CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A8 - VNG - Lbr. 21.026 - Vernieuwing Antenneconvenant

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken14.783 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een gemeente heeft dit recht jegens Operator(s) evenwel niet, indien de betreffende gemeente jegens de betreffende Operators in gebreke is met de naleving van de procedure die krachtens dit Convenant door de gemeente jegens de Operator(s) gevolgd moet worden. 13.4 VNG is niet aansprakelijk voor schade die een Operator lijdt als gevolg van de wijze waarop de gemeenten uitvoering geven aan de procedures genoemd in artikel 3 en 4 of als

r-J 'i

M I

gevolg van andere handelingen van de gemeenten die van invloed zijn op de plaatsing van Vergunningvrije antenne-installaties door de Operators.

& r-W

Artikel 14 Geen hoofdelijke verbondenheid Operators De Operators zijn niet hoofdelijk verbonden tot nakoming van hun verplichtingen voortvloeiend uit dit Convenant, en zijn derhalve niet verantwoordelijk voor het handelen van een andere Operator.

Artikel 15 Toepasselijk recht; bevoegde rechter 15.1 Op dit Convenant en op nadere overeenkomsten die het gevolg zijn van dit Convenant, is Nederlands recht van toepassing. 15.2 Geschillen die tussen Partijen naar aanleiding van dit Convenant mochten ontstaan, alsook geschillen naar aanleiding van nadere overeenkomsten die het gevolg van dit Convenant zijn, zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Rotterdam, zulks behoudens geschillen met betrekking tot het medegebruik van antenne-opstelpunten ter zake waarvan krachtens de Telecommunicatiewet de regels kunnen worden gesteld die tussen de bij het geschil betrokken partijen zullen gelden.

Artikel 16 Overige bepalingen 16.1 Dit Convenant kan uitsluitend worden aangevuld of gewijzigd door een schriftelijk stuk dat door alle Partijen ondertekend is. Deze aanvulling of wijziging maakt onlosmakelijk deel uit van het Convenant. 16.2 De bij dit Convenant behorende bijlagen maken integraal deel uit van het Convenant. In geval van strijdigheid tussen het gestelde in de bijlagen en de overige bepalingen van dit Convenant, prevaleren de overige bepalingen van dit Convenant. 16.3 In geval één of meer bepalingen uit dit Convenant geheel of gedeeltelijk in strijd met de wet, onverbindend of nietig mocht blijken te zijn, zullen de overige bepalingen van dit Convenant in stand blijven en zullen Partijen zo spoedig mogelijk met elkaar in overleg treden teneinde (het) de betrokken bepaling(en) te vervangen door geldige bepalingen welke zo veel mogelijk aansluiten bij het bepaalde in (het) de betrokken bepalingen. 16.4 Mededelingen die op grond van dit Convenant aan een der Partijen gedaan moeten worden zullen worden geadresseerd als volgt;

16.4.1 ten aanzien van de Rijksoverheid: De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

16.4.2 ten aanzien van VNG: De Vice-voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS DEN HAAG

16.4.3 ten aanzien van partij 3: KPN B.V.

S-v 'i

r:*

r-j

'•

Wilhelminakade 123

cb

3072 AP Rotterdam

16.4.4 ten aanzien van partij 4 Vodafone Libertel B.V. Avenue Céramique 300 6201 BM Maastricht

16.4.5 ten aanzien van partij 5 T-Mobile Netherlands B.V. Waldorpstraat 60 2521 CC DEN HAAG

16.5. Uiterlijk 1 maart 2021 wordt de tekst van dit Convenant gepubliceerd in de Staatscourant en op https://www.officielebekendmakinqen.nl/staatscourant. 16.6. Een wijziging van het Convenant wordt uiterlijk twee maanden nadat die in werking is getreden gepubliceerd in de Staatscourant en op https://www.officielebekendmakingen.nl/staatscourant. 16.7 Dit Convenant kan worden ondertekend door Partijen in verschillende exemplaren, die samengevoegd hetzelfde rechtsgevolg hebben alsof dit Convenant is ondertekend door alle Partijen in één exemplaar.

fr’ 1

f-j

! i'tc>

Namens de Staat der Nederlanden: De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

0

Plaats

Datum

,//.l.jA.ll.9...

f-.j '..'■J

tJ I

Bijlagen bij het Antenneconvenant

Ó

<a Bijlage 1 Reikwijdte afspraken Bijlage 2 Instemmingsrecht Bijlage 3 Blootstellingslimieten Bijlage 4 Hergebruik opstelpunten en courtesy afspraken

Bijlage 1 Reikwijdte afspraken InJ

© InJ

©

De ontwikkelingen met betrekking tot de mobiele communicatiediensten volgen elkaar in hoog tempo. Met het oog op deze snel op elkaar volgende ontwikkelingen is het van belang dat een techniek-neutrale benadering voor de toepassingen wordt gekozen. Dat wil zeggen dat de reikwijdte gedurende de looptijd van afspraken duurzaam is en niet te veel afhankelijk van specifieke technieken. Daarnaast moet worden gekeken naar de maatschappelijke behoefte bij het bepalen van definities, ofte wel "welke behoefte bestaan er bij burgers en gemeenten". De reikwijdte van het Convenant dient dus neutraal te zijn en een maatschappelijke waarde te hebben. Op het moment van ondertekenen van voorliggende afspraken wordt van de volgende frequentiebanden ten behoeve van elektronische communicatiediensten uitgegaan:

700 MHz 800 MHz 900 MHz 1400 MHz 1800 MHz 2100 MHz 2.6 GHz 3.5 GHz Deze lijst is echter niet uitputtend. Eventuele frequentiebanden die niet in deze lijst zijn genoemd, maar in de toekomst wel voor elektronische communicatiediensten zullen worden benut, vallen hier ook onder.

