CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording initiatiefvoorstel Brummen door VVD, CDA, LB

Besluitvormende raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Opening en mededelingen2.463 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Initiatiefvoorstel kleinschalige asielopvang Brummen Voorgesteld 06-10-2025 door VVD-CDA-LB Onderwerp: Beantwoording vragen GL/J. Vondeling d.d. 10-11-2025 1. Nadelen of kanttekeningen ontbreken in uw voorstel. Zijn deze er helemaal niet? Zo nee, wat zijn deze wat u betreft? De initiatiefnemers erkennen dat kleinschalige opvang niet zonder uitdagingen is. Kanttekeningen betreffen wellicht hogere kosten per opvangplek (maar is beslist niet zeker} en enige onzekerheid over structurele ondersteuning door COA. Deze aspecten zijn bewust afgewogen, maar worden niet doorslaggevend geacht ten opzichte van de voordelen op het gebied van draagvlak, integratie en leefbaarheid. Deze afweging met wederzijdse kanttekeningen zijn ook door het COA weergegeven op haar eigen website1: ‘Het COA bouwt aan een goede mix van grote en kleine locaties, passend bij de maat van een gemeente en duurzaam en flexibel in gebruik voor meerdere doelgroepen. In kleinere opvanglocaties, die soms beter in een woonwijk passen, kunnen asielzoekers en buurtbewoners elkaar gemakkelijk ontmoeten. Zo groeit wederzijds begrip en voelen nieuwe bewoners zich sneller thuis. Zo kijken we per gemeente wat de meest optimale vorm is.’ Aldus het COA.

Volgens de initiatiefnemers prevaleert het grote voordeel bij een kleinschalige opvang dat asielzoekers en buurtbewoners elkaar gemakkelijk ontmoeten, waardoor wederzijds begrip makkelijker ontstaat. De afweging van het COA in het geval van Brummen was puur een financiële waarin bovenstaande genuanceerde benadering niet betrokken is, zeker gezien het feit dat de Michaëlshoeve vlak naast de kern Brummen ligt en omringt wordt door kwetsbare doelgroepen. 2. Pag. 2, Inleiding: “taakstelling komt overeen met schaal en draagkracht van de gemeente”. Waar baseert u de draagkracht op? De draagkracht is gebaseerd op factoren als de capaciteit van voorzieningen (bijvoorbeeld detailhandel, openbaar vervoer en ordehandhavers), de samenstelling van de bevolking, de sociale cohesie en de bestuurlijke capaciteit om opvang te begeleiden. Dit is een kwalitatieve beoordeling, mede gebaseerd op ervaringen van andere gemeenten. Daarnaast is dit getal ook het aantal uit de indicatieve opgave (januari 2024), waar het ministerie op basis van de sociaaleconomische scores en aantal inwoners een indicatie van op te vangen asielzoekers geeft. Hierin uit zich de door het ministerie geraamde draagkracht. Ook wordt deze draagkracht gebaseerd op signalen uit de samenleving.

1 https://www.coa.nl/nl/lijst/het-waar-dat-er-alleen-grote-azcs-worden-geopend

1

3. Pag. 2, Inleiding: Waar is de “realistische balans” op gebaseerd? De balans is gebaseerd op de verhouding tussen grootte van de gemeente, maatschappelijke draagkracht en bestuurlijke controle, zoals beschreven in het initiatiefvoorstel. Zie hierin ook de indicatieve opgave en de beantwoording van de vorige vraag. a. Ten aanzien van de wettelijke plicht: de verwachte aanpassing van het verdeelbesluit stond gepland voor juli, begin oktober en eind oktober. Inmiddels is het half november en is er nog geen besluit genomen. Er lijkt dus geen concreet zicht op deze aanpassing. Tot dan geldt het huidige wettelijk kader zoals dat in het initiatiefvoorstel uitgelegd is. b. Maatschappelijke draagkracht. Ten aanzien van de andere plaatsen met grote AZC’s: er zijn zeker andere plaatsen met grotere AZC’s. Dit zijn echter AZC’s die geplaatst zijn in oude kazernes, die van nature ver uit een kern liggen en een groot eigen terrein hebben. Ook zijn vaak de kernen enorm klein waardoor het AZC erg groot lijkt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan Katwoude. Dit AZC heeft 217 plekken en ligt formeel in Katwoude (325 inwoners), maar de dichtstbijzijnde kern (waar het AZC dus logischerwijs het meest contact mee heeft) is Volendam met 22.745 inwoners. Hierdoor ontstaat al snel een vertekend beeld. Daarnaast zijn grote AZC’s vaak azc’s die er al jarenlang zijn, meestal al in de jaren ’90.

