CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

D4 - B&W - Beantwoording schriftelijke vragen inzake buslijn 43 Apeldoorn - Arnhem D462100

Forum Fysieke Leefomgeving 4 september 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken32.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeenteraad

Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

: 10 juni 2025 : Z114293/D461877 : : Beantwoording schriftelijke raadsvragen inzake buslijn 43 Apeldoorn - Arnhem

Geachte raadsleden, De fracties van GroenLinks en PvdA hebben raadsvragen gesteld over buslijn 43, een lijn die door veel inwoners van Eerbeek wordt gebruikt. Eerst volgt een korte inleiding, daarna geven we puntsgewijs antwoord op uw vragen. Inleiding Buslijn 43 (Apeldoorn – Arnhem) wordt veel gebruikt door inwoners van Eerbeek. Regelmatig ontvangt de raad klachten over het uitvallen van ritten op deze lijn. Het college heeft mondeling toegezegd hier aandacht voor te vragen bij de vervoerder/ provincie. Gezien de ernst van de klachten en de afhankelijkheid van inwoners van onder andere het dorp Eerbeek van buslijn 43, willen de raadsleden de feiten op een rij hebben. Daarom is gevraagd om rituitval, tot welke categorie lijn 43 behoort en of hier afstemming tussen de provincie en gemeente over is geweest. Vraag en reactie 1. Kunt u ons de cijfers geven van de uitval van buslijn 43 van alle maanden in 2025, gespecificeerd per maand en ingedeeld per dagdeel? Van de eerste drie maanden van 2025 heeft de vervoerder een overzicht kunnen opstellen. Daar komen de volgende cijfers uit: Totale uitval januari: 21 ritten Ochtend: 9 ritten Middag: 6 ritten Avond: 6 ritten Totale uitval februari: 13 ritten Ochtend: 4 ritten Middag: 7 ritten Avond: 2 ritten Totale uitval maart: 19 ritten Ochtend: 5 ritten Middag: 11 ritten Avond: 2 ritten

Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl

Z114293/D461877

Blz. 2

Voor april is nog geen overzicht beschikbaar, omdat deze wordt meegenomen in het overzicht dat voor Q3 wordt opgesteld. De vervoerder kan enkel vertellen dat er in april totaal 11 van de 1649 ritten zijn uitgevallen, verdeeld over de dagdelen. Gegevens van mei zijn nog niet beschikbaar. 2. In welke categorie (A, B, C..) is buslijn 43 door de provincie ingedeeld en wat zijn de KPI’s voor de vervoerder voor de verschillende categorieën? Lijn 43 is gecategoriseerd als B-lijn. De indeling is gebeurd op basis van de huidige dienstregeling en de verwachting voor de toekomst. De minimumeisen die aan de verschillende categorieën gesteld worden staan in het bijgevoegde Programma van Eisen, hoofdstuk 3, vanaf pagina 15. De eisen voor een categorie B-lijn zijn als volgt: Frequentie-eisen: • Spits (spitsrichting): Minimaal 2 ritten per uur. • Spits (tegenspitsrichting) en daluren: Minimaal 1 rit per uur. • Avonden en weekenden: Geen minimale frequentie-eisen. Bedieningsperiode: • Werkdagen: Verplicht van 6:30 tot 20:00 uur. • Zaterdag en zondag: Geen verplichte bedieningsuren. Combinatie van lijnen: • Twee lijnen mogen samen de benodigde frequentie van een B-lijn bieden, mits goed onderbouwd in het Vervoerplan. • Eén lijn mag het traject ook alleen bedienen als aan de B-lijn-eisen wordt voldaan.

Afwijkingen toegestaan: • Als de dienstregeling 2025 lagere frequenties of beperktere bedieningsperiodes bevat, mogen deze afwijkingen overgenomen worden in het eerste jaar van de concessieperiode, tot maximaal het niveau van de dienstregeling 2025. Beperkingen: • Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer (flexvervoer) is niet toegestaan op B-lijnen. 3. Is er mbt de categorisering van buslijn 43 overleg gevoerd tussen de provincie en de gemeente Brummen? Alle gemeenten hebben het Programma van Eisen ter consultatie gehad en hebben daarmee de gelegenheid gehad om te reageren. Over de categorisering van buslijn 43 is geen apart gesprek gevoerd tussen de provincie en de gemeente. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,

H. Matser secretaris

Bijlage(n):

G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)

- Bijlage C Programma van Eisen (D460437)

D460437

•

Concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley 2026 - 2036 Bijlage C Programma van Eisen

Status Datum

: :

Definitief 19 november 2024

Programma van Eisen 19 november 2024

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding ....................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding................................................................................................................................ 5

1.2 Scope concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley.................................................................... 5 1.3 Doelen ......................................................................................................................................6 1.4 Verstedelijkingsopgave ........................................................................................................... 7 1.5

Rol en status Programma van Eisen ...................................................................................... 7

1.6 Leeswijzer ................................................................................................................................ 7 2

Ontwikkeling en samenwerking ..................................................................................9 2.1 Ontwikkelrol bij Concessiehouder en plancyclus ..................................................................9 2.2 Overleggen met Concessieverlener en monitoring .............................................................. 12

3

Vervoerkundig aanbod .............................................................................................. 15 3.1 Passende bediening ............................................................................................................... 15 3.2 Bedieningstijden en frequenties ........................................................................................... 15 3.3 Ontwikkelruimte Concessiehouder ...................................................................................... 17 3.4 Gedoogplicht en concessiegrensoverschrijdende lijnen ..................................................... 18 3.5 Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen ..................................................................................... 19 3.6 Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer ................................................................................... 20 3.7 Aansluitingen en Dienstregeling ......................................................................................... 22

4

Infrastructuur ........................................................................................................... 23 4.1 Weginfrastructuur en wegomleidingen .............................................................................. 24 4.2 Haltes 26 4.3 Trolleynetwerk en OV-vastgoed Arnhem ............................................................................. 27 4.4 Overige remises en pauzevoorzieningen ............................................................................. 28 4.5 Laadinfrastructuur t.b.v. Bussen en Auto’s ........................................................................ 29 4.6 Overige infrastructurele voorzieningen .............................................................................. 30

5

Uitvoering Dienstregeling ......................................................................................... 31 5.1

Vervoergarantie .................................................................................................................... 32

5.2 Rituitval en punctualiteit ..................................................................................................... 32 6

Materieel ....................................................................................................................35 6.1 Algemene en technische eisen ..............................................................................................35 6.2 Trolleybussen ........................................................................................................................ 37 6.3 Duurzaamheid en circulariteit .............................................................................................. 37 6.4 Toegankelijkheid .................................................................................................................. 40 6.5 Uiterlijk exterieur en interieur en reclame .......................................................................... 41

2

Programma van Eisen 19 november 2024

6.6 Comfort en netheid .............................................................................................................. 43 6.7 Buurtbussen ......................................................................................................................... 43 6.8 Onderhoud Materieel ........................................................................................................... 44 7

Reisinformatie ............................................................................................................45 7.1

Beschikbaarheid, begrijpelijkheid en toegankelijkheid ......................................................45

7.2 Inhoud (digitale) reisinformatie en informatie in en op Auto’s en Bussen ....................... 46 8

Tarieven en betaalsysteem ........................................................................................47 8.1 Algemeen .............................................................................................................................. 48 8.2 Reisproducten en Tarieven .................................................................................................. 48 8.3 OVpay52 8.4 Distributienetwerk ................................................................................................................54

9

Personeel ....................................................................................................................56 9.1 Concessiehouder als werkgever en Personeel ......................................................................56 9.2 Social Return on Investment ............................................................................................... 58

