C14 - B&W - Raadsinformatiebrief ontwikkelingen Bronkhorsterveer D463745
Tekst van het document
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 1 juli 2025 : Z115930/D462513 : : Raadsinformatiebrief ontwikkelingen Bronkhorsterveer
Geachte leden van de gemeenteraad, Tijdens de laatste raadsvergadering van 2024, heeft wethouder Inberg toegezegd u periodiek te informeren over het Bronkhorsterveer. Met deze raadsinformatiebrief brengen wij u op de hoogte van de bij ons bekende ontwikkelingen evenals de ondernomen en lopende acties door gemeente Brummen. Terugblik De huidige eigenaar van de veerverbinding tussen Brummen en Bronckhorst heeft al enige tijd zijn pensioensleeftijd bereikt. Het Bronkhorsterveer staat reeds zeven jaar te koop voor een vraagprijs van € 200.000,- (incl. € 40.000,- voor het veerrecht). Ondanks de grote aandacht in lokale, regionale en zelfs landelijke media, is het tot op heden niet gekomen tot een bedrijfsovername. Het veer heeft een utilitaire maar vooral toeristische functie voor inwoners, bezoekers en ondernemers en is karakteriserend in de leefomgeving van de gemeente Brummen. Naast de maatschappelijke waarde zorgt het veer ook voor hard benodigde toeristische koopstromen naar het centrum van Brummen. Wanneer het veer uit de vaart moet, zou dit voor velen een verlies zijn. Uitgangspunt Het Bronkhorsterveer blijft echter een private onderneming. Het uitgangspunt van de besturen van Brummen en Brockhorst is dat overname / eigenaarschap door de oevergemeenten wordt uitgesloten. Tegelijkertijd is al meermaals (publiekelijk) benoemd dat alle overige ondersteuning bespreekbaar is.
In de gemeente Brummen wordt daarom ambtelijk een actieve rol genomen om tot een oplossing te komen. Tegelijkertijd moeten we beseffen dat de huidige pontbaas letterlijk de sleutel tot succes heeft. Zonder medewerking of definitieve handtekening immers geen bedrijfsovername. Overnamekandidaten Het afgelopen jaar hebben zes verschillende overnamekandidaten zich bij de gemeente Brummen gemeld. Met de kandidaten zijn één of meerdere gesprekken gevoerd. In het ambitieniveau zit een aardige bandbreedte. Van voortzetten van de huidige veer tot nieuwbouw van een innovatief elektrisch veer. Alle initiatieven zijn onze ambtelijke ondersteuning aangeboden en gegeven. Denkt u hierbij juridische toetsing en verbinding van relevante stakeholders in het netwerk. Maar ook het aanbieden van kosteloze subsidiescans via het gemeentelijk subsidiebureau en het faciliteren van gesprekken met OostNL (provinciale investeringsmaatschappij) en Provincie Gelderland. Geconcludeerd moet worden dat op twee na, alle kandidaten zijn afgehaakt omdat de ‘etalage’ van veeronderneming niet voldoende op orde is. De cijfermatige onderbouwing van de exploitatie en technische staat van het veer blijkt voor kandidaten en mogelijke financierders onvoldoende onderbouwd.
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z115930/D462513
Blz. 2
Informele Werkgroep Ambtelijk zijn er diverse gesprekken gevoerd met huidige veerdienstondernemers in de regio en daarbuiten. Niet alleen om een overnamekandidaat te zoeken maar met name om kennis en inzichten op te halen in bijvoorbeeld de exploitatie. Afgelopen jaren zijn er verschillende initiatiefnemers opgestaan die het voortbestaan van het veer een warm hart toedragen. De gemeente Brummen is initiator geweest om al deze losse initiatiefnemers te verbinden in een publiek-private informele werkgroep en deze te faciliteren. Zo kunnen de krachten worden gebundeld. Brummen neemt hier ambtelijk een trekkende en sturende rol in. Met de werkgroep, waar verschillende expertise aan boord is, wordt geprobeerd een set aan steunmaatregelen op te zetten op gebied van o.a. marketing en communicatie, exploitatie, juridische zaken en verbinding met overheden. Hiermee is het doel dusdanige omstandigheden te creëren waardoor een initiatiefnemer zich gezekerd voelt wél door te zetten, ondanks de onzekerheden. Via de werkgroep wordt tevens contact onderhouden met de huidige veerpontbaas. Provincie Gelderland Gemeente Brummen is in maart ambtelijk vertegenwoordigd geweest op het jaarlijks afstemmingsmoment voor Gelderse veren in het provinciehuis in Arnhem. Provinciale Staten heeft een structureel bedrag van € 500.000,- in de begroting opgenomen ter vervanging van het Gelderse verenfonds.
