Openstaande vragen GL over AZC initiatiefvoorstel
Tekst van het document
Vragen over het initiatiefvoorstel “Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC” 1.
Nadelen of kanttekeningen ontbreken in uw voorstel. Zijn deze er helemaal niet? Zo nee, wat zijn deze wat u betreft? 2. Pag. 2, Inleiding: “taakstelling komt overeen met schaal en draagkracht van de gemeente”. Deze komt overeen met de relatieve grootte van de gemeente en is gebaseerd op de landelijke opgave. Waar baseert u de draagkracht op? 3. Pag. 2, Inleiding: Waar is de “realistische balans” op gebaseerd? Er worden een aantal factoren genoemd. Op welke wijze voorziet dit voorstel in: a. wettelijke plicht omdat binnenkort een aangepast verdeelbesluit te verwachten is, voldoet Brummen met dit voorstel niet aan haar wettelijke plicht. Hoe wordt dit opgelost en aangepakt? b. maatschappelijke draagkracht Er zijn kleinere kernen met vele malen grotere AZC’s en dat gaat daar prima. Wat wordt bedoeld met maatschappelijke draagkracht en in hoeverre is Brummen anders dan andere dorpen (bijvoorbeeld mnider maatschappelijk draagkrachtig)? c. bestuurlijke controle welke regels, inspecties, controles en handhaving beoogt u te realiseren? 4. Pag. 2, Probleemstelling: Wat wordt bedoeld met aansluiten op lokale draagkracht? 5. Pag 3. Op welke wijze is besluitvorming niet transparant geweest? 6. Pag 3.
“ook bij kleinere locaties biedt het COA ondersteuning, ontzorging en biedt daarvoor (deels) de financiële middelen” Waar baseert u dit op? Welk overleg met COA heeft u hierover gehad? Welke randvoorwaarden moeten deze locaties aan voldoen om deze ondersteuning, ontzorging en middelen te krijgen? 7. Pag. 3, Probleemstelling: Welke specifieke voorzieningen dreigen overbelast te raken? 8. Pag. 3, Probleemstelling: Welke aspecten van sociale samenhang verdwijnen denkt u? 9. Pag 3. Par. 4.3 Waarom is met grotere opvang een relatie met de gemeenschap niet mogelijk? 10. Pag 3. Par. 4.3 “Vrijwilligerswerk, taallessen, sportdeelname en informele ontmoetingen verlopen soepeler en natuurlijker in kleinschalige settingen”. Waaruit blijkt dit? Zijn er meer problemen hiermee bij grotere locaties dan bij kleinere? 11. Pag. 5. Par. 6 Wat is de huidige en maximale capaciteit van de Brummense basisscholen? Waaruit blijkt dat zij extra leerlingen niet zouden aankunnen? 12. Pag 5. Par 7.2 Locatieonderzoek: in hoeverre zijn door de gemeente reeds uitgevoerde locatieonderzoeken opgevraagd? 13. Pag 5. Par 7.2 Welke vragen en verwachtingen worden voorkomen door geen locatie opties te noemen? 14. Pag 5. Par 7.2 Welke woningbouwlocaties zijn wat u betreft op korte termijn geschikt? Graag wijs ik u erop dat dit goed in een vertrouwelijke notitie kan worden medegedeeld aan de gemeenteraad. 15. Pag 6.
Par 7.2 Waarom kiest u voor tijdelijke bouwvormen, die duurder zijn in exploitatie en met hoger risico op desinvesteringen? Op welke wijze wil u de meerkosten hiervan betalen? 16. Pag 7. Par 9.3 Bij 119 personen wordt het netto saldo als “beperkt positief” gedefinieerd. Wat wordt hiermee bedoeld? 17. Pag 7. Par 9.3 Bij 119 personen wordt de mate van ontzorging door COA als hoog gedefinieerd. Waar is dit op gebaseerd? Waar verschilt de ontzorging met de ontzorging zoals beschreven in de voorgelegde bestuursovereenkomst met het COA voor de opvang van 350 asielzoekers? 18. Pag 7. Par 9.3 Bij 350 personen wordt de druk exponentieel hoger. Waar is dit op gebaseerd? Waarom wordt de druk niet ten hoogste lineair hoger? 19. Pag 7. Par 9.3 Waaruit blijkt dat de gemeentelijke kosten fors stijgen? 20. Pag 7. Par 9.3 Wat bedragen de kosten voor de complexe coördinatie volgens de initiatiefnemers? 21. Pag 7. Par 9.3 Hoe zorgt het 'risico op maatschappelijke spanningen' voor een forse stijging van de gemeentelijke kosten? Aan welke kosten moeten we dan denken en hoe hoog worden deze kosten geraamd?