CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

E15 - B&W - Collegebesluit Instemmen met plan van aanpak opstellen omgevingsplan deelgebied kleine kernen D416286

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken (hamerstuk)5.059 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van burgemeester en wethouders van Brummen

Onderwerp:

Instemmen met plan van aanpak opstellen omgevingsplan deelgebied kleine kernen

Portefeuille:

Ruimtelijke Ordening

Portefeuillehouder:

P. Inberg

Vertrouwelijkheid:

Openbaar

Embargo tot en met: Afdeling:

Ruimtelijke ordening

Kenmerk:

Z089201/D415075

Burgerparticipatie:

Niet van toepassing

Raadsprocedure:

Ja, ter kennisname

Besluit:

Akkoord (Ongewijzigd besloten)

Besloten op:

29 augustus 2023

Voorstel / Advies 1. Akkoord te gaan met het plan van aanpak in de bijlage (D415082) en te starten met het omgevingsplan van Brummen, deelgebied kleine kernen; 2. Voor de gehele transitie van bestemmingsplan naar omgevingsplan aan te sluiten bij de in regioverband opgestelde structuur; 3. De raad actief te informeren over de proces- en participatieaanpak conform plan van aanpak omgevingsplan kleine kernen.

Besluit 1. Akkoord te gaan met het plan van aanpak in de bijlage (D415082) en te starten met het omgevingsplan van Brummen, deelgebied kleine kernen; 2. Voor de gehele transitie van bestemmingsplan naar omgevingsplan aan te sluiten bij de in regioverband opgestelde structuur; 3. De raad actief te informeren over de proces- en participatieaanpak conform plan van aanpak omgevingsplan kleine kernen.

Inleiding De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Het omgevingsplan is een belangrijk kerninstrument van de Omgevingswet en moet vastgesteld worden door de gemeenteraad. Uiterlijk voor 2032 moeten alle bestemmingsplannen, verordeningen en de bruidschat worden opgenomen in het omgevingsplan. Op 5 oktober 2020 een plan van aanpak vastgesteld voor de implementatie van de Omgevingswet (D339486 – Huis van de Omgevingswet). Dit plan van aanpak is een verdere uitwerking van deze eerste aanpak en richt zich specifiek op het eerste deelgebied de kleine kernen. Met het omgevingsplan Kleine Kernen wordt, parallel aan het opstellen van de nieuwe Omgevingsvisie, de gebiedsgerichte verhuizing van bestemmingsplannen gestart. Onder de Omgevingswet is, anders dan onder de Wet ruimtelijke ordening (SVBP 2012), geen sprake van een vastgestelde structuur voor het opstellen van het omgevingsplan. In de regio vervult gemeente Rheden hierin een vooraanstaande rol voor het maken van deze inrichting.

Beoogd effect Heldere afspraken maken hoe we komen tot een omgevingsplan voor de Kleine Kernen. In het plan van aanpak zijn uitgangspunten geformuleerd en is ingegaan op participatie van inwoners en ketenpartners.

Argumenten 1.1 De gemeente is door de Omgevingswet verplicht een omgevingsplan op te stellen; Het omgevingsplan is, onder de Omgevingswet, een verplicht instrument voor gemeenten. Voor 2032 moeten de bruidsschat omgezet zijn naar een

omgevingsplan. Met onze gebiedsgerichte aanpak zijn kleine kernen daarin de eerste stap. 1.2 Deze aanpak past binnen de notitie 'Opzetten en inrichten huis van de Omgevingswet gemeente Brummen'; Deze aanpak past binnen de uitgangspunten die zijn opgenomen in de notitie 'Opzetten en inrichten huis van de Omgevingswet gemeente Brummen'. De Gemeenteraad heeft op 5 oktober 2020 besloten om een gefaseerde en gebiedsgerichte aanpak toe te passen bij de actualisatie van de bestemmingsplannen. 1.3 Een gefaseerde gebiedsgerichte aanpak betekent een gespreide ambtelijke en financiële inzet; Deze gefaseerde inzet spreidt de ambtelijke inzet en zorgt dat de inspanning past binnen het budget dat ter beschikking is gesteld. 2.1 Aansluiten bij de regionale structuur stelt ons in staat te leren van buurgemeenten; Door de structuur van ons omgevingsplan aan te laten sluiten op de systematiek van de regio stelt ons in staat om te leren van onze buurgemeenten. Een deel van de artikelen in de omgevingsplannen zullen inhoudelijk erg op elkaar lijken of identiek zijn. Mocht een buurgemeente een betere formulering hanteren kunnen wij deze artikelen makkelijker overnemen. Hiernaast is jurisprudentie van buurgemeenten makkelijker te verwerken in ons omgevingsplan.