Uit dit bedrag kan de helft van het exploitatietekort van Gelderse veren vanaf € 50.000,- tot € 500.000,- worden gedekt mits oevergemeenten gezamelijk de andere helft bijdragen. Provinciale Staten heeft in november ’24 de motie ‘Houd de Gelderse veren in de vaart’ aangenomen waarmee een opdracht is verstrekt te onderzoeken hoe toekomstbestendig de Gelderse veren zijn. Onderwerpen als duurzaamheidsmaatregelen, overnamekandidaten en welke financiële hulp nodig is, zijn onderzocht door bureau TwynstraGudde. Het resultaat is samengevat in het rapport ‘Veren in Gelderland’ in de bijlage (D46514). Dit advies is aangenomen door Gedeputeerde Staten en is in Provinciale Staten geagendeerd bij de behandeling van de tussenbalans van provincie Gelderland in juli 2025. Initiatiefnemers wachten op de besluitvorming of en welk instrumentarium wordt opgetuigd waarmee er mogelijk ook voor het Bronkhorsterveer nieuw perspectief komt. Vervolg We continueren en monitoren de acties die zijn ingezet waarbij we ook moeten concluderen dat een oplossing of overname voor het behoud van het Bronkhorsterveer nog allerminst in zicht is. Tegelijkertijd levert de gemeente Brummen behoorlijke ambtelijke capaciteit om hier binnen onze rol als lokale overheid een gepaste bijdrage aan te leveren. Wij vertrouwen erop u hiermee naar tevredenheid tussentijds te hebben geïnformeerd.
Wanneer nieuwe significante ontwikkelingen zich voordoen, zullen we u opnieuw informeren. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- Onderzoeksrapport ‘Veren in Gelderland 2025 (Z115930 / D46514)
Aanleiding Belang van veerponten voor bereikbaarheid Op 13 november 2024 is de motie ‘Houd de veren in de vaart’ (24M131) door de Provinciale Staten van de provincie Gelderland aangenomen. Deze motie onderstreept dat veerponten een onmisbare schakel vormen in de bereikbaarheid, en vooral van belang zijn voor scholieren. Tegelijkertijd wordt vastgesteld dat veel veren aan vervanging toe zijn, dat er beperkte mogelijkheden zijn om te verduurzamen en dat exploitanten vaak met pensioen gaan zonder opvolging. Financiële uitdagingen en oplossingen De exploitatie en financiering van veerponten brengen financiële uitdagingen met zich mee, waardoor er risico’s zijn dat veren uit de vaart gaan. Daarom is er behoefte aan de ontwikkeling van passende (financiële) instrumenten, zoals bij de provincie Zuid-Holland, om het behoud van de veren te waarborgen.
3
Historie De geschiedenis van het verenbeleid kent enkele belangrijke mijlpalen: •
In 2018 leidde een motie tot een herziening van het beleid en de ontwikkeling van vier scenario’s, die werden uitgewerkt in de periode 2019-2020.
•
In juni 2020 werd het rapport ‘Onderzoek naar Veren’ vastgesteld en in september besproken met de Staten (PS2020-442). Hierin werd aangegeven dat het Verenfonds van de Stichting Veren Gelderland naar verwachting in 2024 uitgeput zou raken. De exploitatie van de veren blijft de verantwoordelijkheid van veerexploitanten en gemeenten.
•
VNG Gelderland stelde vervolgens een rapport op en richtte een werkgroep in om een toekomstperspectief voor de veren uit te werken.
•
Provinciale Staten werden hierover geïnformeerd in juli 2022 (PS2022-502).
•
In maart 2023 bracht VNG het rapport ‘Perspectief voor de veren’ uit met aanbevelingen voor alle betrokken partijen, waaronder de provincie.
•
In de najaarsnota 2023 (PS2023-857) werden extra middelen beschikbaar gesteld om exploitatietekorten over het vaarseizoen 2023 te dekken, nadat het Verenfonds was uitgeput. Dit betrof een tijdelijke maatregel.
