CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

D34 - Commissie voor de bezwaarschriften - Jaarverslag 2022 Commissie bezwaarschriften gemeente Brummen D407787

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken5.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie bezwaarschriften gemeente Brummen

Jaarverslag 2022

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Inleiding

4

1. Instelling, samenstelling, taken en werkwijze van de commissie 1.1 Instelling commissie

5

1.2 Samenstelling

5

1.3 Secretariaat

5

1.4 Hoorzittingen en vergaderfrequentie

5

1.5 Taken

5

1.6 Werkwijze

6

2. De resultaten van 2022 2.1 Totaal aantal bezwaarschriften

7

2.2 De bezwaren per onderwerp

8

2.3 Adviezen 2.3.1

Algemeen

9

2.3.2

Werkproces commissie 2022

10

2.3.3

Doorlooptijden

2.3.3.1 Beslis- en adviestermijn algemeen

11

2.3.3.2 Overzicht doorlooptijden 2022

12

2.3.4

Beslissing op bezwaar en beroep

3. Conclusies en aanbevelingen

13 14

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 2

Voorwoord Aan de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Brummen,

Hierbij treft u het jaarverslag 2022 van de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Brummen aan. Door het uitbrengen van het jaarverslag willen wij u inzicht geven in de aard en de omvang van onze werkzaamheden en in de wijze waarop wij onze opgedragen taak uitoefenen. Het jaar 2022 startte voor de commissie met een geannuleerde hoorzitting vanwege de toen geldende corona-beperkingen. Gelukkig konden alle zittingen erna wel fysiek plaatsvinden met inachtneming van de algemeen geldende hygiëne- en gezondheidsregels. Het is fijn te constateren dat de maatregelen inmiddels achter ons liggen en dat de hoorzittingen van de commissie weer als ‘vanouds’ kunnen plaatsvinden. Het jaar 2022 is in tal van opzichten een (zeer) onrustig jaar geweest, met het uitbreken van de oorlog in Oekraïne en de verschillende crises waar we als samenleving mee te maken hebben (gekregen), zoals de problemen rondom stikstof, woningbouw, hoge inflatie en een energiecrisis. Als commissie hebben we daar geen directe betrokkenheid bij, al kunnen we in aanraking komen met de effecten ervan op de besluitvorming door de gemeentelijke bestuursorganen voor een individu.

Of het nu gaat om het verlenen van extra financiële ondersteuning aan kwetsbaren of om het mogelijk maken van huisvesting voor vluchtelingen of statushouders, we zien het als onze rol om bij de behandeling van bezwaarschriften zoveel als mogelijk rekening te houden met de menselijke maat. In het jaarverslag van vorig jaar refereerde ik al aan de toegenomen belangstelling voor die menselijke maat in de besluitvorming van de overheid. Dit blijft onverminderd van belang. De commissie kan haar taak alleen naar behoren uitoefenen met een goede ondersteuning van het secretariaat. Gelukkig zijn we als commissie ook in het afgelopen jaar weer zeer tevreden over de geboden ondersteuning. Dit heeft zonder meer bijgedragen aan de kwaliteit van de besluitvorming door de bestuursorganen van de gemeente Brummen. De commissie hoopt dat zij haar adviserende taak, net als in de voorgaande jaren, ook in 2023 weer in goede samenspraak met de (vertegenwoordigers namens de) bestuursorganen kan voortzetten. Ik wens u veel leesplezier met dit jaarverslag. Brummen, 23 april 2023 Namens de commissie voor de bezwaarschriften, de heer mr. R. Oosterhof voorzitter

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 3

Inleiding Voor u ligt het jaarverslag 2022 van de commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Brummen (hierna: de commissie). Het doel van dit jaarverslag is om een beeld te schetsen over de in 2022 ingekomen bezwaarschriften. Er wordt aandacht besteed aan het aantal ontvangen bezwaarschriften, de onderwerpen, de verdeling over de diverse rechtsgebieden en de uitgebrachte adviezen. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel besluiten van de bestuursorganen - gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en de burgemeester - ter discussie zijn gesteld door er bezwaar tegen te maken en hoeveel van die besluiten al dan niet stand hielden in bezwaar. Voor dit verslag is uitgegaan van de stand van zaken per 1 januari 2023. Aan de hand van de beschikbare gegevens in dit verslag trekt de commissie enkele conclusies en geeft zij een aantal aanbevelingen. Zij hoopt dat het jaarverslag daardoor bijdraagt aan de kwaliteit van besluitvorming in de primaire processen.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 4

