Inspreekreactie Gilian van Doorn
Tekst van het document
Net als gisteren haal ik nogmaals de gemeente Wijchen en Druten aan als voorbeeld, want ook zij hadden met de dreiging van een mogelijk fusie te maken. Maar gelukkig is het voor deze gemeenten sinds december 2020 van de baan. Onder de bevolking was er te weinig draagvlak en een meerderheid van de raadsleden stemde in december 2020 tegen de plannen. Hoewel de gemeentelijke fusie dus niet doorging, werkten de gemeenten wel samen op ambtelijk niveau. Zo sloten ze zich aan bij het “Rijk van Nijmegen” voor automatiseringstaken om de dienstverlening en bestuurskracht te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen. Dit is echter een ambtelijke fusie, niet een bestuurlijke. Voorzitter, dit voorbeeld laat zien dat de gemeente Brummen niet bestuurlijk hoeft te fuseren, maar dat ook ambtelijk kan doen. Aan een ambtelijke fusie kleven minder nadelen dan aan een bestuurlijke. Bij een bestuurlijke fusie gaan gemeenten juridisch en bestuurlijk namelijk verloren en vormen ze één nieuwe, grotere gemeente met een eigen gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en gemeentesecretaris. De bestaande gemeentelijke entiteiten houden dus op te bestaan als zelfstandige bestuursorganen. Maarten Allers, directeur van het Centrum voor Onderzoek Lagere Overheden van de Rijksuniversiteit Groningen heeft geconstateerd dat fuseren met buurgemeenten veel nadelen kent.
Zo heeft hij onder andere kritiek over de binding die in een gemeente verloren gaat, en ik citeer: “Als een gemeente heel veel kernen heeft en jij woont in een andere kern, dan ben je kritischer. Zeker als je zo’n 30 kilometer verderop woont en jouw kinderen daar toch niet naar school gaan. Door gemeentelijke herindeling wonen inwoners van dezelfde gemeente verder van elkaar af. Maar je hebt wel één financiële pot met zijn allen. Iedereen is bovendien extra alert door zo’n fusie.” Ook levert een fusie volgens hem financieel niks op, en ik citeer weer: “Het is goed onderzocht: gemeentelijke herindeling levert financieel niks op. Het levert complexiteit op als je fuseert. Zeker de eerste jaren, maar ook later: hoe groter een gemeente, hoe meer overleg, hoe meer ambtenaren enzovoorts. De burgemeester verdient meer en ambtenaren gaan meer verdienen. De gemeente wil beter gekwalificeerde mensen nu ze groter zijn.” Ook voorziet de heer Allers een lagere opkomst voor verkiezingen en haalt hier als voorbeeld de fusiegemeente Het Hogeland in de provincie Groningen aan, en nogmaals voorzitter ik citeer: “Je ziet dat mensen blijvend minder komen stemmen. Dat is een signaal dat mensen de gemeenschap niet meer zien die ze kenden. Ze identificeren zich niet met die grotere gemeente, voelen er geen band mee. Dus staan inwoners steeds losser van het bestuur.
Dat leidt tot meer weerstand, bijvoorbeeld bij zo’n project als in Het Hogeland.” Over de ambtelijke fusie zegt hij: “Stel, je hebt maar dertig ambtenaren waarvan er één iemand verstand heeft van jeugdzorg. Als die ziek wordt, heb je niemand meer. Dat kan een probleem zijn, vooral omdat gemeenten de laatste 10 jaar heel veel ingewikkelde nieuwe taken hebben gekregen. Tegenwoordig hebben gemeenten voor alles specialisten nodig. Je moet zoveel van een gebied als jeugdzorg weten dat het heel moeilijk is om in te vallen voor een collega. Dan kan het handig zijn dat je als gemeente groter bent en twee of drie mensen hebt die hierover veel weten.” De gemeente Brummen zal waarschijnlijk haar slagkracht willen vergroten en dat zou de reden kunnen zijn dat de gemeente Brummen erover nadenkt om te fuseren. Hierover zegt hij: “Juist vanwege die nieuwe taken wordt er heel veel samengewerkt binnen talloze samenwerkingsverbanden. Een gemeente heeft te maken met scholen die gefuseerd zijn in koepels,
zorginstellingen die tot grote zorgorganisaties zijn gefuseerd, woningcorporaties waar hetzelfde speelt. Dan is het gevoel vaak dat je als gemeente niet genoeg gehoord wordt als jij een kleine partner bent. Andere gemeenten worden intussen ook groter. Als jij de enige bent die niet fuseert, wil misschien niemand meer met je praten en gaan al die groten de zaken samen regelen.” Allers vindt dat een zorgelijke ontwikkeling. “Je krijgt een soort zelfversterkend proces wat geen enkel doel meer dient, maar wat zichzelf bezighoudt. Iets opleveren doet het niet.” Echter, voorzitter, ziet de heer Allers ook een ambtelijke fusie niet als het ei van Columbus, hij ziet er meer heil in om vooral de dynamiek van voortdurende schaalvergroting te doorbreken en veel taken in plaats daarvan over te dragen naar de provincie. Hij zegt dan ook: “Dat zou kunnen door de sociale taken waarmee gemeenten overvraagd worden aan de provincies over te dragen. Zo kunnen gemeenten zich richten op de echt lokale dingen en hoef je niet meer op te schalen. Dan heb je het opgelost.” Kortom voorzitter, een beleidsfusie voor onze gemeente is sowieso een slecht idee en alhoewel een ambtelijke fusie misschien een iets beter idee is, is ook dit een vorm van schaalvergroting met de nodige nadelen.
De gemeentes zouden dus beter gezamenlijk met de provincie kunnen afspreken om sociale taken als jeugdzorg en andere bovengemeentelijke taken over te dragen aan de provincie. Dank u wel.