4
Informatiebronnen De analyse en bevindingen die in dit rapport zijn opgenomen, zijn gebaseerd op een breed scala aan informatiebronnen: •
Dataformulieren van exploitanten: Er zijn ingevulde dataformulieren ontvangen van exploitanten die betrekking hebben op 23 van de 43 veren.
•
Gesprekken met exploitanten: Er zijn gesprekken gevoerd met exploitanten die betrekking hebben op 24 van de 43 veren.
•
Ontvangen informatie: In totaal is informatie verkregen over 30 van de 43 veren, wat overeenkomt met 70% van de veren. Deze gegevens zijn verzameld via ingevulde formulieren of gesprekken.
•
Provinciale gesprekken ten behoeve van vergelijkend onderzoek: Gesprekken zijn gevoerd met vertegenwoordigers van de provincies Noord-Brabant en ZuidHolland. Deze gesprekken waren gericht op het vergelijken van beleid en financieringsmechanismen.
•
Contact met brancheorganisaties: Er is overleg gevoerd met brancheorganisaties.
9
Opbouw rapport 1.
Onderzoeksinformatie veren
2.
Inzicht in overheidsbijdragen
3.
Bevindingen per vraag uit de motie: • 3.1 Inzichten vervanging en renovatie • 3.2 Inzichten verduurzaming veren • 3.3 Inzichten personeel en opvolging • 3.4 Subsidies Europa en Rijk • 3.5 Inzichten exploitatie en voortbestaan veren
4.
Richtinggevende conclusies
5.
Aanbevelingen en concreet vervolg
10
1.2 Overzicht typologie veren en exploitanten (2/2) Grote en kleine veren •
Er zijn in totaal 43 veren, waarvan 26 groot en 17 klein. Verschil groot-klein <60 pax. of voertuigen. Het is arbitrair, maar dit is nu de keuze.
Verduurzaamde veren •
Van de 43 veren in totaal zijn er 9 geëlektrificeerd en daarmee verduurzaamd (21%), tegenover 34 nietverduurzaamde veren (79%).
• © TwynstraGudde
1.3 Eigenaarschap veerboten Het eigenaarschap van veerboten is te verdelen in drie categorieën: Stichting met publieke aandeelhouder De organisatie is gericht op publieke dienstverlening. Stichtingen worden vaak gefinancierd door provincies en gemeenten. In dit geval worden ze niet gefinancierd door de provincie. Vaak worden dergelijke stichtingen opgericht door Oevergemeenten. De winst wordt geherinvesteerd in de veerdienst. Private exploitant De veerdienst wordt beheerd door een particulier bedrijf dat gericht is op het maken van winst. Hoewel de efficiëntie van de vorm kan worden verbeterd, brengt dit mogelijk hogere tarieven met zich mee. Soms wordt de dienst aanbesteed door de overheid, waarbij bedrijven een voorstel kunnen indienen om de opdracht uit te voeren. Gemeentelijk eigendom De veerdienst is volledig eigendom van de gemeente en wordt gefinancierd met belastinggeld. Het belangrijkste doel is het bieden van betrouwbare en toegankelijke dienstverlening aan de lokale bevolking. Het overzicht hiernaast geeft een weergave
van de verdeling van typen eigenaarschap van de 43 veren in Gelderland.
15
Onderscheid in subsidie type eigenaarschap Uit de ingevulde vraagformulieren blijkt dat het gebruik van subsidie varieert, afhankelijk van de eigenaarschapsvorm. In de tabel worden deze verschillen gepresenteerd. •
In totaal ontvingen 21 van de 43 veren een subsidie van het Verenfonds. 22 van 43 veren ontvingen geen subsidie van het Verenfonds.
•
Van de private exploitanten heeft verhoudingsgewijs een minderheid subsidie ontvangen.
•
De gemeentelijke veren ontvangen verhoudingsgewijs de meeste subsidie per veer.
•
Stichtingen hebben het hoogste percentage subsidieontvangers, maar ontvangen het laagste bedrag per veer.
• © TwynstraGudde
3.1 Inzichten vervanging en renovatie Vervangingsplan Exploitanten hanteren geen structureel schema voor vervanging of grootschalige renovaties van veren. Reactieve aanpak Vervanging vindt vooral plaats wanneer bevaarbaarheid van schepen in het geding komt. Kostenefficiënte oplossingen Voorkeur voor retrofit van bestaande schepen in plaats van nieuwbouw. Retrofitting is het proces waarbij bestaande veerboten worden gemoderniseerd met nieuwe technologieën of verbeteringen. Een concreet voorbeeld van retrofitting bij veerboten is het ombouwen van een traditionele diesel-aangedreven veerboot naar een elektrisch of hybride systeem.