2.2 Samenwerken in de regio scheelt tijd; De gemeente heeft gewerkt aan een structuur (casco) voor het omgevingsplan, maar de uitgangspunten voor het opbouwen van de structuur zijn in de voorbereidingstijd doorontwikkeld en regelmatig gewijzigd. Door aan te sluiten bij de regionale structuur zijn wij sneller in staat om ons omgevingsplan op te stellen. Dit betekent dat wij zo snel mogelijk de serviceverlening voor particuliere initiatieven weer kunnen hervatten. 2.3 Aansluiten bij de regionale structuur maakt omgevingsplannen beter leesbaar voor inwoners; De gemeenten Rheden en Voorst gaan ook met deze structuur werken. Er zijn nog een aantal andere gemeenten in de regio die dit ook overwegen. Inwoners van deelnemende gemeenten zullen beter in staat zijn om een omgevingsplan met dezelfde structuur te begrijpen omdat ze een vergelijkbare structuur vinden in de eigen gemeente. Ook richting stedenbouwkundige bureaus geeft de structuur duidelijkheid. 3.1 De raad is het uiteindelijke bevoegd gezag voor het opstellen van het omgevingsplan. De gemeenteraad is uiteindelijk bevoegd om het omgevingsplan vast te stellen. Daarom is het belangrijk dat de gemeenteraad op de hoogte is van het proces dat gevolgd wordt om tot het omgevingsplan te komen. Dit doen we in de vorm van een informele bijpraatsessie eind september.

Kanttekeningen Niet van toepassing

Burgerparticipatie In het plan van aanpak is de wijze van participatie beschreven. Inwoners, bedrijven en ketenpartners krijgen de gelegenheid om te reageren en adviseren over zowel de inventarisatienota als de nota van uitgangspunten (trede: consulteren).

Advies adviesorganen In het plan van aanpak is beschreven op welke wijze en wanneer (keten)partners, dorpsraden en andere betrokken organisaties betrokken worden en gelegenheid krijgen te reageren en adviseren op de voorliggende documenten.

Communicatie Uw collegebesluit wordt via een kort nieuws bericht via de gebruikelijke kanalen actief gecommuniceerd. Daarbij is er extra aandacht voor de dorps- en wijkraden in kleine kernen. Ook wordt de gemeenteraad via een informele sessie bijgepraat over dit plan van aanpak. Daarbij is ook aandacht voor de wijze waarop we de Omgevingsvisie in 2023/2024 willen gaan opstellen. Op basis van de communicatie- en participatieaanpak zoals die is beschreven in het bijgevoegde Plan van Aanpak, gaan we in september/oktober intensiever communiceren. Alle gebruikelijke gemeentelijke communicatiekanalen worden hiervoor dan ingezet, waaronder een themapagina 'omgevingsplan' op www.brummen.nl.

Financiële toelichting Het begrote budget bedraagt €140.000,-. Hiervoor is dekking vanuit de begroting.

Juridische grondslag - Artikel 2.4 omgevingswet - Artikel 160 Gemeentewet

Inkoop en aanbesteding Een adviesbureau stelt het omgevingsplan op. Inkoop hiervan start nadat het college een positief besloten heeft op het plan van aanpak.

Uitvoering Wij zijn al gestart met een uitvoerige en digitaal opgestelde inventarisatie van de kleine kernen op basis van diverse bronnen, waaronder BAG, KVK,

bestemmingsplannen, WOZ en de veldinventarisatie. Hierdoor starten we met een goede basis. Na uw besluit informeren we de raad en zetten we de meervoudig onderhandse aanbesteding in gang. De raad wordt ook betrokken in diverse stappen in het proces, waaronder het vaststellen van een nota van uitgangspunten. De eerste stap is dat de raad in september in een informerende sessie wordt bijgepraat. Gelijktijdig wordt de raad dan geïnformeerd over de start van het opstellen van de Omgevingsvisie

Stukken ter vaststelling - Plan van aanpak omgevingsplan deelgebied kleine kernen (D415082)

Bijlage(n) ter informatie Niet van toepassing

415082 Plan van aanpak omgevingsplan kleine kernen Brummen

1

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 1

2.

Kaders en uitgangspunten ............................................................................................................... 5

4.

Organisatie, proces en planning .................................................................................................... 10

5.

Participatie en communicatieplan ................................................................................................ 13

6.

Financiën ....................................................................................................................................... 15

Bijlage 1 Begrenzing deelgebied kleine kernen ..................................................................................... 16

2

1. Inleiding 1.1

Aanleiding

De omgevingswet treed op 1-1-2024 in werking. Vanaf dat moment beschikken wij van rechtswege over een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan bestaat uit onze huidige bestemmingsplannen en de bruidsschat. Met het vaststellen van het Huis van de Omgevingswet (invoeringsaanpak Omgevingswet) en het plan van aanpak Omgevingsplannen door de raad is een strategie opgesteld om gedurende de transitieperiode, die tot 31 december 2031 duurt, het tijdelijke omgevingsplan om te zetten in een permanent omgevingsplan. Dit omgevingsplan vervangt op termijn de huidige bestemmingsplannen, en gemeentelijke verordeningen, zoals bijvoorbeeld (delen van) de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Afvalstoffenverordening, Bomenverordening en de Parkeerverordening. En dit omgevingsplan bevat de bruidsschat (Rijksregels). Omdat ook deze verordeningen uiteindelijk integraal moeten worden opgenomen in het Omgevingsplan wordt in dit plan van aanpak hier ook een strategie voor opgenomen In het plan van aanpak voor het opstellen van Omgevingsplannen is opgenomen dat voor de ruimtelijke bouwstenen wij gebiedsgericht gaan verhuizen. Dit sluit ook aan bij het coalitieakkoord 2022-2026 waarin is afgesproken (waar mogelijk) gebiedsgericht en samenhangend te werken. De indeling van het gebiedsgerichte actualiseren kent de volgende vijf bestemmingsplannen en volgtijdelijkheid: 1. 2. 3. 4. 5.

