CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

E23 B&W Beantwoording Schriftelijke vragen D66 - Vaccinatiegraad daalt tot onder kritische grens in

Besluitvormende raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken6.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie D66

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

Verzonden d.d.: 25 april 2024 : 23 april 2024 : Z098086/D430791 : : 19032024 D66 - Schriftelijke vragen 'Vaccinatiegraad daalt tot onder kritische grens in de gemeente Brummen

Beste meneer Van As, De fractie van D66 heeft daarom de volgende vragen: 1. Is het college bekend met en kan men een reactie geven over de problematische daling van de vaccinatiegraad in de gemeente Brummen? De laatste jaren is er in Nederland sprake van een daling van de vaccinatiegraad. De gemeente Brummen vormt hier helaas geen uitzondering op en ziet de laatste jaren de vaccinatiegraad van kinderen en jongeren achteruit gaan. De daling tot onder de kritische grens van 95% voor mazelen is al sinds 2021 de realiteit in de gemeente Brummen (89,6% in 2023) en in een aantal gemeenten in de regio. De cijfers zijn bij het college bekend en worden gezien als ernstig. Samen met de betrokken partners (JGZ instelling Vérian en de GGD NOG) en andere gemeenten wordt gezocht naar manieren om de vaccinatiegraad in de gemeente en regio te verhogen. 2. Deelt het college de mening dat de dalende vaccinatiegraad een problematische ontwikkeling is en dat het noodzakelijk is de minimale vaccinatiegraad van 90% te waarborgen? Navraag bij de GGD leert ons dat de vaccinatiegraad per vaccin verschilt omdat deze afhangt van een aantal factoren, zoals de besmettelijkheid van het virus (reproductiegetal) en het doel van de vaccinatie: ziekte voorkomen? Ziekenhuisopname voorkomen? Verder is het bepalen van de ondergrens van de vaccinatiegraad alleen zinvol in grote, goed gemengde populaties.

In het algemeen wordt voor de BMR-vaccinatie een ondergrens van 95% gehanteerd, voor de overige RVP-vaccins voor 0-18-jarigen een ondergrens van 90%, maar deze hangt dus van meerdere factoren af. Het college is van mening dat een dalende vaccinatiegraad een onwenselijke ontwikkeling is en staat in nauw contact met de betrokken partijen zoals de GGD.

3. Kan het college bekend maken wat de huidige vaccinatiegraad is in onze eigen gemeente? In onderstaande tabel zijn de vaccinatiegraad cijfers voor de gemeente Brummen vermeld (bron: Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022 (rivm.nl).

Z098086/D430791

Blz. 2

In de bijlagen grafieken over de ontwikkeling van de genoemde vaccinatiegraden in de gemeente Brummen, vergeleken met de landelijke en regionale (NOG) ontwikkeling van de vaccinatiegraad

DKTP basisimmuun (2 jaar)

Brummen 87%

GGD 90%

Nederland 88%

Hib volledig (2 jaar)

87%

91%

90%

BMR basisimmuun (2 jaar)

84%

90%

89%

MenC/ACWY basisimmuun (2 jaar)

84%

90%

89%

Pneumokokken volledig (2 jaar)

88%

91%

90%

Hepatitis B volledig (2 jaar)

87%

90%

88%

Volledige deelname RVP (2 jaar)

78%

86%

84%

Geen enkele vaccinatie (2 jaar)

7%

6%

6%

D(K)TP voldoende beschermd (5 jaar)

91%

90%

89%

D(K)TP volledig (10 jaar)

88%

86%

85%

BMR volledig (10 jaar)

90%

87%

85%

HPV volledig (14 jaar)

79%

68%

64%

MenACWY volledig (15 jaar)

88%

84%

81%

Uit deze cijfers blijkt dat de vaccinatiegraad in de gemeente Brummen rond de 2 jaar voor alle vaccins lager ligt dan het regionaal en landelijk gemiddelde. Vanaf 10 jaar en ouder is dit juist omgekeerd. Verder valt de daling van de vaccinatiegraad van de vaccinaties BMR, DKTP en MenACWY bij 2-jarigen op. Vérian voert de JGZ 0-4 jaar uit in de gemeente Brummen en vaccineert de 0-4-jarigen. De GGD heeft, voor het college, bij de stafarts van Vérian, Margreet de Wolff, nagevraagd of zij een verklaring voor deze daling heeft. Zij herkent deze scherpe daling niet en wijt dit aan het niet goed/onvolledig uitwisselen van vaccinatiegegevens tussen Vérian aan het RIVM. NB: In overleg met de stafarts van Vérian is een bijlage toegevoegd met een recent artikel uit de Stentor. Hierin licht zij bovenstaande toe. Zij geeft aan dat de daling in Brummen op dezelfde manier te verklaren is. Voor eventuele vragen hierover kunt u rechtstreeks contact met haar opnemen: margreetdewolff@verian.nl 4. Indien de vaccinatiegraad daalt in onze gemeente kan het college aangeven of zich dit specifiek voordoet bij bepaalde doelgroepen of plekken? Er zijn geen officiële specifieke inzichten in de vaccinatiegraad op het gebied van doelgroepen en plekken. De vaccinatiegraadcijfers zijn niet uitgesplitst op wijkniveau omdat er buurten en wijken zijn met weinig inwoners/weinig kinderen.