Financiële uitdagingen •
Geen expliciete reserveringen voor vervanging.
•
Gebrek aan lange termijn subsidiezekerheid.
•
Onaantrekkelijke businesscase voor financiers (hoog risico).
Conclusie Nieuwbouw is momenteel financieel niet haalbaar voor exploitanten. Vraag uit motie: Hoeveel veerponten in Gelderland moeten binnen vijf, tien en twintig jaar worden vervangen of gerenoveerd We hebben geen exacte informatie over welke veer wanneer wordt vervangen. Wel kunnen we op basis van een redenering een richtinggevende uitspraak doen over aantal en kosten van groot onderhoud (iedere 5 jaar) en vervanging (iedere 40 jaar) voor de 43 veren. Ordegrootte groot onderhoud (iedere 5 jaar): Richtbedrag van € 125.000,- (kleinere) en € 250.000,- (grotere) veerpont. Ordegrootte nieuwe veerpont: Richtbedrag van € 850.000,- (kleinere) en € 1.750.000,- (grotere veerpont). 21
3.2 Inzichten verduurzaming veren Kosten en Implementatie •
Front-loaded kosten: Front-loaded kosten ontstaan wanneer grote investeringen nodig zijn in de vroege fase van een project. De kosten van verduurzaming zijn voornamelijk in het begin hoog, terwijl eventuele besparingen pas later worden gerealiseerd.
•
Hoge investeringskosten: Kosten elektrische veerponten zijn vaak hoger dan diesel veerponten. Die hogere investeringskosten kunnen niet worden terugverdiend. Verduurzaming heeft geen positieve businesscase, het leidt niet tot meer klanten of hogere prijzen.
•
Geen subsidies beschikbaar: Er zijn voor veren niet tot beperkte subsidiemogelijkheden voor verduurzaming.
•
Wel realistisch: Stichting Uiterwaarden bewijst dat het voor kleinere veerponten wel mogelijk is, die hebben een aantal veren geëlektrificeerd.
Technologische mogelijkheden •
Elektrificatie: Sommige exploitanten hebben al geïnvesteerd in elektrische veerponten (12-persoons).
•
Waterstof als alternatief: Wordt genoemd als potentiële oplossing, maar "die techniek is er nog niet“.
•
Ombouw versus nieuwbouw: Behoefte aan ondersteuning voor zowel ombouw naar elektrisch als nieuwe elektrische veerponten.
•
Infrastructuur aan de wal: Onzekerheid over mogelijkheden voor laadinfrastructuur en eventueel netaansluiting aan de wal en de bijbehorende kosten.
Vraag uit motie: Hoeveel veerpontexploitanten heeft behoefte aan steun voor verduurzamingsmaatregelen? Exploitanten geven aan interesse te hebben in verduurzaming, maar niet over de middelen te beschikken. Ook geven zij aan dat er bedrijfseconomisch geen meerwaarde in zit. 22
3.3 Inzichten personeel en opvolging Algemeen De arbeidsmarkt voor de maritieme sector is uitdagend door krapte op de arbeidsmarkt in algemene zin en door de afhankelijkheid van personeel met de juiste papieren. Vanuit de exploitanten met één veerpont •
Ingewikkeld om personeel en vrijwilligers te vinden vanwege beperkt salaris, beschikbaarheid van de juiste papieren en soms ook beperkte uren. De pont vaart daardoor niet altijd.
•
Opvolging is ingewikkeld. Wie neemt het veer over als de huidige exploitant stopt.
Vanuit de exploitanten met meerdere veerponten •
Het is beperkt een probleem om personeel te vinden.
•
Opvolging is vaak geregeld via een stichting, gemeente of private exploitant.
•
Wel vraagt de huidige problematiek rondom het inhuren van ZZP’ers aandacht.
Vraag uit de motie: Hoeveel veerpontexploitanten gaan binnenkort met pensioen en zoeken nog naar een opvolger? Opvolging is een uitdaging voor de organisaties die één veerpont exploiteren. Oplossingsrichting Op tijd starten met voorbereiden voor opvolging. Advies om richting einde exploitatie overdracht te organiseren met een stichting en/of exploitant met meerdere veren wanneer er geen interesse is in een overname. 24
3.4 Subsidies Europa en Rijk Er bestaan in Europa en Nederland diverse subsidie- en financieringsprogramma’s waar projecten in de maritieme sector, duurzame mobiliteit en regionale ontwikkeling aanspraak op kunnen maken: •
European Maritime and Fisheries Fund (EMFF).
