A9 - VNG - Ledenbrief Reactie VNG op coalitieakkoord ‘Aan de slag Bouwen aan een beter Nederland’ D476602
Tekst van het document
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
20/36
Oekraïense ontheemden Wat staat er in het akkoord? Oekraïense ontheemden vallen tot 2027 onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Daarna willen de coalitiepartijen overstappen op een tijdelijke verblijfsstatus en inzet plegen op participatie en meedoen via werk. Over de langetermijninrichting na 2027 biedt het coalitieakkoord echter nog weinig concrete duidelijkheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten blijven verantwoordelijk voor opvang, begeleiding en toeleiding naar werk. Dit betekent dus ook dat de zorgen en problemen in de uitvoering nog niet zijn opgelost. Gemeenten ervaren op dit moment ernstige knelpunten bij de opvang, begeleiding en toeleiding naar werk van Oekraïeners. We zijn hierover al langer in gesprek met het kabinet, helaas tot nu toe zonder concrete oplossingen. Ook in het nieuwe akkoord zien we die nog niet. Voor gemeenten is daarnaast snelle duidelijkheid over de langetermijn noodzakelijk, omdat het risico bestaat dat anders per maart 2027 nieuwe uitvoerings- en opvangproblemen ontstaan. We willen hierover zo snel mogelijk in gesprek met het nieuwe kabinet. Arbeidsmigranten Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen nemen de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten en het recente SER-advies als uitgangspunt. Werkgevers worden nadrukkelijk verantwoordelijk voor registratie, huisvesting en het voorkomen van misstanden.
Bij nieuwe bedrijvigheid willen de coalitiepartijen werken met een bedrijfseffectrapportage, zodat huisvesting, voorzieningen en leefbaarheid vooraf worden meegewogen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om vooraf te sturen op de effecten van arbeidsmigratie. Dit vraagt om extra inzet op toezicht, handhaving en ruimtelijke afwegingen. De bedrijfseffectrapportage versterkt de positie van gemeenten richting werkgevers, mits dit gepaard gaat met voldoende ondersteuning en duidelijke kaders vanuit het rijk. Ontwikkelingssamenwerking Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen de 10% bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking terugdraaien, door jaarlijks structureel € 257 miljoen extra te investeren. Deze extra middelen zijn bedoeld voor humanitaire hulp, klimaat, onderwijs, vrouwenrechten en het verstevigen van het maatschappelijk middenveld. Ook blijft er nadrukkelijk aandacht voor het bijdragen aan de opvang van vluchtelingen in de regio en het beheersen van internationale migratiestromen, zowel direct als in de vorm van migratiepartnerschappen. Wat betekent dit voor gemeenten? VNG International heeft een strategisch partnerschap met het ministerie van Buitenlandse Zaken waarmee we bijdragen aan het versterken van lokaal bestuur in 14 landen, waaronder wederopbouw in Oekraïne.
Nederlandse gemeenten dragen met kennis en expertise bij aan dit programma. De financiering van dit programma loopt tot eind 2026. De VNG blijft in constructieve dialoog met het ministerie van Buitenlandse Zaken om ook na 2027 te blijven werken aan krachtig lokaal bestuur.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
21/36
Hoofdstuk 5 – Nederland werkt Elementen uit de bouwsteen Investeringsagenda zijn zichtbaar in de aanpak van de coalitiepartijen. De partijen kijken door tot 2035, ook al is een doorkijk tot en met 2050 nodig. Onderdelen uit de bouwsteen Bestaanszekerheid zien we duidelijk terug in het coalitieakkoord. Wat specifiek ontbreekt is de herijking van het sociaal minimum en het op orde brengen van de basis. Ook zien we dat maatregelen genomen worden die de basis van bestaanszekerheid juist onder druk zetten. Tegelijkertijd is er wel oog voor Caribisch Nederland en de opvolging van Commissie Thodé voor een leefbaar sociaal minimum. Voor deze samenhangende maatregelen is het budgettaire kader nog onduidelijk. De bezuinigingen op de sociale zekerheid en zorg enerzijds en de impact van maatregelen anderzijds kunnen we nog niet overzien op het gemeentelijk domein en voor onze inwoners. Bestaanszekerheid gaat over inhoud, maar ook over een stevige, gelijkwaardige en intensieve samenwerking met gemeenten en publieke dienstverleners van beleid tot uitvoering. Wij steken onze hand uit om samen te werken aan concrete en uitvoerbare maatregelen.
Werk en zekerheid Samenwerkingsagenda op werk, inkomen en arbeidsmarkt Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen komen met een werkagenda voor zowel de korte als middellange termijn, waarbij zij zich richten op maatregelen die sociale zekerheid en baanzekerheid beïnvloeden. Het nieuwe kabinet bouwt verder aan werkcentra die op maat gemaakte dienstverlening bieden, afgestemd op de lokale arbeidsmarkt en bewoners. Daarnaast streeft het nieuwe kabinet naar 3% R&D-investeringen en wordt er een Nationale Investeringsinstelling opgericht om het Nationaal Groeifonds te vervangen. Samen met sociale partners wordt er een ambitieuze samenwerkingsagenda ontwikkeld. In een driehoeksoverleg werken de ministers van SZW en EZ, samen met werkgeversorganisaties en vakbonden, aan concrete doelen voor een betere arbeidsmarkt en een sterker systeem voor werk en inkomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord en de aangekondigde werkagenda bieden ruimte voor een constructieve samenwerking met gemeenten, alhoewel zij niet expliciet genoemd worden. Gemeenten hebben immers een regie- en uitvoerende rol in de Participatiewet, re-integratie en werkcentra. De voortzetting van de samenwerking in de werkcentra sluit aan bij de gedeelde ambitie van gemeenten en hun partners, maar onduidelijk is of de gewenste aanvullende middelen voor integrale dienstverlening daadwerkelijk worden vrijgemaakt.
