C5 - B&W - Raadsinformatiebrief Uitkomsten onderzoek uitvoerbaarheid initiatiefvoorstel D475076
Tekst van het document
In het kader van transparantie besluit ik onderliggende gegevens te verstrekken. Het gaat hierbij om een overzicht van de gehanteerde gegevens die ten grondslag liggen aan de indicatieve verdeling van de opvangplaatsen, namelijk het inwoneraantal en de SES-WOA score, en de cijfers van de (historische) bijdragen en de gehanteerde formule. Deze gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 2. Herverdeling van de provinciale opvangopgave De provincie Gelderland heeft een opgave van 10.712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen. Nu ik het bezwaar van de Commissaris van de Koning in Gelderland, Druten en Wijchen en Putten gegrond heb verklaard, neem ik de verdeling uit het provinciaal verslag over. Dit heeft geleid tot de volgende herverdeling: Gemeente
Reguliere opvangplaats en
Aalten Apeldoorn Arnhem Barneveld
200 881 1.936 0
Amvopvangplaats en 0 0 132 0
Totaal
200 881 2.068 0
Pagina 10 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
0 50 80 0 350 174 176 51 50 57 270 330 138 276 160 747 77 0 96 284 185 0 250 145 278 820 0 141 182 500
192 130 0 160 0 0 0 0 50 0 0 0 0 0 0 53 0 0 9 0 65 40 0 0 0 12 167 0 0 0
192 180 80 160 350 174 176 51 100 57 270 330 138 276 160 800 77 0 105 284 250 40 250 145 278 832 167 141 182 500
297 152 150 200 0 64 156
0 0 0 50 0 0 0
297 152 150 250 0 64 156
Wageningen 650 150 West Betuwe West Maas en 150 Waal Westervoort 80 243 Wi chen 400 Winterswijk Zaltbommel 168
0 0 0
650 150 150
0 0 0 0
80 243 400 168
227 740
0 0
227 740
Berg en Dal Berkelland Beuningen Bronckhorst Brummen Buren Culemborq Doesbura Doetinchem Druten Duiven Ede Elburg Epe Ermelo Harderwiik Hattem Heerde Heumen Lingewaard Lochem Maasdriel Montferland Neder-Betuwe Nijkerk Nijmegen Nunspeet Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Overbetuwe Putten Renkum Rheden Rozendaal Scherpenzeel Voorst
Zevenaar Zutphen
Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid Datum
8 december 2025 Onze referentie
6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Pagina 11 van 12
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
Tiel
120
0
120
Juridische Zaken en Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025
Het aantal opvangplaatsen voor de gemeenten Barneveld, Brummen, Buren, Doesburg, Druten, Elburg, Ermelo, Hattem, Lingewaard, Neder-Betuwe, Nijkerk, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Overbetuwe, Scherpenzeel, Voorst, Westervoort en Wijchen wijzigt. De colleges van burgemeester en wethouders van deze gemeenten dienen in beginsel op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet binnen zes maanden na bekendmaking van dit besluit zorg te dragen voor de terbeschikkingstelling van deze opvangplaatsen. Deze termijn geldt ten aanzien van de opvangplaatsen die nu eerst naar aanleiding van de bezwaarprocedure zijn toebedeeld aan deze gemeenten.
Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Deze toebedeling van extra opvangplaatsen aan deze gemeenten vindt in een laat stadium van deze cyclus plaats. Gelet hierop zal het ministerie van Asiel en Migratie - eerst na de eerdergenoemde termijn van zes maanden - in overleg treden met de betreffende gemeenten of en hoe zij aan deze extra opgave kunnen voldoen. Hierbij worden alle feiten en omstandigheden in acht genomen. Het streven is om in goed overleg tussen de gemeente en het ministerie te komen tot realisatie binnen een haalbare en uitvoerbare termijn. Besluit Gelet op het voorgaande verklaar ik bezwaren van de gemeenten Aalten, Montferland, West-Betuwe en Oldebroek ongegrond. Met betrekking tot het provinciaal verslag, verklaar ik de bezwaren op dit punt van de Commissaris van de Koning in Gelderland en de gemeenten die hier bezwaar op hebben ingediend, gegrond. Ik herroep daarom het bestreden besluit en pas de verdeling van het provinciaal verslag toe.