1. Instelling, samenstelling, taken en werkwijze van de commissie 1.1 Instelling commissie De commissie is ingesteld op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Verordening commissie bezwaarschriften en het besluit tot instelling van de commissie. De samenstelling en de werkwijze van de commissie is uitgewerkt in de verordening. Met uitzondering van bezwaarschriften tegen personele besluiten, besluiten inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken is de commissie bevoegd te adviseren over ieder bezwaarschrift dat tot de gemeentelijke bestuursorganen is gericht. 1.2 Samenstelling De commissie is een onafhankelijke externe adviescommissie, als bedoeld in artikel 7:13 Awb. Om de onafhankelijkheid en deskundigheid te waarborgen, bestaat zij uit bekwame leden, die niet werkzaam en/of woonachtig zijn binnen de gemeente Brummen. De commissie werkt in een wisselende samenstelling bestaande uit een voorzitter en twee leden. De inzet van de commissieleden is mede afhankelijk van de geagendeerde bezwaarschriften en de aard van de besluiten waartegen de bezwaren zijn gericht. De commissie werkte in 2022 in de volgende samenstelling: de heer mr. R. Oosterhof (voorzitter) mevrouw mr. A. Bijlsma mevrouw mr. M.D. Moeke de heer drs. E. Waterval mevrouw mr. G. Paling de heer mr. D.

Pool 1.3 Secretariaat De commissie wordt bij het uitoefenen van haar werkzaamheden ambtelijk ondersteund door een secretariaat, bestaand uit twee vaste secretarissen (mevrouw S. Lampe en mevrouw mr. J. Vovk) en een administratief medewerkster (mevrouw A. Peters-Hoekman). 1.4 Hoorzittingen en vergaderfrequentie De hoorzitting vormt een essentieel onderdeel van de bezwaarschriftenprocedure. Er wordt slechts bij uitzondering afgezien van het horen van een belanghebbende. Er moet dan bijvoorbeeld uit het bezwaarschrift zelf duidelijk blijken dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is en dat er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over deze conclusie. Verder kan het horen ook achterwege blijven indien belanghebbenden hebben verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. Zonder aanwezigheid van de bezwaarmaker kan de commissie in dat geval nog wel de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan horen en bevragen. De commissie houdt in principe om de drie weken op een dinsdagavond haar hoorzitting. Al naar gelang het aanbod van bezwaarschriften kan een extra vergadering worden ingepland of een hoorzitting komen te vervallen.

De hoorzittingen zijn openbaar, tenzij het de behandeling van zaken in het kader van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet/Verordening Jeugdhulp en aanverwante onderwerpen betreft. 1.5 Taken Artikel 7:11 van de Awb verplicht het bestuursorgaan het besluit waartegen het bezwaar is gemaakt, op grondslag van het bezwaar volledig te heroverwegen. De beoordeling in bezwaar mag dus niet beperkt blijven tot toetsing van de rechtmatigheid van het bestreden besluit, maar dient binnen de grenzen van de wet een volledig nieuwe afweging van feiten, omstandigheden en belangen te omvatten. De commissie dient bij haar beoordeling het besluit ook op de grondslag van het bezwaar volledig te beoordelen. Die verplichting tot volledige heroverweging is bedoeld om gebreken in het bestreden besluit te kunnen herstellen. Als de commissie blijk geeft van gebreken – bij de totstandkoming van dat besluit of in bijvoorbeeld de motivering – die volgens de commissie met instandhouding van het besluit nog te herstellen zijn, zal zij daartoe adviseren. In andere gevallen zal de aard van gebleken gebreken in het bestreden besluit zodanig kunnen zijn dat de commissie zal adviseren het besluit te herroepen en (zo nodig) een nieuw besluit te nemen.

