C20 - B&W - Raadsinformatiebrief Voortgangsrapportage RES 2025 D464513
Tekst van het document
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 15 juli 2025 : Z116063/D462736 : : Voortgangsrapportage RES 2025
Verzonden d.d.: 15 juli 2025
Geacht bestuur, Hierbij bieden we u de voorgangsrapportage Regionale Energie Strategie Stedendriehoek 2025 ter kennisname aan. In 2021 stelde u de RES 1.0 van de Cleantech Regio vast. Daarin staat de ambitie om in 2030 1,07 TWh (Terawattuur) duurzame elektriciteit per jaar op te wekken. Dat noemen we het bod van de Regio Stedendriehoek, onze bijdrage aan het halen van het landelijke doel. In de voortgangsrapportage maken we inzichtelijk hoeverre we zijn met het behalen van dit doel. Het Nationaal Programma RES Het Nationaal Programma RES (NPRES) sprak met alle energieregio’s af dat ze de voortgang van de opwek van grootschalige duurzame wind- en zonne-energie rapporteren. Dit doen ze iedere twee jaar op 1 juli in hun regio in een voortgangsrapportage. Dit heeft het NPRES nodig voor de monitoring van de landelijke voortgang. Tegelijkertijd beantwoordt deze voortgangsrapportage de vraag of we op koers liggen om het bod te realiseren. De voortgangsrapportage 2025 bevat geen nieuw beleid. Opwek hernieuwbare energie 2025 In de regio wekken we nu 0,39 TWh aan hernieuwbare energie uit grootschalige bronnen op. Dat is 0,08 TWh meer dan bij de voortgangsrapportage uit 2023. Dit realiseert de regio voor het grootste deel door meer zon op land. Zon op land Voor zon op land geldt dat de pijplijn en ambitie aanzienlijk lager ligt dan in 2023.
Dit is mede ingegeven door de voorkeursvolgorde zon, netcongestie en marktomstandigheden. Hierdoor komt het deel van het bod voor zon op land in gevaar. We moeten actie ondernemen om dit deel van het bod wel te kunnen realiseren. Wind op land Ook de voortgang van de ontwikkeling van windenergie uit windmolens blijft achter op ons bod. Een belangrijke verklaring hiervoor is gelegen in de beperkingen die de provincie heeft opgelegd. Een beperking voor windmolens op en rondom de Veluwe in verband met de aanwezigheid van de wespendief. De afstandsnorm die de provincie Gelderland voornemens is om over te nemen en in te stellen beperkt de mogelijkheden voor windenergie ook. Het gaat om een afstand van 2x de tiphoogte tot woningen. Deze normeringen vallen buiten onze invloedsfeer.
Z116063/D462736
Blz. 2
Zon op gebouwen Wat betreft zonnepanelen op gebouwen hebben we als gemeente weinig sturingsmogelijkheden. Deze initiatieven zijn meestal niet vergunningplichtig. Initiatiefnemers hebben daarbij ook last van netcongestie. En lagere energieprijzen maken de business case uitdagend. De opwek via zonnepanelen op grootschalige daken blijft daardoor achter op ons bod. Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) De voortgangsrapportage van 2023 benoemde de bovenstaande vertraging al. Deze rapportage gaf aanleiding om te starten met het proces van de herijking van de RES 1.0. De voortgangsrapportage van dit jaar bevestigt het belang van het anders kijken naar het energiesysteem. Door een focus op alleen opwek van grootschalige wind en zon gaan we de energietransitie niet realiseren. De herijking van de RES 1.0 heeft geleid tot het ontwerp RPE. Het ontwerp RPE ligt nu ter inzage. We verwijzen in de voortgangsrapportage daarom regelmatig naar het ontwerp RPE. De uitgangspunten en handelingsperspectieven uit het ontwerp RPE helpen om voortgang te houden in de energietransitie. Een belangrijke conclusie uit het ontwerp RPE is dat we door het inzetten op energieopslag en slimmer energieverbruik tegelijkertijd de netcongestie kunnen verminderen en de business case voor lokale opwek kunnen verbeteren.
Die ontwikkeling is al zichtbaar, en gaat helpen om investeren in opwek weer aantrekkelijk te maken. Daarmee achten we het realistisch dat we ons bod zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 realiseren. Voor windenergie geldt dat er nu onderzoek wordt gedaan naar meer plaatsingsruimte in de 8km zone rond de Veluwe. En sommige gemeenten gaan met het provinciale planMER in de hand aan de slag met verkenningen naar wind. Echter is het RPE nog niet definitief vastgesteld. De reacties van inwoners op de stukken die ter inzage liggen kunnen tot 7 juli aanstaande nog binnenkomen. De meeste raden lijken positief te zijn over het RPE, maar ook hier is het zo dat een aantal raden nog formeel moeten besluiten of ze wel of geen zienswijze indienen. We kunnen daarom nu nog niet zeggen of de oplossingen die daaruit voortvloeien ingezet kunnen worden om de voortgang te verbeteren. Daarvoor moeten de raden uit de Stedendriehoek eerst de nieuwe kaders vaststellen. Dit definitief vaststellen van het RPE staat gepland voor het najaar van 2025. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- Voortgangsrapportage 2025 Regionale Energie Strategie stedendriehoek (D462634) - Doel tabellen NPRES (D463292)
462634
Voortgangsrapportage Juni 2025
Regionale Energie Strategie
2
5202 inuj eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Inhoudsopgave 1.Inleiding 4 2.Voortgang in het realiseren van de RES 6 1.0 doelstelling 3.Data & monitoring 10 4.Bijsturen in het realiseren van de RES 1.0 12 doelstelling 5.Opwek in de leefomgeving 15 6.Opwek in het decentrale deel van het 18 toekomstig energiesysteem 7.Maatschappelijke betrokkenheid, 19 participatie en communicatie 8.Regionale Structuur Warmte 22 9.Vooruitblik naar de komende periode 24 tot en na 2030 10.Bijlagen 27
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
1. Inleiding
5202 inuj
In 2021 stelden de raden van de gemeenten in de regio Stedendriehoek en onze RESpartners de Regionale Energiestrategie 1.0 voor de Stedendriehoek (RES 1.0) vast. Hierin stond beschreven dat we in de regio Stedendriehoek ons best zouden doen om in 2030 in totaal 1,07 TWh per jaar aan elektriciteit te produceren met behulp van grootschalige wind- en zonne-energie.
