maar ook met alle beginselen van behoorlijk bestuur zoals o.a. rechtszekerheid-, détoumemont du pouvoir -, fair play -, vertrouwens-, legaliteit-, gelijkheids- en motiveringsbeginsel.

Het bestreden beluit kan volgens ondergetekende dan ook niet in stand blijven. Weshalve ondergetekende de raad verzoekt hem in zijn bezwaar ontvankelijk te verklaren en om primair te besluiten dat: 1. het bestreden besluit d.d. 02 juli 2024 in te trekken en te besluiten dat over de ingebrachte schriftelijke aanpassingen d.d. 24 juni 2024 op het schriftelijk verslag van het besloten gedeelte van de raadsvergadering d.d. 12 december 2023 de beraadslagingen over het bestreden schriftelijk verslag evenals de wijzigingsvoorstellen worden toegestaan in de eerst volgende raadsvergadering;

secundair het verzoek tot een heroverweging ontvankelijk te verklaren en te besluiten om meerdere formele redenen dat:

2. na nadere en zorgvuldigere bestudering het besluit over het initiatievoorstel zoals vastgesteld in het besloten gedeelte van de raadsvergadering d.d. 12 december 2023 niet alleen inhoudelijk maar ook formeel in strijd is met o.a. de Gemeentewet en het recht en alle beginselen van behoorlijk bestuur en derhalve niet in stand kan blijven.

rc

Oï I . <2 O

§

Besluit dat het litigieuze besluit d.d. 12 december 2023 wordt ingetrokken.

Ondergetekende is bereid om dit bezwaarschrift nader toe te lichten en hoopt hiertoe ook te worden uitgenodigd voor een hoorzitting.

In afwachting van uw besluit verblijft hij met

Hoogachting

f

J.M.I

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Brunssum&id=892c0ba3-a183-4997-8600-5d68c50fcce3