De commissie ziet het daarnaast mede als haar taak om: - een bijdrage te leveren aan een goede verhouding tussen burger en bestuursorgaan; - naar de burger te luisteren, zodat hij zich gehoord voelt; - waar nodig uitleg te geven over de relevante wet- en regelgeving; - (ongevraagd) aanbevelingen te doen om de kwaliteit van besluiten te bevorderen. Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 5

1.6 Werkwijze Fase voor de hoorzitting Nadat bezwaarschriften bij de postregistratie worden geregistreerd, komen zij direct terecht bij het secretariaat van de commissie. Hierdoor houdt het secretariaat regie over de afhandeling van de ingediende bezwaarschriften. Het secretariaat brengt de betrokken vakafdeling en eventuele derde-belanghebbenden (bijvoorbeeld een vergunninghouder) van de ontvangst van een bezwaarschrift op de hoogte, stelt namens de voorzitter van de commissie een vergaderdatum van de hoorzitting vast, stelt de agenda op en verzoekt de vakafdeling de op de zaak betrekking hebbende stukken aan te leveren. Regelmatig leidt een bezwaarschrift ertoe dat bezwaarmaker en de vakafdeling, voorafgaand aan een eventueel te plannen hoorzitting, (opnieuw) met elkaar in gesprek gaan. Te denken valt aan situaties waarin een nadere toelichting al voldoende duidelijkheid biedt voor een bezwaarmaker, of de kwestie alsnog in goed overleg kan worden opgelost of dat (gedeeltelijk) aan het bezwaar tegemoet kan worden gekomen. Als niet tot een oplossing wordt gekomen, nodigt het secretariaat - behoudens in uitzonderingsgevallen – bezwaarmaker, eventuele derde belanghebbenden en de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan uit voor een hoorzitting bij de commissie.

De hoorzitting Tijdens de hoorzitting kan de bezwaarmaker het bezwaar nader toelichten, kunnen de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan hun standpunt verdedigen en kunnen er, afhankelijk van de inhoud van de zaak, ook derde-belanghebbenden worden gehoord. De commissieleden stellen daarnaast vragen over de besluitvorming en over de stukken in het procesdossier. De commissie verwacht daarom van de vertegenwoordigers van het bestuursorgaan dat zij hun standpunt in een verweerschrift vastleggen en voorafgaand aan de hoorzitting samen met het procesdossier digitaal aan de commissie toesturen. In de verslagperiode gebeurde dit in alle zaken, wat de commissie op prijs stelt. Aan het begin van de hoorzitting geeft de voorzitter informatie over de taken en de werkwijze van de commissie. Hij legt de procedure uit en informeert dat het verslag van de hoorzitting niet meer schriftelijk wordt uitgebracht, maar dat er een audioverslag wordt gemaakt dat op verzoek kan worden toegestuurd. Alleen indien daartoe aanleiding is, wordt het audioverslag alsnog schriftelijk uitgewerkt. In de verslagperiode is vaker dan in de voorgaande jaren door bezwaarmakers om toezending van het audioverslag gevraagd (4 keer). Eén bezwaarmaker heeft om de schriftelijke uitwerking van het verslag verzocht, omdat hij in overweging nam beroep in te stellen tegen de beslissing op het bezwaar van het college.

Partijen worden op basis van gelijkwaardigheid gehoord en krijgen op die manier de gelegenheid om op uiteenlopende standpunten te reageren. Bij de beslissing op bezwaar moeten nieuwe informatie en gewijzigde omstandigheden steeds worden meegewogen. Hetzelfde geldt uiteraard voor het advies van de commissie. De commissie is afhankelijk van volledige en tijdige informatievoorziening door partijen. Daarom dient het bestuursorgaan in het verweerschrift en tijdens de hoorzitting op nieuwe informatie en gewijzigde omstandigheden in te gaan. De tijdige informatie is nodig, zodat bezwaarmaker(s) en eventuele derde belanghebbenden alle kans krijgen hierop voorafgaand en/of tijdens de hoorzitting adequaat te reageren. Indien een zaak zich er voor leent, stimuleert de commissie partijen om gezamenlijk tot een oplossing te komen. In de praktijk maken bijna alle bezwaarmakers gebruik van de mogelijkheid om te worden gehoord. Advisering Na de hoorzitting beraadslaagt de commissie achter gesloten deuren en neemt zij een standpunt in. Vervolgens stelt de secretaris naar aanleiding hiervan een conceptadvies op. Als alle betrokken commissieleden het eens zijn met dit advies wordt dit uitgebracht aan het bestuursorgaan. Zeer zelden gebeurt het dat een commissielid een minderheidsstandpunt inneemt. Dat wordt eveneens opgenomen in het advies. In de verslagperiode was dat niet aan de orde.