•
European Regional Development Fund (ERDF).
•
Connecting Europe Facility (CEF).
Deze fondsen kennen een uitgebreide aanvraag- en selectieprocedure waarbij criteria als duurzaamheid, innovatie en regionale effecten een rol spelen. De eisen zijn in alle gevallen zodanig hoog dat veerponten niet in aanmerking komen. De fondsen zijn gericht op grote binnenvaart projecten of grote infrastructuurprojecten. Vraag uit motie: Welke subsidies vanuit Europa en Rijk zijn toegankelijk voor veerexploitanten? Voor nu zijn er geen subsidies ontdekt die toegankelijk zijn.
25
3.5 Inzichten exploitatie en voortbestaan veren Financiële knelpunten •
Voor 21 van de 43 veren is de exploitatie in 2023 niet sluitend en is een bijdrage vanuit Oevergemeenten of provincie nodig.
•
Soms is er sprake van een korte termijn planning: ‘van jaar tot jaar bekijken wat nodig is’. Een lening is ook geen optie, die moet ook terugbetaald worden.
•
Hoge kosten versus inkomsten: De inkomsten uit kaartverkoop zijn onvoldoende om de gestegen exploitatiekosten te dekken.
Infrastructurele positie •
Onduidelijke positie in vervoersnetwerk: Veren vallen tussen wal en schip – ‘hoort niet bij het water en niet bij de weg’.
•
Vergelijking met bruggen: Exploitanten zien veren als ‘bewegende bruggen’ die onlosmakelijk deel uitmaken van de infrastructuur.
Subsidies en leningen voor vervanging en renovatie •
Exploitanten zien geen meerwaarde in een revolverend fonds/lening voor vervanging en verduurzaming.
•
Administratielast van subsidies, leningen en fondsen zijn hoog.
•
Eenmalige investeringssubsidies voor verduurzaming zouden het proces van vervanging kunnen versnellen door bestaande technieken (die te duur zijn) toe te passen voor verduurzaming.
Vragen uit motie: Onder welke voorwaarden kan de provincie, mogelijk onder de vlag van Oost NL, steun verlenen middels een revolverend fonds, garantiestellingen of andere methodiek. Op welke manier kan de provincie de exploitatie van de veerponten ondersteunen om het voortbestaan van de veren te verzekeren, zonder ‘perverse prikkels’ in te bouwen? Een revolverend fonds is in de ogen van de exploitanten geen oplossing omdat het een terugbetaling is en de administratieve lasten en rente gelijk of hoger zijn dan de markt. De provincie Zuid-Holland heeft sinds een aantal jaar een revolverend fonds waar geen gebruik van wordt gemaakt. Een subsidie lijkt op basis van het onderzoek de enige wijze om de exploitatie van veren te ondersteunen vanwege de beperkte capaciteit om leningen terug te betalen. Exploitanten geven
echter wel aan behoefte te hebben aan langjarige zekerheid. Zij zijn niet gebaat bij het herhaaldelijk aanpassen van subsidieregelingen voor exploitatietekorten. 26
4.1 Richtinggevende conclusies (1/2) Op basis van gesprekken met exploitanten, provincies, belangenverenigingen en data uit 2023 kunnen we 5 conclusies trekken. 1.
De businesscase van een veer is afhankelijk van de plek van de veer en daarmee het gebruik. Gebaseerd op de data van de subsidieaanvragen van 2023 is de businesscase bij 21 van de 43 veren niet sluitend te krijgen zonder een financiële bijdrage. Vanwege de plek van de veer is ook niet de verwachting dat dit op lange termijn verandert.
2.
Een deel van de veren heeft dan ook een exploitatie subsidie nodig, ook op de lange termijn. Bouw je dit af, dan bestaat de veer mogelijk over een aantal jaar niet meer. Wel zijn verschillen tussen eigenaarschap van de veren, een stichting, privaat of gemeente, daar is op basis van de data uit 2023 ook uit te concluderen dat de veren met een gemeente als exploitant het merendeel van de subsidie verkrijgt. Dat is een logisch gevolg, dat zijn namelijk de veren die voor Oevergemeenten belangrijk zijn, maar waar geen positieve businesscase is. Er is nu een subsidie beschikbaar, daar wordt nu voor het eerst gebruikt van gemaakt, voor die tijd leverde het verenfonds een bijdrage aan de exploitatie. Op basis van de resultaten is het verstandig die subsidie over 2 jaar te evalueren om de doelmatigheid te controleren.
