190703 AB agendapunt 08b.1 bijlage Notitie Eén Jeugdgezondheidszorg in Zuid Limburg - versie 3.0 AB.pdf
Tekst van het document
Eén Jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur 3 juli 2019
Juni 2019
1
Voorwoord
Het dossier Jeugdgezondheidszorg (JGZ) kent een lange geschiedenis. Afgelopen jaren was JGZ een terugkerend bestuurlijk thema, zowel voor wat betreft de meest geschikte organisatievorm, de informatievoorziening alsook ten aanzien van het gemeentelijk opdrachtgeverschap. Dit laatste mede in relatie tot de rol van JGZ binnen het sociaal domein. Onderzoeken door BMC (2012) en Advante (2016) hebben input gegeven aan een discussie, maar hebben destijds niet tot concrete wijzigingen geleid. Het laatste jaar is het speelveld fundamenteel veranderd. De JGZ-organisaties hebben – gelieerd aan de ambities uit het regionaal gezondheidsbeleid – de handen inéén geslagen op weg naar de toekomst. Er is sprake van een gedeeld toekomstbeeld, dat wordt ingevuld vanuit een gelijkwaardige en constructieve samenwerking tussen de organisaties en een duidelijke behoefte aan eenduidigheid in dienstverlening, sturing en verantwoording. Op zoek naar een meer structurele oplossing voor de knelpunten in de huidige praktijk en op zoek naar dé best passende werkwijze om bij te dragen aan de trendbreuk, is door de JGZ-organisaties in Zuid-Limburg (Envida, GGD Zuid Limburg, MeanderGroep en Zuyderland) in 2018 een gedegen verkenning uitgevoerd. Dit heeft geleid tot een voorstel van de 4 JGZ-organisaties om in de toekomst te komen tot één organisatie voor JGZ in Zuid-Limburg.
Uitgangspunt hierbij is dat de vier JGZ-organisaties maximaal ontschot worden in werkwijze, leiderschap en financiën. Een plan van aanpak, dat moet leiden tot een ontschotting per 01.01.2020, is bestuurlijk omarmd in het Algemeen Bestuur van 5 juli 2018. Onder verantwoordelijkheid van de bestuurlijke stuurgroep JGZ is in de afgelopen maanden hard gewerkt aan de uitwerking van dit voorstel. In lijn met wat medio 2018 door het Algemeen Bestuur is besloten, wordt toegewerkt naar één juridische entiteit voor JGZ in Zuid-Limburg met één begroting per 01.01.2020. Medewerkers zijn vanaf dat moment in dienst van en vallen onder verantwoordelijkheid van de GGD Zuid Limburg. Vanaf januari 2020 heeft JGZ één beeld naar buiten. Dit document vormt de onderlegger voor het door het Algemeen Bestuur te nemen besluit om de nieuwe JGZ-organisatie in Zuid-Limburg per 01.01.2020 van start te laten gaan en onder te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg. In het document vindt u alle relevante informatie over het dossier, startend met de informatie die al eerder is gedeeld en mede richtinggevend is geweest voor de verdere invulling van proces tot nu toe. Met name de hoofdstukken 9 (personeel), 10 (financiën) en 11 (besluitvorming) bevatten recent beschikbaar gekomen informatie die nog niet eerder met het Algemeen Bestuur is gedeeld.
2
Inhoudsopgave
1.
Inleiding 1.1 Tijd voor verandering 1.2 Bestuurlijke opdracht
5 5 6
2.
Waarom één jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg? 2.1 Eén organisatie voor JGZ in Zuid-Limburg 2.2 Trendbreuk
7 7 8
3.
Wet- en regelgeving 3.1 Wet publieke gezondheid 3.2 Besluit publieke gezondheid 3.3 Overige wetgeving
9 9 9 9
4.
Uitgangspunten, sturing en positionering 4.1 Uitgangspunten 4.2 Sturing en positionering
11 11 12
5.
Vorm van de nieuwe organisatie 5.1 Advies JGZ-organisaties 5.2 Ambtelijk advies 5.3 Opdracht aan JGZ-organisaties en werkgroep JGZ
13 13 13 14
6.
Overgang van onderneming
15
7.
Opdracht aan de nieuwe JGZ-organisatie 7.1 Verslaglegging en verantwoording
16 16
8.
Routekaart voor de vorming van één JGZ
17
9.
Personeel 9.1 Nieuwe werkgever voor (deel) personeel 9.2 Inzicht in arbeidsvoorwaarden 9.3 Arbeidsvoorwaarden in de toekomst
19 19 19 20
10.
Financiën 10.1 Due Diligence onderzoek 10.2 Begroting 2020 10.3 Projectkosten 10.4 2020 en verder: harmonisering en efficiency 10.5 Financiële implicatie per gemeente
21 21 22 23 23 23
11.
Besluitvorming
24
12.
Opgaven vanaf 2020
25
3
Bijlagen 1. Samenstelling stuurgroep één JGZ 2. Samenstelling ambtelijke werkgroepen 3. Overzicht bestuurlijke besluitvorming 4. Organisatievormen JGZ 5. Brief JGZ-organisaties over organisatievorm 6. Advies Capra één JGZ (organisatievorm) 7. Ambtelijk advies organisatievorm 8. Juridisch advies overgang van onderneming 9. Opdracht aan één JGZ 10. Indicatoren verantwoording 11. Routekaart 2019 12. Juridisch advies cao één JGZ 13. Overzicht bijdrage 2018 per gemeente 14. Overzicht locaties 15. Projectbegroting 16. Juridisch advies besluitvorming één JGZ 17. Raadsinformatiebrief juni 2019 18. Routekaart vanaf 2020 19. Overzicht financiële componenten één JGZ 20. Samenvatting ambtelijk informatiebijeenkomst één JGZ
4
1.
Inleiding
De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) is het fundament voor een gezonde jeugd. Alle ouders en kinderen kunnen er terecht voor informatie en ondersteuning op het gebied van een gezonde, veilige ontwikkeling en een positieve opvoeding. De JGZ heeft hierdoor als enige partij in de gezondheidszorg en het sociaal domein vrijwel alle kinderen van 0 tot 18 jaar in Nederland in beeld en weet of ze gezond opgroeien. De GGD is in Zuid-Limburg verantwoordelijk voor de uitvoering van de JGZ voor kinderen van 4 tot 18 jaar. Envida, MeanderGroep en Zuyderland zijn verantwoordelijk voor de uitvoering voor de JGZ voor de leeftijdsgroep van 0 tot 4 jaar in respectievelijk de regio’s Maastricht-Heuvelland, Parkstad en Westelijke Mijnstreek.