I.KI

I i

I-J

Bijlage 2 Toelichting op artikel 5 Instemmingsprocedure bij plaatsing op woongebouw met huurders

<;;s Î-J CÏi

Algemeen Netwerken voor mobiele communicatie zijn continu in beweging. Enerzijds is dit vanwege het nog steeds toenemend gebruik van deze netwerken en anderzijds vanwege de hoge innovatiegraad en modernisering van die netwerken die ervoor zorgen dat er telkens nieuwe gebruiksmogelijkheden ontstaan. Netwerken voor mobiele communicatie zijn gericht op draadloze communicatie. Er is sprake van een nog steeds toenemende behoefte aan netwerken voor draadloze communicatie. Kenmerkend voor een draadloos netwerk is dat het is opgebouwd uit zend- en ontvangstinstallaties met bijbehorende antennes. De Nederlandse overheid heeft zich ten doel gesteld dat alle inwoners van Nederland toegang hebben tot internet en stimuleert de uitrol van mobiele netwerken. Mede om die reden is in het Nationaal Antennebeleid het plaatsen van antenne-installaties onder specifieke voorwaarden vergunningvrij gemaakt. Daarbij hebben de Rijksoverheid en de verschillende operators afgesproken dat vergunningvrije plaatsing van een antenne-installatie op een woongebouw alleen dan plaatsvindt, ais hiervoor een instemmingsprocedure is doorlopen, waarbij een meerderheid van de Bewoners hier geen bezwaren tegen heeft geuit. Deze procedure vindt meestai plaats door middel van besluitvorming van een vereniging van) eigenaren, óf wordt, in het geval er sprake is van verhuur , geregeld in het Antenneconvenant.

Deze bijiage geeft een beschrijving van het beleid en de uitvoeringspraktijk van de procedure zoals die voorafgaand aan het piaatsen van een antenne-instaliatie op een woongebouw met huurders plaatsvindt en geeft een beschrijving van de klachtenregeling. Wanneer is een instemmingsprocedure nodig? Op het moment dat een mobieie operator een vergunningsvrije antenne-installatie op een woongebouw met huurders wil plaatsen, worden de bewoners daarbij betrokken. Dat gebeurt via een zogenoemde instemmingsprocedure. Het uitgangspunt daarbij is dat de instemming niet alleen uitdrukkelijk maar ook stiizwijgend kan worden verkregen. Bewoners die hun stem niet gebruiken of die geen geldige stem hebben uitgebracht, worden daarmee geacht geen bezwaar tegen de voorgenomen plaatsing te hebben. Dit betekent dat er aileen dan geen sprake is van instemming met de voorgenomen plaatsing als het aantal uitgebrachte stemmen tegen plaatsing zowel rechtsgeldig is uitgebracht als de meerderheid betreft van het aantai stemmen dat in totaai kan worden uitgebracht. Voor een goede voorbereiding van deze procedure is het van belang dat de bewoners geïnformeerd zijn over de voorgenomen piaatsing van de antenne-installatie en dat er voorafgaand gelegenheid is eventuele vragen van bewoners daarover te beantwoorden.

Na een procedure met een voor de operator positieve uitslag wordt de operator geacht toestemming te hebben voor het (vergunningsvrij) plaatsen van de antenne-installatie. De instemmingsprocedure is uitdrukkeiijk géén bezwaar- en beroepsprocedure zoals bij vergunningplichtige antenne-installaties. Het gaat immers om een vergunningsvrije piaatsing van een antenne-instaliatie waarover aanvuliende afspraken zijn gemaakt in het Antenneconvenant. In het Antenneconvenant is vastgelegd dat een instemmingsprocedure alleen wordt gehouden voor gebouwen waarin in principe 24 uur per dag wordt geleefd. Kantoorgebouwen, winkelpanden en dienstwoningen valien daar dus niet onder. Aantal instemmingsprocedures Netwerken voor mobiele communicatie zijn altijd in beweging en operators monitoren permanent of op het juiste moment er zowel dekking ais voldoende capaciteit voor de gebruikers is. Dit betekent dat daar waar bij de start van een instemmingsprocedure de overige operators (nog) niet deelnemen, er later in het jaar toch behoefte kan ontstaan aan een opstelpunt voor een antenne-instaiiatie op datzelfde woongebouw. Om de uitrol van mobiele netwerken niet te veel te belemmeren mogen om die reden jaarlijks per gewoongebouw maximaal twee instemmingsprocedures worden gehouden voor alie operators tezamen.

Wie wordt bij een instemmingsprocedure betrokken? De instemmingsprocedure wordt gehouden onder alle woonadressen van het woongebouw. Een woongebouw is een gebouw met woonadressen waarvan tenminste één woning verhuurd wordt aan een natuurlijk persoon (mens van vlees en bloed) met een individueel op naam gestelde

t-v.)