4
Het Nationaal Programma RES, vanaf nu in deze rapportage afgekort als NPRES, heeft met alle RES-regio’s afgesproken dat iedere twee jaar op 1 juli de voortgang wordt gerapporteerd in een voortgangsrapportage. Tot 2030 monitoren we de voortgang van de RES dus elke twee jaar: in 2023, 2025, 2027 en 2029. Dat doen we voor de monitoring van de landelijke voortgang door NPRES. Tegelijkertijd beantwoordt deze voortgangsrapportage voor onszelf de vraag of de Regio Stedendriehoek op koers ligt om het bod, de ambitie van 1.07 TWh grootschalige elektriciteitsopwek via hernieuwbare energie, in 2030 te realiseren. Naast de inspanning op het gebied van opwek van duurzame elektriciteit vormde de RES 1.0 ook de basis voor regionale afspraken over warmtebronnen en warmteinfrastructuur van bovengemeentelijke omvang. In de Stedendriehoek waren die maar zeer beperkt beschikbaar. Daarover zijn tussen gemeenten snel werkafspraken gemaakt.
Het Nationaal Programma RES (NPRES) coördineert en ondersteunt landelijk de 30 RES regio’s in Nederland. In 2023 heeft onze regio voor het eerst een voortgangs-rapportage naar NPRES gestuurd. Die gaf een gemengd beeld. Onze gemeenten hadden over het algemeen hun beleid voor zonne-energie op land sterk ontwikkeld en “zon op land” lag ook operationeel op koers voor het doel van 0,45 TWh in 2030. Voor windenergie werd geconcludeerd dat het steeds moeilijker werd om nog plek te vinden voor windturbines, onder meer door beschermde status van de Wespendief. Toch leek de beperkte ambitie van 0,11 TWh rond 2030 nog wel binnen bereik. Voor “zon op gebouw” was de conclusie in 2023 dat we ondanks sterke groei van zonne-energie op daken, flink achterliepen op de doelen. In de voortgangsrapportage van 2023 werden de uitdagingen van de netcongestie, stikstofproblematiek en veranderingen in het (geo)politieke landschap al zichtbaar. De voortgangsrapportage uit 2023 bracht ook in beeld hoe de Stedendriehoek met deze uitdagingen om wilde gaan. We stelden onszelf in dat document bijvoorbeeld de vraag: hoe gaan we binnen de regio nu het slimst om met het energiesysteem dat we uiteindelijk willen, en met de netcongestie?
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Eerste voortgangsrapportage uit 2023 signaleert knelpunten
Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) is onze nieuwe basis Met die vragen zijn we tussen 2023 en nu, samen met partners, hard aan de slag gegaan en dat heeft een nieuwe basis opgeleverd voor onze regionale energievoorziening van de toekomst. De in RES 1.0 opgeschreven doelen, en de opgedane ervaringen in de afgelopen jaren hebben we samen met maatschappelijke partners vertaald naar ons ontwerp-Regionaal Programma Energievoorziening (RPE). Ons ontwerp-RPE is in mei 2025 gepresenteerd en ligt momenteel ter inzage. In het ontwerp-RPE beschouwen we de hele regionale energievoorziening en gaan we zoveel mogelijk uit van het lokaal samenbrengen van energievraag en energieaanbod. Daarmee koppelen we lusten en lasten, en dragen we bij aan efficiënt gebruik van energie-infrastructuur. In dat ontwerp-RPE hebben de RES doelen ook een plek gekregen in de route naar een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem in 2050.
5202 inuj
De oplevering van het ontwerp-RPE in april van dit jaar zorgt ervoor dat dit voortgangsdocument kort en bondig is. Het ontwerp-RPE geeft veel context voor de feitelijke stand van zaken rond de voortgang van ons RES bod, en is daarom een bijlage bij dit document.
5
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 6
2.
Voortgang in het realiseren van de RES 1.0 doelstelling
De eerste grafiek geeft een beeld van de gerealiseerde projecten. De tweede grafiek geeft een beeld van de ontwikkeling van de projecten pijplijn. Dit zijn initiatieven die concreet zijn en waarvan de kans groot is dat ze binnen enkele jaren tot realisatie komen. De derde grafiek geeft een beeld van de ambitie zoals gedefinieerd in het begrippenkader NPRES. Hierin staan vastgestelde zoekgebieden, en initiatieven die beleidsmatig of projectmatig pril zijn. Het is nog onzeker of- en wanneer dergelijke initiatieven gerealiseerd worden. en een aanzienlijk deel zal naar verwachting nog afvallen. Voor meer cijfermatige informatie bij onderstaande staafdiagrammen wordt verwezen naar bijlagen met daarin de doeltabellen van NPRES op niveau van de regio en van de individuele gemeenten.
Gerealiseerd Zon op gebouw 1.2
1.07 TWh
1.0
0.11
0.8
0.45
Zon op land
0.4 0.0
Bod
0.39 TWh 0.01
0.01 0.20
0.51
0.2
Wind
0.31 TWh
0.6
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
We rapporteren over de voortgang middels toepassing van het begrippenkader NPRES. De in de eerste voortgangsrapportage beschreven vertraging bij grootschalige opwek van wind- en zonneenergie heeft de afgelopen twee jaar doorgezet. De pijplijn voor nieuwe projecten is dun en het aantal opgeleverde projecten loopt terug. Hieronder staan in grafiekvorm de ontwikkelingen.
0.27
0.10
0.11
Voortgang 2023
Voortgang 2025¹
Met betrekking tot de realisatie is nu bijna 0,4 TWh van ons bod gerealiseerd. De groei zakt steeds verder in, en ten opzichte van de tussenstand van mei 2024 is er maar 0,02 TWh extra aangesloten op het net. In de categorie Zon op Gebouw hebben we niet alle projecten in beeld. Dit komt doordat niet alle Zon op Gebouw initiatieven SDE-subsidie aanvragen. We zouden als regio en gemeenten graag aanvullende data van de regionale netbeheerder Liander ontvangen zodat we een realistischer beeld krijgen van de daadwerkelijke ontwikkelingen. Hierover zijn wij met Liander in gesprek.
Pijplijn 0.14 0.12 0.10 0.08 0.06 0.04 0.02 0.00
Voortgang 2025
0.13 0.09 0.06 0.01
0.03
0.02
Zon op gebouw
Zon op land
5202 inuj
Voortgang 2023
Wind
¹ We maken voor de voortgangsrapportage van 2025 gebruik van getallen uit 2023 (projecten administratief in beheer bij RVO op 31-12-2023)
7
Voortgang 2023
Voortgang 2025
0.93
1.0 0.8
0.65 0.6 0.4 0.2
0.13 0.05
0.0
0.12
0.06
Zon op gebouw
Zon op land
Wind
Pijplijn en ambitie worden dunner Met betrekking tot de pijplijn en ambitie valt op dat die voor Zon op Gebouw toeneemt, maar dat de absolute omvang minimaal is. Gemeenten spelen een beperkte rol spelen bij initiatieven voor Zon op Gebouw. Initiatieven zijn meestal niet in beeld totdat ze eventueel SDE-subsidie aanvragen. Bij de pijplijn en ambitie voor Zon op Land valt op dat die sterk teruglopen. Dit komt grotendeels door de aangepaste voorkeursvolgorde zon op land en door het groeiende overaanbod van zonne-energie in de zomermaanden. Voor wind is het beeld genuanceerder. De twee windprojecten in ontwikkeling in onze regio zijn nu verder gevorderd dan in 2023. Daardoor tellen ze nu volgens het standaard begrippenkader NPRES zwaarder mee in de pijplijn. Als beide windprojecten worden gerealiseerd, dan is het nog steeds mogelijk om tussen 2030 en 2035 dicht bij het wind-aandeel in het bod uit te komen.