Verhoogde R&D-middelen en de Nationale Investeringsinstelling versterken regionale innovatieecosystemen en bieden toegang tot kapitaal voor sociaal(economische) ambities en vraagstukken van gemeenten en arbeidsmarktregio’s. Leven Lang Ontwikkelen en Transitievergoeding Wat staat er in het akkoord? Er is gepaste focus op talentontwikkeling en een toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt. Met een korte termijninvestering van €100 miljoen in Leven Lang Ontwikkelen (LLO) kijkt het nieuwe
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
22/36
kabinet naar tekortsectoren en kansrijke beroepen. Hiervoor worden de re-integratiebudgetten verlaagd. Voor de lange termijn willen de coalitiepartijen naar een stelsel van individuele leerrechten. Mensen die het meest baat hebben bij om- en bijscholing (zoals mbo’ers en mkb’ers) moeten daar ook het meest gebruik van kunnen maken. De compensatie van de transitievergoeding wordt afgeschaft en deze wordt gekoppeld aan de (nieuwe) LLO-infrastructuur. Daardoor krijgen werkgevers die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing en re-integratieverplichtingen lagere tot helemaal geen verplichtingen. Wat betekent dit voor gemeenten? De investering in LLO biedt gemeenten kansen als regisseurs van de regionale arbeidsmarkt. Toch is er behoefte aan meer en flexibeler budget voor werkcentra. Door een verlaging van het UWV-reintegratiebudget met € 100 miljoen komen meer mensen na hun uitkering bij gemeenten terecht voor begeleiding. De afschaffing van de compensatie van de transitievergoeding raakt sociaal ontwikkelbedrijven onevenredig hard en de huidige demissionaire Minister van SZW heeft toegezegd in het huidige wetsvoorstel te kijken of een uitzonderingspositie of compensatie mogelijk is.
Participatiewet, aanpassingen WW en Arbeidsongeschiktheidsstelsel Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen met een tweesporenbeleid de stelsels van arbeidsongeschiktheid en sociale zekerheid aanpassen. Dit gaat zowel om opvolging van de commissie OCTAS als om versobering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De WW-uitkering wordt verkort naar één jaar, met verscherping van eisen qua opbouw van rechten en verzilvering, inclusief een korting op het maximaal te ontvangen bedrag. De AOW-leeftijd stijgt mee met de stijging van de levensverwachting en de IVA wordt afgesloten voor nieuwe instroom. Ook worden samenhangende interventies geschetst die de WIA uitvoerbaar en betaalbaar moeten houden. Op middellange termijn willen de coalitiepartijen fundamentele herzieningen van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid, met primaire focus op goede en snelle begeleiding naar werk. Het streven is dat meer mensen de weg naar werk vinden vanuit de Participatiewet, zeker in deze krappe arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat ze van de kleine groep die echt niet kan werken ook niet constant zullen vragen dit toch te doen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aanpassingen van de WW, IVA en WIA kunnen ertoe leiden dat inwoners sneller een beroep doen op de bijstand, wat gevolgen kan hebben voor de gemeentelijke ondersteuning.
Dit geldt vooral voor mensen met een lang arbeidsverleden voor wie het verlies van werk ingrijpend kan zijn. De aangekondigde korting van € 100 miljoen op de re-integratiebudgetten van het UWV kan daarnaast invloed hebben op de beschikbare ondersteuning in de Werkcentra, al is de precieze impact voor gemeenten nog niet duidelijk. Mensen die niet meer uren kunnen werken, bijvoorbeeld vanwege een arbeidsbeperking, hebben geen baat bij de voltijdsbonus of het meerurenvoordeel. Recent is een compensatie uitbetaald aan medewerkers van de sociaal ontwikkelbedrijven omdat zij getroffen waren door soortgelijke beleidskeuzes. Deze ontwikkelingen vragen daarom zeer zorgvuldige afwegingen waar gemeenten bij betrokken moeten worden.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
23/36
Gemeenten werken al aan een fundamentele herziening van de Participatiewet en steunen het ontzien van mensen die echt niet kunnen werken. Onduidelijk is of er steun is om voor deze groep de arbeidsplicht los te laten en een hogere inkomensondersteuning te bieden. Kinderopvang Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen doorgaan met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders. Door de grootste toeslag af te schaffen, verminderen ze financiële onzekerheid. Wat betekent dit voor gemeenten? In de praktijk dreigt kinderopvang voor ouders met een laag inkomen juist minder toegankelijk te worden. Doordat er wordt vastgehouden aan de arbeidseis, wordt kinderopvang niet betaalbaar en toegankelijk voor álle kinderen. Door de verwachte toenemende vraag en het aanhoudende personeelstekort nemen de kosten voor ouders toe. Echte vereenvoudiging gaat er vanuit dat aparte gemeentelijke regelingen, zoals kinderopvang via een Sociaal Medische Indicatie (SMI), op termijn minder nodig zijn. Met de huidige uitwerking lijkt dat echter niet realistisch. Gemeenten verwachten dat deze regelingen voorlopig nodig blijven om de toenemende ontoegankelijkheid van de kinderopvang te compenseren. Meer ondersteuning voor gezinnen met kinderen Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen gezinnen ondersteunen en meer zekerheid geven.
Daarom werken ze toe naar het verminderen van de veelheid aan regelingen en het risico op terugvorderingen. Ze beginnen door de kinderbijslag en het kindgebonden budget samen te voegen in één-kindregeling met een hoger vast en een lager variabel bedrag. SVB is de beoogde uitvoerder. Wat betekent dit voor gemeenten? De introductie van de één-kindregeling is een positieve stap voor ouders en de uitvoering. Het is wel van belang dat de basis op landelijk niveau goed geregeld wordt, toereikend is voor inwoners en dat er gekeken wordt naar samenhang met lokale voorzieningen, zoals bijzondere bijstand, schuldhulpverlening en kinderopvang. Een goed inkomen Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen met hervormingen en bezuinigingen de sociale zekerheid en zorg toekomstbestendig maken. Ze richten zich op gerichte maatregelen voor kwetsbare groepen zoals werkende armen, investeren in armoedebeleid en schuldenpreventie. In overleg met gemeenten willen ze werken aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Om grip te krijgen op de portemonnee willen ze dat alle regelingen van de overheid op een vast moment in de maand worden uitbetaald.
