E30 - B&W - Factsheet rapport woonzorgvisie
Tekst van het document
FACTSHEET RAPPORT WOONZORGVISIE woonzorgvisie gemeente Brummen
D350694 1
Dit factsheet is een samenvatting van het rapport voor de woonzorgvisie. In hoofdlijnen geeft het de scope van het onderzoek weer (aanleiding, beleid en doelgroepen). Het geeft de bevolkingsprognose en bevolkingsopbouw voor de komende jaren weer en geeft een beeld van de lokale woningmarkt inclusief toekomstig vraag en aanbod. Vervolgens worden per zorgdoelgroep (ouderen, GGZ en gehandicapten) de trends en ontwikkelingen weergegeven binnen de thema’s wonen, zorg en welzijn. Na de weergave van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek naar de woonbehoefte en leefbaarheid onder onze inwoners wordt afgesloten met de opgaven per zorgdoelgroep.
AANLEIDING
We zien dat zorg- en ondersteuning steeds vaker ambulant (in de eigen woonomgeving van de
Door demografische ontwikkelingen, wijzigende
cliënt) wordt aangeboden en we zien - bijvoorbeeld
wet- en regelgeving en veranderende zorg- en
in de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) - dat
woonvoorkeuren verandert er veel in het sociaal
mensen die nu nog in een instelling wonen in
domein. Ouderen en kwetsbare doelgroepen
toenemende mate worden begeleid naar zelfstandig
wonen langer zelfstandig en de toegang tot
wonen. Ook zien we in de samenleving tal van
voorzieningen wordt steeds strenger. Er wordt
woonzorg initiatieven ontstaan. Per saldo betekent
een groter beroep gedaan op de eigen kracht van
dit dat meer kwetsbare mensen langer zelfstandig
mensen en de intramurale setting van wonen met
zullen wonen en wonen en zorg zal worden
verblijf (wonen in een instelling) is straks alleen nog
gescheiden. Meer mensen zullen thuis hun zorg en
beschikbaar voor mensen met zware problematiek.
ondersteuning ontvangen.
De toenemende vraag naar wonen met zorg stelt de gemeente Brummen voor een aantal opgaven: • Een woonopgave: er moeten voldoende betaalbare en passende woningen beschikbaar zijn; • Een zorgopgave: we moeten voorsorteren op een grotere zorgvraag (door vergrijzing, extramuralisering en ambulantisering); • Een ondersteuningsopgave: er moet steeds meer en steeds complexer wordende zorg en ondersteuning bij inwoners aan huis worden geven; • Een continuiteitsopgave: iedereen die dat nodig heeft moet 24-uur per dag zorg en ondersteuning kunnen krijgen
2
BELEID SOCIAAL DOMEIN
Model leefringen
Beleid sociaal domein – Integraal beleidskader
Kracht van de inwoner zelf
Zes kaderstellende uitgangspunten:
Sociaal netwerk (familie, vrienden, buren...)
1. Eigen verantwoordelijkheid met een sociaal vangnet
Algemene voorzieningen (ontmoetingsplaatsen, verenigingen...)
2. De vraag van de inwoners staat centraal 3. Investeren in probleemoplossend vermogen van de samenleving
Individuele voorzieningen
4. Organiseren op de Brummense schaal 5. De gemeente voert regie en stuurt op resultaat 6. Ruimte voor innovatie en een nieuw samenspel
Bron: (IBK Gemeente Brummen, 12.2013)
BELEID WOONAGENDA 2019-2023
DOELGROEPEN WOONZORGVISIE
Ambities en speerpunten algemeen
1. Ouderenzorg - V&V (verpleging en verzorging)
1. We monitoren actief of de vraag en aanbod van de sociale huurvoorraad nog in balans is: 2. Iedere doelgroep vindt binnen 2 jaar een passende huur- of koopwoning: 3. De productie van de nieuwbouw loopt in de pas met de verwachte huishoudengroei en versterkt de huidige woonmilieus: 4. Binnen Brummen is het mogelijk om per levensfase een passende woning te huren of kopen. 5. We stimuleren de nieuwbouw van levensloopgeschikte (of geschikt te maken) nieuwbouw. 6. De kern Eerbeek krijgt de komende jaren extra aandacht om groei van de kern te bevorderen
onderverdeel in: a. Psychogeriatrie/ dementie (PG) b. Somatiek (SOM) c. Wonen met een Plus - ouderen die langer zelfstandig thuis wonen, blijven? 2. GGZ-zorg - Geestelijke gezondheidszorg, onderverdeeld in: a. Beschermd Wonen (BW) b. Ernstig Psychiatrische aandoeningen (EPA) 3. Zorg voor mensen met een beperking onderverdeeld in: a. Verstandelijk beperkt (VG) b. Lichamelijk beperkt (LG) c. Licht verstandelijk beperkt (LVB)
Ambities en speerpunten wonen, zorg en vergrijzing 1. Ouderen kunnen oud worden in hun eigen wijk of kern: 2. Voldoende woonmogelijkheden voor mensen met een zorgbehoefte 3. Zorglocaties behouden, laten meegroeien met autonome groei 4. Woningbouwinitiatieven faciliteren die voorzien in huisvesting voor ouderen. Liefst flexibel, zodat ze later kunnen dienen voor kleine 1- tot 2-persoons huishoudens. 5. Stimuleren van woningaanpassingen zodat ouderen langer zelfstandig kunnen wonen 6. Zorgen voor een ‘zachte landing’ voor cliënten die uitstromen vanuit Beschermd wonen (opstapregeling)
3
25.000
BEVOLKINGSPROGNOSE Gemiddeld in Nederland is momenteel
20.000
2.437
ca. 19% van alle inwoners ouder dan 64 jaar (bron: CBS Statline). In de
2.938
2.910
3.284
2.971
4.106
4.610
3.281
15.000
3.284
2.597
9.944
9.972
gemeente Brummen ligt dit percentage op 26% en ligt dus (ruim) boven het
10.000
11.461
11.288
10.837
3.952
3.641
3.609
3.587
3.524
2020
2025
2030
2040
2050
Nederlands gemiddelde. De combinatie van vergrijzing en ontgroening zet de komende jaren licht door: in 2025 is
5.000
28% van alle inwoners in de gemeente ouder dan 65 jaar. Pas na 2040 vlakken
0
de vergrijzing en ontgroening af.
0-19
20-64
65-74
75-plus
Nederland
Gemeente Brummen
Eerbeek
Brummen
Buitengebied
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V 02.2021)
Nederlands Niet-Nederlands
76% 24%
88% 12%
85% 15%
90% 11%
93% 7%
Leeftijdsindeling
0-64 65-74 75+
81% 11% 8%
55% 14% 12%
55% 14% 12%
54% 14% 12%
57% 14% 9%
Inkomensverdeling
Laag Midden Hoog
40% 40% 20%
40% 41% 18%
40% 42% 18%
41% 42% 18%
39% 38% 23%
€ 32.300
€ 30.600
€ 30.100
€ 29.800
€ 33.500
Eenpersoons Meerpersoons
38% 62%
30% 70%
29% 71%
32% 68%
20% 80%
koop huur
57% 42%
62% 38%
61% 39%
57% 43%
84% 16%
huur: aandeel corporaties huur: aandeel particulieren
29% 13%
32% 6%
33% 5%
37% 6%
5% 11%
€ 230.000
€ 255.000
€ 248.000
€ 240.000
€ 357.000
BEVOLKINGSOPBOUW Bevolkingssamenstelling
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger Huishoudenssamenstelling
Woningvoorraad
Gemiddelde woningwaarde
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021)
SOCIAAL ECONOMISCHE STATUS De sociaaleconomische status (SES) staat voor de positie van mensen op de maatschappelijke ladder. Die positie ontstaat uit een combinatie van (1) materiële omstandigheden; (2) vaardigheden, capaciteiten en kennis; en (3) het sociale netwerk en de status en macht van mensen in dat netwerk. De gemeente Brummen scoort over het algemeen gemiddeld, maar er zijn aanzienlijke verschillen tussen de kernen Brummen en Eerbeek (lager) en het buitengebied (hoger en hoog).