1.1 Tijd voor verandering De wereld waarin de JGZ werkt, verandert. Er zijn meer kinderen die opgroeien in een gezin met multiproblematiek zoals armoede, verslaving, huiselijk geweld of een taalachterstand. Tegelijkertijd is het minder vanzelfsprekend om de JGZ te bezoeken en verandert de rol van de gebruiker van de zorg. Ondanks het laagdrempelige karakter en de extra inspanningen van JGZ-professionals is in sommige wijken sprake van een hogere no show. Juist daar waar ondersteuning en begeleiding wenselijk lijkt, worden ouders en kinderen niet altijd bereikt. Ook de rol en positie van de JGZ als samenwerkingspartner verandert. De spilfunctie van de JGZ wordt sterker; de expertise van de JGZ wordt steeds vaker ingeschakeld. JGZ is een vaste gesprekspartner voor scholen, gemeenten en zorgpartners en ook huisartsen zoeken steeds vaker contact. Een positieve ontwikkeling waarin vraagstukken steeds vaker vanuit een brede en op gezondheid gerichte bril benaderd worden. Maar er is ook een keerzijde. Al deze extra vragen en contacten maken dat het werk van de JGZ onder druk staat. De toegenomen vraag van partners in combinatie met het feit dat steeds meer risico’s vroegtijdig worden gesignaleerd (en zorgen voor meer contacten van de JGZ met partners, ouders en kinderen) maakt dat het werk en de begroting onder druk staan.
Voldoende aanleiding om de wijze waarop de JGZ nu georganiseerd is tegen het licht te houden en te bouwen aan een nieuwe dynamische en flexibele organisatie. Een verandering die ook past in de fundamenteel gewijzigde rol van gemeenten. Gemeenten hebben sinds enkele jaren meer verantwoordelijkheden op het gebied van jeugd en participatie en zoeken naar regie en samenhang in de jeugdketen. Zij hebben als doel dat jeugdigen gezond en veilig opgroeien, talenten ontwikkelen en naar vermogen participeren aan de samenleving. Afgeleid hiervan streven zij ernaar om (zware) zorg zoveel mogelijk te voorkomen. Bij alle partijen – zowel in het gemeentelijk domein als de domeinen van onderwijs en zorg – groeit het besef dat de inzet van de JGZ niet alleen een inhoudelijke meerwaarde heeft, maar ook daadwerkelijk kan zorgen voor beter passende en lichtere / kortere hulp.
5
1.2 Bestuurlijke opdracht De bestuurlijke opdracht is meerledig. In januari 2018 heeft het Algemeen Bestuur opdracht aan de 4 JGZ-organisaties gegeven om te starten met het ontwikkeltraject (fase 1) om te komen tot één JGZ in Zuid-Limburg. Op basis van een opgesteld plan van aanpak heeft het Algemeen Bestuur in juli 2018 deze opdracht geconcretiseerd (fase 2) en gevraagd om in het ontwikkeltraject de ook noodzakelijke onderzoeken te doen en de voorbereidingen te treffen om te komen tot één begroting voor JGZ. Gelet op de omvang en complexiteit van de opdracht is eind 2018 een bestuurlijke stuurgroep één JGZ geformeerd die bestuurlijk sturing geeft aan dit ontwikkeltraject (zie bijlage 1 voor samenstelling stuurgroep). Opdracht stuurgroep één JGZ Opdracht voor de stuurgroep is te komen tot één JGZ met ingang van 2020. De opdracht heeft een tweeledig karakter. De stuurgroep krijgt de opdracht om te komen tot een concreet voorstel t.a.v. het gemeentelijk opdrachtgeverschap voor één JGZ. Daarnaast geeft de stuurgroep richting aan het organisatie ontwikkeltraject dat moet leiden tot één JGZ-organisatie per 01.01.2020. Aanvullend wordt aan de stuurgroep gevraagd om te komen tot een advies over (bestuurlijke) governance vanaf 2020.
Het Algemeen Bestuur vraagt aan de stuurgroep om – in samenwerking met de ambtelijke werkgroepen (zie bijlage 2) en de Gemeenschappelijke Regeling GGD – te komen tot een totaalvoorstel (organisatievorm inclusief o.a. financiële randvoorwaarden, collectief opdrachtgeverschap) voor één JGZ. Het Dagelijks Bestuur geeft aan de stuurgroep inbesteding (sturing in nabijheid en bij voorkeur uitvoering als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling GGD) als richtinggevend kader mee. Ook de bestuurlijk Financiële Commissie adviseert inbesteding. Onderdeel van de opdracht aan de stuurgroep is dit richtinggevend kader verder uit te werken en te komen tot een volwaardig besluitvormend document dat recht doet aan de afgesproken inhoudelijke ambities (mede in relatie tot de trendbreuk) en juridisch en financieel verantwoord is. Ter volledigheid is een overzicht van de bestuurlijke besluitvorming in dit dossier als bijlage 3 bijgevoegd.
6
2.
Waarom één Jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg?
Elke ouder wil het beste voor z’n kind. En geen enkel kind wil langs de kant staan vanwege (gezondheids)problemen. De JGZ kan ouders en kinderen daarbij helpen. Al vele jaren maakt het overgrote deel van de Zuid-Limburgse gezinnen gebruik van de expertise van de JGZ-professionals, maar als we kritisch kijken naar onszelf kan én moet het anders! De gezondheid van de inwoners van Zuid-Limburg blijft achter ten opzichte van de gezondheid in Nederland. Limburg heeft de op één na grootste groep jeugd die een beroep doet op jeugdhulp en ook het zorggebruik is hoog. Wetenschappers laten er geen twijfel over bestaan: zo vroeg mogelijk investeren in veilig en gezond opvoeden en opgroeien zal wezenlijk bijdragen aan het verkleinen van de achterstanden op het gebied van gezondheid en participatie in de verdere levensloop. Met een vroege start, al voor de conceptie, is de grootste gezondheidswinst te halen. Door te werken aan een gezonde jeugd creëren we een nieuwe gezonde generatie. Het heeft veel voordelen om problemen zo snel mogelijk te herkennen. Problemen die eerder worden ontdekt, kunnen vaak met lichte hulp en ondersteuning worden opgelost. Dit is niet alleen gunstig voor de kinderen zelf, maar heeft ook een positief effect op de kosten voor onder andere de gezondheidszorg en de jeugdzorg. Bovendien kan op deze manier de groep kinderen waar het goed mee gaat steeds groter worden.
2.1 Eén organisatie voor JGZ in Zuid-Limburg De ambitie van de trendbreuk zorgt bij zowel de Zuid-Limburgse gemeenten alsook bij de JGZ-organisaties voor het besef dat een gestructureerde samenwerking van de JGZorganisaties in Zuid-Limburg belangrijker is dan ooit.