Hierdoor kan het delen van de vaccinatiegraad van deze buurten en wijken herleidbaar zijn naar een kleine groep mensen. De GGD waardeert de privacy van deze mensen, en hun bereidheid en welwillendheid om de vaccinatiegegevens van hun kinderen te delen met het RIVM. Daarom delen zij deze gegevens niet op buurt en wijkniveau openbaar. Wel heeft de GGD gekeken naar de verschillen tussen de wijken in Brummen en Eerbeek. Hierin zijn geen trends te ontdekken, en zijn er geen overeenkomsten of verschillen zichtbaar tussen deze wijken in de data die de GGD heeft. 5. Kan het college toelichten wat de huidige status is van het aantal beschikbare consultatiebureaus en laagdrempelige plekken om te vaccineren, in en buiten de gemeente Brummen? De gemeente Brummen heeft 2 consultatiebureaus, CB Eerbeek en CB Brummen, waar kinderen tot 4 jaar worden ingeënt volgens het RVP. De 2e BMR vaccinatie wordt gegeven aan kinderen van 9-10 jaar. Deze vaccinatieronde vindt jaarlijks plaats in het najaar in Sporthal Rhienderoord in Brummen, hiervoor worden alle 9-10 jarigen uitgenodigd. Omdat de JGZ een wettelijk taak is beschikken alle Nederlandse

Z098086/D430791

Blz. 3

gemeenten over een of meerdere consultatiebureaus en worden in alle Nederlandse gemeenten 9-10 jarigen uitgenodigd voor een tweede BMR vaccinatie op een locatie in de desbetreffende gemeente.

6. Heeft het college in het verleden acties ondernomen om de vaccinatiegraad binnen onze gemeente op peil te houden en zo ja, kunt u deze toelichten? Omdat het een landelijke vaccinatieprogramma betreft worden acties om de vaccinatiegraad op peil te houden landelijk uitgevoerd door het RIVM en regionaal door de GGD NOG. De GGD heeft in opdracht van het college op een rij gezet wat zij tot op heden hebben gedaan. GGD: In individuele gezondheidsonderzoeken van de kleuters en pubers vragen wij naar gemiste vaccinaties en kunnen ouders/jeugdigen vragen stellen over vaccineren en vaccinaties. Uiteraard kunnen ouders/jeugdigen ons ook telefonisch of per mail benaderen met vragen. GGD NOG biedt maandelijks een inhaalspreekuur aan voor RVP-vaccinaties van 4-18-jarigen op de GGD-locatie in Warnsveld, Doetinchem en Harderwijk. Daarnaast bekijken we tijdens de jaarlijkse groepsvaccinaties of een jeugdige een RVP-vaccinatie gemist heeft. Indien dit het geval is dan kan deze desgewenst ter plekke ingehaald worden. Ook organiseren wij op de dagen van groepsvaccinaties veegspreekuren. Tijdens deze spreekuren kunnen 4-18-jarigen op afspraak gemiste vaccinaties inhalen. De groepsvaccinaties en veegspreekuren worden 4 x per jaar in Brummen georganiseerd. maar men mag ook in andere gemeenten in onze regio een vaccinatie halen.

Op COA-locaties, zoals het AZC in Zutphen, vaccineren wij 4-18-jarigen zoveel mogelijk tijdens de gezondheidsonderzoeken. 7. Indien het college geen acties heeft ondernomen kan men uitleggen waarom dit niet is gebeurd? Zie antwoord 6 8. Deelt het college de mening dat het essentieel is om de voorlichting over vaccinaties te intensiveren en te faciliteren binnen de gemeente Brummen en specifiek afgestemd op de verschillende doelgroepen? Voorlichting over vaccinaties worden op dit moment door diverse partijen (JGZ, GGD, RIVM, Huisartsen) verzorgd. Het college is van mening dat goede voorlichting over vaccinaties essentieel is en vertrouwt de deskundigheid van de uitvoerende partijen om dit te intensiveren wanneer dit nodig is. Het college staat open voor de wensen van de raad Er is geen informatie over de vaccinatiegraad binnen verschillende doelgroepen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 6. De voorlichting vindt vooral op individueel niveau plaats. Daarnaast hebben GGD’en actuele informatie op hun website staan, en vaak ook Q en A’s. 9. Wat vindt het college van de mogelijke oplossing dat de GGD voorlichting betreffende vaccineren faciliteert op kinderdagverblijven, specifiek voor ouders van kinderen tot 1 jaar? Er zijn op dit moment bij de GGD geen plannen voor structurele voorlichting op kinderdagverblijven.

Ouders van baby’s en peuters bezoeken frequent het consultatiebureau waar zij terecht kunnen met hun vragen en voor vaccinaties van 0-4 -jarige kinderen. 10. Wat vindt het college van de oplossing om ongevaccineerde kinderen te weigeren bij het kinderdagverblijf, aangezien de veiligheid van alle kinderen anders niet te garanderen is? Het college deelt de mening dat een hoge vaccinatiegraad onder kinderen wenselijk is. Momenteel is er geen duidelijke richtlijn voor kinderdagverblijven. Wat betreft de geschetste oplossing is het van belang om de rol van het college als uitvoerder in acht te nemen. 11. In hoeverre bereidt het college zich voor op eventuele lokale uitbraken van infectieziekten als gevolg van deze dalende vaccinatiegraad?

Z098086/D430791

Blz. 4

De situatie omtrent uitbraken van infectieziekten wordt door het RIVM, GGD, huisartsen en JGZ constant in de gaten gehouden. De afdeling infectieziekte van GGD NOG volgt de (landelijke) ontwikkelingen, staat in nauw contact met het RIVM en LCI en volgt hun adviezen op. Huisartsen en andere ketenpartners worden geïnformeerd over recente ontwikkelingen en RIVM-adviezen. Intern is een werkgroep geformeerd die zich voorbereidt op een eventuele uitbraak in onze regio. Donderdag 11-4 organiseerde GGD NOG een webinar voor ambtenaren en bestuurders over de vaccinatiegraad en het risico op een mazelenuitbraak. De uitnodiging hiervoor is in de week van 25-3 verstuurd. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

bijlagen

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

Vaccinatiegraad in de gemeente Brummen (bron: Vaccinatiegraad en jaarverslag Rijksvaccinatieprogramma Nederland 2022 (rivm.nl).

