E25 - B&W Brummen - Verslag bijpraatsessie Eerbeek-Loenen 2030 27 oktober 2020
Tekst van het document
Verslag bijpraatsessie gemeenteraad Brummen Onderwerp: provinciale inpassingsplannen Mayr-Melnhof en Logistiek centrum Eerbeek (LCE) Datum:
27 oktober 2020
Tijd:
20:00 uur – 21:30 uur
Aanwezig: Gemeenteraad Voorzitter Griffier Wethouder Provincie
Papierindustrie
Projectmedewerkers
Alle fracties vertegenwoordigd, 17 raadsleden Alex van Hedel, burgemeester Diede Balduk Ine van Burgsteden, portefeuillehouder Eerbeek-Loenen 2030 Irma Bijker, programma manager Eerbeek-Loenen 2030 en projectleider provinciaal inpassingsplan Mayr Melnhof Tessy Busio, projectleider provinciaal inpassingsplan Logistiek Centrum Eerbeek Otto van Beers, directie Mayr-Melnhof Caspar Wortmann, adviseur van de papierindustrie en Schotpoort Logistics Meerdere ambtelijke adviseurs van de provincie en gemeente
Welkom Burgemeester Alex van Hedel heet iedereen welkom. Tijdens deze bijeenkomst worden de gemeenteraadsleden bijgepraat over de voortgang en het proces m.b.t. de provinciale inpassingsplannen voor papierfabriek Mayr Melnhof en het Logistiek Centrum Eerbeek (LCE). De bijeenkomst is niet besloten, in die zin dat alle aangesloten personen kunnen deelnemen. Er wordt een verslag gemaakt dat online wordt ontsloten. Daarnaast heeft de bijeenkomst een technisch karakter. Voor vragen en gesprek over politieke aspecten volgen andere momenten. Naar verwachting volgt er op 10 december een tweede bijeenkomst voor de gemeenteraad over Eerbeek-Loenen 2030. Het programma voor vanavond: 1. Inleiding (Irma Bijker) Vragenronde 1 2. Provinciaal inpassingsplan Mayr-Melnhof (Irma Bijker) Vragenronde 2 3. Provinciaal inpassingsplan Logistiek Centrum Eerbeek (Tessy Busio) Vragenronde 3 4. Vervolg op 10 december 2020 (Alex van Hedel)
november 2020
1. Inleiding (Irma Bijker) Deze technische briefing is speciaal voor de raadsleden bedoeld. Maar, is ook een brede uitnodiging voor gesprek. De vragen die al eerder zijn gesteld worden tijdens de presentatie beantwoord. En er is alle gelegenheid om andere vragen te stellen. Zodat de raadsleden er ook uithalen wat ze vooraf in gedachten hadden. De inleiding heeft betrekking op de samenwerking en de projecten Eerbeek-Loenen 2030, de procedure van een inpassingsplan en het omgevingsmanagement. Samenwerking en projecten Eerbeek-Loenen 2030 In het programma Eerbeek-Loenen 2030 wordt gewerkt aan drie pijlers: leefbaarheid, vestigingsklimaat en de energietransitie. De projecten kennen een grote mate van verwevenheid. En in ieder project wordt aan meerdere pijlers gewerkt. Waarbij er ook aandacht is voor mee koppel kansen.
Alle projecten en hun onderlinge samenhang zijn beschreven in een ‘Puzzel’ (zie volgende pagina). Het doel van deze puzzel is geven van overzicht en inzicht in de samenhang en verwevenheid. De projecten hebben verschillende kleuren. In de puzzelstukjes ernaast staat hoe het project bijdraagt aan de pijlers en met welke andere projecten er een raakvlak is. Deze bijpraatsessie gaat over de projecten Mayr-Melnhof en LCE. Maar, deze projecten zijn verweven met projecten zoals het wegennet en het masterplan voor het centrum en de beek. Binnen het programma Eerbeek-Loenen 2030 houden we die die verwevenheid en samenhang in de gaten en sturen we daar op.