10

RRReis: marketing en communicatie .......................................................................59 10.1 RRReis-huisstijl ....................................................................................................................59 10.2 Communicatiekanalen en -middelen .................................................................................. 60 10.3 Marketingplan en samenwerking met andere concessiehouders ....................................... 61 10.4 Promotie ............................................................................................................................... 62 10.5 Platform RRReis................................................................................................................... 63

11

Klantenservice, klachtenafhandeling en Reizigersinspraak ................................... 66 11.1 Klantenservice en klachtenafhandeling .............................................................................. 66 11.2 Vergoedingsregeling en reizigersinspraak .......................................................................... 68

12

Sociale veiligheid....................................................................................................... 69 12.1 Algemeen .............................................................................................................................. 69 12.2 Samenwerking ...................................................................................................................... 69 12.3 Organisatie sociale veiligheid en incidentenregistratie ...................................................... 70 12.4 Personeel betreffende Sociale Veiligheid ............................................................................ 70 12.5 Cameratoezicht ...................................................................................................................... 71 12.6 Calamiteiten en terrorismebestrijding ................................................................................. 71

13

Data ............................................................................................................................ 73 13.1 Beschikbaar stellen en verstrekken van gegevens ............................................................... 73 13.2 Gegevenslevering aan de Concessieverlener en meewerken aan onderzoeken .................74 13.3 Bescherming van (persoons)gegevens .................................................................................76

Bijlage C1

Lijnen in 2024 in de noodconcessies Arnhem-Nijmegen en Veluwe-Zuid .............78

Bijlage C2

Jaarlijkse organisatiecyclus Vervoerplan ................................................................ 82

3

Programma van Eisen 19 november 2024

Bijlage C3

OV-knooppunten ...................................................................................................... 83

Bijlage C4

Te gedogen lijnen in Concessie uit aangrenzende concessies................................. 84

Bijlage C5

Uitlopers die deel uitmaken van de Concessie ........................................................ 85

Bijlage C6

Huurovereenkomst Eindpuntvoorzieningen Arnhem .............................................87

Bijlage C7

Bruikleenovereenkomst trolleyinfrastructuur .........................................................87

Bijlage C8

Demarcatie regulier en niet-regulier onderhoud bovenleiding ...............................87

Bijlage C9

Bruikleenovereenkomst remise Westervoortsedijk 4, Arnhem ...............................87

Bijlage C10

Bruikleenovereenkomst overdekte bussenplein Arnhem CS ..................................87

Bijlage C11

Huurovereenkomst remise Industrieweg 107-109, Nijmegen .................................87

Bijlage C12

Aanbieding gemeente Lingewaard voor huur grond remise Bemmel .....................87

Bijlage C13

Overnameverplichting opstallen remise Bemmel ....................................................87

Bijlage C14

Aanbieding NS Stations voor stations Nijmegen, Ede-Wageningen en Zevenaar .87

Bijlage C15

Afwijkende materieeleisen ....................................................................................... 88

Bijlage C16

Waardebepaling trolleybussen en Buurtbussen ...................................................... 89

Bijlage C17

Aanbieding 9 trolleybussen ...................................................................................... 89

Bijlage C18

Social Return on Investment .................................................................................... 90

4

Programma van Eisen 19 november 2024

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Sinds 2001 is wettelijk geregeld dat een vervoerder over een concessie moet beschikken om in een regio Openbaar Vervoer aan te mogen bieden. Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (hierna: de Concessieverlener1) zijn bevoegd om concessies voor Openbaar Vervoer over de weg en per spoor in de provincie te verlenen. Een concessie geeft een vervoerder (de concessiehouder) het alleenrecht op het uitvoeren van het Openbaar Vervoer in een gebied of op specifieke trajecten.2 Op 27 juni 2026 eindigen de noodconcessies Arnhem-Nijmegen en Veluwe-Zuid. De Concessieverlener heeft besloten dat er nieuwe concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley volgt. Om deze nieuwe concessie aan een vervoerder te kunnen verlenen, zal de provincie Gelderland een Europese openbare aanbesteding organiseren.

1.2 Scope concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley De concessie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley 2026-2036 (hierna: de Concessie) betreft het recht en de plicht om Openbaar Vervoer over de weg te verrichten in het Concessiegebied zoals weergegeven in figuur 1 en op een aantal Uitlopers naar aangrenzende concessiegebieden. Een overzicht van de gemeenten: Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen: Arnhem, Beuningen, Berg en Dal, Doesburg, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar.3 Regio Foodvalley: Wageningen, Ede, Barneveld, Scherpenzeel.

Fig 1: Nieuwe concessiegebieden Oost-Nederland

1

In dit document zijn gedefinieerde begrippen met een hoofdletter geschreven. De definitie van deze begrippen is te vinden in bijlage B Begrippenlijst. 2 De grondslag voor de concessieverlening is vastgelegd in de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000), het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) en de PSO-verordening (Verordening (EG) 1370/2007 over openbaar vervoer per spoor en over de weg). 3 Gemeente Druten is lid van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, maar het grondgebied van de gemeente valt formeel in de concessie Achterhoek- Rivierenland. Het busstation in Druten is wel een belangrijk OV-knooppunt waar verschillende lijnen richting Nijmegen vertrekken en aankomen. De gemeente Montferland is per 1 januari 2024 lid geworden van de regio Achterhoek en valt daarmee in de nieuwe concessie Achterhoek-Rivierenland.

5

Programma van Eisen 19 november 2024

De Lijnen die in de huidige concessie Arnhem-Nijmegen en Veluwe-Zuid vallen zijn opgenomen in bijlage C1. Alle vormen van vervoer die niet onder de wettelijke definitie van Openbaar Vervoer over de weg vallen, waaronder Andere Mobiliteitsdiensten, vallen niet onder de Concessie. De Concessieverlener wil namelijk ruimte bieden aan marktpartijen en niet-commerciële organisaties om Andere Mobiliteitsdiensten in aanvulling op of ter vervanging van vormen van Openbaar Vervoer te ontwikkelen en aan te bieden. Van de Concessiehouder wordt verwacht dat hij intensief samenwerkt met aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten met als doel Reizigers een onbezorgde reis te bieden. De Concessie start op zondag 28 juni 2026. De Concessie kent een vaste looptijd van 10 jaar en eindigt op zaterdag 28 juni 2036.

1.3 Doelen De kaders voor de aanbesteding zijn beschreven in de Nota van Uitgangspunten voor het openbaar vervoer in Oost-Nederland. Hierin zijn de volgende doelen geformuleerd voor nieuwe concessies: 1. De Concessie geeft zo goed mogelijk invulling aan veranderende vervoerbehoeften en kwaliteitseisen van Reizigers. 2. De kern van de Concessie, zijnde een sterk en voor Reizigers en de Concessieverlener betaalbaar hoofdnetwerk (= snelle, frequente buslijnen), wordt verder versterkt om de toekomstvastheid van het Openbaar Vervoer te waarborgen. 3. De Concessie biedt ruimte voor de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe vervoervormen/Andere Mobiliteitsdiensten, om in veranderende vervoerbehoeften te kunnen blijven voorzien. 4. De Concessie maakt het mogelijk landelijk overeengekomen afspraken over verdere verduurzaming van het Openbaar Vervoer (waar mogelijk) versneld te realiseren om de leefomgeving in de provincie verder te verbeteren. Daarvoor is het belangrijk dat de Concessiehouder kwaliteit levert, nu en in de toekomst, en dat de Concessiehouder flexibel is, inspeelt op (toekomstige) ontwikkelingen en constructief samenwerkt met verschillende Stakeholders, zoals aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten (haltetaxiRRReis, deelfietsen, etc.), MaaS-platforms, ROCOV en gemeenten.