“Wat ons drijft is dat wij de groep gezonde kinderen in Zuid-Limburg willen vergroten, om zo bij te dragen aan de trendbreuk in de achterblijvende gezondheidssituatie van Zuid-Limburg. Dit doen wij door voor alle kinderen in te zetten op een kansrijke start en optimale ontwikkeling. Alleen samen kunnen we de gezondheidsachterstanden in deze regio inlopen. Ook al doen we alle vier ons uiterste best om goede zorg te bieden, het levert onvoldoende resultaat op. Ons zorgaanbod is te versnipperd; we maken niet genoeg massa. De overtuiging dat de organisaties de handen ineen moeten slaan, sluit naadloos aan op de ambitie van de Zuid-Limburgse gemeenten om in sterke coalities een trendbreuk te realiseren.” Roger Ruijters (Envida), Fons Bovens (GGD), Wim Dankers (MeanderGroep), Ageeth Bijl (Zuyderland)
Het is de ambitie van één JGZ om de groep gezonde kinderen in Zuid-Limburg groter te laten zijn dan die nu is. Gezond betekent: mee kunnen doen, je kunnen ontwikkelen en 7
opgroeien in een omgeving die stimuleert en veilig is zodat je lekker in je vel zit; ook als je een chronische ziekte hebt of een stoornis die beperkend is. Eén JGZ Zuid-Limburg gaat aan de slag met een nieuwe werkwijze die gekenmerkt wordt door de doorgaande lijn van – 9 maanden tot 18 jaar, een betere aansluiting bij de behoeften van ouders en kinderen en een flexibel aanbod van contactmomenten.
“Als een kind vier jaar is geworden, willen we niet tegen ouders moeten zeggen: ‘Ons deel zit erop; uw volgende afspraak hebt u bij de GGD’. Net zoals we ook niet meer willen dat ouders met een kind van drie en één van vijf naar verschillende organisaties toe moeten.” De JGZ anno 2020 werkt in een doorgaande lijn.
Het werken vanuit deze doorgaande lijn is bovendien voorwaarde voor onder andere een verdere innovatie en professionalisering van de preventieve opdracht zowel op inhoudelijk als technologisch gebied, een versterking van de (digitale) bereikbaarheid en informatievoorziening en het verminderen van de no show.
2.2 Trendbreuk De Zuid-Limburgse gemeenten zien het inlopen van de achterstanden op het gebied van gezondheid en participatie als een van de belangrijkste regionale opgaven voor de komende jaren. In 2016 hebben gemeenten de ambitie uitgesproken om de achterstanden op het gebied van gezondheid te gaan inlopen in de periode tot en met 2025. Het is nodig hiervoor een trendbreuk te creëren. Meer aandacht voor een gezonde jeugd is hierbij één van de prioriteiten. Een prioriteit die bovendien de komende jaren verder versterkt wordt. In de periode 2020-2023 willen gemeenten met focus en slagkracht werken aan een nieuwe gezonde generatie met aandacht voor de eerste twee decennia van de levensloop: van een gezonde start in de eerste 1.000 dagen tot aan gezonde jong volwassenen met een kinderwens. Dit willen zij doen vanuit sterkere allianties en vanuit het snijvlak van gezondheid, onderwijs en economie. In het geactualiseerde gezondheidsbeleid worden deze ambities in de loop van 2019 verder geconcretiseerd. Gemeenten zien de nieuwe organisatie voor jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg als belangrijke partner in de realisatie van deze ambities.
8
3.
Wet- en regelgeving
Dit hoofdstuk biedt inzicht in de relevante vigerende wet- en regelgeving en de actuele ontwikkelingen.
3.1 Wet publieke gezondheid In 2008 werd de Wet publieke gezondheid (Wpg) van kracht. In deze wet zijn de taken van de gemeenten op het gebied van publieke gezondheidszorg (opnieuw) vastgelegd. JGZ is één van de taken uit deze wet. Gemeenten moeten, ter uitvoering van deze taken, een Geneeskundige Gezondheidsdienst (GGD) in stand houden.
3.2 Besluit publieke gezondheid Het werk van de JGZ is wettelijk vastgelegd in het Besluit Publieke Gezondheid. Sinds 1 januari 2015 is het basistakenpakket vervangen door het Basispakket JGZ. In het Basispakket JGZ staat welke activiteiten de jeugdgezondheidszorg aan elk kind in Nederland moet aanbieden. Monitoren, signaleren en screenen vormen de kern van het Basispakket JGZ. In dit basispakket is het verschil tussen een maatwerk-aanbod en een uniform aanbod weggehaald. Uitgangspunt is dat alle kinderen in Nederland hetzelfde basispakket krijgen aangeboden. De activiteiten van het basispakket JGZ zijn vooral gericht op preventie. Dat betekent dat de wettelijke taak van JGZ gaat over alle vragen, voorlichting en ondersteuning vóórdat er zich problemen hebben voorgedaan bij het kind en zijn omgeving. Actueel is dat met ingang van het kalenderjaar 2021 de prenatale voorlichting onderdeel gaat uitmaken van het basispakket JGZ en daarmee de prenatale voorlichting nog steviger verankerd wordt. Prenatale voorlichting is al sinds 2011 onderdeel van de Wpg, maar kent tot nu toe een relatief vrije invulling. De meeste taken uit de Wpg moeten verplicht door de GGD worden uitgevoerd. Voor JGZ zijn gemeenten hiertoe niet verplicht.
Gemeenten kunnen ervoor kiezen de JGZ te laten uitvoeren door de GGD, maar gemeenten kunnen ook kiezen om (onderdelen van) de JGZ door een andere organisatie te laten uitvoeren (artikel 14 lid 4). Ook deze andere (zorg)organisaties moeten hierbij voldoen aan de in de wet gestelde kwaliteitseisen (vastgelegd in Besluit Publieke Gezondheid).
3.3 Overige wetgeving Gemeenten bepalen welke organisatie de JGZ gaat uitvoeren, maar zijn bij die keuze gebonden aan het Europees recht en het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten (BAO). Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen inbesteding en uitbesteding. Als gemeenten de JGZ laten uitvoeren door een gemeentelijke organisatie, zoals een GGD, is sprake van inbesteding. De uitvoering ligt dan in ‘eigen’ handen van de gemeenten. In deze variant is er geen aanbestedingsplicht. Bij uitbesteding ligt de uitvoering in 9
handen van derden (zijnde geen gemeentelijke organisatie), zoals een zorgorganisatie. In deze variant zijn de gemeenten in beginsel aanbestedingsplichtig1. Het Besluit aanbesteding openbare diensten (BAO) schrijft bovendien voor dat bij uitbesteding met contractering gewerkt moet worden en dat geen sprake mag zijn van subsidiëring.
1
Onder specifieke voorwaarden is het mogelijk om een alleenrecht te vestigen voor de uitvoering door een bepaalde zorgorganisatie en daarmee aanbesteding te vermijden. Het valt buiten de scope van deze notitie om dit aspect uit te werken.
10
4.
Uitgangspunten, sturing en positionering
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de bestuurlijke uitgangspunten en de bestuurlijke inzichten ten aanzien van sturing en positionering van de nieuwe JGZ-organisatie.