Hoogachtend,
mr. drs. M.C.G. Keijzer
BEROEPSCLAUSULE Tegen dit besluit kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepschrift zijn woonplaats in Nederland heeft. Ik verwijs in het bijzonder op artikel 8:8 van de Awb. Het beroepschrift moet binnen zes weken na de dag waarop de beschikking u is toegezonden door de rechtbank zijn ontvangen.
Pagina 12 van 13
Directie Wetgeving en Juridische Zaken Juridische Zaken en
Het beroepschrift moet op grond van artikel 6:5 van de Awb zijn ondertekend en bevat ten minste de naam en adres van de indiener, de dagtekening, de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht, zo mogelijk een afschrift van dit besluit, en de gronden waarop het beroepschrift rust. Van de indiener van het beroepschrift wordt griffierecht geheven door de griffier van de rechtbank. Nadere informatie over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betalen wordt door de griffie van de rechtbank verstrekt.
Wetgevingsbeleid
Datum 8 december 2025 Onze referentie 6786725 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Pagina 13 van 13
ADVIES Aan: Van: Dossier: Inzake:
Het college van burgemeester en wethouders van Brummen Joske Hagelaars, Duncan Siebert 5080993 Gemeente Brummen - advies besluitvorming AZC Michaelshoeve; beroepsmogelijkheden Datum: 11 januari 2025 _____________________________________________________________________________ Inleiding Binnen de gemeente Brummen is een verschil van inzicht ontstaan over het aantal opvangplaatsen dat binnen de Gemeente Brummen gerealiseerd dient te worden op grond van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (de Spreidingswet). Standpunt college Het college heeft in het overleg als bedoeld in artikel 4 Spreidingswet aangegeven dat Brummen per december 2026 350 asielzoekers wil opvangen. Dat aantal is verwerkt in het verslag van de provincie van december 2024. In het verdeelbesluit voor de jaren 2025 en 2026 zijn 31 opvangplaatsen toegewezen. Het college heeft bezwaar gemaakt tegen het verdeelbesluit omdat hij van oordeel is dat een opvanglocatie voor 350 asielzoekers op de Michaelshoeve de enige uitvoerbare en realistische mogelijkheid is. Beslissing op bezwaar Op 8 december 2025 heeft de minister besloten op de verschillende bezwaren, waaronder het bezwaar van het college van de gemeente Brummen.
In de beslissing op bezwaar staat vermeld dat aan de kern van de bezwaren van het college is voldaan met het nieuwe verdeelbesluit en dat het bezwaar, voor zover deze betrekking heeft op het provinciaal verslag, buiten beschouwing blijft. De minister heeft in de beslissing op bezwaar de opvangopgave vastgesteld op 350 reguliere opvangplaatsen. Nadere ontwikkelingen Gedurende een raadsvergadering is aangekondigd dat er een motie ingediend zal worden inhoudende dat het college wordt verplicht om beroep in te stellen tegen de beslissing op bezwaar. Adviesvraag Het college verzoekt Dirkzwager om te adviseren over de mogelijkheden om beroep in te stellen. In dit memo zullen wij de bovengenoemde adviesvraag beantwoorden.
Pagina 1 van 5
Conclusies Onze conclusies worden voor uw gemak onderstaand puntsgewijs opgesomd: •
Het college heeft in haar bezwaarschrift en de rest van de procedure het standpunt ingenomen dat aan Brummen 350 opvangplaatsen moeten worden toegedeeld. Als het college nu in beroep gaat tegen dat aantal opvangplaatsen is niet uit te sluiten dat aan het college strijd met een goede procesorde wordt tegengeworpen;
•
In het verslag van de provincie staat dat Brummen per december 2026 350 opvangplaatsen aanbiedt. Gelet daarop is het toekennen van dat aantal plekken aan Brummen in lijn met de Spreidingswet en de Beleidsregel verdeelbesluiten. Beroep tegen het aantal toegekende opvangplaatsen heeft daarom geen redelijke kans van slagen. Voor een voorlopige voorziening geldt gelet daarop hetzelfde.