In het coalitieakkoord ‘Gelderland Gewoon doen 2023 – 2027’ worden ook enkele belangrijke uitgangspunten benoemend die richting geven aan de nieuwe Concessie. De nadruk moet liggen op een systeem met een ruggengraat van centraal geregeld openbaar vervoer met goede op- en overstappunten, zodat het goed te combineren is met fietsen en lopen. Specifiek wordt daarbij aandacht besteed aan aansluitingen, vooral waar verschillende vervoerders zijn en gebruikers van het openbaar vervoer met onnodig lange wachttijden te maken krijgen. Het Openbaar Vervoer in de verstedelijkte gebieden moet sterk blijven, wel wordt extra aandacht gevraagd voor betrouwbaar, betaalbaar en toegankelijkheid openvaar vervoer in het buitengebied. Als gevolg van netcongestie lijkt doel 4 niet op de gestelde manier uitvoerbaar. Uiteraard streeft de Concessieverlener nog steeds naar zero emissie in het busvervoer, maar daarvoor wordt ruimer de tijd genomen zodat dit op een uitvoerbare en financieel haalbare wijze kan plaatsvinden. De Concessiehouder mag daarom vanaf de start van de Concessie naast bestaande bussen ook nieuwe CNG-bussen laten instromen. Hierbij dient gebruik te worden gemaakt van groen gas (zie paragraaf 6.3).

6

Programma van Eisen 19 november 2024

1.4 Verstedelijkingsopgave De regio’s Foodvalley, Groene Metropoolregio en de gemeenten Arnhem en Nijmegen staan voor een ongekende verstedelijkingsopgave. Samen met de provincie Gelderland en het Rijk zijn op 8 maart 2023 verstedelijkingsafspraken gemaakt om een bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort in Nederland. In de periode tot 2040 is er in de regio Arnhem-Nijmegen behoefte aan 60.000 woningen, en in de regio Foodvalley aan 40.000 woningen. Belangrijk hierbij is het bouwen van woningen rond openbaar vervoerknooppunten en langs HOV-lijnen. Kansrijke locaties in onze regio zijn langs de (inter)nationale spoorcorridor Utrecht-Arnhem-Duitse grens en nabij de treinstations Presikhaaf, Velperpoort, Arnhem-Zuid, Goffert, Ede-Wageningen en Veenendaal-De Klomp.

1.5 Rol en status Programma van Eisen De Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) schrijft voor dat de Concessieverlener een Programma van Eisen moet opstellen dat de eisen bevat die aan de uitvoering van de Concessie worden gesteld. Het Programma van Eisen beschrijft primair de relaties tussen Concessieverlener, Concessiehouder en Reizigers. Een goede uitvoering van de Concessie is echter niet alleen belangrijk voor Reizigers en de Concessieverlener, maar ook voor andere Stakeholders, zoals gemeenten, concessiehouders van aangrenzende concessies en aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten. Uitgangspunt voor het Programma van Eisen is een ‘ademende’ Concessie die de Concessiehouder stimuleert om steeds zo goed mogelijk in de vervoerbehoeften van Reizigers te voorzien. Tijdens de COVID-19-pandemie is gebleken dat flexibiliteit belangrijk is, bijvoorbeeld als het gaat om het kunnen op- en afschalen van het OV-aanbod, de communicatie richting Reizigers en het beheer van het materieelpark. De Concessieverlener verwacht daarom dat de Concessiehouder flexibel zal inspelen op (maatschappelijke) veranderingen. Door eisen zoveel mogelijk functioneel te omschrijven krijgt de Concessiehouder de ruimte om ten minste de (vervoer)kwaliteit die de Concessieverlener beoogt te leveren en deze waar mogelijk te verbeteren.

De Concessieverlener stimuleert de Concessiehouder om het Openbaar Vervoer verder te verbeteren, voor Reizigers aantrekkelijk te houden en Reizigers, in samenwerking met aanbieders van Andere Mobiliteitsdiensten, vlot en veilig naar hun bestemming te brengen. Het Programma van Eisen is: • conform artikel 27 van de Wp2000 voor advies voorgelegd aan het ROCOV Gelderland; • voor een reactie voorgelegd aan de gemeenten en regio’s binnen het Concessiegebied, buurtbusverenigingen, concessieverleners van aangrenzende concessiegebieden en Liander. De Concessieverlener heeft de adviezen en reacties naar aanleiding van het ontwerp Programma van Eisen opnemen in een Reactienota. Hierin heeft de Concessieverlener aangegeven of, en zo ja, op welke wijze de adviezen en reacties in het Programma van Eisen zijn verwerkt.

1.6 Leeswijzer Het Programma van Eisen bevat de eisen ten aanzien van de uitvoering van de Concessie waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen.4 De Concessieverlener daagt geïnteresseerde vervoerders echter uit om in het kader van de aanbesteding van de Concessie zoveel mogelijk aantrekkelijke extra’s boven op deze minimumeisen aan te bieden om zo de Concessie gegund te krijgen. De wensen van de Concessieverlener met betrekking tot deze extra’s worden in de vorm van Gunningscriteria nader uitgewerkt in de Aanbestedingsleidraad. 4

Tenzij expliciet anders is aangegeven, gelden de eisen die in dit Programma van Eisen aan de uitvoering van de Concessie worden gesteld, ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder inzet bij de uitvoering van de Concessie.

7

Programma van Eisen 19 november 2024

De eisen zelf zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken en paragrafen. Een hoofdstuk, en in een aantal gevallen een paragraaf, start met een korte inleidende tekst die de relevantie van een (deel)onderwerp weergeeft. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens opgenomen in tabellen.

8

Programma van Eisen 19 november 2024

2

Ontwikkeling en samenwerking

Om zo goed mogelijk invulling te geven aan veranderende vervoerbehoeften en kwaliteitseisen van (potentiële) Reizigers in de regio’s Arnhem-Nijmegen en Foodvalley, ligt de verantwoordelijkheid voor de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer tijdens de looptijd van de Concessie bij de Concessiehouder. De Concessiehouder heeft namelijk het beste zicht op (i) de wensen van (potentiële) Reizigers, (ii) de samenhang en het relatieve belang van deze wensen, en (iii) methoden om deze wensen op efficiënte wijze in te vullen.

2.1

Ontwikkelrol bij Concessiehouder en plancyclus

Ontwikkelrol bij Concessiehouder 2.1.1

De Concessiehouder is binnen de kaders zoals vastgelegd in de Concessiebeschikking en de Aanbestedingsleidraad, inclusief bijlagen (waaronder het Programma van Eisen), verantwoordelijk voor de (door)ontwikkeling van alle aspecten van het Openbaar Vervoer per Bus en Auto behorend tot de Concessie.

2.1.2

De Concessieverlener organiseert twee keer per jaar een Ontwikkelteam waarin vertegenwoordigers vanuit de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Foodvalley (regio’s bepalen zelf wie de regio ’s vertegenwoordigen), Concessieverlener en Concessiehouder nauw samenwerken op tal van thema’s binnen het Openbaar Vervoer. Bij de ontwikkelteams worden ook aangrenzende concessieverleners uitgenodigd indien daar aanleiding voor is. Deze Ontwikkelteams vinden plaats in april/mei en oktober/november. In het Ontwikkelteam wordt enkele jaren vooruit gekeken en er wordt onder andere input geleverd voor de dienstregeling. Tevens wordt het agendapunt OV voorbereid voor het bestuurlijke Regionale Mobiliteitsoverleg dat twee keer per jaar plaatsvindt.