De coalitiepartijen zetten zich ervoor in om, in samenwerking met aanbieders van vaste lasten zoals banken, zorgverzekeraars en energiebedrijven, te komen tot één vaste betaaldag voor maandelijkse lasten, als de inwoner hierom vraagt. Wat betekent dit voor gemeenten? De beoogde hervormingen en bezuinigingen raken de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden, zoals de bijstand, het armoede- en schuldenbeleid en re-integratie en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
24/36
participatie. De VNG zal deze voorstellen toetsen op de gevolgen voor de uitvoering, de financiën en de gemeentelijke doelgroepen. Positief is dat het coalitieakkoord inzet op extra investeringen in armoedebeleid en schuldenpreventie, met een structurele reservering van € 150 miljoen. Tegelijk is nog onduidelijk welk deel hiervan bij gemeenten terechtkomt. In het akkoord ontbreekt bovendien een duidelijke opvolging van de aanbevelingen van de Commissie sociaal minimum, die benadrukte dat het rijk verantwoordelijk is voor een toereikend en zeker inkomen. In de Verklaring Bestaanszekerheid heeft de VNG daarnaast gepleit voor meer eenvoud en voorspelbaarheid voor inwoners, onder meer door te werken met één betaalmoment. Samen met ketenpartners wil de VNG betrokken zijn bij de verdere uitwerking hiervan, zodat dit in de praktijk haalbaar en uitvoerbaar wordt.
Goed onderwijs en wetenschap Onderwijs Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen draaien de bezuinigingen op het onderwijs terug en investeren een oplopende reeks van € 1 miljard in 2027 tot € 1,5 miljard structureel vanaf 2031 in onderwijs. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat het rijk investeert in het onderwijs. Verspreid over het regeerakkoord staan, naast deze investering, nog diverse wenselijke maatregelen om onze jeugd betere kansen te geven. Denk aan de kansrijke start bij gezondheid, het versterken van de pedagogische basis bij jeugdzorg en hier dus de investeringen in van de rijke schooldag en vroeg en voorschoolse educatie. In de praktijk van gemeenten zijn al die aanpakken dagelijks met elkaar verweven. Gemeentelijke Onderwijsachterstandsmiddelen Wat staat er in het akkoord? Leerachterstanden worden vroeg aangepakt. De coalitiepartijen investeren in bewezen aanpakken zoals de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Hoewel de enveloppe van € 1,5 miljard in de financiële paragraaf niet wordt verbijzonderd gaan we ervan uit dat hiermee de 10% SPUK-korting en de 2% extra korting op de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen per 2027 worden teruggedraaid. Dat is goed nieuws voor gemeenten en voor kinderen.
Gemeenten kunnen daarmee hun aanbod aan voorschoolse educatie op peil houden en zo meer kinderen behoeden van een achterstand aan de start van hun schoolcarrière. Omdat dit per 2027 ingaat, ontstaat er nog wel een gat in de financiering voor 2026. Dat zullen we bij de komende begrotingsbehandeling agenderen. Onderwijshuisvesting Wat staat er in het akkoord? Ondanks de grote noodzaak tot investeren is er in het akkoord niet voorzien in extra middelen. De partijen willen scholen beter ondersteunen bij de renovatie en verbetering van schoolgebouwen, maar doen dit ‘binnen de bestaande mogelijkheden en middelen’.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
25/36
Wat betekent dit voor gemeenten? Het gat tussen de breed gedeelde ambitie van goede, veilige, klimaatneutrale schoolgebouwen en het beschikbare budget om deze te realiseren loopt door inflatie en verdere veroudering op naar € 1,3 miljard per jaar. Als gevolg hiervan zullen schoolgebouwen opnieuw verder verouderen. Scholen zijn daardoor steeds minder geschikt om naar de normen van vandaag les in te geven en voldoen in steeds mindere mate aan de eisen en wensen ten aanzien van energieprestaties en binnenklimaat. Mbo Wat staat er in het akkoord? Het regeerakkoord wil het mbo versterken door structurele financiering en gelijke toegang voor studenten. Er komt extra aandacht voor stagediscriminatie, mentale gezondheid en weerbaarheid. De talentstrategie richt zich op betere aansluiting met de arbeidsmarkt en meer erkenning van het mbo als eindstation in het onderwijs. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten en mbo werken op veel terreinen intensief samen, bijvoorbeeld rondom het regionale arbeidsmarktbeleid, voldoende vakkrachten in tekortsectoren (techniek, bouw, veiligheid, kinderopvang), inburgering en mentale gezondheid van mbo-studenten. De extra investering geeft een goede basis voor deze samenwerking, bijvoorbeeld over ondersteuning en zorg voor mbostudenten en de beweging van selectie- naar talentmaatschappij.
Gemeenten spelen via de regionale meldpunten antidiscriminatie een rol in het tegengaan van stagediscriminatie.
Maatschappelijke diensttijd Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen burgerschap en maatschappelijke weerbaarheid bij jongeren bevorderen door de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) beschikbaar te houden voor personen tussen twaalf en dertig jaar die niet deelnemen aan het militaire dienstjaar. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG gaat ervan uit dat het budget MDT van € 130 miljoen behouden blijft voor het veld en dat dezelfde werkwijze als voor dit jaar gehandhaafd blijft. Relevant om te weten is dat gemeenten zelf geen MDT-projecten kunnen aanvragen bij OCW, maar MDT-partners dit wel kunnen doen in afstemming met gemeenten. Er zijn dus geen financiële gevolgen voor gemeenten. Basisvaardigheden in relatie tot Volwasseneducatie (WEB) Wat staat er in het akkoord? Het gericht investeren in lezen, schrijven en rekenen wordt voortgezet. Op die manier beginnen kinderen niet met een achterstand en is er op het mbo meer tijd voor beroepsvaardigheden in plaats van het inhalen van achterstanden. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief en hard nodig dat het nieuwe kabinet het niveau van basisvaardigheden in het onderwijs zelf wil verhogen. In het akkoord zien wij echter geen aanvullende investeringen in de volwasseneducatie.