Het asieldebat en lokale opinie over asiel is in die 30 jaar drastisch veranderd. Waar in die tijd het opbouwen van een ‘band’ tussen azc en lokale bevolking makkelijker ging, zal het opbouwen een ‘band’ tussen een grootschalig azc en de huidige (Brummense) bevolking in de huidige tijd beduidend gecompliceerder liggen. Zeker gezien het nu door het college doorlopen proces. Ten slotte is bij grote azc’s de besluitvorming voor zo’n azc gegaan via door de raad vastgestelde kaders of was het proces niet meer te achterhalen. Door al deze argumenten zijn de grote azc’s zoals de vragenstellers die bedoelen, niet te vergelijken met de huidige Brummense situatie. Bovendien kunt u lezen op de website van COA dat inmiddels (2025) 65% van de azc's in Nederland kleinschalig is en 35% grootschalig2.En het gemiddeld aantal bewoners van azc's drastisch afneemt3. c. De bestuurlijke controle kan gezocht worden in de nu reeds voorgestelde maatregelen zoals een asielagent, extra BOA en andere door BureauBeke gesuggereerde maatregelen. Het is echter de verwachting dat de mate waarin deze bestuurlijke controle ook in balans is met de te verwachten vraag hiernaar meer in balans is met 119 dan met 350 asielzoekers. Dit volgt logischerwijs sec uit het aantal asielzoekers. Hoewel het college stelt dat een grootschalig AZC minder overlast zou betekenen, onderbouwt zij dit niet.

In ons antwoord op de wensen en bedenkingen laten we zien dat andere niet-onderbouwde stellingen van het college niet waar of toch anders lagen dan initieel gepresenteerd (zie onze reactie op de wensen en bedenkingen

2 https://www.coa.nl/sites/default/files/2025-07/grotevskleineazcs.jpg

3 https://www.coa.nl/sites/default/files/2025-07/Gemiddeldaantalbewonersperazc.jpg

2

over de eerstelijnszorg en de beveiliging). Dit noopt ons niet-onderbouwde uitspraken van het college sceptisch te benaderen en derhalve zien wij hierin ook geen tegenargument. 4. Pag. 2, Probleemstelling: Wat wordt bedoeld met aansluiten op lokale draagkracht? Daarmee wordt bedoeld dat de opvangcapaciteit en -vorm afgestemd worden op wat de gemeenschap en voorzieningen aankunnen, zodat overbelasting en weerstand worden voorkomen. 5. Pag. 3. Op welke wijze is besluitvorming niet transparant geweest? De besluitvorming was er al voordat de gemeenteraad is geraadpleegd. Gesprekken met het COA vonden al plaats in de tweede helft van 2023. Het duurde nog tot februari 2024 voordat de gemeenteraad ook werd betrokken. Het indicatieve verdeelbesluit voor 119 opvangplaatsen voor Brummen lag er toen al, blijkt achteraf (31-01-2024). Daar is door het college niet over gesproken. Wel werd toen het aantal van 300 gemeld. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de WOO-documenten die door de VVD zijn opgevraagd. Zo was er al in 2023 een schouw door het COA bij de Michaëlshoeve en een werkbezoek bij een azc in Apeldoorn door het college. Dit wijst op verregaande stappen in het proces, voordat de raad gekend en betrokken werd bij het besluit om een azc te gaan vestigen. Laat staan dat er in die fase gesproken is over mandaat van college in verhouding tot de rol en verantwoordelijkheid van de raad.

In die periode had middels een goed overleg tussen raad en college een besluit door de raad genomen kunnen worden voor duidelijke kaderstelling waar het college zich aan te houden heeft. Dit heeft in veel gemeenten in Nederland wel op het juiste moment plaats gevonden, namelijk in de prille beginfase van dit traject. Dan had op dat moment ook de positie van inwoners meegenomen kunnen worden rondom deze grootschalige opvang. En had de communicatie over locatiekeuze en inspraakmomenten zorgvuldig plaats kunnen vinden. 6. Pag. 3. “Ook bij kleinere locaties biedt het COA ondersteuning, ontzorging en (deels) financiële middelen.” Waar baseert u dit op? Deze veronderstelling is gebaseerd op bestaande voorbeelden in andere gemeenten waar COA kleinschalige opvang ondersteunt. Voorbeelden hiervan kunt u zien in bijlage 4 van het initiatiefvoorstel. De exacte invulling wordt in overleg met COA bepaald in de vervolgfase. 7. Pag. 3. Probleemstelling: Welke specifieke voorzieningen dreigen overbelast te raken? Hierbij valt te denken aan toename van druk op de middenstand, vervoerscapaciteit en detailhandel, maar ook op de ordehandhavers. Zeker gezien er nu al te weinig FTE aan BOA is, zoals recent bleek. Een plotselinge instroom van grote groepen zou deze voorzieningen onder druk kunnen zetten.

