CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A7 - Regio Stedendriehoek - Raadsinformatiebrief actualisatie Woondeal D452856

Besluitvormende raadsvergadering 27 maart 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken10.885 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2

Gelders kader Toekomstbestendig Bouwen Thema en doel

Standaarden (bron en uitwerking is te vinden in Kader voor Leefbare Verstedelijking in Gelderland)

Hitte

1.

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving

2.

3. 4.

Droogte

1.

Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies

2.

Wateroverlast

1.

Hevige neerslag en hoge grondwaterstanden leiden niet tot schade aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen. Vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar

2.

3.

3.

4.

Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen(installaties): Voor nieuwbouw moet volgens het Bouwbesluit een berekening van de temperatuuroverschrijding voor de maand juli (TOjuli2) worden gemaakt. Hieruit blijkt of koeling noodzakelijk is. Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken om koele routes te realiseren: Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken, drinkwaterleidingstroken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst en minimaal 30 % schaduw op buurtniveau. Afstand tot groene koele verblijfsplekken: koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (300 meter) van gebouwen aanwezig en openbaar toegankelijk. Warmtewerende oppervlakten: een belangrijk deel van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht (richtlijn is range 40-50%). Groen en zonnepanelen tellen als warmtewerend. De (grond)waterpeilen in het plangebied en de omgeving en de waterbeschikbaarheid in de bodem zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.

(Hoe hier invulling aan gegeven wordt, is in de bijlage van het Kader voor leefbare verstedelijking in Gelderland weergegeven.) Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding: de inrichting van het plangebied is infiltratieneutraal3 bij buiten stedelijke ontwikkelingen en infiltratiepositief4 bij binnenstedelijke ontwikkelingen (% van de jaarneerslagsom afhankelijk van bodemtype). Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp. Geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar: in het plangebied treedt geen waterschade op bij een bui van 1x per 100 jaar (bij 70 mm in een uur in stedelijk gebied) aan bebouwing, infrastructuur en aan vitale voorzieningen (hoofdwegen, drinkwater en energie). Vitale voorzieningen blijven functioneren bij 90mm in een uur in stedelijk gebied. Geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat: het vloerpeil van nieuwe gebouwen ligt 0,2 meter hoger dan het laagste punt van de rijbaan in het straatprofiel ter plaatse.

Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen: op privaat terrein wordt een groot deel van de neerslag (50mm, met range tussen 40-70mm) van een hevige bui (1/100 jaar, 70mm in een uur) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein of in daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen. De voorzieningen voeren de eerste 24 uur vertraagd (niet extra) af en zijn in maximaal 60 uur weer beschikbaar (range 48-60 uur). Ontwikkeling voorkomt afwenteling: de ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en hergebruikt in het plangebied.

2 Dit is de toelichting van de aanpassing van het Bouwbesluit in 2021: Artikel 3.10 Nieuw per 01.01.2021 in Stcrt. 2020,

37764) | Bouwbesluit Online 3 Infiltratieneutraal betekent dat er niet meer water afstroomt naar de riolering en het watersysteem dan voor de ontwikkeling naar het watersysteem afstroomde 4 Infiltratiepositief betekent dat er minder verharding is na de ontwikkeling dan voor de ontwikkeling het geval was.

3

Gevolgbeperking overstromingen De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken

Biodiversiteit en gezonde leefomgeving Groenblauwe structuren versterken de gebiedseigen biodiversiteit, stimuleren Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten (BOSS) en creëren een prettige leefomgeving

Bodemdaling Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar

Open bodem Vergroten van de leefbaarheid en verminderen van hitte en droogte in de gebouwde omgeving door de hoeveelheid verharding te beperken en meer groen toe te passen

Overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijbehorende impact afwegen bij locatiekeuze en inrichting, met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies. Het water- en bodemsysteem is hierbij het uitgangspunt. Het afwegingskader nieuwbouwlocaties van het Rijk5 wordt toegepast om invulling te geven aan de risico-afweging. De vier risicoklassen uit het kader leveren de risicoklassen voor de afweging van locatiekeuze en inrichting: - Niet bouwen: geldt alleen op specifieke locaties als uiterwaarden - Nee, tenzij aan plansturende voorwaarden wordt voldaan - Ja, mits locatie specifieke opgave wordt meegenomen - Ja, zonder aanvullende voorwaarden 1.

2.

3. 4. 5.

1.

2.

1. 2.

3.

Percentage groen plus blauw op buurtniveau is samen minimaal 30% (300-30-3 norm). Het horizontale en verticale oppervlak van openbare en private ruimte wordt in samenhang met de groenblauwe structuren en biodiversiteit in de bredere omgeving ingericht (met minimaal 30% groen6 op buurtniveau, boomkroonoppervlak en water telt mee). Binnen 300 meter van elke woning is een openbare groenvoorziening van minimaal 200 m 2 aanwezig en binnen 1.000 meter een park van minimaal 5.000 m 2 (BOSS-principe). Deze groene plekken hebben waarde voor recreatie en de biodiversiteit. Elk huis heeft zicht op minimaal 3 bomen (300-30-3 norm). Laat een ecologisch onderzoek uitvoeren of biodiversiteitsplan opstellen om de biodiversiteit te stimuleren, maak dit openbaar en geef aan hoe er invulling aan wordt gegeven. Groene natuurinclusieve oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben altijd de voorkeur boven ‘grijze’ oplossingen: groen tenzij: ook bij gelijke maatschappelijke prestaties, baten en kosten (Total Cost of Ownership benadering). Voer een ecologisch onderzoek uit hoe hier invulling aan te geven. De natuurlijke draagkracht van de bodem is mede sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied.