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Ambitie
Duidelijke redenen voor groeivertraging
1.Gelijktijdigheid van een eenzijdige opwekmix (zon-PV) maakt veel van de geproduceerde kWh (met name in de zomer) minder waard en in bepaalde gevallen niet te transporteren op het stroomnet. Daardoor is investeren in grootschalig zon-PV minder aantrekkelijk; 2.Ruimtelijke en milieutechnische beperkingen en onzekerheden voor nieuwe energievoorzieningen, zoals rond de Wespendief, de Aangepaste Voorkeursvolgorde Zon op Land, en discussie over milieunormen voor wind, en stikstof bieden steeds minder plek voor nieuwe initiatieven; 3.De huidige markt- en systeemregels en beleid rond stimuleren en afremmen van energieaanbod en energievraagzijn minder geschikt voor de huidige fase van de energietransitie. Voorbeelden daarvan zijn de fiscale behandeling van energieopslag, en standaard aansluit en transportovereenkomsten die geen rekening houden met efficiënter netgebruik. 4.Door de netcongestie en de huidige regels voor het toekennen van aansluitingen en transportvermogen, (bijvoorbeeld via het principe van wie het eerst komt, wie het eerst maalt) is een aansluiting voor nieuwe projecten onzeker.
5202 inuj
De redenen voor de groeivertraging zijn helder: het risico voor investeringen in duurzame opwek wordt voor steeds meer initiatieven te groot. De onderliggende oorzaken hiervoor zijn:
8
Om de transitie naar een duurzame, betrouwbare en betaalbare energievoorziening door te kunnen zetten moet de elektrificatie van de energievoorziening worden gecombineerd met meer buffering en slimmer gebruik van het energiesysteem. Simpel gezegd moeten de aspecten opslag, buffering en flexibel en slimmer gebruik nu eerst een been bijtrekken voordat we lokaal weer meer zonne-energie aan het systeem kunnen toevoegen. Voor windenergie ligt dat iets anders. Doordat windenergie vaak op andere momenten energie levert dan zonne-energie, is daar nog wel technisch en economisch ruimte voor in het lokale energiesysteem.
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
De klimaatopgave en de leercurves van energietechnologieën geven duidelijk richting: We gaan veel meer doen met emissievrije elektriciteit en verbranden steeds minder fossiele brandstoffen. Dat laatste creëert een grote uitdaging want fossiele brandstoffen leveren niet alleen energie, maar ook de opslag- en flex-functie in ons oude energiesysteem. Stimulerend overheidsbeleid voor duurzame opwek, en steeds lagere kosten voor die opwek van duurzame energie gingen aanvankelijk hand in hand. Dit werkte goed zolang het bestaande centrale en fossiele systeem en duurzame en decentrale energie elkaar niet in de weg zaten. Tot die tijd konden overheden lastige keuzes vermijden. Die fase is vanaf 2020 geleidelijk aan zijn einde aan het komen.
5202 inuj
Richting energietransitie-opgave verandert
9
10
5202 inuj eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
3.
Data en monitoring
Onze datapositie moet verbeteren om effectief te blijven We zijn nog niet tevreden over onze datapositie als het gaat om opwek- en opslag-initiatieven die al wat verder gevorderd zijn. Met enkel de SDE-informatie missen we met vrij grote zekerheid een flink aantal projecten die helemaal geen SDE aanvragen. We zien goede kansen om via Liander informatie te verkrijgen voor een betere monitoring van de ontwikkelingen. Liander heeft via de meldplicht in de Netcode een completer beeld en bovendien hebben ze de middelen en competenties om van aanvullende metergegevens goede dataproducten van te maken. Zelfs voor niet aangemelde installaties kunnen de netbeheerders aannames doen op basis van veranderende profielinformatie die binnenkomt via de slimme meters van aangeslotenen. Deze dataproducten kunnen naar onze mening ook goed voldoen aan de privacy regels. We zijn op de hoogte van de ontwikkelingen rond dataproducten onder het VIVET programma en Partners in Energie, maar die processen gaan langzaam. Bovendien lijkt de focus van die processen minder gericht op het ondersteunen van initiatieven om lokale infrastructuur beter te benutten. Liander heeft aangeboden om op korte termijn te samen te verkennen welke opties er zijn om de situatie te verbeteren. Dat is positief.
Het publieke belang en de logica daarvan zijn immers overduidelijk: samen sturen naar een zo efficient mogelijk gebruik van de energie-infrastructuur, elke partij vanuit zijn passende rol, maar bij voorkeur wel op basis van dezelfde informatie.
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
De monitoring van de voortgang van grootschalige opwekprojecten met zonne- en wind-energie doen we in de regio Stedendriehoek met de Ninox-tool. Die database onderhouden we met de SDE-data en aanvullende informatie uit de lokale relatienetwerken over initiatieven die nog pril zijn. De SDE-data die gebruikt zijn voor deze voortgangsrapportage zijn van april 2025 (projecten in beheer tot en met 2023).
De waarde van data steeds duidelijker bij het oplossen van knelpunten op projecten Met betrekking tot het gebruik van data zien we een verschuiving van grootschalige, grofmazige data en kentallen naar meer fijnmazige toepassing van data en kentallen op knelpunt-, project- of programma niveau. Ook merken we, doordat de netbeheerder meer nettopologie data en informatie m.b.t. belasting van onderstations deelt, dat zinvolle gesprekken over samenwerking en oplossingen ontstaan. Binnen de regionale samenwerking zien we dat energiedata en energiekentallen in toenemende mate een krachtig startpunt zijn om energie een plek te geven bij maatschappelijke opgaven rond verstedelijking, leefbaar landelijk gebied, mobiliteit en economie.
5202 inuj
De komende jaren gaan we ervan uit dat de netbeheerders meer dataproducten gaan leveren. Zelf overwegen we om in de komende tijd in regioverband te investeren in GIS-capaciteit. Die ontbreekt nu maar hebben we wel nodig om het vervolggesprek over de uitvoering van het RPE te voeren.
11
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 12
4. Bijsturen in het realiseren van de RES 1.0 doelstelling
Lokaal en regionaal hebben we hard gewerkt om de eendimensionale RES-opgave een stevige plek te geven in een breder perspectief van een toekomstige betaalbare, duurzame en betrouwbare energievoorziening. Daarbij gaan we uit van een eindbeeld waarin elektriciteit en omgevingsenergie de ruggengraat vormen van ons energiesysteem, lokaal veel wordt opgewekt en gebufferd, en slim met vraag en aanbod wordt omgesprongen. Dat ontwerp-Regionale Programma voor de Energievoorziening (RPE) van de toekomst biedt onderbouwd een wenkend perspectief voor iedereen.