)

i

f-v.)

à) iSi

huurovereenkomst. Dienstwoningen vallen hier niet onder. Ook als een vereniging van eigenaren heeft ingestemd met de voorgenomen plaatsing van de antennes op een woongebouw met huurders, worden alle woonadressen betrokken bij de instemmingsprocedure. Dus ook de woonadressen waar mogelijk eigenaren wonen. Feitelijk geven zij dan eerst toestemming als eigenaar, en later nog een keer als bewoner/huishouden. De instemmingsprocedure wordt uitgevoerd door een onafhankelijke partij: de Teller. Hoe wordt vastgesteld welke woonadressen worden aangeschreven? De Teller onderzoekt via informatie uit het Kadaster welke woonadressen horen bij het woongebouw. Daarnaast vraagt de Teller aan de eigenaar van het woongebouw welke woonadressen naar zijn mening moeten worden betrokken en welke adressen moeten worden uitgesloten. Bij de instemmingsprocedure worden niet meegenomen: >

Woonadressen waarvoor sprake is van structurele leegstand. Er is sprake van structurele leegstand als woningen door de verhuurder uit de verhuur zijn gehaald. Ook wanneer een woning langere tijd niet verhuurd (6 maanden of langer) is en er ook geen aanwijzingen zijn dat dat op korte termijn wel zal gebeuren, dan wordt deze woning als structureel leegstaand aangemerkt.

>

Garages en/of winkelpanden in een woongebouw worden uitgesloten van stemming.

>

Dienstwoningen zijn uitgesloten van stemming.

Bijzondere regels: > Verzorgingstehuizen: als bewoners van een verzorgingstehuis een individueel, op naam gestelde huurovereenkomst hebben, wordt een verzorgingstehuis aangemerkt als een woongebouw met huurders. In dat geval is bij de plaatsing van een antenne-installatie een instemmingsprocedure verplicht. In veel gevallen hebben de bewoners van een verzorgingstehuis geen huurovereenkomst gesloten, maar een allesomvattende overeenkomst tot verzorging van de persoon. Bewoning van het verzorgingstehuis is daar dan een onderdeel van. In deze gevallen wordt niet over een woongebouw gesproken en vindt er geen instemmingsprocedure plaats. >

Studentenwoningen: In het geval van kamerbewoning (zoals in een studentenflat) is alleen sprake van een woongebouw in de zin van artikel 5 van het Convenant als de kamerbewoners een individueel huurcontract hebben en de huurder(s) afzonderlijk aangeschreven kunnen worden via een afgesloten postvak of brievenbus. De Teller verifieert voor de start van de instemmingsprocedure of aan deze voorwaarden wordt voldaan. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat geborgd wordt dat elke kamerbewoner het stemformulier zelf ontvangt en kan retourneren. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan wordt niet over een woongebouw gesproken en vindt er geen instemmingsprocedure plaats.

Verloop van de instemmingsprocedure Stap 1 Verzenden stemformutieren >

De bewoners van elk woonadres van het woongebouw ontvangen per post een informatiepakket met daarin opgenomen: o Een brief waarin wordt uitgelegd dat één of meerdere operators graag een antenne-installatie willen plaatsen op het woongebouw en hoe de instemmingsprocedure verloopt. Hierbij wordt ook vermeld wanneer het stemformulier via de bijgevoegde retourenvelop teruggezonden moet zijn. Voor eventuele vragen zijn contactgegevens van de operator en van het Antennebureau opgenomen. o Het stemformulier met retourenveloppe. o Plattegrond van het gebouw met daarop ingetekend de antenne-installatie(s) zoals die - na een voor de operator positief afgeronde stemming - geplaatst zal worden. o Brochure van het Antennebureau met informatie over antennes voor mobiele communicatie. Stap 2 Invullen en retourneren stemformulieren

fw t‘0

ï [,-i

f-4 I

>

Bewoners kunnen via het stemformulier laten weten of zij voor of tegen de antenneplaatsing stemmen.

(■-.j

>

Geeft de bewoner op het stemformulier aan niet met de plaatsing in te stemmen, dan kan hij/zij ook aangeven waarom. Het formulier biedt ruimte voor suggesties hoe de operator tegemoet kan komen aan de bezwaren.

>

Per huisadres kan slechts één stem worden uitgebracht. Een stem is geldig als het originele stemformulier correct is ingevuld en tijdig is geretourneerd. Hiervoor geldt dat: o Het door de bewoner ingevulde stemformulier uiterlijk 20 werkdagen na de dagtekening van de brief waarmee het stemformulier is aangeboden door de Teller is ontvangen. o Als de retourdatum (20 werkdagen na datum verzending stemformulieren) in een door de Rijksoverheid vastgestelde schoolvakantie valt, dan wordt 10 werkdagen extra tijd gegeven om het stemformulier terug te sturen. In de begeleidende brief bij het stemformulier wordt expliciet vermeld als hiervan sprake is. o Stemformulieren waarop meer dan één antwoord is ingevuld, stemformulieren die niet zijn ondertekend en kopieën van stemformulieren zijn ongeldig, worden niet meegenomen in de telling. o Ook stemformulieren waarop geen toestemming wordt verleend voor bewaring van het stemformulier, worden niet meegeteld.

ca

Stap 3 Tellen en uitslag vaststellen - rol van de Teller >

Een onafhankelijk gecertificeerd administratiebureau heeft de rol van de Teller en coördineert de instemmingsprocedure. De Teller zorgt voor de verspreiding van de stemformulieren, telt de uitgebrachte stemmen en stelt de uitslag vast.