3.
Voor 22 van de 43 veren is exploitatie geen probleem, al zijn er geen middelen beschikbaar voor vervanging met een nieuwe veerpont op de lange termijn. 28
• © TwynstraGudde
4.1 Richtinggevende conclusies (2/2) 4.
De verduurzamingsopgave gaat niet vanzelf. Wel is het mogelijk voor met name kleinere schepen omdat daar de investeringen beperkter zijn en ze relatief vaak onderdeel zijn van bijvoorbeeld een recreatieschap. Een lening werkt niet, zo
wordt het revolverend fonds in Zuid-Holland beperkt gebruikt. Ook zijn exploitanten hier geen voorstander van. 5.
We kunnen op basis van een redenering wel een uitspraak doen over groot onderhoud en vervanging per jaar en daarmee vertalen naar een eenmalige
subsidie voor verduurzaming tijdens groot onderhoud en eenmalige investeringssubsidie voor vervanging naar een nieuw schip. We hebben beperkt informatie over de kosten. Op basis daarvan is een bandbreedte gekozen. Er zijn echter nog een aantal onzekerheden in die bandbreedte die nader onderzocht moeten worden.
29
• © TwynstraGudde
5. Aanbevelingen We zien in Nederland een uitdaging om de veerdiensten kostenefficiënter te maken en verduurzaming te stimuleren. Samenwerking tussen exploitanten, gemeenten en provincie is hierbij essentieel. Wij stellen een geïntegreerde aanpak voor om deze doelen te bereiken, waarbij evaluatie, verduurzaming en vervanging centraal staan. Daarom stellen we de volgende aanbevelingen voor: •
5.1 - Zorg dragen voor opvolging.
•
5.2 - Evalueren van de nieuwe regeling en eventueel toevoegen maximum aan exploitatiesubsidie.
•
5.3 - Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland.
•
5.4 - Proces aanbevelingen.
31
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (1/7) Samengevat Wij adviseren een eenmalige subsidieregeling te ontwikkelen die bestaat uit twee keuzemogelijkheden. De veerexploitanten moeten kiezen tussen één van beide opties. Daarmee kan het totaal benodigde middelen de 4,1 miljoen euro niet overschrijden. Wij adviseren dan ook in de incidentele middelen een bedrag 4,1 miljoen euro te reserveren voor een eenmalige investeringssubsidie voor retrofit naar verduurzaming en vervanging naar een nieuw schip (duurzaam en niet duurzaam). In beide gevallen ligt de keuze bij de exploitant en is het totaal bedrag voldoende voor alle veren. Deze subsidie kan eventueel gefaseerd aangeboden worden om de belangstelling in de markt te peilen, door bijvoorbeeld eerst 1 miljoen euro beschikbaar te stellen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat planvorming voor vervanging en verduurzaming enkele jaren in beslag kan nemen. Exploitanten zijn dus gebaat bij langjarige uitzichten. Twee opties voor exploitanten: Optie A. Verduurzaming door eenmalige subsidie bij retrofit •
We adviseren een bedrag 2,7 miljoen te reserveren voor een eenmalige investeringssubsidie voor de dekking van meerkosten van de aanschaf voor een retrofit veer. Dit bedrag is beschikbaar voor veren voor een periode van 10 jaar.
•
Eis aan deze subsidie is dat dit alleen verduurzaming is en dat we daarmee een substantiële impact maken op verduurzaming en vervanging. Dit is het eenvoudigst te organiseren. Zij doen dit bij het groot onderhoud wat gemiddeld eens in de vijf jaar is.
34
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (2/7) •
De provincie Gelderland subsidieert de volledige meerkosten naar zero emissie bij retrofit met een maximum van € 62.500,- voor kleine veren en een maximum van € 125.000,- voor grote veren.
•
De veren die al elektrisch zijn vallen niet onder deze regeling.