Bron: (Sociaal economische status 2017, 2017)
4
Ontwikkeling huishoudens
Tabel 2.4: Prognose ontwikkeling huishoudens naar leeftijd en samenstelling, gemeente Brummen 2018 - 2030
De uiteindelijke woonvraag wordt bepaald door huishoudens. In de
2018
2023
2030
Ontwikkeling 2018-2030
1-2 phh 18-29 jaar
425
400
325
-100
1-2 phh 30-49 jaar
788
800
700
-90
1-2 phh 50-64 jaar
1.639
1.650
1.540
-100
1-2 phh 65-74 jaar
1.548
1.600
1.600
+50
1-2 phh 75+ jaar
1.518
1.800
2.415
+895
gezin
3.105
3.200
3.200
+95
totaal
9.023
9.450
9.775
+750
gemeente Brummen wonen ongeveer 9.000 huishoudens. Dit zijn ruim 3.100 gezinnen met kinderen, circa 2.600 alleenstaanden en 3.350 tweepersoonshuishoudens. Een prognose van de ontwikkeling van huishoudens naar leeftijd en samenstelling laat grote groei zien van het aantal 75-plushuishoudens. Hun aantal groeit richting 2030 met bijna 900, een groei van 60%. Het aantal kleine 1- en 2-persoonshuishoudens tot 65 jaar daalt in aantal. Naar de toekomst toe verwachten we dat het aantal eenpersoons-huishoudens
Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019) Oeken is in de cijfers van Brummen opgenomen.
verder toeneemt. Dit zijn met name 75-plussers die alleen achterblijven op hoge leeftijd.
Figuur 2.13: Eigendom woning per kern 2016
Betaalbaarheid en beschikbaarheid bestaande woningvoorraad In de gemeente Brummen staan 9.253 woningen. Het grootste deel hiervan zijn koopwoningen 5.647 (61%), 2.753 van de woningen zijn corporatiewoningen (31%) en 853 van woningen worden verhuurd door particulieren (8%).
Oeken is in de cijfers van Brummen opgenomen.
Gemeente
61%
31%
8%
Brummen
58%
35%
7%
Eerbeek
60%
32%
8%
Empe/Tonden
93%
Tabel 2.10: Huur (absoluut) Hallcorporatiewoningen Veluwonen per kern 2017 80%
Gemeente Leuvenheim Brummen Eerbeek Empe/Tonden Hall
0%
Tot € 417
€ 417 - € 597
297
1.816
116 10% 17120% 0 Koopwoning 2
7%
€ 640 - € 710
83%
380
238
228%
2.753 9%
932 30%852 40%
172 50% 206
85 70% 133
20 80% 22 90%
1.325 100% 1.384
0 Corporatiewoning 18
60%
> € 710
13%
€ 597 - € 640
0 Particuliere huurwoning 0 2
Percentages lager dan 5 procent worden niet weergegeven. Leuvenheim 8 vanwege de leesbaarheid 14 0
Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019)
Totaal
0
0
0
0
22
0
0
22
Bron: Monitor Wonen Companen. 2019, bewerking Bron: Lokale Veluwonen, bewerking GeenCompanen. woningen in Empe/Tonden.
Sociale huurvoorraad Van de sociale huurwoningen in de gemeente Brummen heeft het grootste deel een huurprijs onder de laagste aftop-pingsgrens van € 597 (prijspeil 2018*): 77% van alle woningen, 91% onder de grens van € 640. *Het prijspeil wordt jaarlijks geïndexeerd, maar de aantallen onder de aftoppingsgrenzen veranderen hierdoor niet.
In Brummen en Eerbeek staan relatief de meeste sociale huurwoningen: respectievelijk 35% en 32% van Figuur 2.9: Huur corporatiewoningen Veluwonen per kern 2017 (relatief) Oeken is in de cijfers van Brummen opgenomen. de woningvoorraad in deze kernen. In de kleine kernen ligt het accent zeer sterk bij koopwoningen. Hier staan enkele tientallen sociale huurwoningen. Daarbij wordt de woningvoorraad zeker in de kleinste Gemeente 8% 14% 66% 11% kernen sterk bepaald door grondgebonden woningen. In Eerbeek en Brummen zijn nog enige appartementen. Brummen 6% 13% 70% 9% Tabel 2.8:Eerbeek Aantal woningen per kern 2017 (absoluut) 12%
Empe/Tonden 0% Voorraad Koop Gemeente 9.253 5.559 Brummen Hall 2.117 9% 3.860 Eerbeek 4.402 2.629 Empe/Tonden 0.380 36% 0.317 Leuvenheim Hall 0.325 0.261 Leuvenheim 0% 0.286 20% 0.235 10% 30% Bron: CBS 2019, bewerking Companen.
Tot €417
€417-€597
62% Sociale Part. huur huur 2.753 941 1.325 420 82% 1.384 429 0.0 27 22 47 22 29 40% 50% €597-€640
Gem. waarde € 243.000 € 230.000 € 236.000 € 372.000 64% € 330.000 € 274.000 60% 70%
€640-€710
9% 15% % % eengezins meergezins 88% 12% 87% 13% 9% 88% 12% 90% 10% 93% 7% 97% 80% 90% 3% 100%
Vanaf €710
Percentages lager dan 5 procent worden vanwege de leesbaarheid niet weergegeven.
Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019)
Bron: Veluwonen, bewerking Companen. Geen sociale huurwoningen in Empe/Tonden.
Van de sociale huurwoningen in de gemeente Brummen heeft het grootste deel een huurprijs onder de laagste aftoppingsgrens van € 597 (prijspeil 2018): 77% van alle woningen, 91% onder de grens van € 640. Ter vergelijk: van de huurders in een sociale huurwoning heeft 48% een inkomen onder de grenzen 5 van de huurtoeslag. Daarmee lijkt de huurprijsopbouw passend bij de inkomensopbouw van de huurders, zeker ook als we er rekening mee houden dat ook huishoudens met een inkomen net boven de inkomens-
Ontwikkeling huishoudens Beschikbaarheid woningen zorgdoelgroepen Veluwonen Veluwonen had in 2020 in totaal
type woning wooncorporatie
Voorrang 55+
Senioren (AOW+)
Senioren met zorg
Bijzondere doelgr.
Aantal
492
167
172
96
927 woning beschikbaar voor zorgdoelgroepen. 831 hiervan zijn specifiek beschikbaar voor senioren. 96 voor bijzondere doelgroepen.
Bron: Veluwonen
5 Dynamiek op de woningmarkt Figuur 3.1: Gewenste vs. streefhuurprijs op basis van betaalbaarheid
In dit hoofdstuk gaan we verder in op de kwalitatieve woningbehoefte in de gemeente Brummen. Gewenst
Betaalbaarheid woningen Als streefhuurprijsopbouw worden vergeleken met de berekende gewenste huurprijsopbouw zien we dat meer zeer betaalbare woningen (tot € 417) nodig zijn en een groter deel van de huurwoningen een prijs boven € 640 tot € 710 zou mogen hebben. Tussen € 417 en € 597 lijkt ruim voldoende en gedifferentieerd aanbod aanwezig te zijn.
14%
5%
41%
12%
5.1 Gerealiseerde verhuisbewegingen Streefhuur
17%
44%
19%
14%
Verhuisbewegingen in het recente verleden geven inzicht in de stappen die huishoudens zetten op de woningmarkt in hun wooncarrière. Wij hebben op basis van huishoudenskenmerken van verhuizers in de gemeente Brummen de dynamiek woningmarkt Brummen in beeld gebracht. 0% 10% 20%op de30% 40% in 50% 60% 70% 80% 90% 100% € 417van het € 495 € 597 bepaalde € 640gegevens € 710afgeschermd. > €710 Hierdoor kunnen de Vanwege de strenge privacyregels CBS worden gepresenteerde percentages licht afwijken van de werkelijke percentages. Bijvoorbeeld het percentage binnenBronnen: Veluwonen, Lokale Monitor Wonen, NIBUD-rekentool 2019, berekeningen Companen. Percentages lager dan 5% worden Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019)naar verhuizers dat vestigt in deeen huurwoning is bij uitsplitsing naar woningtype 55% en bij uitsplitsing niet weergegeven vanwege leesbaarheid. woningwaarde 58%.
Als we de streefhuurprijsopbouw vergelijken met de berekende gewenste huurprijsopbouw zien we dat meer zeer betaalbare woningen (tot € 417) nodig zijn en een groter deel van de huurwoningen een prijs boven € 640 tot € 710 zou mogen hebben. Tussen € 417 en € 597 lijkt ruim voldoende en gedifferentieerd Binnenverhuizers 16% 10% 8% 10% 28% aanbod aanwezig te zijn. 29%
Figuur 5.1: Leeftijd en huishoudsamenstelling verhuisde huishoudens gemeente Brummen 2006 - 2016
Energielasten als onderdeel van de woonlasten Vestigers
Verhuisbewegingen
29%
29%
23%
14%
6% 4%
23%
Een belangrijk deel van de woonlasten wordt ook gevormd door energielasten. Op basis van gegevens van Veluwonen zijn deze gemiddeld € 1.214 per jaar (€ 101 per maand). Dit komt overeen met de NIBUDVertrekkers In het vervolg zijn de gemiddelde 50% 18% 5% van de16% normbedragen. energielasten gekoppeld aan9% de labels woningen.
