CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inspreekreactie de heer Hulskotte

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Inspreekreacties1.078 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pleitnota aangaande raadsvoorstel (Z054422/D404554) aangaande bestemmingsplan “Energietransitie servicestation en appartementencomplex” met als kenmerk NL.IMRO.0213.BPBRKOM100011-va01 Datum: 15 juni 2021 Inspreker: inwoner Jan Hulskotte sinds najaar 2020 wonende Akkergeelster 77 te Brummen Aanleiding Nadat de bewegingsbeperkingen van Corona waren opgeheven wordt ik ’s ochtends menigmaal gewekt door verkeerslawaai komend van de rotonde in de A348 waar onder meer de Kwazenboschweg op uitkomt. Bezwaar Goedkeuring van het bestemmingsplan “Energietransitie servicestation en appartementencomplex” zal gevolgen hebben voor de afstraling van geluid van de Kwazenboschweg en de rotonde in de A348. Als gevolg van de vestiging van het “Energietransitie servicestation” zal de aardenwal met begroeiing (uilenwal) langs de Kwazenboschweg doorbroken worden waardoor te verwachten valt dat de afstraling van het lawaai zal toenemen. Zowel de verkeerintensiteit zal toenemen en doordat inbreuk wordt gemaakt op de fysieke barrière van de aardenwal met begroeiing zal het geluid verder doordringen in de omgeving. Ik maak me hierover ernstig ongerust mede omdat ik verwacht dat de activiteit op het “Energietransitie servicestation” veel meer zal gaan behelzen dan het voorzien van het wegverkeer van energie.

Door ontoereikende inkomsten van de verkoop van energie aan het verkeer zal de exploitant van het “Energietransitie servicestation” worden gedwongen om activiteiten te ondernemen waar het voorliggende bestemmingsplan niet expliciet in heeft voorzien. Te verwachten is dat er hierdoor nog veel meer wegverkeer dan gepland het “servicestation” zal moeten bezoeken om de exploitatie sluitend te krijgen. Ik zie het bestemmingsplan daarom inhoudelijk als onjuist omdat de activiteiten die waarschijnlijk plaats gaan vinden op het “Energietransitie servicestation” niet zijn uitgewerkt en ontoereikend zijn beschreven in het bestemmingsplan. Onderbouwing Uit hoofde van mijn beroep volg ik al decennialang de ontwikkelingen aangaande verkeer en uitstoot. Ik durf daarom te zeggen dat ik weet waarover ik spreek. De ontwikkelingen aangaande de energietransitie van het verkeer gaan razend snel en gaan anders dan een paar jaar geleden werden verwacht. Zo lijkt het momenteel niet meer waarschijnlijk dat de energiedrager waterstof enige rol van betekenis gaat spelen. In het bestemmingsplan wordt nog wel op verkoop van waterstof gerekend. Een belangrijke reden is dat de omzetting van elektriciteit naar waterstof en weer terug naar elektriciteit en verlies van zo’n 75% tot 80 procent kost.

Dit is dan ook de reden dat het wagenpark vandaag reeds 950.000 elektrische personenauto’s kent op een totaal van bijna 9 miljoen (bron: CBS). Van de enige waterstofauto die rond rijdt is slechts een zeer gering aantal verkocht. De fabrikant van deze waterstofauto Toyota is bezig met een zeer haastige inhaalslag om ook elektrische auto’s te gaan maken. Verreweg het grootste deel van de elektriciteit die de elektrische personenauto’s laden (90% volgens het nationaal laadonderzoek 2020) is niet

