C1 - B&W - Raadsinformatiebrief asiel, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders D451944
Tekst van het document
Gemeenteraad Brummen
Brummen Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp
: 14 januari 2025 : Z104682/D451396 : : Raadsinformatiebrief asiel, opvang Oekraïners en huisvesting statushouders
Geachte raadsleden, Graag informeren wij u met deze brief over de actuele ontwikkelingen rondom asiel, de huisvesting van statushouders en de opvang van Oekraïense ontheemden. Asielopvang De Spreidingswet schrijft voor op welke wijze de opgave voor asielopvang in Nederland wordt verdeeld over gemeenten. Afgelopen najaar hebben gemeenten, na afstemming binnen hun respectievelijke regio’s en provincies, aangegeven op welke wijze zij invulling geven aan hun aandeel hierin. U bent in de raadsbrief van 7 oktober jl (Z106007/D444956) geïnformeerd over de bijdrage van de gemeente Brummen. De opgave per gemeente en regio is door de Commissarissen van de Koning vanuit de betreffende provincies gerapporteerd aan de Minister van Asiel en Migratie. Kort voor het kerstreces heeft hij zijn besluit bekend gemaakt voor de verdeling van de asielopvangplaatsen die per 1 juli 2025 gerealiseerd moeten zijn. In de bijlagen treft u de brief aan die wij hierover ontvingen, met daarbij de definitief vastgestelde verdeling van asielopvangplaatsen over de gemeenten in Gelderland. De Gelderse gemeenten hebben volgens de Spreidingswet een gezamenlijke opgave van in totaal 11.772 opvangplaatsen. Zij hebben toegezegd hiervan 10.474 te realiseren, ofwel ruim 89%. De resterende opgave van 1.298 plaatsen heeft de minister verdeeld over gemeenten die nog geen of pas later invulling geven aan hun opgave.
Het college heeft kennisgenomen van de inhoud van de brief die de Minister van Asiel en Migratie heeft gestuurd over de verdeling van asielopvangplaatsen over de provincie Gelderland (Spreidingswet). Voordat het college een reactie geeft, wil zij de brief eerst bespreken met hun collega’s binnen het regionaal verband (de Provinciale (sub)Regietafel Migratie & Integratie (PRT) Gelderland). Zorgvuldigheid over dit onderwerp vindt het college van groot belang. Overigens herkennen wij ons niet in het beeld uit de brief van het Ministerie dat Brummen achterblijft in het realiseren van opvanglocaties. Wij leveren een belangrijke bijdrage als het gaat om de opvang van ontheemde Oekraïners en ook het huisvesten van statushouders. Daarnaast is bekend dat het COA voornemens is om een locatie van maximaal 350 opvangplekken te ontwikkelen op het perceel van De Michaelshoeve in Brummen. De gemeente heeft aangegeven hier positief tegenover te staan. Wij hebben nog geen uitsluitsel gekregen over de uitkomst van deze gesprekken. Hoe dan ook is een structurele locatie van deze schaal niet voor 1 juli te realiseren. De gemeenten in de regio en de Provincie zijn hiervan op de hoogte en hebben hiervoor begrip.
Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen Postbus 5 6970 AA Brummen Telefoon (0575) 56 82 33 Fax (0575) 56 82 88 E-mail: gemeente@brummen.nl
Z104682/D451396
Blz. 2
Statushouders Huisvestingstaakstelling Onze gemeente sloot 2023 af met een achterstand van 7 te huisvesten statushouders ten opzichte van de taakstelling. In totaal is daar over 2024 een taakstelling van 43 bijgekomen, dus 50 te huisvesten statushouders in totaal. Mede dankzij de ontwikkeling van de doorstoomlocatie op de Michaelshoeve, hebben wij hiervan 48 in 2024 kunnen realiseren. Wij hebben 2024 afgesloten met een zeer beperkte achterstand van twee te huisvesten statushouders. Voor het eerste halfjaar van 2025 geldt een nieuwe taakstelling van 21. Dat brengt de totale opgave momenteel op 23 te huisvesten statushouders. Zoals in veel gemeenten is het aanbod van woningen voor deze doelgroep beperkt. Statushouders zijn vrijwel zonder uitzondering aangewezen op sociale huurwoningen en deze zijn schaars. Bovendien is het lastig om in kwalitatief opzicht vraag en aanbod te matchen: veel statushouders zijn in afwachting van gezinshereniging. Zij verblijven nog enkele jaren alleen in onze gemeente, terwijl er vooral gezinswoningen beschikbaar komen. Wij zijn in gesprek met woningcorporatie Veluwonen over manieren om deze mismatch op te lossen. Bijvoorbeeld door woningen (tijdelijk) kamergewijs te verhuren. Inburgering en gezinsherenging In het algemeen pakken de statushouders op de doorstroomlocatie de draad goed op.
