Bijlage 2 Beantwoording toezegging handhaving Pongeweg - vragen GL
Tekst van het document
Bijlage 2 Technische vragen Groen Links Pongeweg 1. In de kanttekening in het raadsvoorstel (1.1) wordt de relatie benoemd tussen beide bestemmingsplannen. De insprekers hebben dit in hun inspraak ook nog eens toegelicht. Waarom zouden beide bestemmingsplannen niet tegelijkertijd behandeld worden? Het gaat immers om dezelfde eigenaar, dezelfde handhavingsprocedures en gaat het om aangrenzend grond met onderlinge verbanden. Er is bewust voor gekozen een apart bestemmingsplan op te laten stellen ten behoeve van het woonperceel en het legalisatievraagstuk daarmee niet te koppelen aan dit bestemmingsplan voor het realiseren van dit bos in het kader van de Groene Opgave. Beide bestemmingsplannen kunnen zo op hun eigen merites door uw raad worden beoordeeld. Naast dat er urgentie zit op het realiseren van de doelen van de Groene Opgave in relatie tot de subsidieregeling (voortgang), wordt het ook niet wenselijk gevonden dat beroepsprocedures tegen het ene plan het andere plan ophouden. 2. Het college vermeld een toekomstige legalisatie, terwijl er een handhavingsprocedure loopt. Moet het college dan niet eerst uitspraak doen in de handhavingszaak, zodat er bezwaar gemaakt kan worden? Als een overtreding wordt geconstateerd, moet het college (laten) onderzoeken op welke wijze de overtreding kan worden beëindigd.
Regelmatig komt het voor dat een overtreding niet persé ongedaan hoeft te worden gemaakt, maar dat deze met een omgevingsvergunning of een bestemmingplanwijziging kan worden gelegaliseerd. Zoals ook uit jurisprudentie blijkt, zou niet redelijk zijn om bijvoorbeeld eerst aan de eigenaar/overtreder op te leggen om iets te verwijderen, wat na vergunningverlening of bestemmingsplanwijziging weer mag worden teruggeplaatst. Dan zou er sprake zijn van kapitaalvernietiging. 3. In het voorstel staat dat er handhavend is opgetreden. Hoe kijkt het college aan tegen de handelwijze van handhaving rondom Pongeweg 4 en 6? In de gemeente Brummen wordt gehandhaafd conform het VTH-beleid waarin ook de landelijke handhavingsstrategie is opgenomen. Rondom Pongeweg 4 en 6 is dat niet anders. Wanneer een handhavingsverzoek wordt ingediend, wordt eerst een onderzoek ingesteld. Er wordt dan vastgesteld of er wel of niet sprake is van een overtreding van wet- en regelgeving. Als er sprake is van een overtreding wordt ook onderzocht of er mogelijkheden zijn om deze te legaliseren. De overtreders krijgen dan een waarschuwingsbrief waarin staat dat de overtreding ongedaan moet worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat iets moet worden verwijderd. Als er ook een legalisatiemogelijkheid is, wordt de overtreder ook op die mogelijkheid gewezen. Zie verder hierboven onder 2.
Aan de verzoekers om handhaving wordt een brief gestuurd waarin aan hen wordt meegedeeld wat de beslissing op het handhavingsverzoek is (toegewezen of afgewezen) met een motivatie van dat besluit. Als de overtreders de overtreding niet oplossen, wordt vervolgens het besluit genomen om een last onder dwangsom op te leggen. Zowel de verzoekers om handhaving als de overtreders kunnen binnen 6 weken bezwaar maken tegen de aan hen gerichte besluiten. In deze casus hebben zowel de verzoekers om handhaving als de eigenaren van het perceel Pongeweg 4a bezwaar gemaakt. Voor het bezwaar tegen de beslissing op het handhavingsverzoek heeft inmiddels een zitting bij de commissie voor de bezwaarschriften plaatsgevonden en zijn wij in afwachting van het advies. Voor het bezwaar tegen de beslissing om een last onder dwangsom op te leggen is nog geen zitting gepland.
