C5 - B&W - Raadsinformatiebrief Uitkomsten onderzoek uitvoerbaarheid initiatiefvoorstel D475076
Tekst van het document
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 13 januari 2026 : Z104682/D474919 : : Uitkomsten onderzoek uitvoerbaarheid initiatiefvoorstel ‘Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC’
Geachte leden van de gemeenteraad, In onze brief van 2 december 2025 (Z104682/D472833) hebben wij u het proces geschetst van ons onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het initiatiefvoorstel ‘Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC’ (D469631). Zoals aangegeven hebben wij de betrokken partijen (COA, Provincie, Ministerie, provinciale en subregionale Regietafels) geraadpleegd en advies gevraagd met betrekking tot potentiële locaties. Ook hebben we juridisch advies ingewonnen. In deze brief geven wij u onze bevindingen. a. Haalbaarheid businesscase COA voor 119 asielopvangplekken voor 5 jaar Wij vroegen COA naar de haalbaarheid van een locatie van genoemde omvang en duur. In hun brief van 19 december 20251 antwoordden zijn onder meer: - Een dergelijke locatie wordt op de Michaelshoeve niet haalbaar geacht - Op een door de gemeente beschikbaar gesteld kavel evenmin, mede in verband met de kosten voor bouwrijp maken en aanvullende onderzoeken - Voor een locatie van een dergelijke omvang is minimaal een exploitatietermijn van 10 à 15 jaar vereist - Een opvanglocatie van 119 plekken valt voor COA binnen het concept van KSO (Kleinschalige Opvang). Begeleiding en voorzieningen zijn binnen de kaders van KSO minimaal. Vanuit COA zal enkel sprake zijn van beveiliging en ambulante begeleiding die 1 à 2 keer per week langskomt.
Uit eigen ervaring met de opvang van Oekraïense ontheemden en de begeleiding van statushouders weten wij dat dit onvoldoende is. Verder zijn de bewoners aangewezen op voorzieningen zoals huisartsenzorg op een COA-hoofdlocatie elders, hetgeen zorgt voor veel reisbewegingen en druk op het openbaar vervoer. Onderwijs 1
D474892 Beantwoording COA dd 19/12 Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z104682/D474919
-
Blz. 2 van 6
en taallessen moeten door de gemeente zelf worden georganiseerd. Huisartsen in onze gemeente spreken de zorg uit dat bewoners in verband met reistijden toch een beroep gaan doen op lokale huisartsen. In Gelderland is tot nu toe geen ervaring met KSO. Enkele gemeenten, zoals Ede en Nijkerk, hebben wel ervaring met kleinschalige DGO (Duurzame Gemeentelijke Opvang). Deze gemeenten beschikken echter over aanzienlijk meer personele capaciteit en kennen een veel grotere begroting dan Brummen, waardoor extra inzet daar eenvoudiger kan worden opgevangen.
b. Gevolgen voor financieel toezicht In antwoord op eerdere vragen vanuit uw raad naar de haalbaarheid van kleinschalige opvang voor onze gemeente, gaven wij aan dat wij verwachten dat de realisatie en exploitatie hiervan (afhankelijk van het type huisvestiging en de mate van begeleiding/beveiliging) eenmalig circa €1.000.000 en structureel ongeveer €300.000 per jaar kost. Over 5 jaar betekent dit een kostenpost van in totaal €2,5 miljoen euro, dat nog niet in de programmabegroting 2026-2029 is verwerkt. De provincie geeft aan dat dit vooralsnog geen gevolgen heeft voor het financieel toezicht in 20262. De financiële consequenties moeten echter wél volledig en sluitend worden verwerkt in de komende begrotingen. Dit betekent dat er voor deze lasten ofwel bezuinigingen ofwel inkomstenverhogingen moeten worden getroffen. Voor deze dekking is op dit moment nog geen oplossing gevonden. Daarbij zullen we rekening moeten houden met de reguliere eisen ten aanzien van onze begroting en de aanvullende eisen die na besluitvorming tot herindeling door de gemeenteraad worden gesteld aan het toezicht inzake de Wet Algemene regels herindeling. c. Taakstelling Op 11 december jl. ontvingen wij van het ministerie van Asiel en Migratie het besluit op bezwaar tegen het Verdeelbesluit van 20 december 2024. Deze is met de raadsinformatiebrief dd. 16 december 20253 met u gedeeld.
In deze brief bleken enkele gemeenten per abuis weggevallen uit een overzicht. Op 12 december ontvingen wij daarom een herziene brief van het ministerie; deze heeft onze raadsinformatiebrief gekruist en u treft deze alsnog als bijlage aan 4. Voor onze gemeente heeft dit geen gevolgen. In haar brief van 11 december jl. komt de minister tegemoet aan het door onze gemeente ingediende bezwaar. Hiermee komt de taakstelling voor de Gemeente Brummen op 350 plekken. Hoewel tegen dit besluit op bezwaar van de minister formeel nog de mogelijkheid van beroep openstaat, achten wij het onder de huidige omstandigheden niet passend om dat in te stellen. Het bezwaar is immers door onszelf ingediend en de minister heeft hieraan gehoor gegeven — onder meer door op ons nadrukkelijke verzoek het door ons voorgestelde aantal opvangplekken uit het provinciaal plan van aanpak over te nemen. Een beroepsprocedure die vervolgens ingaat tegen de kern van ons eerdere bezwaar zou daarom niet geloofwaardig, niet wenselijk en bovendien weinig kansrijk zijn. Dergelijke beroepsprocedures duren lang en hebben gedurende die looptijd geen opschortende werking voor het besluit op bezwaar. Het aanvragen van een
D474891 Mail Provincie Gelderland inzake financieel toezicht D473574 raadsinformatiebrief inz besluit op bezwaar 4 D474898 herziene brief inzake besluit AenM 2 3
Z104682/D474919
Blz. 3 van 6
voorlopige voorziening heeft geen zin omdat het geen spoedeisende kwestie betreft en het beroep geen kans van slagen heeft. Omdat wij deze redenering zowel inhoudelijk als bestuurlijk van belang vinden, hebben wij juridisch bureau Dirkzwager gevraagd om te adviseren over de mogelijkheden om beroep in te stellen. Hun advies is als bijlage toegevoegd5 en onderschrijft het standpunt van het college. d. Bestuurlijke afspraken in regio In zijn brief van 16 december 20256 geeft de voorzitter van de subregionale Regietafel Stedendriehoek aan dat de ontstane situatie in Brummen ertoe leidt dat wij niet aan onze structurele verplichtingen en toezeggingen voldoen. Zonder een concrete bestuursovereenkomst die uitzicht biedt op een bijdrage van de gemeente Brummen aan het asielvraagstuk, maken wij ons kwetsbaar voor een aanwijzing voor het realiseren van noodopvang. Uit een recent schrijven van het COA7, blijkt dat zo’n behoefte aan extra noodopvangplekken actueel is. Ook attendeert de voorzitter van de subregionale Regietafel Stedendriehoek ons op het wegvallen van de mogelijkheid om uit te ruilen en het feit dat wij nog 12 opvangplekken voor Oekraïense ontheemden tekortkomen.