Kleine kernen; Buitengebied; Komplannen (Eerbeek en Brummen) + uitbreidingswijken (Elzenbos en Lombok); Bedrijventerreinen; Centrumgebieden Eerbeek en Brummen.

Dit plan van aanpak richt zich op het opstarten van een actualisatiecyclus, waarbij gestart wordt met het gebied Kleine Kernen. De ervaring die hierbij wordt opgedaan geeft een vliegwieleffect voor de hierop volgende Omgevingsplannen. In het plan van aanpak voor het opstellen van Omgevingsplannen is opgenomen dat nu een begin wordt gemaakt met het Omgevingsplan voor Kleine Kernen. Insteek is om het Omgevingsplan bij de start van 2026 te hebben afgerond. Daarnaast is het voor het werken onder de Omgevingswet wenselijk het proces van aanvragen van particulieren en bedrijven om omgevingsplannen en -vergunningen te herijken. Ook hiervoor wordt een aanzet gegeven.

1.2

Doelstelling

Het doel is om eind 2025 een actueel Omgevingsplan Kleine Kernen te hebben, waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Meekoppelkansen worden benut en verbindingen worden gelegd tussen maatschappelijke, recreatieve, woon- en verblijfsopgaven. Hierbij moeten verbindingen worden gelegd met het sociaal domein, recreatie en toerisme, economie en klimaatadaptatie en wonen.

1

Speerpunten die hierbij een rol spelen uit het coalitieakkoord: Inwoners in staat stellen vroegtijdig invloed uit te oefenen op het beleid. Zoals gebiedsgericht werken, goede informatievoorziening en nieuwe manieren van het betrekken van inwoners uitproberen. Stevige inzet energietransitie, waaronder inwonerinitiatieven vanuit kleine kernen en buurten om eigen opwek te realiseren stimuleren. Isoleren en andere maatregelen waardoor de energievraag verminderd bevorderen. Hierbij staan circulariteit, klimaatbestendigheid en energieneutraliteit staan centraal bij nieuwbouw en renovatie. Waar mogelijk worden verplichte voorwaarden gesteld. Aandacht voor leefbaarheid in brede zin: schone lucht, schoon water, de scholen, gemeenschapscentra en verenigingen. Uitgangspunt is dat in het Omgevingsplan de bestaande situatie wordt vastgelegd en voorzien wordt van passende gebruiks(ruimte) en bouwmogelijkheden. Hierbij wordt op perceelsniveau wel ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Er wordt gestreefd naar een zekere mate van globaliteit en flexibiliteit, zonder de rechtszekerheid en handhaafbaarheid uit het oog te verliezen.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het Omgevingsplan ‘Kleine Kernen’ heeft betrekking op de kernen Leuvenheim, Empe, Oeken en Hall. Deze kernen kennen een zekere omvang, bebouwingsconcentratie en voorzieningen. De buurtschappen Tonden, Rhienderense Broek, Cortenoever, Voorstonden, Coldenhove en Rhienderen vallen onder het Omgevingsplan Buitengebied. De plangrenzen sluiten aan bij de grenzen bestemmingsplan Kleine Kernen en worden op onderdelen afgestemd op de actuele situatie, de bebouwde kom in de zin van de Wegenverkeerswet en Wegenwet en bebouwde komgrenzen zoals opgenomen in de APV, zoals ten behoeve van kappen. Deze regels zijn onder andere van belang voor parkeren e.d.. Vanwege de integratie van regelingen in het Omgevingsplan is het wenselijk waar mogelijk de begrenzingen beter op elkaar af te stemmen. In onderstaande afbeelding een overzichtstekening. De situatie per kern is weergegeven in bijlage 1.

2

1.4

Relatie met ander instrumentarium van de Omgevingswet

In de wet is een aantal gemeentelijke instrumenten opgenomen die nodig zijn om het nieuwe omgevingsrecht goed te kunnen implementeren. Dit zijn, naast het omgevingsplan, de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma en de omgevingsvergunning. Naast een Omgevingsvisie 1.0 (beleidsneutraal) zijn we ook gestart met het opstellen van de Omgevingsvisie 2.0. Omgevingsplan en omgevingsvisie hebben een belangrijke relatie met elkaar. In de visie moeten de (maatschappelijke) opgaven en doelen voor het gebied opgenomen zijn. Ook de sturingsfilosofe en instrumentenmix zijn in de omgevingsvisie opgenomen. In het omgevingsplan wordt op basis hiervan vervolgens de vertaling gemaakt naar de regels voor de fysieke leefomgeving. Het plan moet getoetst kunnen worden aan de visie, andersom moet de visie ook voldoende houvast bieden om het plan op te kunnen stellen. Maar het omgevingsplan is meer dan alleen de juridische vertaling van de omgevingsvisie. Het omgevingsplan biedt door de eigen gestelde doelen het kader voor alle regels over de fysieke leefomgeving, ook als die niet terug te voeren zijn op een omgevingsvisie. Het omgevingsprogramma is min of meer complementair aan het omgevingsplan. De doelen die we willen bereiken, worden soms ondersteund met regelgeving (= omgevingsplan) en soms met andere middelen (= omgevingsprogramma). 3