Verhuisbewegingen in het recente verleden geven inzicht in de stappen die huishoudens zetten op de woningmarkt in hun wooncarrière. Huishoudens die binnen de gemeente Brummen verhuisd zijn, zijn relatief vaak gezinnen met kinderen en huishoudens tot 29 jaar (waaronder ook starters). Inwoners van 65 jaar en ouder vertegenwoordigen 18% van de binnen-verhuizers. Vestigers in de gemeente Brummen zijn naast deze groepen vaak kleine huishoudens tussen 30 en 65 jaar; hieronder bevinden zich ook huishoudens die na vestiging een gezin (gaan) vormen. De helft van de vertrekkers zijn jonge kleine huishoudens die uit huis
0%maandelijkse 10% energielasten 20% 30% elke energieklasse 40% 50% 60% 70% Tabel 3.3: Gemiddelde voor per huurprijsklasse
80% 90% 100% Tot € 417 € 417 - € 597 € 597 - € 640 € 640 - € 710 > € 710 Totaal 1-2 phh 18 - 29 jaar 1-2 phh 30 - 49 jaar 1-2 phh 50 - 64 jaar A++ € 85 € 85 € 85 € 85 € 85 1-2 phh 65 - 74 jaar€ 84 1-2 phh 75+ jaar gezin A+ € 79 € 85 € 86 € 83 A € 88 € 92 € 93 € 95 € 90 € 92 Het gaat om verhuizingen van/naar gemeenten. Percentages lager dan 4% worden niet weergegeven. Bron: Companen, 06.2019) € 92 B CBS Microdata 2019, bewerking € 76 € 90 (Woningmarktonderzoek € 95 € 107 € 104 Bron: Companen. C € 83 € 103 € 109 € 101 € 74 € 101 D € 112 € 117 € 125 € 129 € 119 €en 117 Huishoudens die binnen de gemeente Brummen verhuisd zijn, zijn relatief vaak gezinnen met kinderen Figuur 5.2: Woningtype verhuisde huishoudens gemeente Brummen 2006 - 2016 E € 119 € 118 € 123 € 119 huishoudens tot 29 jaar (waaronder ook starters). Vestigers in de gemeente Brummen zijn naast deze F € 121 tussen 30€en 12165 jaar; hieronder € 111 bevinden zich ook huishoudens die€na 121 groepen vaak kleine huishoudens G € 133 137de vertrekkers € 137zijn jonge kleine huishoudens die uit huis € 134 vestiging een gezin (gaan) vormen. De helft€van Binnenverhuizers 13% 23% 8% 10% 4% € 115 H € 115 42% € 115 € 115 gaan, en geen woning achterlaten. Redenen hangen vaak samen met werk of studie en is daardoor niet Totaal € 97 € 102 € 103 € 99 € 94 € 101
beïnvloedbaar met woonbeleid. Geen woningen in Empe/Tonden. Van 4 woningen is de huurprijs onbekend. Van 1 woning is de energieklasse onbekend. Bron: Veluwonen, bewerking Companen.
Vestigers tabel worden 39%de verbruiksgerelateerde 8% 18% 11% getoond. 19% Er wordt 5% geen In bovenstaande energiekosten onderscheid gemaakt in woningtype en naar huishoudsamenstelling. Deze aspecten zijn sterk bepalend voor het energieverbruik. De gemiddelde energielasten geven een indicatie van de maandlasten per 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% energielabel in combinatie met huurprijsklasse. De marges tussen groot. Verduurzaming hetmgz vastgoed heeft Huur egzverschillende Huur mgzwoningen Koop rijzijn niet Koopheel 2-1 kap Koop vrijstaand vanKoop daarmee bovenal betekenis voor het bereiken van klimaatdoelen en comfortverbeteringen. Beperking Percentages lager dan 4% worden niet weergegeven. vanCBS de Microdata woonlasten in beperkte mate mogelijk. Bron: 2019,isbewerking Companen.
Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019)
Figuur 5.3: Prijsklasse huur-/koopwoning verhuisde huishoudens gemeente Brummen 2006 - 2016 213.102/G | Woningmarktonderzoek
35
gaan, en geen woning achterlaten.
Binnenverhuizers 58% 5% 5% 4% Rond |de helft van de binnenverhuizers en vestigers 5% komt13% in een 10% huurwoning 213.102/G Woningmarktonderzoek
Redenen hangen vaak samen met
terecht. Vestigers gaan vaker naar tweekappers en vrijstaande woningen in het
werk of studie en is daardoor niet
duurdere koopsegment. Dit wijst op een stap naar een luxer en ruimer woonmi-
beïnvloedbaar met woonbeleid.
lieu. Mensen die binnen de gemeente Brummen verhuizen zetten juist kleinere
Vestigers
51%
4%
9%
10%
8%
8%
10%
stapjes en zijn vaker de meer traditionele lokaal gebonden huishoudens. 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
Huur
Koop tot 150.000
Koop 150.000-200.000
Koop 250.000-300.000
Koop 300.000-400.000
Koop 400.000+
80%
90%
100%
Koop 200.000-250.000
Percentages lager dan 4% worden niet weergegeven vanwege de leesbaarheid. Bron: CBS Microdata 2019, bewerking Companen. De prijsklasse van vertrekkers betreft de achtergelaten woning.
6
24
Prognose toekomstige behoefte op de
BANDBREEDTE 2018 2018 tot 2027
woningmarkt
op basis huishoudensgroei PRIMOS 2016
inclusief inlopen woningtekort en maatwerk
op basis huishoudensgroei PRIMOS 2020
inclusief inlopen woningtekort en maatwerk*
Apeldoorn
3.400
5.600
4.850
7.950
Brummen
650
700
600
900
PM
PM
Binnen de Cleantech regio wordt de woningbouwprogrammering regionaal afgestemd met de andere gemeenten in de regio. Dit is vastgelegd in de regionale Woonagenda Cleantech, addendum 2020.
BANDBREEDTE 2020 2020 tot 2030
Deventer** Epe
450
755
1.025
1.350
Voor de komende jaren heeft Companen
Heerde
350
400
200
475
het potentiële aanbod en de potentiële
Lochem
600
875
600
1.300
vraag op gemeenteniveau met elkaar
Voorst
775
975
800
975
vergeleken door verhuistrends uit het ver-
Zutphen
700
1.325
1.750
2.700
leden door te trekken naar de toekomst
totaal
6.925
10.630
9.825
15.650
en daarbij veranderingen in huishoudenssamenstelling volgens de provinciale prognose mee te wegen. Zij zijn er daarbij vanuit gegaan dat de
*Maatwerkafspraken 2020: +50 voor Brummen, +200 voor Heerde, +300 voor Lochem en +150 voor Voorst **Afspraak Deventer is met de provincie Overijssel
Bron: regionale Woonagenda Cleantech addendum 20202018 - 2028 Figuur 5.5: Samenstelling vraag (links) en aanbod (rechts)2018, per doelgroep, in de periode
vraag van 75-plussers de komende jaren groter wordt, en tegelijkertijd ook een grotere groep zelfstandig blijft wonen (vaak in de huidige woning). Op basis van de verhuisbewegingen over de laatste jaren wordt inzichtelijk hoe verschillende
Starters 1-2 phh 18-29 jaar
1-2 phh 18-29 jaar
Figuur 5.4: Gemiddelde verhuisgeneigdheid per jaar naar leeftijd/samenstelling huishouden, gemeente Brummen, 2006 - 2016 1-2 phh 30-49 jaar
1-2 phh 30-49 jaar
1-2 phh 50-64 jaar
3.500
1-2 phh 50-64 jaar
1-2 phh 65-74 jaar
1-2 phh 65-74 jaar
1-2 phh 75+ jaar
1-2 phh 75+ jaar
3.000
huishoudenstypen in de laatste jaren ver-
2.500
huisden. Op basis daarvan is een extra-
2.000
Gezinnen
Gezinnen 0
polatie naar de komende jaren tot stand
1.500
gekomen.
1.000Huur eengezins
500
1.000
1.500
Huur levensloopgeschikt
2.000
Koop rij
Verlater
Koop 2-1 kap
0 500 Koop vrijstaand
1.000 1.500 2.000 Koop levensloopgeschikt
500
Prognose vraag en aanbod tot 2028 Het potentiële aanbod op de woningmarkt ontstaat doordat huishoudens verhuizen of uitstromen (door overlijden of een verhuizingen naar een zorginstelling). Zij laten in beide gevallen een woning achter; het potentiële aanbod. Wanneer dit aanbod wordt vergeleken met de (veranderende) woningvraag, blijkt waar in de komende jaren het verschil tussen vraag en aanbod het meest waarschijnlijk is.
Bron: Woningmarktsimulatiemodel Companen.