Verwachtingen en voorbeelden voor handelingsperspectief Het is onze verwachting dat opslag van elektriciteit, warmte en koude de komende jaren fors aan belang gaat winnen, en daarmee wordt straks ook weer extra opwek van lokale duurzame energie mogelijk. Bij het maken van het ontwerp-RPE hebben we veel kennis opgedaan en gedeeld, en hebben we de samenwerking met de netbeheerders en de maatschappelijke partners versterkt. Dat is belangrijk want uiteindelijk zijn het de netbeheerders, de inwoners en de bedrijven die het grootste deel van de investeringen voor hun rekening gaan nemen. De rol van (lokale) overheden wordt daarnaast ook omvangrijker. Een paar mogelijkheden voor rollen van lokale overheden: Door middel van communicatie, projecten en programma's blijven inzetten op isoleren en besparen; Samen met maatschappelijke partners de uitgangspunten in het RPE in lokaal omgevingsbeleid vertalen. Complexe initiatieven snel en doordacht kunnen vergunnen; Lokaal beleid ontwikkelen op het gebied van windenergie en verkenningen en prille initiatieven met minimaal 50% lokaal eigendom ondersteunen om op te starten Koppelkansen en partnerschappen bieden als we als overheden zelf in de projecten (bijv.
in warmtetransitie) investeren; (Samen) garanties afgeven op bepaalde projecten met een groot maatschappelijk belang; Een koploperrol spelen met de eigen local4local inkoopprocessen voor elektriciteit; Structurele samenwerking organiseren met de energiecoöperaties; Effectief invullen van ruimte die we als lokale overheden binnen de nieuwe Energiewet krijgen om een stempel te drukken op het lokale energiesysteem; Nu al ruimtelijk rekening houden met een grote toename van opslag van energie boven-en onder het maaiveld; Netbeheerder en gemeenten voeren samen de buurtaanpak van Liander uit voor het vinden ruimte voor uitbreiding van het aantal transformatorhuisjes in wijken; Gezamenlijk omgang vinden met natuurwetgeving voor erfmolens en windmolens in het 18km gebied rond de Veluwe; Helder integraal beleid ontwikkelen, inclusief maatregelen vaststellen voor het energiesysteem/netcongestie (programma energiesysteem provincie); Lobby richting Rijk en andere stakeholders voor constructieve aanpassingen wetgeving en maatregelen;
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
RES opgave in breder perspectief geplaatst
5202 inuj
Bij de voortgangsrapportage in 2023 werd al duidelijk dat het onmogelijk is om een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening te realiseren langs één dimensie, die van grootschalige duurzame opwek met zon en wind.
13
RPE als nieuw uitgangspunt In de regio Stedendriehoek proberen we de vraag hoe we moeten bijsturen om de RES doelen toch te halen te beantwoorden via het ontwerp-RPE. Wij hopen dat de noodzaak van deze bredere en lokaal krachtige aanpak ook elders weerklank vindt en het Rijk en de provincies de randvoorwaarden gaan bieden die ook de volgende fase van energietransitie de wind in de zeilen geeft.
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Voor al die zaken is een eigen visie op de energievoorziening van de toekomst, en een pool van goed samenwerkende mensen met kennis en ervaring belangrijk.
5202 inuj
Netbewust bouwen en (her)ontwikkelen van woongebieden en bedrijventerreinen een nieuwe norm laten worden in de ruimtelijke ordening en planvorming. Bijdragen aan lokale experimenten onder de Omgevingswet. Het actief versterken van lokale consortia tussen bijvoorbeeld bedrijven, energiecoöperaties, gemeenten en andere partijen
14
15
5202 inuj eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
5. Opwek in de leefomgeving
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Lokaal is in de afgelopen jaren in beleid veel ruimte vastgelegd in zoekgebieden voor Zon op Land. Onder invloed van de huidige landelijke en provinciale richtlijnen voor Zon op Land, en onder invloed van het gegeven dat zonnevelden op dit moment nauwelijks rendabel zijn is het praktische potentieel voor dit soort projecten op korte termijn klein. In onze regio loopt een OER (Opwek Energie op Rijksvastgoed) project langs de snelwegen A1 en A50. Voorheen waren dit soort OER projecten beperkt tot toepassing van zon-PV. Vanwege de marktomstandigheden en omdat het om relatief kleine oppervlaktes gaat, is het OER team zich ervan bewust dat mogelijke initiatiefnemers vooral toegevoegde waarde zullen zien in opties die iets toevoegen aan lokale energieoplossingen. Daarom worden in dit OER project nieuwe dingen uitgeprobeerd. We betrekken bijvoorbeeld de energiecoöperaties vroeg in het proces als omgevingspartners, en we kijken naar andere energie-elementen dan alleen PV. Denk daarbij aan WKO, batterijopslag en transport corridors. De verwachting is dat dit pionieren tijd gaat kosten omdat risico’s en kansen van nieuwe routes zorgvuldig gewikt en gewogen moeten worden. Het vastleggen van ruimte voor belangrijke investeringen in de versterking van de regionale infrastructuur voor elektriciteit ligt in onze regio redelijk op koers.
Binnen de pMIEK zijn voor onze regio geen specifieke knelpunten. Net zoals in andere regio’s lopen we ook in de Stedendriehoek de kans op vertragingen door de stikstofproblematiek. Verder ontwikkelt de provincie Gelderland een energietransitie programma onder de Omgevingswet. In het daarop vooruitlopende Beleidskader Energiesysteem wordt voorgesorteerd op clustering van energieintensieve activiteiten op bepaalde plekken in Gelderland. De regio Stedendriehoek is vooralsnog niet zo’n clusterregio. Dit kan voor de regio Stedendriehoek betekenen dat in onze regio straks energetisch meer zelfredzaamheid wordt vereist dan in andere delen van Gelderland. De regio volgt het provinciale Beleidskader Energiesysteem en het toekomstige provinciale Energieprogramma als uitgangspunt voor de eigen regionale ontwikkelingen op energiegebied. In het algemeen geldt dat we met de komst van het RPE een stevige basis hebben gelegd om energie altijd en vroegtijdig een plek te geven bij het maken van plannen voor maatschappelijke opgaven en gebiedsontwikkeling.
5202 inuj
Het ontwerp-RPE gaat er vanuit dat de energievoorziening in 2040 en 2050 veel decentraler is georganiseerd dan nu. Daarbij worden de vraag naar energie en het grootschalige en kleinschalige aanbod, buffering en transport integraal benaderd én wordt de energievoorziening gezien als een integraal onderdeel van al onze ruimtelijke ontwikkelingen en verduurzamingsopgaven. Dat betekent ook iets voor de blik op de grootschalige opwek zoals die binnen de reikwijdte van ons RES 1.0 bod valt.