Nadat de commissie haar advies heeft uitgebracht, is het uiteindelijk het bestuursorgaan dat de beslissing op het bezwaarschrift neemt. Het advies van de commissie is hierbij niet bindend. Het bestuursorgaan kan van dit advies afwijken, maar moet de afwijking in de beslissing op bezwaar dan uitgebreid motiveren. Bij toezending van het besluit wordt het advies van de commissie meegezonden aan bezwaarmakers en eventuele derde belanghebbenden. Tegen het besluit kan beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter. Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 6

2. De resultaten van 2022 2.1 Totaal aantal bezwaarschriften In dit jaarverslag zijn niet de bezwaarschriften meegenomen die als onderwerp ‘bezwaarschrift’ hebben, maar inhoudelijk een zienswijze of een klacht betreffen. Hoewel de commissie hier formeel een advies over kan geven, is in de gemeente Brummen afgesproken dat dit soort bezwaarschriften direct naar de vakafdeling gaan of naar de klachtencoördinator worden doorgestuurd. De betreffende vakafdeling betrekt deze als zienswijze bij de besluitvorming. Of de klachtencoördinator handelt de klacht af. Als vooraf niet duidelijk is welke procedure de burger wil volgen, wordt aan hem de keuze voorgelegd. Het aantal ontvangen bezwaarschriften is in 2022 nagenoeg hetzelfde als in 2021. Een vergelijking met voorgaande jaren levert het volgende overzicht op.

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Aantal ingediende bezwaarschriften 49 55 85 72 49 64 47 46 51 49

90 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Sinds 2019 is het aantal ingekomen bezwaarschriften vrijwel constant.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 7

2.2

De bezwaren per onderwerp

In de onderstaande tabel is voor de afgelopen vijf jaar aangegeven, hoeveel van de ingediende bezwaarschriften onder dezelfde regelingen vallen. Hierbij is aansluiting gezocht bij de onderverdeling in de vorige jaarverslagen.

Onderwerp

2018

2019

2020

2021

2022

Participatiewet (Pw) incl. WerkFit-traject

24

22

19

19

19

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

3

3

2

7

4

Minimabeleid

5

4

2

3

3

Jeugdwet (Jw) Subsidie/Algemene Subsidie Verordening Brummen (ASV) Verkeersbesluit/Wegenverkeerswet (WVW) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) (bouw/strijdig gebruik)

1 2

13

Wabo (uitweg) Wabo (kap)

2

Wet ruimtelijke ordening (Wro)/planschade

1

Handhaving Wabo

4

1 2

1

6

3

5

6

3

5

1

1

1

1

1 4

5 1

7

Handhaving Wet milieubeheer (Wm)

6

4

1

1

5

Wet openbaarheid van bestuur (Wob)

4

1

Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)

2

Wet basisregistratie gebouwen (BAG)

1

1

Basisregistratie Personen (BRP)

1

1

1

1

1

Leerlingenvervoer Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

2

1

Paspoortwet/Paspoortuitvoeringsbesluit (Ppw/PUN)

1

Steunmaatregelen ivm Corona ***

2

3

1

46

51

49

Totaal

64

47

2020* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers) continuïteitsbijdrage zorgaanbieders tijdens corona 2021* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers) tonk (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) 2022* in deze: tozo (tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers)

Net als in de voorgaande jaren zijn de meeste bezwaarschriften ook in 2022 ingediend in het kader van de Pw. Dit is verklaarbaar door het grote aantal besluiten dat op dit vlak wordt genomen in verhouding tot de andere rechtsgebieden. Voor het overige heeft de commissie geen opvallende stijgingen of dalingen van bezwaarschriften binnen een bepaald rechts-/vakgebied geconstateerd.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 8

De verdeling van de bezwaarschriften ziet er in 2022 als volgt uit:

2022 1 1 1

1

5

19

5

1

5 3

Pw Minimabeleid ASV Wabo (bouw/strijdig gebruik) Wabo (kap) HH Wabo Wob BAG Leerlingenvervoer Ppw