Bestemmingsplan Eerbeek (2018) Bij de start van de samenwerking Eerbeek-Loenen 2030 in 2018 is het bestemmingsplan Eerbeek door de gemeenteraad vastgesteld. Dit is een overkoepelend plan, met name een beheerplan met enige ontwikkelruimte. Bijvoorbeeld op het Burgersterrein. Waarbij een nieuwe balans gevonden is tussen de belangen van de industrie en de belangen van het woon- en leefklimaat in het dorp. Daarmee is het dorp van het slot gekomen. Kon er weer beweging komen en ontwikkeling. Met specifieke oplossingen voor Mayr-Melnhof en LCE (zie hieronder).
Op 11 september 2019 deed de Raad van State uitspraak over het bestemmingsplan Eerbeek. Hieronder wordt nader ingegaan op de uitspraak. Bij de start van het proces rondom de inpassingsplannen Mayr-Melnhof en LCE is gekozen om verder te werken vanuit het door de raad gekozen voorkeursalternatief (VKA). Dit VKA is vastgelegd in het bestemmingsplan. De provincie repareert technisch wat met de uitspraak van de Raad van State is vernietigd.
Proces inpassingsplan Een inpassingsplan is een provinciaal bestemmingsplan. Provinciale Staten zijn bevoegd het plan vast te stellen in plaats van de gemeenteraad. Verder is de procedure vergelijkbaar met de bestemmingsplanprocedure (zie hieronder). Wel wordt de gemeenteraad gehoord. Dit gebeurt vaak tegelijkertijd met het vooroverleg (wettelijke overlegfase waarin andere (semi)overheden kunnen reageren op het conceptplan. De gemeenteraad kan zodra ze gehoord wordt de provincie advies geven over het concept ontwerp van de inpassingsplannen. Met de aanbevelingen en opmerkingen kan GS haar voordeel doen en eventueel aanpassen. Het horen van de raad is vormvrij. Dit is niet in de wet vastgelegd. Provincie en gemeente zijn in overleg over de wijze waarop aan het ‘horen’ vorm kan worden gegeven. De provincie vindt het van belang dat er in ieder geval nog een technische briefing volgt over het inpassingsplan voordat de raad wordt gehoord. Zodat de raad goed op de hoogte is van de inhoud. Ook de gemeente hecht aan nog een technische briefing.
Omgevingsmanagement In het programma Eerbeek-Loenen 2030 is het omgevingsmanagement heel erg belangrijk. Er is nauw contact met de wijk- en dorpsraad over het participatieproces en de berichtgeving. De inwoners hebben met de wijk- en dorpsraad een belangrijke positie. Zij zijn gekoppeld aan de stuurgroep en geven advies over het participatieproces. Ze adviseren niet op inhoud. Participatie is maatwerk dat wordt afgestemd op ieder project en iedere fase in een project. De gemeentelijke Participatiewijzer is daarbij het uitgangspunt. Welke stappen hebben we gezet in het omgevingsmanagement? Pré-verkenning en verkenningsfase (informeren en consulteren) - 5 juni 2018 informatiebijeenkomst/consulteren belangenvertegenwoordigers; - 27-28 november en 4 december 2018 bijeenkomsten Masterplan en EL2030. Plan uitwerkingsfase (informeren, consulteren, samen beslissen) - Bijeenkomsten maart/april 2020 direct omwonenden geannuleerd i.v.m. COVID-19; - Na maart 2020 website voortdurend actueel en frequentie nieuwsbrief verhoogd. Alle berichten ook gedeeld via GemeenteThuis en social media. enkele fysieke gesprekken en videobellen;
-
Juli 2020: flyer aan direct aanwonenden Mayr-Melnhof, LCE, Wegennet om contact met ons op te nemen om mee te denken en reageren via reactieformulier; Maart -oktober: telefonisch contact, via reactieformulier website, beperkt keukentafelgesprekken; 9 sept 2020: Bijeenkomsten NRD’s Mayr-Melnhof en LCE. Vraag aan omgeving om te reageren op onderzoeken en alternatieven. In meerdere tijdslots die druk zijn bezocht.
Alternatievenonderzoek De ingediende zienswijzen geven aanleiding om een pas op de plaats te maken in de voorbereiding van de provinciale inpassingsplannen voor Mayr Melnhof en het LCE. Tot 9 november 2020 kan opnieuw worden meegedacht over deze projecten. Met een vraag aan de omgeving om alternatieve locaties voor het LCE en alternatieven voor de verkeersafwikkeling van Mayr-Melnhof aan te dragen.