Nagenoeg alle bewoners zijn gestart met hun inburgeringstraject. Moeders met kinderen starten vaak met enige vertraging vanwege wachttijd voor kinderopvang. Inmiddels zijn er enkele gezinnen herenigd, waarvan ook enkele zijn doorgestroomd naar reguliere woningen. Aanvragen toeslagen Statushouders komen doorgaans in aanmerking voor toeslagen voor onder meer zorgkosten en huur. Het was gebruikelijk dat COA de aanvraag hiervan verzorgde voordat voor statushouders die zich gingen vestigen in een gemeente. Kort voor de jaarwisseling heeft COA aangekondigd deze aanvragen niet meer te kunnen doen en dit te zien als een gemeentelijke taak. Binnen onze gemeente worden aanvragen van toeslagen verzorgd door de maatschappelijk begeleider van SWB. Gelet op de relatief kleine aantallen statushouders die het betreft, is het werk dat hiermee gemoeid is te overzien. Ook zijn er geen of nauwelijks gevolgen voor de doorlooptijden van aanvraag of toekenning. De overdracht van deze taak levert dus geen knelpunten op. Opvang Oekraïense ontheemden Afgelopen zomer meldden wij u dat wij 40 opvangplekken gaan realiseren aan de Rijstraatweg te Empe. Inmiddels worden door verschillende aannemers offertes voor de verbouwwerkzaamheden voorbereid. Na gunning verwachten wij dat deze in het tweede kwartaal van 2025 zijn afgerond waarna we de locatie in gebruik kunnen nemen.
Landelijk lijkt de druk op de Oekraïne-opvang wat af te nemen. Het Rijk heeft de vraag naar plekken naar beneden bijgesteld van 120.000 naar 109.000. Voor Brummen betekent dit een inspanningsverplichting om 146 plekken te realiseren. In Eerbeek en Brummen hebben wij reeds 95 plekken. Met de 40 van Empe komen we dan voorlopig uit op een totaal van 135.
Z104682/D451396
Blz. 3
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Brummen,
H. Matser secretaris
Bijlage(n):
G.J.M. van Rumund burgemeester (wnd.)
- Aanbiedingsbrief bij Verdeelbesluit Gelderland (D451404) - Verdeelbesluit Gelderland (D451407)
> Retouradres Postbus 20011 2500 EH
Den Haag Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv
Datum Betreft
20 december 2024 Aanbieding verdeelbesluit provincie Gelderland
Geachte Commissaris van de Koning, heer Lenferink, en colleges van burgemeesters en wethouders van de provincie Gelderland, Inleiding In deze brief informeer ik u over de verdeelbesluiten in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet). Ik ben zeer verheugd dat we op vrijwillige basis zo ver gekomen zijn en de provincies en ik in goed overleg tot dit resultaat gekomen zijn. De afgelopen periode heeft u aan de provinciale regietafel afspraken gemaakt hoe invulling te geven aan de opgave voor uw provincie. Met resultaat: de 12 provinciale verslagen hebben bijna 90.000 plekken opgeleverd en over een groot aantal plekken loopt het gesprek nog. Omdat het doel van 96.000 plekken in zicht is heb ik de voorzitters van de provinciale regietafels gevraagd het overleg over invulling van de resterende taak de komende tijd voort te zetten. In het verdeelbesluit heb ik de plekken die via de provinciale verslagen zijn aangedragen overgenomen. Bij de restopgave zijn de plekken verdeeld naar rato van de indicatieve verdeling, waarbij rekening is gehouden met de bepalingen uit de beleidsregel. Dit leidt per provincie tot een sluitende provinciale opgave in elk van de twaalf verdeelbesluiten, voor elke provincie één. Het besluit voor uw provincie treft u aan als bijlage bij deze brief.