Het is onduidelijk of de 10% SPUK-korting op de gemeentelijke middelen voor volwasseneneducatie onder het terugdraaien van de onderwijsbezuinigingen valt.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
26/36
Cultuur Wat staat in het akkoord? De coalitiepartijen willen de financieringsstructuur in de culturele sector herzien en geven makers en culturele instellingen langjarige zekerheid, met oog voor de regionale spreiding. Ze willen de regeldruk in de culturele sector verminderen. Bij cultuurbeleid hebben ze extra aandacht voor talentontwikkeling, muziekscholen en landelijke dekking van cultuurvoorzieningen. Wat betekent dit voor gemeenten? De aandacht voor de breedte van cultuur sluit aan bij de cultuurpropositie van de VNG en de bestuurlijke afspraken cultuurbeoefening 2025-2028 die we vorig jaar maakten met OCW en IPO. We gaan ervan uit dat de extra aandacht aan zal sluiten bij die afspraken. Talentontwikkeling en muziekscholen zijn daarin een lokale/regionale verantwoordelijkheid. Voor langjarige zekerheid is ‘fair pay’ essentieel. Dit vereist niet alleen meer rijksmiddelen voor landelijke aanbieders, maar ook extra cultuurmiddelen in het gemeentefonds. Zo kunnen gemeenten lokaal ook eerlijk betalen. Zonder extra geld leidt ‘fair pay’ tot minder cultureel aanbod. Bibliotheken Wat staat in het akkoord? Ze willen bibliotheken in heel Nederland versterken, zodat mensen ook hulp krijgen bij laaggeletterdheid, digitale zaken en taallessen. In de budgettaire tabel staan geen extra investeringen.
Wat betekent dit voor gemeenten? De versterking van de bibliotheken sluit aan bij de werkzaamheden van vorige kabinetten. Het wetsvoorstel is inmiddels door het demissionaire kabinet aan de kamer gestuurd. Met de aankondiging van de invoering van een zorgplicht voor gemeenten in de nieuwe bibliotheekwet (WSOB) zijn er middelen vrijgekomen die vanaf 2028 structureel in het gemeentefonds zullen landen. Dit akkoord voegt daar geen verdere middelen aan toe. Emancipatie Wat staat in het akkoord? Het akkoord stelt voor om geweld tegen vrouwen aan te pakken via één Nationaal Actieplan en een Nationaal Coördinator. De samenwerking tussen hulpverlening, justitie en ministeries wordt aangescherpt en de rol van Veilig Thuis verder versterkt. Geweld achter de voordeur wordt behandeld als high impact crime. Professionals krijgen extra training om signalen van huiselijk geweld, intieme terreur en rode vlaggen voorafgaand aan femicide beter te herkennen. Ook wordt gewerkt aan sterkere bewustwording, een hardere aanpak van online seksueel geweld en aangescherpte wetgeving, waaronder Clare’s Law, strafbaarstelling van psychisch geweld en een adviesplicht voor onderwijs- en zorgprofessionals. Bescherming tegen eergerelateerd geweld wordt uitgebreid, onder meer via uitreisverboden. Met het akkoord wordt € 10 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor de bestrijding van femicide.
Wat betekent dit voor gemeenten? Een sterke en centrale aanpak van huiselijk en gendergerelateerd geweld is hard nodig. Gemeenten zijn voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en zien dat het stelsel onder grote druk staat. Het is daarom een zorg dat het rijk bij de grote inhoudelijke ambities een dergelijk klein bedrag beschikbaar heeft gesteld.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
27/36
Een gezonde samenleving Wat staat er in het akkoord? Er is aandacht voor de gezondheid van kinderen en het stimuleren van bewegen in het dagelijks leven en sport voor mensen met en zonder beperking. Ze willen bouwen aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in de sociale cohesie. Daarnaast wordt ingezet op renovatie en verduurzaming van sportaccommodaties. Het Actieprogramma Kansrijke Start wordt verder ondersteund, zodat gezinnen in een kwetsbare situatie betere zorg en ondersteuning ontvangen. Ook zijn er extra middelen voor medische preventie. Wat betekent dit voor gemeenten? Extra investeringen in de sociale basis en in krachtige gemeenschappen juichen we toe: daar zitten belangrijke sleutels tot een gezonde(re) samenleving. Na het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is de verdere versterking van Kansrijke Start een mooie stap. Gezonde en leefbare wijken moeten uitnodigen tot bewegen. Dat vraagt meer dan het opknappen van speelplaatsen en accommodaties, maar we zien dit wel als een belangrijke voorwaarde. Investeren in de gezondste generatie ooit vraagt fundamentele en duurzame keuzes gericht op gezondheid. Maar ook weerstand kunnen bieden aan pandemieën. Dat de bezuinigingen van eerdere kabinetten op de pandemische paraatheid niet worden teruggedraaid is teleurstellend.
Huishoudelijke hulp Wat staat in het akkoord? Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien, waarbij geldt dat de beoogde besparing (€ 435 miljoen per 2029 op de rijksbegroting) taakstellend is. Wat betekent dit voor gemeenten? Vooralsnog is onduidelijk wat de precieze consequenties zijn zowel inhoudelijk als financieel en het is daarmee een risico voor gemeenten waar we aandacht voor hebben. Onduidelijk is wat dit betekent voor de eerdere voornemens van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage en de daarmee samenhangende ingeboekte bezuiniging op het gemeentefonds. Versterken wijken en buurten Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen investeren in zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling zodat ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen wonen met passende ondersteuning. Daarbij ondersteunen ze mantelzorgers door het blijven bieden van respijtzorg. Ze willen zorgen dat gezonde keuzes via een wijkgerichte aanpak ook kwetsbare groepen bereiken. Verder willen de partijen investeren in het versterken van buurtregie, sociale cohesie en mantelzorgondersteuning. Hiervoor wordt € 540 miljoen per jaar gereserveerd in 2027 tot en met 2029.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is nog onduidelijk waar de genoemde € 40 miljoen (2027-2029) precies voor is bestemd en of dit via gemeenten gaat lopen (waar de VNG voor pleit) en hoe dit budget zich verhoudt tot het elders genoemde ‘gemeenschapsfonds’ van 4 x € 50 miljoen. Extra inzet op mantelzorgondersteuning en respijtzorg vraagt om hogere investeringen van de gemeente. De investeringen in buurtregie,
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
28/36
sociale cohesie en mantelzorgondersteuning, samen met bestaande afspraken, zijn positief, maar niet voldoende voor de toekomst met meer ouderen die langer thuis wonen. Compensatie chronische ziektekosten naar gemeenten Wat staat in het akkoord? De partijen geven aan dat ze bij alle hervormingen van de zorg en sociale zekerheid de zorg voor iedereen toegankelijk willen houden. Ze hebben extra oog voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Voor deze inwoners is er een tegemoetkoming voor zorgkosten opgenomen. Hiervoor hebben de partijen € 350 miljoen structureel (vanaf 2027) geserveerd die ze via gemeenten willen uitkeren. Deze maatregel gaat hand in hand met een bezuiniging van € 618 miljoen op de fiscale aftrek specifieke zorgkosten (maatregel 47 in de tabel). Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten deze maatregel uitvoeren, maar de uitwerking is nog onduidelijk. Die moet aansluiten bij de vereenvoudigingsagenda inkomen, eenvoudig zijn voor inwoners en passen binnen de gemeentelijke taken. Daarom is duidelijkheid nodig over de taakverdeling tussen rijk en gemeenten, de effecten voor inwoners in kwetsbare omstandigheden en de uitvoerbaarheid. Ook is een goede onderbouwing nodig van de gevolgen voor inwoners met een chronische ziekte of beperking, met een eenvoudige werkwijze zodat het geld zoveel mogelijk bij hen terechtkomt.