>

De telling van de geretourneerde stemformulieren vindt plaats op de eerste werkdag na de uiterste datum waarop de stemformulieren ontvangen moeten zijn.

>

De Teller telt de ingekomen stemformulieren en stelt vast of de stemmen geldig zijn. Daarbij telt de Teller het aantal geldige stemformulieren waarop het antwoord "ja" is ingevuld, het aantal geldige stemformulieren waarop het antwoord "nee" is ingevuld en het aantal ongeldig uitgebrachte stemmen. Daarnaast stelt de Teller het aantal stemformulieren dat niet retour is ontvangen vast.

>

De Teller stelt op basis van de telling het resultaat van de stemming vast. Daarmee wordt bepaald of de uitslag van de stemming betekent dat de voorgenomen plaatsing van de antenne-installatie door kan gaan. De voorgenomen plaatsing van de antenne-installatie gaat niet door op het moment dat na de telling blijkt dat op meer dan de helft van het aantal verspreide stemformulieren dat geldig is geretourneerd het antwoord "nee" is ingevuld. De uitslag valt dan negatief uit voor de operator.

Stap 4 Uitslag verzenden - rol van de Teller >

De Teller verzendt de uitslag aan de aangeschreven woonadressen binnen 10 werkdagen na vaststelling van de uitslag door middel van een brief waarin deze uitslag kenbaar wordt gemaakt. Als er na een doorlopen instemmingsprocedure verandering optreedt in het aantal woonadressen in het woongebouw, verandert dit de uitslag niet.

Wanneer is een instemmingsprocedure nodig op een bestaande locatie met antennes? Bewoners van een woongebouw hebben als eigenaar via de vereniging van eigenaren, of als huurder in de relatie met de verhuurder, inspraak bij plaatsing van een antenne-installatie. Naast de bestaande mogelijkheden tot inspraak is er in het Antenneconvenant een aanvullende regeling opgenomen voor woongebouwen met huurders. Zoals eerder vermeld mag een operator alleen dan een nieuwe vergunningsvrije antenne-installatie op of aan woongebouwen plaatsen, als de bewoners daartoe instemming hebben gegeven. Een nieuwe antenne-installatie is een installatie van een operator op een woongebouw waar hij voor plaatsing van een antenne-installatie nog niet eerder instemming heeft verkregen.

t-J i

tb

b)

De technieken die gebruikt worden voor draadloze communicatie veranderen snel en antennes worden periodiek gemoderniseerd. Bij onderhoud, reparatie aanpassing, uitbreiding, vervanging of verplaatsing van een bestaande vergunningsvrije antenne-installatie, is geen nieuwe of aanvullende instemmingsprocedure onder bewoners nodig. Het komt voor dat de antenne-eigenaar (operator) het bestaande frame of de aanwezige palen van een antenne-installatie aanpast, uitbreidt of (delen van) de bestaande antenne-installatie vervangt. Voor deze situaties is geen nieuwe instemmingsprocedure vereist. Er is ook geen nieuwe instemmingsprocedure nodig als een antenne-installatie bijvoorbeeld in verband met renovatie of verbouwing tijdelijk verplaatst is en weer teruggeplaatst wordt. Er zal in deze gevallen wel afstemming zijn tussen de operator en de eigenaar van het woongebouw. Essentieel is wel dat de aangepaste antenne-installatie aan de vereisten voor vergunningsvrije plaatsing blijft voldoen. Tenslotte is er ook geen nieuwe instemmingsprocedure nodig als een operator (de voor een locatie verkregen toestemming tot plaatsing van) een antenne-installatie overdraagt aan een andere operator. Voorbeeld: Operator A heeft in 2012 een antenne-installatie geplaatst en heeft daar instemming voor gevraagd en gekregen. In 2013 wil operator B een antenne-installatie op datzelfde woongebouw plaatsen.

De installatie van operator B is een nieuwe antenne-installatie, waarvoor een stemprocedure moet worden gehouden. In 2014 wil operator A de in 2012 geplaatste antenne-installatie aanpassen. Daarbij is het nodig dat er een extra antennedrager (paal met antenne) wordt geplaatst. Voor deze aanpassing is geen instemmingsprocedure nodig, want er is geen sprake van een nieuwe antenne-instaiiatie. In 2012 is voor deze antenne-installatie immers al een instemmingsprocedure gehouden, dat hoeft niet opnieuw. Klachtenregeling Het Antennebureau coördineert de klachtenafhandeling over instemmingsprocedures. >

Vragen en eventuele klachten kunnen bij het Antennebureau worden gemeld. In eerste instantie beantwoordt het Antennebureau vragen en klachten, eventueel na raadpleging van de Teller.

>

Het Antennebureau zal de vragen en eventuele klachten naar de betreffende operator(s) doorsturen en verzoeken om behandeling als daarvoor de operator benodigd is. Het Antennebureau bewaakt de termijn voor beantwoording en toetst of de procedure correct is verlopen.

>

Klachten worden in beginsel binnen 5 werkdagen na ontvangst behandeld.