16
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj
Passend bij het landelijke en natuurrijke karakter van onze regio was onze RES 1.0 volledig gebaseerd op de vraag wat ons landschap kan dragen op het gebied van grootschalige opwek (en nauwelijks op de vraag hoe onze energievoorziening van de toekomst eruit zou zien). In de basis is er dus vanaf de start van de RES al veel aandacht voor ecologie. Al onze gemeenten hebben (concept)regels ten aanzien van landschapskwaliteit en ecologie als het gaat om zonnevelden. Voor windenergie hebben nog niet al onze gemeenten beleid (en dus ook niet t.a.v. inpassing). Op dit moment ligt er vanuit de energie-regio een voorstel voor de doelmatige inzet van het Kwaliteitsbudget voor ecologie en biodiversiteit. Onze gemeenten kunnen projecten voordragen waarbij naar een zo groot mogelijke impact per bestede euro wordt gestreefd. We verwachten zowel projectvoorstellen om bestaande projecten meer ecologische waarde te kunnen geven als voorwaardenscheppende projecten waarmee investeringen in ecologie en biodiversiteit bij realisatie worden geborgd. In het algemeen denken wij dat landgebruik voor opwek van duurzame energie vaak grote kansen biedt om de biodiversiteit te versterken. Misschien is het een idee om d.m.v. een landelijk empirisch onderzoek in kaart te brengen in hoeverre dat beeld klopt.
17
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
6. Opwek in het decentrale deel van het toekomstig energiesysteem
5202 inuj
Met het RPE is ten opzichte van de RES 1.0 een stap gemaakt als het gaat om inpassing van de RES 1.0 doelen in een duurzame, betaalbare en betrouwbare toekomstige energievoorziening. Naast grootschalige en kleinschalige opwek zijn daarom in het RPE ook de onderwerpen energiebesparing, vraagsturing (flexibiliteit), buffering (elektriciteit, warmte en koude), transport en samenwerking opgenomen. Wanneer we omgevingsenergie meenemen, en we samen beleidsmatig voldoende ruimte creëren, dan kunnen we in onze regio misschien wel tot 80% zelfvoorzienendheid komen in 2050. Het RES 1.0 bod heeft ook een plek in deze ontwikkelingen. Naar verwachting kunnen we ons RES 1.0 bod ingevuld hebben rond 2035, en het liefst zo snel mogelijk na 2030. Voor details hierover verwijzen we naar het ontwerp-RPE.
18
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 19
7. Maatschappelijke betrokkenheid, participatie en communicatie
Adviestafel/ loket voor Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie-initiatieven Binnen onze RES/RPE activiteiten ondersteunen en structureren we deze ontwikkelingen onder meer in onze Adviestafel en ons loket voor Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energieinitiatieven (OKE). De Adviestafel bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kennisinstellingen en inwoners (via de energiecoöperaties). De Adviestafel is ook vertegenwoordigd in de RES/RPE Stuurgroep. Het OKE-loket helpt initiatiefnemers die tegen operationele drempels aanlopen met kennis, contacten en kleinschalige financiële ondersteuning. Het OKE werkt laagdrempelig. Het effect werkt twee kanten op. Initiatiefnemers zijn geholpen en het RES/RPE team heeft feeling bij actuele en praktische ontwikkelingen en kan die regionaal verder verspreiden. Voor meer informatie over de Adviestafel, participatie en communicatie wordt verwezen naar par. 5.1 van het RPE. Meer informatie over het OKE is opgenomen in par. 2.3 van het RPE.
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
De maatschappelijke betrokkenheid bij de RES en het RPE is de afgelopen twee jaar versterkt. Enerzijds komt dat doordat door ontwikkelingen als netcongestie en geopolitieke spanningen de beschikbaarheid van betaalbare en betrouwbare energie minder vanzelfsprekend is geworden. Daardoor is energie bij inwoners en bedrijven meer op de voorgrond komen te staan. Hierdoor worden deelnemers aan het energiesysteem steeds actiever, en die initiatieven leiden ook tot communicatie met gemeenten en netbeheerders. Daarnaast spannen de provincie, de gemeenten en de netbeheerders zichzelf ook steeds meer in om maatschappelijke partners mee te nemen in de ontwikkelingen rond beleid, investeringen in energie-infra en het beter benutten van energie-infra. Schaarste heeft geleid tot meer samenwerking.
Energiecoöperaties zijn belangrijk De energiecoöperaties zijn maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk en met een missie die samenvalt met die van lokale overheden en grotendeels ook met de belangen van inwoners en bedrijven. Energiecoöperaties kennen de lokale situatie vaak goed, en dat is belangrijk in een energiesysteem waar lokaal aanbod steeds beter moet aansluiten op de lokale vraag. De energiecoöperaties in de regio Stedendriehoek vormen daarom een waardevolle groep van maatschappelijke partners. Zij werken onderling samen en wisselen ervaring, kennis en mensen (projectleiders en andere specialisten) uit. Samen willen zij daarnaast doorgroeien naar energiegemeenschappen op gemeentelijk niveau. De coöperaties zijn verenigd in een formele regionale koepel coöperatie: EnergieSamen Stedendriehoek. Door deze manier van werken professionaliseren de energiecoöperaties steeds verder en daarmee worden ze ook een steeds aantrekkelijkere partner voor gemeenten en commerciële projectontwikkelaars.
De provincie, de gemeenten en de netbeheerder hebben in een decentraler wordend energiesysteem veel meer dan vroeger te maken met een grote groep actieve deelnemers. Daarbij verschuiven rollen en verantwoordelijkheden. Dan is het soms uitdagend om ons aan te passen en op de meest constructieve manier samen te werken. Het is onvermijdelijk dat het af en toe schuurt als oude belangen worden ingeruild voor nieuwe. Gelukkig gaat de samenwerking steeds beter. Dat lukt vooral door nieuwe partners als volwaardig te zien, initiatieven met elkaar zoveel mogelijk op een gelijkwaardige basis op te pakken. Het helpt ook om te accepteren dat zaken nieuw zijn, een wat andere, meer open rolneming vereisen, en dus soms wat anders lopen dan vooraf gedacht. We hebben sterk het gevoel dat de regionale schaal daarbij een positief en verbindend element is. Die aanname is misschien wel iets om eens nader te onderzoeken.