afkomstig van snelladers die vaak op benzinestations zijn gevestigd. Dit betekent dus dat bij toenemende aantallen elektrische auto’s de bezoeken aan tankstations drastisch zullen gaan dalen en bijgevolg ook de inkomsten. De directie van Volkswagen heeft onlangs bekend gemaakt dat zij verwacht dat ongeveer in 2025/2026 het rijden en bezitten van een elektrische auto goedkoper zal zijn dan een brandstofvariant. Dit zal waarschijnlijk betekenen dat de overstap naar elektrische auto’s vanaf 2025/2026 massaal zal gaan plaatsvinden. Bekend is dat ongeveer 30 procent van de kilometers van personenauto’s wordt verreden auto’s die vijf jaar of jonger zijn. Indien bijna alle verkochte auto’s vanaf 2025/2026 elektrisch zijn dan zal vanaf die tijd dan ieder jaar 5 tot 6 procent minder benzine en diesel getankt gaan worden. Daar zal dan nog maar een toename van 0,6 procent toename van verkoop van elektriciteit tegenover staan. Ook als een iets minder dramatisch snelle ontwikkeling zal plaatsvinden en stel hierbij dat per 2030 nagenoeg geen auto’s op benzine en diesel meer worden verkocht dan nog is de overgang zeer groot en met alle gevolgen voor de exploitatie van het “Energietransitie servicestation”. Merkwaardig genoeg lijkt de initiatiefnemer zich wel min of meer bewust te zijn van deze ontwikkeling.

In het raadsvoorstel (NL.IMRO.0213.BPBRKOM100011-va01) staat onder Kanttekeningen de volgende passage “Berenschot heeft in 2019 in opdracht van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industie (VNPI) een analyse met als titel ‘Tankstations in transitie’ geschreven. De verwachting, volgens deze analyse, is dat in 2035 dat aandeel elektrische auto’s tussen 42% en 69% bedraagt. Verder is een conclusie uit het rapport dat de omzet van tankstations verschuift van (fossiele) energie naar retail”. Men is zich er dus bewust van dat een grote omwenteling gaat plaatsvinden maar in het voorstel wordt onder Kanttekeningen onder punt “3. Nevenfuncties bij het tankstation” hier slechts summier over uitgeweid. Citaat: “Een tankstation is in hoofdzaak gericht op het verstrekken van brandstoffen/energiebronnen voor het verkeer, maar dit initiatief omvat daarnaast ook ander functies zoals een tankshop, ondergeschikte horeca, kantoor, wasstraat (zie paragraaf 2.3 en tabel 2.1 uit de toelichting). Tegenwoordig zijn nieuw te ontwikkelen tankstations of onbemande tankstations of fullservice tankstations. Dit heeft te maken de business case. Het initiatief is een fullservice tankstation met de daarbij behorende functies.

Dit zijn wel extra functies ten opzichte van het huidige tankstation en het zijn functies die worden toegevoegd aan het buitengebied.” Uit bovenstaande passage blijkt dat men zich wel bewust is van de ontwikkeling die gaande is en daarop wil anticiperen maar dit zijn slechts kanttekeningen in het officiële stuk. Men wil kennelijk ruimte reserveren om te kunnen doen wat nodig is voor de exploitatie zonder dit verder helemaal uit te werken. In het raadsvoorstel worden genoemd: 25 m2 ondergeschikte horeca, 40 m2 directiekamer en 100 m2 vergaderruimte. Dit lijkt mij gezien de te verwachten grootschalige ontwikkelingen volstrekt onvoldoende. Persoonlijke visie Mijn kanttekening bij onderhavig bestemmingsplan is dat we in Brummen al een wasstraat hebben die over voldoende capaciteit beschikt. Daarnaast is er aan extra (ondergeschikte) horeca al evenmin gebrek getuige het feit dat een bestaande horecagelegenheid aan de Zutphensestraat al enige tijd niet wordt gebruikt.

Mijn inschatting is dat er op de gekozen locatie geen plaats is voor een “fullservice” tankstation domweg wegens ruimtegebrek. Daarnaast is er een ruimtelijk conflict met landerijen van de biologische boerderij de “Meander”. Het ruimtelijk conflict ontstaat omdat er inbreuk moet worden gemaakt op de noodzakelijke biologische bufferruimte van de biologische boerderij zoals de uilenwal. Conclusie Ik wil de gemeenteraad dringend verzoeken om het bestemmingsplan (NL.IMRO.0213.BPBRKOM100011-va01)) niet vast te stellen omdat de ruimtelijke eisen aan het functioneren van een “fullservice” tankstation niet of onvoldoende is uitgewerkt voor de beoogde locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12891769/1