Vragenronde 1 (algemeen) Vragen van raadsleden 1 Er wordt een pas op de plaats gemaakt om inwoners en de gemeenteraad te laten meedenken. Is de provincie gebonden aan een termijn voor vaststelling van het inpassingsplan?
2 Waarom wordt de terugdraaioptie voor het Burgersterrein naar bestemming bedrijventerrein in de presentatie expliciet genoemd? 3 Hoe wordt de gemeenteraad in dit proces betrokken? Gehoord worden? Wat betekent dat? Zienswijzen, omarmen, besluiten nemen? En wat is de rol van het college? Vooral in de voorbereiding van de betrokkenheid van de raad?
4 De puzzel biedt meer overzicht en inzicht! Maar, wie bewaakt nu het doel en de samenhang tussen de projecten? En wie controleert de bewaker?
5 Is er na de vernietiging van het bestemmingsplan op deze onderdelen (Burgersterrein) overwogen (in samenspel met de gemeente) om op dat moment pas op de plaats te maken? Is het überhaupt een goed idee om daar een Logistiek centrum te doen? 6 Over participatie. Nieuwsbrieven, website, telefoongesprekken. Dit klinkt redelijk goed. Toch is de beleving van behoorlijk veel inwoners dat het vooral zenden is geweest. Er zou niet zijn opgehaald wat er leeft bij inwoners. Welke zorgen zij hebben.
Reactie van Irma Bijker De Raad van State heeft aangegeven dat het plan binnen één jaar gerepareerd moet worden. Dit is een termijn van orde. Provincie heeft hierover contact met Raad van State. Er zit wel enige urgentie en druk op. Maar, het is niet zo dat de provincie in september van dit jaar het inpassingsplan al hadden moeten vast stellen. Op 23 september jl. heeft de provincie wel een voorbereidingsbesluit genomen. Dit voorbereidingsbesluit geldt een jaar. Dat geeft enige richting voor de planning. Dat maakt het beeld volledig: Het vertrekpunt voor de opstelling van de provinciale inpassingsplannen is het bestemmingsplan Eerbeek dat de gemeenteraad destijds heeft vastgesteld. De gemeenteraad wordt op de hoogte gehouden door middel van een terugkerende technische briefing. De gemeenteraad kan zodra ze gehoord wordt de provincie als het ware een advies geven over het concept ontwerp van de inpassingsplannen. Met de aanbevelingen en opmerkingen kan GS haar voordeel doen en eventueel aanpassen. Ook staat het de gemeenteraad vrij om omtrent het ontwerp inpassingsplan een zienswijze kenbaar te maken. Ook staat dan bij de vaststelling van het inpassingsplan de mogelijkheid van beroep open. Op bestuurlijk niveau bewaakt de stuurgroep EerbeekLoenen 2030 het doel en de samenhang. De stuurgroep bereidt de besluitvorming voor de eigen besturen/directies voor.
In de stuurgroep zitten vertegenwoordigers van de papierindustrie, de Ikel, de provincie en de gemeente. Wethouder Ine van Burgsteden zit ook in deze stuurgroep. Op ambtelijk niveau is Irma Bijker als programmaleider hiervoor verantwoordelijk. Uitgangspunt is herstel van het bestemmingsplan, omdat nut en noodzaak van een logistiek centrum op het Burgersterrein in de uitspraak van de Raad van State overeind is gebleven. In plaats van fysieke bijeenkomsten was het nodig om veel te bellen en videobellen. En als dat niet lukte zijn er op individuele basis fysieke overleggen geweest. Daarnaast is er op 9 september jl. een bijeenkomst geweest over Mayr-Melnhof en het LCE. In meerdere kleine groepen (tijdslots) zijn belangstellenden geïnformeerd en is het gesprek aangegaan. Daar is veel positief op gereageerd. Natuurlijk was er ook sprake van zenden. Maar, tegelijkertijd was er vanwege de kleine groepen alle ruimte voor gesprek. Daarnaast is het altijd de vraag: ga je met een blanco vel
het gesprek aan of kleur je het eerst voor een deel in. Bij de NRD’s is voor het tweede gekozen. Er is geprobeerd om een open uitnodiging te doen naar inwoners om mee te denken. Er is expliciet gevraagd of de juiste onderzoeken worden gedaan en of er realistische alternatieven ontbreken. Inwoners hebben ook alternatieven voorgesteld. Dat leidt nu tot een pas op de plaats. En dat laat zien dat de inspraak serieus wordt genomen.