5202 inuj
Eigen rol voortdurend kritisch door ontwikkelen
20
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
In de regio Stedendriehoek houden we niet gestructureerd bij hoe we ervoor staan ten opzichte van het streven naar 50% lokaal eigendom. We weten wel dat we bij de reeds operationele grootschalige opwekprojecten bij lange niet aan de 50% lokaal eigendom komen. Omdat we vanuit de RES verbreden naar de gehele energievoorziening merken we dat de discussie rond 50% lokaal eigendom eigenlijk ook verbreding nodig heeft. Bij nieuwe grootschalige projecten (maar dat zijn er op dit moment niet zo veel) is het streven naar een flink aandeel lokaaleigendom in al onze gemeenten de norm. Wellicht kunnen we lokaal bij de formalisering van onze ambities op dit gebied inspiratie putten uit het recent vastgestelde provinciale beleid voor Lokaal eigendom en participatie. Er is in de praktijk wel veel lokaal eigendom. Kleinschalig en grootschalige zon op dak is vaak 100% lokaal eigendom en dat geldt straks ook voor alle batterijopslag die aan die systemen gekoppeld gaat worden. Verder lopen er veel gesprekken rond bestuur en lokaal eigendom bij collectieve warmtesystemen. En individuele warmtepompen met bijbehorende buffervaten zijn ook 100% lokaal eigendom. Kortom, we denken dat we met elkaar op weg zijn naar een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem waarin lokaal eigendom en lokale zeggenschap daadwerkelijk een flinke vinger in de pap hebben.
Het kan toegevoegde waarde hebben om ook dit kwantitatiever en met aangepaste definities te gaan monitoren.
5202 inuj
Definitie en invulling lokaal eigendom kunnen verder worden versterkt
21
22
5202 inuj eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
8. Regionale Structuur Warmte
De regio onderzoekt ook de mogelijkheden van de IJssel als bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Daarnaast kijken we in de regio naar mogelijkheden voor geothermie, biogas (door mono-mestvergisting) en restwarmte op bedrijventerreinen.
Eerste collectieve warmtevoorzieningen gaan richting uitvoering
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
De Regionale Structuur Warmte onderzoekt of bovenlokale warmtebronnen gebruikt kunnen worden. In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en op welke plekken in de regio een hoge energievraag bestaat. Hieruit is gebleken dat er twee grote bronnen van restwarmte zijn: het rioolwater van Friesland Campina (gemeente Lochem) en de papierindustrie in Eerbeek (gemeente Brummen). Het gebruik van de restwarmte uit het rioolwater van de fabrieken van Friesland Campina is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het gegund aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een grootschalig warmtenet in Zutphen. Voor de restwarmte uit de papierindustrie doet de gemeente Brummen onderzoek naar een eerste toepassing in Eerbeek. Het ligt op dit moment nog niet voor de hand deze bron op andere plekken in te zetten.
In de verstedelijkte gebieden in onze regio worden de plannen voor collectieve warmtevoorzieningen steeds concreter en daarmee ook de verschillende uitdagingen. Met betrekking tot de netcongestie wordt intensiever samengewerkt met de netbeheerder dan voorheen. Soms ontstaat ook ruimte om collectieve warmtevoorzieningen ondanks de netcongestie toch aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Dat komt onder meer doordat netbeheerders geleidelijk meer mogelijkheden krijgen om maatschappelijk te prioriteren, en ontwikkelaars van collectieve warmtesystemen flex en opslag een plek geven in hun plannen. , Het toevoegen van flex en opslag in de warmteplannen roept wél de vraag op hoe dat precies moet en hoe groot die opslag dan optimaal moet zijn. Dit soort kennisvraagstukken zijn gedeeltelijk regionaal van aard en krijgen steeds meer een plek in de regionale samenwerking.
Warmte-Ketenpartners zijn in beweging
5202 inuj
Op het gebied van eigenaarschap en verantwoordelijkheid leiden de gesprekken tussen ketenpartners ook tot nieuwe ontwikkelingen. Allereerst op het niveau van gemeenten waar energiecoöperaties zich positioneren en gemeenten hun regierol invullen met het organiseren van intentieverklaringen en samenwerkingsovereenkomsten. Op provinciaal niveau zien we bijvoorbeeld dat het Gelders Warmte-Infra Bedrijf (Alliander en de Provincie Gelderland) zich herpositioneert: van ondersteunende ambities naar full service ambities inclusief investeringen in assets. Door onderling samen te werken tussen onze regio-gemeenten delen we best-practices en dragen we gezamenlijk bij aan provinciale en landelijke ontwikkelingen.
23
24
5202 inuj eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
9. Vooruitblik naar komende periode tot en na 2030
Het borgen dat iedereen die met maatschappelijke ambities bezig is, in de praktijk weet welke belangrijke rol de energietransitie daarin speelt. Het aanreiken van praktisch handelingsperspectief door kennis, partners en initiatiefnemers bij elkaar te brengen als neutrale regisseur en aanjager. De uitrol van energiebesparing, opslag en flexibel energiegebruik met bijbehorende contracten stimuleren, onderbouwen en ondersteunen, bijvoorbeeld door er ruimtelijk en in de vergunningverlening op te anticiperen. Gelijkwaardige en professionele samenwerking met onze medeoverheden stimuleren Samen met partners de projectenpijplijn voor een gevarieerde mix van grootschalige opwek, participatief en maatschappelijk verantwoord, weer aanvullen.
Grootschalige opwek versnelt pas weer nadat opslag en flex een been bijtrekken
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Met het ontwerp-RPE hebben we ons RES bod een plek gegeven in onze ideeën voor de regionale energievoorziening van de toekomst. Dat RPE omvat ook de elementen om het voor initiatiefnemers weer aantrekkelijk te maken om te investeren in duurzame opwek. Lokaal en regionaal blijven we werken aan:
We denken dat we een periode van twee tot drie jaar nodig hebben om opnieuw te kunnen versnellen met grootschalige duurzame opwek in combinatie met andere elementen van het energiesysteem, zoals opslag en slimme flexibele vraagsturing. Maar we kunnen dat niet alleen. Het is van groot belang dat het Rijk doorpakt met een kader dat efficiënt gebruik van infrastructuur, opslag en een gevarieerde mix in de lokale opwek op een stabiele manier stimuleert.
Kleinschalige oplossingen achter de meter vormen een motor op korte termijn
S3H
2020
2022
2024
2025*
117 MW
183 MW
275 MW
310MW
56%
50%
13%
2917 MW
4279 MW
4865 MW
54%
47%
14%
Groei Liander gebied Groei
1900 MW
5202 inuj
We verwachten dat er wel sterke korte-termijn “trekkers” blijven in de energietransitie. Zo denken we dat kleinschalige duurzame opwek en het kleinschalige oogsten van omgevingsenergie in combinatie met kleinschalige opslag van elektriciteit en warmte doorgroeit met een tempo van minimaal 10-15% per jaar. Dit leiden we onder meer af uit de groeicijfers voor kleinschalig zon op dak, thuisbatterijen, airco’s en warmtepompen. Verder verwachten we dat projecten voor grootschalige opwek, in combinatie met opslag, en afnemers als investeerder ook in de pijplijn zichtbaar gaan worden de komende jaren.