Ik heb er alle vertrouwen in dat u samen in goed overleg met de andere gemeenten in uw provincie tot een goede invulling en uitvoering van deze taak zult komen. Voor de gemeenten geldt dat de mogelijkheid blijft bestaan om aan de provinciale regietafel te komen tot afspraken over uitruil van opgaven ter invulling van de gemeentelijke taak, waarbij ook rekening kan worden gehouden met andere opgaven met betrekking tot opvang en huisvesting. Mijn ministerie zal hierbij ondersteuning bieden. Hierover leest u meer in deze begeleidende brief. Gevolgde proces Op 31 oktober 2024 ontving ik de verslagen van de commissarissen van de Koning in het kader van de wet. In de verslagen doen de commissarissen verslag van het overleg aan de provinciale regietafel tussen gemeenten, provincie en het COA over de uitvoering van de taken op grond van de wet en geven ze aan hoe de verdeling van opvangplaatsen voor de daaropvolgende twee jaren er uit zal zien. Op basis van deze verslagen zijn de verdeelbesluiten genomen, zoals voorgeschreven door de wet. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per
Pagina 1 van 3
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen
provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de gemeenten die in het besluit genoemd worden. Hiermee krijgen gemeenten een wettelijke taak om de in het verdeelbesluit opgenomen aantallen opvangplekken mogelijk te maken, uiterlijk voor 1 juli 2025.
Datum 20 december 2024
Opbrengst verslagen, restopgave en de verdeelbesluiten In de verslagen worden in totaal ongeveer 82.000 plekken aangeboden. Daarnaast worden er ongeveer 8.000 kansrijke initiatieven die in de verslagen worden genoemd opgenomen in de verdeelbesluiten. Kansrijke initiatieven zijn plannen die in het verslag genoemd staan, maar waarvan bijvoorbeeld is aangegeven dat ze naar verwachting na 1 juli 2025 worden gerealiseerd. In totaal telt het aantal plekken uit de verslagen op tot bijna 90.000 plekken door gemeenten aangedragen. Hiermee hebben veel gemeenten en provincies laten zien een bijdrage te willen leveren om het aantal van 96.000 opvangplekken, zoals opgenomen in de capaciteitsraming, te realiseren. De bijna 90.000 plekken uit de verslagen zijn opgenomen in de verdeelbesluiten. De opgave die resteert is verdeeld naar rato van de indicatieve verdeling, waarbij rekening is gehouden met de bepalingen uit de beleidsregel. Vervolgafspraken Met het oog op de genomen verdeelbesluiten en de wens om gemeenten in staat te stellen gezamenlijk tot invulling en realisatie te komen heb ik de volgende afspraken gemaakt met de voorzitters van de provinciale regietafels (PRT’s). 1. Gemeenten kunnen om te voldoen aan de gemeentelijke taak aan de PRT uitruilafspraken maken, waarbij het net zoals eerder mogelijk is om plekken ten behoeve van de uitstroom van statushouders in te brengen. 2.
Gevolg van het verdelen van de restopgave is dat veel gemeenten relatief kleine opgaves (regulier en amv) krijgen toegewezen. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid te bevorderen, de continuïteit van ketenprocessen te borgen en daarbij oog te houden voor het kostenaspect, vraag ik de PRT’s ook afspraken te maken over het samenvoegen van opgaven. Dit geldt voor de restopgave, maar ook voor de door gemeenten zelf aangedragen plekken. Uit de provinciale verslagen volgt dat een aantal provincies meer plekken realiseert dan hun provinciale opgave. Daartegenover staat een aantal provincies met een niet-sluitend verslag. Gevolg hiervan is dat het realiseren van de som van de in het verdeelbesluit vastgelegde provinciale opgaves leidt tot meer plekken dan de benodigde 96.000. Om ervoor te zorgen dat het totale aantal te realiseren plekken het aantal van 96.000 niet overstijgt heb ik het volgende afgesproken. 3.