Beschermd wonen en dakloosheid Wat staat er in het akkoord? In het akkoord staan geen nieuwe initiatieven op het gebied van Beschermd wonen of dakloosheid. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is een gemis dat hierover niets is opgenomen, want dakloosheid is één van de meest ingrijpende problemen waar een burger mee te maken kan krijgen. Voor gemeenten is het dus van groot belang dat de aanpak van dakloosheid met kracht wordt voortgezet. De groei van het aantal EUarbeidsmigranten en hun problemen vraagt daarbij om bijzondere aandacht. Staatscommissie zorg Wat staat er in het akkoord? De staatscommissie zorg zal voor de langere termijn aanbevelingen doen over meer hervormingen voor een financieel houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is positief dat een onafhankelijke gezaghebbende commissie met een lange termijnbril kijkt naar wat fundamenteel nodig is voor een houdbaar zorgstelsel. Gemeenten werken hier graag aan mee. Eerdere adviezen zoals investeren in preventie, meer middelen naar het sociaal domein en financiële schotten tussen zorgwetten wegnemen, moeten worden meegenomen. De staatscommissie moet ook verder kijken dan alleen het zorgstelsel en met praktische voorstellen komen voor beleid waarin gezondheid en vitaliteit centraal staan.
Langdurige zorg en zorg voor mensen met een beperking Wat staat er in het akkoord? De focus verschuift van intramurale zorg naar het investeren in zorgzame buurten, zodat ouderen en mensen met een beperking langer thuis kunnen blijven wonen. In de ouderenzorg wordt het
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
29/36
scheiden van wonen en zorg voortgezet en in de Wlz komt er meer doelmatige zorg door aanpassing van kwaliteitsnormen en tarieven. De regels voor het persoonsgebonden budget worden ingeperkt. Een bestuurlijk akkoord voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg en ggz-wonen moet de uitgavengroei beperken door persoonsgerichte en passende zorg te stimuleren, waarbij zorg in natura de voorkeur krijgt boven het pgb. De enveloppe ouderenzorg die onder het vorige kabinet was gereserveerd voor moderne verzorgingshuizen is vervallen. Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen veranderingen in de Langdurige (Wlz-)zorg leiden tot meer en intensievere aanspraken op Wmo-zorg en ondersteuning, maar de mate waarin is vooraf niet in te schatten. Dit staat op gespannen voet met de voorgenomen korting op het gemeentelijk budget voor Wmo huishoudelijke hulp. De verschuiving van intramurale zorg naar zorgzame buurten en gemeenschapsontwikkeling wordt wel mede versterkt met de eerdergenoemde tijdelijke middelen voor zorgzame buurten. Geestelijke gezondheidszorg Wat staat er in het akkoord? Het nieuwe akkoord wil inzetten op preventie van mentale problemen van jongeren en volwassenen. Ze willen vroege interventie en voorkomen dat problemen te zwaar worden. Ze investeren in programma’s op school, het werk en in de wijk om mentale veerkracht te versterken.
Daarnaast willen partijen de financiering en organisatie van de GGZ hervormen, zodat er capaciteit in menskracht en budget komt voor complexe zorg. Prikkels die lichte zorg bevoordelen worden afgebouwd en er vindt meer sturing plaats op uitkomsten. De coalitiepartijen willen ook meer centrale regie over de verschillende wetten, zodat mensen niet tussen wal en schip vallen als ze van de ene naar de andere wet overgaan, bijvoorbeeld als ze volwassen worden. Om beter te kunnen prioriteren, blijven ze inzetten op het verkrijgen van inzicht in de zorgvraag. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is de inzet op een duurzame lokale en nationale strategie op mentale gezondheid positief. Meer regie op het gefragmenteerde ggz-stelsel kan positieve effecten hebben. Voorstellen voor ingrepen in het ggz-stelsel moeten met gemeenten samen worden geformuleerd. Ze moeten enerzijds gebaseerd zijn op een duurzame en gezamenlijke strategie voor het verbeteren van de mentale gezondheid. Anderzijds moeten gemeenten in staat worden gesteld van begin af aan hun preventieve, signalerende en normaliserende rol in het stelsel goed in te vullen. We herkennen het belang van bemoeizorg. Een rol van gemeenten in een aangepast ggz-stelsel moet gebaseerd zijn op de waarde van het sociaal domein.
Goede gegevensuitwisseling en slimme inzet van technologie Wat staat er in het akkoord? Om zorgverleners effectiever in te zetten en te ontzien van administratieve lasten, willen de partijen nieuwe technologieën en digitale consulten benutten omdat die bijdragen aan betere diagnostiek, slimmere zorg zodat professionals meer tijd hebben voor cliënten, patiënten en gezinnen. Ook willen ze zorgen voor een landelijk dekkende infrastructuur voor gegevensuitwisseling. Dit verbetert de samenwerking tussen zorgverleners, en waar passend met het sociaal domein, en maakt hoogwaardig onderzoek ten behoeve van patiëntenzorg mogelijk. Wat betekent dit voor gemeenten?