Hierbij is het van belang dat bebouwing en infrastructuur geconcentreerd is op draagkrachtige bodem, het (grond)waterpeil gelijk blijft of hoger wordt en het ontwerppeil, de bouwwijze is afgestemd op bodemtype en verwachtte restzetting. Gebied specifiek worden een ontwerppeil, restzettingseis en bijbehorende maatregelen tegen bodemdaling gekozen die over de gehele levensduur (inclusief beheerfase) maatschappelijk het meest kosteneffectief (inclusief baten) zijn voor openbaar en privaat terrein. We ontwerpen vanuit een open en gezonde bodem die de basis biedt voor groen, biodiversiteit en water(buffering). De parkeernorm wordt beperkt. Waar mogelijk beperken we de parkeernorm in samenhang met de mobiliteitstransitie om zo ruimte te bieden aan een groene leefomgeving 7. Verharding in het algemeen en parkeerplaatsen in het bijzonder maken woonwijken minder leefbaar, minder groen. Verharding versterkt het hitte effect en de kans op wateroverlast en verdroging. Het percentage van de bovenste gebruikslaag (maaiveld of dak) dat beschikbaar is voor parkeren staat het toepassen van maatregelen voor het voldoen aan hierboven genoemde normen niet in de weg. Er zijn mogelijkheden voor het toepassen van groene (half)verharding. Advies vanuit mobiliteitsexperts wordt geadviseerd om invulling te geven aan de mobiliteitsbehoeftes van inwoners.

5 Het afwegingskader is hier te vinden Kamerbrief over publicatie ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde

omgeving | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 6 Onder ‘groen’ verstaan we natuurlijke elementen die op verschillende schaalniveaus voorkomen, variërend van kavel- en straatniveau – zoals bomen en groenstroken – tot stedelijk en regionaal niveau, bijvoorbeeld parken en natuurgebieden. Andere voorbeelden zijn natuurspeelplaatsen, plantsoenen, openbaar toegankelijke sportvelden, particuliere en openbare tuinen, groene gevels en groene daken. Bron: Groennormen in de stad en omgeving, WUR (2022) 7 Zie ook de publicatie van het CROW: Toekomstbestendig parkeren - CROW

4

Thema en doel

Standaarden (t.b.v. energietransitie en netcongestie)

Energie

1.

Minimaliseren van de energievraag, benutten van duurzame bronnen en balanceren van vraag en aanbod

Het stedenbouwkundig ontwerp en woningontwerp op elkaar afstemmen met als doel: optimaal gebruik van zonne-energie (dakvlak en gevels) en schaduw op de woningen in de zomer.

2.

3. 4. 5. 6.

Het energie systeem van de wijk zo ontwerpen zodat het elektriciteitsnetwerk zo min mogelijk belast wordt, met name tijdens pieken. Collectieve warmte systemen hebben de voorkeur in plaats van individuele warmtevoorziening. Waar mogelijk geldt dit ook voor collectieve koelte systemen (BES Buurt Energie Systeem). Duurzame bronnen (elektriciteit en warmte) gebruiken, tenzij dit niet haalbaar is. Ruimte reserveren voor lokale (collectieve) opslagsystemen (buurtbatterij) en warmteopslag Stimuleren duurzame mobiliteit door bijvoorbeeld: voldoende en veilige infrastructuur voor lopen en fietsen te creëren; ruimte te reserveren voor (elektrische) deelauto’s. Bij de planning rekening te houden met bereikbaarheid OV

Thema en doel

Ambitie (op basis van het Nieuwe Normaal)

Biobased en circulair

Herkomst materialen (biobased, hergebruikt en gerecycled) % massa 2025 – 2030 Grondgebonden ≥ 25% Gestapeld ≥ 20%

2030 – 2035 ≥ 55% ≥ 50%

Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) MPG-score (€/m² BVO/jaar) Grondgebonden Gestapeld ≤ 5 bouwlagen Gestapeld > 5 bouwlagen

2025 – 2030 ≤ 0,45 ≤ 0,50 ≤ 0,65

2030 – 2035 ≤ 0,35 ≤ 0,40 ≤ 0,50

Materiaalgebonden CO2-uitstoot kg CO2-eq / m2 BVO Grondgebonden Gestapeld ≤ 5 bouwlagen Gestapeld > 5 bouwlagen

2025 – 2030 ≤ 200 ≤ 240 ≤ 280

2030 – 2035 ≤ 165 ≤ 185 ≤ 240

Losmaakbaarheid % massa Grondgebonden Gestapeld

2025 – 2030 ≥ 55% ≥ 50%

2030 – 2035 ≥ 70% ≥ 65%

Materialen hebben een circulaire en/of biobased oorsprong. Zo verlagen we de milieu-impact.

Conceptueel We spannen ons in om te bouwen met woningconcepten. Daarmee bouwen we slimmer, sneller en schoner.

In aansluiting op de Woondeal van de Groene Metropoolregio spannen we ons in om vanaf 2025 minimaal 25% en na 2030 minimaal 50% van het aantal woningen conceptueel te laten bouwen. Dit maakt het mogelijk om de ambities voor biobased en circulair op een geïntegreerde, haalbare en betaalbare wijze te realiseren en meer woningen per jaar te bouwen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15181190/1