Uitwerking beroepsmogelijkheden Wettelijke systematiek 2.1 Artikel 2 Spreidingwet bepaalt dat de Minister eens in de twee jaar, voor 1 februari, bekend maakt aan hoeveel opvangplaatsen voor asielzoekers in de daarop volgende twee jaren naar verwachting behoefte zal zijn (de capaciteitsraming). Op grond van artikel 3 maakt de Minister eveneens eens in de twee jaar voor 1 februari bekend hoe de verdeling van de opvangplaatsen over de provincies is, en welke indicatieve verdeling per gemeente geldt. 2.2
De colleges van gemeenten, gedeputeerde staten en het COA werken op grond van artikel 4 Spreidingswet samen bij de uitvoering van de wet en overleggen over de verdeling van de opvangplaatsen als bedoeld in artikel 3 voor de daarop volgende twee jaren. Voor 1 november van het jaar waarin de Minister de capaciteitsraming vaststelt brengt de commissaris van de Koning aan de minister verslag uit van het overleg in de provincie.
2.3
Voor 31 december van het betreffende jaar neemt de Minister vervolgens een verdeelbesluit. Op grond van artikel 5 lid 1 bepaalt de Minister in het verdeelbesluit hoe, voor de duur van twee daarop volgende kalenderjaren, de opvangplaatsen per gemeente worden verdeeld. Gemeenten zijn op grond van artikel 6 Spreidingswet verplicht om binnen de termijn uit artikel 5 lid 1 overeenkomstig het verdeelbesluit opvangvoorzieningen mogelijk te maken.
2.4
Op grond van artikel 5 tweede lid Spreidingswet slaat de Minister bij het opstellen van het verdeelbesluit acht op het verslag van de provincie.
2.5
De Minister heeft beleid vastgesteld voor het opstellen van een verdeelbesluit. In de Beleidsregel verdeelbesluiten staat dat (de staatssecretaris namens) de Minister het verslag van de provincie tot uitgangspunt neemt voor het verdeelbesluit. Als in het verslag een uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen, wordt deze verdeling uit het verslag door de staatssecretaris overgenomen in het verdeelbesluit.
Pagina 2 van 5
2.6
Wanneer in het verslag geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opvangopgave is opgenomen, dan vult de staatssecretaris deze verdeling in. In de Beleidsregel is bepaald dat de staatssecretaris zich in dat geval bij het verdeelbesluit laat leiden door: a. het streven het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland, waarbij hij zoveel mogelijk rekening houdt met de SESWOA-score op gemeenteniveau; b. de duur en omvang van eerder geboden asielopvang en de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten; c. de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit.
2.7
In de toelichting op de beleidsregel staat dat voor de beoordeling onder a. de indicatieve verdeling uitgangspunt is. Uit het Verdeelbesluit Gelderland 2024 blijkt dat de Minister dit zo uitlegt dat een gemeente als uitgangspunt nooit gedwongen wordt meer opvangplaatsen te realiseren dan de indicatieve opgave.
2.8
Gelet op dit wettelijk stelsel worden gemeenten als uitgangspunt niet gedwongen om meer opvangplaatsen te realiseren dan de indicatieve opgave. In het verdeelbesluit worden alleen meer opvangplaatsen aan een gemeente toegedeeld indien dat overeenstemt met het provinciale verslag en dat (dus) de instemming heeft van de betreffende gemeente.
2.9
Wijziging standpunt van bezwaar naar beroep? In de eerste plaats is van belang of het college überhaupt in beroep kan gaan nu zij in de beslissing op bezwaar de door hem verdedigde uitkomst heeft gekregen.
2.10
Vooropgesteld dient te worden dat het in beginsel mogelijk is om tegen een beslissing op bezwaar beroep in te stellen. Dit is in beginsel slechts anders indien de beroepstermijn is verstreken, de indiener van het beroep geen belanghebbende is of het procesbelang ontbreekt. In dergelijke gevallen wordt een beroep niet-ontvankelijk verklaard.