4.1 Uitgangspunten Al bij de start van het traject om te komen tot één JGZ (januari 2018) is bestuurlijk een aantal uitgangspunten gemarkeerd: JGZ als taakveld van de Wet publieke gezondheid JGZ is, als taakveld van de Wet publieke gezondheid, publieke gezondheidszorg. Hiermee is een duidelijke keuze gemaakt om de JGZ niet als onderdeel van de zorg te zien, maar te benaderen als publieke en preventieve functie die een belangrijke basis vormt voor de gezondheid van de Zuid-Limburgse jeugd. Regie vanuit de gezamenlijke Zuid-Limburgse gemeenten De regie ligt bij de gezamenlijke Zuid-Limburgse gemeenten. Gekoppeld aan de verankering van het taakveld JGZ is regie belegd bij het bestuurlijk verantwoordelijke gremium voor de uitvoering van de taken van de Wet publieke gezondheid. De bestuurlijke regie ligt aldus bij de 16 Zuid-Limburgse gemeenten (opdrachtgever) die regie voeren via het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur van de GGD Zuid Limburg. Collectief opdrachtgeverschap Er is sprake van een collectief opdrachtgeverschap. De 16 gemeenten in Zuid-Limburg zijn opdrachtgever voor één JGZ. Toegewerkt wordt naar collectieve afspraken namens de 16 gemeenten. De nieuwe organisatie voor JGZ is opdrachtnemer en daarmee verantwoordelijk voor de uitvoering van de JGZ-taak in Zuid-Limburg.
Overige uitgangspunten De gemeenten (Algemeen Bestuur) hebben tijdens de ontwikkelperiode van afgelopen 1,5 jaar richtinggevende uitspraken gedaan over de nieuwe organisatie. Deze punten zijn hieronder opgesomd en gelden eveneens als uitgangspunt voor invulling van de nieuwe organisatie. Ambities a. Het realiseren van een trendbreuk op het gebied van gezondheid; b. De groep gezonde kinderen in Zuid-Limburg groter te laten zijn dan die nu is; c. 1 doorlopende lijn in JGZ die uitgevoerd wordt door 1 (nieuwe) organisatie. Schaalgrootte d. Eén JGZ kent de schaalgrootte van Zuid-Limburg, versnippering wordt tegengegaan; e. In de praktijk is flexibiliteit in schaalgrootte (incl. maatwerk) nodig om optimaal te kunnen aansluiten bij de gemeentelijke structuren voor wat betreft jeugd, onderwijs en zorg.
11
Sturing en verantwoording f. Er wordt een bestuurlijke stuurgroep ingericht die het traject tot één JGZ bestuurlijk aanstuurt (inrichtingsfase). De stuurgroep krijgt eveneens de opdracht om te komen tot een voorstel voor een passende governance voor de periode daarna; g. Ambtelijke betrokkenheid moet voldoende geborgd zijn; h. JGZ wordt eenduidig aangestuurd door één leiding. Juridisch i. Voldoen aan de geldende wettelijke kaders en voorschriften; j. Voldoen aan relevante andere regelgeving. Bedrijfsvoering k. Maximale ontschotting van financiën is uitgangspunt. Hierbij is één begroting en één budget voor JGZ de insteek; l. Doel van het traject is omschreven als het op termijn vergroten van efficiency en kwaliteit; m. Overdracht naar de nieuwe organisatie gebeurt vanuit het principe: bij gelijkblijvende taken blijft het budget gelijk; n. De omvang van mogelijke extra frictiekosten wordt zoveel als mogelijk beperkt.
4.2 Sturing en positionering De mate van regelgeving maakt de JGZ ogenschijnlijk beleidsarm. Tegelijkertijd groeit de bestuurlijke aandacht voor JGZ. Enerzijds omdat de aansluiting tussen de JGZ en de jeugdzorg de aandacht van gemeenten heeft, maar ook vanuit het regionaal gezondheidsbeleid. Gemeenten zien een sleutelrol voor de JGZ in het realiseren van een trendbreuk voor wat betreft de gezondheid van de Zuid-Limburgers. Dit vraagt van gemeenten om regie te pakken en de JGZ dichtbij te organiseren en voldoende aandacht te hebben voor informatievoorziening als belangrijke randvoorwaarde voor een goede sturing.
Meer regie op JGZ 0-18 door gemeenten is in het belang van de trendbreuk. Het Dagelijks Bestuur ziet deze collectieve opgave als vertrekpunt. ‘Als we ons echt druk maken over de gezondheid in Zuid-Limburg, en als we ons echt willen committeren om te komen tot een trendbreuk, dan moeten we de jeugd centraal stellen. JGZ is hierin een belangrijke schakel: versnippering over gemeentegrenzen is in dit kader ongewenst’. Eén doorlopende lijn in JGZ die uitgevoerd wordt door één (nieuwe) organisatie is het toekomstperspectief. Bron: Notulen DB november 2018
12
5.
Vorm van de nieuwe organisatie
Met veel zorgvuldigheid zijn de afwegingen voor de organisatievorm in beeld gebracht. De basismodellen om de JGZ te organiseren zijn in 2009 door BMC in beeld gebracht in een handreiking voor gemeenten. Een compact overzicht van de modellen en de toepasbaarheid voor Zuid-Limburg is weergegeven in bijlage 4. Zowel door de huidige JGZ-aanbieders als door het merendeel van gemeenten wordt een aanbesteding als onwenselijk gezien. Bovendien hebben gemeenten duidelijk aangegeven regie te willen pakken en de JGZ in nabijheid te willen organiseren (zie ook hoofdstuk 4). Gelet op de bestuurlijke opdracht en de uitgesproken voorkeuren zijn de varianten waarin uitvoering van de JGZ plaatsvindt door een gemeentelijke organisatie (inbesteding) verder uitgewerkt. Voor de organisatie zijn er hierbij drie opties: a. Uitvoering als onderdeel van de gemeenschappelijke regeling (GR) GGD Zuid Limburg b. Inrichten van een nieuwe GR c. In eigen gemeentelijk beheer2 In alle opties zijn er mogelijkheden om aan de gestelde uitgangspunten te voldoen. Optie a is vanuit gemeentelijke optiek het meest voor de hand liggend, omdat de JGZ publieke gezondheidszorg is en daarmee hetzelfde wettelijk kader kent als de andere wettelijke taken van de GGD (waarvoor gemeenten verplicht zijn een GR in stand te houden).
Ook beide andere opties zijn mogelijk, maar leiden automatisch tot extra (bestuurlijke) drukte en extra structurele inzet / kosten voor de werkzaamheden die hiermee samenhangen. Bij de opties b en c moet immers een nieuwe bestuurlijke bovenbouw worden ingericht.