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
30/36
Een gezamenlijke aanpak van gezondheid betekent ook investeren in digitale samenwerking zorgen sociaal domein. Als gemeenten moeten aansluiten op de landelijk dekkende infrastructuur voor gegevensuitwisseling, vraagt dit om heldere afspraken tussen het zorg- en sociaal domein over uitwisseling van gegevens en veilige terugkoppeling van gegevens naar burgers die voldoen aan landelijke en Europese afspraken en wetgeving. VN-verdrag handicap Wat staat er in het akkoord? Om de zorg en het leven van mensen met een beperking te verbeteren voeren we het VN-verdrag Handicap uit. Wat betekent dit voor gemeenten? Uitvoering van het VN-verdrag Handicap zal worden doorgezet. Daarbij blijven we aandacht vragen voor uitvoerbaarheid, inclusief realistische financiële onderbouwing. Jeugdzorg In de bouwsteen ‘Jeugd, Onderwijs en Kansengelijkheid’ bepleiten we het belang van ‘zo gewoon mogelijk’ opgroeien binnen een sterke gemeenschap. Jeugdigen en gezinnen die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen terecht bij lokale teams of – wanneer dat noodzakelijk is – bij specialistische jeugdhulp. We zetten in op inperking van het gebruik van individuele jeugdhulp en aanpassing van het financieringsmodel, om zo te komen tot een houdbaar stelsel. We zien dat het regeerakkoord belangrijke elementen bevat om deze visie te realiseren.
De coalitiepartijen erkennen de verantwoordelijkheid van ouders en het belang van een sterke pedagogische basis, waarin ook aandacht is voor (normalisering van) mentale problemen. Het is wel zaak de elementen goed met elkaar in verbinding te brengen en om te voorzien in passende (integrale) financiering, zodat er een samenhangend geheel ontstaat van kinderopvang, onderwijs, jeugdhulp en het bredere sociaal domein. De plannen om organisatie en financiering van de jeugdzorg te hervormen, bieden kansen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Voor de komende jaren biedt dit echter nog geen realistisch financieel perspectief. Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen zetten in op een sterke sociaal-pedagogische basis en op preventie. Er gaat structureel € 150 miljoen naar de uitbreiding van het programma Kansrijke Start. Het kabinet wil ook investeren in mentale gezondheid op school, maar kent daarvoor geen specifieke middelen toe. De organisatie en financiering van de jeugdzorg wordt hervormd. Het nieuwe kabinet wil het gebruik van lichte jeugdhulp terugdringen, onder meer door lichte ondersteuning niet meer te financieren of collectief te organiseren. Daardoor moet er meer capaciteit beschikbaar komen voor complexe zorg. Ook wil men hulpvragen die geen zorgantwoord behoeven elders oppakken, bijvoorbeeld in het sociaal domein.
Het jeugddomein blijft – in tegenstelling tot de rest van de zorg – een vergaande bezuiniging bespaard. Extra middelen voor jeugdzorg worden echter niet toegekend. Hoewel het kabinet de hervorming van de jeugdbescherming wil voortzetten, worden de benodigde transitiemiddelen voor het Toekomstscenario niet beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zetten al stappen om hulp en ondersteuning zoveel mogelijk rondom het kind en gezin te organiseren. Het is daarom waardevol dat de coalitie aandacht besteedt aan de pedagogische basis en aan de samenhang tussen wetten, bijvoorbeeld in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Het is wel van belang dat gemeenten voldoende middelen ontvangen om de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
31/36
pedagogische basis en lokale teams tot volle wasdom te laten komen, anders is er een risico dat de beweging stokt. De coalitiepartijen doen niets aan de dreigende tekorten in de jeugdzorg. Die lopen op van € 2,6 miljard in 2028 tot € 2,9 miljard in 2030, ten opzichte van het financieel kader dat de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd adviseerde. Wij gaan graag met het nieuwe kabinet in gesprek over mogelijkheden om het stelsel beheersbaar te maken. We achten het echter onrealistisch dat maatregelen al in 2028 het beoogde effect hebben en kijken uit naar het advies van de Deskundigencommissie in 2027. De huidige situatie is maatschappelijk en financieel onhoudbaar. Het is begrijpelijk dat de coalitiepartijen zich richten op lichte jeugdhulp, omdat daar de grootste toename zichtbaar is. Tegelijkertijd is het van belang ook het gebruik van specialistische hulp terug te dringen, omdat gemeenten daar vaak de hoogste kosten maken. We voorzien dat een harde afbakening binnen het aanbod – waarbij het één wel vergoed wordt, en het ander niet – kan leiden tot opwaartse druk richting zwaardere hulptrajecten. Dit beschouwen we als aandachtspunten voor de wetsconsultatie. De instroom in de jeugdhulp is niet los te zien van ontwikkelingen in andere domeinen. Enerzijds is onze hoopvolle verwachting dat de investeringen in het onderwijs leiden tot betere kansen voor alle kinderen.
Anderzijds is bekend dat armoede kan leiden tot stress in gezinnen. De voorgenomen bezuinigingen op bestaanszekerheid en zorg zijn op dit vlak een potentieel risico.
Nederland koploper in een digitale wereld Digitale samenleving Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen vinden dat de overheid meer verantwoordelijkheid moet nemen voor de digitale samenleving. Ze willen dat het internet een veilige en gezonde plek wordt voor kinderen, jongeren en kwetsbare groepen. Het gaat onder andere om een minimumleeftijd (15) voor social media, het terugdringen van ongezonde schermtijd, strengere regels om kwetsbare groepen te beschermen tegen gerichte beïnvloeding, het tegengaan van desinformatie en online beïnvloeding. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden (in-)direct geraakt door misstanden in de online wereld. De verspreiding van desinformatie raakt ook lokaal gezag en lokale bestuurders, versterkt maatschappelijke polarisatie, zet aan tot hinder van gemeenteambtenaren en kan leiden tot verstoringen van de openbare orde. Op het moment dat de gezondheid van jongeren verslechtert door effecten van de online leefwereld, hebben gemeenten de taak om jongeren in de jeugdzorg er weer bovenop te helpen. Een versterking van de nationale aanpak van online gezondheid en veiligheid is welkom maar de uitvoering blijft een vraagteken omdat ze geen geld hiervoor reserveren.