1.5

Relatie met omgevingsvisie

Het omgevingsplan wordt een herijking van de huidige mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Hierbij wordt rekening gehouden met de gewenste ontwikkelingen die in de huidige omgevingsvisie 1.0 staan. Omgevingsvisie 2.0 die momenteel ook wordt opgesteld is meer ontwikkelen toekomstgericht document. Hierin is een vergelijking te maken met onze huidige structuurvisie Ligt op Groen. Ontwikkelingen die in de omgevingsvisie 2.0 zijn opgenomen worden in een later stadium opgenomen in het omgevingsplan.

4

2. Kaders en uitgangspunten 2.1

Vigerend planologisch kader

Met dit plan van aanpak gaan we (gedeeltelijk) de bestemmingsplannen herzien die van kracht zijn in het plangebied (de vier kleine kernen), maar ook alle partiële herzieningen. Naam

Plan

Identificatie

Kleine Kernen

bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKK500000-va01

Buurtweg 31A, 33 en 33A bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKK500002-va01 Overige locatie Brummen en Eerbeek Bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPBREEOL900000-va02 Kleine Kernen, Emper Molen 3 – 10 bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKKEMPE50001-va01 Dorpsstraat 60 te Hall

wijzigingsplan

NL.IMRO.0213.BPKKHALL500003-va01

Woningbouwontwikkeling Hall

bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKKHALL500004-va01

Domineeskamp 1-7, Hall

bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKKHALL500005-va01

Hallseweg 67 en 67a te Hall wijzigingsplan NL.IMRO.0213.BPKKHALL500006-VA01 Leuvenheim, hoek MetelerkampwegArnhemsestraat bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKKLEUV510001-va02 bestemmingsplan Buurtweg 16 t/m 30 bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKKOEK520000-va01

Daarnaast worden de volgende partiele herzieningen meegenomen en waar nodig geactualiseerd: Naam

Plan

Paraplubestemmingsplan Mantelzorgwoningen Paraplubestemmingsplan Parkeren Paraplubestemmingsplan archeologie

Identificatie

bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPKK500000-va01 bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPBREEPPARK10000-VA01 bestemmingsplan NL.IMRO.0213.BPBREEPARCH20000-va01

Verder worden alle verleende omgevingsvergunningen meegenomen.

2.2

Geldende beleidskaders

We houden bij de uitvoering van het plan van aanpak rekening met de volgende geldende beleidskaders: -

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Omgevingsvisie 1.0 Structuurvisie Ligt op Groen en Toekomstvisie 2030 Beleidskader wind- en zon Woonagenda 2019-2023 Routekaart woningbouw 5

-

Buitenplanse afwijkingenbeleid (kruimelgevallen) Brummen Soortenmanagementplan Nota ruimtelijke kwaliteit Bed en breakfast beleid Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Brummen Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Brummen Dorpsplan Leuvenheim Coalitieakkoord 2022-2026 Woonzorgvisie Nota parkeerbeleid en parapluplan parkeren Archeologiebeleid en parapluplan archeologie Beleidsregeling inwoning Beleidsregeling mantelzorg en paraplubestemmingsplan mantelzorgwoningen Strategie kwaliteitstoerisme 2022-2026. Positieve en Integrale gezondheid in Brummen

In ontwikkeling -

2.3

Omgevingsvisie 2.0 Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) 2023 Groenbeleidsplan Brummen Nota Mobiliteit Visie duurzaamheid en Beleidskader duurzaam bouwen Nota Ruimtelijke kwaliteit Programma Water en riolering 2024-2027 Erfgoedverordening Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)

(Algemene) Uitgangspunten

Eenduidigheid De kernen kennen inhoudelijk vergelijkbare problematiek en ruimtelijke structuur. Het is wenselijk een eenvormige en eenduidige regeling op te stellen. Uiteraard zullen er qua inhoud wel verschillen bestaan tussen de kernen, omdat sprake is van verschillende gebieden. Stapsgewijze opbouw omgevingsplan met bepaalde flexibiliteit De bestaande situatie en gebruiks- en bouwmogelijkheden uit de thans vigerende bestemmingsplannen en eventuele verordeningen die gereed zijn worden doorontwikkeld richting het omgevingsplan. Het omgevingsplan gaat uit van de bestaande structuur van veelal een rustigere woonomgeving, maar stuurt waar nodig. Daarnaast moet het plan de nodige flexibiliteit bevatten. Voorziene ontwikkelingen dienen zoveel mogelijk opgenomen te worden in flexibele bepalingen met heldere toetsingscriteria. Nieuwe ontwikkelingen worden in principe niet in het plan meegenomen tenzij deze voldoende zijn uitgekristalliseerd en daarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Hiermee wordt vertraging voorkomen. Dit betekent onder meer dat ruimtelijke plannen voor ontwikkellocaties die nog in voorbereiding zijn (niet vastgesteld) buiten het omgevingsplan worden gehouden.