2. Provinciaal inpassingsplan Mayr-Melnhof (Irma Bijker) Reparatie bestemmingsplan De bestemming voor de bedrijfslocatie Mayr-Melnhof wordt gerepareerd via een provinciaal inpassingsplan. Er is op dit moment geen planologisch regime. Het doel is een passende bestemming, waarbij wordt uitgegaan van de al vergunde productiecapaciteit (tot 200.000 ton per jaar) in plaats van de beoogde groei van de productiecapaciteit in het bestemmingsplan (tot 275.000 ton per jaar).
Uitgangspunt van het inpassingsplan Mayr-Melnhof is de uitspraak van de Raad van State. Er is onvoldoende blijk gegeven van een beoordeling die vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is vereist. Een aantal keuzes zijn onvoldoende gemotiveerd (zie hieronder).
Scope van het inpassingsplan Hieronder staan de scope en de doelstelling van het inpassingsplan weergegeven bij de start van de procedure.
De nieuwe pulpmachine is belangrijk voor Mayr-Melnhof. De huidige machine is aan vervanging toe. En het bedrijf is overgestapt op een ander productieproces. De vergunningen worden gecoördineerd door de provincie. De vergunningaanvraag voor de pulpinstallatie loopt gelijk met het inpassingsplan. Op het moment dat het ontwerp inpassingsplan ter inzage wordt gelegd, ligt ook een ontwerpvergunning voor de pulpinstallatie ter inzage. En kan er tegelijkertijd een zienswijze kenbaar worden gemaakt. Deze coördinatie werkt ook door in de PlanMER (milieueffectrapportage op hoofdlijnen) en de ProjectMER (gedetailleerder) die aan de vergunning is gekoppeld. Zo wordt bijvoorbeeld meteen onderzocht wat het effect van de nieuwe pulpmachine is op geur. De doelstelling laat ook een spanningsveld zien. Met enerzijds het bedrijfsbelang van Mayr-Melnhof en anderzijds een betere inpassing en minder overlast voor de omgeving. Hierin moet een nieuwe balans worden gevonden. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De notitie Reikwijdte en Detailniveau vormt in feite de start van het MER-proces (milieueffectrapportage). Hierin wordt aangegeven welke varianten worden onderzocht. Vooralsnog zijn er vijf varianten in beeld. Drie varianten onderscheiden zich voor wat betreft de locatie van de pulpmachine (incl. opslagbunker en opslagterrein), de in/uitritten en de beek met wandelroute.
Een geluidsmuur en groenzone aan de Poelkampstraat/hoek Volmolenweg is onderdeel van alle varianten. Alle varianten worden getoetst op o.a. de effecten van verkeer, geluid, trilling, natuur en gezondheid. Hieronder ter illustratie twee van de vijf varianten die onderscheidend zijn.
In het participatieproces is aan inwoners en omwonenden gevraagd of de juiste onderzoeken worden gedaan. En of er realistische varianten ontbreken. De vormgeving van de geluidmuur en groenzone wordt in samenspraak met omwonenden uitgewerkt. Hoe gaat het er uit zien? Zijn er kansen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit? Verbreding scope Er zijn 19 zienswijzen kenbaar gemaakt over de notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor MayrMelnhof. Hieruit blijkt dat vooral de verkeersafwikkeling van Mayr Melnhof de kwaliteit van de woon- en leefomgeving bepaalt. Hiervoor hebben de indieners van zienswijzen diverse alternatieven aangedragen (zie hieronder).