Provincies met een overschot op de eigen provinciale opgave kunnen in gesprek gaan met provincies die een restopgave hadden en hiervoor afspraken maken die zien op het uitruilen van de opgave tussen gemeenten. Over dit proces, voorwaarden en mogelijke financiële gevolgen zullen begin 2025 nadere afspraken worden gemaakt met de voorzitters van de PRT’s.
Pagina 2 van 3
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen
De restopgave is naar rato van de indicatieve verdeling (verdeelsleutel) verdeeld over gemeenten die hiervoor in aanmerking kwamen. Daarom zijn in enkele provincies relatief veel kleine restopgaves opgenomen in het verdeelbesluit. Gelet op de meerplekken die een aantal gemeenten heeft (en het tempo waarin deze worden opgeleverd) is het logisch deze verdeling en de ontwikkeling hiervan in de PRT te bespreken en zoveel mogelijk indachtig de indicatieve verdeling van de provinciale opgave te realiseren.
Datum 20 december 2024
Met deze afspraken verwacht ik dat het zal lukken om in het komende halfjaar tot invulling te komen van de benodigde plekken, waarbij ik vertrouw op de inzet van alle gemeenten om dit gezamenlijk mogelijk te maken. Ondersteuning Het ministerie van Asiel en Migratie gaat gemeenten en provincies op de volgende manier ondersteunen in het proces om voor 1 juli 2025 te komen tot realisatie van de benodigde plekken. •
• •
•
In het eerste kwartaal van 2025 komen extra instrumenten beschikbaar die helpen bij het vergroten van de uitstroom van statushouders uit de opvang. Deze ontwikkeling kan worden betrokken bij de gesprekken aan de PRT's. Bij het interbestuurlijk toezicht op het realiseren van de opgave worden alle relevante feiten en omstandigheden betrokken. Wat betreft de specifieke uitkeringen en de implicaties bij eventuele uitruilafspraken gaat mijn ministerie in gesprek met gemeenten om te bezien hoe dit bij uitruilafspraken op een juiste manier en in lijn met de geldende wet- en regelgeving kan worden vormgeven. Tot slot zal mijn ministerie waar nodig PRT’s ondersteunen bij het komen tot uitruil- en samenvoegafspraken.
Tot slot Ik besef dat deze en aanverwante opvangopgaven veel van u vragen en dat vele betrokkenen in gemeenten, in provincies, en binnen het Rijk zich hiervoor inzetten. Ik ben alle deelnemers aan de provinciale regietafel zeer erkentelijk voor hun bijdrage en ben verheugd dat u in goed overleg en op vrijwillige basis zover gekomen bent. Hoogachtend, De Minister van Asiel en Migratie
M.H.M. Faber - van de Klashorst
Pagina 3 van 3
Ministerie van Asiel en Migratie
Besluit van de Minister van Asiel en Migratie, van 20 december 2024, nr. 6015728, houdende de verdeling van asielopvangplaatsen in het kader van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen over de provincie Gelderland de Minister van Asiel en Migratie, Gelet op artikel 5 van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, de Beleidsregel verdeelbesluiten en de Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024; Besluit: Artikel I De asielopvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave van de provincie Gelderland, zoals bekendgemaakt op 31 januari 2024, worden als volgt over de gemeenten verdeeld: Tabel 1: Verdeling asielopvangplaatsen over gemeenten
Gemeente Aalten Apeldoorn Arnhem Barneveld Berg en Dal Berkelland Beuningen Bronckhorst Brummen Buren Culemborg Doesburg Doetinchem Druten Duiven
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 200 881 1.936 102 0 50 80 0 31 46 176 14 50 100 270
Ede Elburg Epe Ermelo Harderwijk
330 36 276
Hattem Heerde Heumen Lingewaard Lochem
20 0 96 75 185 0
Maasdriel
43 747
Totaal
0 0 132
200 881 2.068
0 192 130
102 192
0 160 0 0 0 0 50 0 0 0 0 0 0 53 0 0 9 0 65 40
180 80 160 31 46 176 14 100 100 270 330 36 276 43 800 20 0 105 75 250 40
Gemeente Montferland Neder-Betuwe Nijkerk
Reguliere Amvopvangplaatsen opvangplaatsen 250 0
Totaal 250
39 153
0 0
Nijmegen Nunspeet Oldebroek
820 0 37
12 167 0
39 153 832 167 37
Oost Gelre Oude Usselstreek Overbetuwe Putten Renkum
48 56 79 152 150
0 0
48 56 79 152 150
Rheden Rozendaal
200 0 17 120
0 0 0 50 0
Scherpenzeel Tiel Voorst Wageningen West Betuwe West Maas en Waal Westervoort Wijchen
41 650 150 150 21
250 0 17 120
0 0 0
41 650 150
0 0
Zevenaar
300 400 168 227
0 0 0 0 0 0
300 400 168 227
Zutphen
740
0
740
Winterswijk Zaltpommel
150 21
Artikel II Dit besluit wordt aangehaald als: Verdeelbesluit Gelderland 2024
's-Gravenhage, 20 december 2024
De Minister van Asiel en Migra
M.H.M. Faber — Van
Pagina 2 van 9
Bezwaar Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Asiel en Migratie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer); d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen; e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift. Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.
