Brief heer en mevrouw Dooper 10 april 2023
Tekst van het document
Lûtsen Dooper en Bianca Dooper-Bosman L.R. Beijnenlaan 3 6971LE Brummen 0650940934 Ldooper@delta.nl Burgemeester en wethouders Gemeente Brummen Engelenburgerlaan 31 6971 BV Brummen
Brummen, 10 april 2023 Betreft: besluitvorming Wvg 14 februari/13 april en zienswijzen
Geacht college, De gemeenteraad heeft voor aanstaande donderdag 13 april 2023 de beslissing geagendeerd over het vestigen van het recht op eerste koop (Wvg) van percelen aan onder andere de L.R. Beijnenlaan. Daarom wil ik u mijn zienswijze geven over het collegebesluit van 14 februari 2023 (D392788) dat daarover gaat. De notitie “Kansrijke Ontwikkellocaties” (D393883) is er een bijlage van waarover u geheimhouding oplegde. Uiterlijk 16 maart 2023 had ik u graag al mijn uitgebreide zienswijze willen geven, in de periode van vier weken die u daarvoor reserveerde. Maar dat u tot op vandaag niet de informatie ter inzage heeft vrijgegeven die ik daarvoor redelijkerwijs nodig heb, verhinderde mij om mijn zienswijze te onderbouwen en verwoorden. Het gaat dan ook allerminst om triviale informatie, maar om de cruciale notitie “Kansrijke Ontwikkellocaties”. Volgens uw collegebesluit zette u in de notitie voor elke kern van de gemeente Brummen ontwikkelrichtingen uit, en beoordeelde u ze op de thema's wonen, grondzaken, ruimtelijke ordening, planeconomie en voorzieningen. Aan de hand van die beoordeling selecteerde u uw voorkeurslocaties voor woningbouw, wees u enkele percelen op die locaties aan voor uw recht op eerste koop, en wees u blijkbaar ook tal van locaties en percelen af.
Ik had voor het vormen van mijn zienswijze moeten kunnen beoordelen of en hoe uw notitie inhoudelijk past binnen uw bestaande structuurvisies, grondbeleid, regionale afspraken en andere kaders. Ik had ook moeten kunnen beoordelen of en hoe u heeft geoordeeld over zaken als bereikbaarheid van bestaande voorzieningen, bedrijven, uitvalswegen etcetera, openbaar vervoer, veiligheid langs het goederenspoor, gevolgen voor de natuur op en om de percelen, gevolgen voor voorzieningen in het dorp Brummen en allerlei andere planologische aspecten, zowel voor uw voorkeurs- als de niet-voorkeurslocaties. En die informatie bestempelde u tot op de dag van vandaag als geheim en gaf u niet ter inzage vrij. Afgelopen 6 april 2023, tijdens een voorbereidende raadsvergadering die ik bijwoonde, meldde de wethouder dat uw juristen inmiddels onderzoeken of die notitie nu echt wel geheim of eigenlijk toch openbaar is. De wetgever is er gelukkig glashelder over (art. 25 lid 3 Gemw): Op 16 februari 2023 bekrachtigde de gemeenteraad, in voldoende aantal present, niet de geheimhouding die u als college twee dagen daarvoor oplegde. Daardoor is sinds die vergadering de geheimhouding onomkeerbaar vervallen, had u de notitie al meteen op die 16 februari 2023 ter inzage kunnen leggen, en heeft de raad
dus op 13 april 2023 helemaal niets meer om te gaan bekrachtigen. Voor jurisprudentie verwijs ik naar de uitspraken van de Bossche Rechtbank van 28 april 2009 (ECLI:NL:RBSHE:2009:BK2792) en van het Bossche Gerechtshof van 24 april 2017 (ECLI:NL:GHSHE:2017:1789). Daarom verzoek ik u om opnieuw de gelegenheid te bieden tot het indienen van zienswijzen volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afd. 3.4 Awb), waarbij u dan deze keer wel echt alle openbare informatie ter inzage legt die redelijkerwijs nodig is om uw besluit te beoordelen. Daarnaast vraag ik u om u te houden aan de zienswijzetermijn van zes weken die de Awb voorschrijft. Daarbij realiseer ik me dat het moeten overdoen van de procedure gevolgen kan hebben voor uw planning, en dat, hoe vervelend ook, de gemeenteraad dan op aanstaande donderdag 13 april 2023 geen besluit zal kunnen nemen over een voorstel waarin u nog niet alle zienswijzen hebt verwerkt. Bovendien behoud ik mij de mogelijkheid voor om eventueel direct in beroep te gaan: Doordat u niet de openbare informatie ter inzage hebt gelegd die ik redelijkerwijs nodig had om uw besluit te beoordelen (art. 3:11 Awb), kan mij ook niet redelijkerwijs verweten worden dat ik geen zienswijze heb ingediend (art. 6:13 Awb).
Verder zijn de uitspraken relevant van het Europese Hof van 14 januari 2021 in het “Varkens in nood”-arrest (ECLI:EU:C:2021:7) en van de Raad van State van 14 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:786), die ingaan op mijn mogelijkheden om zienswijzen bij u in te dienen dan wel mijn bezwaren direct aan de rechter voor te leggen. Tenslotte wil ik, ook vanwege de jurisprudentie rondom het “Varkens in nood”-arrest, nog een opmerking rechtzetten die de wethouder tot mijn verrassing maakte in de raadsvergadering van 6 april jongstleden, en wel dat hij alleen bewoners en eigenaren van de aangewezen percelen als belanghebbend beschouwt. Als naaste buur die direct en van dichtbij uitkijkt op de percelen voldoe ik namelijk wel degelijk aan de zogenoemde EPORA-criteria, die algemeen gelden om iemand aan te merken als belanghebbend. Daarbij wijs ik u op bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State van 25 november 2020, over belanghebbenden met uitzicht op een zonnepark in Wijchen (ECLI:NL:RVS:2020:2801).
Met vriendelijke groet,
Lûtsen Dooper
Bianca Dooper-Bosman
Kopie: Alle raadsleden en de griffie van Gemeente Brummen