2.1.3

De Concessieverlener en Concessiehouder organiseren bijeenkomsten met gemeenten over de Dienstregeling. Hier kunnen alle gemeenten een bijdrage aan leveren. In afspraak met de Concessiehouder wordt een hiervoor een gezamenlijke aanpak opgesteld tijdens de implementatie.

2.1.4

Op verzoek van de Concessieverlener neemt de Concessiehouder actief deel aan overleggen met het ROCOV, Wegbeheerders, initiatiefnemers van Andere Mobiliteitsdiensten en andere Stakeholders en aan samenwerkingsverbanden tussen de Concessieverlener en kenniscentra en/of onderwijsinstellingen.

9

Programma van Eisen 19 november 2024

Plancyclus 2.1.5

De Concessiehouder stelt in het kader van zijn Ontwikkelrol periodiek een Ontwikkelplan met een uiteenlopende geldigheidsduur. De Concessiehouder stelt de volgende Ontwikkelplannen op: • Eerste Ontwikkelplan: jun 2026 – dec 2029 (voor een groot deel ook al onderdeel van de Inschrijving). • Tweede Ontwikkelplan: jan 2030 – dec 2o34. • Derde Ontwikkelplan: dec 2034 – jun 2036.

2.1.6

De werkwijze en het ontwikkelteam zoals Concessiehouder dat als onderdeel van het Ontwikkelplan bij Inschrijving heeft ingediend, geldt voor de duur van de Concessie. De gedane ontwikkelvoorstellen gelden voor de periode tot het volgende Ontwikkelplan.

2.1.7

Indien en voor zover Concessiehouder bij Inschrijving niet alle onderstaande zaken van het Ontwikkelplan als hieronder heeft opgenomen, zal Concessiehouder na gunning het Ontwikkelplan overeenkomstig aanvullen.

2.1.8

De Concessieverlener stelt elke vier jaar een kaderbrief met beleidsmatige kaders op, die richtinggevend zijn voor het door de Concessiehouder op te stellen Ontwikkelplan. Voor het eerste Ontwikkelplan stelt de Concessieverlener geen kaderbrief op, maar is het Programma van Eisen richtinggevend. De eerste kaderbrief met impact op de Concessie verschijnt naar verwachting in 2028.

2.1.9

In elk Ontwikkelplan behandelt de Concessiehouder, voor zover relevant, in elk geval de volgende onderwerpen en voorziet deze van een onderbouwing: a. De beleidsmatige kaders die de Concessieverlener heeft meegegeven in de kaderbrief. b. Een evaluatie van de effectiviteit van de in het vigerende en vorige Ontwikkelplannen (voor zover dit plan er al is) opgenomen strategieën. c. Een analyse van de sterke en zwakke punten van en de kansen en bedreigingen voor het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie (SWOT-analyse), met speciale aandacht voor: • de bestaande en potentiële reizigersgroepen (doelgroepen) en reizigersstromen; • de kwaliteit van het bestaande Openbaar Vervoer aanbod in termen van snel, direct, frequent, betrouwbaar, comfortabel en eenvoudig te begrijpen; • ontwikkelopgaves en -kansen binnen de Concessie die de Concessiehouder daaruit afleidt. d.

Nadere uitwerking van de SWOT-analyse bestaande uit concrete strategieën die de Concessiehouder in de betreffende periode uitvoert om de kansen die hij ziet te benutten, waaronder in ieder geval: • de Vervoerkundige strategie op het samenhangende geheel van A-, B- en C-lijnen, de ontwikkelingen per type Lijn (zie paragraaf 3.3), de ontwikkeling van OVknooppunten, mhubs, de afstemming met de Dienstregelingen van de Hoofdrailnet en Regionale treindiensten en de positionering van Buurtbussen en Andere Mobiliteitsdiensten; • de Marketingstrategie (artikel 10.2) en de ontwikkelingen ten aan zien van Tarieven en het betaalsysteem (zie hoofdstuk 8).

2.1.10

De Concessiehouder legt elk ontwerp-Ontwikkelplan ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor.

2.1.11

Jaarlijks stelt de Concessiehouder als nadere invulling van het Ontwikkelplan zoals bedoeld in het vorige lid de volgende plannen op: • Vervoerplan (zie artikel 2. 1.13) • Inspectierapport Materieel (zie artikel 6.8.2) • Tarievenplan (zie paragraaf 8.2)

10

Programma van Eisen 19 november 2024

2.1.12

2.1.13

• Marketingplan (zie paragraaf 10.2) • Jaarplan Sociale Veiligheid (zie paragraaf 12.2) De Concessiehouder biedt de plannen genoemd in artikel 2.1.11 jaarlijks voor 1 oktober aan bij de Concessieverlener. Het inspectierapport Materieel wordt jaarlijks voor 1 april aangeleverd. De Concessiehouder dient jaarlijks in het kader van de (door)ontwikkeling van het OVnetwerk een Vervoerplan ter vaststelling bij de Concessieverlener in. Voor het Vervoerplan geldt de organisatiecyclus die is opgenomen in bijlage C2. Het Vervoerplan bevat in ieder geval de volgende onderdelen: a. De wijzigingen die hij in het OV-aanbod wil doorvoeren in lijnvoering, Haltes, OVknooppunten, Tijdhaltes, frequenties, bedieningstijden, typen Voertuigen en hun capaciteit, de afstemming met en aansluiting op treindiensten, te gedogen Openbaar Vervoer en Andere Mobiliteitsdiensten. b. Bij iedere wijziging de verwachte effecten als het gaat om de aansluiting op de vervoerbehoeften van Reizigers, de inzet van Dienstregelinguren en Dienstregelingkilometers en het gebruik van het Openbaar Vervoer, in een door de Concessieverlener voor te schrijven format.

2.1.14

De Concessiehouder biedt jaarlijks voor 1 oktober een Concessiejaarplan voor het volgende jaar ter toetsing aan de Concessieverlener aan. Het eerste plan wordt opgesteld voor Dienstregelingjaar 2027. De Concessiehouder gaat in het Concessiejaarplan in ieder geval in op: a. de bereikte resultaten in het lopende en voorgaande jaren, met in ieder geval aandacht voor: • de ontwikkeling in het OV-gebruik (reizigersaantallen en -kilometers); • de klanttevredenheid onder Reizigers; • de Reizigersopbrengsten; • de uitvoeringskwaliteit in termen van Punctualiteit, Rituitval (indien met ZEvoertuigen wordt gereden, wordt de uitval apart vermeld) • klachten; • incidenten. b. de doelen voor het komende jaar in relatie tot onder meer het Ontwikkelplan; c. de voortgang in de uitvoering van het Ontwikkelplan inclusief onderliggende plannen en de onderdelen die de Concessiehouder het komende kalenderjaar gaat realiseren, inclusief een planning en concrete beschrijving van de beoogde resultaten. De Concessiehouder geeft tevens inzicht in de omvang en de samenstelling (specialismen) van het team dat elk van de ontwikkeltaken uit het Ontwikkelplan het komende kalenderjaar zal uitvoeren; d. hoe de Concessiehouder het komende jaar de uitvoeringskwaliteit van de Dienstregeling verder gaat verbeteren; e.

de aanpak voor wat betreft de maatregelen ten aanzien van Social Return on Investment (SROI) (zie paragraaf 9.2); f. de risico’s die de Concessiehouder voorziet bij de uitvoering van het Concessiejaarplan en hoe de Concessiehouder deze gaat beheersen; g. de samenhang tussen het Concessiejaarplan en het Vervoerplan, Tarievenplan, Jaarplan Sociale Veiligheid en Marketingplan.