>

Indien voor behandeling van een klacht meer dan 5 werkdagen nodig is, ontvangt de klager hiervan bericht.

Bewaring van de geretourneerde stemformulieren De geretourneerde stemformulieren worden tenminste 5 jaar na de datum van telling door de Teller bewaard. Het bewaren van de geretourneerde stemformulieren heeft als doel hertelling mogelijk te maken. Inzage in de stemformulieren is omwille van de privacy (een bewoner ziet immers de door zijn buren uitgebrachte stemformulieren) niet mogelijk en niet wenselijk. Geldigheid verkregen instemming De instemming met het plaatsen van een antenne-installatie geldt voor een periode van 5 jaar. Dat betekent dat de operator binnen 5 jaar de antenne-installatie moet plaatsen en dat hij opnieuw om instemming moet vragen als hij de antenne-installatie niet binnen 5 jaar plaatst. Normaal plaatst een operator de installatie zo snel mogelijk. De verkregen toestemming voor plaatsing van de betreffende antenne-installatie blijft na tijdige plaatsing voor onbepaalde tijd van kracht.

'\ f.J i f vJ

Bewoner(s) van «ADRES» «NR» «TOEVOEGING» «POSTCODE» «PLAATS»

w

STEMFORMULIER voorstel plaatsing antenne-installatie

Stemming plaatsing antenne-installatie Stemt u voor of tegen de plaatsing van de antenne-installatie op of aan het gebouw waarin u woont? In de begeleidende brief en de bijgevoegde informatie staat omschreven waarvoor uw toestemming wordt gevraagd. Kruis uw antwoord hieronder aan: O Ja, ik stem voor plaatsing. O Nee, ik stem tegen plaatsing. Hieronder kunt u eventueel aangeven wat uw bezwaar is.

Uitslag van de telling De uitslag van de telling wordt uiterlijk binnen tien werkdagen na verstrijken van de termijn voor inzending bekend gemaakt. U ontvangt de uitslag en het verslag van de telling per post. Naam

Adres

Datum:

Handtekening *: * Met het ondertekenen van dit stemformulier geeft u toestemming voor de telling en het bewaren van uw formulier tot 5 jaar na de telling (dit om een eventuele hertelling mogelijk te maken). Het bepaalde in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) wordt hierbij in acht genomen. Gekopieerde of niet ondertekende stemformulieren zijn ongeldig en worden niet meegeteld.

Belangrijk: Dit formulier dient uiterlijk twintig werkdagen na dagtekening van de begeleidende brief te zijn ontvangen op het volgende adres: Administratie Instemmingen Antenneconvenant, Antwoordnummer 1443, 1410VC NAARDEN. U kunt hiervoor gebruik maken van de bijgevoegde portvrije retourenveloppe.

t-J i'-j ‘i

I

Bijlage 3 Blootstellingslimieten

f-j

© i-J

(D

Conform Aanbeveling 1999/519/EG en hierop gebaseerde geharmoniseerde normen onder de R&TTE Richtlijn, kunnen evaluaties op basis van Basisrestricties of op de Referentieniveaus worden uitgevoerd. In de tekst van het Convenant wordt de term Blootstellingslimieten gebruikt als verzamelnaam voor Basisrestricties en Referentieniveaus. Agentschap Telecom hanteert op het moment van het vaststellen van voorliggende afspraken, de volgende meetsystematlek: De basisrestricties die van toepassing zijn op radiofrequente velden afkomstig van onder andere televisie- en radiozenders en toepassingen voor mobiele communicatie (2G, 3G, 4G en 5G), zijn gerelateerd aan de opwarming van het menselijke lichaam. De fysische grootheid die daarbij wordt gebruikt is de Specific Absorption Rate (SAR-waarde). De SAR-waarde is een maat voor de hoeveelheid energie die per tijdseenheid in het lichaam wordt opgenomen met als eenheid watt per kilogram lichaamsgewicht (W/kg). De SAR-waarden kunnen alleen in het lichaam worden gemeten. Om een meer eenvoudige meting mogelijk te maken zijn de basisrestricties door ICNIRP omgerekend naar meetbare grootheden buiten het lichaam, waarbij conservatieve aannames zijn gehanteerd. Die afgeleide grootheden heten referentieniveaus Indien de gemeten waarden de referentieniveaus niet overschrijden, dan worden de basisrestricties ook niet overschreden.

Indien de referentieniveaus wel worden overschreden, dan betekent dit nog niet dat de basisrestricties worden overschreden. De basisrestricties zijn te berekenen met behulp van computersimulaties; meting is relatief complex en kan alleen in laboratoriumsetting worden uitgevoerd. Blootstellingslimieten Verzamelnaam van Basisrestricties en Referentieniveaus. Basisrestricties Tabel 1 van Bijlage II van de Europese Aanbeveling van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz (1999/519/EG) Basisrestricties voor elektrische, magnetische en elektromagnetische velden (0 Hz-300 GHz

Frequentiegebied

Magne­ tische fluxdichtheid (mT)

Stroom­ dichtheid (mA/m^)

OHz >0-1 Hz 1-4 Hz 4-1 000 Hz 1 000 Hz100 kHz

40

-

-

Frequentiegebied

Magne­ tische fluxdichtheid (mT)