•
Deze DAEB De-minimumsverordening subsidie is beschikbaar voor alle exploitanten die nog niet verduurzaamd hebben. Met deze beschikking kunnen in totaal circa 21 niet verlieslatende veerdiensten ondersteund worden. Deze subsidie is ook beschikbaar voor verlieslatende veren die minder dan € 750.000,- aan staatssteun ontvangen over drie jaren en nog niet verduurzaamd hebben, 14 in totaal. Deze norm vloeit voort uit de staatssteuneisen Dat betekent dat er alleen veren met een beperkt verlies hier een beroep op kunnen doen. Rekening houdend met de exploitatieverliezen van 2023 zouden alle verlieslatende veren ook binnen de staatssteun regels vallen en kunnen ze een beroep doen op deze subsidie. In totaal komen 34 van de 43 veren in aanmerking voor deze regeling.
35
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (3/7) Optie B. Eenmalige subsidie voor vervanging naar nieuw veer •
Wij adviseren een bedrag van 1,4 miljoen te reserveren voor een eenmalige investeringssubsidie voor de aanschaf van een nieuw veer. Dit bedrag is beschikbaar voor veren voor een periode van 10 jaar. De bijdrage is 15% bij verduurzaming en 10% bij vervanging zonder verduurzaming.
•
De provincie Gelderland doet een eenmalige subsidie bijdrage bij vervanging en verduurzaming met een maximum van € 127.500,- voor kleine veren en een maximum van € 262.500,- voor grote veren bij vervanging naar een duurzaam nieuw veer. Indien de veer niet duurzaam is de subsidie bijdrage een maximum van € 85.000,- voor kleine veren en een maximum van € 175.000,- voor grote veren.
•
Deze DAEB De-minimumsverordening subsidie is beschikbaar voor alle exploitanten die nog niet verduurzaamd hebben. Met deze beschikking kunnen in totaal circa 21 niet verlieslatende veerdiensten ondersteund worden. Deze subsidie is ook beschikbaar voor verlieslatende veren die minder dan € 750.000,- aan staatssteun ontvangen over drie jaar. Dat betekent dat er alleen veren met een beperkt verlies hier een beroep op kunnen doen. Rekening houdend met de exploitatieverliezen van 2023 zouden op een enkeling na de verlieslatende veren ook binnen de staatssteun regels vallen en kunnen ze een beroep doen op deze subsidie.
36
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (4/7) Achtergrond. De ordegrootte is € 360.000,- per jaar (niet relevant voor incidentele middelen) en € 500.000,- exploitatie (met een maximum van € 100.000,-) is maximaal € 860.000,- per jaar. Door deze extra bijdrage van 4.1 miljoen bied je de ruimte aan alle niet elektrische veren (34) om naar elektrisch te gaan, ofwel met vervanging ofwel met retrofit. Onze inschatting is dat 24 veren gebruik maken van retrofit en 10 veren van vervanging. De verwachting is dan ook dat zij gebruik zullen maken van de regeling. De 4.1 miljoen euro is gebaseerd op die verdeling met een marge. Verschuivingen van de verdeling tussen retrofit en vervanging hebben beperkte invloed op het totaal benodigde bedrag. Het totaal beschikbare bedrag blijft vergelijkbaar. Aanzet voor voorwaarden: •
Het schip blijft de komende 10 jaar varen binnen de provincie Gelderland.
•
De exploitant kan van één van beide regelingen gebruik maken.
•
Een schip voor vervanging komt alleen in aanmerking als het ouder is dan 30 jaar.
37
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (5/7) Uitgangpunten bij toepassing subsidie: Om een inschatting te kunnen maken van het totaal benodigde bedrag zijn de volgende aannames gedaan op basis van gesprekken met de sector: Meerkosten verduurzaming bij een retrofit: •
€ 62.500,- voor een kleine veer.
•
€ 125.000,- voor een grote veer.
De totale kosten voor vervanging van een veer liggen tussen de € 850.000,- en € 2.000.000,-. De meerkosten voor verduurzaming liggen daarbij rond: •
€ 127.500,- voor een kleine veer.
•
€ 262.500,- voor een grote veer.
• © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (6/7) Subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van Veerponten (2026-2036) De subsidieregeling biedt financiële ondersteuning voor de verduurzaming en vervanging van veerponten via drie verschillende
trajecten: 1. Retrofit (Aanpassing bestaande veren): Subsidiepercentage: 100% van de meerkosten. Maximumbedrag: • Kleine veerpont: € 62.500,-.