2.1.15

In het Concessiejaarplan ten behoeve van het laatste jaar van de Concessie gaat de Concessiehouder ook in op de doorontwikkeling van de Concessie na afloop van de Concessie, bijvoorbeeld over de inzet van communicatiekanalen, de continuïteit van dienstverlening aan Reizigers en een zorgvuldige overdracht naar de opvolgende

11

Programma van Eisen 19 november 2024

concessiehouder. De medewerking aan een zorgvuldige overdracht naar de opvolgende concessiehouder omvat in ieder geval: • Tijdig inzicht geven in de onderhoudsstaat van het eventueel over te dragen Materieel en kwalificaties van het over te nemen Personeel; • Mogelijkheid bieden voor (nieuw) Personeel om wegbekendheid en ervaring op te doen; • Gelegenheid bieden om testritten uit te voeren in het geval de opvolgende concessiehouder met nieuwe of andere Bussen gaat rijden. De Concessiehouder stemt de inhoud van dit Concessiejaarplan af met de opvolgende concessiehouder, voor zover op dat moment de opvolgende concessiehouder (al) bekend is. 2.1.16

2.2

De Concessiehouder betrekt bij het opstellen van in artikel 2.1.12 genoemde plannen waar nodig relevante Stakeholders als gemeenten, buurtbusverenigingen, aangrenzende concessieverleners en het ROCOV (zie ook artikelen 11.2.4 en 11.2.5). Hierbij houdt de Concessiehouder rekening met de tijd die nodig is om andere Stakeholders op zorgvuldige wijze bij de planvorming te betrekken. De Concessiehouder stemt zijn planning voor het opstellen van de plannen vooraf met de Concessieverlener af.

Overleggen met Concessieverlener en monitoring

Overleggen met Concessieverlener

2.2.1

De Concessieverlener onderscheidt de volgende overleggen met de Concessiehouder: a.

Implementatieoverleg, waarin de Concessiehouder de Concessieverlener ten minste maandelijks aan de hand van voortgangsrapportages informeert over de uitvoering van de plannen uit zijn Inschrijving, waaronder het Implementatieplan. Het eerste implementatieoverleg vindt binnen twee weken plaats na gunning van de Concessie. De Concessiehouder overlegt vanaf de start van de implementatie ook met gemeenten.

b.

Maandelijks beheeroverleg, waarin de Concessiehouder de Concessieverlener informeert over de uitvoering van de Concessie. Hierin komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: • De uitvoering van het lopende Concessiejaarplan, Vervoerplan, andere plannen en eventuele verbeterplannen; • Ontwikkelingen in KPI’s ten aanzien van uitvoeringskwaliteit, gebruik en Reizigersopbrengsten, aan de hand van kwartaalrapportages zoals beschreven in afstemming en samenwerking met Stakeholders; • het Vervoerplan, het Tarievenplan en het Concessiejaarplan voor het komende Dienstregelingjaar/kalenderjaar. Het eerste beheeroverleg vindt binnen één maand na start van de Concessie plaats. De Concessieverlener houdt de mogelijkheid open om de frequentie van het beheeroverleg aan te passen of overleggen over andere onderwerpen te organiseren;

2.2.2

c.

Sociale veiligheidsoverleggen zoals genoemd in artikel 12.2.2.

d.

Tarievenoverleg Oost zoals genoemd in artikel 8.2.8.

e.

Marketingoverleg zoals genoemd in paragraaf 10.3.4. De Concessieverlener kan in het kader van de uitvoering van de Concessie en/of projecten een apart (project)overleg instellen, in welk geval de Concessiehouder actief daaraan deelneemt.

12

Programma van Eisen 19 november 2024

2.2.3

De Concessiehouder vaardigt naar de overleggen gekwalificeerde vertegenwoordigers af die gemachtigd zijn om namens de Concessiehouder afspraken te maken en toezeggingen te doen.

Monitoren

2.2.4

De Concessiehouder stelt vier keer per jaar een kwartaalrapportage op die aansluit op de opbouw van het Concessiejaarplan en waarin hij ten minste de voortgang van de uitvoering van de aangekondigde plannen en (marketingacties) en de ontwikkelingen in het aanbod, de uitvoeringskwaliteit, het gebruik en de Reizigersopbrengsten van het Openbaar Vervoer behorend tot de Concessie beschrijft en duidt.

2.2.5

De Concessiehouder besteedt in de kwartaalrapportages in ieder geval aandacht aan de ontwikkelingen in de volgende KPI’s (het detailniveau van de rapportage wordt in de implementatiefase van de Concessie afgestemd): a. Rituitval: de mate waarin de Lijnen voldoen aan de gestelde norm in paragraaf 5.2. b. ZE-transitie: aantal en aandeel Dienstregelinguren die gereden worden met ZE-voertuigen. c. Punctualiteit: de mate waarin de Lijnen voldoen aan de gestelde normen in paragraaf 5.2. d. Reizigerstevredenheid: de Concessiehouder analyseert de uitkomsten van de OVklantenbarometer of diens opvolger(s). Hij streeft er daarbij naar om de klantwaardering minimaal gelijk te laten blijven en bij voorkeur te verbeteren ten opzichte van het voorgaande jaar. In zijn Concessiejaarplan laat hij zien hoe hij met dit klantoordeel rekening houdt en hoe hij zich inspant om het oordeel te verbeteren. e. OV-gebruik in termen van reizigersaantallen en reizigerskilometers. f. Reizigersopbrengsten uitgesplitst in hoofdstromen zoals in de implementatiefase van de Concessie door de Concessieverlener zal worden aangegeven. g. Aantallen klachten en aantallen incidenten en de afhandeling hiervan. h. Eventuele aanvullende KPI’s, waaronder de resultaten van onderzoeken uitgevoerd met mystery guests in opdracht van de Concessieverlener als bedoeld in artikel 9.1.12. i.

De voortgang rond het reguliere onderhoud aan de bovenleiding van de trolleyinfrastructuur. k. Het verbeterplan (indien van toepassing) zoals beschreven in artikel 19 van de Concessiebeschikking. l. Rapportage over SROI (zie artikel 9.2.7) en de duurzaamheidsrapportage (zie artikel 2.2.9).

2.2.6

Het rapporteren over de ontwikkelingen in de in artikel 2.2.5 genoemde KPI’s geldt onverminderd wanneer de Concessiehouder Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer aanbiedt.

2.2.7

In alle gevallen zorgt de Concessiehouder ervoor dat de cijfers die hij in de kwartaalrapportage opneemt aansluiten op en herleidbaar zijn uit de gegevens die de Concessiehouder aan de Concessieverlener en Derden verstrekt.

2.2.8

De Concessieverlener monitort ook zelf de uitvoeringskwaliteit, onder andere via mystery guests en de vliegende brigade. De Concessiehouder verleent medewerking aan deze onderzoeken en ontvangt de rapportage.

2.2.9

De Concessiehouder levert als bijlage bij de kwartaalrapportage een duurzaamheidsrapportage met ten minste de volgende elementen (voor zover op dat moment relevant): a. Herkomst in bron en locatie van de elektriciteit die geleverd is aan Laadinfrastructuur. b. Hoeveelheid hernieuwbare brandstofeenheden (zie artikel 6.3.6) die verkregen zijn tijdens de uitvoering van de Concessie, c. De maatregelen en de resultaten daarvan op het gebied van circulariteit (zie artikelen 6.3.11). d. De maatregelen en de resultaten daarvan op het gebied van de CO2-prestatieladder (zie artikel 6.3.12).

13

Programma van Eisen 19 november 2024

2.2.10

In overleg met de Concessieverlener zoekt de Concessiehouder bij het opstellen van zijn duurzaamheidsrapportage aansluiting bij (nog te ontwikkelen) internationale en Europese standaarden, normen en formats (zoals eventueel in het kader van de Corporate Sustainability Reporting Directive5 en/of door de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) op te stellen standaarden6).