5.1 Advies JGZ-organisaties De huidige JGZ-aanbieders hebben in een gezamenlijke brief aan het Dagelijks Bestuur hun overwegingen t.a.v. de organisatievorm meegegeven (zie bijlage 5). De JGZorganisaties spreken, op basis van een opgestelde memo en juridisch advies (zie bijlage 6), een unanieme voorkeur uit om de nieuwe JGZ-organisatie als programma onder te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg. In een gesprek tussen de Bestuurlijke Stuurgroep één JGZ en de bestuurders van de vier JGZ-organisaties is deze voorkeur nader toegelicht en uitgediept. De bestuurders van de JGZ 0-4 (Envida, Meandergroep en Zuyderland) realiseren zich dat een variant waarin de huidige JGZ-organisaties gezamenlijk in gelijkwaardigheid eigenaar blijven van de JGZ in Zuid-Limburg niet mogelijk is. Zij realiseren zich ook dat zij bij overgang naar de Gemeenschappelijke Regeling het eigenaarschap overdragen. De JGZ-organisaties vragen om een duurzame verbinding met de huidige moederorganisaties. De JGZ-organisaties hechten er waarde aan om de inhoudelijke verbindingen op inhoud (bijv. met kraamzorg) ook in de toekomst goed te borgen. De stuurgroep heeft toegezegd deze verbinding in de loop van 2019 nader uit te werken. Dit in samenhang met de totale governance voor JGZ. 2
Bedoeld wordt hier het oprichten een stichting of BV voor JGZ (los van de GGD) waarvan de gemeenten gezamenlijk het bestuur vormen
13
5.2 Ambtelijk advies Op verzoek van de stuurgroep heeft de ambtelijke werkgroep één JGZ – die voor dit vraagstuk is uitgebreid met juridische expertise en aanvullende kennis op het gebied van governance – een advies opgesteld over de organisatievorm (zie bijlage 7). Dit mede op basis van het juridische advies dat de JGZ-organisaties hebben laten opstellen. De ambtelijke werkgroep één JGZ onderschrijft het juridisch advies van Capra Advocaten. De werkgroep is bovendien van mening dat het voorstel om één JGZ als programma onder te brengen bij de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg goed aansluit bij de ambitie om te komen tot één JGZ-organisatie én de voorkeur van gemeenten om sturing dichtbij te organiseren (via inbesteding). De werkgroep één JGZ adviseert dan ook positief over dit voorstel.
5.3 Opdracht aan JGZ-organisaties en werkgroep JGZ Op basis van de voorkeur van de JGZ-organisaties én het ambtelijk advies heeft de stuurgroep de JGZ-organisaties – en expliciet de GGD als innemende partij – én de werkgroep één JGZ gevraagd het vervolgtraject in te richten met als uitgangspunt inbesteding bij de GGD. Met deze vraag sluit de stuurgroep aan bij de bestuurlijke opdracht en geeft zij een richtinggevend kader voor de verdere uitwerking van het totaalvoorstel zoals dat in dit document is beschreven.
14
6.
Overgang van onderneming
Voor de totstandkoming van één JGZ als onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid Limburg is juridisch sprake van overgang van onderneming. Bij overgang van onderneming worden activiteiten (in dit geval de taken van de JGZ) overgedragen naar een andere organisatie. Conform de Europese Richtlijn van 12 maart 2001 over de overgang van onderneming – en de weerslag van deze Richtlijn zoals deze is verankerd in de artikelen 7:662 tot en met 7:666 BW – is bepaald dat bij een overgang van onderneming de rechten en verplichtingen van de medewerker die op grond van de arbeidsverhouding bestaan, van rechtswege mee overgaan op de verkrijger. Dit betekent concreet dat de medewerkers (van rechtswege) overgaan naar de GGD Zuid Limburg met behoud van hun rechten en plichten die zij nu hebben (zie bijlage 8 voor het juridisch advies). In praktische zin betekent overgang van onderneming dat de JGZ taak van de drie thuiszorgorganisaties overgaat naar de Gemeenschappelijke Regeling. Voor de medewerkers betekent dit concreet dat alle medewerkers van Envida, MeanderGroep en Zuyderland, met een dienstverband binnen de (BV) JGZ die meer dan 50% van hun contractuele uren dedicated werkzaam zijn voor JGZ overgaan naar de GGD Zuid Limburg met hun huidige arbeidsvoorwaarden conform de huidige CAO. Zie voor nadere toelichting hoofdstuk 9.
Aan overgang van onderneming zijn spelregels / kaders verbonden die bepalen welke stappen gezet worden en in welke volgorde. Deze gelden als kaders voor de verdere invulling van het traject (zie hoofdstuk 8, routekaart).
15
7.
Opdracht aan de nieuwe JGZ-organisatie
De nieuwe JGZ-organisatie werkt in opdracht van de Zuid-Limburgse gemeenten. In een collectieve opdracht bepalen de gemeenten wat zij van de nieuwe JGZ-organisatie verwachten. De uitvoering van de wettelijke taak is hierbij het fundament. Met deze collectieve opdracht krijgt de JGZ een algemene taak met specifieke aandachtspunten voor het jaar 2020. Ook worden de ambities voor de komende jaren geschetst. Deze ambities worden ook onderdeel van het geactualiseerde regionaal gezondheidsbeleid 2020 – 2023. De totstandkoming van één JGZ (onder de vleugels van de Gemeenschappelijke Regeling GGD) geeft de gemeenten de kans te komen tot een meer integrale JGZ die robuust en slagvaardig is. Gemeenten zien de GGD bij uitstek als de organisatie om de publieke gezondheid in brede zin te borgen. De JGZ is vanaf 2020 ongedeeld en daarmee herkenbaarder als geheel. De gemeenten nemen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de JGZ samen ter hand en willen sturen op meer eenduidigheid, transparantie, efficiency en effectiviteit. Ook vertrouwen de gemeenten op een goede verbinding met de andere taakvelden uit de Wet publieke gezondheid waaronder gezondheidsbevordering en epidemiologie, maar ook met de overige taken van de GGD zoals Veilig Thuis en OGGZ.
Op basis van de feedback uit de informatieronde bij de gemeenten, de input van de stuurgroep en de ambitie om te komen tot een trendbreuk is een opdracht aan de JGZ voorbereid die als integraal onderdeel van de totstandkoming van één JGZ ter vaststelling wordt voorgelegd. De opdracht, die gezien kan worden als kader voor een verdere invulling van het opdrachtgeverschap, is als bijlage 9 bijgevoegd.
7.1 Verslaglegging en verantwoording Informatievoorziening ten behoeve van sturing en beleidsvorming is een belangrijke voorwaarde voor goed opdrachtgeverschap. Aanvullend aan de informatie die hierover in de opdracht is meegenomen, is een set met indicatoren opgesteld waarover de JGZ periodiek verantwoording aflegt (zie bijlage 10). De financiële verslaglegging en verantwoording zal plaatsvinden via de geldende afspraken met de GGD.
16
8.