2.3

Adviezen

2.3.1

Algemeen

3

4

Wmo Jw WVW Wabo (uitweg) Wro/planschade HH Wm Wbp BRP AVG Steunpakket Corona

De adviezen van de commissie kunnen zijn: (kennelijk) niet-ontvankelijk, (kennelijk) ongegrond of gegrond, of een combinatie daarvan. Niet-ontvankelijk wil zeggen dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het indienen van een bezwaarschrift en dat vervolgens niet wordt ingegaan op de inhoud van het bezwaar, bijvoorbeeld omdat het (niet verschoonbaar) te laat is ingediend of omdat de indiener van het bezwaarschrift niet als belanghebbende kan worden aangemerkt. Tot een ongegrondheid van het bezwaarschrift wordt geadviseerd indien het primaire besluit goed tot stand is gekomen. Kleine motiveringsgebreken kunnen in bezwaar worden hersteld en ontbrekende wettelijke bepalingen kunnen worden aangevuld en leiden dus niet per se tot een gegrondheid van het bezwaarschrift. Wanneer de commissie van oordeel is dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard, betekent dit dat het primaire besluit niet in stand kan blijven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het besluit in strijd is met wettelijke bepalingen of beleid. Wanneer een besluit op een ondeugdelijke wijze tot stand is gekomen, kan dit ook leiden tot een gegrondverklaring van het bezwaar. Het is dan niet meer mogelijk om de geconstateerde gebreken in de bezwaarfase te herstellen.

Ook adviseert de commissie over het toekennen van een proceskostenvergoeding als daarom door de (gemachtigde van) bezwaarmaker is gevraagd. De hoogte van de vergoeding is wettelijk bepaald in het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 9

2.3.2

Werkproces commissie 2022 (tot en met uitbrengen advies)

Het commissiewerk werd begin 2022 nog wel (wederom) beïnvloed door (de gevolgen van) het coronavirus. Vanwege stijgende besmettingscijfers en aangescherpte overheidsmaatregelen eind 2021/begin 2022 heeft de commissie haar eerste hoorzitting in januari 2022 geannuleerd, om geen onnodige gezondheidsrisico’s te nemen voor alle betrokken partijen. Alle volgende hoorzittingen konden fysiek plaatsvinden, weliswaar met inachtneming van de algemeen geldende hygiëne- en gezondheidsregels. De commissie heeft vorig jaar tien hoorzittingen gehouden. Hierbij heeft zij twintig bezwaarschriften behandeld, waarvan er drie zijn ingekomen in 2021 en zeventien in 2022. Naar aanleiding van de in 2022 gehouden hoorzittingen heeft de commissie in 2022 vijftien adviezen uitgebracht aan het college, waarbij twee adviezen werden uitgebracht over telkens twee bezwaarschriften die zich beide richtten tegen dezelfde omgevingsvergunning voor de bouw van een woning dan wel de bouw van een appartementengebouw. Daarnaast heeft zij één gecombineerd advies uitgebracht voor twee afzonderlijk bestreden loonkostensubsidies van dezelfde bezwaarmaker. In twee zaken heeft het college de bestreden besluiten alsnog herzien naar aanleiding van de toelichtingen tijdens de hoorzittingen.

Daarnaast heeft de commissie in januari 2022 nog één advies uitgebracht in een bezwaarzaak, waarbij de hoorzitting in december 2021 heeft plaatsgevonden. De onderstaande tabel geeft inzicht in de uitkomsten van de in 2022 behandelde bezwaarschriften.

Onderwerp

INSTROOM bezwaren

UITSTROOM bezwaren/ADVISERING

vooraad commissie per ingekomen 01-01-2022 in 2022

primair besluit bezwaar voorraad advies: advies: advies: herzien n.a.v. ingetrokken commissie advies: advies: gedeeltelijk kennelijk nietniet heroverweging of (bestreden besluit per gegrond ongegrond gegrond ontvankelijk ontvankelijk hoorzitting gehandhaafd) 31-12-2022

Pw incl. WerkFit-traject

6

19

2

Wmo

1

4

3

Minimabeleid Verkeersbesluit/ Wegenverkeerswet (WVW)

1

3

4

3

2

Wro/planschade Wabo (bouw/strijdig gebruik)

1

11

5

1

1 1

5

2

3

1

1

Wabo (kap)

1

5

Handhaving Wabo

4

5

BRP

1

Leerlingenvervoer

1

Steunpakket Corona

1 14

49

1

2

1

Wabo (uitweg)