Provincie neemt deze inbreng van omwonenden heel serieus. Er wordt dan ook een pas op de plaats gemaakt. Tot 9 november hebben de omwonenden en andere betrokkenen de mogelijkheid om alternatieven aan te dragen. De alternatieven worden in eerste instantie onderzocht op financiële haalbaarheid. Zo is één van de aangedragen alternatieven een ondertunneling naar het Burgersterrein. Het is denkbaar dat dit alternatief te veel kost en om die reden af moet vallen. Alle alternatieven die op voorhand niet onhaalbaar lijken worden meegenomen in het MER (Milieueffectrapportage). In het reken- en tekenproces worden deze alternatieven uitgebreid onderzocht en kan er een keuze worden gemaakt voor een alternatief dat ook in het inpassingsplan wordt vastgelegd.
In het MER wordt (verkeers)onderzoek gedaan op basis van: - de productie in 2019: 137.500 ton karton/jaar; - de vergunde productiecapaciteit: 200.000 ton karton/jaar en 80.000 ton ontinkte stof/jaar. Zo wordt inzichtelijk wat de huidige verkeersdruk is en wat de maximale verkeersdruk is op basis van de vergunningen.
Vragenronde 2 (Mayr-Melnhof) Vragen van raadsleden 1 Er wordt voor het inpassingsplan uitgegaan van de al vergunde productiecapaciteit en niet van een uitbreiding. Gaat dit problemen opleveren voor het bedrijf?
2 De doelstellingen zijn wat algemeen?
3 Speelt de oude MER nog een rol? En als er aanpassing nodig is. Is dan de raad weer aan zet?
4 Een verbrede scope. Gaat over verkeer en vervoer. Wordt er ook geïnvesteerd in schone en stille vrachtwagens?
Reactie van Irma Bijker en Otto van Beers Otto van Beers: Wij hebben nu nog ruimte binnen onze huidige vergunning. Dat betekent dat we de komende jaren nog kunnen groeien waar de markt dat toe laat. Wij zien niet op de zeer korte termijn en op de middellange termijn dat dit naar de 275.000 ton gaat. Dus dat betekent dat we eigenlijk hebben gekozen voor het repareren van de bestaande vergunning om daarmee ook zo veel mogelijk barrières in dat proces weg te halen. Doelstelling is gericht op de bedrijfsbelangen in relatie tot het woon- en leefklimaat. Energie is niet een op zichzelf staande doelstelling. Waar mogelijk wordt er wel naar gekeken door de best beschikbare techniek te vragen. Er wordt dus vooral gekeken naar twee van de drie pijlers. Voor het inpassingsplan is het uitgangspunt een PlanMER en een ProjectMER. De nieuwe pulpmachine is ook MER-plichtig. Dus er wordt een nieuwe MER gemaakt die ten grondslag ligt aan het inpassingsplan. Dat betekent dat Provinciale Staten daar uiteindelijk over gaan en niet de gemeenteraad. Aanvankelijk is er bij de start van de procedure gekozen voor alleen een reparatie van de bestemming voor de bedrijfslocatie. In de zienswijzen op de notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) geven omwonenden aan dat er ook moet worden gekeken naar de afwikkeling van het verkeer in de omgeving. Omdat dit ook van invloed is op het woon- en leefklimaat.
Er worden alternatieven meegewogen. In het bestaande wegennet, maar ook met nieuwe ontsluitingsroutes. Er wordt er gekeken naar de mogelijkheden van elektrisch vervoer tussen Mayr Melnhof en het LCE.
5 Is het mogelijk om inzicht te krijgen in alle voorgestelde alternatieven voor de ontsluiting? Ook die alternatieven die financieel op voorhand niet haalbaar zijn. 6 De alternatieven worden o.a. getoetst op financiele haalbaarheid. Wat is het toetsingskader? Wat mag een verbetering van de leefbaarheid kosten?
Daarnaast wordt het worst case scenario onderzocht, waarin er geen LCE komt en er alleen met diesel wordt gereden. Want er moet ook worden aangetoond dat het plan in zichzelf overeind kan blijven. Daar wordt de raad over geïnformeerd.
Er worden zo veel mogelijk alternatieven meegenomen in het MER. Maar, het moet wel om realistische alternatieven gaan. Als de investeringslast te hoog is, dan worden ze niet meegenomen. Daarbij wordt ook gekeken naar de meerwaarde voor het woon- en leefklimaat. Bijvoorbeeld een ondertunneling: staat de investering daarvoor in verhouding tot de grotere meer-
waarde voor het woon- en leefklimaat ten opzichte van een variant die bovengronds gaat?