100 kHz10 MHz

“

LichaamsSAT (W/kg)

Plaatselijk SAT (hoofd en romp) (W/kg)

Plaatselijk SAT (extre­ miteiten) (W/kg)

Vermogensdichtheid, S (W/m^ )

8 8/f 2 f/500

-

-

-

-

Stroom­ dichtheid (mA/m^)

LichaamsSAT (W/kg)

Plaatselijk SAT (hoofd en romp) (W/kg) 2

Plaatselijk SAT (extre­ miteiten) (W/kg) 4

Vermogensdichtheid, S (W/m^ )

(rms)

(rms) f/500

0,08

-

ry

t-O 'i l..-I

r-.J

<S) t-J

tió

lOMHz10 GHz 10-300 GHz

-

-

0,08

2

4

-

-

-

-

-

-

10

Opmerkingen: 1. ƒ is de frequentie in Hz. 2. De basisrestrictie voor de stroomdichtheid is bedoeld om te beschermen tegen acute blootstellingeffecten op weefsel van het centraal zenuwstelsel in hoofd en romp en bevat een veiligheidsfactor. De basisrestricties voor ELF-velden zijn gebaseerd op vastgestelde schadelijke effecten op het centrale zenuwstelsel. Dergelijke acute effecten treden in wezen onmiddellijk op en er zijn geen wetenschappelijke redenen om de basisrestricties voor blootstellingen van korte duur te wijzigen. Aangezien de basisrestrictie betrekking heeft op schadelijke effecten op het centrale zenuwstelsel, kunnen evenwel hogere stroomdichtheden in ander lichaamsweefsel dan het centrale zenuwstelsel onder dezelfde blootstellingomstandigheden worden toegestaan. 3. Vanwege de elektrische inhomogeniteit van het lichaam dienen de waarden van de stroomdichtheid te worden gemiddeld over een doorsnede van 1 cm2 loodrecht op de stroomrichting. 4. Voor frequenties tot 100 kHz kunnen de piekwaarden voor de stroomdichtheid worden verkregen door de rmswaarde met V2 (=1,414) te vermenigvuldigen. Voor pulsen met een duur van tp dient de equivalente frequentie die in de basisrestricties moet worden toegepast, te worden berekend als ƒ = l/(2t p). 5.

Voor frequenties tot 100 kHz en voor gepulseerde magnetische velden kan de maximale stroomdichtheid als gevolg van de pulsen worden berekend uit de stijg/valtijden en de maximale veranderingssnelheid van de magnetische fluxdichtheid. De geïnduceerde stroomdichtheid kan dan worden vergeleken met de bijbehorende basisrestrictie. 6. Alle Specific Absorption Rate (SAR)-waarden moeten worden gemiddeld over een willekeurige periode van zes minuten. 7. De plaatselijke SAR-middelingsmassa is 10 g aangrenzend weefsel; het aldus verkregen maximale SAR dient de waarde te zijn die voor de raming van de blootstelling wordt gebruikt. Met deze 10 g weefsel wordt een massa van 10 g aangrenzend weefsel met vrijwel homogene elektrische eigenschappen bedoeld. Hierbij valt op te merken dat een massa aangrenzend weefsel te gebruiken is in de computerdosimetrie, maar moeilijkheden kan opleveren bij directe fysieke metingen. Er kan een eenvoudige geometrische vorm zoals een kubusvormige weefselmassa worden gebruikt, op voorwaarde dat de dosimetrische hoeveelheden waarden hebben die ten opzichte van de blootstellingrichtsnoeren aan de veilige kant zijn. 8. Voor pulsen met een duur van tp dient de equivalente frequentie die in de basisrestricties moet worden toegepast, te worden berekend als ƒ = l/(2t p).

Bovendien wordt voor gepulseerde blootstellingen in het frequentiegebied van 0,3 tot 10 GHz en voor plaatselijke blootstelling van het hoofd, ter vermijding en beperking van effecten op het gehoor die veroorzaakt worden door thermo-elastische uitzetting, een extra basisrestrictie aanbevolen. Deze is dat de SA niet meer dan 2 mJ kg-1 gemiddeld over 10 g weefsel mag bedragen. Referentieniveaus Tabel 2 van bijlage III van de Europese Aanbeveling van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz (1999/519/EG). Voor de ondergetekenden van dit convenant zijn op het moment van ondertekenen van dit convenant de volgende specifieke referentiewaarden relevant. De opgegeven frequenties corresponderen met de frequentiebanden in de "toelichting op de reikwijdte van het convenant". Op het moment dat er frequentiebanden bij komen, wordt deze lijst aangepast. De laagste frequentie per band is gekozen omdat dit de laagste referentiewaarde voor de betreffende band oplevert.

V KO

r-j I t-v.i

Frequentiegebied

©

E-veldsterkte (V/m)

H-veldsterkte (A/m)

B-veld

(fT)

Equivalente vermogensdichtheid Seq (W/m2 )

-.41

0,11

0,136

4,4

-.58

0,157

0,195

9,0

-.61

0,16

0,20

9,5

61

0,16

0,20

10

61

0,16

0,20

10

Pw

880 MHz (GSM) 1805 MHz (GSM/DCS1800) 1900 MHz' (lMT-2000) 2.6 GHz (mobiele communicatie) 3.5 GHz (WLL/FWA, communicatie)

Voor de volledigheid is hieronder ook de gehele tabel opgenomen voor referentieniveaus voor elektrische, magnetische en elektromagnetische velden (0 Hz - 300 GHz, ongestoorde middelbare waarden).