• Grote veerpont: € 125.000,-. 2A. Vervanging mét verduurzaming: Subsidiepercentage: 15% van de totale kosten. Maximumbedrag: • Kleine veerpont: € 127.500,-.
• Grote veerpont: € 262.500,-. 2B. Vervanging zonder verduurzaming: Subsidiepercentage: 10% van de totale kosten. Maximumbedrag: •
Kleine veerpont: € 85.000,-.
•
Grote veerpont: € 175.000,-. • © TwynstraGudde
5.3 Eén nieuwe subsidieregeling voor verduurzaming en vervanging van veren in Gelderland (7/7) Het precies aantal veren is afhankelijk van de exacte regeling en daarmee niet exact te bepalen. Aannames A. Verduurzaming door eenmalige subsidie bij retrofit Alle veren, uitgezonderd de 9 elektrische veren, komen hiervoor in aanmerking. Dat zijn 34 veren. B. Eenmalige subsidie voor vervanging naar nieuw veer Alle veren, uitgezonderd de veren met een bouwjaar korter dan 30 jaar geleden, komen hiervoor in aanmerking én veren met een groot exploitatieverlies komen hiervoor in aanmerkingen. Dat zijn 27 veren. Verwachte verduurzaming: Bij een scenario waarbij in 10 jaar tijd 75% van de veren wordt geretrofit en 25% wordt vervangen (waarvan 50% verduurzaamd en 50% conventioneel) is een totaalbudget van € 3,65 miljoen benodigd. Hierbij is rekening gehouden met de omvang van de veren, het bouwjaar en subsidieplafonds i.r.t. staatssteunregels. Van de 43 veren zijn er 9 reeds elektrisch. Die komen niet in aanmerkingen voor de subsidie, er komen 34 veren in aanmerking voor verduurzaming. Van die 34 veren vallen er 24 in de categorie groot en 10 in de categorie klein. Van die 34 ontvangen er 14 subsidie, waardoor er vanwege staatssteunregels een maximum van € 750.000,- subsidie per drie jaar aan een veer uitgekeerd mag worden die verlieslatend is. • © TwynstraGudde
5.4 Proces aanbevelingen (1/2) Jaarlijkse voortzetting afstemmingsoverleg branche •
Institutionaliseer de bijeenkomst, zoals georganiseerd op 28 maart 2025, als een jaarlijks terugkerend overlegmoment onder coördinatie van provincie Gelderland, met een duidelijke agenda en verslaglegging.
•
Doel: Continuïteit en verdieping van de samenwerking tussen overheden en sectorpartijen.
Afstemming over veerstoepen en baggeren •
Stel een werk- of regiegroep in met vertegenwoordigers van provincies, gemeenten en Rijkswaterstaat (RWS), die verantwoordelijk is voor structurele afstemming over baggerwerkzaamheden en onderhoud van veerstoepen.
•
Actiepunt: Benoem een coördinerende partij (bijv. provincie of VNG) die het initiatief neemt tot overleg met RWS.
Veren op de grens; interprovinciale samenwerking •
Laat nader onderzoeken wat de voorgestelde subsidieregeling betekent voor veerponten die op of nabij de grenzen van provincie Gelderland liggen. Denk hierbij aan de verdeling van verantwoordelijkheid, de mate van gebruik door Gelderse inwoners en mogelijke cofinanciering met aangrenzende provincies. Dit voorkomt onduidelijkheid en draagt bij aan een eerlijke en doelmatige inzet van middelen.
41
• © TwynstraGudde
5.4 Proces aanbevelingen (2/2) Ondersteun de branchevereniging in haar ontwikkeling tot kennisplatform en belangenbehartiger •
Moedig de branchevereniging aan om haar rol als sectorbrede kennisdrager en belangenbehartiger verder te versterken. Denk daarbij aan het initiëren van een gezamenlijke lobby richting het Rijk voor structurele subsidieregelingen en het stimuleren van duurzame mobiliteit. Daarnaast kan de vereniging kennisdeling bevorderen door samenwerking met partijen als CROW of het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Subsidieregeling: nadere uitwerking noodzakelijk •
Organiseer een toetsmoment met exploitanten om te bepalen wat de effectieve hoogte van subsidie moet zijn voor substantiële impact (bijv. € 100.000,- vs. € 125.000,-).
•
Proces: Betrek exploitanten vroegtijdig in het ontwerp van de regeling om draagvlak en praktische toepasbaarheid te waarborgen.
42
• © TwynstraGudde