7 Uitgangspunt is de al vergunde productiecapaciteit. Betekent dit ook meer onttrekking van water? Hierover heeft de Raad van State ook iets gezegd. Wordt dit gewogen in de huidige tijd waarin we weten dat de waterhuishouding een groot probleem is. Ook op de Veluwe.
Hierin moet een afweging worden gemaakt. In eerste instantie door Gedeputeerde staten van Gelderland (GS) en vervolgens door Provinciale staten van Gelderland (PS). Uiteindelijk komt er dan een voorkeursalternatief. In het bestemmingsplan was een vergroting van de grondwateronttrekking voorzien van 3 milj liter per jaar naar 4 milj liter per jaar. In het inpassingsplan wordt uitgegaan van de bestaande vergunde productiecapaciteit en blijft de grondewateronttrekking gelijk op 3 miljoen.
Reactie van Otto van Beers (directie Mayr-Melnhof (MM)) Algeheel en reagerend op eerdere vragen. Wij beseffen dat wij als MM natuurlijk midden in de kern van Eerbeek zitten. En dat daarbij goed overleg nodig is met inwoners, gemeente en provincie. Ik ben heel blij met de structuur die nu is gekozen. Ook in het kader van participatie hebben wij gemerkt. Er is niet alleen gezonden, maar er is ook informatie opgehaald. Wij staan er in die zin open in, want ik denk dat de keuzes die gemaakt moeten worden voor de geluidsmuur of voor de toegang de keuze moet zijn die het meeste draagvlak heeft. En ik denk dat we daarvoor belangrijke informatie hebben opgehaald tijdens de participatiebijeenkomsten. De volgende stap is dan dat het gewogen moet worden. Op draagvlak, maar ook op operationele uitvoerbaarheid. En daarnaast is de financiële haalbaarheid ook van belang, Maar, ik denk dat het een hele waardevolle stap is geweest om een pas op de plaats te maken en de scope wat te verbreden.
3. Provinciaal inpassingsplan Logistiek Centrum Eerbeek (Tessy Busio) Reparatie bestemmingsplan Uitgangspunt voor het provinciale inpassingsplan is de uitspraak van de Raad van State.
Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State mocht de gemeenteraad van Brummen er niet van uitgaan dat: -
De bouwhoogte van het LCE, toegestaan tot maximaal 26 meter, geen effect heeft op het woon- en leefklimaat van de woning aan de Stationstraat 4; Het voorziene logistiek centrum op het Burgersterrein geen onaanvaardbare verkeershinder met zich meebrengt voor bewoners van Stationstraat 4;
Daarnaast geeft de Afdeling aan. - De aanduiding ‘wonen op een bedrijventerrein’ is in strijd met de systematiek van het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer; - De gewenste groene inkadering aan de zijde van het station is niet goed geborgd in het Bestemmingsplan Eerbeek; - Nut een noodzaak van een logistiek centrum op het voormalig Burgersterrein is volgens de Afdeling voldoende onderbouwd. “Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de notitie ‘Nut en nood-
zaak’ dusdanige gebreken of leemten in kennis bevat dat de gemeenteraad zich hierop bij de vaststelling van het bestemmingsplan niet op heeft mogen baseren.” Scope PIP LCE In het provinciaal inpassingsplan wordt zo dicht mogelijk gebleven bij de uitspraak van de Raad van State. Hieronder is het gewenste resultaat en de doelstelling weergegeven.
Notitie Reikwijdte en detailniveau De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is het startdocument voor de onderzoeken. In deze notitie is onder andere opgenomen welke onderzoeken worden uitgevoerd en welke varianten worden onderzocht. Hieronder de vier varianten voor de locatie van het Burgersterrein. De varianten zijn onderscheidend in ontsluiting en vorm. Met verschillen in aansluiting op de Loubergweg. In sommige varianten is er één in- en uitrit. En in een andere variant is de in- en uitrit gesplitst. Daarnaast is er sprake van een hoefijzervorm en een blokvorm. Alle varianten worden getoetst op o.a. de effecten van verkeer, geluid, trilling, luchtkwaliteit en natuur.