Pagina 3 van 9
Toelichting 1. Algemene uitgangspunten Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (hierna: de wet) neemt de Minister van Asiel en Migratie eens in de twee jaar een verdeelbesluit per provincie. In deze besluiten worden de opvangplaatsen per provincie, zoals bepaald in de provinciale opvangopgave die voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend is gemaakt, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Bijzondere opvangplaatsen In de provinciale opvangopgave kan aan gemeenten naast een opgave voor reguliere opvangplaatsen een aparte opgave worden gegeven voor bijzondere opvangplaatsen. De provinciale opvangopgave voor deze cyclus is bekendgemaakt op 31 januari 2024. Hierin is een opgave voor de bijzondere opvangplaatsen meegegeven, namelijk voor opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). In de verdeelbesluiten worden voor deze cyclus zowel de benodigde reguliere opvangplaatsen als de benodigde amv-opvangplaatsen verdeeld. De verdeling telt op tot de provinciale opvangopgave. Waar in het vervolg van deze toelichting over de provinciale opvangopgave wordt gesproken, ziet dit toe op zowel de opgave voor regulier als voor amv.
Wettelijke taak Met de verdeelbesluiten wordt invulling gegeven aan de taak die de wet creëert voor gemeenten; zij moeten de opvangplaatsen uit het verdeelbesluit mogelijk maken. Gemeenten die in het verdeelbesluit geen opgave hebben, hebben dus geen wettelijke taak. Bij het maken van de verdeelbesluiten neemt de minister een aantal uitgangspunten in acht die zijn opgenomen in de wet en in de Beleidsregel verdeelbesluiten (Stcrt. 2024, 21380). Provinciaal verslag Op 31 oktober van dit jaar hebben de commissarissen van de Koning in hun rol als rijksorgaan en voorzitter van de Provinciale regietafel (PRT) verslag uitgebracht (zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet) naar aanleiding van het overleg dat plaats heeft gevonden aan de PRT. In dit verslag is een verdeling van de provinciale opvangopgave voor de twee daaropvolgende jaren over een aantal gemeenten voorgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen. Dit provinciale verslag is voor de minister het uitgangspunt bij het nemen van het verdeelbesluit. Wanneer uit het verslag blijkt dat aan de PRT overeenstemming is bereikt over een volledige en uitvoerbare invulling van de provinciale opvangopgave, wordt de verdeling uit het verslag door de minister overgenomen in het verdeelbesluit (artikel 2, tweede lid, Beleidsregel verdeelbesluiten).
Onder volledige invulling wordt verstaan: een invulling die het vastgestelde aantal reguliere opvangplaatsen én amv-opvangplaatsen uit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Als uit het verslag blijkt dat het aan de PRT niet gelukt is om te komen tot een volledige en uitvoerbare verdeling die de gehele provinciale opvangopgave dekt, wordt het verdeelbesluit aangevuld door de minister, zodat het verdeelbesluit de provinciale opvangopgave volledig dekt. Ook in dit geval is de verdeling in het verslag het uitgangspunt.
