CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

E1 - Gemeenteraad Brummen - Consultatie Variantenstudie Regio Stedendriehoek D477756

Besluitvormende raadsvergadering 23 april 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad van Brummen Consultatie Variantenstudie Ontwikkelperspectief 2050 Regio Stedendriehoek Bundeling input van de fracties van de gemeenteraad Brummen De raad heeft eind 2024 besloten om een deel van de eerder aangewezen WVG locaties niet langer als toekomstige woningbouwlocatie aan te merken. Op diverse kaarten staan bij Brummen nog wel de volledige WVG woningbouw locaties aangegeven. Graag zien wij (net als CDA en VVD) de kaarten aangepast, zodat de correcte locaties en omvang wordt weergegeven. Analyse: Knelpunten tussen Omgevingsvisie en Regionale Variantenstudie Omdat de Brummense Omgevingsvisie nog niet gereed is, maar er al wel concepten zijn besproken met de raad benadrukken we graag de overeenkomsten en knelpunten die wij zien tussen lokale en regionale visies. Daarbij zien wij de volgende aandachtspunten: 1. Groene hart versus regionale groeidruk Het Omgevingsvisie Koersdocument van Brummen kiest bewust voor rust, ruimte en een dorpse schaal, maar de regionale studie stelt de vraag of dit verenigbaar is met de opgave van 40.000-48.000 woningen in de Stedendriehoek tot 2050. Vanuit GroenLinks Eerbeek-Brummen willen wij dat de variantenstudie uitdrukkelijk Brummen als ‘Groene Hart Gemeente’ benoemt, waarvoor een beperkte en gematigde groei geldt wat betreft woningbouw om de groene waarden in stand te kunnen houden. 2.

Optelsom van lokale keuzes levert geen regionale effecten op De huidige omgevingsvisie van Brummen is sterk georiënteerd op het landschap, de mooie dorpen en het koersdocument voor de nieuwe omgevingsvisie koestert dorpse zorgaanpak, identiteit, naoberschap. De regionale studie concludeert dat de regio zonder expliciete keuzes feitelijk kiest voor Variant D (verspreide ontwikkeling van wonen, bedrijven, groen en zorg: “confetti”), met alle bijkomende nadelen: geen mobiliteitstransitie, beperkte OV-bereikbaarheid, en suburbane uitbreidingslocaties die niet bijdragen aan stedelijke kwaliteitssprong. De Variantenstudie stelt kritisch: "Levert de optelsom van lokale keuzes de gewenste regionale (brede welvaarts)effecten op?" GroenLinks Eerbeek-Brummen pleit daarom voor duidelijke keuzes. Laat de groene waarden in stand. Die ruimte is nodig voor inwoners om ‘uit te waaien’ en (ook voor toeristen) om te recreëren. Concentreer bebouwing in en rond bestaande kernen, en bouw vooral in en rond steden. Breid woningbouw vooral uit rond stations. Dan kunnen essentiële bovenlokale voorzieningen als theaters en ziekenhuizen behouden blijven voor de regio. Laat daarnaast kleinere kernen gematigd groeien. 3. Mobiliteit: auto versus STOMP De Variantenstudie pleit sterk voor het STOMP-principe (fiets en OV eerst) en koppelt woningbouw aan stationsgebieden.