Vaccinatie DKTP basis immuun (2 jaar)

Brummen GGD 87% 90%

Nederland 88%

Hib volledig (2 jaar)

87%

91%

90%

BMR basisimmuun (2 jaar)

84%

90%

89%

MenC/ACWY basisimmuun (2 jaar)

84%

90%

89%

Pneumokokken volledig (2 jaar)

88%

91%

90%

Hepatitis B volledig (2 jaar)

87%

90%

88%

Volledige deelname RVP (2 jaar)

78%

86%

84%

Geen enkele vaccinatie (2 jaar)

7%

6%

6%

D(K)TP voldoende beschermd (5 jaar)

91%

90%

89%

D(K)TP volledig (10 jaar)

88%

86%

85%

BMR volledig (10 jaar)

90%

87%

85%

HPV volledig (14 jaar)

79%

68%

64%

MenACWY volledig (15 jaar)

88%

84%

81%

Vaccinatiegraad BMR (2 en 10 jaar) Vaccinatiegraad is 84 % voor 2-jarigen, dit is lager dan het regionale en landelijke gemiddelde. Opvallend is de forse daling vanaf verslagjaar 2022. Zie voor een mogelijke verklaring het document met de antwoorden op de vragen. Voor 10 jarigen is de vaccinatiegraad 90%. Dit is hoger of gelijk dan die van de regio NOG en Nederland (zie grafieken). Wanneer men volledig gevaccineerd is (2 BMR vaccinaties heeft gehad) is 99% beschermd tegen BMR. We zien dat het percentage 10-jarigen dat beide BMR vaccinaties heeft ontvangen (volledig gevaccineerd) afneemt tot 91%.

Vaccinatiegraad DKTP (2 en 10 jaar) Vaccinatiegraad is 87% voor 2 jarigen en laat een opvallende daling zien vanaf verslagjaar 2021. Zie voor een mogelijke verklaring het document met de antwoorden op de vragen. Voor 10 jarigen is de vaccinatiegraad 88%. Dit is hoger dan of gelijk aan Nederland en de regio NOG.

Vaccinatiegraad Men ACWY (2 jaar en 15 jaar): De vaccinatie graad is 84% voor 2 jarigen en laat een opvallende daling zien vanaf verslagjaar 2022. Zie voor een mogelijke verklaring het document met de antwoorden op de vragen. Voor 15 jarigen is de vaccinatiegraad 88%. Dit is hoger dan het regionaal en landelijke gemiddelde.

Vaccinatiegraad volledige deelname RVP 2 jarige leeftijd ( =alle vaccinaties gehad): De vaccinatiegraad in Brummen is de laatste jaren fors gedaald, naar 78%, dat wil zeggen dat er meer kinderen zijn die NIET alle vaccinaties hebben gehad op de leeftijd van 2 jaar. Zie voor een mogelijke verklaring het document met de antwoorden op de vragen.

Vaccinatiegraad geen enkele RVP gehad op 2 jarige leeftijd: De vaccinatiegraad is 7% in Brummen en vertoont een opvallende stijging sinds verslagjaar 2022, dat wil zeggen dat er vergeleken met voorgaande jaren meer kinderen zijn die een geen enkele vaccinaties hebben gehad (op de leeftijd van 2 jaar). Zie voor een mogelijke verklaring het document met de antwoorden op de vragen.

Vaccinatiegraad HPV (meisjes 14 jaar): De vaccinatiegraad in Brummen is 79%, en duidelijk hoger dan het regionale en landelijke gemiddelde. Ook een duidelijke stijging ten opzichte van paar jaar geleden. Vanaf 2021 wordt vaccinatie aangeboden op 10-jarige leeftijd aan jongens én meisjes. Hierover zijn nog geen cijfers gepubliceerd (verwacht: zomer 2024).

PREMIUM Baby met de mazelen. © Getty Images

Zo weinig prikken tegen mazelen in Hattem? ‘Daling niet zo groot als nu gepresenteerd wordt’ De alarmbellen rinkelden toen het RIVM de vaccinatiecijfers tegen BMR (bof, mazelen en rodehond) presenteerde. Het afgelopen jaar lieten steeds minder ouders hun baby inenten, blijkt daaruit. Vooral op de Veluwe zijn sterke dalingen te zien. In Hattem blijkt de vork toch anders in de steel te zitten, en dat geldt waarschijnlijk voor meer gemeenten. ,,Een administratief probleem.’’ Daan van Eendenburg 19-03-24, 19:00 Laatste update: 20-03-24, 11:19

In 2022 was 96,6 procent van de tweejarigen in Hattem gevaccineerd tegen BMR, valt te lezen in de cijfers van het RIVM. Afgelopen jaar kreeg, volgens diezelfde cijfers, 77,9 procent van de zuigelingen in die gemeente een vaccinatie.