6

Instandhouding en versterken bestaande kwaliteit van de kernen Een belangrijk punt van aandacht is het in stand houden en versterken van de kwaliteit van de kernen. Hierbij gaat het zowel om de kwaliteit van de open groene ruimte als om de bebouwing en inrichting van de terreinen. De kernen zijn elk op hun eigen manier ontstaan en hebben hun eigen specifieke kenmerken en (cultuurhistorische) waarden. Voor de leefbaarheid en herkenbaarheid van de dorpen is behoud van de 'identiteit/hoofdstructuur' van belang. Het bestemmingsplan moet hiervoor het ruimtelijk kader bieden. Alle belangen in het oog houden Ruimte is schaars. De ruimte die de één krijgt om een initiatief te ontplooien kan voor iemand anders ongewenst zijn. Of haaks staan op het algemene belang. Daarnaast worden in een proces niet alle belangen even duidelijk naar voren gebracht. De gemeente probeert oog te hebben voor een brede en zorgvuldige belangenafweging. Uitvoerbaar en handhaafbaar Het werken met een omgevingsplan kent een grotere mate van flexibiliteit dan bestemmingsplannen en een andere opbouw en systematiek. Van belang is dat op te stellen regels uitvoerbaar zijn en dat er, indien nodig, ook op gehandhaafd kan worden. Waarbij oog gehouden wordt voor de gemeentelijke ambities. Handhaving en legalisatie Het huidige bestemmingsplan is afkomstig uit 2013 en is hiermee al bijna 10 jaar oud.

De verwachting is dat uit de inventarisatie zal blijken dat op sommige plekken gebruik en/of bebouwing is ontstaan die niet binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan passen. Op deze momenten moet een afweging gemaakt worden of het wenselijk is om het nieuwe gebruik en eventuele bebouwing te faciliteren in het omgevingsplan of het beoogde ruimte gebruik af te dwingen middels handhaving. Uitgangspunt hierin is dat legalisatie de voorkeur heeft tenzij het ontstane strijdige gebruik afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit, de veiligheid of beleidsdoelen van de gemeente. Geen publiekrechtelijk kostenverhaal Zoals het er nu naar uitziet, leid het omgevingsplan niet tot publiekrechtelijk kostenverhaal. Uitgangspunt is dat eventuele nieuwe ontwikkelingen, die kunnen leiden tot kostenverhaal, alleen worden meegenomen als deze bestuurlijk akkoord zijn en het kostenverhaal is zeker gesteld. Meenemen milieu regelgeving Het ziet er naar uit dat niet alle milieutechnische regelgeving automatisch vingerend wordt onder de Omgevingswet. Delen van ons (regionale) milieubeleid worden niet opgenomen in de bruidsschat. Tenzij een regionaal gedragen planregeling kan worden opgesteld voor ter inzage legging van dit plan worden deze onderdelen niet meegenomen. Deze onderdelen worden zonder regionale oplossing beter in een eigen wijzigingsbesluit opgepakt.

Systematiek omgevingsplan Gemeente Rheden heeft het voortouw genomen om een regiostructuur op te stellen. Samen met een DSO expert hebben ze een structuur voor het omgevingsplan opgezet en stelt deze beschikbaar voor andere gemeenten. Door deze structuur toe te passen worden we niet 7

belemmerd in onze beleidsvrijheid. Het aansluiten bij deze structuur heeft een aantal voordelen: • •

Door aan te sluiten bij deze regiostructuur kunnen wij makkelijker de lessen van andere regiogemeenten toepassen in onze plannen. Het omgevingsplan is juridisch gezien breder dan de huidige bestemmingsplannen. Door de regiostructuur toe te passen wordt een brede structuur neer gezet waarin alle nieuwe regels een plek kunnen vinden.

Vastleggen aantal (bedrijfs)woningen per perceel Een omgevingsplan (en bestemmingsplan) moet duidelijkheid verschaffen. In het huidige bestemmingsplan is opgenomen dat het huidige aantal, het maximale aantal woningen is. Een van de lessen die wij van ons huidige bestemmingsplan geleerd hebben is dat het aantal woningen op een locatie vaak tot discussie lijdt. Om hierin duidelijkheid aan onze bewoners te verschaffen is het noodzakelijk om het aantal woningen per perceel inzichtelijk te maken.