Routekaart voor de vorming van één JGZ
Op basis van de opdracht van de stuurgroep (zie paragraaf 5.3) om te komen tot één JGZ heeft de GGD – in nauwe afstemming met drie latende organisaties – een routekaart opgesteld (zie bijlage 11) die als leidraad fungeert voor bestuur en betrokken organisaties. De totstandkoming van één JGZ krijgt invulling via 4 sporen: Spoor 1: De technische samenvoeging tot één organisatie Spoor 2: Afspraken dienstverleningspakket één JGZ Spoor 3: Inrichting ‘de nieuwe praktijk’ Spoor 4: Meerjarenbeleid één JGZ Spoor 1: technische samenvoeging Om te komen tot één JGZ per 01.01.2020 krijgt spoor 1 veel aandacht. De gekozen organisatievorm is één van de vertrekpunten voor de technische samenvoeging. Samen met een aantal juridische aspecten, een uitgewerkte besluitvormingsroute en een due diligence onderzoek vormt dit de basis voor spoor 1. Spoor 2: dienstverleningspakket één JGZ Spoor 2 gaat over de dienstverlening. Wat zit in de reguliere dienstverlening en welke additionele (tijdelijke) taken zijn er per 01.01.2020? Per 01.01.2020 bestaat het dienstverleningspakket uit de huidige taken (maar dan bij elkaar). De harmonisatie van dienstverlening vindt vanaf 2020 plaats en zal leiden tot nieuwe afspraken over dienstverlening met gemeenten. Spoor 3: de nieuwe praktijk In spoor 3 staat centraal hoe de werkwijze van JGZ eruit gaat zien.
Inzet is om te komen tot een doorgaande lijn binnen de JGZ en de expertise op het gebied van preventie nog beter in te zetten als verbinder tussen het medisch domein en het sociaal domein voor jeugd. Hoe gaat JGZ Zuid-Limburg werken en op welke wijze wordt 0-18 ingeregeld; hierbij kijkend van buiten naar binnen. De inrichting start met een visie en krijgt vervolgens – met een plan van aanpak als basis – organisch vorm. Ook de nieuwe organisatiestructuur voor één JGZ (waaronder nieuw functiegebouw en harmonisatie van arbeidsvoorwaarden) maakt deel uit van dit spoor en is voorzien voor 2021. In dit kader is het goed om te vermelden dat de nieuwe JGZ-organisatie, als gevolg van de invoering van de Wnra, niet gebonden is aan de cao-gemeenten. Spoor 4: meerjarenbeleid één JGZ In het vierde en laatste spoor is de inzet om op korte termijn te komen tot een bestuurlijk opdracht van de Zuid-Limburgse gemeenten aan de JGZ 0-18 jaar. Het gaat hierbij om het ‘wat’: wat willen de gemeenten dat de JGZ gaat doen c.q. gaat opbrengen. Hierbij wordt een relatie gelegd met het bredere en nieuw op te stellen Gezondheidsbeleid voor de periode 2020-2023. Een beleid waarin de trendbreuk centraal staat: het inlopen van de achterstanden in Zuid-Limburg op het gebied van gezondheid en participatie. Meer specifiek voor JGZ is de ambitie om vanuit de JGZ de groep gezonde kinderen te vergroten. 17
De JGZ-organisatie gaat over het ‘hoe; hoe wenst de JGZ de nieuwe praktijk in te richten (spoor 3)? Voor een passende invulling is een (regionale) gemeentelijke opdracht hiervoor onmisbaar. Ook de consequenties voor het dienstverleningspakket zijn (deels) hiervan afhankelijk. Interferentie tussen de sporen Ontwikkelingen volgen elkaar in een hoog tempo op. In inhoud en in timing zijn er interferenties tussen de meer intern gerichte sporen (spoor 1 tot en met 3) en de omgeving, waarin op dit moment grote stappen gezet worden in de aanpak van de trendbreuk. Terwijl hard gewerkt wordt aan de nieuwe JGZ-organisatie voor Zuid-Limburg (spoor 1 tot en met 3), is bijvoorbeeld met Kansrijke start ook het eerste programma in het kader van de trendbreuk (spoor 4) een feit. De JGZ is een partner in de coalitie kansrijke start en doet al mee. Juist deze interferenties vragen om een duidelijke plek van de consequenties in de vier sporen. Bij spoor 1 bijvoorbeeld: staat dit wel of niet buiten het huidige afsprakenkader. Bij spoor 2 wordt het dienstverleningspakket uitgebreid en bij spoor 3 wordt bekeken wat dat betekent voor de organisatie (bijv. uitbreiding takenpakket functionarissen) inclusief de verbreding van de doelgroep naar zwangeren. Het is een gezamenlijke taak om de juiste discussie op de juiste plek en het juiste moment te voeren.
18
9.
Personeel
De GGD Zuid Limburg is een organisatie van mensen, voor mensen en alleen met betrokken en bevlogen medewerkers zijn wij in staat onze missie te realiseren. Dit geldt uiteraard ook voor alle medewerkers binnen het programma JGZ vanaf 01.01.2020. Daarom is het van belang dat alle medewerkers gezamenlijk een goede start maken en dat de nieuwe collega’s zich vanaf dag 1 welkom en thuis voelen binnen de GGD. Op dit moment worden, uitgaande van een positieve besluitvorming in het AB op 3 juli, de voorbereidingen getroffen om alle medewerkers van de JGZ 0-4 jaar volledig te faciliteren om met plezier hun werk doen en hun talenten in te zetten voor de cliënten binnen de JGZ.
9.1 Nieuwe werkgever voor (deel) personeel Zoals eerder aangegeven is de Wet overgang van onderneming (Woo) van toepassing op de vorming van één JGZ (zie hoofdstuk 6). Als gevolg hiervan gaan alle medewerkers met een dienstverband binnen de JGZ-organisaties 0-4 jaar (die meer dan 50% van hun contractuele uren dedicated werkzaam zijn) van rechtswege één op één over met al hun rechten en plichten. Zij behouden de voor hen geldende cao VVT en de regelingen vanuit een personeelshandboek en, indien van toepassing, andere schriftelijk vastgelegde afspraken. De diensttijd, opgebouwd bij de JGZ-organisatie 0-4 jaar, blijft bestaan. In wettelijke zin is sprake van een voortgezette dienstbetrekking. Mocht op enig moment sprake zijn van een reorganisatie dan wordt deze diensttijd meegeteld voor de anciënniteit en afspiegeling wanneer dat aan de orde is. Uitzendkrachten vallen niet onder de Woo. De uitzendovereenkomst kan als gevolg van de overgang van onderneming worden opgezegd. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd loopt af op het moment dat de overeengekomen termijn is verstreken. Ook zieke medewerkers of medewerkers die in een re-integratietraject zitten, gaan van rechtswege mee over van de latende organisatie naar de verkrijgende organisatie. Van belang is wel dat een volledig re-integratieplan is opgemaakt bij overgang.
Er gaan, uitgaande van de situatie per 1 maart 2019, 186 medewerkers over naar de GGD Zuid Limburg.
9.2 Inzicht in arbeidsvoorwaarden De overgang van onderneming heeft tot gevolg dat vanaf 1 januari 2020 twee verschillende cao’s van toepassing zijn voor de JGZ, te weten de CAR UWO, die per 1 januari 2020 wordt omgezet in de cao-gemeenten (voor het personeel dat nu al in dienst is van de GGD Zuid Limburg) en de cao Verpleging, Verzorging en Thuiszorg (VVT) voor het personeel dat van rechtswege overgaat naar de GGD. Daarnaast hebben alle vier de organisaties hun eigen lokale regelingen (personeelshandboek).