Dit zijn de vaccinatiecijfers van het RIVM:

A Flourish map

Een enorme daling dus. Waarom was de vaccinatiegraad in 2023 zo laag? ,,Deze kinderen zijn geboren in 2020, toen de coronapandemie in volle gang was’’, zegt Margreet de Wolff. Zij is jeugdarts bij het consultatiebureau in Hattem, waar kinderen gevaccineerd worden. ,,Door de coronavaccinaties zijn ouders meer gaan nadenken over vaccinaties in het algemeen en of ze die aan hun kinderen willen geven. Daardoor zijn er ouders die juist meer gemotiveerd vaccinaties aan hun kind laten geven. Maar ook ouders die terughoudender geworden zijn.’’ Dat laatste is volgens haar echter niet de hoofdreden van de lage vaccinatiegraad. ,,Uit onderzoek in onze gegevens blijkt dat dit in Hattem één kind betreft. Het verklaart niet waardoor de BMR vaccinatiegraad zo laag uitvalt.’’ Administratief probleem De vraag is: wat dan wel? Het antwoord: een administratief probleem. Dat zit zo. De vaccinatiegegevens van kinderen zijn opgeslagen in een zogeheten kinddossier. Vanuit die dossiers worden gegevens doorgespeeld aan het RIVM, mits ouders hier toestemming voor geven. Mensen kunnen ervoor kiezen om hun kind anoniem te laten vaccineren. In dat geval worden de cijfers niet gedeeld met het RIVM en kan de vaccinatiegraad lager lijken dan dat deze daadwerkelijk is. Maar daar blijft het niet bij. Bij het doorgeven van gegevens gaat wel eens wat mis.

Onder meer omdat onlangs is overgestapt op een nieuw digitaal systeem. Verhuisde kinderen niet meegerekend Naar aanleiding van de cijfermatig lage vaccinatiegraad in Hattem heeft het consultatiebureau onderzoek gedaan. ,,We hebben dossiers nagekeken’’, zegt De Wolff.

Daaruit blijkt onder meer dat negen kinderen die naar Hattem zijn verhuisd, in het digitale systeem als ongevaccineerd worden beschouwd, terwijl ze wel gevaccineerd zijn. Mede daardoor vallen de cijfers van het RIVM zo laag uit. ,,Die vaccinaties waren niet bekend bij het RIVM.’’ Volgens De Wolff is verder bij drie kinderen ‘nog geen gegevensuitwisseling geregistreerd’. ,,Er is dus een combinatie van administratieve factoren die in dit proces meespelen.’’ In de praktijk blijkt de vaccinatiegraad in Hattem een stuk hoger te liggen. ,,Uiteindelijk zijn er maximaal zes (van de 150, red.) kinderen geboren uit 2020, die niet gevaccineerd zijn voor de BMR. Dan zou je op een vaccinatiegraad van 94 procent uitkomen.’’ Ook forse daling in Heerde en Epe In Heerde lijkt hetzelfde als in Hattem aan de hand. Volgens de cijfers van het RIVM daalde de vaccinatiegraad van 93,8 procent in 2022 naar 72 procent in 2023. ,,We vermoeden ten zeerste dat het getal voor onze gemeente ook niet klopt. Hoe dat komt weten we niet’’, zegt gemeentewoordvoerder Marten Venema. In Epe daalde de vaccinatiegraad van 92,3 naar 83,3 procent. Epe wijt de daling aan de gevolgen van de coronapandemie. ,,We signaleren dat sinds de covidpandemie meer ouders in Epe kritisch staan tegenover vaccineren. Ook willen meer ouders een vaccinatie uitstellen.’’

Q&A Webinar mazelen voor gemeenten Is er iets te zeggen over de vaccinatiegraad in de Oekraïne en COA opvang? Ja. De vaccinatiegraad ligt in Oekraïne lager dan in Nederland. Deze wordt geschat op 82%. Welke impact dat precies heeft op de verspreiding van mazelen onder deze doelgroep is lastig te zeggen. Mazelen komt in Oekraïne veel voor, waardoor veel mensen het doorgemaakt hebben. De kinderen die via het Rijksvaccinatieprogramma in aanmerking komen, worden opgeroepen voor vaccinaties, maar komen vaak niet opdagen. Ook op de COA-locaties ligt de vaccinatiegraad lager, deze cijfers worden overigens wel meegenomen in de gemeentecijfers. De GGD is op dit moment bezig om inhaalvaccinatiecampagnes te organiseren op de COA locaties waar alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) verblijven. Is er voldoende kinkhoest vaccin beschikbaar om professionals te vaccineren? Nee, dat is er niet. Voor de maternale kinkhoestvaccinatie en het rijksvaccinatieprogramma is voldoende vaccin beschikbaar. Daarbuiten is er een tekort aan kinkhoestvaccin. Er is daarom een prioriteringsadvies opgesteld door het RIVM. De zorgprofessionals die het meest in aanraking komen met de meest kwetsbare groepen, krijgen voorrang op andere professionals. Is ervan uit de gemeenten nog extra actie nodig? Op dit moment niet concreet.

Wellicht dat er tijdens een (grote) uitbraak acties nodig zijn ten aanzien van het regelen van locaties e.d. Er is onlangs een kamerbrief verschenen over acties t.a.v. vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma. Deze is meegestuurd als bijlage in PDF. De GGD en gemeenten kunnen in de nabije toekomst samen kijken hoe deze acties verder tot uitvoer te brengen. Zijn medewerkers niet voldoende beschermd in Kinderopvang en bij JGZ? Voor mazelen geldt dat iedereen die mazelen heeft doorgemaakt of gevaccineerd is tegen mazelen (BMR-vaccinatie) levenslang beschermd is. De GGD adviseert iedereen die werkt met baby’s om te zorgen dat de bescherming tegen mazelen op peil is, wat in de meeste gevallen zo is. Voor kinkhoest is de bescherming veelal minder, omdat het vaccin tegen kinkhoest geen levenslange bescherming geeft, maar ongeveer 5 jaar. Om die reden heeft de gezondheidsraad in 2017 een advies geschreven om iedereen die beroepsmatig intensief contact heeft met zuigelingen eens per 5 jaar een kinkhoestvaccinatie aan te bieden. Is de situatie veranderd nu de jonge kinderen via de maternale kinkhoest beschermd zijn? Uit cijfers blijkt dat een groot deel (90%) van de zuigelingen die bij de GGD gemeld wordt met kinkhoest onbeschermd zijn.