3.1 Inventarisatie en onderzoek 3.1

Inventarisatie

De eerste inventarisatie richt zich op in kaart brengen van het planmatig beoogde gebruik en het feitelijke gebruik. Door verschillende bronnen op adresniveau met elkaar te vergelijken kan beoordeeld worden of de huidige bestemming passend en nog actueel is. De volgende bronnen worden geraadpleegd tijdens de inventarisatie: • • • • • • •

De vingerende bestemmingsplannen Afgegeven vergunningen en eventueel aanwezige milieudossiers Recente luchtfoto De kamer van koophandel Basisregistratie Adressen en gebouwen (BAG) Waardering Onroerende Zaken (WOZ Toeristenbelasting

Relevante kenmerken uit deze bronnen worden overzichtelijk weergegeven in een Excel bestand. Op basis van deze kenmerken kan op adresniveau worden beoordeeld of er sprake kan zijn van een verschil tussen de huidige en door het bestemmingsplan beoogde situatie. In deze gevallen worden de adressen nader onderzocht of ingepland voor een veldbezoek. De resultaten van de inventarisatie worden op een digitale manier ter visie gelegd. Inwoners kunnen tijdens deze inzagetermijn aangeven of de door ons geregisterde gegevens kloppen. Hier is geen wettelijke basis voor maar draagt bij aan de compleet en correctheid van de inventarisatie.

3.2

Onderzoek

Vanwege het behoudende karakter van de transformatie van bestemmingsplan naar omgevingsplan zijn er naar verwachting maar weinig onderzoeken nodig om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties aan te tonen. In enkele voorkomende gevallen kunnen onderzoeken worden uitgezet. Hierin hanteren we een praktische insteek. Op dit moment is er geen aanleiding om aan te nemen dat een PlanMer of vormvrije PlanMer nodig is. Mocht uit de inventarisatie consultatie blijken dat dit toch nodig is wordt dit proces dan in gang gezet. 8

3.3 Geluid, trillingen, externe veiligheid. Het omgevingsplan geeft meer ruimte om overwegingen te maken op het gebied van geluid trillingen en externe veiligheid. Als gemeente Brummen nemen wij het advies van de OVIJ op deze vlakken over.

3.4

Planschaderisico-analyse

Vanwege het behoudende karakter van de actualisatie is er in algemene zin geen noodzaak om een planschaderisicoanalyse uit te voeren. Wellicht blijkt in een later stadium dat dat in individuele gevallen wel nodig is. Na de inventarisatieconsultatie wordt dit beoordeeld.

3.5

Beleidsmatige uitgangspunten

Verder houden we ook rekening met de volgende algemene beleidsmatige uitgangspunten: -

Het omgevingsplan komt participatief tot stand, in samenspraak met partners en wijk- en dorpsraden. Het omgevingsplan houdt rekening met duurzaamheid en duurzaam bouwen en eigen energieopwek en de hierin op te stellen ruimtelijke kaders (ook in regioverband). Het omgevingsplan faciliteert initiatieven voor eigen energieopwek en verduurzaming; Het omgevingsplan geeft ruimte voor een klimaatadaptieve, biodiverse en natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte en particuliere percelen; Het omgevingsplan geeft ruimte voor inwoning en mantelzorgsituaties; Passende kleinschalige bedrijvigheid in kleine kernen wordt zoveel mogelijk behouden.

9

4.

Organisatie, proces en planning

4.1 Organisatie Omschrijving projectgroep Stuurgroep Marchel Romeijn (procesmanager fysieke leefomgeving), Pouwel Inberg (wethouder) en Sjoerd van den Berg (adviseur RO) Kerngroep Reinier Nooteboom (coördinator fysieke leefomgeving), Marius ten Voorde (adviseur RO), Sjoerd van den Berg (adviseur RO), Maureen de Wild (strategisch adviseur), plan adviseur (extern) en Eva Thomassen (communicatie adviseur) Adviesgroep intern Ron Kamperman (adviseur natuur en landschap), Hans de Geest (beleidsadviseur Openbare Ruimte), Paul Severens (adviseur duurzaamheid), Eefke van Riel (adviseur water en riool), Kees Verspui (programmamanager duurzaamheid), Gertie Schoemaker (bestemmingsplantoetser ), Rene Verkerk (adviseur handhaving), Remon Ridder (strategisch adviseur), Maarten Hulsschreuder (adviseur verkeer), Ilse Kok (strateeg sociaal domein) Ketenpartners Regio archeoloog, OVIJ, VNOG, GGD, Waterschap, Provincie, gemeente Voorst, gemeente Rheden, gemeente Apeldoorn, gemeente Zutphen. Overige partijen Landschap Netwerk Brummen, Natuurmonumenten

4.2 Plan van aanpak We gaan uit van de volgende drie hoofdstappen (met de verschillende tussenstappen):

Stap

Activiteit

Toelichting

College

Raad

0

Plan van aanpak per deelgebied

Per deelgebied wordt een plan van aanpak opgesteld met een paragraaf participatie (hoe gaan we in dit deelgebied om met participatie).

Het plan van aanpak (+ paragraaf participatie) wordt vastgesteld door het college

1

Inventarisatie

De inventarisatienota wordt vastgesteld door het college.

1a

Veldinventarisatie

1b

Participatie over veldinventarisatie

Inventarisatieronde in 3 slagen. 1a: veldinventarisatie, 1b: beleidsinventarisatie en 2c: consultatie ketenpartners. De inventarisatieronde resulteert in een inventarisatienota Aan de hand van luchtfoto’s en veldbezoeken wordt in kaart gebracht of de situatie zoals vastgelegd in de bestemmingsplannen overeenkomt met de feitelijk bestaande situatie. Over de bevindingen uit de veldinventarisatie wordt een participatieronde georganiseerd. Van de participatieronde wordt een verslag gemaakt (onderdeel inventarisatienota).