Participatie Het participatieproces is vergelijkbaar met dat voor het inpassingsplan Mayr-Melnhof (zie pagina 12) Er is gelegenheid geweest om een zienswijze kenbaar te maken. De informatiebijeenkomst op 9 september jl. is goed bezocht en er zijn veel gesprekken gevoerd. Daarbij is ook voor het LCE de vraag gesteld of er nog realistische varianten ontbreken. En of de juiste onderzoeken worden gedaan.
Verbreden scope PIP LCE Tijdens de informatiebijeenkomsten en in de zienswijzen is door belanghebbenden aangegeven dat het van belang is om de scope van dit project niet te beperken tot enkel het voormalig Burgersterrein als de locatie voor het Logistiek Centrum Eerbeek. Er kan nu enkel meegedacht worden over de vorm van het LCE op het voormalig Burgersterrein, maar niet over de vraag of dit de beste locatie is voor een LCE voor de papierindustrie in Eerbeek.
Alternatievenonderzoek Naar aanleiding van de reacties tijdens de bijeenkomsten en in zienswijzen is besloten een pas op de plaats te maken en de huidige scope te verbreden. Er wordt een alternatievenonderzoek uitgevoerd met als onderzoeksvraag: ‘Zijn er in of in de buurt van Eerbeek andere geschikte locaties voor een logistiek centrum?’. Participatie Aan alle indieners die een zienswijzen op de NRD hebben ingediend is per e-mail en brief gevraagd of zij mee willen denken over alternatieve locaties voor een LCE en dit aan het projectteam willen laten weten vóór 9 november. Daarnaast is dezelfde brede oproep om locaties aan te dragen uitgezet via de nieuwsbrief Eerbeek-Loenen 2030. Aanpak alternatievenonderzoek Momenteel wordt door het projectteam LCE – waarin gemeente, provincie en industrie deelnemen – samen met een adviesbureau gewerkt aan de aanpak van het alternatievenonderzoek. De Wijk- en Dorpsraad adviseert ons over de mee te nemen criteria waarop de locaties worden afgewogen. Locaties die als positief uit het alternatievenonderzoek naar voren komen, worden – naast het voormalig Burgersterrein - opgenomen in het PlanMER.
Vragenronde 3 (Logistiek Centrum Eerbeek) Vragen van raadsleden 1 Over elektrisch vervoer als alternatief voor diesel. Waarom een fixatie op deze vorm? De technologische ontwikkeling gaat door. Zoals oplossingen met waterstof. Waarom niet richten op de eisen die aan alternatief vervoer moeten worden gesteld? 2 Wat zijn de criteria voor de geschiktheid van de alternatieve locaties? 3 Hoe dwingen we het gebruik van elektrisch vervoer af?
4 Is voor het ontwerp van het LCE gekeken naar ondergronds bouwen zodat je meer ruimte voor groen over houdt? 5 Mogen inwoners ook meedenken over de aankleding van het LCE? 6 Bij een eventuele uitruil met de sportvelden. Kan er dan ook gekeken worden naar de mogelijkheden voor realisatie van een multifunctioneel centrum? Mede omdat je dan al de kleedhokjes en de kantine van de sportverenigingen gaat verplaatsen. 7 Kan het spoor ook betrokken worden bij het onderzoek naar elektrisch vervoer?
Reactie van Tessy Busio Er wordt breed gekeken naar de aanpak, niet alleen naar elektrisch vervoer maar ook naar waterstof. Op dit moment wordt elektrisch vervoer als het meest haalbaar gezien. Mocht dit uiteindelijk niet zo zijn, dan wordt er opnieuw in de breedte gekeken naar mogelijkheden. Over de criteria voor alternatieve locaties wordt op dit moment nagedacht. Deze worden gedeeld zodra ze zijn uitgewerkt. Elektrisch vervoer wordt een onderdeel van het inpassingsplan en de vergunningen. Mede met het oog op een beperking van de stikstofuitstoot. Op die wijze kan daar op gestuurd worden. Op dit moment zijn in het NRD de inrichtingsvarianten te zien. Naar ondergrondse varianten is niet gekeken. Op het moment dat er andere locaties in beeld komen vraagt dat weer om een andere inrichting. Ja, omwonenden kunnen daarover meedenken (participatiemoment). Ook voor wat betreft de groene inkadering. Op dit moment maakt een multifunctioneel centrum geen onderdeel uit van de context Eerbeek-Loenen 2030.
