E1 - B&W - Raadsinformatiebrief beantwoording technische vragen Conceptvisie Sport en Bewegen D408865
Tekst van het document
Gemeenteraad van Brummen Postbus 5 6970 AA BRUMMEN
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
Verzonden d.d.: 25 mei 2023 : 23 mei 2023 : Z081224/D408461 : : Raadsinformatiebrief beantwoording technische vragen Conceptvisie Sport en Bewegen
Geachte leden van de gemeenteraad, Op 19 april 2023 hebben wij u geïnformeerd over de Conceptvisie Sport en Bewegen. Naar aanleiding van die bijeenkomst heeft u technische vragen gesteld. In deze Raadsinformatiebrief treft u de antwoorden op uw vragen aan. 1. Wat zijn de kosten geweest en welke kosten komen er nog voor het opstellen van de (concept) visie Sport en bewegen? (VVD) De kosten voor externe ondersteuning voor de Visie op Sport een Bewegen hebben tot dusver circa € 15.000 bedragen. Resterende werkzaamheden zijn de organisatie van het Sportcafé en het bijstellen van de conceptvisie op basis van de vragen/opmerkingen van de Raadsleden (forum 19 april) en van de sportaanbieders (het Sportcafé). De omvang van deze resterende werkzaamheden worden geschat op 2 tot 3 dagen inzet. Dat is maximaal € 3.000. 2. Tijdens de bijeenkomst werd gesproken over 112 vacatures bij de verschillende sportverenigingen. Over hoeveel verenigingen is dit verdeeld? Zijn er verenigingen die meer dan wel minder vacatures hebben? En hoe staan die 112 in verhouding tot het totaal? (VVD) Vorig voorjaar is een enquête verstuurd naar 53 sportverenigingen in de gemeente Brummen. 26 van deze sportverenigingen hebben de enquête ingevuld. Deze 26 sportverenigingen hebben tezamen 4.162 leden. Dat is 68% van het totale aantal leden van sportverenigingen in de gemeente Brummen.
Vrijwel elke vereniging heeft een vacature. 14 van de 26 verenigingen hebben twee of meer vacatures. In totaal zijn er 112 vacatures. 3. Waarom is er niet altijd een bronvermelding? (VVD) Bij tabel 4 ontbreekt de bronvermelding. De Bron is de GGD Noord- en Oost-Gelderland, de Gezondheidsmonitor 2020. 4. Wat wordt verstaan onder “zeer ernstige “ problematiek bij de sportverenigingen, zoals gemeld op de bijeenkomst op 19 april? (VVD) Met zeer ernstig wordt bedoeld dat de continuïteit van verenigingen inmiddels wordt bedreigd door de samenloop van teruglopende ledenaantallen en gebrek aan vrijwilligers/kader.
Z081224/D408461
Blz. 2
5. Is er uitvraag gedaan onder de inwoners van Brummen die niet aan de beweegrichtlijn voldoen over wat zij nodig hebben om meer te gaan bewegen? (PvdA) Ja, het bureau Moventum heeft in het voorjaar van 2022 een rapportage opgeleverd van een onderzoek onder het inwonerspanel. Belangrijkste redenen om niet te sporten/te bewegen zijn in volgorde van belangrijkheid: lichamelijke beperking, niet/onvoldoende gemotiveerd, niet leuk, geen zin in, te duur en geen tijd. 6. Tijdens de bijeenkomst met de sportaanbieders op 2 november is er vooral aandacht geweest voor de knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen. Zijn er uit de enquête onder sportaanbieders ook sterke punten van onze sportverenigingen en anders georganiseerde sportaanbieders naar voren gekomen? (PvdA) Het meest belangrijke sterke punt van de sportverenigingen in de gemeente Brummen is dat zij nog grote aantrekkingskracht uitoefenen op de inwoners. Nog altijd is 29,3% van de inwoners lid van een sportvereniging. Dat is fors hoger dan het landelijke gemiddelde en ook beter dan in de meeste omliggende gemeenten. Ook het aanbod voor inwoners van 50 jaar en ouder is een sterk punt. Het merendeel van de verenigingen heeft een structureel aanbod voor deze groep inwoners. 7.