2.2.11

Ingeval de prestaties van de Concessiehouder ten aanzien van een eis achterblijft bij de overeengekomen norm, dan kan de Concessieverlener vragen om een verbeterplan (zie artikel 19 van de Concessiebeschikking). De Concessieverlener kan ook overgaan tot het opleggen van een boete (zie artikel 20 en 21 van de Financiële bepalingen).

5

Zie in dit verband onder meer het voorstel van de Europese Commissie voor een Richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 van 22 maart 2022, COM(2022)71 final. 6 De verwachting is dat EFRAG in oktober 2022 een eerste set standaarden zal vaststellen. Zie: https://ec.europa.eu/info/business-economyeuro/company-reporting-and-auditing/company-reporting/corporate-sustainability-reporting_nl.

14

Programma van Eisen 19 november 2024

3

Vervoerkundig aanbod

De Concessieverlener maakt in het lijnennet een onderscheid in A-, B- en C-lijnen met elk een eigen minimale frequentie. Elk type lijn kent een eigen ontwikkelruimte voor de Concessiehouder. De eisen voor Buurtbuslijnen en Scholierenlijnen worden opgesomd, evenals de voorwaarden voor de ontwikkeling van Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer.

3.1 Passende bediening De Concessieverlener streeft naar een goed functionerend samenhangend lijnennet. De afstemming met treinverbindingen is van groot belang. De Concessieverlener heeft de Lijnen in drie categorieën ingedeeld: • A-lijnen: Sterke hoogwaardige busverbindingen die samen met de treindiensten in het Concessiegebied (Hoofdrailnet en Regionale treindiensten) een Hoofdnetwerk (gaan) vormen dat de belangrijkste economische kerngebieden met elkaar verbindt. • B-lijnen: Busverbindingen, anders dan A-lijnen, waarmee op dit moment zoveel mensen reizen dat de Concessieverlener verwacht dat ze gedurende de gehele looptijd van Concessie in een substantiële vervoervraag zullen blijven voorzien. • C-lijnen: Busverbindingen die: o op dit moment minder intensief gebruikt worden en/of; o beleidsmatig gezien een minder belangrijke functie binnen het OV-netwerk vervullen. Bijlage C1 bevat de indeling van de huidige Lijnen in A-, B- en C-lijnen. Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen zijn geen onderdeel van deze indeling.

3.2 Bedieningstijden en frequenties Voor iedere categorie Lijnen stelt de Concessieverlener minimumeisen aan bedieningstijden en frequenties. De minimumeisen aan frequenties gelden voor zowel de heen- als de terugrichting (tenzij anders vermeld) en in ieder geval in het eerste jaar van de concessieperiode.

Bedieningstijden en frequenties

3.2.1

De Spits geldt op werkdagen van 6:30 – 9:30 en 15:00 – 18:30. De daluren zijn op werkdagen van 9:30 – 15:00 en 18:30 – 20:00. Voor de avond geldt de periode na 20:00.

3.2.2

De overgang tussen tijdvakken qua frequentie geschiedt op een wijze die voor de Reizigers logisch is (dus bijvoorbeeld geen lange periode zonder ritten tussen einde van de ochtendspits en begin van de daluren).

3.2.3

Voor de bedieningstijden bij aanvang van de bedieningsperiode gelden de aankomsttijden voor de drukste richting op de OV-knooppunten (bijlage C3). Voor de bedieningstijden bij het einde van de bedieningsperiode gelden de vertrektijden voor de drukste richting vanaf de OV-knooppunten. Twee voorbeelden: de eerste Rit van een Lijn in de A-categorie op een werkdag in de drukste richting moet uiterlijk om 6.30 uur op het OV-knooppunt aankomen. De laatste Rit van een B-lijn op een werkdag in de drukste richting mag niet op of eerder dan 19:59 uur van het OVknooppunt vertrekken.

15

Programma van Eisen 19 november 2024

3.2.4

Gedurende de eerste maanden van de Concessie analyseert de Concessiehouder de rijtijden. De analyse omvat in ieder geval Lijnen die de Concessieverlener aangeeft op basis van klachten van Reizigers, chauffeurs en eigen analyse. Wanneer rijtijden aanpassing behoeven om de kwaliteit voor de Reiziger te verbeteren, voert de Concessiehouder die op korte termijn door, uiterlijk bij begin van de zomervakantie in 2027. Voor eventuele extra DRU’s als gevolg van aangepaste rijtijden in het eerste jaar (2027) na start van de Concessie geeft de Concessieverlener geen vergoeding in de vorm van meerwerk, noch kan de Concessiehouder deze compenseren door elders minder DRU’s te produceren. De extra DRU’s worden toegevoegd aan zijn DRUaanbod en gelden voor elk volgend jaar. Oftewel, de werkelijk gereden DRU’s in het jaar 2027 zijn het Genormaliseerd kalenderjaar en referentiekader voor het volgende jaar.

A-lijnen

3.2.5

Voor A-lijnen geldt in de Spits in de spitsrichting een minimale frequentie van 4 ritten per uur. In de Spits in de tegenspitsrichting, aan de randen van de Spits, op zeer rustige trajectdelen in de Spits in de Spitsrichting en in de Vakantiedienstregeling, is een frequentie van minimaal 2 ritten per uur toegestaan mits dat qua aantal reizigers verantwoord is. In de dal, avond en het weekend is de frequentie minimaal 2 ritten per uur. Lijnen 10 in Nijmegen en 6 in Arnhem voldoen weliswaar niet aan alle criteria van Alijnen, maar gezien de grote aantallen reizigers die ze vervoeren naar campussen zijn ze wel als A-lijnen benoemd.

3.2.6

Lijnen die onder de productformule comfortRRReis zijn altijd A-lijnen. Indien de Concessiehouder besluit om comfortRRReis te introduceren, dan gelden de minimale frequenties van A-lijnen.

3.2.7

Voor A-lijnen gelden als minimale bedieningsperiodes: werkdagen 6.30 – 24:00, zaterdag 7.00-24.00 en zondag 8.00-24.00 uur.

3.2.8

A-lijnen die in de Dienstregeling 2025 een lagere frequentie en/of een minder ruime bedieningsperiode hebben dan hiervoor aangegeven, mogen dit ook in het Vervoerplan voor het eerste jaar van de concessieperiode hebben, tot maximaal de afwijking uit Dienstregeling 2025.

3.2.9

Voor de A-lijn 331 die in Dienstregeling 2025 een doorgaande lijn is, is het bieden van doorgaande ritten over Arnhem CS en Nijmegen CS niet verplicht maar wel toegestaan. In zijn Vervoerplan licht Inschrijver zijn keuzes toe. Indien hij de opzet van Lijn 331 in Nijmegen Dukenburg verandert, gaat hij ook in op Lijn 4.

3.2.10

Op A-lijnen is Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer niet toegestaan.

B-lijnen

3.2.11

Voor B-lijnen geldt in de Spits in de spitsrichting een minimale frequentie van 2 ritten per uur; in de Spits in de tegenspitsrichting en in de dal van 1x per uur. Voor de avond en weekenden gelden geen minimumeisen aan frequenties.

3.2.12

Voor B-lijnen geldt als minimale bedieningsperiode: werkdagen 6.30-20.00. Op zaterdag en zondag gelden geen verplichte bedieningsperiodes.