2.11
Er zijn, zover bij ons bekend, vrijwel geen voorbeelden bekend in jurisprudentie waar in beroep een volledig ander standpunt wordt ingenomen dan in bezwaar. Het aanwenden van een rechtsmiddel is als uitgangspunt mogelijk als een indiener daardoor in een betere positie kan worden gebracht. Uit een arrest van de Hoge Raad (belastingzaak) van 10 maart 2017 blijkt dat niet relevant is dat in bezwaar volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren: “Een bezwaar, beroep of (incidenteel) hoger beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van dat rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen (zie HR 11 april 2014, nr. 13/01903, ECLI:NL:HR:2014:878, BNB 2014/122). Het Hof is terecht ervan uitgegaan dat daarbij niet van belang is dat
Pagina 3 van 5
de heffingsambtenaar bij de uitspraak op het bezwaarschrift al volledig is tegemoetgekomen aan het toen door belanghebbende ingenomen standpunt. Het middel faalt derhalve.”1
2.12
Het is dus in beginsel mogelijk om in beroep een ander standpunt in te nemen dan in bezwaar. Het innemen van een ander standpunt kan echter, onder bepaalde omstandigheden, in strijd zijn met de goede procesorde. Of daarvan sprake af, hangt sterk af van het procesgedrag van de partij die beroep instelt.2
2.13
De beslissing op bezwaar vermeldt enerzijds dat het college van Brummen bezwaar heeft gemaakt, maar anderzijds dat Brummen en een aantal andere bezwaarmakers zich ofwel kunnen vinden in de nieuwe verdeling op basis van het provinciaal verslag en hun bezwaren (voorwaardelijk) hebben ingetrokken, ofwel dat zij erop vertrouwen dat met het nieuwe verdeelbesluit tegemoet zal worden gekomen aan het ingediende bezwaar. In de beslissing op bezwaar wordt om deze reden niet ingegaan op de bezwaren van Brummen.
2.14
Gelet op het feit dat het college kennelijk zonder voorbehoud heeft laten weten in te stemmen met de toekenning van 350 opvangplaatsen is voorstelbaar dat de rechter zal oordelen dat het college daarop niet meer kan terugkomen zonder in strijd te handelen met een goede procesorde en of het vertrouwensbeginsel. Naast het hiervoor aangehaalde (vrij extreme) voorbeeld, waarin een partij ook in de beroepsprocedure nog steeds wisselende standpunten innam, hebben wij daarvan echter geen voorbeelden kunnen vinden. Gelet op het feit dat er aan de zijde van het college een gewijzigde omstandigheid kan worden opgeworpen – namelijk een eventuele motie van de raad - zal het college naar onze inschatting formeel juridisch wel beroep kunnen instellen. Dat neemt vanzelfsprekend niet weg dat een dergelijke handelwijze, waarin een beslissing waarom het college in bezwaar zelf heeft verzocht in rechte wordt aangevochten, hoogst ongebruikelijk is.
2.15
2.16
Inhoudelijke argumenten voor beslissing op bezwaar Met betrekking tot de inhoudelijke argumenten tegen het voeren van een beroepsprocedure geldt dat hiervoor de uitleg van het door de provincie ingediende verslag van belang is. Hierbij merken wij op dat in bezwaar door de provincie en een aantal gemeenten is gesteld dat het provinciaal verslag van Gelderland weldegelijk een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave bevatte. Als dat juist is, had de minister met inachtneming van het verslag een beslissing moeten nemen. Of dit standpunt klopt – zoals de minister in bezwaar aanneemt – kunnen wij niet beoordelen omdat wij niet beschikken over de in bezwaar door de provincie en andere gemeenten gegeven toelichting waaruit zou blijken dat – anders dan in het verslag zelf staat vermeld – weldegelijk een volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave in het verslag was opgenomen.
1 Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:392, r.o. 3.2. 2 Vgl. Rechtbank Midden-Nederland 11 augustus 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:3810.