Maakt dit stuk deel uit van integraal beleid, zoals dit ook het geval was in de nota Positieve en Integrale gezondheid in Brummen 2017-2021? Of wordt in deze nota de integraliteit alleen gezien bij het SD (blz. 12)? (CDA) Ja, naast samenhang met de andere onderdelen van het Sociaal Domein, is de visie afgestemd op de Omgevingsvisie (waarin veel aandacht wordt besteed aan een beweegvriendelijke buitenruimte) en met commerciële aanbieders. De gemeente is op dit moment bezig om de aanvraag van de nieuwe SPUK/Gala/Isa regeling uit te werken. In die aanvraag krijgt staat de integraliteit voorop. 8. Blz.14 Uitgangspunt 6: op grond waarvan is er gekozen voor de drie genoemde investeringsposten. Is daar een nadere onderbouwing voor per punt? (CDA) Voor de investeringen geldt: Uitbreiding verenigingsondersteuning van 0,6 Fte nu, naar 2,0 Fte in de toekomst. Gezien het intensieve traject van verenigingsondersteuning en samenwerkingen op 3 locaties denken wij dat een uitbreiding van 1,4 Fte nodig is. Voor de verbreding van de maatschappelijke functie is programma coördinatie nodig (circa 2,0 Fte extra). Dit is nodig om nieuwe arrangementen te ontwikkelen en te organiseren. De fte's programma coördinatie zijn echter fte's die voor het volledige sociale domein ingezet worden en dus slechts ten delen betrekking hebben op sport en bewegen.
De kosten voor materialen en activiteiten zijn geraamd op € 50.000. Dit is een stelpost. Investeringen in de beweegvriendelijkheid van de buitenruimte zijn niet door ons geraamd, want zijn onderdeel van de uit te voeren Omgevingsvisie. 9. Blz.15: Wat is het Z-project? (CDA) Het Z-project is een laagdrempelig huiswerkbegeleidingsproject voor jongeren in het voortgezet onderwijs in een breder programma dat ook bijdraagt aan gezond opgroeien. Naast de rust en structuur die nodig is om op een geconcentreerde en effectieve manier huiswerk te maken, is er ook ruimte voor begeleide ontspanning en samen een gezonde maaltijd eten. Het Z-project leert jongeren ook zich tot huiswerk te zetten, zonder verleidingen van telefoon en sociale media die ten koste gaan van de schoolresultaten. Voor sommige jongeren is het te druk thuis om zich te concentreren of juist veel te rustig. Ouders en jongeren lijken soms lijnrecht tegenover elkaar te komen staan als het gaat over huiswerk. Het Z-project een mooie oplossing.
Z081224/D408461
Blz. 3
10. Blz.16. Een na laatste alinea. In hoeverre is de noodzaak van de genoemde ondersteuning door de verenigingen van de gemeente Brummen zelf aangegeven? (CDA) De noodzaak voor de ondersteuning vloeit voort uit: • 1 de resultaten van de enquête (leden/vrijwilligers/kader is het belangrijkste speerpunten. • 2 gesprekken die wij hebben gevoerd met besturen van de verenigingen. • 3 de input van verenigingsbestuurders in de Denktank. • 4 de input van de 'benen-op-tafelsessie' van 2 november jl. Wij zullen dit nog toetsen tijdens het Sportcafé dat binnenkort wordt georganiseerd. 11. Er wordt gezegd in de laatste alinea van pagina 16 dat het traject naar een vitale vereniging geen verplichtend karakter moet hebben. Is onderzocht hoeveel en welke verenigingen van de gemeente Brummen daadwerkelijk behoefte hebben aan het worden van een ‘vitale’ vereniging, volgens de definities van dit document? En waarom 5 per jaar. Waarom dit doel? (CDA) Een vitale vereniging heeft de volgende kenmerken: • 1 doorgaande lijn binnen de doelgroep. • 2 samenwerking met andere verenigingen, onderwijs, welzijn en zorg. • 3 voldoende vrijwilligers en kader. • 4 financieel gezond. • 5 veilig, gezond en positief sportklimaat. Het aantal verenigingen dat voldoet aan al deze 5 kenmerken is beperkt.