3.2.13

In sommige gevallen bieden in Dienstregeling 2025 twee Lijnen samen de benodigde frequentie voor een B-lijn (zoals 26 en 27). Het beschreven traject mag door één Lijn geboden worden mits dit voldoet aan de eisen van een B-lijn en overtuigend onderbouwd is in het Vervoerplan. Lijn 231 en 302 (beide Apeldoorn - Arnhem) beschrijft Inschrijver in zijn Vervoerplan voor het eerste jaar van de concessieperiode

16

Programma van Eisen 19 november 2024

in hun samenhang, waarbij Inschrijver ingaat op de wens van Concessieverlener voor een helder, meer gebundeld netwerk 3.2.14

B-lijnen die in de Dienstregeling 2025 een lagere frequentie en/of een minder ruime bedieningsperiode hebben dan hiervoor aangegeven, mogen dit ook in het Vervoerplan voor het eerste jaar van de concessieperiode hebben, tot maximaal de afwijking uit Dienstregeling 2025.

3.2.15

Op B-lijnen is Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer niet toegestaan.

C-lijnen

3.2.16

Voor C-lijnen gelden geen minimale frequenties en minimale bedieningsperiodes.

3.2.17

Op C-lijnen is Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer toegestaan.

3.2.18

Als Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer wordt aangeboden, moet dit volgens de formule reserveerRRReis of flexRRReis.

Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen

3.2.19

In het Vervoerplan 2027 handhaaft de Inschrijver de dienstregeling uit Dienstregelingjaar 2025 op Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen (zie in dit kader eveneens de eisen in paragraaf 3.5).

3.3 Ontwikkelruimte Concessiehouder De ruimte die de Concessiehouder krijgt om zijn aanbod op de vervoerbehoeften van Reizigers af te stemmen, verschilt per categorie Lijnen. De ontwikkelruimte zoals hieronder aangegeven geldt voor het Vervoerplan 2027 dat wordt ingediend bij Inschrijving. In de volgende jaren kan Concessieverlener binnen de Vervoerplanprocedure er van afwijken mits Concessiehouder dit overtuigend onderbouwt. Ontwikkelruimte A-lijnen De ontwikkelruimte op A-lijnen bestaat uit aanpassingen van bedieningstijden en frequenties ten opzichte van Dienstregelingjaar 2025 tot de minimumeisen voor A-lijnen zoals hiervoor aangegeven. Alle haltes die in Dienstregelingjaar 2025 door een A-lijn worden bediend, worden in elk geval tot het einde van Dienstregelingjaar 2027 ook bediend. Ontwikkelruimte B-lijnen De ontwikkelruimte op B-lijnen bestaat uit aanpassingen van bedieningstijden en frequenties ten opzichte van Dienstregelingjaar 2025 tot de minimumeisen voor B-lijnen zoals hiervoor aangegeven. De routes en halteringen van de B-lijnen uit Dienstregelingjaar 2025 acht Concessieverlener adequaat, maar Inschrijver kan andere routes en halteringen in het Vervoerplan opnemen dat wordt ingediend bij Inschrijving, mits overtuigend onderbouwd. Ontwikkelruimte C-lijnen De ontwikkelruimte op C-lijnen is groter.

Haltes, routedelen, Ritten of gehele C-lijnen mogen in het Vervoerplan dat onderdeel is van de Inschrijving alleen vervallen als Inschrijver overtuigend onderbouwt hoeveel Reizigers daardoor nadeel ondervinden, welke alternatieven (zoals een Halte op grotere afstand) zij eventueel hebben en waarom Inschrijver geen andere keuzes heeft gemaakt (zoals minder Ritten op de Lijn of Vraagafhankelijk OV). In zijn Vervoerplannen, ook voor het Vervoerplan 2027, mag Inschrijver nieuwe lijnen toevoegen of lijnen naar een “hogere categorie” laten overgaan door meer Ritten te bieden. In de Vervoerplannen die Concessiehouder tijdens de looptijd van de Concessie opstelt, kan hij vernieuwende concepten voorstellen indien deze beter aansluiten op de vervoersbehoeften van Reizigers van C-lijnen of

17

Programma van Eisen 19 november 2024

rustige delen van B-lijnen. Ook de Concessieverlener kan hiertoe voorstellen doen. De Concessieverlener kan in beide gevallen het aanbieden van Andere Mobiliteitsdiensten stimuleren, in welk geval marktpartijen en niet-commerciële organisaties een aanbod kunnen doen. Andere Mobiliteitsdiensten maken geen deel uit van de Concessie. De regie tijdens de looptijd van de Concessie bij de eventuele transitie naar Andere Mobiliteitsdiensten berust bij de Concessieverlener. Hij zal de belangen van en samenwerking met Stakeholders en de Concessiehouder nadrukkelijk meewegen. Het besluit tot transitie of opheffing van een Clijn ligt altijd bij de Concessieverlener. Ontwikkelruimte Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen Voor Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen handhaaft Inschrijver de dienstregeling van Dienstregelingjaar 2025 in zijn Vervoerplan dat wordt ingediend bij Inschrijving.

3.4

Gedoogplicht en concessiegrensoverschrijdende lijnen

Gedoogplicht

3.4.1

De Concessiehouder gedoogt de volgende vormen van Openbaar vervoer in het Concessiegebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, ook in geval van een wijziging van bedieningstijden en/of frequenties: a. Openbaar Vervoer per trein. b. Busvervangend vervoer indien er stremmingen of werkzaamheden op het spoor zijn. c. Openbaar Vervoer per Bus en Auto vanuit aangrenzende concessiegebieden waarvoor door Concessieverlener toestemming is gegeven (zie bijlage C4). d. Personenvervoer over water. e. Experimenten met Openbaar Vervoer, bijvoorbeeld uitgevoerd met zelfrijdende voertuigen. f. Openvaar Vervoer per Bus, waaronder langeafstandsbusvervoer, waarvoor door de Concessieverlener een ontheffing krachtens artikel 29 van de Wet personenvervoer 2000 is of wordt verleend.

3.4.2

De Concessiehouder stelt zich constructief op wat betreft wijzigingen in het te gedogen Openbaar Vervoer binnen het Concessiegebied.

3.4.3

Er is een mogelijkheid om nieuwe gedooglijnen toe te voegen. Daarover besluit de Concessieverlener na overleg de Concessiehouder. In alle gevallen geldt dat Bussen van andere concessiehouders de operationele uitvoering in het Concessiegebied niet mogen hinderen.

3.4.4

Voor lijn SB 58 Emmerich - Kleve - Nijmegen - Nijmegen Heijendaal gelden een aantal specifieke afspraken: • De Concessiehouder zorgt dat reizigers met OV Chipkaart/OVPay kunnen reizen op lijn SB58. In de bussen van de Duitse Concessiehouder is hiervoor apparatuur aanwezig, en de Duitse vervoerder zorgt dat de apparatuur aanwezig is. • Op het Nederlandse grondgebied gelden binnen lijn SB58 de Nederlandse tarieven, inkomsten op lijn SB58 vervallen aan de Duitse concessiehouder. • De Duitse concessiehouder levert jaarlijks het kilometertarief op het Duitse grondgebied aan bij de Concessiehouder. Deze verwerkt de concessiehouder in de systemen. • De Duitse concessiehouder levert periodiek haar dienstregeling bij de Concessiehouder aan. Deze verwerkt de Dienstregeling in haar eigen systemen, zodat deze zichtbaar wordt op de Nederlandse Reisinformatiesystemen zoals DRIS, websites en apps.

18

Programma van Eisen 19 november 2024

De Concessieverlener zal deze afspraken vastleggen met de concessieverlener en concessiehouder van de SB 58.

Gezamenlijke exploitatie

3.5

3.4.5

De Concessiehouder heeft het recht om de in bijlage C5 genoemde lijnen die deels buiten het Concessiegebied liggen aan te bieden (= de Uitlopers).