25
2022
2024
2025*
50 MW
76 MW
114 MW
128 MW
52%
50%
12%
16 MW
22 MW
24 MW
100%
38%
8%
18 MW
28 MW
32 MW
64%
56%
15%
12 MW
18 MW
20 MW
71%
50%
13%
25 MW
37 MW
43 MW
47%
48%
16%
17 MW
26 MW
30 MW
54 %
47%
14%
20 MW
29 MW
32 MW
67%
45%
12%
Groei Brummen
8 MW
Groei Epe
11 MW
Groei Heerde
7 MW
Groei Lochem
17 MW
Groei Voorst
11 MW
Groei Zutphen Groei
12 MW
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Apeldoorn
2020
*De inschatting voor 2025 is gebaseerd op de verschillen tussen de waarden voor invoeding in het elektriciteitsnet vanuit kleine PV-installaties in het Liander leveringsgebied van 2024 naar 2025. Liander zal pas in 2026 zelf weer cijfers publiceren voor het totaal opgesteld vermogen voor PV-kleinverbruik. Als we uitgaan van deze cijfers voor 2025, dan kan de totale opwek vanuit kleinverbruik in de Stedendriehoek in 2025 ongeveer even groot worden (rond 0,4 TWh) als de opwek uit grootschalige projecten.
Op basis van de huidige afspraken mag een nader te bepalen deel van de kleinschalige opwek met Zon-PV in 2030 meetellen in de gerealiseerde RES projecten. Hoewel we pas in 2030 echt weten hoe groot die bijdrage is, kunnen we daarvan al wel een indicatie geven. Wanneer in 2030 de kleinschalige opwekking met zon-PV, landelijk meer dan 7 TWh per jaar bedraagt telt het surplus (boven 7 TWh per jaar) mee. Onze voorzichtige inschatting op basis van landelijke en regionale cijfers is dat er in 2030 in Nederland circa 18 TWh/jr aan kleinschalige PV opwek wordt geproduceerd, waarvan 0,6 TWh in de Stedendriehoek (3,3%). Die 3,3% van het ingeschatte surplus (11 TWh) zou dan betekenen dat tussen de 0,3 en 0,4 TWh/jr aan kleinschalige opwek bijdraagt aan ons RES bod. Uiteindelijk is niet zozeer van belang wat wel of niet meetelt voor ons RES-bod, maar de conclusie dat kleinschalige opwek en lokale balans een sleutelbijdrage leveren aan een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem.
5202 inuj
Kleinschalige opwek meetellen bij integrale route naar Energiesysteem van de Toekomst
26
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 27
Bijlagen Ontwerp-Regionaal Programma Energievoorziening Stedendriehoek (RPE) Doeltabel RES-regio Stedendriehoek uit onze voortgangstool Ninox met voortgang RESprojecten volgens begrippenkader methodiek NPRES Doeltabellen per gemeente uit onze voortgangstool Ninox met voortgang RES-projecten volgens begrippenkader methodiek NPRES
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 28
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Stedendriehoek Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
287,802003
89,95
193,895
3,957003
Uitgewerkt
332,270972
11,214
310,175
10,881972
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
214,7358917
20,2302
150,2094543
44,29623744
Ambitie totaal
834,8088667
121,3942
654,2794543
59,13521244
Voortraject
19,40211766
0
14,6395
4,76261766
Vergunningaanvraag
33,1873
25,488
7,5715
0,1278
Vergunningverlening
29,1438
29,1438
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
75,03914475
0
63,87033825
11,1688065
Pijplijn totaal
156,7723624
54,6318
86,08133825
16,05922416
Gerealiseerd
390,2363806
10,575
270,7872115
108,8741691
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 29
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Apeldoorn Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
25,963
0
25,27
0,693
Uitgewerkt
245,600272
0
245,575
0,025272
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
58,65137
0
47,50019
11,15118
Ambitie totaal
330,214642
0
318,34519
11,869452
Voortraject
6,15401
0
4,94
1,21401
Vergunningaanvraag
0
0
0
0
Vergunningverlening
0
0
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
29,38752
0
27,36171
2,02581
Pijplijn totaal
35,54153
0
32,30171
3,23982
Gerealiseerd
112,9342056
0
65,83785
47,0963556
Niet uitgewerkt
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 30
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Brummen Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
0,524772
0
0
0,524772
0
0
0
0
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
41,31155178
0
40,185
1,12655178
Ambitie totaal
41,83632378
0
40,185
1,65132378
Voortraject
4,56887242
0
4,465
0,10387242
Vergunningaanvraag
0,1278
0
0
0,1278
Vergunningverlening
0
0
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
0
0
0
0
Pijplijn totaal
4,69667242
0
4,465
0,23167242
Gerealiseerd
52,9331705
0
39,9456665
12,987504
Niet uitgewerkt Uitgewerkt
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 31
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Epe Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
258,575
89,95
168,625
0
Uitgewerkt
0,0567
0
0
0,0567
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
2,08791275
0
1,51716425
0,5707485
Ambitie totaal
260,7196128
89,95
170,1421643
0,6274485
Voortraject
0
0
0
0
Vergunningaanvraag
0
0
0
0
Vergunningverlening
0
0
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
18,79121475
0
13,65447825
5,1367365
Pijplijn totaal
18,79121475
0
13,65447825
5,1367365
Gerealiseerd
14,833942
0
2,987845
11,846097
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 32
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Heerde Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
0
0
0
0
Uitgewerkt
54,7
0
47,5
7,2
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
4,57136865
0
0
4,57136865
Ambitie totaal
59,27136865
0
47,5
11,77136865
Voortraject
0,50792985
0
0
0,50792985
Vergunningaanvraag
0
0
0
0
Vergunningverlening
0
0
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
0
0
0
0
Pijplijn totaal
0,50792985
0
0
0,50792985
Gerealiseerd
3,58938
0
0
3,58938
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Lochem Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
0
0
0
0
Uitgewerkt
0
0
0
0
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
30,04967421
16,992
10,26
2,79767421
Ambitie totaal
30,04967421
16,992
10,26
2,79767421
Voortraject
0,29071269
0
0
0,29071269
Vergunningaanvraag
32,328
25,488
6,84
0
Vergunningverlening
0
0
0
0
1,63134
0
0
1,63134
Pijplijn totaal
34,25005269
25,488
6,84
1,92205269
Gerealiseerd
84,589802
0
74,46005
10,129752
5202 inuj
Subsidiebeschikking en bouw
33
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 34
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Voorst Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
0
0
0
0
Uitgewerkt
0
0
0
0
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
11,294169
0
3,32025
7,973919
Ambitie totaal
11,294169
0
3,32025
7,973919
Voortraject
1,105591
0
0,247
0,858591