GroenLinks Eerbeek-Brummen onderschrijft die keus van harte. In Variant 2 worden stations Brummen en Empe-Voorst als kanslocaties voor woningbouw gezien. Dat vergt wel duidelijke ondersteuning van het STOMP principe met duidelijke investeringen in vrijliggende fietspaden, deelmobiliteit, ontmoediging van autobezit in nieuwe woonwijken, OV voorzieningen van woonwijken naar stations enzovoort. Wij zouden willen dat alle gemeenten zich daadwerkelijk aan STOMP committeren, en niet in de valkuil trappen om 40.000 woningen vooral gepaard te laten gaan met meer asfalt voor auto’s. Investeer nou echt in lopen, fietsen en OV om de brede welvaart een stimulans te geven. 4. Woningbouwaantallen en locatiekeuze Wat GroenLinks Eerbeek-Brummen betreft loopt Brummen in de regio al voorop in het daadwerkelijk realiseren van woningbouw en blijft daarmee nog wel even doorgaan dankzij harde plannen voor mooie ontwikkellocaties in de dorpen. Dit zijn aantallen die overeenkomen met Variant 1 (ca. 2.000 woningen), maar het is voorstelbaar dat regionaal een andere variant wordt gekozen. Wat ons betreft worden de meerdere aantallen woningen dan niet in gemeente Brummen maar elders gerealiseerd. Overigens wordt in de variantenstudie de vraag gesteld of uitbreidingslocaties aan de westzijde van Brummen wel de juiste plek zijn (ondermeer vanwege overlap met vergunbare wind- en zonlocaties).

Naar onze mening conflicteren die locaties echter totaal niet met eventuele wind- en zonlocaties, vanuit de provinciale MER-studie naar windlocaties en het lokale uitnodigingskader zon zijn dit namelijk niet de plekken waar we duurzame energie kunnen opwekken.

5. Energietransitie versus landschapskwaliteit De Variantenstudie signaleert expliciet overlap tussen de woningbouwuitbreidingen aan de westkant van Brummen en vergunbare zon- en windlocaties. Brummen's eigen Koersdocument heeft al 100 hectare zon op land (75 hectare vergund) en overweegt windturbines na 2040. Dit legt ruimtelijke druk op het buitengebied die haaks kan staan op het groene karakter. 6. Bedrijventerreinen Brummen's Koersdocument hanteert een voorzichtige aanpak (eerst efficiënter benutten, dan pas uitbreiden). De Variantenstudie wijst Brummen in Variant 1 echter 10 hectare nieuw bedrijventerrein en 1.500 banen toe. Dat vraagt om onevenredig grote ruimtelijke inpassingen in een groene omgeving, die we ongewenst achten. Wat ons betreft zou in alle varianten in Brummen vooral ingezet moeten worden op behoud van de groene kwaliteiten en groene ruimte. Een gematigde uitbreiding van bedrijfsterrein en groei van woningbouw zoals aangegeven bij punt 4 achten wij wel realistisch.

In het verleden is de Betuwelijn gerealiseerd, met name voor de afwikkeling van het goederenvervoer per trein vanuit de Rotterdamse haven naar het achterland. In het ontwerp van die opgave werd ook een Noord-tak voorzien, voor de aansluiting van het vervoer in Oost-Nederland naar de noordelijke richting. Deze Noord-tak is tot op heden niet gerealiseerd en de status is, voor zover ons bekend, onduidelijk. Dat heeft consequenties voor woningbouw langs de huidige spoorlijn. In de variantenstudie en het Ontwikkelperspectief wordt op sommige momenten gesproken over een voorkeur voor woningbouw bij stationslocaties. Dat is logisch met het oog op bevordering van gebruik van het openbaar vervoer. Maar met het oog op de bovengeschetste situatie en de onduidelijkheden omtrent het goederenvervoer, zijn dit in het kader van leefbaarheid en welzijn juist niet de goede locaties. Een dilemma zien wij in de focus op uitbreiding van de drie grote steden, met Brummen en Voorst als het groene hart. Op zich een aantrekkelijke variant, maar als dat betekent dat voorzieningen uit de dorpen verdwijnen dan heeft dat ook een keerzijde. Voor een vitaal dorp zijn bepaalde voorzieningen essentieel. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan winkels, zorg (huisarts, apotheek enz.), sportvoorzieningen en scholen.

Is er een bepaalde norm, zo vragen wij ons af, voor een bepaald aantal woningen of inwoners waarbij die essentiële voorzieningen kunnen worden behouden?

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16778441/1