De moeders van deze zuigelingen hebben geen maternale kinkhoestvaccinatie gehad en/of de zuigeling heeft geen vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma ontvangen. Vaccinatie is dus weldegelijk effectief om te voorkomen dat met name de meest kwetsbaren (zuigelingen) kinkhoest krijgen of daar ernstig ziek van worden.

Het geeft echter geen 100% garantie, zo is 10% van de zuigelingen met kinkhoest wel beschermd door (maternale) vaccinatie en krijgen zij toch kinkhoest. Als er een uitbraak is in een AZC of Oekraïne opvang, komt er dan een isolatie of iets dergelijks? Dat is niet in één antwoord te vatten en volledig afhankelijk van de situatie. Bij een uitbraak van mazelen op een AZC/opvanglocatie doet de GGD uitgebreid bron- en contactonderzoek. Isolatie van een mazelenpatiënt is vaak niet zinvol, omdat besmettelijkheid al optreedt 4 dagen voor het ontstaan van de klachten. In sommige situaties kan de GGD anders adviseren, maar dat is maatwerk en wordt per situatie bekeken. Acties vanuit de GGD zullen zich vooral richten op het voorkomen van verdere verspreiding en het inventariseren en beschermen van contacten die risico hebben gelopen.

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3799482-1063912-PG Bijlage(n) 1

Datum Betreft

3 april 2024 Kamerbrief acties vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma

Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.

Geachte voorzitter, De afgelopen tijd zien we diverse zorgwekkende signalen over daling van de vaccinatiegraad en uitbraken van infectieziekten. Uit onderzoeken in Amsterdam en Den Haag blijkt dat de vaccinatiegraad in sommige wijken scherp gedaald is. Ditzelfde beeld komt uit een onderzoek naar de vaccinatiegraad in Zeeland. Het vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma staat onder druk. Deze constatering is niet nieuw, maar de recente signalen en de uitbraken van mazelen en kinkhoest onderstrepen de urgentie van het probleem. Het is aan het kabinet om er alles aan te doen om het vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma te verhogen en te voorkomen dat de volksgezondheid verder onder druk komt te staan. In deze brief formuleer ik diverse acties om het beleid dat ik de afgelopen jaren heb ingezet te versterken en te versnellen. Voordat ik de voorstellen toelicht, is het noodzakelijk vast te stellen wat de waarschijnlijke oorzaken zijn van de dalende vaccinatiegraad. Daarbij constateer ik drie hoofdredenen: 1) Preventieparadox 1: we zien dat juist doordat vaccins zo goed werken, en vele ziekten waartegen gevaccineerd wordt uit het straatbeeld zijn verdwenen, de noodzaak van vaccineren voor steeds meer mensen onduidelijk is. 2) Dalend vertrouwen 2: we zien dat het vertrouwen in de overheid in algemene zin en in vaccinaties is gedaald.

Deze tendens is versterkt tijdens de COVID19-pandemie. 3) Verandering van mediagebruik en verspreiding desinformatie 3: we zien dat steeds meer mensen hun informatie uit andere bronnen halen dan de folder, brief of website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Internet in algemene zin vormt een steeds belangrijkere bron voor informatie en ook de rol van sociale media hierin is groot. Op internet en sociale media is veel desinformatie over vaccinaties te vinden en soms is het lastig de juiste- van de onjuiste informatie te onderscheiden. Kinkhoest en mazelen terug van weggeweest - Radboudumc Kamerstuk, vergaderjaar 2022-2023, nr. 30821-173 3 Kamerstuk, vergaderjaar 2022-2023, nr. 30821-173 1 2

Pagina 1 van 7

Hoe groot de urgentie van de dalende vaccinatiegraad ook moge zijn, we moeten erkennen dat het vraagstuk over het verhogen van vertrouwen in vaccinaties, zodat mensen uiteindelijk een vaccinatie halen, over gedrag gaat. Dat maakt dat hier geen quick fixes zijn. Desalniettemin zie ik mogelijkheden extra in te zetten op het verhogen van het vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma en het verstevigen van de informatievoorziening daarover. Daarmee wil ik de vaccinatiegraad positief beïnvloeden.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

Direct aan de slag met tien acties In deze brief presenteer ik tien acties die het vertrouwen in het Rijksvaccinatieprogramma verhogen. Deze acties sluiten aan bij de actielijnen van de aanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’: het bewaken en het versterken van het vertrouwen, het verstevigen van de informatievoorziening en het vergroten van de toegankelijkheid 4. Ik versterk de actielijnen op de volgende fronten: 1) wijkgerichte aanpak: betrekken van de gemeenschap, 2) professionals in actie, 3) Twijfeltelefoon: directe hulp bij vragen, 4) Versterken betrouwbare online informatie, 5) brede aanpak tegen desinformatie , 6) mobilisatie van zorgprofessionals en influencers tegen desinformatie, 7) internationale acties desinformatie, 8) onderzoek: meer inzicht in keuzes en hoe deze beter te ondersteunen, 9) belang van goede data en 10) verder versterken (informatie)positie kinderopvang. 1. Wijkgerichte aanpak: betrekken van de gemeenschap Sinds 2019 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het RVP. In steeds meer gemeenten wordt ingezet op een wijkgerichte aanpak. Dat de vaccinatiegraad verschilt tussen Amsterdam en Amersfoort is duidelijk, maar we zien meer dan voorheen verschillen binnen gemeenten toenemen. Dat maakt een wijkgerichte aanpak relevanter.