Zeker omdat dit groepen zijn die extra aandacht en begeleiding verdienen, ook buíten het COA-terrein. Hoe groter de groep, hoe meer mensen deze aandacht en begeleiding nodig hebben. 8. Pag. 3, Probleemstelling: Welke aspecten van sociale samenhang verdwijnen denkt u? Bij grootschalige opvang kan de afstand tussen inwoners en bewoners van het centrum toenemen, wat informele contacten en vrijwilligersbetrokkenheid bemoeilijkt. Kleinschalige

3

opvang bevordert juist ontmoeting en wederkerigheid. Onbekend maakt immers onbemind, een kleine groep is overzichtelijker en makkelijker te kennen dan een grote. Daardoor wordt ook het kunnen opbrengen van begrip voor de asielzoeker moeilijker. De tegenstelling die nu al groeiende is tussen voor- en tegenstanders maakt ook de samenwerking en cohesie in het vrijwilligerswerk mogelijk complexer. 9. Pag. 3, Par. 4.3 Waarom is met grotere opvang een relatie met de gemeenschap niet mogelijk? Bij grotere opvanglocaties ontstaat vaak een eigen interne leefwereld. De schaal maakt persoonlijke interactie met omwonenden minder vanzelfsprekend. Kleinschaligheid vergroot juist de kans op dagelijks contact, de herkenbaarheid van personen en deelname aan lokale activiteiten. Dit bevestigt het COA op haar eigen website. Daarnaast blijkt uit de samenleving en van insprekers dat het grote aantal zorgt voor weerstand. 10. Pag. 3, Par. 4.3 “Vrijwilligerswerk, taallessen, sportdeelname en informele ontmoetingen verlopen soepeler en natuurlijker in kleinschalige settingen”. Waaruit blijkt dit? Ervaring leert dat integratieactiviteiten beter functioneren in kleinschalige opvangvormen. De overzichtelijke schaal en persoonlijke benadering bevorderen deelname en wederzijds vertrouwen.

De initiatiefnemers weten dat er vanuit de gemeente, op basis van de 350 opvangplaatsen, al vragen zijn gesteld over dit onderwerp aan een organisatie. Vanwege dit grote aantal hebben zij hun zorgen geuit of zij hieraan uitvoering kunnen geven. 11. Pag. 5, Par. 6 Wat is de huidige en maximale capaciteit van de Brummense basisscholen? De basisscholen in Brummen en Eerbeek hebben beperkte ruimte, zowel qua gebouwen als personeel. Volgens de meest recente prognoses is de groei beperkt op te vangen. Een geleidelijke, kleinschalige instroom sluit beter aan bij de beschikbare capaciteit. Ook bij een grootschalig AZC zal namelijk gebruik gemaakt worden van de scholen in de gemeente Brummen volgens de voorliggende conceptbestuursovereenkomst. Voorkeur van de indieners is echter dat schoolgaande kinderen vanuit het AZC in Brummen naar de speciale school AZS De Waaier (4-12 jaar) en ISK (12-18 jaar) in Zutphen kunnen gaan. Daar kan dan de focus liggen op het leren van Nederlandse taal. Na enkele jaren kunnen ze dan gemakkelijker instromen in het Nederlandse onderwijs. Het COA stelt dat ongeveer een kwart van de asielzoekers 18 jaar of jonger is.4 Grosso modo betekent dit dus ongeveer 30 kinderen bij een AZC van 119 en 88 bij een AZC van 350 (hierbij moet nog gecorrigeerd worden voor niet-leerplichtige kinderen). 12. Pag. 5, Par.

7.2 In hoeverre zijn door de gemeente reeds uitgevoerde locatieonderzoeken opgevraagd? Alle informatie die betrekking heeft op het voornemen tot plaatsen van een grootschalig azc is door de initiatiefnemers opgevraagd. Hieruit en uit beantwoording van vragen aan de