19
Een vergelijking van beide cao’s heeft plaatsgevonden en geeft op hoofdlijnen het volgende beeld: • Er zijn verschillen in de salarissen en waarderingen van functies; echter dit hangt deels samen met verschil in opleidingsniveau. • De pensioenfondsen ABP en PFZW zijn op hoofdlijnen vergelijkbaar. Duidelijk is dat het % premie verdeling werkgever-werknemer afwijkt: ABP- 70%-30% en PFZW 50%-50%. • Met betrekking tot regelingen rondom ontslag (van werk naar werk) en werkloosheid (bovenwettelijke en na-wettelijke WW) is de CAR UWO / cao-gemeenten duurder. Ongeacht de cao is de GGD eigenrisicodrager voor de WW. • Met betrekking tot reiskosten woon-werkverkeer, extra regels rondom zorgverlof, jubileum, attenties en regelingen als fietsplan, bedrijfsfitness en bijdrage vakbondscontributie is de cao VVT duurder. • De verschillen met betrekking tot regulier- en leeftijdsverlof zijn verwaarloosbaar. De verschillen in personeelskosten maken deel uit van het due diligene onderzoek (zie hoofdstuk 10). Een volledige en gedetailleerde vergelijking kan gemaakt worden op het moment dat de GGD beschikt over onderstaande informatie: 1. De individuele gegevens van de betreffende medewerkers; deze gegevens zijn gelet op de AVG nog niet gedeeld; 2. Definitieve inhoud van de cao-gemeenten (als gevolg van Wnra) 3. Definitieve inhoud van de nieuwe cao VVT (looptijd huidige cao verstrijkt).
9.3 Arbeidsvoorwaarden in de toekomst Op de lange termijn is het onwenselijk om verschillen in arbeidsvoorwaarden tussen medewerkers van één programma / afdeling te laten bestaan. Daarom zal op termijn een harmonisatietraject gestart worden. Dit traject is voorzien voor 2020 en loopt parallel met de inrichting van de nieuwe JGZ-organisatie. De ambitie is om een en ander gerealiseerd te hebben per 01.01.2021. De GGD Zuid Limburg werkt op dit moment al met meerdere cao’s (CAR UWO en cao ambulancezorg) en heeft keuzevrijheid ten aanzien van de toekomstige cao voor de JGZ, zoals ook blijkt uit bijgevoegd juridisch advies (zie bijlage 12). Om te komen tot een keuze voor een passende cao (dit is een bestuurlijke keuze) is overleg met de vakorganisaties noodzakelijk. Immers de arbeidsvoorwaarden van (minimaal) één groep van medewerkers zal worden aangepast. De GGD volgt in dit traject de stappen die vereist en gebruikelijk zijn. De bestuurlijk portefeuillehouder personeel wordt hierin actief betrokken.
20
10.
Financiën
De totstandkoming van één JGZ brengt verschillende financiële vraagstukken en opgaven met zich mee. In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de verschillende financiële aspecten.
10.1 Due diligence onderzoek Een due diligence onderzoek is nodig om te ondersteunen bij het besluitvormingsproces om te komen tot overdracht van onderneming en het vormen van een programma voor JGZ binnen de GGD Zuid Limburg. Een dergelijk onderzoek moet vanuit de GGD als ontvangende organisatie plaatsvinden. Hiervoor is door de GGD een onafhankelijke partij ingeschakeld. Doel van het onderzoek is het op hoofdlijnen in kaart brengen van mogelijke kansen en risico’s die samenhangen met de voorgenomen overgang van onderneming. De focus ligt hierbij op: • Carve out – een onafhankelijke vaststelling wat exact door de verschillende JGZorganisaties wordt overgedragen (activiteiten, verplichtingen, bezittingen, schulden enz.); • Winst & verliesrekening – een beschrijving / analyse van de exploitatie van de JGZ activiteiten in de periode FY16-FY18 alsmede FY19B, met daarbij een verdiepende focus op de opbrengsten; • Balans – beschrijving van de waarderingsgrondslagen van de bezittingen / verplichtingen welke onderdeel zijn van de carve out, met oog op een mogelijke verrekening tussen de 4 objecten. De uitgangspunten voor de Carve out zijn tweeledig. Belangrijkste uitgangspunt is de overgang van onderneming van de taken / activiteiten in het kader van het basispakket JGZ en gerelateerde vaste activa en personeel-gerelateerde voorzieningen / verplichtingen.
Afwikkeling en een eventuele liquidatie van een BV of afdeling / onderdeel is een verantwoordelijkheid van de huidige organisaties. Uitgangspunt is daarnaast dat afwikkelingen van schulden en vorderingen bij de huidige organisaties blijven. Uitzondering hierop zijn arbeids- en personeel gerelateerde voorzieningen en eventuele reserveposities. Bespreekpunt kunnen projectgelden zijn. Het due diligence onderzoek is inmiddels afgerond; de bevindingen zijn bekend en besproken met de bestuurders van de JGZ-organisaties. De bestuurders van de JGZorganisaties geven aan dat het onderzoek een realistisch beeld geeft en concluderen dat er op basis van het onderzoek geen belemmeringen zijn om het traject te vervolgen. Een aantal kleinere deelonderwerpen komt meer in detail aan bod in de onderhandelingen die voor de zomerperiode staan gepland. In het kader van concurrentie is het rapport strikt vertrouwelijk en kan dit niet integraal beschikbaar gesteld worden. Gelet op de noodzakelijke transparantie die nodig is om tot een zorgvuldig besluit op 3 juli aanstaande te komen, heeft de bestuurlijk Financiële Commissie het rapport onder embargo ontvangen. Deze commissie draagt zorg voor presentatie van de conclusies. 21
Een eerste bespreking met de bestuurlijk Financiële Commissie heeft plaatsgevonden op 24 mei jl. Op basis van de rapportage en de presentatie door de onafhankelijk onderzoekers geeft de Financiële Commissie aan dat het onderzoek een getrouw beeld geeft en onderschrijven zij in een voorlopige conclusie de bevindingen van de bestuurders van de JGZ-organisaties dat er geen belemmeringen zijn om het traject te vervolgen. Gelet op het grote belang en de gewenste zorgvuldigheid wordt op korte termijn een extra vergadering van de bestuurlijk Financiële Commissie gepland waarbij de ambtelijk vertegenwoordigers van deze commissieleden ook aanwezig zijn; dit om het onderzoek meer in detail te bespreken. Op basis van deze extra bijeenkomst zal de Financiële Commissie een bindend advies afgeven.