Ook uit de COVID-pandemie zijn goede voorbeelden opgedaan op dit punt, zoals het inzetten van informatieteams in wijken. Daarnaast is het inzetten van sleutelfiguren in gemeenten een belangrijke actie om het vertrouwen in vaccinaties te vergroten. Ik verwacht van alle gemeenten dat zij meer gaan inzetten op een wijkgerichte aanpak en dat goede voorbeelden – zoals bijvoorbeeld gezien in Amsterdam – door andere gemeenten worden overgenomen, passend bij de lokale situatie. Ook breng ik op korte termijn wethouders, GGD’en en JGZ-organisaties uit verschillende gemeenten bij elkaar. Ik daag hen uit geleerde lessen met elkaar uit te wisselen en de wijkgerichte aanpak te versterken. 2. Professionals in actie Ik zie dat gemeenten en JGZ-organisaties al veel werk verzetten om de daling van de vaccinatiegraad te keren. Hiervoor ben ik hen zeer erkentelijk. Zo ondersteunen JGZ-professionals ouders en jeugdigen bij vaccinatietwijfel. Ook wordt ingezet op laagdrempelige toegankelijkheid, bijvoorbeeld met meer flexibele contactmomenten in de avonduren of systematische opvolging, wanneer een afspraak wordt gemist. Ik stimuleer JGZ-organisaties zoveel mogelijk te leren van opgedane ervaringen in andere regio’s en zo meer ouders en jeugdigen te bereiken.

In samenwerking met gemeenten gaan JGZ-organisaties diverse maatregelen versterken om de vaccinatiegraad te verhogen, zoals doelgroepgerichte informatie 4

Kamerstuk, vergaderjaar 2023-2024, nr. 32793-713 Pagina 2 van 7

en op maat gemaakte informatie met sleutelfiguren. Ook de nabijheid van vaccinatielocaties en de plek waar de locatie zich bevindt (bijvoorbeeld dichtbij scholen) zijn potentiële succesfactoren om de vaccinatiegraad te verhogen. Samen met de JGZ-organisaties zet ik de komende tijd vol in op deze kansen.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

3. Twijfeltelefoon: directe hulp bij vragen De Twijfeltelefoon van het ErasmusMC geeft betrouwbare en onafhankelijke informatie over diverse onderwerpen zoals HPV-vaccinatie en anticonceptie. Ik vind het belangrijk dat de Twijfeltelefoon ook voor vragen over het RVP beschikbaar is. Daarom is het RIVM een samenwerking aangegaan met De Twijfeltelefoon. De Twijfeltelefoon zal vanaf de zomer ook vragen over het RVP behandelen. Ook zal vanuit reguliere herinneringsbrieven naar deze service verwezen worden. 4. Versterken van relevante en betrouwbare online informatie Communicatie is een belangrijk onderdeel van het RVP. Het RIVM voert in opdracht van VWS de communicatie rond het RVP uit. Ouders hebben andere informatiebehoeften dan in het verleden en het is belangrijker dan ooit oog te hebben voor specifieke doelgroepen die met reguliere middelen en kanalen niet bereikt worden en om samen te werken met partijen die in goed contact staan met deze doelgroepen. Ik heb gesproken met het RIVM en zal op basis daarvan de volgende acties op het gebied van online informatie versterken: • Het RIVM zal de meest gestelde vragen over mazelen en kinkhoest op sociale mediakanalen adresseren en handelingsperspectieven bieden. Daarbij besteedt het RIVM ook aandacht aan wat ouders kunnen doen als hun kinderen niet gevaccineerd zijn. Bijvoorbeeld contact vermijden met mensen die verkouden zijn.

• Om de bewustwording over uitbraken van mazelen en kinkhoest te vergroten, worden actuele cijfers gepubliceerd bij de online informatie over deze infectieziekten op de website van het RIVM. • Daarnaast bevat de website van het Rijksvaccinatieprogramma 5 informatie voor mensen die twijfelen, zoals informatie over misstanden (o.a. autisme) en bijwerkingen. Deze informatie zal worden aangepast op basis van de vragen en thema’s die bij de Twijfeltelefoon en de beroepspraktijk ter sprake komen. • Communicatie over het RVP richting ouders start al tijdens de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap is vaak een grote informatiebehoefte bij aanstaande ouders. Daarom heeft het RIVM ervaringsverhalen middels ‘branded content’ over kinkhoest 6 en maternale kinkhoestvaccinatie 7 op (online) platforms zoals ‘Ouders van nu’ voor zwangeren gedeeld. In gesprek met het RIVM heb ik hen aangespoord deze aanpak voort te zetten en meer soortgelijke content te delen. • Verder wordt de digitale Groeigids van de GGD uitgebreid met informatie over vaccinaties en ouders zullen pushberichten ontvangen over vaccinaties via de app.