Totaal

5

1 1 1

1

2

2

3

1

4

9

9

1 1 1 6

8

3

0

3

25

Bijzonderheden De commissie heeft vastgesteld dat over het algemeen de wettelijke grondslag en de motivering goed is vermeld in de primaire besluiten. In besluiten in het kader van re-integratievoorzieningen en bijstandsuitkeringen op grond van de Pw is dit regelmatig niet het geval. Hoewel dit niet meteen tot de gegrondheid van het bezwaar heeft geleid, is dit in strijd met artikel 3:47 dan wel artikel 3:46 van de Awb, en is dit in de beslissing op bezwaar te herstellen. Opmerkelijk is het aantal door het college herziene en ingetrokken besluiten op grond van de Pw, het Minimabeleid en de Wmo in de fase van de heroverweging dan wel naar aanleiding van een hoorzitting, in verhouding tot het aantal ontvangen bezwaarschriften binnen deze rechtsgebieden. Uiteraard is het positief dat het college op die manier gemaakte fouten zelf herstelt; feit is echter dat de oorspronkelijke besluiten om welke reden dan ook onjuist zijn genomen en in bezwaar niet langer in stand konden blijven. Opvallend is ook het aantal gegrondverklaringen van bezwaren in het kader van Wmo-besluiten. Het drietal bezwaren was gericht tegen de toekenning van huishoudelijke ondersteuning dat gebaseerd was op gemeentelijke beleidsregels die niet voldeden aan wettelijke bepalingen, zoals in jurisprudentie is geoordeeld.

De beleidsregels zijn naar aanleiding van de bezwaarzaken op de betreffende punten door het college gewijzigd. Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 10

Voor wat betreft de bezwaren in het kader van handhavingsbesluiten merkt de commissie op dat in drie zaken het oorspronkelijke besluit is herzien op grond van legalisatietrajecten die tijdens de bezwaarfase zijn opgestart. In deze bezwaarzaken waren de bestreden besluiten in principe juist genomen.

2.3.3

Doorlooptijden

2.3.3.1 Beslis- en adviestermijn algemeen Doorlooptijden zijn belangrijk, omdat de Awb wettelijke beslistermijnen voorschrijft. Wanneer een bezwaarschriftencommissie is ingesteld moet het bestuursorgaan binnen 12 weken een beslissing op bezwaar nemen, gerekend vanaf de dag na het verstrijken van de bezwaartermijn (artikel 7:10, eerste lid, van de Awb). Omdat deze termijn in het algemeen met een externe bezwarencommissie niet haalbaar is, wordt in Brummen in nagenoeg alle gevallen de beslistermijn op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb verdaagd met zes weken. Dit gebeurt doorgaans bij de bevestiging van de ontvangst van het bezwaarschrift. Dit betekent dat binnen 18 weken op een bezwaarschrift moet worden beslist. Verder uitstel is alleen mogelijk voor zover de bezwaarmaker daarmee instemt en eventuele andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad. Dit uitstel kan nuttig zijn indien partijen de mogelijkheid onderzoeken om alsnog tot een oplossing te komen. Volgens vaste jurisprudentie zijn de genoemde termijnen, termijnen van orde. Dat betekent dat het bestuursorgaan ook na afloop van de termijn nog rechtsgeldig op een bezwaarschrift beslist.

Op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen verbeurt het bestuursorgaan bij het uitblijven van een tijdige beslissing – na een schriftelijke ingebrekestelling door een belanghebbende – een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is een beslissing te nemen. Deze dwangsom kan oplopen tot maximaal € 1.442. In de verslagperiode was dit niet aan de orde. Er zijn geen dwangsommen verbeurd voor het niet tijdig beslissen op een bezwaar. Voor het bestuursorgaan is het dan ook van groot belang om tijdig te beslissen op een bezwaarschrift. Hoewel de zorg voor een tijdige beslissing op een bezwaar primair bij het bestuursorgaan berust, telt de behandeltermijn bij de commissie hierbij echter wel mee. Het halen van de beslistermijnen is hiermee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de commissie. De commissie zet zich daarom in om de behandelduur van bezwaarschriften zo kort mogelijk te houden. Dit is een voortdurend punt van aandacht door de jaren heen en dus ook voor het jaar 2022.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 11

2.3.3.2 Overzicht doorlooptijden 2022

Uit het vorenstaande diagram is te concluderen dat van de in 2022 te behandelen bezwaarschriften 62% binnen de wettelijke termijnen zijn afgehandeld. Let op: Dit percentage is feitelijk nog iets hoger. Van de bezwaarschriften die op 31 december 2022 in de werkvoorraad van de commissie waren, zal een deel in 2023 ook binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld.

Hieronder volgt voor de afgelopen vier jaar een vergelijking van de bezwaarschriften die binnen de wettelijke termijn zijn behandeld.