Pagina 4 van 5
2.17
Voor Brummen geldt dat in het verslag staat dat Brummen per december 2026 350 opvangplaatsen zou realiseren. Dat is binnen de termijn van twee jaar als bedoeld in artikel 5 Spreidingswet. Als Gelderland met het verslag aan de volledige provinciale opgave zou voldoen, was de minister dus gehouden het aantal van 350 opvangplaatsen aan Brummen toe te wijzen.
2.18
In de Beleidsregel verdeelbesluiten staat dat ook als in het provinciale verslag geen volledige en uitvoerbare verdeling van de provinciale opgave in het verslag was opgenomen, het verslag tot uitgangspunt dient. Dat brengt mee dat gemeenten die een hoger aanbod hebben gedaan dan de indicatieve verdeling voorschreef, op grond van het beleid alsnog het hogere aantal opvangplekken toegewezen krijgen.
2.19
Gelet op het feit dat in het verslag was opgenomen dat Brummen 350 opvangplekken zou realiseren per december 2026 geldt gelet op het voorgaande dat de minister dat aantal ook aan Brummen mocht toekennen, of op provinciaal niveau nu wel of niet de volledige opgave was gehaald. Hierbij is van belang dat het overleg over het verslag op grond van de wet aan het college is en niet aan de raad. Dat de raad achteraf bezien niet wenst in te stemmen met een hoger aantal opvangplekken dan 119 is dus niet van belang voor de rechtmatigheid van het verslag en/of het besluit van de minister, die zich op het provinciaal verslag mocht baseren.
2.20
Kortom: doordat het college zelf heeft ingestemd met het verslag waarin voor Brummen 350 opvangplekken waren opgenomen per december 2026, en dus binnen de wettelijke termijn van twee jaar na 1 januari 2025, heeft een beroep met betrekking tot het aantal opvangplaatsen naar ons oordeel inhoudelijk geen redelijke kans van slagen. Dat geldt gelet hierop ook voor een eventueel verzoek om een voorlopige voorziening. Immers, indien de rechter van oordeel is dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft, zal een voorlopige voorziening worden afgewezen.
Pagina 5 van 5
Apeldoorn 16december2025
Geacht college van Burgemeester en Wethouders, U verzoekt mij, als voorzitter van de subregio Stedendriehoek van de PRT M&l, te reageren op de gevolgen van de opdracht die u vanuit de gemeenteraad hebt gekregen; “Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC”. Met het ‘Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC”- besluit van uw gemeenteraad kunt u niet voldoen aan uw wettelijke opvang-opgave. En maakt u ook die van de subregio Stedendriehoek en van de provincie Gelderland onhaalbaar. De realistische plannen die u vergaand had uitgewerkt, zijn door uw gemeente ingebracht in het provinciale plan, en daarmee onderdeel geworden van de wettelijke opgave van het Verdeelbesluit. Het is niet aan mij -als voorzitter van de subregio Stedendriehoek- maar aan de minister van Asiel & Migratie om aan te geven hoe zij met dit gegeven om wil gaan in het kader van interbestuurlijk toezicht. Ik wijs u in dit verband op art. 8 van de Spreidingswet: Artikel 8.
Melding onvoorziene omstandigheden Indien zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat de terbeschikkingstelling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, of vergunningverlening, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder b, naar vennachting niet tijdig kan worden gerealiseerd, maakt het college hier onverwifid melding van aan Onze Minister Gezien uw schrijven, zal ik vanuit de subregio Stedendriehoek bij de provincie aangeven dat de realisatie-cijfers van Brummen vooralsnog op 0 staan en blijven staan. Mocht -en dit is geen irreöle verwachting-de druk op de CDA-opvang opnieuw zo groot worden dat aan provincies om noodopvang gevraagd wordt, dan zal ik vanuit onze subregio voorstellen hiermee gemeenten te belasten die niet aan hun structurele opgave voldoen. Hoewel de kabinetsformatie nog volop gaande is, lijkt de kans aanwezig dat -bij gebrek aan alternatieven-de Spreidingswet niet ingetrokken zal worden. De huidige druk op de asielketen blijft onverminderd groot. Wel is er sprake van een verminderde eerste instroom, maar momenteel reizen veel nareizigers in, als gevolg van afgeronde gezinsherenigingsprocedures. Dok deze mensen (met verblijfsrecht voor ons land) worden in eerste instantie door CDA opgevangen. De verwachting is dan ook niet dat een volgend verdeelbesluit tot lagere opgaven komt. Ik attendeer u verder nog op de gevolgen voor uw Dekraine opgave.