Rijksvaccinatieprogramma | Rijksvaccinatieprogramma.nl Kinkhoest bij je baby - Ouders van Nu 7 Kinkhoestvaccinatie voor zwangere vrouwen - Ouders van Nu 5 6

Pagina 3 van 7

•

Het RIVM gaat gesprekken voeren met kinderopvangorganisaties en sleutelfiguren voor lastig bereikbare doelgroepen om informatie over vaccinaties te verspreiden. Deze inspanningen worden ondersteund door het ontwikkelen van laagdrempelige online content.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

5. Brede aanpak tegen desinformatie Des- en misinformatie is een groeiend probleem in de samenleving. Tijdens de coronapandemie is desinformatie over vaccinaties nóg zichtbaarder geworden. Sinds een aantal jaar neemt het kabinet maatregelen om de impact van desinformatie te verminderen. Zo is in december 2022 de Rijksbrede strategie voor een effectieve aanpak van desinformatie herzien 8. De strategie van het kabinet tegen desinformatie kent diverse actielijnen, waaronder preventie en het verstevigen van de informatiepositie. Preventieve acties hebben als doel te voorkomen dat desinformatie impact heeft en zich verspreidt. Acties op het verstevigen van de informatiepositie hebben als doel het bewustzijn over desinformatie bij mensen te vergroten. De voortgang op de strategie wordt binnenkort met uw Kamer gedeeld in de ‘Voortgangsbrief Rijksbrede strategie voor de effectieve aanpak van desinformatie’ van het ministerie van BZK. Ook op het gebied van vaccineren is desinformatie aanwezig. Dit vind ik een groot probleem en mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid. Daarom ga ik verkennen welke handelingsperspectieven de Reclame Code Commissie, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en KNMG hebben om toegankelijkheid tot de juiste informatie te vergroten en mis- en desinformatie te verminderen.

Ook kijk ik naar de mogelijkheid of vrijwillige afspraken met techplatforms zinvol kunnen zijn, bijvoorbeeld over onderschriften bij berichten die desinformatie bevatten of aanbevelingen bij berichten die medisch geverifieerde informatie bevatten. 6. Mobilisatie van zorgprofessionals en influencers tegen desinformatie We weten uit onderzoek dat het beschikbaar stellen van de juiste informatie vele malen beter werkt in het tegengaan van desinformatie dan het ontkrachten van desinformatie (prebunken in plaats van debunken) 9. Daarnaast weten we dat voor een grote groep mensen de zorgverlener een belangrijke en betrouwbare bron van informatie is. Vanuit de COVID-pandemie hebben we geleerd dat het vertrouwen in zorgprofessionals hoog is en dat mensen zich het meest gehoord voelen door zorgprofessionals. Ik ben dan ook zeer verheugd over initiatieven zoals ‘Dokters Vandaag’, waarbij zorgprofessionals via sociale media de juiste medische informatie verspreiden. Ik heb goede gesprekken gevoerd met deze initiatieven en ik constateer dat het belangrijk is dat we op korte termijn deze hoogwaardige en betrouwbare informatie vanuit artsen gaan opschalen. We zien dat de informatiebehoefte groot is en dat een zeer groot aantal zorgorganisaties en -professionals wil aansluiten om betrouwbare informatie te delen.

Ook wordt onderzocht hoe het opschalen gefaciliteerd kan worden van initiatieven waarbij onafhankelijke artsen op sociale media antwoord geven op medische vragen. 7. Internationale acties desinformatie Vrijwel alle EU-lidstaten kampen met de tendens van de dalende vaccinatiegraad, die mede door desinformatie wordt veroorzaakt. Nederland zal deze problematiek 8 9

Kamerstuk, vergaderjaar 2022-2023, nr. 30821-173 Tegengif tegen desinformatie: ‘Laten we in de klas een complottheorie verzinnen’ (fd.nl) Pagina 4 van 7

in gremia als de Health Security Committee aankaarten en ervoor pleiten dat namens de EU gesprekken worden gevoerd met Big Tech bedrijven om alerter en kritischer te zijn op desinformatie op sociale media, die de volksgezondheid ondermijnt.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

8. Onderzoek: meer inzicht in keuzes en hoe deze beter te ondersteunen Momenteel voert het RIVM het langlopende onderzoeksprogramma SocioVax uit. Dit programma richt zich op de volgende drie doelen: • Inzicht in waarom mensen zich wel of niet laten vaccineren; • Inzicht in wat werkt om mensen beter te kunnen informeren en ondersteunen bij vaccinatiekeuzes en om vaccineren zo toegankelijk mogelijk te maken; • Inzichten delen met professionals, die zich bezighouden met deze vraagstukken. Bovendien voert het RIVM onderzoek uit naar de relatie tussen demografische gegevens beschikbaar in de CBS omgeving en de vaccinatiegraad. Dit onderzoek kan gemeenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een meer gerichte aanpak in wijken met een lagere vaccinatiegraad. Ik zal de eerste resultaten van dit onderzoek voor de zomer met uw Kamer delen en hier vervolgacties op inzetten. 9. Belang van goede data Sinds 1 januari 2022 is de registratie van het informed consent voor gegevensuitwisseling ingevoerd voor het RVP. Deze informed consent houdt in dat uitdrukkelijke toestemming moet worden gegeven voor de uitwisseling van gepersonaliseerde vaccinatiegegevens tussen de JGZ en het RIVM. Het percentage vaccinaties waarvoor geen toestemming is geregistreerd lag in 2023 gemiddeld voor alle vaccinaties samen rond de 4%.

Hoewel dit percentage relatief laag ligt, heeft het wel invloed op de nauwkeurigheid van de voorlopige opkomstcijfers. Het is daarom niet goed mogelijk op basis van de laatste cijfers te concluderen of er sprake is van een daling, een stabilisatie of – wat ik niet verwacht – zelfs een stijging van de vaccinatiegraad 10. Voor de zomer van 2024 verwacht ik een nieuw vaccinatiegraad rapport van het RIVM met uw Kamer te kunnen delen. In de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II is een wijziging opgenomen ten aanzien van de registratie van het informed consent, zodat de nauwkeurigheid van de opkomstcijfers verbetert. Spoedige behandeling van dit wetsvoorstel is van belang, zodat we de vaccinatiegraad adequaat kunnen meten en de wijkgerichte aanpak hierop kunnen baseren. 10. Verder versterken (informatie)positie kinderopvang Over het vraagstuk van vaccinaties en kinderopvang informeer ik u mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De dalende vaccinatiegraad leidt ook tot zorgen over de veiligheid van kinderen op de kinderopvang. Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat hun kind(eren) veilig is op de kinderopvang. Het Rijksvaccinatieprogramma zorgt ervoor dat kinderen en hun omgeving beter beschermd zijn tegen diverse ziektes. Daarom roepen we ouders op om zijn of haar kinderen (waar mogelijk) te laten vaccineren.