De Commissaris van de Koning, in zijn rol als voorzitter van de regionale Regietafel Gelderland, geeft in zijn brief van 18 december 20258 aan dat het gewijzigde standpunt van de raad geen invloed heeft op de bestaande bestuurlijke afspraken binnen de regio en op de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Spreidingswet. Daarnaast biedt de Beslissing op Bezwaar van de minister helderheid over de taakstelling die aan onze gemeente is opgelegd. Binnen het Provinciaal Regietafeloverleg is bovendien een expliciete toezegging gedaan over de bijdrage die onze gemeente levert. Daarmee is duidelijk wat er van ons wordt verwacht en welke realisatie noodzakelijk is. Het niet nakomen van deze afspraken kan gevolgen hebben voor de gehele provincie en kan ertoe leiden dat onze gemeente en andere gemeenten op een later moment een nog zwaardere inspanning moeten leveren. e. Locaties Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat er binnen de gemeente geen alternatieve locaties beschikbaar zijn. Toch hebben we enkele eerdergenoemde locaties opnieuw getoetst aan de criteria die wij u al noemden in onze raadsbrief van 2 december 2025: omdat de taakstelling in het verdeelbesluit uitgaat van realisatie uiterlijk per 1 januari 2027, is tijdige beschikbaarheid van locatie cruciaal; daarom wordt de zoektocht naar geschikte locaties primair gericht op percelen die reeds eigendom zijn van de gemeente.
Daarnaast zijn zaken als infrastructuur, bestaande of geplande bestemming en perceelgrootte van belang. Pastorietuin Deze locatie is in eigendom van de gemeente en gelegen in de kern Brummen. Op deze locatie liggen enkele uitleggers van het rioolstelsel, maar nog geen nutsvoorzieningen. De locatie is echter maar 5000 m2 groot en daarmee alleen al onvoldoende groot om 119 opvangplekken te D474944 Juridisch advies Dirkzwager inzake beroep D474899 Reactie voorzitter PRT Stedendriehoek 7 D474896 brief COA stand van zaken opvang 8 D474974 reactie cvdK 5 6
Z104682/D474919
Blz. 4 van 6
realiseren, laat staan voor de uitbreiding naar 350 opvangplekken. Daarnaast is op deze locatie woningbouw gepland voor de ouderen doelgroep, door middel van een knarrenhof. Ook heeft deze locatie op dit moment nog een groenbestemming, met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde. Conclusie: deze locatie is ongeschikt voor de opvang van 119 asielzoekers. Michaelshoeve in gezamenlijke ontwikkeling met Veluwonen en COA In de raadsvergadering van 20 november is geopperd om de Michaelshoeve gezamenlijk te laten ontwikkelen door Veluwonen en het COA, met sociale huur op een deel van het terrein en een azc op het andere. Het azc gedeelte zal na gebruik door het COA worden doorverkocht aan Veluwonen. Dit stuit op wezenlijke bezwaren. De Michaelshoeve en het omliggende landgoed vormen één onlosmakelijk geheel, zoals bevestigd in de landgoedvisie van 2013, en kunnen niet worden opgesplitst. Door (een deel van) het landgoed om te vormen naar woningen, maakt eveneens dat een nieuwe woonenclave ontstaat buiten de bestaande kern(en). Ons beleid staat dergelijke ontwikkelingen niet toe. Daarnaast onderzoekt de gemeente waardevolle, nog onbeschermde panden. Hoewel de inventarisatie zich normaal richt op gebouwen van vóór 1965, zijn de bijzondere antroposofische panden op de Michaelshoeve vanwege hun unieke karakter toch meegenomen.
Ze hebben zowel lokale als nationale cultuurhistorische erfgoedwaarde. Voor deze panden wordt een ‘beeldbepalend’-status voorbereid, wat betekent dat toekomstige wijzigingen vergunningplichtig worden. Om deze redenen – naast andere overwegingen – is de locatie in de omgevingsvisie niet aangewezen voor woningbouw. Het voorstel vereist een bestemmingswijziging die strijdig is met jarenlang zorgvuldig ontwikkeld beleid waarbij de doorlooptijd van een dergelijke wijziging meer tijd kost dan we hebben voor de realisatie. Dit laat onverlet dat zowel Veluwonen als het COA het met elkaar eens moeten worden over deze ontwikkeling. Conclusie: de Michaelshoeve is ongeschikt voor de opvang van 119 asielzoekers in combinatie met ontwikkeling door de woningcorporatie. Burgersterrein Deze locatie is eveneens in eigendom van de gemeente, gelegen in de kern Eerbeek. Met een goede 4 ha is deze locatie groot genoeg om 119 opvangplekken te realiseren en uit te kunnen breiden naar 350 opvangplekken. Op deze locatie ligt nog geen infrastructuur, waaronder rioolen nutsvoorzieningen. Het Burgersterrein betreft een project voor woningbouw (ca 100 woningen, met name sociaal, waarmee doorstroming in Eerbeek wordt gerealiseerd) en een deel industrie. Gezien de netcongestie is op deze locatie ook niet te verwachten dat spoedig elektra aangelegd kan worden. Ook speelt hier de stikstofproblematiek.
Niet tijdens de bouwfase, maar in de gebruiksfase is de stikstofuitstoot (in mol) te hoog. Het hier geplande project heeft een groot participatietraject doorlopen, zowel met inwoners als de industriekern en is met de instemming van deze partijen tot stand gekomen. Het nu wijzigen van het plan kan de verwachtingen van deze partijen en het vertrouwen in het gemeentelijke bestuur ondermijnen. Conclusie: deze locatie is ongeschikt voor de opvang van 119 asielzoekers. WVG-locatie De Lei II Deze locatie is niet in eigendom van de gemeente. Daarmee voldoet de locatie al niet aan het criterium van beschikbaarheid. Met de eigenaar zijn we in overleg om tot overeenstemming te
Z104682/D474919
Blz. 5 van 6
komen, maar dit is nog zeer precair. De locatie zal dan zeker niet tijdig in bezit zijn om tot ontwikkeling te komen. Ook ligt op deze locatie nog geen (ondergrondse) infrastructuur, en is zeker de verwachting dat het aanleggen van dergelijke infrastructuur niet wordt gerealiseerd voor de geplande ingebruikname van een locatie voor asielopvang. De locatie zal, bij het in eigendom komen van de gemeente, wel groot genoeg zijn om 119 asielopvangplekken te realiseren en uit te breiden naar 350. Ook deze locatie staat in de planning op de langere termijn om woningbouw te realiseren. Conclusie: deze locatie is ongeschikt voor de opvang van 119 asielzoekers. Elzenbos III Uit quickscan naar de locatie Elzenbos III blijkt dat er daar in beginsel voldoende ruimte te maken is voor een AZC-locatie voor 119 bewoners. Afhankelijk van de plaatsing binnen het plangebied leidt dit tot meer of minder technische, ruimtelijke en financiële knelpunten. Ook gaat de ontwikkeling van asielopvang op de Elzenbos ten koste van onze woningbouwambities. Conclusie: deze locatie is ongewenst/ongeschikt voor de opvang van 119 asielzoekers. In algemene zin merken wij op dat COA heeft aangegeven dat een sluitende businesscase voor slechts 119 bewoners gedurende vijf jaar niet realistisch is.