Immers interne uitruilmogelijkheden zijn weggevallen. Uw gemeente komt daardoor nog 15 opvangplekken tekort komt voor haar fair-share. Van de 147 opvangplekken realiseert uw gemeente ermomenteel 132.
Met vriendelijke
)tzitter PRT- A&M, subregio Stedendriehoek
Memo Datum Aan Van Betreft
18 december 2025 Landelijke regietafel migratie & integratie Huub Wilbrink, strategisch adviseur capaciteit COA – huubwilbrink@coa.nl | 0611393229 Stand van zaken en vooruitblik capaciteit & bezetting asielopvang
Aanleiding & doelstelling Doelstelling van voorliggend memo is de LRT-leden zoals toegezegd in de vergadering d.d. 17-12-2025 kennis te laten nemen van I. de actuele situatie II. de vooruitblik op de komende periode en III. de korte termijn maatregelen hoe hiermee om te gaan. In de bijlage is het LRT-dashboard opgenomen met de details van de drie opgaven: opvang Oekraïense ontheemden, huisvesting statushouders en asielopvang.
I. -
-
-
-
II. -
Actuele situatie asielopvang
Het bezettingspercentage op COA-locaties is al langere tijd gemiddeld boven de 100%, voor reguliere asielzoekers en voor alleenreizende kinderen (amv). Ook lukt het al geruime tijd niet alle nareizigers een opvangplek te bieden. De afgelopen weken was in Ter Apel de bezetting regelmatig boven de 2.000. Ondanks dat de taakstelling uitstroom statushouders 2025-II reeds is behaald, stijgt het aantal mensen met recht op asielopvang (de bezetting) harder dan verwacht. Deze lag op 1 december 2.000 hoger dan de prognose (MPP 2025 - mediaan). NB de achterstand op de Taakstelling van vorige periodes is nog niet ingehaald en blijft vrij stabiel rond 12.500 vergunninghouders. Met veel dank aan betreffende gemeentes is het verlengen van vele aflopende locaties gelukt, maar onderaan de streep groeit het aantal opvangplekken niet afdoende mee. Verschillende opvanglocaties moeten toch sluiten, de afbouw van deze plekken kon afgelopen periode niet plaatsvinden door de overvolle bezetting en vervanging is vaak kortstondig. Ten opzichte van 2024 zijn er op dit moment minder ‘mogelijke nieuwe locaties’ (leads) en gemeenten pauzeren vaker lopende planvorming. De komende gemeenteraadsverkiezingen spelen hierin ook een rol, veel gemeenten besluiten pas daarna weer over locaties.
Daarnaast zijn er gemeenten die aangeven dat door uitspraken van het huidige kabinet over de Spreidingswet onduidelijkheid is ontstaan en daarom een pas op de plaats maken door voorgenomen locaties uit- of af te stellen. Landelijk wordt de totaaldoelstelling van de Spreidingswet niet gehaald.
Vooruitblik komende periode
In de eerste week van januari dreigt een acuut tekort van 1.850 inzetbare opvangplekken. Eind eerste kwartaal 2026 loopt dit bij gelijkblijvende omstandigheden op naar ruim 5.000 opvangplekken. De naleving van de wet DBA raakt ook het COA. Binnen de opvang van alleenreizende kinderen wordt veel gewerkt met ZZP’ers. Het COA werkt hard aan oplossingen binnen het wettelijk kader van de wet DBA. Als deze geen effect sorteren, zullen verschillende locaties met een lager aantal bewoners moeten werken, kunnen openingen vertragen of dreigen zelfs sluitingen van amv-locaties.
pagina 1 van 2
-
Indien er tot sluiting van locaties moet worden overgegaan, dan zal het COA met steun van het departement AenM, de inzet van zzp bij vervanging van ziekte, vakantie en verlof toch gebruiken.