Wordt geïnformeerd over het PVA en er wordt een bijpraatsessie georganiseerd De nota wordt ter informatie gedeeld met de gemeenteraad

10

Stap

Activiteit

Toelichting

1c

Beleidsinventarisatie

1d

Consultatie Ketenpartners

1e

Vaststellen inventarisatienota

Aan de hand van een beleidsinventarisatie wordt in kaart gebracht of de regelingen in de bestemmingsplannen nog overeenkomen met actuele beleidsuitgangspunten Er wordt een inventarisatieronde onder ketenpartners (o.a. provincie, waterschap, omgevingsdienst) georganiseerd waarbij de vraag wordt voorgelegd welke thema’s/belangen/aspecten in een op te stellen Omgevingsplan moeten worden meegenomen. De bevindingen worden opgenomen in een reactienota ketenpartners (onderdeel inventarisatienota). De inventarisatienota wordt voorgelegd aan college en raad

2

Nota van Uitgangspunten

2a

Opstellen concept nota van uitgangspunten Participatie over concept nota van uitgangspunten

2b

2c

Raadpleging ketenpartners

2d

Vaststellen nota van uitgangspunten

3

Omgevingsplan

In een nota van uitgangspunten worden (op basis van de inventarisatienota) de uitgangspunten bepaalt voor de verhuizing van bestemmingsplan(nen) naar Omgevingsplan. De nota van uitgangspunten wordt in 4 stappen opgesteld 2a: opstellen concept nota van uitgangspunten, 2b participatie over concept nota van uitgangspunten, 2c consultatie ketenpartners en 2d vaststelling nota van uitgangspunten. Op basis van de inventarisatienota wordt een concept nota van uitgangspunten opgesteld. Over de concept nota van uitgangspunten wordt een participatieronde georganiseerd. Van de participatieronde wordt verslag gedaan in een participatienota (onderdeel nota van uitgangspunten). De concept nota van uitgangspunten wordt voorgelegd aan de ketenpartners (o.a. provincie, waterschap, omgevingsdienst). Naar aanleiding van de reacties van de ketenpartners wordt een reactienota ketenpartners opgesteld. Naar aanleiding van de participatienota en de reactienota ketenpartners wordt de concept nota van uitgangspunten omgezet in een nota van uitgangspunten Op basis van de nota van uitgangspunten en het raamwerk van Rheden worden de bestemmingsplannen verhuisd naar het Omgevingsplan.

College

Raad

De inventarisatienota (incl. participatieverslag en reactienota ketenpartners) wordt vastgesteld door het college. Opstellen

Raadsinformatiebrief

Vasstellen

Concept nota van uitgangspunten wordt vastgesteld door college

Opstellen

Vaststellen

Opstellen

Vaststellen

11

4.3 Planning Op hoofdlijnen (kwartaal) ziet de planning er als volgt uit: Activiteit Plan van aanpak per deelgebied Inventarisatie Veldinventarisatie Participatie over veldinventarisatie Aanbesteding meervoudig onderhands Beleidsinventarisatie Consultatie Ketenpartners Vaststellen inventarisatienota Opstellen concept nota van uitgangspunten Participatie over concept nota van uitgangspunten Raadpleging ketenpartners nota van uitgangspunten Vaststellen nota van uitgangspunten Concept omgevingsplan Publicatie ontwerp Vaststellen door raad

Kwartaal Q3 2023 Q3 2023 Q3 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q4 2023 Q1 2024 Q1 2024 Q2 2024 Q2 2024 Q4 2024 Q4 2024 Q1 2025 Q3 2025

12

5.

Participatie en communicatieplan

In het plan van aanpak is aangegeven dat het gemeentebestuur streeft naar het in staat stellen van inwoners om vroegtijdig invloed uit te oefenen op het beleid. Waar mogelijk worden ook nieuwe manieren van betrekken van inwoners uitgeprobeerd. Hoewel de vaststelling van het Omgevingsplan een bevoegdheid is van de gemeenteraad, wordt de samenleving actief betrokken bij het opstellen van het Omgevingsplan Kleine Kernen. De totstandkoming gebeurt in samenwerking met wijk- en dorpsraden. Verder wordt er advies gevraagd van uiteenlopende vooroverlegpartners, zoals provincie, Waterschap Vallei en Veluwe, GGD, VNOG en de Omgevingsdienst Veluwe IJssel. Zo’n interactieve beleidsvormingsproces vraagt om een goede informatievoorziening en proactieve communicatie. De contouren hiervoor zijn in deze bijlage uitgewerkt. Communicatieverantwoordelijkheid Met het plan van aanpak geeft het college koers aan het opstellen van het Omgevingsplan. Daarbij wordt een projectgroep ingesteld waarin ook een communicatieadviseur zitting heeft. Hierdoor wordt continue aandacht voor communicatie in dit proces geborgd. Communicatiedoelen Wat willen we bereiken met dit communicatie- en participatieplan? 1. Dat inwoners, organisatie, belangengroepen en andere betrokkenen op elk moment van het proces goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen om te komen tot een breed gedragen Omgevingsplan Kleine Kernen.