Enkele voorbeelden (uit de enquête onder de verenigingen): voldoende leden 9 van de 26, regelmatig/structureel samenwerken met andere verenigingen 3 van de 26, regelmatig/structureel samenwerken met het onderwijs 1 van de 26, vacatures vrijwel alle 26. Naar de financiële situatie van de verenigingen is geen onderzoek gedaan. Op dit moment weten wij niet exact hoeveel verenigingen aan een dergelijk traject willen deelnemen. Het aanstaande Sportcafé heeft ook tot doel om het aantal te verwachten deelnemende verenigingen te inventariseren. Het aantal van 5 verenigingen is gekozen vanwege de volgende redenen: 1 wij verwachten dat een deel van de verenigingen niet enthousiast is om deel te nemen, 2 per grote kern (Brummen en Eerbeek) streven wij naar circa 8 vitale verenigingen (per kern een vitale vereniging voor de belangrijkste vormen van sport) 3 gezien de intensiteit van het traject kunnen met het gevraagde aantal fte's vijf verenigingen succesvol worden begeleid, ook omdat wij verwachten dat verenigingen tussentijds zullen afhaken. 12. Blz. 21. Speerpunt 4: sport- en beweeginfrastructuur bij (Sport)accommodaties. Is al gesproken met alle betrokkenen van de genoemde locaties ‘waarvoor geldt dat de verschillende onderdelen op dit moment teveel op zichzelf functioneren’? Zie de tekst op blz. 21.
Zo ja, wat is hun reactie hierop? Zo nee, waarom is niet met hen gesproken? (CDA) Het betreft in Brummen de Stichting Sportkompas, de Sportclub Brummen en de gebruikers van Rhienderoord. Met Sportkompas en Sportclub Brummen is daarover gesproken (individueel en in de Denktank). In Eerbeek betreft het bijvoorbeeld de TC Eerbeek (nemen deel aan de Denktank), Sportkompas (beheert De Bhoele) en VV Spiker (lid Denktank). Ook tijdens de 'benen-op-tafelsessie' is dit ingebracht door vertegenwoordigers van Eerbeekse sportverenigingen. Het 'op zichzelf functioneren' wordt dus herkend door de genoemde verenigingen. 13. Hoe ziet het verdere proces eruit? Op blz. 23 bij ‘4. Hoe verder?’ wordt aangegeven welke concrete vervolgstappen voorgesteld worden. Hierin staat de vaststelling van de definitieve Visie Sport en bewegen in Brummen niet bij. Wat is hiervoor de planning en de aanpak? En komt er daarna een uitvoeringsagenda, inclusief inhoudelijke en financiële onderbouwingen van de benodigde investeringen? (CDA)
Z081224/D408461
Blz. 4
Het verdere proces is: • 1 voorbereiding van het Sportcafé • 2 Sportcafé (begin juni) • 3 afronden Visie op Sport en Bewegen • 4 besluitvorming (na het zomerreces) • 5 uitvoeringsagenda (na besluitvorming). De financiële onderbouwing van de uitvoeringsagenda hangt vanzelfsprekend in hoge mate samen met het besluit dat uw Raad neemt over de Visie op Sport en Bewegen. Het Collegebesluit gaat vooralsnog uit van uitbreiding van verenigingsondersteuning met 0,4 Fte. Indien uw Raad dit besluit volgt, dan zal een onderbouwing worden gegeven van de activiteiten die met deze extra 0,4 Fte uitgevoerd kunnen worden. 14. Cijfermatig: a. 56% heeft overgewicht. Dat is veel, maar onderschrijven de artsen in onze gemeente dat dit het grootste probleem is? b. Eens dat verenigingen belangrijk zijn. Maar deelname loopt landelijk terug. Geld is niet de enige reden om niet meer bij een vereniging te gaan. Ook hetgeen aangeboden wordt (modernere sporten winnen in populariteit), de verplichting tot inzet binnen de vereniging en de vaste tijden van trainingen ed. Misschien wil de bevolking iets anders en zetten we in op een doodlopend spoor? Is hier informatie over? En het ons doel om de verenigingen of om samenzijn, verbinding en gezond bewegen?" (GroenLinks) Ad a. Er is niet gesproken met de huisartsen.
In de Nota Positieve en Integrale Gezondheid van de gemeente wordt sterk ingezet op het thema overgewicht. Ad b. Het klopt dat het verenigingsleven landelijk terugloopt. Geld is zeker niet de enige reden waarom het aantal leden afneemt. In tegenstelling, de toenemende individualisering, het verplichtende karakter van verenigingen en de toename van het sportaanbod buiten verenigingsverband zijn belangrijke(re) oorzaken. Dat geldt ook voor Brummen. Het is dus niet aannemelijk dat dit 'tij gekeerd kan worden' ook niet in Brummen. Er zijn twee belangrijke argumenten om toch in te zetten op verenigingsondersteuning. Dat zijn: • 1 het percentage inwoners dat lid is van een sportvereniging is op dit moment ronduit hoog. Sportverenigingen zijn (en blijven) dus een belangrijke partner voor de gemeente op het gebied van sport en bewegen. Het op peil houden van het aantal verenigingen of in ieder geval de achteruitgang dempen is daarmee van belang. • 2 De gemeente Brummen heeft preventie hoog in het vaandel om daarmee een stijgend beroep op professionele zorg- en hulpverlening te voorkomen. Op het moment dat de preventieve arrangementen vooral worden uitgevoerd door professionals schieten deze hun doel voorbij. In dat geval is er uitsluitend sprake van het verleggen van middelen (van de professionele zorg- en hulpverlening naar het middenveld) en niet van het verminderen van middelen.