Conclusies Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, de adviezen van COA, Provincie en Rijk, en de bestuurlijke afspraken binnen de regio moeten wij constateren dat kleinschalige opvang voor 119 bewoners gedurende vijf jaar met eventuele verlenging in onze gemeente niet uitvoerbaar is. De benodigde voorzieningen en exploitatievoorwaarden blijken niet haalbaar, de financiële gevolgen zijn substantieel en niet gedekt, en er is geen geschikte locatie beschikbaar die binnen redelijke termijn kan worden gerealiseerd. Tegelijkertijd ligt er een helder besluit van de minister en een expliciete toezegging binnen het Provinciaal Regietafeloverleg over onze taakstelling van 350 opvangplekken. Het college is niet voornemens beroep in te stellen tegen een besluit dat op ons eigen verzoek tot stand is gekomen. Een beroepsprocedure zou, naast een zeer geringe kans van slagen, bestuurlijk niet passend zijn en afbreuk doen aan onze betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Bovendien heeft een beroepsprocedure geen opschortende werking. Vervolg Wij staan voor de opgave om, binnen de geldende wettelijke en bestuurlijke kaders, te komen tot een realistische en uitvoerbare invulling van onze taakstelling van 350 asielzoekers. Daarbij constateren wij dat de politieke wens van de initiatiefnemers en de juridische realiteit niet verenigbaar zijn.
U beschouwt het initiatiefvoorstel als kaderstellend voor het college. Wij hebben dit juridisch laten toetsen, en daaruit blijkt dat deze veronderstelling geen grondslag heeft. De gemeente Brummen – en daarmee het college en de gemeenteraad – is gehouden uitvoering te geven aan de vastgestelde taakstelling van 350. Er is binnen deze wettelijke verplichting geen ruimte om voor andere aantallen te kiezen. Wij constateren dat er een locatie beschikbaar is die door het COA als geschikt wordt beoordeeld, geen beslag legt op gronden met een woningbouwbestemming, bijdraagt aan het herstel van het monumentale gebouw en ruimte biedt voor de realisatie van een kwalitatief goed gefaciliteerd azc. Zoals eerder aangegeven was er sprake van een deadline op 15 oktober 2025 om overeenstemming te bereiken tussen COA en de eigenaar van de Michaelshoeve. Deze deadline is verstreken. Het COA heeft aangegeven de gesprekken met de eigenaar te hervatten op het moment dat er een getekende bestuursovereenkomst is tussen het COA en de gemeente Brummen. Om het COA in de
Z104682/D474919
Blz. 6 van 6
gelegenheid te stellen deze onderhandelingen te vervolgen, is het college voornemens de bestuursovereenkomst uiterlijk op 28 februari te ondertekenen. Daarmee beogen wij te voorkomen dat wij wel een taakstelling hebben, maar geen locatie om hier op een verantwoorde wijze invulling aan te geven. De raad is op 18 september 2025 in de gelegenheid gesteld om wensen en bedenkingen bij deze bestuursovereenkomst kenbaar te maken. Van enkele fracties hebben wij deze ontvangen. Om alle partijen de mogelijkheid te bieden alsnog hun wensen en bedenkingen te delen, willen wij uw raad de gelegenheid geven om de besluitvorming met betrekking tot wensen en bedenkingen af te ronden. De input die hieruit volgt wordt meegewogen bij de definitieve afstemming met het COA. Indien u dit wenst te doen, dan is uw besluitvormende vergadering van februari een logisch moment; hierover zal uw agendacommissie een besluit moeten nemen. Tot slot De discussie over dit onderwerp heeft geleid tot verdeeldheid binnen de raad en onder een deel van de inwoners. Tegelijkertijd is onze wettelijke verplichting helder. Als gemeente kunnen wij deze verantwoordelijkheid niet naast ons neerleggen; wij moeten hier op een zorgvuldige en uitvoerbare manier invulling aan geven.
Met de Michaelshoeve, onderbouwd door het voorliggende concept-bestuursovereenkomst, geven wij hier op een verantwoorde wijze invulling aan en creëren we de voorwaarden voor kwalitatief goede opvang. Door als gemeente langdurig en ruimhartig opvang te bieden, zijn wij ervan overtuigd dat we voorkomen dat deze intensieve discussie – en de polarisatie die daarbij is ontstaan – over enkele jaren opnieuw moet worden gevoerd. Ons streven is dat de opvang op termijn als gewenst en vanzelfsprekend wordt ervaren. Dat vraagt tijd en gewenning, en het vraagt van iedereen een inspanning. Als gemeente zullen wij dit proces zo goed mogelijk begeleiden en ondersteunen. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlagen: D474892 D474891 D473574 D474898 D474944 D474899 D474896 D474974
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
Beantwoording COA Mail Provincie Gelderland inzake financieel toezicht Raadsinformatiebrief inz besluit op bezwaar Herziene brief inzake besluit AenM Juridisch advies Dirkzwager inzake beroep Reactie voorzitter PRT Stedendriehoek Brief COA stand van zaken opvang Reactie cvdK
Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)
Gemeente Brummen College van B&W De heer G.J.M. van Rumund Postbus 5 6970 AA Brummen
Vastgoed & Facilitair Rijnstraat 8 2515 XP DEN HAAG telefoon 088-7157000 postadres postbus 30203 2500 GE DEN HAAG
bestuurssecretariaat@brummen.nl
datum onderwerp ons kenmerk uw brief
19 december 2025 Vragen Asielopvang CDR-1316029 Z104682/D472839
inlichtingen bij telefoon e-mail
Rolf J.M. Wolbers 088-7157000 rolfwolbers@coa.nl
Geachte heer Van Rumund, Met referte aan uw brief van 5 december jl. wil ik graag de door u gestelde vragen beantwoorden. Ik zal hiertoe uw vragen herhalen en daaronder de antwoorden weergeven. Voordat ik dat ga doen, wil ik nogmaals van de gelegenheid gebruik maken om te benadrukken dat de asielopvang in Nederland nog steeds onder zware druk staat. Het is een grote uitdaging om al onze bewoners op een veilige en verantwoorde manier op te vangen op voldoende locaties. De situatie is dat er in deze periode helaas veel (nood)opvanglocaties moeten sluiten en dat de uitstroom van statushouders een forse achterstand kent. Dit geeft nog eens een extra grote druk op de asielopvang boven op de reguliere instroom. Dit betekent dat het COA blij is met uw inzet en verantwoordelijkheidsgevoel ten aanzien van onze doelgroep. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken hoe belangrijk de uitvoering van de Spreidingswet is voor een stabiel en toekomstbestendig opvanglandschap in Nederland. Uw eerdere voornemen om een langjarige samenwerking met het COA aan te gaan voor een locatie voor 30 jaar op het landgoed Michaelshoeve voor 350 asielzoekers is daarin nog steeds onze uitdrukkelijke wens. Des te meer nu de Minister van A&M onlangs het nieuwe verdeelbesluit heeft getekend, naar aanleiding van uw eerdere bezwaarschrift.
De nieuwe beschikking spreekt u als gemeente aan op het te realiseren aantal van 350 opvangplekken. Deze voor u vastgestelde wettelijke opgave kan voor ons niet anders dan het uitgangspunt zijn van onze gesprekken.
Correspondentie uitsluitend aan het postadres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief
Neemt niet weg dat ik de rol en mening van uw gemeenteraad respecteer en tegen dat licht ook uw vragen zal beantwoorden. Hieronder vindt u onze antwoorden op de door u aan ons gestelde vragen: 1.