3.4.6

In bijlage C5 is aangegeven welke lijnen gezamenlijk met de exploitant van een aangrenzende concessie geëxploiteerd worden. De Concessiehouder is verplicht deze samenwerking af te stemmen met de betreffende exploitant. DRU’s van grensoverschrijdende buslijnen in de dienstregeling die geheel door de Concessiehouder gereden worden, tellen mee in het aantal DRU’s. Voor lijnen die gezamenlijk door Concessiehouder en de aangrenzende concessiehouder gereden worden, geldt dat enkel de DRU’s tot de concessiegrens meetellen. Uitgangspunt is de ritverdeling tussen de huidige concessiehouders volgens de Dienstregeling 2025, met uitzondering van lijn 83 (zie artikel 3.4.8). De ritverdeling is opgenomen in het Informatieportaal.

3.4.7

Indien betrokken concessiehouders geen overeenstemming weten te bereiken, zal de Concessieverlener in overleg met de andere betrokken concessieverlener, een aanwijzing aan de Concessiehouder kunnen geven die dient te worden opgevolgd.

3.4.8

De knip voor lijn 83 ligt bij de halte Milsbeek Helweg. Voor lijn 83 zijn in 2014 tussen de provincie Limburg en de voormalige Stadsregio Arnhem bestuurlijke afspraken gemaakt dat de concessiehouder van de concessie Limburg 2x per uur Nijmegen - Gennep - Venlo aanbiedt, en de concessiehouder van de concessie Arnhem-Nijmegen 2x per uur Nijmegen Gennep. Deze bestuurlijke afspraken vormen de basis voor de Inschrijving. In de praktijk mogen concessiehouders na goedkeuring tot een andere afspraak komen in de verdeling van ritten, zoals ook in Dienstregeling 2025 het geval is.

3.4.9

De Concessiehouder maakt met concessiehouders die Openvaar Vervoer verrichten binnen het Concessiegebied of in aangrenzende concessiegebieden afspraken over het aanbieden van Aansluitingen in geval van vertraging of uitval van Ritten van deze andere concessiehouders.

Scholierenlijnen en Buurtbuslijnen

Scholierenlijnen

3.5.1

Na het eerste jaar van de Concessieperiode mag de Concessiehouder wijzigingen in de Scholierenlijnen aanbrengen, mits hij naar het oordeel van de Concessieverlener aantoont dat scholieren beter via reguliere Lijnen vervoerd kunnen worden. Hierbij is afstemming met de betreffende onderwijsinstellingen noodzakelijk.

3.5.2

Na overleg met de Concessiehouder, betreffende onderwijsinstelling en betrokken gemeenten, kan de Concessieverlener besluiten om gedurende de looptijd van de Concessie Scholierenlijnen toe te voegen of te beëindigen.

3.5.3

De Concessiehouder stelt jaarlijks in overleg met de betreffende onderwijsinstelling de Dienstregeling voor Scholierenlijnen op. Voorstellen voor wijzigingen legt hij, als onderdeel van het Vervoerplan, ter vaststelling voor aan de Concessieverlener.

19

Programma van Eisen 19 november 2024

Buurtbuslijnen

3.5.4

In het Vervoerplan 2027 dient Concessiehouder het bestaande buurtbusnetwerk aan te bieden en te rijden. Wijzigingen in Buurtbuslijnen zijn alleen toegestaan na overleg met de buurtbusverenigingen, stakeholders (gemeente, buurten, etc.) en (akkoord van) Concessieverlener. In het Vervoerplan 2027 mogen geen nieuwe voorstellen voor Buurtbuslijnen worden gedaan.

3.5.5

Concessiehouder dient er rekening mee te houden dat lijn 65 bij de start van de Concessie door buurtbuschauffeurs wordt gereden.

3.5.6

De verantwoordelijkheden van buurtbusverenigingen en concessiehouders bij de uitvoering van Buurtbuslijnen staan beschreven in het Protocol Buurtbus OV Oost. De Concessiehouder neemt bij de uitvoering van de Concessie het bepaalde in het Protocol Buurtbus OV Oost in acht. Het protocol is op het Informatieportaal gepubliceerd.

3.5.7

De Concessiehouder draagt in ieder geval zorg voor: a. ondersteuning conform het Protocol Buurtbus OV Oost van alle buurtbusverenigingen die de door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen binnen het Concessiegebied verzorgen; b. training en opleiding van de buurtbuschauffeurs, waaronder toetsing van de rijvaardigheid openbaar vervoer door een bevoegd instructeur; c. het periodiek organiseren van de medische keuring en rijvaardigheidstest voor alle buurtbuschauffeurs door een deskundige organisatie. Vanaf hun 75e levensjaar dienen buurtbuschauffeurs ten minste één keer per twee jaar gekeurd te worden. De Concessiehouder houdt van alle keuringen een administratie bij zodat de Concessieverlener desgewenst kan controleren of deze keuringen en rijvaardigheidstesten regelmatig zijn uitgevoerd; d. het afsluiten van diverse verzekeringen ten behoeve van de Buurtbussen en buurtbuschauffeurs, conform het Protocol Buurtbus OV Oost. e. rapportage over de KPI’s genoemd in artikel 2.2.5. f. het ondersteunen van de buurtbusverenigingen bij het werven en behouden van vrijwilligers. Dit doet Concessiehouder onder andere door met campagnes en/ of andere inzet te zorgen voor een positieve waardering en beleving van het buurtRRReis als een ‘voor de buurt, door de buurt’ concept.

3.5.8

De Concessiehouder stelt jaarlijks in overleg met de betreffende buurtbusvereniging de Dienstregeling voor Buurtbuslijnen op. Gedurende de voorbereiding van het jaarlijkse Vervoerplan pleegt de Concessiehouder overleg met de Buurtbusorganisatie, de betrokken gemeente(n) en de Concessieverlener. Voorstellen voor wijzigingen legt hij, als onderdeel van het Vervoerplan, ter instemming voor aan de Concessieverlener.

3.5.9

De Concessiehouder overlegt minimaal eenmaal per jaar met de buurtbusverenigingen over het functioneren van de Buurtbuslijnen en over plannen voor wijzigingen in vervoeraanbod en product.

3.6 Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer De Concessieverlener biedt mogelijkheden om de geboden ontwikkelruimte in de Concessie in te vullen door middel van Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer. Voorwaarde is dat de bereikbaarheid van bestaande bestemmingen er niet op achteruit gaat. Om dit vraagafhankelijke vervoer onder de Concessie te laten vallen, dient dit vervoer te voldoen aan de definitie van Openbaar Vervoer. Daarbij is het voeren van een Dienstregeling een belangrijk element, te weten: “Voor eenieder kenbaar schema van reismogelijkheden waarin zijn aangeduid de halteplaatsen waartussen en de tijdstippen waarop openbaar vervoer wordt

20

Programma van Eisen 19 november 2024

verricht, zo nodig onder de vermelding of de halteplaatsen of de tijdstippen door de reiziger kunnen worden beïnvloed” (Wet personenvervoer 2000, hoofdstuk 1 artikel 1). De Concessiehouder dient voorafgaand aan de introductie van een vorm van Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer aan te tonen dat deze vorm onder de definitie van Openbaar Vervoer valt. Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer

3.6.1

Waar in paragraaf 3.3 deze ontwikkelruimte is gegeven, mag de Concessiehouder Vraagafhankelijk Openbaar Vervoer aanbieden om aan de eisen in dit hoofdstuk te voldoen. Uitgangspunt is dat dit plaatsvindt onder de productformule reserveerRRReis of flexRRReis. Een reismogelijkheid waarbij volgens een dienstregeling wordt vertrokken vanaf een halte maar de route afhankelijk van de vraag wordt ingevuld mag worden aangeboden onder de productformule flexRRReis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15904570/1