4. Is bij het college bekend dat er door de familie Beets een oplossing is aangedragen voor de situatie op het woonperceel (nu ter inzage) die veel goedkoper en simpeler is dan de legalisatie in het bestemmingsplan? Bij het college is bekend dat een oplossing is aangedragen voor de situatie op het woonperceel. Er is een handhavingsbesluit genomen gericht op het gebruik als tuin van agrarische gronden (grindverharding en speeltoestellen). Het is echter aan de eigenaren van het perceel Pongeweg 4A om te bepalen op welke wijze zij de overtreding(en) ongedaan willen maken. Daarnaast heeft het college te besluiten op de ingediende verzoeken. 5. De inspreker spreekt over een tuinbestemming in het buitengebied. Kunt u uitleggen hoe dit in elkaar steekt? Deze vraag betreft het ontwerpbestemmingsplan voor het woonperceel welke als ontwerp ter visie ligt. Als gemeente zijn wij volgens vaste rechtspraak verplicht om in handhavingskwesties ook te onderzoeken of gebruik of bouwwerken gelegaliseerd kunnen worden. In dit geval is een concreet verzoek ingediend voor initiatiefnemers. Ter plaatse van de Pongeweg is sprake van zeer ruime en relatief solitair gelegen (woon)percelen, met tussenliggende beplanting. Ons college heeft in dit geval op basis van een concreet verzoek een ruimtelijke beoordeling gemaakt.
Daarbij vervalt op deze gronden de bestemming ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’ (wordt wegbestemd). Op grond van deze verblijfsrecreatieve bestemming is een minicamping met 25 mobiele camperplaatsen toegestaan met bijbehorende ruimtelijke uitstraling en effecten. Daarvoor komt voor een deel van de gronden een tuinbestemming ten behoeve van één woning terug. Dit is ruimtelijk in veel opzichten een planologische afwaardering van deze locatie en daarmee een positieve ontwikkeling (ook voor de omgeving). Daarbij is de situatie goed landschappelijk ingepast. Uiteraard kan ook gekozen kunnen worden voor de bestemming ‘Wonen’. In dat geval zou er op grond van het bestemmingsplan zelf ook iets meer bouwmogelijkheden op deze gronden zijn (zoals de hoogte van bijgebouwen (6 meter), 30 m2 overkappingen, zwembaden). Een onderscheid in de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’ wordt in deze situatie door ons college passender gevonden en sluit beter aan bij de omgevingskwaliteiten. Uiteraard blijven naast de mogelijkheden van het bestemmingsplan voor deze gronden met de bestemming ‘Tuin’ ook de landelijke vergunningsvrije (bouw)mogelijkheden van toepassing. Uw gemeenteraad besluit uiteindelijk over de vaststelling van dit bestemmingsplan. 6. In Bijlage 45, opgesteld in sept 2022, staat bij 8.2 dat huidig gebruik mag worden voortgezet.
Maar er wordt nieuw gebruik beoogd, met een flinke subsidies vanuit provincie en gemeente. Waarom zijn deze regels mbt overgangsrecht gebruik opgenomen? Zitten deze overgangsregels in alle andere plannen die worden ingediend? Hoe zijn deze overgangsregels tot stand gekomen? Een bestemmingsplan kent een aantal wettelijk verplichte standaardregels voor bestemmingsplannen. Waaronder bepalingen ten aanzien van het overgangsrecht (artikel 3.2.1 en artikel 3.2.2 Besluit op de ruimtelijke ordening). Het afdwingen van de realisatie van een bestemming verhoudt zich niet met toelatingsplanologie en het eigendomsrecht. Het realiseren van de bestemming wordt door de deelname aan de regeling Groene Opgave op basis van het inrichtingsplan gegarandeerd. Er is dan ook geen aanleiding staan te denken dat de bestemming ‘Natuur’ niet zal worden gerealiseerd. De initiatiefnemer heeft in samenspraak met Stichting Landschapsbeheer Gelderland het inplanten van het bosplantsoen in afwachting van deze procedure juist uitgesteld. 7. Nav zienswijzen: er gelden vanuit het Waterschap geen vrijwaringszones of verplichte
onderhoudsstroken. Wel zijn er inmiddels brede inzichten over het inrichten van watergangen bekend, bijvoorbeeld bij het landschapsnetwerk. Zijn er mogelijkheden om dit aan de initiatiefnemer mee te geven? Zoals aangegeven in de zienswijzennota zijn de gedane suggesties juist opgepakt en besproken met het Waterschap Vallei en Veluwe. Deze ziet geen aanleiding voor een andere of natuurlijkere inrichting, ook omdat het grootste belang is dat de doorstroming ter plaatse behouden blijft.