Vergunningaanvraag
0,7315
0
0,7315
0
Vergunningverlening
0
0
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
2,2194
0
0
2,2194
Pijplijn totaal
4,056491
0
0,9785
3,077991
Gerealiseerd
83,1581815
0
73,1101
10,0480815
eigetartS eigrenE elanoigeR egatropparsgnagtrooV 5202 inuj 35
Doeltabellen
Bijlage bij voortgangsrapportage RES Stedendriehoek Zutphen Fase
Totaal (GWh)
Wind op land (GWh)
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh)
Niet uitgewerkt
2,739231
0
0
2,739231
Uitgewerkt
31,914
11,214
17,1
3,6
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
64,2304953
3,2382
44,8875
16,1047953
Ambitie totaal
98,8837263
14,4522
61,9875
22,4440263
Voortraject
6,7750017
0
4,9875
1,7875017
Vergunningaanvraag
0
0
0
0
Vergunningverlening
29,1438
29,1438
0
0
Subsidiebeschikking en bouw
0,15552
0
0
0,15552
Pijplijn totaal
36,0743217
29,1438
4,9875
1,9430217
Gerealiseerd
38,197699
10,575
14,4457
13,176999
Fase Niet uitgewerkt Uitgewerkt Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn Ambitie Totaal Voortraject Vergunningaanvraag Vergunningverlening Subsidiebeschikking en bouw Pijplijn totaal Gerealiseerd
Totaal (GWh) Wind op land (GWh) 287,802003 89,95 332,270972 11,214 214,7358917 20,2302 834,8088667 121,3942 19,40211766 0 33,1873 25,488 29,1438 29,1438 75,03914475 0 156,7723624 54,6318 390,2363806 10,575
Zon op veld (GWh) Zon op gebouw (GWh) Onbepaald (GWh) 193,895 3,957003 310,175 10,881972 150,2094543 44,29623744 654,2794543 59,13521244 14,6395 4,76261766 7,5715 0,1278 0 0 63,87033825 11,1688065 86,08133825 16,05922416 270,7872115 108,8741691
Gemeente 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H 0 S3H
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 25,963 Ambitie, Uitgewerkt 245,600272 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 58,65137 Ambitie, Totaal 330,214642 Pijplijn, Voortraject 6,15401 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0 Pijplijn, Vergunningverlening 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 29,38752 Pijplijn totaal 35,54153 Gerealiseerd 112,9342056
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zon op veld (GWh) 25,27 245,575 47,50019 318,34519 4,94 0 0 27,36171 32,30171 65,83785
Zon op gebouw (GWh) Onbepaald (GWh) 0,693 0,025272 11,15118 11,869452 1,21401 0 0 2,02581 3,23982 47,0963556
Gemeente 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn 0 Apeldoorn
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 0,524772 Ambitie, Uitgewerkt 0 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 41,31155178 Ambitie, Totaal 41,83632378 Pijplijn, Voortraject 4,56887242 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0,1278 Pijplijn, Vergunningverlening 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 0 Pijplijn totaal 4,69667242 Gerealiseerd 52,9331705
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zon op veld (GWh) 0 0 40,185 40,185 4,465 0 0 0 4,465 39,9456665
Zon op gebouw (GWh) Onbepaald (GWh) 0,524772 0 1,12655178 1,65132378 0,10387242 0,1278 0 0 0,23167242 12,987504
Gemeente 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen 0 Brummen
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 258,575 89,95 Ambitie, Uitgewerkt 0,0567 0 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 2,08791275 0 Ambitie, Totaal 260,7196128 89,95 Pijplijn, Voortraject 0 0 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0 0 Pijplijn, Vergunningverlening 0 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 18,79121475 0 Pijplijn totaal 18,79121475 0 Gerealiseerd 14,833942 0
Zon op veld (GWh) Zon op gebouw (GWh) Onbepaald (GWh) 168,625 0 0 0,0567 1,51716425 0,5707485 170,1421643 0,6274485 0 0 0 0 0 0 13,65447825 5,1367365 13,65447825 5,1367365 2,987845 11,846097
Gemeente 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe 0 Epe
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 0 Ambitie, Uitgewerkt 54,7 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 4,57136865 Ambitie, Totaal 59,27136865 Pijplijn, Voortraject 0,50792985 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0 Pijplijn, Vergunningverlening 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 0 Pijplijn totaal 0,50792985 Gerealiseerd 3,58938
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zon op veld (GWh)
Zon op gebouw (GWh) 0 47,5 0 47,5 0 0 0 0 0 0
0 7,2 4,57136865 11,77136865 0,50792985 0 0 0 0,50792985 3,58938
Onbepaald (GWh)
Gemeente 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde 0 Heerde
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 0 0 Ambitie, Uitgewerkt 0 0 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 30,04967421 16,992 Ambitie, Totaal 30,04967421 16,992 Pijplijn, Voortraject 0,29071269 0 Pijplijn,Vergunningaanvraag 32,328 25,488 Pijplijn, Vergunningverlening 0 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 1,63134 0 Pijplijn totaal 34,25005269 25,488 Gerealiseerd 84,589802 0
Zon op veld (GWh) 0 0 10,26 10,26 0 6,84 0 0 6,84 74,46005
Zon op gebouw (GWh) 0 0 2,79767421 2,79767421 0,29071269 0 0 1,63134 1,92205269 10,129752
Onbepaald (GWh)
Gemeente 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem 0 Lochem
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 0 Ambitie, Uitgewerkt 0 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 11,294169 Ambitie, Totaal 11,294169 Pijplijn, Voortraject 1,105591 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0,7315 Pijplijn, Vergunningverlening 0 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 2,2194 Pijplijn totaal 4,056491 Gerealiseerd 83,1581815
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zon op veld (GWh) 0 0 3,32025 3,32025 0,247 0,7315 0 0 0,9785 73,1101
Zon op gebouw (GWh) 0 0 7,973919 7,973919 0,858591 0 0 2,2194 3,077991 10,0480815
Onbepaald (GWh)
Gemeente 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst 0 Voorst
Fase Totaal (GWh) Wind op land (GWh) Ambitie, Niet uitgewerkt 2,739231 0 Ambitie, Uitgewerkt 31,914 11,214 Ambitie, Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn 64,2304953 3,2382 Ambitie, Totaal 98,8837263 14,4522 Pijplijn, Voortraject 6,7750017 0 Pijplijn,Vergunningaanvraag 0 0 Pijplijn, Vergunningverlening 29,1438 29,1438 Pijplijn, Subsidiebeschikking en bouw 0,15552 0 Pijplijn totaal 36,0743217 29,1438 Gerealiseerd 38,197699 10,575
Zon op veld (GWh) 0 17,1 44,8875 61,9875 4,9875 0 0 0 4,9875 14,4457
Zon op gebouw (GWh) Onbepaald (GWh) 2,739231 3,6 16,1047953 22,4440263 1,7875017 0 0 0,15552 1,9430217 13,176999
Gemeente 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen 0 Zutphen