Digitale overheid en dienstverlening Wat staat er in het akkoord? De partijen willen een grote inhaalslag op digitale dienstverlening voor burgers en bedrijven, met Estland als voorbeeld. Alle overheidsdiensten moeten online en offline toegankelijk zijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit dat zij hun dienstverlening verder moeten digitaliseren. De ambitie dat alle overheidsdiensten online toegankelijk zijn vraagt om investeringen in digitale kanalen, systemen en vaardigheden. In het kader van inclusie, begrijpelijkheid en toegankelijkheid zijn de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
32/36
Informatiepunten Digitale Overheid (IDO’s) van groot belang, deze worden in het akkoord niet benoemd. Ook hier ontbreken de benodigde financiën. Digitale autonomie Wat staat er in het akkoord? Het doel is om een overheid te creëren die digitaal betrouwbaar en weerbaar is. Dit betekent dat men kiest voor digitale autonomie door te investeren in Europese digitale infrastructuur en het verminderen van strategische afhankelijkheden. De coalitiepartijen willen daarnaast digitale aanbestedingen en inkoopprocessen standaardiseren en centraliseren, met veiligheid als belangrijk uitgangspunt. Wat betekent dit voor gemeenten? Het akkoord richt zich op de digitale zelfstandigheid van de rijksoverheid. Gemeenten hebben echter dezelfde digitale kwetsbaarheden en afhankelijkheden. Digitale autonomie is nodig voor de hele overheid, niet alleen voor het rijk. Omdat in de budgettabel nog geen duidelijkheid wordt gegeven over de financiering van deze transitie, is de impact lastig te overzien. Digitale weerbaarheid Wat staat er in het akkoord? Cyberaanvallen, digitale spionage en desinformatie worden als directe bedreigingen voor Nederland gezien. De coalitiepartijen willen dat vitale sectoren en de (semi-)overheid cyberweerbaar zijn om maatschappelijke ontwrichting te voorkomen.
Daarvoor stellen ze onder andere voor: een snelle implementatie van de NIS2-richtlijn, centrale regie op cybersecurity en oefeningen met overheden, MKB en vitale sectoren. Wat betekent dit voor gemeenten? De voorgenomen maatregelen vragen om intensieve afstemming tussen het rijk en de medeoverheden, onder meer via de Nederlandse Digitaliseringsstrategie en via het Bestuurlijk convenant digitale veiligheid gemeenten. Ook hier geldt dat het kabinet niet voorziet in de financiering van de plannen in de budgettabel.
Investeren in bereikbaarheid, zorg voor water en milieu Nieuwe infrastructuur Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen investeren in de aanleg van nieuwe infrastructuur die noodzakelijk is voor de ontsluiting van nieuwe woningbouw. In het coalitieakkoord staat dat nieuwe woonwijken zowel met OV als met de auto goed bereikbaar moeten zijn. Bij de prioritering van nieuwe aanlegprojecten wordt gekozen voor projecten die aantoonbaar bijdragen aan woningbouw, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Voor prioritaire infrastructuurprojecten wordt zowel in 2028 als in 2029 € 750 miljoen beschikbaar gesteld. Wat betekent dit voor gemeenten? Het coalitieakkoord legt sterk de nadruk op nieuwe infrastructuur voor woningbouw. Wat dit voor gemeenten betekent, hangt in hoge mate af van de verdere uitwerking. In de begroting zijn langjarige investeringen opgenomen die aansluiten bij de Nota Ruimte. Het is nog onduidelijk hoe ze invulling willen geven aan de aanpak uit Bereikbaarheid op Peil, waarbij de bereikbaarheid van
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
33/36
voorzieningen centraal staat in plaats van een knelpuntenaanpak. Ook hier bepaalt de concrete uitwerking in het coalitieakkoord wat dit in de praktijk voor gemeenten betekent. Beheer en onderhoud van infrastructuur Wat staat er in het akkoord? Om Nederland veilig, bereikbaar en economisch sterk te houden, krijgt de onderhoudsopgave voorrang bij het toedelen van beschikbare middelen. De coalitiepartijen zetten in op een nieuwe prioritering binnen alle onderhoudsopgaven van wegen en spoorlijnen. Wat betekent dit voor gemeenten? Positief is de aandacht voor de instandhoudingsopgave, alleen zijn de middelen onvoldoende voor de totale opgave van de gezamenlijke overheden. Bovendien zijn ze pas vanaf 2031 beschikbaar. In het coalitieakkoord zijn geen extra middelen vrijgemaakt voor de gemeentelijke onderhoudsopgave. Uit onderzoek van TNO blijkt dat hiervoor € 3,4 miljard per jaar nodig is. Openbaar vervoer, elektrisch rijden, fiets en verkeersveiligheid Wat staat er in het akkoord? In het coalitieakkoord wordt aandacht besteed aan de uitbreiding van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en het fiscaal aantrekkelijk houden van elektrisch rijden. Daarnaast wordt het gebruik van deelauto’s, de fiets en het openbaar vervoer gestimuleerd. Binnen het ov ligt de focus op het spoor, het aanpakken van overlast en het tegengaan van zwartrijden.
Ook zetten de coalitiepartijen in op de uitvoering van het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. Verder zijn er plannen voor een aparte voertuigcategorie voor fatbikes, een minimumleeftijd en helmplicht, evenals de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike‑vrije zones in te stellen en strenger te handhaven. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is positief over het stimuleren van elektrisch rijden en alternatieven voor eigen autogebruik. In het coalitieakkoord is echter niet uitgewerkt hoe dit wordt gerealiseerd en er zijn geen extra middelen voor beschikbaar. Extra investeringen in ov, publieke mobiliteit of het Nationaal Toekomstbeeld Fiets ontbreken. Gemeenten die deelmobiliteit of fiets- en ov-gebruik willen stimuleren, moeten dit uit eigen middelen bekostigen. Voor verkeersveiligheid blijft de inzet gericht op educatie, handhaving en veilige infrastructuur, maar de bestaande middelen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid zijn al uitgeput. Nieuwe middelen om de risicogerichte aanpak met gemeenten voort te zetten ontbreken. Wel krijgen gemeenten meer ruimte om overlast door fatbikes tegen te gaan, wat een oplossing op de korte termijn kan bieden. Zorg voor water en milieu Wat staat er in het akkoord? De coalitiepartijen willen een toekomstgericht beleid op het gebied van milieu en water. Het Schone Lucht Akkoord dient daarbij als uitgangspunt.