Welke mogelijkheden ziet u om een dergelijke opvang te realiseren op de Michaelshoeve? Wij zien op deze locatie geringe kansen om aan het aangenomen raadsvoorstel tegemoet te komen. In het kader van het vertrekpunt van maximaal 5 jaar vervalt de optie tot koop van dit landgoed. Om een dergelijk landgoed ter verwerven is het – mede gezien de benodigde investeringen – een vereiste voor ons, om minimaal een 30 jaar exploitatietermijn te hebben. Dit betekent dus dat u, ons de facto vraagt, om in gesprek met de huidige eigenaar te komen tot een huurrelatie. Los van het feit dat wij allerlei andere eisen stellen aan de eigenaren van vastgoed van wie wij huren, werkt het zeer prijsopdrijvend. De verwachting is dat het COA geen (marktconform) aanbod krijgt dat past binnen de financiële kaders en recht doet aan onze inzet van publiek geld.
2.
Is het COA bereid te onderzoeken of er een verantwoorde businesscase kan worden opgesteld voor het realiseren van een nieuw te bouwen azc voor 119 personen op een door de gemeente beschikbaar gestelde kavel? Het COA is te allen tijde bereid om haar medewerking te verlenen aan de wens van een gemeente om te bezien of een locatie rendabel gerealiseerd en geëxploiteerd kan worden. Uit de kengetallen die wij momenteel beschikbaar hebben en de referentieprojecten die wij in Nederland de afgelopen jaren verzameld hebben, blijkt echter duidelijk dat een positieve businesscase in dit geval niet reëel is. En dus, dat de kosten en de opbrengsten niet in evenwicht zijn gedurende de periode van exploitatie. Daarnaast speelt dat voor het bouwrijp maken van een dergelijke kavel wij natuurlijk afhankelijk zijn van de volgende zaken: flora en faunaonderzoeken; stikstofdepositie; vergunningsverlening op basis van ‘maatschappelijk gebruik’; omwonenden/inspraak en participatie met inwoners van Brummen; voldoende capaciteit op het elektriciteitsnetwerk (gezien de huidige situatie rondom netcongestie in Gelderland en de rest van Nederland).
-
3. 3.1.
Kan het COA momenteel een inschatting maken van: De haalbaarheid van deze businesscase wanneer gekozen wordt voor 119 bewoners en een periode van 5 jaar; Die is nihil op een onbebouwde kavel. 2/4
3.2.
Indien dit niet mogelijk blijkt voor 5 jaar, of er een alternatieve periode denkbaar is waarin een dergelijke businesscase verantwoord kan worden gerealiseerd. Deze exploitatietermijn moet dan minimaal 10 á 15 jaar zijn. En dan is dit toch ook nog afhankelijk van de situatie ter plekke. Zie hiervoor ook de beantwoording van vraag 2.
3.3.
Kan het COA een beeld schetsen van de kwalitatieve voorzieningen die op een dergelijke locatie geboden zouden worden? Denk aan zorg, onderwijs, dagbesteding, fysieke faciliteiten enzovoort. Een opvanglocatie van 119 opvangplekken valt binnen COA onder het concept Kleinschalige opvang (KSO). Dit betekent dat hier mensen worden opgevangen die al enige tijd in Nederland wonen en gewend zijn om zelfstandig te wonen. Er is beveiliging 24/7. De opvang en begeleiding zal zich beperken tot een ambulant team dat 1 á 2 keer per week voor een bepaalde periode overdag langskomt om met de bewoners in gesprek te gaan. Er zijn verder geen faciliteiten ter plaatse aanwezig, dus zal gebruikt gemaakt moeten worden van faciliteiten in de omgeving (zie volgend antwoord).
3.4.
Kan het COA tevens aangeven welke voorzieningen op een dergelijke locatie niet beschikbaar zouden zijn? En welke door de gemeente zouden moeten worden gerealiseerd? Er is geen GZA (huisartszorg) op locatie aanwezig zijn. Verder zijn er geen leslokalen aanwezig voor onderwijs en taallessen. Deze twee laatste aspecten zullen door de gemeente Brummen zelf georganiseerd moeten worden. Er is weinig ruimte voor recreatie en moeten de bewoners zelf, met hulp van eventuele vrijwilligers, de dagbesteding verzorgen. Daarnaast is het van belang dat een dergelijke KSO “gekoppeld” wordt aan een regulier AZC. Hierover zal de gemeente zelf de gesprekken moeten voeren met de desbetreffende gemeente(n) of dit akkoord is want het betekent dat er veel reisbewegingen zullen plaatsvinden tussen Brummen en de gemeente waarin het reguliere AZC staat. Verder zullen onze bewoners gebruik maken van het OV.
4.
Zijn er voorbeelden van locaties van vergelijkbare omvang (ca 119) en situatie? Er zijn momenteel geen reguliere locaties van deze omvang binnen het KSOconcept in exploitatie in Gelderland. Er zijn wel kleinschalige locaties bekend, die echter vanuit het DGO-concept actief zijn. DGO staat voor duurzame gemeentelijke opvang. Voorbeelden hiervan zijn Gemeente Nijkerk en Gemeente Ede. Hierin doen zij, de genoemde gemeenten, zelf de dagelijkse opvang en begeleiding van asielzoekers en de exploitatie van de locaties. Het COA blijft 3/4
wettelijk aansprakelijk voor deze locaties, maar voert niet zelf het management en de exploitatie. De gemeenten ontvangen hier een rijksbijdrage per opgevangen asielzoeker. Deze tarieven liggen vast bij rijksbesluit. Wij hebben getracht zo goed en nauwkeurig mogelijk antwoorden te geven op uw vragen. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat de kosten voor asielopvang sterk onder druk staan en het COA in samenwerking met het Ministerie van A&M voortdurend in gesprek is over kostenreductie. Wij spreken de wens uit dat wij gezamenlijk, met uw gemeente en uw inwoners, in 2026 tot een haalbare, humane en veilige opvanglocatie kunnen besluiten, die recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen. Voor overige vragen of nadere toelichting zijn mijn collega’s beschikbaar voor u.
Met vriendelijke groet, Centraal Orgaan opvang asielzoekers
De heer drs. J. Kapteijns Lid van het bestuur / plv. bestuursvoorzitter
4/4
Van: Witjes, Helga <helga.witjes@gelderland.nl> Verzonden: woensdag 17 december 2025 14:39 Aan: van de Graaf, Steven <S.vandeGraaf@brummen.nl> CC: Bestuurssecretariaat <Bestuurssecretariaat@brummen.nl> Onderwerp: Brief vragen toezicht gemeente Brummen Sommige mensen die dit bericht hebben ontvangen, ontvangen niet vaak e-mail van helga.witjes@gelderland.nl. Ontdek waarom dit belangrijk is Beste college van B&W van Brummen, Hierbij ontvangt u mijn reactie op uw brief van 2 december over de gevolgen van het aangenomen voorstel “Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC” voor het financieel toezicht op uw gemeente. Ik heb deze reactie vandaag telefonisch medegedeeld aan wethouder Van de Graaf, waarbij hij heeft aangegeven het op prijs stellen om deze reactie ook op de mail te willen ontvangen. Het voorstel heeft geen gevolgen voor onze beoordeling en de vorm van toezicht op uw gemeente. Wij bepalen de toezichtvorm op basis van de begroting die door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarbij kijken we of de begroting structureel en realistisch in evenwicht is. Om dit voor alle gemeenten op tijd te kunnen doen, moet de vastgestelde begroting vóór 15 november van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar naar ons worden gestuurd. Ook eventuele wijzigingen, moties en amendementen die tegelijk met de begroting zijn vastgesteld, nemen we mee in onze beoordeling.