10.1.1 Belangrijkste bevindingen en conclusies Uit het due diligence onderzoek komt naar voren dat er geen obstakels zijn om de onderhandelingen t.b.v. de overgang van onderneming voort te ze zetten. Inkomsten De inkomsten van de JGZ-organisaties zijn merendeels afkomstig van de Zuid-Limburgse gemeenten. JGZ-organisaties ontvangen financiële middelen voor de uitvoering van het basispakket inclusief de prenatale voorlichting. JGZ-organisaties krijgen daarnaast, vrijwel uitsluitend op projectbasis financiering voor additionele taken zoals hechting, voorzorg enz. Een aandachtspunt bij de onderhandelingen is hoe deze tijdelijke taken worden overgedragen en geborgd in de nieuwe JGZ-organisatie. Een overzicht van de huidige bijdragen per gemeente is als bijlage 13 bijgevoegd. Huisvesting De JGZ is gehuisvest op tal van locaties (zie bijlage 14). Hierin zal per 1 januari 2020 niks veranderen. De huurcontracten worden overgenomen en zitten derhalve al in de financiering. 10.1.2 Het vervolg Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur op 3 juli volgen in de zomerperiode, op basis van de resultaten van het due diligence onderzoek, de onderhandelingen / gesprekken om te komen tot daadwerkelijke overdracht. De huidige dienstverlening gaat hierbij in beginsel ongewijzigd over naar de nieuwe organisatie.
10.2 Begroting 2020 Op het moment dat de onderhandelingen zijn afgerond, kan de begroting 2020 voor één JGZ worden opgesteld. Uitgangspunt hierbij is een gelijkblijvend takenpakket tegen een gelijkblijvend budget. Derhalve zal de begroting 2020 uitgaan van de huidige dienstverlening en als gevolg daarvan van ook een ongewijzigde bijdrage van gemeenten. De begroting is gelijk aan de opgetelde bijdragen van de 4 huidige JGZ-organisaties, dus nog zonder nieuw beleid.
22
De begroting wordt in september 2019 aangeboden aan de gemeenteraden. Zij worden in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven. Vaststelling van de begroting 2020 (die in formele zin invulling krijgt via een begrotingswijziging 2020) is voorzien in het Algemeen Bestuur van november 2019. Om te kunnen voldoen aan de reguliere begrotingsafspraken met gemeenten (via GR en subsidies) hebben de JGZ-organisaties (eerder dit jaar) voor 2020 een proforma begroting ingediend bij de gemeenten, met daarin een verwijzing naar de overgang naar één JGZ. De subsidie aanvragen van Envida, Meander en Zuyderland worden bij overgang van de JGZ-organisaties aan de GGD ook overgedragen aan de GGD. Een belangrijke taak is in de zomerperiode weggelegd voor de (ambtelijke) werkgroep begroting en de bestuurlijk Financiële Commissie om met name ten aanzien van de borging van projecten en tijdelijke opdrachten een goede afweging te maken en te bepalen welke onderdelen wel of niet meegenomen worden naar de nieuwe JGZorganisatie.
10.3 Projectkosten Incidenteel zijn er extra kosten om te komen tot één JGZ. Deze kosten zijn onafhankelijk van de gekozen organisatievorm en inherent aan dit soort processen. De projectkosten zijn inzichtelijk gemaakt in een projectbegroting die als bijlage 15 is bijgevoegd. De projectbegroting bevat uitsluitend de kosten voor externe inhuur en onafhankelijk advies. De projectbegroting heeft alleen de betrekking op de kosten om te komen tot één JGZ. De kosten die eventueel voortvloeien uit het onderhandelingstraject zijn hier geen onderdeel van.
10.4 2020 en verder: harmonisering en efficiency Het ligt voor de hand dat bij schaalvergroting efficiency bereikt kan worden. Op dit moment is hierin nog geen inzicht, omdat overgang naar de nieuwe organisatie plaatsvindt op basis van de huidige dienstverlening. Voorzien is om in 2020 de dienstverlening te harmoniseren (spoor 2 en 3 van de routekaart). Het vraagstuk van efficiency wordt hierin nadrukkelijk meegenomen.
10.5 Financiële implicatie per gemeente De bijdragen per gemeente voor 2020 zijn gebaseerd op de huidige afspraken met de 4 JGZ-organisaties. Bij overdracht naar de GGD is het dus niet zo dat de uitgangspunten van de begroting 2020 GGD van toepassing worden. De huidige afspraken blijven geldend tot het moment dat hierover door het Algemeen Bestuur nieuwe kaders worden vastgesteld. De gemeenten hebben de behoefte uitgesproken om dit thema nader te bespreken en toe te werken naar eenduidige afspraken over de financiering van de nieuwe JGZorganisatie. Concrete afspraken over het hiervoor in te richten proces moeten (bestuurlijk) nog gemaakt worden.
23
11.
Besluitvorming
De te nemen stappen in het kader van besluitvorming zijn op basis van juridisch advies uitgelijnd. Om één JGZ onder te brengen bij de GGD Zuid Limburg hoeft de gemeenschappelijke Regeling niet gewijzigd te worden. Het Algemeen Bestuur kan besluiten om de taken en bevoegdheden voor de JGZ 0-4 over te nemen en vervolgens moeten colleges de taken overdragen aan de Gemeenschappelijke Regeling (zie ook bijgevoegd juridisch advies in bijlage 16). Het formele besluit ligt hiervoor 3 juli 2019 voor. De colleges zijn in de tweede helft van het jaar aan zet om de taken over te dragen. De rol van gemeenteraden is in formele zin verbonden aan de begroting. Omdat draagvlak in gemeenteraden van belang is, zijn de raden / raadscommissies in maart en april 2019 bezocht om hen mee te nemen bij de ontwikkelingen van één JGZ. In de periode maart / april / mei hebben in 15 gemeenten presentaties plaatsgevonden. Op basis van de gebundelde reacties is een raadsinformatiebrief opgesteld en aan de gemeenten aangeboden (zie bijlage 17 voor brief). Ook bij de huidige JGZ-organisaties (Envida, MeanderGroep en Zuyderland) wordt een formeel proces (met o.a. betrokkenheid van ondernemingsraden en Raden van Toezicht) doorlopen. Vanzelfsprekend worden medewerkers periodiek op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.
24
12.
Opgaven vanaf 2020
Per 1 januari 2020 is er een juridische entiteit en één begroting. Daarmee is een belangrijke basis gelegd voor de ontwikkelingen in de komende jaren. De belangrijkste opgaven vanaf 2020 zijn beschreven in bijgevoegde routekaart (zie bijlage 18) die een vervolg is op de routekaart van 2019 (zie hoofdstuk 8) en uitgaat van dezelfde 4 sporen. Voorzien is om per 01.01.2021 zowel de dienstverlening als de arbeidsvoorwaarden te harmoniseren. Vanuit de gemeenten ligt er daarnaast een duidelijke vraag om toe te werken naar een nieuwe financieringssystematiek. Daarnaast ligt er in 2020 een belangrijke opgave om de opdrachten voor één JGZ die voortvloeien uit het regionaal gezondheidsbeleid verder te concretiseren en uit te werken. Een opgave die de gemeenten en de GGD samen zullen invullen en stap voor stap uitrollen.
25