Vermindering kan alleen plaatsvinden als de arrangementen grotendeels worden uitgevoerd door vrijwilligers in het middenveld. Het merendeel van de sportverenigingen is op dit moment niet of nauwelijks in staat om die rol te kunnen vervullen. De verenigingsondersteuning, die mede centraal staat in de Visie op Sport en Bewegen, is nu juist bedoeld om verenigingen wel deze rol te kunnen laten vervullen. 15. P4: scholieren. Is dit onderzoek gebaseerd op basis van lidmaatschappen van lokale sportverenigingen? het is bekend dat het aanbod in Brummen vrij smal is. Jongeren wijken daardoor ook uit naar verenigingen buiten de gemeente. Is dat hierin meegenomen? (GroenLinks) Deze onderzoeken baseren zich op de feitelijke woonplaats van jongeren en niet op de locatie waar zij sporten/lid zijn. Met andere woorden, als een jongere lid is van bijvoorbeeld een hockeyvereniging in een naburige gemeente, dan wordt dit lidmaatschap meegeteld in de cijfers van Brummen en niet van de naburige gemeente.
Z081224/D408461
Blz. 5
16. speerpunt 2: vitale verenigingen: in welke mate is voorgestelde ondersteuning een antwoord op de problemen van verenigingen? Hoe lost dit het vrijwilligersprobleem op? Kunt u dit aan de hand van een voorbeeld concretiseren. Verenigingen geven zelf ook andere signalen. Nl dat zij vooral gebrek hebben aan begeleiding jeugd en andere fysieke hulp. (GroenLinks) De voorgestelde verenigingsondersteuning lost het vrijwilligersprobleem niet op. Er zijn op dit moment te weinig vrijwilligers/kaderleden voor de 53 verenigingen in Brummen en het aantal vrijwilligers/kaderleden zal eerder dalen dan gaan toenemen (bijvoorbeeld door een toenemend beroep op mantelzorg). De verenigingsondersteuning zet dus niet in op het vinden van meer vrijwilligers. Dat is de afgelopen jaren al geprobeerd, zonder noemenswaardig succes. De verenigingsondersteuning die met de visie wordt bedoeld zet in op andere verenigingsstructuren, zodat de verenigingen minder vrijwilligers en kaderleden nodig hebben. Door het optuigen van intensieve samenwerkingen kan het gezamenlijke aantal kaderleden en vrijwilligers dat de verenigingen nodig hebben afnemen. Bijvoorbeeld gezamenlijk uitbesteden van (delen van) de administratie, omniverenigingen, et cetera. 17. Commercieel aanbod optuigen: door wie? (GroenLinks) Door commerciële aanbieders 18.
wat staat hier: Voor zowel het dorp Brummen als het dorp Eerbeek is ongeveer inzet van Programmabeheer nodig. (GroenLinks) Voor zowel het dorp Brummen als het dorp Eerbeek is ongeveer 1 Fte inzet van Programmabeheer/programmacoördinatie nodig. 19. “Is het breed gedragen dat sportkompas de verenigingsondersteuning levert en wordt dit binnen de verenigingen omarmd? Alleen het feit dat dit op meerdere flipovers stond, zegt niet zoveel." (GroenLinks) Het feit dat het of vele flipovers is genoemd is zeker onvoldoende basis om te concluderen dat de verenigingsondersteuning bij Stichting Sportkompas moet komen te liggen. Op dit moment maakt 1 op de 3 verenigingen in Brummen gebruik van Stichting Sportkompas, overigens niet alleen voor verenigingsondersteuning. Alhoewel een rol voor Stichting Sportkompas voor de hand ligt, willen wij dit nadrukkelijk toetsen tijdens het Sportcafé. 20. Welke van de maatregelen hebben in andere gemeenten tot concreet succes geleid? (GroenLinks) Een uitgebreid overzicht van maatregelen treft u aan op de website van het Kenniscentrum Sport en Bewegen, onder het menu interventies. 21. Taal technisch: het is sociaal domein en niet sociale domein. (GroenLinks) Eens. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
A.J. van Hedel burgemeester