Uw begroting voor 2026 voldoet aan de eisen voor repressief toezicht. Het later aangenomen voorstel kan misschien invloed hebben op het begrotingsevenwicht, maar dat mogen wij niet meer meenemen in onze beoordeling. Als we dat wel zouden doen, zou dat tot rechtsonzekerheid leiden, omdat we dan achteraf zouden ingrijpen in besluiten die al rechtsgeldig zijn. Bovendien zou dat ingrijpen in de autonomie van de gemeente. Wij hebben op 9 december jl. al een besluit genomen over de toezichtvorm 2026 van de Gelderse gemeenten. De conclusie is dus, dat ons financiële toezicht niet van toepassing is op het genoemde raadsvoorstel. Met vriendelijke groet, Helga Witjes Gedeputeerde Financiën, Sport en Economie & Innovatie 026 359 90 98 | helga.witjes@gelderland.nl | www.gelderland.nl
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 16 december 2025 Verzonden op: 16 december 2025 : Z104682/D473574 : : Besluit op bezwaar op verdeelbesluit door het ministerie
Geachte leden van de gemeenteraad, Zoals aangekondigd in de brief van het ministerie van Asiel en Migratie d.d. 20 november 2025, waarnaar de wethouder tijdens de raadsvergadering van diezelfde dag heeft verwezen, heeft het ministerie een besluit genomen inzake de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen binnen de provincie Gelderland. Dit besluit nemen wij mee in ons onderzoek naar de uitvoerbaarheid van uw raadsvoorstel. In het kader van actieve raadsinformatie stellen wij dit besluit aan u beschikbaar; u treft het als bijlage bij deze raadsbrief. Daarnaast willen wij u informeren dat wij vanuit de provincie het signaal hebben ontvangen dat zij meer tijd nodig hebben om onze vragen te beantwoorden. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- D473572 Besluit op bezwaar (inclusief bijlagen)
Ministerie van Asiel en Migratie
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Aan de commissaris van de Koning en de colleges van burgemeester en wethouders in de provincie Gelderland
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv
Datum Betreft
8 december 2025 Besluit op bezwaar
Onze referentie
6786725 Bijlagen 2 Bij beantwoording de datum
Geachte heer, mevrouw, Bij brieven van 23 januari 2025 en 29 januari 2025 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Oldebroek, Montferland en West-Betuwe, afzonderlijk bezwaar ingesteld tegen mijn besluit van 20 december 2024 houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland. Met deze brief wordt op uw bezwaar beslist.
en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Putten, Brummen, Druten en Wijchen en de Commissaris van de Koning in Gelderland hebben tevens bezwaar tegen dit verdeelbesluit ingediend. Deze instanties hebben echter na nader overleg aangegeven ofwel zich te kunnen vinden in de nieuwe verdeling op basis van het provinciaal verslag en hun bezwaren (voorwaardelijk) in te trekken, ofwel op basis van nader overleg te vertrouwen dat met het nieuwe verdeelbesluit tegemoet zal worden gekomen aan het ingediende bezwaar. Nu aan de kern van de bezwaren van deze instanties is voldaan met het nieuwe verdeelbesluit, laat ik hun bezwaarschriften voor zover zij niet betrekking hebben op het provinciaal verslag bij deze beslissing op bezwaar buiten beschouwing. Leeswijzer In het kader van de leesbaarheid wordt hieronder kort uiteengezet hoe dit besluit is opgebouwd. Allereerst wordt onder het kopje 'Besluit' vermeld welke bezwaren gegrond zijn verklaard. Aansluitend volgt onder het kopje 'Verloop van de procedure' een overzicht van het verloop van de bezwaarprocedure. In het onderdeel 'Beoordeling van het bezwaar' worden de ingediende bezwaarschriften en zienswijzen inhoudelijk besproken. Omdat veel van de ingediende gronden overeenkomen, zijn deze gezamenlijk samengevat en opgesomd. De bezwaargronden zijn in die volgorde behandeld.
De behandeling van de bezwaargronden verloopt als volgt: per bezwaargrond wordt eerst een algemene toelichting gegeven, waarmee ook de niet nader gespecificeerde gronden worden behandeld. Ten aanzien van een aantal bezwaargronden is een algemene toelichting niet afdoende. De bespreking van die bezwaargronden zal ik toespitsen op hetgeen de gemeenten specifiek hebben aangevoerd. Deze specifieke toelichting volgt direct op de algemene toelichting.
Pagina 1 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Tot slot volgt de herverdeling en een bijbehorende toelichting.
Datum 8 december 2025
Besluit Ik verklaar de bezwaren van de gemeenten Aalten, Montferland, West-Betuwe en Oldebroek ongegrond. Ik herroep echter naar aanleiding van onderling overleg over een verdeling op basis van het provinciaal verslag het verdeelbesluit van 20 december 2024 en verklaar de bezwaren van de Commissaris van de Koning in Gelderland, en van de gemeenten Druten, Wijchen en Putten op dit specifieke punt gegrond.
Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Voor een motivering verwijs ik naar het onderdeel 'Beoordeling van het bezwaar' van dit besluit. Verloop van de procedure Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neem ik eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie.' In dit besluit worden de opvangplaatsen per provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave als bedoeld in artikel 3 van de wet, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Op 31 januari 2024 is de provinciale opvangopgave als bedoeld in artikel 3 van de wet bekendgemaakt (hierna: de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024). De provinciale opvangopgave omvat niet alleen reguliere opvangplaatsen, maar ook opvangplaatsen van bijzondere aard, namelijk opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (hierna: amv). De provinciale opgave voor de provincie Gelderland (hierna: de provinciale opvangopgave) bedraagt 11.704 opvangplaatsen (10.712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen).
Op 31 oktober 2024 heeft de commissaris van de Koning in de provincie Gelderland - in lijn met artikel 4, tweede lid, van de Spreidingswet - een verslag (hierna: het provinciaal verslag) uitgebracht van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de Provinciale Regietafel (hierna: de PRT) over de verdeling van de opvangplaatsen. Dit verslag bevat geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave. Bij besluit van 20 december 2024 (hierna: het bestreden besluit) heb ik op grond van artikel 5 van de Spreidingswet, de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024 de asielopvangplaatsen voor de provincie Gelderland vastgesteld. Bij brieven van 23 januari 2025, 28 januari 2025, en 29 januari 2025 hebben de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Montferland, West-Betuwe, en Oldebroek (pro forma) bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Ik heb de gemeenten Aalten en West-Betuwe in de gelegenheid gesteld de gronden van bezwaar aan te vullen.
Pagina 2 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en
Bij brieven van 14 februari 2025 en 21 februari 2025 is de ontvangst van de bezwaarschriften bevestigd.
Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025
Bij brieven van 11 maart 2025 heb ik de gronden van bezwaar van de gemeente Aalten en West-Betuwe ontvangen. Bij brieven van 31 maart 2025 is de ontvangst hiervan bevestigd. Naar aanleiding van de bezwaarschriften hebben er informele gesprekken plaatsgevonden. In dit gesprek bent u in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen over het bestreden besluit.
Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Bij brieven van 15 mei 2025 heb ik u in de gelegenheid gesteld te worden gehoord als bedoeld in artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Daarbij hebben gesprekken met de Provincie plaatsgevonden en is in die context overeengekomen dat het verdeelbesluit aangepast gaat worden. Ik verwijs hiervoor naar de brief van 20 mei 2025 van de secretaris-generaal van mijn ministerie aan Commissaris van de Koning. De afspraken die genomen zijn aan de PRT zijn in deze brief bevestigd, namelijk dat alle gemeenten in de provincie Gelderland zich in ieder geval committeren aan het aantal opvangplaatsen dat in de indicatieve verdeling is opgenomen, tenzij er een bestuurlijke afspraak is gemaakt over meer of minder opvangplaatsen en deze afspraak is opgenomen is in het provinciaal verslag van 31 oktober 2024 of een van de bijbehorende subregionale plannen. Daarnaast is aangegeven dat gemeenten die geen opvangplaatsen hebben aangeleverd daarmee een opgave krijgen die gelijk is aan het (totale) aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling. Aangezien uit het provinciaal verslag blijkt dat de provincie Gelderland voldoende amv-opvangplaatsen heeft aangeboden, betreft dit enkel reguliere opvangplaatsen. Op 28 mei 2025 vond de hoorzitting plaats bij mijn ministerie.
Alle gemeenten die bezwaar hebben gemaakt tegen het bestreden besluit hebben zich afgemeld voor de hoorzitting, met uitzondering van de gemeenten Aalten en Oldebroek. Voor de samenstelling van de commissie en het verhandelde ter zitting verwijs ik naar het verslag van de hoorzitting die als bijlage 1 bij dit besluit is gevoegd. Bij brief van 18 april 2025 heb ik de beslistermijn verdaagd op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Awb. Bij brief van 29 juli 2025 heb ik de gemeenten uit de provincie Gelderland bericht dat ik voornemens ben een deel van de bezwaren gegrond te verklaren, waardoor een deel van de opvangplaatsen dient te worden herverdeeld. Ik heb de gemeenten waarvan ik voornemens ben het aantal toebedeelde opvangplaatsen te wijzigen in de gelegenheid gesteld hun zienswijze naar voren te brengen. In de periode 7 augustus 2025 tot en met 10 september 2025 hebben de gemeenten Oldebroek, Barneveld, Lingewaard, Overbetuwe, en Brummen bij brieven een zienswijze naar voren gebracht. U bent vervolgens geïnformeerd over de voortgang van de beslissing op het bezwaar. Het is helaas niet gelukt om binnen de termijn op uw bezwaar te beslissen. Hiervoor bied ik u mijn excuses aan.
Pagina 3 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Beoordeling van het bezwaar
Datum 8 december 2025
Gronden van het bezwaar In de bezwaarschriften, tijdens de hoorzitting en in de zienswijzen hebben de gemeenten - kort samengevat - aangevoerd dat: I. het verdeelbesluit niet in lijn is met het provinciaal verslag, dat verkeerd is geïnterpreteerd; II. geen sprake is van een evenwichtige verdeling als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet jo. artikel 3, aanhef en onder a, van de Beleidsregel verdeelbesluiten; III. de opgave uit het verdeelbesluit niet haalbaar en uitvoerbaar is als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder c, van de Beleidsregel verdeelbesluiten, onder andere gelet op de termijn; IV. het verdeelbesluit niet conform de termijn van artikel 5, eerste lid, van de wet is genomen; en V. het verdeelbesluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
AD I Het provinciaal verslag In de 'Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024' is niet alleen de provinciale opvangopgave opgenomen, maar ook een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente. De indicatieve verdeling geeft een indicatie van hoe een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen over de gemeenten eruitziet op basis van inwoneraantal en SESWOA score. Deze verdeling is echter niet afdwingbaar; het geeft richting aan gemeenten voor hun inzet aan de Provinciale regietafel (PRT). Aan de PRT wordt het gesprek gevoerd over (continuering, verlenging of sluiting van) bestaande opvangplaatsen en accommodaties en locaties op het grondgebied van de gemeenten binnen de desbetreffende provincie die geschikt zijn of (na aanpassing, verbouwing) geschikt kunnen worden gemaakt voor het realiseren van nieuwe opvangplaatsen. Daarnaast kunnen gemeenten afspraken maken over het uitruilen van opvangplaatsen binnen de provincie. De wettelijke taak, waarbij voor bepaalde gemeenten wordt vastgesteld hoeveel opvangplaatsen zij moeten realiseren, volgt bij het verdeelbesluit, waarbij het provinciaal verslag het uitgangspunt vormt.
De verdeling van opvangplaatsen over gemeenten in de provincie komt derhalve tot stand in onderlinge samenwerking tussen gemeenten aan de PRT, waarbij de vrijwillige inbreng van opvangplaatsen uitdrukkelijk voorop staat. Bij het nemen van het verdeelbesluit neem ik ingevolge artikel 5, tweede lid, van de wet jo. artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel verdeelbesluiten het provinciaal verslag als uitgangspunt. Wanneer in het verslag een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen, wordt deze verdeling op grond van artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregel verdeelbesluiten uit het provinciaal verslag overgenomen in het verdeelbesluit. Wanneer in het verslag geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen, vul ik deze verdeling op grond van artikel 2, derde lid, van de Beleidsregel verdeelbesluiten in. In het laatstgenoemde geval vul ik het verslag aan, zodat het verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Ook in dit geval is de verdeling in het provinciaal verslag het uitgangspunt.
Pagina 4 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Beoordeling van de bezwaargronden I.l. De interpretatie van het provinciaal verslag De Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland, gezamenlijk met verscheidene gemeenten, betogen dat ten onrechte het verdeelbesluit in afwijking van het provinciaal verslag is vastgesteld. Met betrekking tot dit punt was ik bij het nemen van het verdeelbesluit van opvatting dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave bevatte, waardoor ik - na het overnemen van de opvangplaatsen - de restopgave heb berekend en deze evenredig heb verdeeld over de gemeenten die hier niet van zijn uitgesloten. Dit berustte echter op een verkeerde interpretatie van het provinciaal verslag van de provincie Gelderland. Aan de PRT zijn namelijk afspraken gemaakt over de verdeling van opvangplaatsen over de provincie die niet zijn meegenomen in het verdeelbesluit. Naar aanleiding van de bezwaren op dit punt, evenals nadere gesprekken hierover en een brief met verduidelijking over de juiste verdeling van opvangplaatsen over de provincie van 20 mei 2025 kom ik tot de conclusie dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland wel een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave bevat.
Als gevolg daarvan zal ik in het onderhavige verdeelbesluit het provinciaal verslag, nu deze een volledige en uitvoerbare verdeling behelst, overnemen. Aangezien dit een sluitende verdeling betreft, is er niet langer sprake van een restopgave die verdeeld hoeft te worden.
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Gelet op het bovenstaande, verklaar ik de bezwaren op dit punt gegrond. AD II. Evenwichtige verdeling Op grond van artikel 5, tweede lid, van de wet jo. artikel 3, aanhef en onder a, van de Beleidsregel verdeelbesluiten dien ik naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland te streven, rekening houdend met de SESWOA-score op gemeenteniveau. De indicatieve verdeling per gemeente is voor de verdeling van de provinciale opvangopgave het uitgangspunt, aangezien hierin rekening is gehouden met de evenwichtige verdeling naar inwoneraantal en de SESWOA score. De restopgave is alleen verdeeld over gemeenten die nog geen evenredige bijdrage aan de opvang van asielplekken leveren. Indien een gemeente in het provinciaal verslag heeft aangegeven evenveel of meer te doen dan het aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Een aantal gemeenten heeft op regionaal niveau verslag uitgebracht aan de PRT; er is een gezamenlijke opvangopgave aangeboden. Indien een regio evenveel of meer doet dan de regionale opvangopgave en dit door middel van uitruilafspraken is vastgelegd, zijn alle gemeenten in de betreffende regio uitgesloten voor de verdeling van de restopgave. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling.