III. -
-
-
IV. -
-
-
-
Maatregelen korte termijn
Naast de constante inzet van het COA en verschillende gemeenten en provincies om de Spreidingswet doelstellingen te halen, zal er meer nodig zijn om de kerstperiode en het eerste kwartaal door te komen. Het COA zet de komende weken nog steviger in op a. het benutten van grijze bedden en b. extra acties die leiden tot maximale inzet van locaties binnen bestuursovereenkomsten. De opbrengst zal circa 800 plekken bedragen in de komende 4 weken. Daarna resteren binnen het mandaat en bevoegdheid van het COA geen opties meer. Om een deel van het resterende tekort te mitigeren zullen nareizigers worden geplaatst in hotels binnen gemeenten waaraan zij gekoppeld zijn. Het COA informeert gemeenten minimaal 2 dagen vooraf. Hierbij is het de bedoeling dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de nareizigers overnemen, bijvoorbeeld door ze in de HAR/HAR+ regeling plaatsen. Deze maatregel richt zich primair op gemeenten met een achterstand op de taakstelling huisvesting vergunninghouders. Het is de ambitie om 200 a 300 nareizigers per week via deze maatregel uit te plaatsen. Hierover is een brief vanuit de minister voor AenM aan medeoverheden voorzien.
Wat als er een opvangtekort resteert
Indien de situatie zich voordoet dat bovenstaande maatregelen niet tijdig en afdoende renderen, zullen gezamenlijk alternatieve maatregelen dienen te worden getroffen. Het is van belang dit onder ogen te zien, mede in relatie tot het tijdig betrekken van ieders achterban, zodat er tijdig gehandeld kan worden indien nodig. Te denken valt aan maatregelen als: • Capaciteit boven bestuursovereenkomst benutten: ▪ Plaatsing boven afspraken zoals vastgelegd in de bestuursovereenkomst op locaties waar dit veilig, technisch en operationeel mogelijk is. Dit betekent: er zijn (mogelijkheden tot) meer fysieke bedden dan dat er mensen opgevangen mogen worden van lokaal bestuur volgens de bestuursovereenkomst, of er worden tijdelijk mensen geplaatst uit groepen die niet passen binnen de bestuursovereenkomst. ▪ Spreidingswet: Er zijn gemeenten die wel opvang bieden en een bestuursovereenkomst (BO) hebben, maar niet voldoen aan de vereisten van de Spreidingswet. Het betreft vaak locaties die relatief eenvoudig kunnen worden opgeschaald naar de aantallen conform de Spreidingswet, maar daarmee breken we de BO. • Aanwijzen van (een) grote noodlocatie(s): Het openen van (een) grootschalige noodopvanglocatie(s) op basis van ruimtelijke ordening/crisisregelgeving, eventueel in samenwerking met Defensie.
• Voorgenomen sluitingen uitstellen: Locaties die op korte termijn zouden sluiten tóch openhouden, tegen de wens van de betreffende gemeente in. • Geen aanvullende maatregelen: Dit betekent dat de bezetting in Ter Apel verder oploopt en conform Crisisplan Ter Apel tot gecontroleerde toegang over dient te worden gegaan. Deze maatregelen kunnen als dat nodig is eventueel besproken worden tijdens een Acuut Opvang Overleg (conform escalatieafspraken LRT december 2023). Een spoed uitvraag om opvangplekken aan provinciale regietafels, dan wel een uitvraag voor crisisnoodopvanglocaties aan veiligheidsregio’s is dan ook mogelijk. Het is van belang afspraken te maken hoe bestuurders elkaar de komende vakantieperiode bereiken.