Frequentiegebied

E-veldsterkte (V/m)

H-veldsterkte (A/m)

B-veld (qT)

-

0-1 Hz 1-8 Hz 8-25 Hz 0,025-0,8 kHz 0,8-3 kHz 3-150 kHz 0,15-1 MHz 1-10 MHz

10 000 10 000 250/f 250/f 87 87 87/fi/z

3,2 xlOOOO 3,2 xiooOO/f^ 4 000/f 4/f 5 5 0,73/f 0,73/f

4 x10 000 3,2 x10 000/f ^ 5 000/f 5/f 6,25 6,25 0,92/f 0,92/f

10-400 MHz 400-2 000 MHz 2-300 GHz

28 1,375 61

0,073 0,0037 0,16

0,092 0,0046 f"^ 0,20

Equivalente vermogensdichtheid voor vlakke golven Seq (W/m^ )

2 f/200 10

Opmerkingen: 1. ƒ zoals aangegeven in de kolom van het frequentiegebied. 2.Voor frequenties tussen 100 kHz en 10 GHz moeten Seq, E2, H2 en B2 over een willekeurige periode van zes minuten worden gemiddeld. 3. Voor frequenties boven 10 GHz moeten Seq, E2, H2 en B2 worden gemiddeld over een willekeurige periode van 68// 1,05 -minuten (ƒ in GHz). 4. Voor frequenties <1 Hz, die in feite statische elektrische velden zijn,wordt geen E-veldwaarde gegeven.De meeste mensen ervaren elektrische oppervlakteladingen bij een elektrische veldsterkte

Absoluut gesproken loopt de frequentieband van UMTS van 1899-2170 MHz. Vanaf 2000 MHz is de limiet 61 V/m, tussen 1899 en 2000 is die iets lageren afhankelijk van de exacte frequentie, ook voor GSM- en DCS 1800 banden gelden namelijk een gering oplopende limiet.

r-j

to '\ t;Ï'0 I

Bijlage 4 Hergebruik opstelpunten en courtesy afspraken

i-,J tJ

Hergebruik van opstelpunten kan aan de orde zijn op het moment dat één van de aan de afspraken deelnemende partijen het voornemen heeft om antennes van een opstelpunt te verwijderen inclusief alle fysieke en technische voorzieningen van het opstelpunt. Het opstelpunt zou in een dergelijk geval echter behouden kunnen blijven voor andere partijen die daar (op enig moment) een antenne willen plaatsen. Daarmee kan vermeden worden dat na ontmanteling van een opstelpunt op een later moment opnieuw een opstelpunt wordt geïnstalleerd. Dat laatste zou onnodige overlast kunnen geven aan de bewoners van het betreffende gebouw. Het is daarom wenselijk dat een partij andere deelnemende partijen over een voorgenomen ontmanteling informeert en daarmee opening biedt voor een eventuele overdracht van de nog (deels) ingerichte antenne-site. Met deze afspraak kan echter geen inbreuk gemaakt worden op de bedrijfseconomische overwegingen van de eigenaar van de betreffende site om tot ontmanteling over te gaan. Relevant hierbij zijn de bepalingen over medegebruik in hoofdstuk 5a van de Telecommunicatiewet. Ten aanzien van de jurisprudentie is de uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven van 25 april 2001 relevant.

In deze uitspraak is uitsluitsel gegeven ten aanzien van de door de OPTA (thans ACM) vastgestelde regels die tussen KPN en (toenmalig) Dutchtone zullen gelden naar aanleiding van het toenmalige artikel 3.11 van de Telecommunicatiewet. Vervolgens heeft de OPTA op 17 juli 2001 zijn beslissing op bezwaar aangepast. Operators kunnen - aansluitend bij de bestaande regelgeving en jurisprudentie - courtesy afspraken maken. Dit zijn afspraken met een technisch karakter en deze hebben als doelstelling de exacte plaatsing van apparatuur met elkaar af te stemmen. Immers, bij toepassing van meer dan één antenne op dezelfde locatie (door verschillende partijen) zijn afspraken nodig om storing te voorkomen. Tevens wordt voor de algemene regels voor het voorkomen en opheffen van storing verwezen naar: Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 24 april 2009, nr ATEZ/6279718.JZ, houdende vaststelling van een beleidsregel met betrekking tot het voorkomen van ontoelaatbare belemmeringen door het gewenste signaal (beleidsregel storing door het gewenste signaal van radiozendapparaten).