0
Starters phh 18-29relatief 1-2 phhveel 30-49 1-2een phhkoopwoning, 50-64 1-2 phh verspreid 65-74 1-2over phh 75+ Gezinnentypen. Gezinnen met kinderen1-2 verhuizen naar verschillende jaar jaar jaar jaar jaar Zij laten iets vaker een rijwoning in de koop of huurwoning achter. Ouderen verhuizen, als zij verhuizen, relatief vaker naar een huurwoning. Kleine huishoudens in de2018 middenleeftijd (30 tot 50 jaar verhuizen Aantal in 2018 Verhuizers - 2028 relatief vaak naar een koopwoning, vooral ook grotere woningen (zoals eerder ook al bleek bij de Bron: CBS Microdata 2019, bewerking Companen. verhuisbewegingen). Bron: (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019) De verhuisbewegingen hebben we voor de verschillende segmenten met elkaar in verband gebracht. Dat De dynamiek op de woningmarkt komt grotendeels van jonge kleine huishoudens. Voor de periode tot biedt inzicht in de potentiële match van vraag en aanbod. 2028 komen ruim 1.825 verhuizingen van jongeren tot 30 jaar (waaronder starters). Dat is meer dan een derde deel van het aantal verhuizingen in die periode. Deze huishoudens zoeken in hun eerste fase een Figuur 5.6: Prognose vraag en aanbod naar woningtypen, in de periode 2018 - 2028 plek op de woningmarkt, en maken dan wooncarrière. Ouderen vanaf 65 jaar verhuizen zeer weinig.
Van alle verhuizingen betreft dan circa 75% van de Huur eengezins verhuizingen een één- of tweepersoonshuishouden, 25% komt van gezinnen met kinderen.
Huur levensloopgeschikt *
25% van de woningvoorraad in de ge-
Het potentiële aanbod op de woningmarkt ontstaat doordat huishoudens verhuizen of uitstromen (door Koop rij overlijden of een verhuizingen naar een zorginstelling). Zij laten in beide gevallen een woning achter; het potentiële aanbod. Ditkap aanbod confronteren we met de (veranderende) woningvraag, die is afgeleid uit Koop 2-1 de verhuisgeneigdheid en woningkeuze in de afgelopen jaren (uit CBS-microdata). Hieruit blijkt waar in vrijstaand de komendeKoop jaren de mismatch tussen vraag en aanbod het meest waarschijnlijk is.
meente Brummen is geschikt voor mensen
Koop levensloopgeschikt *
Geschiktheid van woningen
met een lichte fysieke beperking. Dit zijn in totaal ongeveer 2.300 woningen. Daarnaast is 28% (ongeveer 2.600 woningen) van de woningvoorraad met een (kleine) woningaanpassing geschikt te maken.
0
500
1.000
Potentieel aanbod
1.500
2.000
2.500
3.000
Potentiële vraag
* inclusief behoefte aan geclusterd wonen, zie hoofdstuk 4. Bron: actualisatie woningbehoefte augustus 2020 Companen Bron: Woningmarktsimulatiemodel Companen.
De behoefte richt zich in grote mate op eengezinshuurwoningen. Hier is ook het aanbod bij doorstroming relatief groot, waardoor vraag en aanbod redelijk met elkaar in evenwicht zijn. Het tekort aan huur7 woningen ramen we op circa 450 woningen. Uit de eerdere analyse ten aanzien van de economische ontwikkeling en behoefte aan sociale huur blijkt dat hiervan circa 100 tot 200 sociale huurwoningen betreft (bij geen economische groei). De resterende 250 tot 350 woningen zouden dan in de middenhuur
antal VV klanten in Apeldoorn/Zutphen groeit met 80% tot 2040 en t het meest in Brummen en Zutphen
Geschiktheid woningen ang van verwacht aantal van klanten in Apeldoorn/Zutphen
1] anten in de 25% VV, 2019 - 2040 van de woningvoorraad in de ge-
2019
Ontwikkeling binnen gemeenten [# klanten VV 2019, 20401, % stijging]
meente Brummen is geschikt voor mensen met een lichte fysieke beperking. Dit zijn in totaal ongeveer 2.300 woningen. Daarnaast is 28% (ongeveer 2.600 woningen)
Zutphen
woningaanpassing geschikt te maken. 80 % stijging van de zorgvraag (t.o.v. 88 % in NL)
Lochem
Trends en ontwikkelingen ouderenzorg
261
Brummen
van de woningvoorraad met een (kleine)
Zorgvraag
1.752 3.155
Apeldoorn 494
+89,5%
496
990
568 402
Epe 214
Heerde
• Het aantal in de ouderenzorg in 2020 2025cliënten 2030 2035 2040 de gemeente Brummen neemt toe;
955 661
392
• Tot 2040 in de gemeente Brummen met 89,5%
+99,7%
klanten in 2019
Bron (Zilveren Kruis V&V, 06.2020)
nieuwe klanten in 2040
aat uit van Wlz-gebruik per regio en leeftijdsgroep in 2019 en bevolkingsontwikkeling tot 2040, gecorrigeerd voor SES en Migratie-profiel van gemeenten Wlz-gebruik CAK 2019, Bevolkingsprognose Primos (2018), SES SCP (2016), Migranten per gemeente CBS-statline (2018)
19
VOETTEKST, DIA NUMMER EN DATUM AANPASSEN
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN GGZ-ZORG
1
Ga naar de tab ‘Invoegen’, dan de knop
• Het aantal inwoners dat binnen in de wijk ge‘Tekst’ en klikGGZ op ‘Kopen voettekst’. op maatwerkvoorzieningen ‘Overal toepassen’ om de bruik maakt van 3 2of Klik meer gegevens op elke slide toe te passen.
is 1 op 20 (55 per 1.000 inw.) • Binnen de GGZ-zorg zal de komende periode door
• Ten aanzien van aanbod en gebruik van de Praktijk
afbouw van het aantal BW plekken sprake zijn van
Ondersteuner Huisarts (POH) GGZ is Brummen
een afname van het aantal BW plekken (Wmo) in de
uitschieter. Er is veel aanbod (702 per 1.000 inw.),
regio en de gemeente Brummen.
maar er wordt slechts nauwelijks gebruik gemaakt
• Hierdoor zal sprake zijn van een extra uitstroom van BW cliënten naar zelfstandige woonruimte • De regio, maar ook de gemeente Brummen voorziet in een bovenregionale behoefte in Beschermd
Koptekst en voettekst
van POH consulten (25 per 1.000 inw.). • De gemeente Brummen heeft hoge gemeentelijke financiering op beschermd wonen (Wmo), vanwege de vele voorzieningen in de gemeente.
wonen • 810 indicaties BW/ Brummen 85. Landelijks zijn er
De GGZ kampt met flinke personeelsproblemen. Door
ca. 2,1 mensen per 1.000 inwoners, in de regio
hoog verloop, hoog verzuim en groeiend gebrek aan
3,4 per 1.000 inw.
gekwalificeerd personeel.
• De GGZ constateert steeds vaker onderbehandeling van zware klachten en overbehandeling van lichte klachten; • De gemeente Brummen heeft een hoge Zorgindex, veroorzaakt door de aanwezigheid van veel GGZ (en V&V en GZ) zorgvoorzieningen • Het aantal inwoners dat binnen GGZ in de wijk
Financiën GGZ: • Ondanks beperking van het aanbod en verlaging van de tarieven stijgen de uitgaven in de GGZ • Zonder afbouw van het aantal BW plekken (Wmo) in de regio en in de gemeente Brummen zal de
gebruik maakt van één of twee maatwerkvoorzie-
bovenregionale functie leiden tot een financierings-
ningen is bijna 1 op 5. (195 per 1.000 inw.)
tekort
8
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN OUDERENZORG • Binnen de Ouderenzorg is er de komende jaren sprake van een toename van de vraag naar het aantal plekken voor mensen met dementie, mensen met een somatische vraag en mensen die geclusterd willen wonen; • De meeste cliënten krijgen langdurige zorg in een instelling, maar zorg thuis neemt toe; • Het aantal zware indicaties neemt af, het aantal lichtere indicaties neemt toe; • Er gaapt een groot gat tussen zelfstandig wonen en het verpleeghuis; • Het ontbreekt aan voldoende, aantrekkelijke en betaalbare tussenvormen. • Het aanbod van geschikte geclusterde woningen is beperkt; • Er zijn weinig levensloopgeschikte woningen te huur of te koop; • De huidige doelgroepenwoningen zijn gebaseerd op ‘oude’ woonwensen. • Cliënten willen meer keuzes in hun zorg- en woonsituatie, maar dat is niet altijd mogelijk • Ouderen kennen een zeer lage verhuisbereidheid en zijn in beperkte mate bereid om geld te investeren om hun woning passend te maken. Ook zijn ze niet of nauwelijks bereid te verhuizen naar een passende woning. Hierdoor blijven veel ouderen in minder geschikte woningen wonen. • De aanwezigheid en bereikbaarheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen is in de toekomst niet gegarandeerd.