Zoals hierboven is omschreven, is overeengekomen dat alle gemeenten in de provincie Gelderland zich in ieder geval committeren aan het aantal opvangplaatsen dat in de indicatieve verdeling is opgenomen, tenzij er een bestuurlijke afspraak is gemaakt over meer of minder opvangplaatsen en deze afspraak opgenomen is in
Pagina 5 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
het provinciaal verslag van 31 oktober 2024 of een van de bijbehorende subregionale plannen. Daarnaast is aangegeven dat gemeenten die geen opvangplaatsen hebben aangeleverd daarmee een opgave krijgen die gelijk is aan het (totale) aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling. Aangezien uit het provinciaal verslag blijkt dat de provincie Gelderland voldoende amvopvangplaatsen heeft aangeboden, betreft dit enkel reguliere opvangplaatsen. Het bovenstaande heeft ertoe geleid dat ik zelf niet meer opvangplaatsen onder de gemeenten heb verdeeld, nu de nieuwe verdeling - die overeengekomen is met de provincie Gelderland - sluitend is.
Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Beoordeling van de bezwaargronden II.1. Evenwichtige verdeling en het vrijwillige aanbod De gemeente Aalten betoogt dat geen sprake is van een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de opvangplaatsen. Dit ligt erin dat het vrijwillige aanbod van de gemeente Aalten is meegenomen in het Verdeelbesluit, en gemeenten die meer hebben willen doen door deze systematiek onevenredig worden belast vergeleken met gemeenten die geen plannen hebben ingediend voor aanvullende asielopvangplekken. Hierover overweeg ik het volgende. Indien een gemeente vrijwillig opvangplaatsen heeft aangeboden in het provinciaal verslag, zijn deze opvangplaatsen - in overeenstemming met artikel 5, tweede lid, van de wet jo. artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel verdeelbesluiten - overgenomen in het verdeelbesluit. De wet stelt de onderlinge samenwerking tussen gemeenten en de vrijwillige inbreng van opvangplaatsen (het overleg aan de PRT) voorop bij het nemen van een verdeelbesluit. De gemeenten die vrijwillig opvangplaatsen inbrengen tonen daarmee hun solidariteit naar andere gemeenten, omdat dit zorgt voor een lager restant aan nog te verdelen opvangplaatsen; de provinciale opvangopgave wordt deels al ingevuld met het aantal opvangplaatsen dat is opgenomen in het provinciaal verslag.
Dat het aantal opvangplaatsen dat is aangeboden in het provinciaal verslag niet overeenkomt met de indicatieve verdeling, maakt het voorgaande niet anders. De indicatieve verdeling is immers niet afdwingbaar en geldt enkel als startpunt voor de gesprekken aan de PRT. Het provinciaal verslag fungeert als uitgangspunt voor de verdeling van de opvangplaatsen. Hierbij acht ik tevens van belang dat het overnemen van de vrijwillig geboden opvangplaatsen niet onevenredig is. Indien een gemeente een groot aantal opvangplaatsen aanbiedt, mag ervan uit worden gegaan dat die gemeenschap dat kan dragen. De wet neemt niet alleen een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen tot uitgangspunt, maar ook onderlinge solidariteit. Wanneer de vrijwillige opvangplaatsen niet worden overgenomen, zou dit betekenen dat andere gemeenten deze opvangplaatsen moeten realiseren terwijl dit feitelijk niet nodig is. Hiermee worden andere gemeenten onnodig zwaarder belast en leidt dit daarbij mogelijk tot leegstaande opvangplaatsen. Bovendien is het voor het uitkeren van de specifieke uitkeringen op grond van de wet een voorwaarde dat opvangplaatsen zijn opgenomen in het verdeelbesluit. Alleen voor opvangplaatsen die zijn opgenomen in het verdeelbesluit komt een Pagina 6 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en
gemeente in aanmerking voor een specifieke uitkering. Voor bovenmatige inspanningen die gemeenten leveren, krijgen zij hiermee een financiële bonus. Door financiële middelen beschikbaar te stellen worden gemeenten in deze hogere opgave tegemoetgekomen. Het niet overnemen van vrijwillig ingebrachte opvangplaatsen dan wel het toekennen van een 'vrijwillige status' aan deze opvangplaatsen is niet in overeenstemming met de wet. In de parlementaire geschiedenis wordt expliciet vermeld dat bij het nemen van een verdeelbesluit het provinciaal verslag - en aldus de vrijwillig geboden opvangplaatsen aan de PRT - als uitgangspunt dient. Gelet op het bovenstaande, verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond.
Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
11.2 Evenwichtigheid met betrekking tot kansrijke initiatieven De gemeente West-Betuwe betoogt dat door de keuze vanuit de minister om aan te geven welke initiatieven kansrijk zijn, er onevenwichtigheid ontstaat bij de verdeling van het aantal opvangplaatsen. Hoewel dit wordt gecompenseerd door de restopgave, is de gemeente West-Betuwe van mening dat gemeenten die geen kansrijke initiatieven hebben voorgedragen bevoordeeld zijn ten opzichte van gemeenten die wel kansrijke initiatieven hebben voorgedragen. Hierover geldt het volgende. Het niet overnemen van de ingebrachte kansrijke initiatieven bij het verdeelbesluit zou onevenredige gevolgen hebben. Wanneer aangedragen kansrijke initiatieven niet worden overgenomen, zou dit betekenen dat andere gemeenten aanvullende opvangplaatsen moeten realiseren terwijl dit feitelijk wellicht niet nodig is. Hiermee worden andere gemeenten onnodig zwaarder belast en leidt dit mogelijk tot leegstaande opvangplaatsen. Hierbij geldt eveneens dat de wet niet alleen een evenwichtige verdeling van de opvangplaatsen tot uitgangspunt neemt, maar ook onderlinge solidariteit. Het bezwaar dat het meenemen van kansrijke initiatieven bij het verdeelbesluit in strijd met de evenwichtige verdeling van opvangplaatsen en het doel van de wet zou zijn, slaagt daarom niet. Gelet op het bovenstaande, verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond.