10

Kamerstuk, vergaderjaar 2023-2024, nr. 32793-713 Pagina 5 van 7

De vraag die we veel horen, is of kinderopvangorganisaties een weigeringsbeleid mogen voeren. En in welke situaties. De Raad van State oordeelt dat kinderopvangorganisaties een vrijheidsmarge hebben om een weigeringsbeleid te voeren. Dit kan alleen onder strikte voorwaarden. Zo mag een kinderopvangorganisatie niet discrimineren en moet de organisatie voldoen aan de privacyregelgeving (AVG). Om kinderopvangorganisaties te helpen bij deze afweging, gaat de minister van SZW een juridisch afwegingskader delen 11. Deze wordt op korte termijn beschikbaar gesteld. Ook houden we zicht op internationale jurisprudentie en andere ontwikkelingen over weigeringsbeleid bij kinderopvangorganisaties in andere EU-landen. De minister van SZW zal zelf ook verder in gesprek gaan met het RIVM over het weigeringsbeleid in relatie tot kinderopvang.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

Enige tijd geleden zijn gesprekken gevoerd en bijeenkomsten georganiseerd met betrokken organisaties, waaronder de sectorpartijen voor de kinderopvang en overige betrokken stakeholders (waaronder het RIVM, GGD GHOR NL en Jeugdartsen), over de rol die de kinderopvang kan spelen in de communicatie richting ouders over vaccineren 12. In die gesprekken kwam naar voren dat kinderopvangorganisaties hier vaak al aandacht aan besteden, bijvoorbeeld tijdens het intakegesprek. Een uitkomst van de gesprekken is verder dat de kinderopvangbranche zal bijdragen aan de voorlichting van ouders over het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Daarom ontwikkelen zij een informatieve flyer. De sector steunt het RVP en verwijst ouders naar informatie van het RIVM. Ook voor de flyer geldt dat deze binnenkort beschikbaar komt. Huidige aanpak Vol vertrouwen in vaccinaties De aanpak van de vaccinatiegraad heeft een lange geschiedenis. In november 2018 is voormalig staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gestart met het actieplan ‘Verder met Vaccineren’. In dit actieplan zijn meerdere maatregelen aangekondigd en ingezet om de destijds dalende vaccinatiegraad te verhogen. In juli 2022 is de vervolgaanpak ‘Vol vertrouwen in vaccinaties’ inzake het vaccinatiebeleid gestart.

Deze aanpak richt zich op drie actielijnen: 1) het bewaken en het versterken van het vertrouwen, 2) het verstevigen van de informatievoorziening en 3) het vergroten van de toegankelijkheid. Zoals ook bleek uit het meest recente vaccinatiegraadrapport van 29 juni 2023 13 is de vaccinatiegraad – na een tijdelijke opleving vlak voor de COVID-19 pandemie – verder gedaald. In de afgelopen Kamerbrieven van 29 juni 2023 en 5 februari 2024 over de vaccinatiegraad is aangegeven dat dit een zorgelijke ontwikkeling is, omdat de kans op uitbraken van infectieziekten hierdoor toeneemt. De gedaalde vaccinatiegraad hangt waarschijnlijk samen met de uitbraken die we nu zien. Goed om te vermelden is dat de vaccinatiegraadcijfers zoals deze bijvoorbeeld recent over de verschillende wijken van Den Haag gepubliceerd zijn, komen uit het vaccinatiegraadrapport dat is gepubliceerd in 2023 en gaat over kinderen die grotendeels al voor 2022 werden gevaccineerd. Dit zijn de meest recente cijfers op wijkniveau.

11 Dit was een toezegging tijdens de plenaire behandeling van het initiatiefvoorstelRaemakers en Van Meenen op 19 april 2022. 12 Toezegging tijdens de plenaire behandeling van het initiatiefvoorstel-Raemakers en Van Meenen op 19 april 2022. 13 Kamerstuk, vergaderjaar 2022-2023, nr. 32793-698

Pagina 6 van 7

Tot slot De gedaalde vaccinatiegraad voor vaccinatieprogramma’s waardoor ziekte kan worden voorkomen is zorgelijk. Het is en blijft van groot belang dat mensen vertrouwen hebben in vaccinaties en het RVP. Dit zorgt ervoor dat de samenleving zo goed mogelijk beschermd is tegen infectieziekten en de gevolgen daarvan. Ik sta voor het belang van preventief vaccinatie-aanbod door de overheid en goede informatievoorziening hierover. Met de acties uit deze brief bouw ik voort op een lijn die al eerder is ingezet en doe ik de toezegging gestand die ik in het Vragenuur van 19 maart jl. heb gedaan. Vertrouwen van burgers ten aanzien van vaccinaties moet voorzichtig weer worden opgebouwd, waar dit de afgelopen periode beschadigd is. Ik informeer uw Kamer voor de zomer over de voortgang op de tien ingezette acties.

Kenmerk 3799482-1063912-PG

Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Maarten van Ooijen

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14185529/1