4

https://www.coa.nl/nl/kinderen-de-opvang

4

wethouder, kwam geen eenduidig en duidelijk antwoord hoeveel en welke locaties onderzocht zijn. 13. Pag. 5, Par. 7.2 Welke vragen en verwachtingen worden voorkomen door geen locatieopties te noemen? Door nog geen locaties te noemen wordt voorkomen dat het publieke debat zich te vroeg vernauwt tot specifieke plekken. Eerst moet overeenstemming worden bereikt over de beleidsrichting en uitgangspunten. Het is vraagstellers bekend dat de AZC-discussie leeft in de samenleving. Door het nu prematuur aanwijzen van mogelijke locaties is het risico groot dat er enorm veel extra onrust veroorzaakt wordt. Overigens is het de wethouder zelf die ons deze aanpak adviseerde. 14. Pag. 5, Par. 7.2 Welke woningbouwlocaties zijn wat u betreft op korte termijn geschikt? In een latere fase kunnen mogelijke locaties in een vertrouwelijke notitie met de raad worden gedeeld. Dit voorkomt onrust en biedt ruimte voor zorgvuldige besluitvorming in samenwerking met COA. Zie vraag 13. 15. Pag. 6, Par. 7.2 Waarom kiest u voor tijdelijke bouwvormen, die duurder zijn in exploitatie en met hoger risico op desinvesteringen? Tijdelijke bouwvormen bieden flexibiliteit en snelheid. De hogere exploitatiekosten worden deels gecompenseerd door lagere investeringskosten, herbruikbaarheid en eventuele beschikbare Rijksvergoedingen. Ze maken bovendien snelle omschakeling of beëindiging mogelijk.

Ook kunnen er, net als bij de huisvesting van de Oekraïners, mogelijk afspraken gemaakt worden met Veluwonen. Zeker als het om bouwen gaat op een van de beoogde WVG-locaties. De huidige flexibele, verplaatsbare en duurzaam gebouwde tijdelijke woningen zijn van een vergelijkbaar kwaliteitsniveau als permanente woningen. Ze voldoen aan dezelfde eisen van het Bouwbesluit. Ook hebben de initiatiefnemers het idee doorontwikkeld om het volledige terrein van de Michaëlshoeve in totaal te herontwikkelen. Hier kan dan plaats komen voor woningbouw én een kleinschalig AZC. Dit hoeft dan eventueel geen tijdelijke bouwvorm te betreffen. 16. Pag. 7, Par. 9.3 Bij 119 personen wordt het netto saldo als “beperkt positief” gedefinieerd. Wat wordt hiermee bedoeld? Daarmee wordt bedoeld dat een grootschalig azc doorgaans een duidelijk positief financieel saldo oplevert, terwijl een kleinschalig azc slechts een beperkt positief saldo kent. Tegelijkertijd is kleinschalige opvang tegenwoordig een veelgehoorde en gewenste vorm van asielopvang. Door daarvoor te kiezen, nemen we bewust afstand van de mogelijke bedrijfseconomische voordelen van een grootschalig azc. Uiteindelijk gaat het in de eerste plaats om mensen, niet om geld.

5

17. Pag. 7, Par. 9.3 Bij 119 personen wordt de mate van ontzorging door COA als hoog gedefinieerd. Waar is dit op gebaseerd? Bij kleinere opvangvormen verzorgt COA doorgaans operationele taken en is er beveiliging 24/7 aanwezig. Verder is het gebaseerd op hetgeen het COA zelf vermeldt op haar website en bij gemeenten met een klein AZC, zie ook bijlage 4 van het initiatiefvoorstel. 18. Pag. 7, Par. 9.3 Bij 350 personen wordt de druk exponentieel hoger. Waar is dit op gebaseerd? De druk stijgt niet alleen in absolute zin, maar ook in complexiteit: meer bewoners leidt tot meer coördinatie, verkeer, toezicht en maatschappelijke impact. 19. Pag. 7, Par. 9.3 Waaruit blijkt dat de gemeentelijke kosten fors stijgen? Bij grotere opvang neemt de inzet voor communicatie, toezicht, maatschappelijke begeleiding en afstemming toe. De schaalvergroting maakt deze kostenposten fors hoger dan bij kleinschalige opvang. Indirecte inzet van ambtenaren is ook groter. 20. Pag. 7, Par. 9.3 Wat bedragen de kosten voor de complexe coördinatie volgens de initiatiefnemers? Als wordt uitgegaan van een extra personele inzet van circa 1,5–2 fte bij een azc voor 350 asielzoekers voor coördinatie en afstemming tussen betrokken partijen leidt dit tot een kostenraming van €100.000–€150.000 per jaar. 21. Pag. 7, Par.

9.3 Hoe zorgt het risico op maatschappelijke spanningen voor een forse stijging van de gemeentelijke kosten? Bij gebrek aan draagvlak nemen kosten toe voor communicatie, bemiddeling, handhaving en veiligheidsmonitoring. In andere gemeenten is gebleken dat dergelijke spanningen aanzienlijke bestuurlijke en financiële inzet vergen. Kleinschalige opvang vermindert dit risico.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252521/1