Pagina 4 van 9
Overwegingen bij het aanvullen van het verdeelbesluit Bij het aanvullen van het verdeelbesluit laat de minister zich volgens artikel 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten leiden door de volgende overwegingen: a. Evenwichtige verdeling De minister streeft naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland, rekening houdend met de SES-WOA-score op gemeenteniveau. De indicatieve verdeling per gemeente is hiervoor het uitgangspunt, aangezien hierin rekening is gehouden met de evenwichtige verdeling naar inwoneraantal en de SES-WOA score. b. Eerdere en bijzondere inspanningen op het gebied van asielopvang Er wordt rekening gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar en ook de opvang van ontheemden in het geval van acute noodsituaties (zoals in het geval van Oekraïne). Hierbij speelt de duur (maanden, jaren) en omvang (aantal opvangplaatsen) van de eerder geboden asielopvang een rol. Ook wordt gekeken naar de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten. Voor het overzicht van de eerdere en bijzondere inspanningen op gebied van asielopvang per gemeente maakt de minister gebruik van reeds bekende informatie, waaronder de informatie uit het verslag en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA.
Als blijkt dat een gemeente veel meer doet of in de afgelopen tien jaar heeft gedaan, dan op basis van de indicatieve verdeling is bepaald, ligt het niet in de lijn der verwachting dat deze gemeente een (extra) opgave krijgt bij het sluitend maken van de verdeling. c. Haalbaarheid en uitvoerbaarheid Er wordt bij de verdeling ook rekening gehouden met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de opvangplaatsen voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen en de gevolgen hiervan voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Hierbij worden ook de omstandigheden meegewogen die kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen, maakt de minister gebruik van de al bekende informatie hierover en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA, de IND en de DTenV. 2. Methode voor het aanvullen van de verdeelbesluiten Wanneer de verdeling uit het verslag niet de gehele provinciale opvangopgave dekt, is het verdeelbesluit aangevuld door de minister zodat het verdeelbesluit uiteindelijk de provinciale opvangopgave volledig dekt. Om tot een sluitende verdeling te komen, zijn verschillende stappen gezet. Deze stappen worden hieronder toegelicht.
Stap 1: Overnemen opvangplaatsen uit provinciaal verslag Wanneer de verdeling uit een provinciaal verslag niet sluitend is, is deze ook het uitgangspunt voor het verdeelbesluit. De reguliere en amv-asielopvangplaatsen uit het verslag worden overgenomen in het verdeelbesluit. Zo is zo veel mogelijk recht gedaan aan de keuzes en afspraken die aan de PRT zijn gemaakt.
Pagina 5 van 9
Stap 2: Toevoegen opvangplaatsen vanuit kansrijke initiatieven In de verslagen worden mogelijk ook opvangplaatsen genoemd waarvan onvoldoende duidelijk is of deze tijdig (binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) beschikbaar zijn en/of in ieder geval beschikbaar blijven tot de datum van de volgende capaciteitsraming (1 februari 2026). Vaak zijn plannen voor deze opvangplaatsen wel al in een vergevorderd stadium. Plannen worden als kansrijk beschouwd wanneer deze in ieder geval één van de volgende elementen bevatten: • •
•
•
Lokale besluitvorming is afgerond; Een beoogde locatie is niet binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit beschikbaar, maar wel voor publicatie van de nieuwe capaciteitsraming op 1 februari 2026; Een bestaande locatie is niet beschikbaar tot de datum van de volgende capaciteitsraming, maar er is aantoonbaar zicht op verlenging van de locatie; Er is een duidelijke toezegging van een gemeente om de opvangplaatsen tijdig (binnen 6 maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit) te realiseren.
Als er in het verslag opvangplaatsen zijn genoemd die een of meerdere van de bovenstaande elementen bevatten, zijn deze kansrijke initiatieven opgenomen in het verdeelbesluit. Dit is wenselijk vanwege de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Hiermee wordt voorkomen dat gemeenten die al kansrijke plannen hebben geen wettelijke taak krijgen en gemeenten die geen plannen hebben wel. Stap 3: Berekenen van de restopgave Na het overnemen van de opvangplaatsen uit het verslag en de kansrijke initiatieven kan het zo zijn dat de verdeling nog niet optelt tot de provinciale opvangopgave. Wanneer dit het geval is, is berekend wat de restopgave is. Dit is het aantal reguliere en/of amv-opvangplaatsen dat nodig is om te voldoen aan de provinciale opvangopgave. Aangezien alle provincies een opvangopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen en amv-opvangplaatsen kunnen zij een restopgave hebben voor reguliere opvangplaatsen, amv-opvangplaatsen of voor beiden. Stap 4: Verdelen restopgave De restopgave is vervolgens verdeeld over de gemeenten. Hierbij is rekening gehouden met een aantal factoren: Stap 4a: Uitsluiten gemeenten voor de verdeling van de restopgave Bij het verdelen van de restopgave zijn de uitgangspunten uit de Beleidsregel verdeelbesluiten in acht genomen. Op grond van deze uitgangspunten kunnen gemeenten worden uitgesloten bij de verdeling van de restopgave.
Realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Wanneer een gemeente in het provinciaal verslag heeft aangegeven evenveel of meer te doen dan het aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Hiermee wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van het streven naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling. Daarom is de restopgave alleen verdeeld over gemeenten die deze evenredige bijdrage nog niet leveren.
Pagina 6 van 9
Uitzonderlijke historische bijdrage Wanneer een gemeente de afgelopen tien jaar gemiddeld een grotere bijdrage aan de opvangopgave heeft geleverd dan van de gemeente op basis van de indicatieve verdeling mocht worden verwacht, is deze gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Om dit te beoordelen is gekeken naar de opvangplaatsen die een gemeente in de afgelopen 10 jaar (van 1 september 2014 tot en met 1 september 2024) per jaar gemiddeld heeft gerealiseerd. Wanneer de gemiddelde historische bijdrage van een gemeente hoger was dan de indicatieve verdeling, is de gemeente niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Dit doet recht aan het uitgangspunt dat bij het verdelen van de restopgave rekening wordt gehouden met de eerder geboden asielopvang in gemeenten in de afgelopen tien jaar. Ook wanneer gemeenten een uitzonderlijke bijdrage hebben geleverd aan de opvang van Oekraïners, zijn zij uitgesloten voor de verdeling van de restopgave. Dit is het geval als hun bijdrage aan het aantal opvangplaatsen voor Oekraïners van 1 januari 2023 tot en met 1 september 2024 groter dan 200% was van het aantal opvangplaatsen dat zij hadden moeten realiseren op basis van een evenredige verdeling van het totaal aantal opvangplaatsen over alle gemeenten.
Uitruil tussen gemeenten Aan de PRT hebben gemeenten afspraken kunnen maken over het uitruilen van opvangplaatsen binnen de provincie. Wanneer gemeente A opvangplaatsen realiseert voor gemeente B, zijn deze bij de verdeling van de restopgave beschouwd als opvangplaatsen van gemeente B. Als gemeente A voor gemeente B een aantal opvangplaatsen realiseert dat gelijk is aan het aantal opvangplaatsen dat gemeente B op basis van de indicatieve verdeling zou moeten realiseren, is gemeente B niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Wanneer de uitruilafspraak voor een gemeente niet gelijk is aan de indicatieve verdeling, is dit bij de verdeling van de restopgave meegewogen; de gemeente krijgt dan een kleiner deel van de restopgave. Wanneer meerdere gemeenten hebben aangegeven hun opgaven onderling uit te ruilen, is dit meegenomen bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen. Als het aantal reguliere opvangplaatsen dat ze gezamenlijk realiseren gelijk aan of groter is dan het aantal opvangplaatsen dat ze samen op basis van hun indicatieve verdeling zouden moeten realiseren, zijn deze gemeenten uitgesloten bij de verdeling van de restopgave van reguliere opvangplaatsen.