Percentage behandelde bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn 80 70 60 50 40 30 20 10 0 2019

2020

2021

2022

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 12

Doorlooptijd tussen ontvangst bezwaarschrift en hoorzitting In 2022 duurde het gemiddeld negen weken voordat een bezwaarschrift op een hoorzitting van de commissie werd behandeld. Dit is gelijk met 2021, drie weken korter ten opzichte van 2020 en drie weken langer ten opzichte van 2019 en 2018 waarin de gemiddelde doorlooptijd tussen ontvangst van een bezwaarschrift tot de hoorzitting telkens rond de zes weken lag. Doorlooptijd tussen hoorzitting en uitbrengen advies commissie De gemiddelde doorlooptijd, waarbinnen de commissie een advies heeft uitgebracht, was in 2022 ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande jaren. Gemiddeld brengt de commissie binnen drie weken na de hoorzitting haar advies uit aan het college. Doorlooptijd tussen uitbrengen advies commissie en beslissing op bezwaar Het college heeft in 2022 gemiddeld binnen zes weken na het uitbrengen van het advies door de commissie een beslissing op bezwaar genomen. Dit is langer vergeleken met de voorgaande jaren: 2021 (vijf weken), 2020 (vier weken), 2019 (drie weken) en 2018 (drie weken). 2.3.4 Beslissing op bezwaar en beroep De commissie ontvangt graag informatie over de beslissingen op bezwaar en eventuele uitspraken van rechters in (hoger) beroep. Op deze manier houdt zij het overzicht hoe er wordt omgegaan met haar adviezen. In de verslagperiode vond deze terugkoppeling naar de commissie niet altijd plaats.

Zij vraagt het college daarom om aandacht hiervoor. Voor zover bekend, heeft het college in 2022 de adviezen van de commissie in alle zaken overgenomen. De verantwoordelijkheid van de commissie houdt op na het uitbrengen van het advies. Toch vindt zij het van belang om te kijken naar het aantal gerechtelijke procedures, dat wordt ingesteld tegen de beslissing op bezwaar en de uitspraken van de rechter met betrekking tot deze zaken. Onder andere om hier zelf van te leren. In de verslagperiode heeft de rechtbank Gelderland in vier zaken uitspraak gedaan, waarin de commissie in 2020 advies heeft uitgebracht. In twee handhavingszaken gericht tegen illegale bewoning van een pand heeft de rechtbank de eigenaar en de huurder in het gelijk gesteld, de bestreden besluiten vernietigd en het college opgedragen nieuwe beslissingen op de bezwaren te nemen. In onderling overleg tussen partijen loopt hier inmiddels een legalisatietraject. In een sociale zaak is het beroep gegrond verklaard, is het bestreden besluit vernietigd en heeft de rechter zelf in de zaak voorzien. In deze drie zaken is het college door de rechter veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. In de vierde zaak, een beroepschrift in het kader van de Paspoortwet, is het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is hoger beroep aangetekend.

Voor het overige lopen bij de rechtbank Gelderland nog vier beroepzaken, waarin de commissie in 2019, 2021 en 2022 heeft geadviseerd. De uitspraken hiervan worden in 2023 verwacht.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 13

3. Conclusies en aanbevelingen Niet alleen met haar adviezen over de aangevoerde bezwaargronden, maar ook met het geven van conclusies en aanbevelingen hoopt de commissie bij te dragen aan de verhoging van de kwaliteit van het “eindproduct”, de beslissing op bezwaar. Namelijk zowel juridisch juist, zorgvuldig tot stand gekomen en dienstverlenend naar de bezwaarmakers toe. Daarnaast zullen de aanbevelingen helpen om de kwaliteit van (de voorbereiding van) toekomstige besluiten te verbeteren. Samenvatting van conclusies en aanbevelingen: 1. De commissie hecht waarde aan een goede ambtelijke vertegenwoordiging en stelt vast dat dat doorgaans goed functioneert, zowel in de voorbereidende fase als ter hoorzitting. De ambtelijke vertegenwoordigers zijn nagenoeg altijd goed voorbereid, ter zake kundig en voelen zich betrokken bij de bezwarenprocedure. De commissie ontvangt voorafgaand aan de hoorzitting het procesdossier en een schriftelijke toelichting op het bestreden besluit en een reactie op de naar voren gebrachte bezwaren. 2. De aan de commissie beschikbaar gestelde procesdossiers zijn tijdig, compleet, meestal op chronologische volgorde en voorzien van een inventarisatielijst aangeleverd.