Beperkte stijging van werknemers in de V&V gaat knellen met de stijging van zorgvraag en vraagt om oplossingen op regionaal niveau HET TEKORT AAN ZORGPERSONEEL IN DE REGIO NEEMT TOE 2020: Huidige situatie
Zorgvraag V&V Apeldoorn /Zupthen
2040: Verwachte situatie
3.977 Wlz-klanten
6.646 Wlz-klanten
Mogelijke oplossingen voor arbeidstekort in 2040:
• Aantrekken nieuwe werknemers
Beschikbare werknemers Apeldoorn/ Zutphen
11.891 fte
Aantal werknemers per klant
3,0 fte per klant
11.951 fte
-43%
• Inzetten op arbeidsbesparende innovaties
1,8 fte per klant
Bron: (Zilveren Kruis V&V, 06.2020) 1. Prognose op basis van demografische ontwikkelingen en (samengevoegde) arbeidsmarktregio’s Bron: CAK, CBS AZW data, Primos bevolkingsprognose
Met gelijkblijvend budget per klant en de voorspelde zorgvraag ontwikkeling staatDE financiering van VV-zorg in 2040 FINANCIERING VAN DE V&V onder ZORGdruk STAAT IN 2040 ONDER VOETTEKST, DIA NUMMER DRUK
31
EN DATUM AANPASSEN
Zorgvraag V&V Apeldoorn /Zutphen Benodigde middelen Apeldoorn /Zutphen1
Wlz-uitgaven per inwoner2
Uitgaven aan VV-zorg bij gelijkblijvende middelen per klant Uitgaven per lid beroepsbevolking per jaar Bron: CAK, CBS AZW data, Primos bevolkingsprognose
1
Ga naar de tab ‘Invoegen’, dan de knop
2
Klik op ‘Overal toepassen’ om de gegevens op elke slide toe te passen.
‘Tekst’ en klik op ‘Kop- en voettekst’. 2040: Verwachte situatie
2020: Huidige situatie
3.977 Wlz-klanten
6.646 Wlz-klanten
€ 279 miljoen
€ 502
€ 882 per inwoner
€ 1.605 per inwoner
Koptekst en voettekst
miljoen
Bron: (Zilveren Kruis V&V, 06.2020) 28
9 VOETTEKST, DIA NUMMER EN DATUM AANPASSEN
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN ZORG VOOR MENSEN MET EEN BEPERKING • Binnen de gemeente Brummen zijn veel verschillen-
• Het aantal intramurale plekken zal licht afnemen
de woonvormen, ook met bovenlokale functie
de komende jaren
• De behoefte aan specifieke geclusterde woonvor-
• Duidelijke toename van meerzorg. In het geval
men voor mensen met een verstandelijke beperking
van meerzorg leveren aanbieders extra zorg aan
zal de komende jaren iets afnemen;
cliënten voor wie het integrale zorgpakket niet
• De komende jaren is sprake van voortzetting van de groei van het aantal mensen dat kan worden opge-
toereikend is. Met meerzorg zijn extra kosten gemoeid.
vangen in de eigen omgeving;
• Afname van de lagere en toename van de hogere
• Hierdoor zijn in de regio minder intramurale plekken nodig
zorgzwaartepakketten; • Zorggebruik van PGB neemt toe;
• Er is groei zichtbaar in het aantal mensen dat zelf-
• Toename van thuiswonende cliënten met VPT;
standig woont met wlz-zorg
• Meer regie vanuit de cliënt.
De daling van werknemers in de GZ gaat knellen met de stijging van zorgvraag en vraagt omZORGPERSONEEL oplossingen op regionaal HET TEKORT AAN IN DE niveau REGIO NEEMT TOE 2020: Huidige situatie
Zorgvraag GZ Apeldoorn /Zutphen
2040: Verwachte situatie
3345 Wlz-klanten
4125 Wlz-klanten1
Mogelijke oplossingen voor arbeidstekort in 2040: • Aantrekken nieuwe werknemers
Beschikbare werknemers Apeldoorn /Zutphen2
10672 fte2
Aantal werknemers per klant
3,19 fte per klant
10616 fte2
-19%
• Inzetten op arbeidsbesparende innovaties
2,57 fte per klant
Bron: (Regioanalyse GZ Zilveren Kruis, 06.2020)
1. Op basis van het max scenario op pagina 23. 2. Prognose op basis van demografische ontwikkelingen en (samengevoegde) arbeidsmarktregio’s Bron: CAK, CBS AZW data, Primos bevolkingsprognose
34
VOETTEKST, DIA NUMMER EN DATUM AANPASSEN
‘Invoegen’, dan de knop 1 Ga naar de tab Met gelijkblijvend budget per klant en voorspelde ontwikkeling zorgvraag ‘Tekst’ en klik op ‘Kop- en voettekst’. DE financiering FINANCIERING GZ druk STAAT IN 2040 ONDER DRUK staat Wlz inVAN 2040DE onder 2 Klik op ‘Overal toepassen’ om de gegevens op elke slide toe te passen.
2020: Huidige situatie
Koptekst en voettekst
2040: Verwachte situatie
Zorgvraag GZ Apeldoorn /Zutphen
3345 Wlz-klanten
4125 Wlz-klanten1
Benodigde middelen Apeldoorn /Zutphen2
€ 248 miljoen2
€ 310 miljoen2
Wlz-uitgaven per inwoner3
€ 786 per inwoner3
€ 994 per inwoner3
1. Op basis van het max scenario op pagina 23. 2. Uitgaven aan GZ-zorg bij gelijkblijvende middelen per klant 3. Uitgaven per lid beroepsbevolking per jaar Bron: CAK, CBS AZW data, Primos bevolkingsprognose
Bron: (Regioanalyse GZ Zilveren Kruis, 06.2020)
31
VOETTEKST, DIA NUMMER EN DATUM AANPASSEN 1
Ga naar de tab ‘Invoegen’, dan de knop
10
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN WELZIJN • Preventie krijgt een steeds belangrijkere rol bij het voorkomen van gezondheidsproblemen en duurdere zorg (en deze taak ligt nadrukkelijk bij gemeenten); • Er is sprake van een andere kijk op gezondheid. Het accent ligt niet op ziekte. Maar op mensen zelf, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Positieve gezondheid wordt een steeds belangrijker instrument in de ondersteuning aan inwoners. bron: (iPH Positieve Gezondheid); • Het beroep op het eigen netwerk van inwoners wordt door toenemende zorgvraag en zorgkosten steeds groter; • Informele zorg (vrijwilligerswerk en mantelzorg) wordt in toenemende mate belangrijk. Dankzij de informele zorg: • Verbetert de kwaliteit van leven van (kwetsbare) mensen; • Kunnen mensen mee (blijven) doen aan de samenleving; • Wordt minder snel een beroep gedaan op de professionele zorg. • Het aantal mensen dat mantelzorg ontvangt stijgt de
Aantal ontvangers van mantelzorg van 75 jaar en ouder volgens drie verschillende ramingen, 2018-2040 500.000 450.000 400.000 350.000 300.000 250.000
komende jaren sterk, van 234.000 (2018) naar bijna
200.000
400.000 (2040)
150.000
• Het aantal mensen dat mantelzorg kan geven daalt van 5 naar 3; • Tevens zal in gebieden waar sprake is van krimp en
100.000 50.000 0
2020
2025
2030
2040
Variant met constante zorgbehoefte alle ouderen > 75 jaar Variant met afname zorgbehoefte alle ouderen > 75 jaar Variant met afname zorgbehoefte 75-84 jaar
sterke vergrijzing de leeftijd van de mantelzorggevers aanzienlijk oplopen. Dit heeft mogelijke gevolgen voor de duur en kwaliteit van de gegeven mantelzorg. • De beweging van meer kwetsbare mensen zelfstandig wonend in de wijk kan overlast geven en gevolgen
Verhouding tussen aantal gevers van mantelzorg (zorg van 4 uur of meer per week aan personen van 75 jaar en ouder) en aantal ontvangers van mantelzorg van 75 jaar en ouder, naar leeftijd van de gevers van mantelzorg, 2018-2040.
hebben voor de leefbaarheid in de wijk. • Spreiding van bewoners met sociale problematiek en een goede balans in woonwijken vermindert deze kans; • Daarbij versterkt een gevarieerde wijk of kern juist
5,0 4,5 4,0 3,5 3,0 2,5
de leefbaarheid, omdat aanwezige sociale
2,0
structuren worden versterkt door onderlinge
1,5
betrokkenheid. • Een gevarieerde bevolkingsopbouw heeft wat betreft leeftijd voordelen. Mensen kunnen elkaar ondersteunen binnen het eigen netwerk. Een gedifferentieerd woningaanbod houdt een gevarieerde opbouw mogelijk.
1,0 0,5 0,0
2020
2025 18-49 jaar
2030 50-74 jaar
2040 > 75 jaar
totaal
Bron: (Sociaal Cultureel Planbureau, 2019)
11
Ja, binnen 2 tot 5 jaar
U ontvangt deze factsheet omdat u lid bent van het inwonerpanel ‘Brummen Spreekt’ en er in februari 2021 een onderzoek is gedaan naar wonen met zorg. Hartelijk dank voor uw deelname! Graag delen wij enkele belangrijke resultaten met u en stellen we u op de hoogte van het vervolg.
