Bijlage 2. Inzet algemene reserve als structureel dekkingsmiddel
Tekst van het document
Bijlage 2. Inzet algemene reserve als structureel dekkingsmiddel Inzet van het surplus
Sinds een aantal jaar is het mogelijk voor gemeenten om de algemene reserve in te zetten als structureel dekkingsmiddel. De voorwaarden hiervan zijn vastgelegd in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) 2020 van de provincies. Deze voorwaarden zullen worden geactualiseerd. In de ledenbrief van de VNG is toegelicht welke aanvullende voorwaarden zullen worden gesteld. Het gaat samengevat om de volgende voorwaarden: 1. Van het deel van de algemene reserve dat niet nodig is voor het weerstandsvermogen (ook wel surplus genoemd), mag maximaal 10% worden gebruikt als structurele dekking voor een periode van maximaal 4 jaar. 2. Als eenmaal besloten wordt een deel in te gaan zetten als structurele baat, mag er het bedrag tussentijds niet meer worden verhoogd en er mag niet aansluitend aan de periode worden besloten om de inzet te verlengen. 3. Alle jaren waarin geen inzet wordt gepleegd moeten structureel in evenwicht zijn en na het einde van de inzet moet er een situatie zijn ontstaan waarin er geen noodzaak is om incidentele middelen in te zetten. 4. De solvabiliteitsratio moet boven de 20% blijven. Het financieel beeld van de gemeente Brummen is als volgt: Passiva Algemene reserves (incl. behoedzaamheidsreserve) Bestemmingsreserves
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
11.828
11.280
11.342
11.521
10.280
7.269
7.586
7.854
8.076
8.304
Totaal Eigen Vermogen
19.097
18.866
19.196
19.597
18.584
Overige passiva
64.385 83.482
69.527 88.393
72.797 91.993
74.692 94.289
75.325 93.909
Saldo concept-MJB
-548
62
179
-1.241
-1.147
Solvabiliteitsratio
22,22%
21,34%
20,87%
20,78%
19,79%
Geïnventariseerde risico's Benodigd bij weerstandsratio 1,6
4.252
4.252
4.252
4.252
4.252
6.803
6.803
6.803
6.803
6.803
Surplus
5.025
4.477
4.539
4.718
3.477
502
448
454
472
348
Totaal Passiva
10% van het surplus
Ten aanzien van voorwaarde 1: In de onderste tabel wordt de maximaal mogelijk inzet berekend. Met de provincie is afgesproken in het financieel herstelplan dat Brummen per 31-12-2027 een weerstandsvermogen van 1,6 heeft bereikt. In dat jaar is het surplus € 4,5 mjn. Dat leidt tot een maximale inzet van € 454.000 verspreid over 4 jaar, oftewel € 113.500 per jaar. Aan voorwaarde 3 en 4 wordt met de maximale inzet niet voldaan. Immers in 2028 en 2029 resteren na inzet van het surplus nog steeds tekorten van ruim een € 1 miljoen. Er is dus geen sprake van een overbrugging naar een situatie waarin er geen incidentele inzet meer noodzakelijk is. Daarnaast zakt de solvabiliteitsratio in 2029 naar onder de 20%.
Vorming van een kapitaallastenreserve
Het is mogelijk om een kapitaallastenreserve in te stellen. Bij het afsluiten van een specifieke investering wordt dan een bedrag gelijk aan de hoogte van die investering in de reserve gestort. Elk jaar wordt het bedrag van de jaarlijkse afschrijvingen dan aan die reserve onttrokken totdat het actief volledig afgeschreven is. Het nadeel van deze methode is dat er een groot bedrag meteen beschikbaar moet worden gesteld met een relatief kleine impact op de meerjarenbegroting. Om dit te illustreren hieronder een rekenvoorbeeld: Op pagina 114. van de Programmabegroting zijn de investeringen voor 2026 opgenomen. Het totaal van die investeringen bedraagt € 4.967.340 (investering minus bijdragen van derden). De afschrijvingslast die hiermee gepaard gaat is € 179.722 per jaar. Er zou dus bijna € 5 miljoen moeten worden gestort in de reserve om een structurele besparing te realiseren van circa € 180.000 per jaar. Ter referentie: met de OZB-maatregel worden € 812.000 (2026) en € 1,7 miljoen opgehaald (2027 en verder). Bovendien is het meerjarenbeeld vanaf 2028 nog steeds € 1,2 miljoen negatief. De gevolgen voor de financiële positie zijn dat de weerstandsratio meteen daalt naar 1,6 (ultimo 2025) en het opvolgende jaar naar 1,5 (ultimo 2026). Hiermee wordt niet voldaan aan het financieel herstelplan.
Gegeven de voorwaarden van het financieel herstelplan zou maximaal € 4,5 mjn (oftewel het surplus in 2027) vanuit de algemene reserve kunnen worden ingezet voor een kapitaallastenreserve. Dit kan worden aangevuld met middelen vanuit andere bestemmingsreserves (deze behoren niet tot het weerstandsvermogen). Vervolgens zouden specifieke investeringen moeten worden aangewezen waar de kapitaallastenreserve aan gekoppeld moet worden. Als er een impact voor 2026 gewenst is, dan zouden dat lopende investeringen moeten zijn, die per 1-1-2026 worden afgesloten.
Kanttekeningen
Het inzetten van het surplus als structureel dekkingsmiddel is niet mogelijk, vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden die de toezichthouder daaraan stelt. Het vormen van een kapitaallastenreserve is technisch mogelijk, maar heeft een grote inleg met slechts een beperkt effect en is daarmee onwenselijk. Twee jaar geleden is ervoor gekozen om scherper te ramen in de begroting. De consequentie hiervan is dat het risico op overschrijding van de begroting is toegenomen. Het afgelopen jaar zagen we dat er in de eerste bestuursrapportage een beroep moest worden gedaan op de behoedzaamheidsreserve. Dit zou bij de tweede bestuursrapportage wederom nodig zijn geweest als de Septembercirculaire minder gunstig was uitgevallen. Een uitname uit de algemene reserve betekent tegelijkertijd een lagere buffer om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen. Daarnaast staat de gemeente Brummen voor een aantal forse opgaven waar eventueel ook dekking voor nodig zal zijn. Op dit moment een kapitaallastenreserve instellen betekent dat het in de nabije toekomst moeilijker wordt om voor nieuwe investeringen dekking te vinden. Tot slot is het, in het kader van de Bestuurlijke Toekomst, aannemelijk dat Brummen volgend jaar onder provinciaal toezicht wordt gesteld als gevolg van de herindelingsprocedure (arhi-toezicht).
In deze vorm van toezicht wordt scherp gekeken naar mogelijke aantastingen van de financiële positie van de betrokken gemeenten. Het is waarschijnlijk dat de inzet van de algemene reserve als dekkingsmiddel voor het begrotingstekort dan wordt stopgezet.