(informeren) 2. dat zij op verschillende (vooraf aangegeven) momenten actief kunnen meedenken en meepraten over specifieke onderwerpen die relevant zijn bij het Omgevingsplan Kleine Kernen. (participeren) 3. dat voor hen op elk moment duidelijk is welke vorm van participatie van toepassing is. 4. dat de gemeenteraad goed op hoogte is van het proces en de samenwerking met partnerorganisaties en de samenleving. Communicatiemiddelen Informeren en participeren vraagt om de inzet van een aantal vooraf goed aangegeven communicatiemiddelen/instrumenten. Deze zijn actueel en informatief en vormen bij iedere stap in het proces weer een belangrijke basis voor uitwisselen van actuele gegevens en documenten. Het gaat hierbij grofweg om de volgende kanalen: a. Website: een tijdelijke themapagina www.brummen.nl/omgevingsplan. Hier staat altijd het doel van dit project en actuele stand van zaken. Waar mogelijk digitaal ontsluiten van planinformatie, zoals een digitale inventarisatie. b. Gesprekken en bijeenkomsten: deze nemen een belangrijke plek in, omdat juist in persoonlijke (groeps)gesprekken waardevolle meningen en standpunten opgehaald kunnen worden. Deze worden zorgvuldig voorbereid en achteraf vindt terugkoppeling plaats over de resultaten ervan. c. GemeenteThuis: op de momenten waarop er nieuws is te melden wordt dit altijd via GemeenteThuis kenbaar gemaakt.

Dit kan zijn via losse artikelen, mogelijk op een of meerdere mijlpaalmomenten ook via een themapagina (inspraak bevorderen). d. Perscontacten: lokale en regionale media zijn belangrijk om inwoners te informeren en het gehele proces van totstandkoming van de visie kritische en constructief te volgen. Er is daarom actieve en zo open mogelijke houding naar de lokale en regionale media. Zij worden 13

via tussentijdse (pers)berichten en bij mijlpalen een persbijeenkomsten op de hoogte gehouden. e. Sociale media: de gemeentelijke sociale mediakanalen worden actief ingezet wanneer er nieuwsberichten zijn f. Intranet/Binnenplein: ook de interne organisatie van de gemeente (evenals de partners binnen de projectorganisatie) moet goed geïnformeerd zijn over de stappen en voortgang van dit proces. Hiervoor wordt onder andere het intranet actief ingezet. Doelgroepen De doelgroepen om te komen tot een gedragen Omgevingsplan Kleine Kernen kunnen we grofweg onderverdelen in vijf groepen. A. Partners binnen de projectorganisatie (‘ontwikkelaars’ en ‘mede-beslissers’) - Gemeente (portefeuillehouder Ruimtelijke Ordening/Omgevingswet en betrokken medewerkers) - Adviseurs van Omgevingsdienst Veluwe IJssel - Stedebouwkundige Gelders Genootschap - Regio-archeoloog B. Betrokken organisaties (‘beïnvloeders’) a. Provincie Gelderland b. Waterschap Vallei en Veluwe c. GGD Noord-Oost Veluwe, GHOR en brandweer d. Woningstichting Veluwonen e. Liander f. Gasunie g. Prorail h. Tennet i. Vitens C. Dorpsraden (gesprek vooraf) a. Dorpsraad Leuvenheims belang b. Wijkraad Oeken, Voorstonden, Broek c. Kleine Kernen Empe-Tonden d. Wijk- en dorpsraad Eerbeek-Hall D. Direct betrokkenen a. Inwoners b. Bedrijven E. Overig a. Onderwijs en kinderopvangorganisaties b. Andere organisaties en verenigingen c.

Lokale en regionale media

14

Communicatiekalender Gedurende het traject van totstandkoming van de visie wordt zoveel mogelijk op maat gecommuniceerd met de doelgroep(en). Hierbij is sprake van een continue proces. Grofweg zijn de volgende communicatiestappen te onderscheiden. Activiteiten Opzet projectorganisatie

Wanneer Q3 2023

Wat Plan van aanpak vaststellen, projectorganisatie inrichten en communicatie voorbereiden Inrichten website www.brummen.nl/omgevingsplan Ontsluiten data inventarisatie en ophalen inspraak

Opzetten (basis) website

Q3 2023

Informatie ophalen inventarisatie, Brief, nieuwsbericht en publicatie

Q4 2023

Participatie over nota van uitgangspunten, nieuwsbericht en publicatie Inspraakprocedure, nieuwsbericht en publicatie Besluitvorming, nieuwsbericht en publicatie

Q2 2024

Delen conceptnota van uitgangspunten in ophalen zienswijzen

Q1 2025

Ter inzage legging, aansluitend reacties verwerken

Q3 2025

College- en raadsvoorstel, bespreking in openbare forumvergadering.

6. Financiën De kosten voor het opstellen en het doorlopen van de omgevingsplanprocedure zijn geraamd op € 140.000-. De kosten zijn gedekt onder de post Ruimtelijke Ordening - Omgevingswet.

15

Bijlage 1 Begrenzing deelgebied kleine kernen

16

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13191295/1