Persoonlijke redenen 15% Verhuizen
Ja, binnen (meer dan) 5 jaar
19% Overweegt u op termijn te verhuizen?
Aantal deelnemers: 618
Nee
28%
Mijn woonomgeving
Top 3 redenen om te verhuizen23%
Mijn woning
66%
48%
Levensloopgeschiktheid woning
Verhuizen
Ja, binnen 2 tot 5 jaar Persoonlijke redenen waar behoefte 28% Top 3 ondersteuning ONDERZOEK BURGERPANEL WOONBEHOEFTE EN 15% LEEFBAARHEID 2021 Top 3 uitgevoerde aanpassingen
Overweegt u op termijn te verhuizen?
Nee
lid bent van het Ja, binnen 2 tot 5 jaar er in februari 2021 Ja, binnen (meer dan) 5 jaar t zorg. Hartelijk dank enkele belangrijke Aantal deelnemers: 618 ogte van het vervolg.
66%
Top 3 redenen om te verhuizen Ja, binnen (meer dan) 5 jaar Inrichten slaapkamer en/of Mijn woning badkamer beneden 48%
15%
Toilet boven Persoonlijke redenen
LEVENSGESCHIKTHEID 19%
19%
aan is
35%
Mijn woonomgeving Onafhankelijk adviseur
23%
20%
30% Duidelijke website woning 28%Levensloopgeschiktheid
11%
HOE BELANGRIJK IS HET OM27% BIJ OUDERDOM, ZIEKTE OFbehoefte BEPERKING Top 3 ondersteuning waar Mijn woonomgeving Verwijderen van drempels Financieel adviseur 23% 8% Top 3 uitgevoerde aanpassingen IN UW HUIDIGE WONING TE KUNNEN BLIJVEN aan is
WONING
Inrichten slaapkamer en/of Hoe belangrijk is het om bij ouderdom, of handicap inadviseur uw huidige woning te20% 35% ziekte Onafhankelijk kunnen blijven wonen? Top 3 ondersteuning waar behoefte Toilet boven 30% 11% Duidelijke website (Helemaal) niet aan is (Heel erg) belangrijk - 61% Neutraal - 16%
Levensloopgeschiktheid woning badkamer beneden
Verhuizen Top 3 uitgevoerde aanpassingen erhuizen? Top 3 redenen om te verhuizen Inrichten slaapkamer en/of 35% badkamer beneden Mijn woning Toilet boven Persoonlijke redenen Verwijderen van drempels Mijn woonomgeving
66% 15% 19%
Verwijderen van drempels 20% Onafhankelijk adviseur
48%
belangrijk - 20%
Financieel adviseur 27% Zelfstandig (blijven) wonen
8%
30%
11% Duidelijke website Hoe belangrijk is het om bij ouderdom, ziekte of handicap in uw huidige woning te
27%
Financieel adviseur
28% 23%
Voorkeur zelfstandig wonen 'op uw oude dag' kunnen blijven wonen?
8%
(Heel erg) belangrijk - 61% Hoe belangrijk is het om bij ouderdom, ziekte of handicap in uw huidige woning te kunnen blijven wonen? ZELFSTANDIG BLIJVEN WONEN
49%
nsloopgeschiktheid woning
Zelfstandig in mijn (Helemaal) niet Neutraal - 16% huidige eigenbelangrijk woning - 20%
(Heel erg) belangrijk - 61%
Neutraal - 16%
21% Geclusterd in(blijven) de vorm van een Zelfstandig wonen
(Helemaal) niet belangrijk - 20%
14%
Zelfstandig in een aangepaste woning
35%
hofje of meergezinswoning Top 3 ondersteuning waar behoefte Voorkeur zelfstandig wonen 'op uw oude dag' aan is Aanwezigheid voorzieningen om zelfstandig te blijven wonen - Top 3 % (zeer) belangrijk Zelfstandig 20% (blijven) wonen Onafhankelijk adviseur
30%
Duidelijke website
singen
27%
Voorkeur zelfstandig wonen 'op uw oude dag'
91% 49%
11% 8%
Financieel adviseur
49%
Zelfstandig in mijn Supermarkt huidige eigen woning
21%
14%
84% 21%
Geclusterd de vorm van een Medischeinvoorzieningen hofje of meergezinswoning
Aanwezigheid voorzieningen om zelfstandig te blijven wonen - Top 3 % (zeer) belangrijk
Geclusterd Zelfstandig in een ouderdom, ziekte Zelfstandig of handicapininmijn uw huidige woning te in de vorm van een hofje of meergezinswoning aangepaste woning kunnen blijven huidige wonen?eigen woning Aanwezigheid voorzieningen om zelfstandig te blijven wonen - Top 3 % (zeer) belangrijk
k - 61%
Neutraal - 16%
lfstandig (blijven) wonen
91%
(Helemaal) niet belangrijk - 20%
84%
Supermarkt
Medische voorzieningen
Winkels
91%
Supermarkt
zelfstandig wonen 'op uw oude dag'
21%
75% 14%
Zelfstandig in een Winkels aangepaste woning
75%
84% Medische voorzieningen
75% Winkels
14%
eclusterd in de vorm van een hofje of meergezinswoning
Zelfstandig in een aangepaste woning
om zelfstandig te blijven wonen - Top 3 % (zeer) belangrijk
STAAT U OPEN VOOR MEER KWETSBARE MENSEN IN UW WIJK?
OVERLAST VAN ANDEREN 84%
75%
Medische voorzieningen
De buurt
Winkels
Overlast (van het gedrag) van anderen in de buurt 30% 24% 19%
Ernstige overlast
2%
1%
1
2
3%
3
7%
4
4%
5%
5%
5
6
7
8,0 Geen overlast
8
9
10
Beoordeling gemeente Dienstverlening van de gemeente
Wijze waarop gemeente inwoners en organisaties betrekt en samenwerking zoekt
KUNT U AANGEVEN IN HOEVERRE U HET EENS BENT MET DE VOLGENDE STELLINGEN?
STAAT UW BUURT (VOLGENS U OPEN VOOR MEER KWETSBARE MENSEN IN UW WIJK?
6,7
6,6
Communicatie en voorlichting vanuit de gemeente
Het panel Brummen Spreekt in zijn algemeenheid
6,7
7,2
Afgelopen 12 maanden contact gehad met de gemeente Bron: (Moventem WO, Ja -2020) 49%
Nee - 51%
Top 3 onderwerpen waarover contact gehad met de gemeente
12
40%
35%
14%
ONDERZOEK BURGERPANEL WOONBEHOEFTE 2019 De belangrijkste doelgroepen op de woningmarkt zijn starters (35%), senioren (30%) en
Woonagenda Belangrijkste doelgroep op woningmarkt - Top 3
Belangrijkste onderwerp bij uitwerking van de woonagenda van de gemeente - Top 3
Starters/jongeren
Senioren
Gezinnen met kinderen
35%
30%
11%
Betaalbaarheid van wonen
35%
Met zorg/langer Bouw van zelfstandig wonen nieuwe woningen
19%
19%
Belangrijke reden voor mensen van buiten Brummen om zich in de gemeente te vestigen
gezinnen met kinderen (11%). Respondenten geven aan dat de betaalbaarheid van wonen belangrijkste prioriteit zou moeten zijn bij de woonagenda in 2019 (35%). Met zorg/langer
Hier geboren en getogen/ in de buurt van familie
Natuur/omgeving/rust
62%
Betaalbare woningen
30%
20%
Verwachte knelpunten als het gaat om passend aanbod woningen in de gemeente - Top 3 Onvoldoende...
46%
34%
32%
Oplossingen om vraag en aanbod op woningmarkt beter aan te laten sluiten - Top 3 Meer...:
...betaalbaar aanbod
...aanbod van gezochte woning
...levensloopbestendig aanbod
...seniorenwoningen ...starterswoningen ...huurwoningen met bouwen bouwen lage huurprijs
40%
33%
33%
zelfstandig wonen is met 19% ook een belangrijk onderwerp, samen met de bouw van nieuwe woningen (19%).
Bron: (Moventem WO, 2020)
• Ouderen geven aan behoefte te hebben aan veiligheid, ontmoeting en voorzieningen; • Behoefte aan woonvormen tussen thuis en het verpleeghuis; • Er is behoefte aan diversiteit en (cultuur) specifieke woonvormen. Daarbij zijn ouderen bereid om (beperkt) extra geld uit te trekken voor een aangepaste woonvorm Onderzoek laat ook zien dat ouder wordende mensen meer behoefte hebben aan voorzieningen dichtbij huis en aan sociale contacten in de buurt.
Hoe waardeert u de...