In deze context wijst de commissie in het kader van de AVG er nogmaals op dat de overhandigde dossiers alleen informatie mogen bevatten die de commissie voor de behandeling van de bezwaarschriften ook daadwerkelijk nodig heeft. Telefoonnummers, e-mailadressen etc. van privépersonen dienen te worden geanonimiseerd. 3. De kwaliteit van de primaire besluitvorming is over het algemeen goed. De commissie ziet positieve ontwikkelingen voor wat betreft het benoemen van de wettelijke grondslag in de primaire besluiten. Niettemin adviseert de commissie vooral in het kader van Pw-besluiten nog geregeld om de (correcte) wettelijke grondslag aan te vullen en vraagt hier nogmaals aandacht voor. 4. Ook herhaalt de commissie nog maar eens dat een goede, deugdelijke motivering van besluiten van groot belang is. Daarbij bedoelt zij zowel een zorgvuldige voorbereiding van besluiten waarbij tot de vaststelling van alle relevante feiten moet worden gekomen als op een voor belanghebbende kenbare motivering die het besluit kan dragen. Ook acht zij uitleg voorafgaand aan een - met name belastend/afwijzend - besluit essentieel. Als aan de voorkant door of namens het bestuursorgaan richting de aanvrager of (een) derde-belanghebbende(n) duidelijk(er) wordt gecommuniceerd, geïnformeerd en beargumenteerd hoe en waarom tot een besluit is gekomen, kan in sommige gevallen bezwaar worden voorkomen. 5.

Het halen van de beslistermijnen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het betreffende bestuursorgaan en de commissie. De commissie zet zich in om de behandelduur van bezwaarschriften zo kort mogelijk te houden. Zij vraagt ook het bestuursorgaan om aandacht voor de beslistermijnen en indien deze niet gehaald worden om deze tijdig aan te houden/te verdagen. Soms moeten bezwaarmakers nog lang wachten op een beslissing op hun bezwaar, terwijl het advies van de commissie al is uitgebracht. De commissie heeft vastgesteld dat de (gemiddelde) periode tussen het uitbrengen van het advies en het nemen van een beslissing op het bezwaar de afgelopen jaren gestaag oploopt. Voor bezwaarmakers is het echter van belang om snel duidelijkheid te krijgen. Tijdige besluitvorming draagt bovendien bij aan de indruk van burgers dat hun bezwaar serieus wordt genomen. De commissie vraagt het bestuursorgaan hier alert op te zijn. 6. In het laatste jaarverslag heeft de commissie het college naar aanleiding van een aantal bezwaarschriften met betrekking tot het toekennen van huishoudelijke hulp geadviseerd om de betreffende beleidsregels tegen het licht te houden. Anders dan vroeger werd in de beleidsregels bij de beoordeling uitgegaan van landelijk geaccepteerde richtlijnen voor een schoon en leefbaar huis (Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning).

Echter, het college is bij de vertaling naar de beleidsregels op sommige punten dusdanig van het landelijke normenkader afgeweken dat de beleidsregels naar mening van de commissie op dit punt geen stand konden houden. Ook in 2022 heeft het college bezwaarschriften ontvangen die gericht waren tegen de toekenning van de huishoudelijke hulp, waarbij de commissie het college wederom heeft geadviseerd om de beleidsregels in overeenstemming te brengen met het landelijke normenkader conform jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Dit heeft het college gedaan en de gewijzigde beleidsregels zijn op 19 juli 2022 in werking getreden. 7. Het komt regelmatig voor dat bezwaarschriften per e-mail en niet per post worden ingediend. In de gemeente Brummen is het digitaal indienen van bezwaarschriften formeel nog niet mogelijk. Bij het indienen van bezwaarschriften per e-mail worden bezwaarmakers daarom in de gelegenheid gesteld om hun bezwaarschrift ook per post te sturen om te voldoen aan het vereiste van ondertekening, zoals Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 14

in artikel 6:5, eerste lid, van de Awb is bepaald. De commissie stelt voor om te overwegen dat bezwaarschriften digitaal met DigiD ingediend kunnen worden. De DigiD vervangt als ware dan de zogenaamde “natte handtekening”, dat als bewijs dient dat het bezwaar werkelijk door of namens de indiener is opgesteld.

Jaarverslag commissie bezwaarschriften 2022 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12792208/1