Wordt in de breedte van het programma Eerbeek-Loenen 2030 bekeken.
Reactie van Caspar Wortmann: (adviseur van de papierindustrie - drie betrokken fabrieken en Schotpoort Logistics) In 2016 hebben de drie betrokken papierfabrieken en Schotpoort Logistics gezamenlijk uw raad gevraagd om logistiek als een volwaardig alternatief voor het Burgersterrein te willen onderzoeken. Ik heb nog even gekeken wat u op 30 juni 2016 heeft besloten. Onder andere is toen het besluit genomen om voor die variant de milieukundige en economische haalbaarheid te onderzoeken van logistiek op het Burgersterrein als een geconcentreerde voorziening voor de papierfabrieken. En we zitten eigenlijk nog in dat onderzoek. Dat is nog steeds de context waarmee we vertrokken zijn, namelijk de nut en noodzaak die toen door die drie is neergelegd. Met als doel om complexiteit in de huidige logistiek op te lossen en zodanig te concentreren dat je minder km rijdt. En toen werd er inderdaad nog gesproken van de mogelijkheid van het elektrificeren van het zware transport. Dat gebeurt in Nederland nog heel erg weinig. Alleen op plekken als de Maasvlakte en Schiphol. Op het moment dat je er voor Eerbeek over praat was het in 2016 nog een idee dat dat het wel een keer zou gebeuren. En het is nu in ons project gewoon een uitgangspunt dat al het verkeer van gereed product dat van de band afrolt en naar het logistieke centrum gaat dat met elektrisch transport zal gaan.
Even een stukje verwachtingsmanagement: dat wil niet zeggen dat er nooit meer dieseltransport door Eerbeek zal gaan. Want het moet ook nog een keer opgehaald worden en naar de klant toe. Dat kan met de kennis van vandaag niet elektrisch.
Er zijn meer spannende dingen aan de hand. Wat bijvoorbeeld nieuw is, dat is voor iets als opslagruimte de papierfabrieken op dit moment al een handtekening hebben gezet voor meer dan 25.000 m2. Dat is actuele behoefte. Maar om dat ook voor 15 jaar vast te leggen, dat is bijzonder. Want normaliter kun je logistieke ruimte voor 1 tot 3 jaar huren. Dat doen ze nu ook her en der in Eerbeek, maar ook bijvoorbeeld in Apeldoorn en op andere locaties. En door dat naar Eerbeek te halen en te concentreren ontstaat de mogelijkheid om te elektrificeren. En we halen een aantal ‘proppen’ uit de fabrieksterreinen zodat je daar kunt optimaliseren en de groei kunt realiseren waar men naar op zoek is. Wat ook een spannende is, is wat die quick scan naar alternatieve locaties gaat opleveren. We hebben ons een paar jaar puur gericht op het Burgersterrein, vanuit het idee dat dit de enige plek is waar het kan. Met open vizier kijken wij nu mee of er eventueel nog andere locaties zijn. De criteria daarvoor komen van twee kanten: de ene kant betreft de wensen en eisen van de gebruikers: past het überhaupt. De andere kant is de toets hoe geschikt locaties dan zijn wanneer je naar verschillende omgevingsaspecten gaat kijken. En daar kun je bepaalde scores aan hangen. En daar gaat de industrie dan weer niet over. Tot zover. We blijven graag in gesprek met de gemeenteraad.
Fijn dat ik kan horen wat er bij u leeft.
4. Vervolg op 10 december 2020 Naar verwachting volgt er op 10 december een tweede bijeenkomst. Dan wordt er ook ruimte geboden om politiek inhoudelijke vragen te stellen. De agenda moet nog worden samengesteld. Er kunnen t/m 17 november om 9:00 uur onderwerpen worden aangedragen voor deze bijeenkomst. Ook kunnen er nadere vragen worden gesteld. Ook voor andere projecten is er vanuit de samenwerking Eerbeek-Loenen 2030 de bereidheid om bijpraatsessies als deze te organiseren. Denk bijvoorbeeld aan het project wegennet.