Dienstverlening (Rapportcijfers)
6,6
...dienstverlening gemeente
% respondenten dat in de afgelopen 12 maanden contact heeft gehad met de gemeente dat het (zeer) eens is met de stellingen:
72%
Ik vond het aanvragen of voorleggen gemakkelijk
OUDEREN REDEN VAN inwoners VERHUIZEN VOOR ...wijze waarop gemeente en Ontvangen en/of beschikbare info was juist en volledig 65% organisaties betrekt en samenwerking zoekt
Jonger ...communicatie en voorlichting vanuit gemeente dan 25 jaar
6,4
Tijd die afhandeling in beslag nam was acceptabel
6,5
62%
Studie of werk
Wat gebeurt er met de resultaten?
25-34
62%
Gezondheid of zorg
Ik werd voldoende op de hoogte gesteld van het verloop van afhandeling
De resultaten van het onderzoek over wonen worden door de gemeente betrokkenFinancieel bij de verdere 35-44 uitwerking van de woonagenda in een afwegingskader. In dat proces worden jongeren actief via een brainstormbijeenkomst betrokken. De resultaten van het dienstverleningsonderzoek gebruikt het
gemeentebestuur om de gemeentelijke dienstverlening verder te verbeteren en de gegevens Woning in de 45-54 landelijke benchmarkt Waar Staat Je Gemeente te actualiseren. Ook buigt de gemeente zich over uw mening en aanbevelingen over dit inwonerspanel.
55-64
Woonomgeving
65-74
Dichter bij sociaal netwerk
75-84
Huishouden
Vanaf 85 jaar
Anders 0
20
40
60
80
100
Bron: (Wonen en zorg voor ouderen Anbo/Actiz, 06.2020)
13
OPGAVEN OPGAVE OUDERENZORG
2020
Huidige aanbod
Verwachte vraag 2020
BW dementie
82
149
BW somatiek
62
90
Wonen met een plus
107
366
Verwachte aanbod
Verwachte vraag 2025
BW dementie
123
179
BW somatiek
73
109
Wonen met een plus
107
441
Verwachte aanbod
Verwachte vraag 2030
BW dementie
123
200
BW somatiek
73
122
Wonen met een plus
107
493
Verwachte aanbod
Verwachte vraag 2040
BW dementie
123
250
BW somatiek
73
152
Wonen met een plus
107
616
Verschil = potentie
2025
Verschil = potentie
2030
Verschil = potentie
2040
Verschil = potentie
Bron: (Bureau Fame - Gebiedsmonitor V&V, 02.2021), bewerking gemeente Brummen
14
OPGAVE GGZ-ZORG Afbouw/uitstroom kan
Aanbod
Verwachte vraag
BW Wmo 2020
85
85
BW Wmo 2021
45
45
BW Wmo 2025
45
37
uitstroom in de gemeente
BW Wmo 2030
45
30
Brummen of in de regio zal
BW Wmo 2040
45
30
plaatsvinden.
betekenen dat er meer zelfstandige woonruimte nodig is. Het is nog onduidelijk of
Bron: (Woonopgave BW Companen, 11.2020), beweking gemeente Brummen
OPGAVE ZORG VOOR MENSEN MET EEN BEPERKING Afbouw/ uitstroom kan
Aanbod
Verwachte vraag
GZ 2020
177
170
standige woonruimte nodig
GZ 2021
177
162
is. Het is nog onduidelijk of
GZ 2025
177
153
uitstroom in de gemeente
GZ 2030
177
145
Brummen of in de regio zal
GZ 2040
177
135
betekenen dat er meer zelf-
plaatsvinden.
Bron: (Woonagenda Gemeente Brummen, 09.2019)
Segment
Aantallen
Sociale huur
100-200 levensloopgeschikte woningen
Middenhuur
100-150 levensloopgeschikte woningen
Doelgroep zijn welgestelde senioren Accent op de kernen Brummen en Eerbeek
(visie van de raad).
Middenhuur / betaalbare koop
150-200 woningen
Vanwege substitutievraag afhankelijk van de investeerder in te zetten als middenhuurwoning of koopwoning van maximaal € 250.000
PLANNEN WONINGCORPORATIE
Levensloopgeschikte koopwoningen
Ca 150 woningen
Voor groeiende groep kleine huishoudens, waaronder starters en senioren
Ca 150 woningen
Rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen Gelet op het prijsniveau in de kleine kernen zou voor de lokale behoefte in deze kernen vooral toevoeging gewenst zijn in het ontbrekende segment koopwoningen tot circa € 225.000. In Brummen en Eerbeek meer accent op twee-onderéén-kap en vrijstaand.
MARKTONTWIKKELING De gemeente Brummen heeft diverse initiatieven ontvangen. Momenteel gaat het om 106 woonzorgplekken. Deze zijn nog
Overwegingen Accent op levensloopgeschikte woningen Flexibiliteit in aantallen vanwege risico-afweging Op korte termijn versnellen ten behoeve van transformatie Accent op de kernen Brummen en Eerbeek
niet verwerkt in bovenstaand overzicht. Deze initiatieven houden wij aan, totdat de woonzorgvisie vastgesteld is en duidelijk is welke aanvragen voorzien in de behoefte
Companen adviseert in het woningmarktonderzoek uit 2019 onderstaand programma over het tijdsvak tot en met 2028 (Woningmarktonderzoek Companen, 06.2019).
Overige koopwoningen
Bron: companen actualisatie woningbehoefteonderzoek augustus 2020
15
16
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 9 maart 2021 : Z056520/D350618 : : Raadsinformatiebrief rapport en factsheet woonzorgvisie
Geachte leden van de gemeenteraad van Brummen, De gemeente Brummen wil inspelen op de veranderende vraag in de zorg door er samen met de partners voor te zorgen dat er een passend aanbod van wonen en zorg is èn er een sluitende aanpak is om 24-uurs zorg en begeleiding te garanderen. Hoe daar te komen wordt op hoofdlijnen vastgelegd in de woonzorgvisie. Waarom deze woonzorgvisie We zien dat zorg- en ondersteuning steeds vaker ambulant en in de eigen woonomgeving van de cliënt wordt aangeboden en we zien - bijvoorbeeld in de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) - dat mensen die nu nog in een instelling wonen steeds meer worden begeleid naar zelfstandig wonen. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de behoeften van onze inwoners. Uit de uitkomsten van ons inwonerspanel Brummen Spreekt wordt duidelijk dat inwoners zelf ook zoveel mogelijk zelfstandig en binnen de eigen gemeente willen blijven wonen. Daarbij ontvangen zij waar nodig graag de (niet) medische ondersteuning zoveel mogelijk aan huis. Dit zorgt er samen met demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing en wijzigingen in wet- en regelgeving voor dat er veel verandert in het sociaal domein. Dat maakt dat we in samenspraak met inwoners en partners werken aan een nieuwe woonzorgvisie.
Met deze woonzorgvisie kunnen we als gemeente goed anticiperen op de onderliggende opgaven en het helpt ons om goede afspraken te maken met alle partners in de keten. De onderliggende opgaven die horen bij deze woonzorgvisie zijn: Een woonopgave: er moeten voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn; Een zorgopgave: er moet voorgesorteerd worden op een groter zorgvraag (bijvoorbeeld door vergrijzing en de omslag van wonen in een instelling naar zelfstandig wonen); Een ondersteuningsopgave: er moet steeds meer en een ander soort zorg en ondersteuning bij inwoners aan huis worden gegeven; Een continuïteitsopgave: iedereen die dat nodig heeft moet 24-uur per dag zorg en ondersteuning kunnen krijgen. Rapport Voor het ontwikkelen van een woonzorgvisie is het nodig om een goede analyse van de lokale woonzorgopgave te maken. Deze analyse is de basis voor de uiteindelijk te maken keuzes en de te
Z056520/D350618
Blz. 2
formuleren ambities in de woonzorgvisie. De woonzorgopgaven voor de gemeente Brummen zijn samengebracht in een rapport. In dit rapport zoeken we naar het antwoord op de vraag welke samenhang van wonen, zorg en begeleiding nodig is. Het beschrijft onder andere de beleidskaders, de (demografische) trends en de ontwikkelingen van de drie onderzochte zorgdoelgroepen. Hierbij is gekeken naar de thema`s wonen en zorg en welzijn. Verder is gebruik gemaakt van het onderzoek naar woonbehoefte en leefbaarheid onder onze inwoners. Factsheet Naast het rapport hebben wij ook een factsheet opgesteld. De factsheet is vooral bedoeld om u te ontzorgen en u snel een volledig beeld te geven van het omvangrijke en volledige rapport. De factsheet is een samenvatting van dit rapport. Het rapport met bevindingen en de factsheet sturen we mee met deze informatiebrief. Informerende raadsbijeenkomst op 11 maart 2021 Het rapport laat zien dat de opgave groot is. We hebben daarbij gebruik gemaakt van diverse bronnen. Deze bronnen hebben ieder cijfers die op een eigen manier tot stand zijn gekomen. Op dit moment zit er daardoor nog een bandbreedte in de uitkomsten. Voor de zorgvuldigheid gaan wij op 16 maart daarom in gesprek met onze partners om de verschillen in deze cijfers beter te kunnen duiden. We willen u voorafgaand aan dit gesprek informeren over de voortgang van de woonzorgvisie.