11.3 De regionale opvanqopqave van de regio Achterhoek en kansrijke initiatieven van Aalten en Montferland De gemeenten Aalten en Montferland betogen dat met het verdeelbesluit wordt afgeweken van wat in het Provinciaal plan/regioplan Achterhoek is vastgesteld waarin is opgenomen dat de gemeenten een bestuursovereenkomst met het COA hebben getekend ten behoeve van het openen van een opvanglocatie uiterlijk 1 september 2026. Hieraan gerelateerd wordt betoogd dat de initiatieven van de gemeenten Aalten en Montferland onterecht als kansrijk zijn gecategoriseerd. Naar aanleiding hiervan wordt overwogen dat in gesprekken met de provincie is overeengekomen dat het verdeelbesluit aangepast gaat worden. Zoals hierboven is omschreven ben ik tot de conclusie gekomen dat het provinciaal verslag van de provincie Gelderland wel een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave bevat. Ik verwijs hiervoor naar de brief van 20 mei 2025 met verduidelijking
Pagina 7 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en
over de juiste verdeling van opvangplaatsen over de provincie. Dit betekent dat ik zelf niet meer opvangplaatsen onder de gemeenten heb verdeeld. Aan de PRT zijn namelijk afspraken gemaakt over de verdeling van opvangplaatsen over de provincie. Gelet op het bovenstaande, verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond. AD III. Haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit
Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Bij het nemen van het verdeelbesluit dien ik op grond van artikel 3, aanhef en onder c, van de Beleidsregel verdeelbesluiten de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit in aanmerking te nemen. Het betreft hier de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de verdeling van de opvangplaatsen voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen hiervan voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Door gebruik te maken van een indicatieve verdeling gebaseerd op inwoneraantal en SES-WOA-score en deze ook te betrekken bij de verdeling van de restopgave wordt rekening gehouden met de draagkracht van een gemeente en daarmee met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Ter bevordering van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid zijn - zoals toegelicht in het bestreden besluit - tevens de omstandigheden meegewogen die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Plaatsen die in het verslag zijn opgenomen, maar niet voldoen aan alle vereisten uit de wet, zijn daarom alsnog als kansrijke initiatieven overgenomen in het verdeelbesluit. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen, heb ik gebruik gemaakt van reeds bij mij bekende informatie en informatie van andere partijen zoals het COA, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV).
Mocht een gemeente door de verdeling van de restopgave uitkomen op een aantal van minder dan vijf opvangplaatsen (regulier of amv), dan wordt deze gemeente gelet op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit uitgesloten voor de verdeling van de restopgave en worden deze opvangplaatsen verdeeld over de andere gemeenten die wel in aanmerking komen voor de verdeling van de restopgave. Een aantal gemeenten heeft in het verdeelbesluit desondanks een kleine opgave gekregen. Ter bevordering van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid blijft het mogelijk voor gemeenten om opgaven samen te voegen en zo te komen tot een grotere opvanglocatie. Specifieke feiten en omstandigheden op gemeenteniveau, zoals de beschikbaarheid van geschikte locaties, zijn niet meegenomen bij het nemen van de verdeelbesluiten. Dit past niet bij de systematiek van de wet, waarin dwingend is bepaald dat een verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig moet dekken. Wanneer er een groot tekort is aan plekken, is bij voorbaat al bekend dat het zeer lastig wordt voor gemeenten om tijdig (binnen zes maanden) alle benodigde plekken te realiseren. Ook de beperkte tijd (twee maanden) waarin de verdeelbesluiten genomen moeten worden, maakt het niet mogelijk om bij de totstandkoming van de verdeelbesluiten al te komen tot een kwalitatieve afweging van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau.
Pagina 8 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht op de wettelijke taak worden daarentegen wel alle relevante feiten en omstandigheden in acht genomen. Gemeenten kunnen immers niet aan het onmogelijke worden gehouden. Als blijkt dat een gemeente door overmacht niet kan voldoen aan haar wettelijke taak, wordt dit dus betrokken bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht. Zo wordt in deze fase alsnog rekening gehouden met haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau.
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Beoordeling van de bezwaargronden III.1 Haalbaarheid en uitvoerbaarheid voor gemeenten De gemeenten Aalten, Montferland, Oldebroek, en West-Betuwe, evenals de gemeente Brummen in haar zienswijze, betogen dat de asielopvang niet haalbaar is. Hiervoor worden verscheidene kwesties benoemd, namelijk dat de termijnen te kort zijn en dat gemeenten afhankelijk zijn van externe omstandigheden met betrekking tot het realiseren van opvanglocaties Zoals hierboven al is toegelicht, worden deze omstandigheden niet in aanmerking genomen bij het nemen van het verdeelbesluit, omdat dit niet past binnen de systematiek van de wet. Deze omstandigheden wegen wel mee bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht. Bij het toepassen van interbestuurlijk toezicht zullen alle relevante feiten en omstandigheden worden meegenomen. Gemeenten worden niet aan het onmogelijke gehouden. Gelet op het bovenstaande, verklaar ik de bezwaren op dit punt ongegrond. AD IV. Buiten de termijn van de wet De gemeenten Aalten en Montferland stellen dat het verdeelbesluit buiten de genoemde termijn in artikel 5, eerste lid, van de wet is genomen, nu het verdeelbesluit enkel zag op de verdeling tussen 1 juli 2025 en 1 februari 2026, en niet voor de duur van twee kalenderjaren volgend op de datum van het besluit. Het verdeelbesluit ziet niet enkel op de periode van 1 juli 2025 tot en met 1 februari 2026.
Het verdeelbesluit ziet op de periode van twee jaar na 1 juli 2025. De publicatie van de capaciteitsraming van de tweede cyclus op 1 februari 2026 heeft geen gevolgen voor de opgave uit de eerste cyclus. Gelet op het bovenstaande, verklaar ik deze bezwaargrond ongegrond. AD. V Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur De gemeente West-Betuwe betoogt dat het bestreden verdeelbesluit in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ik overweeg ten aanzien hiervan het volgende. Beoordeling van de bezwaargronden V.1. Vertrouwensbeginsel Er wordt een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel door de gemeente WestBetuwe, specifiek op basis van uitlatingen van de minister van Asiel en Migratie, evenals de minister-president, met betrekking tot de intrekking van de wet.
Pagina 9 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en
Voor wat betreft het vertrouwensbeginsel met betrekking tot de intrekking van de wet, geldt het volgende. Een eventueel wetsvoorstel tot intrekking van een wet dient meerdere stappen te doorlopen voordat deze daadwerkelijk wordt ingetrokken. Dergelijke intrekking kan niet eenzijdig door een bewindspersoon of het kabinet bewerkstelligd worden. Aan uitlatingen over het intrekken van de Spreidingswet kunnen aldus niet zonder meer verwachtingen worden ontleend. Ik kan mij voorstellen dat uitlatingen over het intrekken van de wet tot frustratie binnen de gemeenten leiden. Dit neemt echter niet weg dat de wet onverkort geldt. Zolang de wet niet officieel is ingetrokken, blijft deze van kracht.Gelet op het bovenstaande, verklaar ik het bezwaar op dit punt ongegrond.
Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
V.2. Zorqvuldigheids- en motiveringsbeginsel De gemeente West-Betuwe betoogt dat het verdeelbesluit in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is genomen, doordat niet (gemotiveerd) blijkt dat met verscheidene lokale omstandigheden rekening is genomen. Uit het voorgaande blijkt dat ik de feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 5 van de wet en de artikelen 2 en 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten in aanmerking heb genomen bij het nemen van het bestreden besluit. Dit houdt in dat ik het verslag als uitgangspunt heb genomen en bij de verdeling van de restopgave op eerder beschreven wijze de andere uitgangspunten uit de Beleidsregel verdeelbesluiten heb toegepast. Ook is thans toegelicht op basis van welke informatie ik tot mijn overwegingen ben gekomen. Verder onderzoek naar de specifieke haalbaarheid en uitvoerbaarheid op gemeenteniveau voor het nemen van de verdeelbesluiten past niet binnen de systematiek van de wet. Dit wordt wel in acht genomen bij de toepassing van het interbestuurlijk toezicht. Ik overweeg derhalve dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen. Ik heb wel aanleiding gezien de motivering verder aan te vullen. Voor zover er sprake is van een motiveringsgebrek, beschouw ik dit hersteld naar aanleiding van de aanvullende motivering in deze beslissing op bezwaar.