pagina 2 van 2
Datum
18 december 2025 Zaaknummer
2025-001168 Onderwerp
Bestuurlijke afspraken asielopvang
College van B&W Brummen Postbus 5 6970 AA BRUMMEN
Inlichtingen bij
j.wiggers@gelderland.nl
Blad
1 van 3
Geacht college van burgemeester en wethouders, In uw brief van 2 december jl. informeert u mij als voorzitter van de Provinciale Regietafel Gelderland (PRT) over het voorstel “Kleinschalige opvang als alternatief voor een groot AZC” dat de gemeenteraad van Brummen in de raadsvergadering van 20 november jl. heeft aangenomen. In dit voorstel draagt de raad uw college op om in overleg met het COA en betrokken partijen een plan op te stellen voor de realisatie van een opvangvoorziening voor 119 asielzoekers, in eerste instantie voor de duur van maximaal vijf jaar, met eventuele verlenging. U vraagt mij te schetsen wat de consequenties zijn van het gewijzigde standpunt en de impact op eerder gemaakte afspraken. Uw college heeft naar aanleiding van de Capaciteitsraming 2024 die op 31 januari 2024 in De Staatscourant is gepubliceerd, overleg gevoerd aan de subregionale regietafel Stedendriehoek en samen met de colleges van de andere gemeenten aan deze tafel bestuurlijke afspraken gemaakt over de verdeling van het aantal beschikbaar te stellen asielopvangplaatsen. Hierbij is door uw college afgesproken dat de gemeente Brummen binnen de uitvoeringstermijn van de huidige cyclus van de Spreidingswet opvang mogelijk zal maken voor 350 asielzoekers.
Deze afspraken zijn vervolgens ingebracht aan de PRT en opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026, dat ik als commissaris van de Koning op 31 oktober 2024 als onderdeel van mijn verslag heb aangeboden aan de minister van Asiel en Migratie. In haar Beslissing op Bezwaar Gelderland d.d. 8 december jl., dat aan uw college is toegestuurd, heeft de minister de herverdeling van de provinciale opvangopgave vastgesteld en daarbij de verdeling overgenomen, zoals opgenomen in het Plan Asielopvang Gelderland 2025-2026. Hieruit volgt de wettelijke taakstelling die elke gemeente in Gelderland binnen de uitvoeringstermijn van de huidige wetcyclus dient te realiseren. Voor de gemeente Brummen betekent dit dat de gemeente een wettelijke taakstelling heeft om binnen de uitvoeringstermijn van de huidige wetcyclus 350 asielopvangplaatsen beschikbaar te stellen.
Datum
18 december 2025 Zaaknummer
2025-001168 Blad
2 van 3
Het voornemen van de minister om te komen tot deze herverdeling is aangekondigd in de brief van de secretaris generaal van het ministerie van Asiel en Migratie (AenM) aan de PRT d.d. 20 mei jl. en recent in de brief van 20 november jl. aan uw college nogmaals aan u bevestigd. De gemeenteraad van Brummen is hiervan voorafgaand aan de raadsvergadering van 20 november jl. door uw college in kennis gesteld. De Beslissing op Bezwaar van de minister geeft duidelijkheid over de wettelijke taakstelling die aan uw gemeente is opgedragen. Het gewijzigde standpunt verandert daar niets aan. De wettelijke taakstelling komt ook overeen met de bestuurlijke afspraken, die uw college eerder heeft gemaakt aan de subregionale regietafel Stedendriehoek en waarover uw college de gemeenteraad eerder heeft geïnformeerd. Met het realiseren van de wettelijke taakstelling geeft uw college uitvoering aan de eerder gemaakte afspraken. Uw college is daarover, zoals de raad uw college ook opdraagt, al eerder met het COA en betrokken partijen (waaronder ook het ministerie) in overleg geweest. Vanuit mijn rol draag ik graag bij aan een constructieve voortzetting hiervan om de uitvoering van de wettelijke taakstelling waar uw college voor staat waar nodig en mogelijk te helpen bevorderen. Ik vertrouw erop dat ik met mijn reactie op uw brief uw vragen heb beantwoord.
Voor eventueel nadere toelichting op de Beslissing op Bezwaar en de (uitvoering van de) Spreidingswet verwijs ik u tot slot naar het ministerie van AenM (e-mail: spreidingswet@minjenv.nl) Hoogachtend,
Daniël Wigboldus Commissaris van de Koning in de provincie Gelderland Voorzitter van de PRT Gelderland
Datum
18 december 2025 Zaaknummer
2025-001168 Blad
3 van 3
c.c. de minister van Asiel en Migratie het subregionaal overleg Stedendriehoek de PRT Gelderland