Dit doen wij op 11 maart 2021 tijdens een informerende raadsbijeenkomst. We tonen u de belangrijkste bevindingen uit het rapport en leggen uit hoe de duiding van het rapport en de cijfermatige verschillen ons helpen om te komen tot een goede raadsvergadering. Dit is een wijziging ten opzicht van de eerder aangegeven opiniërende raadsvergadering, maar is inmiddels goedgekeurd door het presidium. De geplande besluitvorming blijft gewoon van kracht. Richting geven op 15 april 2021 De komende weken gaan we samen met onze partners aan de slag om onze bevindingen verder te verduidelijken. Een uitwerking daarvan ontvangt u op 8 april 2021, Op basis daarvan kunt u op 15 april tijdens een reguliere raadsbijeenkomst aangeven welke richting de voorkeur heeft om te verwerken in de Woonzorgvisie. Na uw richtinggevende uitspraak wordt de woonzorgvisie uitgewerkt met een geplande definitieve besluitvorming op 24 juni 2021. Zorgvuldigheid staat voorop Wij gaan er vanuit dat dit proces het meest zorgvuldig is en ervoor zorgt dat hiermee het meeste recht wordt gedaan aan ieders positie en rol in de totstandkoming van de woonzorgvisie. Indien u naar aanleiding van het rapport of de factsheet technische vragen heeft dan kunt u die mailen naar Marco van Driel (beleidsmedewerker Maatschappelijke Ondersteuning) via: m.vandriel@brummen.nl.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H.J. van de Vliert Secretaris (wnd)
A.J. van Hedel burgemeester
Planning totstandkoming woonzorgvisie – D351414 Datum: 05.03.2021 09.03.2021 11.03.2021 16.03.2021 17.03.2021 01.04.2021 06.04.2021 08.04.2021 14.04.2021 15.04.2021 13.05.2021 18.05.2021 26.05.2021 10.06.2021 23.06.2021 24.06.2021
Collegevergadering: Vaststellen rapport, factsheet, raadsinformatiebrief en planning Informerende raad Duidingsessie partners Presidium Collegevoorstel versturen (duidingsverslag voor opiniërende raadsvergadering) Collegevergadering: vaststellen duidingsverslag voor opiniërende raadsvergadering. Duidingsverslag naar de raad Presidium Opiniërende raad voor richtinggevend uitspraak Collegevoorstel, concept raadsvoorstel en visie klaar Woonzorgvisie in college (vaststellen inspraakperiode van drie weken) Presidium Forum woonzorgvisie raad Presidium Besluitvorming woonzorgvisie raad
Rapport Wonen met Zorg – gemeente Brummen Datum: Versie:
2021.03.05 3.0
Kenmerk Vastgesteld
: Z056520/ D350695 : in de vergadering van het college van B&W van de gemeente Brummen 9 maart 2021
Opdrachtgever Auteur
: gemeente Brummen : Marco van Driel (beleidsmedewerker Maatschappelijke Ondersteuning)
1.
Inhoudsopgave
1.
Inhoudsopgave ............................................................................................................................................... 2
2.
Inleiding .......................................................................................................................................................... 4 2.1.
Schrijfwijzer/ leeswijzer ......................................................................................................................... 4
3.
Trends in wonen met zorg .............................................................................................................................. 6
4.
Onderbouwing rapport .................................................................................................................................. 9
5.
4.1.
Gebiedsuitwerking ................................................................................................................................. 9
4.2.
Doelgroepen .......................................................................................................................................... 9
4.3.
Leren van landelijk onderzoek en bestaande woon(zorg)visies ............................................................ 9
4.3.1.
Gemeentelijke woonvisie en handlingsperspectieven onderzocht ............................................ 10
4.3.2.
Taskforce Wonen en Zorg ........................................................................................................... 12
4.3.3.
Ouderenzorg in Apeldoorn en Zutphen ...................................................................................... 12
Onderzoek en analyse – kwantitatief ........................................................................................................... 14 5.1.
Demografische ontwikkeling gemeente Brummen ............................................................................. 14
5.2.
Beleid gemeente Brummen ................................................................................................................. 18
5.2.1.
Woonagenda 2019-2023 ............................................................................................................ 18
5.2.2.
Woningmarktonderzoek ............................................................................................................. 21
5.2.3.
Integraal beleidskader Sociaal Domein (3 decentralisaties) ....................................................... 28
5.3.
Opmars naar wonen met zorg ............................................................................................................. 31
5.4.
Ontwikkeling zorgvraag kwetsbare doelgroepen: ............................................................................... 34
5.4.1.
Ouderenzorg: V&V (PG en SOM) ................................................................................................ 35
5.4.2.
GGZ-zorg: MO/ BW/ EPA ............................................................................................................ 39
5.4.3.
Gehandicaptenzorg: LG/ VG/ LVB ............................................................................................... 46
5.5.
Ontwikkeling woonvraag kwetsbare doelgroepen .............................................................................. 52
5.5.1.
Ontwikkeling woonvraag in de ouderenzorg: V&V (PG en SOM) ............................................... 56
5.5.2.
Ontwikkeling woonvraag in de GGZ: MO/ BW/ EPA .................................................................. 60
5.5.3.
Ontwikkeling woonvraag in de Gehandicaptenzorg: LG/ VG/ LVB ............................................ 64
5.6.
Ontwikkeling welzijn: ........................................................................................................................... 65
5.6.1.
Vrijwilligerswerk ......................................................................................................................... 65
5.6.2.
Mantelzorg .................................................................................................................................. 67
5.6.3.
Preventie ..................................................................................................................................... 73
5.6.4.
Leefbaarheid wijken en solidariteit inwoners ............................................................................. 74
5.7.
Overige ontwikkelingen: ...................................................................................................................... 75
5.7.1.
Rapport Berenschot ‘naar een evenwichtig sociaal domein’...................................................... 75
5.7.2.
Samenwerking Huisarts (HA) en Specialist Ouderen Geneeskunde (SOG) ................................. 75
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 2
5.7.3. 6.
Grote verschillen in samenwerking huisarts en wijkverpleging.................................................. 78
Onderzoek en analyse – kwalitatief ............................................................................................................. 82 6.1.
Vragenlijsten aanbieders ..................................................................................................................... 82
6.2.
Participatie stakeholders en inwoners ................................................................................................ 85
7.
6.2.1.
Onderzoek naar woonbehoefte en leefbaarheid 2021............................................................... 85
6.2.3.
Verdiepende interviews .............................................................................................................. 90
6.2.4.
Cliënten en cliëntvertegenwoordigers en ervaringsdeskundigen .............................................. 91
6.2.5.
Verkennende bijeenkomsten met stakeholders ......................................................................... 91
Aanbod, ontwikkelplannen en opgave(n) .................................................................................................... 92 7.1.
Ouderenzorg ........................................................................................................................................ 92
7.2.
GGZ-zorg .............................................................................................................................................. 95
7.3.
Gehandicaptenzorg ............................................................................................................................. 97
7.4.
Marktinitiatieven ................................................................................................................................. 99
7.5.
Plannen woningcorporatie .................................................................................................................. 99
8.
Financiering ................................................................................................................................................ 101 8.1.
Verschillende financieringsvormen Wlz ............................................................................................ 102
8.2.
Verschillende contractvormen .......................................................................................................... 103
8.3.
Financiële draagkracht ...................................................................................................................... 105
9.
Bibliografie ................................................................................................................................................. 107
10.
Bijlage ..................................................................................................................................................... 110
10.1.
Bijeenkomst stakeholders 8 oktober 2020 .................................................................................... 110
10.2.
Bijeenkomst stakeholders 25 november 2020 .............................................................................. 112
_________________________________________ Rapport Wonen met Zorg gemeente Brummen - 3
2.
Inleiding
Door demografische ontwikkelingen, wijzigende wet- en regelgeving en veranderende zorg- en woonvoorkeuren verandert er veel in het sociaal domein. Ouderen en kwetsbare doelgroepen wonen langer zelfstandig en de toegang tot voorzieningen wordt steeds strenger. Er wordt een groter beroep gedaan op de eigen kracht van mensen en de wonen in een instelling is straks alleen nog beschikbaar voor mensen met zware problematiek. We zien dat zorg- en ondersteuning steeds vaker in de eigen woonomgeving van de cliënt) wordt aangeboden en we zien - bijvoorbeeld in de Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) - dat mensen die nu nog in een instelling wonen in toenemende mate worden begeleid naar zelfstandig wonen. Ook zien we in de samenleving tal van woonzorg initiatieven ontstaan. Per saldo betekent dit dat meer kwetsbare mensen langer zelfstandig zullen wonen en wonen en zorg zal worden gescheiden. Meer mensen zullen thuis hun zorg en ondersteuning ontvangen.