Stap 4b: Verdelen van resterende opvangplaatsen over gemeenten Een deel van de gemeenten is op basis van de hierboven genoemde criteria niet meegenomen bij de verdeling van de restopgave. Er blijft een aantal gemeenten over waarover de restopgave is verdeeld. De restopgave is evenredig verdeeld over al deze gemeenten zodat zij allen eenzelfde percentage moeten realiseren van het aantal opvangplaatsen dat ze op basis van de indicatieve verdeling zouden moeten realiseren. Hoe hoog dit percentage is, hangt af van de omvang van de restopgave en het aantal gemeenten dat is uitgesloten van de verdeling van de restopgave. Gemeente krijgen in het verdeelbesluit niet meer opvangplaatsen dan het totaal aantal opvangplaatsen (regulier en amv) uit de indicatieve verdeling. Deze methode voor verdeling van de restopgave doet recht aan het uitgangspunt van een evenwichtig verdeling. Ook gemeenten die in het verslag al hebben aangegeven een aantal opvangplaatsen mogelijk te maken, maar minder dan het
Pagina 7 van 9
aantal opvangplaatsen uit de indicatieve verdeling, kunnen een deel van de restopgave krijgen. Dit is het geval wanneer het aantal opvangplaatsen dat zij in het verslag hebben aangegeven onder het percentage blijft van de indicatieve verdeling die gemeenten in de betreffende provincie moeten realiseren om de verdeling sluitend te maken. Mocht een gemeente door deze verdeling van de restopgave uitkomen op een aantal van minder dan 5 opvangplaatsen (regulier of amv), dan wordt deze gemeente uitgesloten van de verdeling en worden deze opvangplaatsen verdeeld over de andere gemeenten die wel in aanmerking komen voor de verdeling van de restopgave. Zo wordt recht gedaan aan het uitgangspunt van haalbaarheid en uitvoerbaarheid, omdat zulke kleine aantallen moeilijk te realiseren zijn. De verdeling van de restopgave wordt vervolgens toegevoegd aan de initiële verdeling. Hiermee is de verdeling van opvangplaatsen voor de provincie sluitend gemaakt.
3. Het verdeelbesluit voor de provincie Gelderland Op 31 oktober heeft de commissaris van de Koning van Gelderland, in lijn met artikel 4, tweede lid van de wet, verslag uitgebracht van het overleg dat heeft plaatsgevonden aan de PRT. Uit dit verslag blijkt dat de gemeenten in de provincie Gelderland niet tot een volledig sluitende verdeling zijn gekomen van het aantal opvangplaatsen dat zij volgens de provinciale opvangopgave moeten realiseren. De provincie Gelderland heeft een opgave van 10.712 reguliere opvangplaatsen en 992 amv-opvangplaatsen. Na het overnemen van de opvangplaatsen die aangeboden worden en het toevoegen van opvangplaatsen die voortkomen uit kansrijke initiatieven uit het verslag, komt de provincie Gelderland uit op 10.102 reguliere opvangplaatsen en 1.146 amv-opvangplaatsen. Om te komen tot een sluitende verdeling van de provinciale opvangopgave moet er een restopgave van 610 reguliere opvangplaatsen worden ingevuld.
Bij de verdeling van de restopgave zijn de volgende gemeenten uitgesloten: Uitsluiting vanwege realisatie aantal opvangplaatsen indicatieve verdeling Gemeente Aalten, Arnhem, Berg en Dal, Culemborg, Duiven, Epe, Harderwijk, Heumen, Lochem, Montferland, Nijmegen, Nunspeet, Putten, Rheden, Wageningen, West Maas en Waal, Winterswijk en Zutphen Uitsluiting vanwege uitzonderlijke historische bijdrage Gemeente Arnhem, Harderwijk, Wageningen, Winterswijk, Zutphen (asielopvang); Maasdriel en Rozendaal (ontheemden Oekraïne) Uitsluiting vanwege uitruil tussen gemeenten Gemeente Druten, Heerde en Rozendaal De restopgave is verdeeld over een aantal gemeenten volgens de methode die in hoofdstuk 2 is toegelicht. In totaal hebben 16 gemeenten een deel van de restopgave reguliere opvangplekken toegewezen gekregen.
Pagina 8 van 9
De restopgave is verdeeld over de volgende gemeenten: Barneveld (regulier) Brummen (regulier) Buren (regulier) Doesburg (regulier) Elburg (regulier) Ermelo (regulier) Hattem (regulier) Lingewaard (regulier) Neder-Betuwe (regulier) Oldebroek (regulier) Oost Gelre (regulier) Oude Ijsselstreek (regulier) Overbetuwe (regulier) Scherpenzeel (regulier) Voorst (regulier) Westervoort (regulier)
De Minister van Asiel en Migratie,
M.H.M. Faber - Van de Klashorst
Pagina 9 van 9