De waterkwaliteit wordt structureel verbeterd. Bij de herziening van de Kaderrichtlijn Water zetten ze in op simplificatie, met als doel een ambitieuze en realistische richtlijn, zodat er ruimte is om samen met relevante waterpartners te werken aan concrete plannen voor verbetering. Daarnaast willen ze dat Nederland kartrekker wordt in het realiseren van een Europees verbod op PFAS.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
34/36
Wat betekent dit voor gemeenten? De Kaderrichtlijn Water kan gevolgen hebben voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeenten wachten op de maatregelen die het kabinet hiervoor zal voorstellen, omdat het niet halen van de KRW-doelen vanaf 2027 kan leiden tot beperkingen voor nieuwe projecten, waaronder woningbouw. Daarnaast worden bodemkwaliteit, voldoende zoetwater en goede luchtkwaliteit steeds belangrijker voorwaarden voor de uitvoering van gemeentelijke opgaven. Wanneer luchtkwaliteitseisen worden overschreden, kan dat zowel de volksgezondheid raken als gevolgen hebben voor de ruimte die gemeenten hebben om te bouwen. In dit licht is een landelijke programmatische aanpak voor verbetering van de luchtkwaliteit van belang. Tot slot vraagt een eventueel Europees of landelijk verbod op PFAS om verdere uitwerking in overleg met gemeenten, zodat duidelijk wordt welke gevolgen dit heeft voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Gezonde overheidsfinanciën Wat staat er in het akkoord? Houdbare overheidsfinanciën zijn van belang voor brede welvaart van toekomstige generaties. Inzet is gericht op trendmatig begrotingsbeleid en het maken van meer onderscheid tussen uitgaven aan consumptie en investeringen zodat baten van investeringen duidelijker zichtbaar worden. Ook wordt de begrotingshorizon verbreed naar 8 jaar, dat geldt voor wonen en infrastructuur en energie en klimaat. In de budgettaire tabel staat een efficiencytaakstelling rijksoverheid/slagvaardige overheid en subsidietaakstelling. Wat betekent dit voor gemeenten? Een langjarig stabiel beleid is belangrijk om vanuit gemeenten bij te dragen aan de grote verbouwing van Nederland. Positief is de insteek om baten van investeringen duidelijker zichtbaar te maken. Ook om langjarig middelen (t/m 2035) te reserveren voor opgaven in het fysieke domein, ook al blijven wij inzetten op een bredere investeringsagenda t/m 2050. We kijken kritisch naar de taakstelling voor de overheid en subsidies omdat deze ongetwijfeld een doorwerking hebben naar gemeenten. Belasting- en toeslagenstelsel Wat staat er in het akkoord? Het belasting- en toeslagenstelsel en andere inkomensregelingen en -verzekeringen zijn aan herziening toe.
Hiervoor bewandelt een toekomstig kabinet meerdere sporen zoals stapsgewijze vereenvoudigingen in het fiscale, sociale zekerheids- en toeslagenstelsel en verder wordt gewerkt aan meer eenvoud in de uitvoering. Dat betekent onder andere: • Harmonisering van begrippen (partner, kostendeler, inkomen en vermogen) en voorwaarden voor inkomensondersteunende regelingen inclusief sociale zekerheid en toeslagen; • De uitvoering van toeslagen onder de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) brengen, zodat tussen uitvoeringsinstanties gegevens kunnen worden uitgewisseld en dienstverlening kan worden verbeterd. • Verkleinen van niet-gebruik en het risico op terugvorderingen door proactieve dienstverlening, waaronder toewerken naar automatisch uitkeren van toeslagen. • Stapsgewijs beperken van de veelheid aan inkomensafhankelijke regelingen in de fiscaliteit, te beginnen met de heffingskortingen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
35/36
• • •
De kinderbijslag en het kindgebonden budget samenvoegen in één-kindregeling met een hoger vast en lager variabel bedrag. Onderzoeken hoe de complexiteit van 21 samenlevingsvormen in de AOW op te lossen. Afschaffen Kinderopvangtoeslag door directe financiering.
Het nieuwe kabinet komt voor het einde van 2026 met een hervormingsagenda met concrete mijlpalen. De voortgang op de hervormingsagenda gebeurt onder primaire verantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor Fiscaliteit in samenwerking met de minister van SZW. Wat betekent dit voor gemeenten? We herkennen de thema's als concrete onderdelen uit onze Verklaring Bestaanszekerheid. Vereenvoudiging en de raakvlakken met toeslagen en fiscaliteit lopen hier als rode draad doorheen. Voor deze samenhangende maatregelen is het budgettaire kader nog onduidelijk. De hervormingsagenda gaat over inhoud, maar ook over een stevige, gelijkwaardige en intensieve samenwerking met gemeenten en publieke dienstverleners van beleid tot uitvoering. Hersteloperatie Toeslagen Wat staat er in het akkoord? Het vertrouwen in de overheid van ouders die slachtoffer zijn geworden van de Toeslagenaffaire is ernstig geschaad. Herstel van de financiële en emotionele schade is nodig en urgent. De lessen uit de parlementaire enquête en ondervraging verdienen daarom opvolging.
Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt maximaal ingezet op: • afhandelen van financiële schade; • gemeenten ondersteunen bij de uitvoering van hun taken richting ouders in het kader van brede ondersteuning; • inrichten van een ‘plek’ voor emotioneel herstel; • beter richten van de kindregeling zodat kinderen een goede (door)start krijgen. Om de hersteloperatie rond de kinderopvangtoeslagaffaire zo spoedig mogelijk af te ronden, wordt voor de duur van de afwikkeling een staatssecretaris benoemd. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor gemeenten is het belangrijk dat we de Hersteloperatie Toeslagen kunnen afronden, in lijn met eerder gemaakte Bestuurlijke afspraken. Voor gemeenten is het belangrijk dat langdurige psychosociale ondersteuning op landelijk niveau gewaarborgd is en dat de transitie, inclusief de impact op de reguliere dienstverlening, op een verantwoorde manier wordt vormgegeven.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
36/36