Inspreekreactie Paul den Hartog
Tekst van het document
AZC Natuurlijk ben ik geen voorstander van een AZC. Maar Mensen die op de vlucht zijn en alles achter hebben moeten laten daarmee kan je toch niets anders doen dan helpen. Een tijdje terug viel ik midden in de Ambachtstraat. Voor ik met mijn ogen kon knipperen stonden er 4 mensen om mij overeind te helpen. Zij checkten of ík verder kon. Dat lukte, ieder ging zijn weg en ik kon rustig naar huis. Ik voelde me veilig. Een klein gebaar van de omstanders, een groots gevoel voor mij. Dat is samen leven. Ieder gaat zijn gang en als het nodig is trekken we samen op. Toen wij met een grote groep Brummenaren een huis inrichtten en een groep Oekraïners opnamen was dat voor hen geweldig. Maar voor ons was het dat ook. Wij waren er druk mee, leerden elkaar beter kennen . De Oekraïners zijn hier nog steeds. Ze bakken uw brood, verzorgen de medicijnen voor uw moeder op Tolzicht en pakken uw gebak voor een feestje in. Wij hebben geleerd dat deze mensen iets willen doen, willen werken, het Oekraïense woord voor werk is Rabato, zij vroegen er steeds om, ik zal het niet meer vergeten. Gemeente, zorg voor een budget zodat wij met elkaar de mensen in kunnen laten draaien in onze samenleving. En als het niet mag volgens de regels dan moeten we daar maar iets op bedenken met elkaar. Laten wij als gemeenschap trots zijn op onze gastvrijheid, laten we er beter van worden en met ons allen profiteren .
Wij en onze asielzoekers. Beste leden van de raad, geacht college, beste voorzitter, ik wens u wijsheid en de lef om het met onze prachtige gemeente anders te doen . Zorg vooral voor goede haalbare afspraken met het COA. Paul den Hartog Betrokken burger