(g) als voorwaarde voor het vergunnlngvrlj mogen plaatsen van bepaalde antennes VNG, de Operators en de Rijksoverheid zijn overeengekomen nadere afspraken hierover te maken. Deze afspraken zijn in 2002 in een convenant vastgelegd dat Is herzien In 2010 en verlengd in 2019 en dat nu vervangen wordt door dit Convenant. Het doel van de afspraken Is het: bevorderen van samenwerking tussen operators bevorderen van Informatie-uitwisseling tussen operators en gemeenten voorkomen van maatschappelijke onrust; (h) de In het Convenant opgenomen regelingen in de toekomst geheel of gedeeltelijk kunnen worden vervangen door publiekrechtelijke regelgeving; (i) de Autoriteit Consument en Markt per email op 23 november 2020 heeft aangegeven geen mededingingsrechtelijke bezwaren tegen vaststelling van het Convenant te zien; 0) fn dit Convenant een regeling omtrent blootstellingslimieten Is opgenomen die reeds was opgenomen In de voorganger van dit Convenant en die in dat kader op 1 december 2009 is gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (kennisgeving 2009/645/NL) ter voldoening aan de destijds geldende rlchtlljn 98/34/EG, waarvoor richtlijn (EU) 2015/1535 in de plaats Is gekomen; (k) de regeling over blootstellingslimieten in dit Convenant wordt gehandhaafd In afwachting van de regels over blootstelllngslimleten die daarover zullen worden opgenomen In de op het moment van het

ondertekenen van dit Convenant in voorbereiding zijnde algemene maatregel van bestuur; ('I) het antenneregister een overzicht geeft van alle antennes voor mobiele communicatie In Nederland; (m)Partijen zich in het kader van de uitvoering van het Nationaal Antennebeleid zullen tnspannen zo adequaat mogelijk lokale overheden en betrokken burgers voor te lichten over alle aspecten verbonden aan antenne-Installaties voor mobiele telecommunicatie. Partijen zullen regelmatig de Informatievoorziening aan derden op dit gebied met elkaar afstemmen; (n} Partijen specifieke afspraken over de plaatsing van small cells In dit convenant willen opnemen, passend binnen de over small cells opgenomen bepalingen ln artikel 57 van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PbEU 2018, L 321) en de daarop gebaseerde Uitvoeringsverordening {EU) 2020/1070 van de Commlssle van 20 juli 2020 tot vaststelling van de kenmerken van draadloze toegangspunten met klein bereik krachtens artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PbEU 2020, L 234); Komen overeen als volgt: Artikel 1 Definities

1.1 Algemeen publiek: personen voor wie niet op grond van wet- en regelgeving een toepasselijk maximaal niveau van blootstelling aan elektromagnetische velden In het kader van de uitoefening van hun beroep of bedrijf geldt; 1.2 Antenne-installatie: Onder antenne-Installatie wordt verstaan een installatie bestaande uit één of meer antennes, één of meer antennedragers, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.3 Antennedrager: onder een antennedrager wordt verstaan een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 2

KPN B.V.

…………………………………………….

Plaats

Rotterdam…………………………………………….

Datum

…11 december 2020…………………………………………………………….

20

DocuSign Envelope ID: 5B8AFC02-CF8C-440C-B403-56EBACE489F0

Convenant in het kader van het Nationaal Antennebeleid inzake de plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties voor mobiele communicatie

Partijen (1) De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat mevrouw M.C.G. Keijzer, te dezen handelend in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te ‘s-Gravenhage, en in haar hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen “ Rijksoverheid”; (2) de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gevestigd te ‘s-Gravenhage, te dezen vertegenwoordigd door de heer J.H.C. van Zanen, hierna te noemen “VNG”; (3) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN B.V., gevestigd te Rotterdam, te dezen vertegenwoordigd door de heer de heer J. Farwerck; (4) de besloten vennootschapen met beperkte aansprakelijkheid Vodafone Libertel B.V. en ZUM B.V., gevestigd te Maastricht en Utrecht, te dezen vertegenwoordigd door de heer H.J. Hoencamp en de heer R.A. Drost; (5) de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid T-Mobile Netherlands B.V., gevestigd te ’s-Gravenhage, te dezen vertegenwoordigd door de heer K.K. Larsen en de heer G.H. Niemeyer;

de Partijen 3 tot en met 5 hierna ieder afzonderlijk te noemen “Operator”; en de Partijen 3 tot en met 5 gezamenlijk te noemen “de Operators”; en één of meer Partijen uit de hiervoor genoemde groep Partijen 3 tot en met 5 hierna te noemen “de (betrokken) Operator(s)”;

In aanmerking nemende dat

(a) aan ieder van de Operators een of meerdere vergunning(en) is verleend voor het gebruik van frequentieruimte ten behoeve van mobiele telecommunicatie; (b) ten behoeve van het gebruik van deze vergunningen door ieder van de Operators in Nederland een netwerk van antenne-installaties tot stand gebracht moet worden; (c) een belangrijk deel van de benodigde antenne-installaties een hoogte zal hebben van minder dan vijf meter en zullen worden geplaatst op bouwwerken op een hoogte van negen meter of meer boven maaiveld; (d) in de nota Nationaal Antennebeleid (Kamerstukken II 2000/01, 27 561, nr. 2) als doel van het Nationaal Antennebeleid is omschreven het binnen duidelijke kaders van volksgezondheid, leefmilieu en veiligheid stimuleren en faciliteren van voldoende ruimte voor antenneopstelpunten; (e) de verantwoordelijkheden en belangen van de bij het Nationaal Antennebeleid betrokken partijen eveneens zijn omschreven in de nota Nationaal Antennebeleid; (f) op basis van de nota Nationaal Antennebeleid is besloten om onder voorwaarden antenneinstallaties, die aan bepaalde vormvereisten voldoen, op te nemen in de lijst van bouwwerken waarvoor geen vergunning nodig is in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10270189/1