CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A7 - GGD NOG - Ontwerp 7e wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG D406147

Besluitvormende raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken12.251 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gearchiveerd: woensdag 19 april 2023 13:50:22 Van: Nijland, Thijs Verzonden: dinsdag 18 april 2023 16:20:56 Aan: gemeente@aalten.nl; gemeente@apeldoorn.nl; info@gemeenteberkelland.nl; info@bronckhorst.nl; Gemeente Brummen; gemeente@doetinchem.nl; gemeente@elburg.nl; gemeente@epe.nl; gemeente@ermelo.nl; info@harderwijk.nl; gemeente@hattem.nl; gemeente@heerde.nl; gemeente@lochem.nl; gemeente@montferland.info; gemeente@nunspeet.nl; gemeente@oldebroek.nl; gemeente@oostgelre.nl; info@oude-ijsselstreek.nl; info@putten.nl; gemeente@voorst.nl; gemeente@winterswijk.nl; info@zutphen.nl Onderwerp: 019 - brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG Precisie: Normaal Bijlagen: 019 - brief aan colleges over wijzing GR GGD NOG.pdf ;019-bijlage 1 Stappen wijziging GR GGD NOG versie 20230414.pdf ;019-bijlage 2 Modelbesluit B&W 7e wijz gem reg GGD NOG AB 6 apr 2023.pdf ;019-bijlage 3 Toelichting Modelbesluit B&W 7e wijz GR GGD NOG AB 6 apr 2023.pdf ;019-bijlage 4 GR GGD NOG CONCEPT incl 7e wijziging AB 8 apr 2023.pdf ;

Beste lezer, Hierbij ontvangt u een brief – met 4 bijlagen - van het dagelijks bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland aan het college van burgemeester en wethouders. De brief gaat over de 7e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG.

Met vriendelijke groet, Thijs Nijland directiesecretaris

Rijksstraatweg 65 7231 AC Warnsveld Postbus 3 7200 AA Zutphen Werkdagen: ma-di-wo-do Volg ons op: &

T. 088 - 443 3270 (direct) T. 088 - 443 30 00 (algemeen) E. t.nijland@ggdnog.nl W. www.ggdnog.nl

Aan: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die deelnemen in GGD Noord- en Oost-Gelderland - per e-mail verzonden -

Kenmerk: Datum: Behandeld door: E-mail: Telefoonnummer: Onderwerp:

JB/thn/023-dir 019 18 april 2023 T. Nijland t.nijland@ggdnog.nl 088 443 3270 wijziging gemeenschappelijke regeling GGD NOG

Geachte colleges, Hierbij ontvangt u het ontwerp van de 7e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG. Wij verzoeken u het ontwerp voor te leggen aan uw gemeenteraad voor een zienswijze. Graag ontvangen wij uw reactie op de wijziging met de eventuele zienswijze van de raad vóór 1 augustus 2023. Omdat wij signalen hebben gekregen dat dit voor een aantal raden een krappe termijn is, bekijken wij begin juli 2023 de voortgang in de besluitvorming over de zienswijzen. U kunt ons ook helpen met de toezending van voorlopige zienswijzen. 1. Aanleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is per 1 juli 2022 aangepast. Volgens de wet moet de Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG (GR GGD NOG) binnen twee jaar, dus uiterlijk 1 juli 2024, zijn aangepast. In de vaststellingsprocedure hebben de raden een belangrijke rol. 2. De stappen in de vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure kent vijf stappen: 1. Ontwerp-wijziging Wij sturen als dagelijks bestuur een ontwerp-wijziging van de GR aan de colleges, met het verzoek dit ontwerp aan de raden aan te bieden. Deze stap is nu gezet. 2. Zienswijze op ontwerp De colleges leggen de ontwerp regeling aan hun raden voor. De raden kunnen een zienswijze op het ontwerp bij hun college naar voren brengen. Hier staat een termijn van acht weken voor. 3. Verwerking zienswijzen De colleges geven de zienswijzen aan ons door.

Wij verwerken de reacties uit de ontvangen zienswijzen en leggen de bijgewerkte wijziging voor aan het AB. Daarna verzenden wij de wijziging aan de colleges. 4. Goedkeuring raden De colleges zenden de regeling voor goedkeuring aan de raden. De raden hebben dertien weken om te besluiten over goedkeuring. 5. Vaststelling regeling Na de goedkeuring door hun raad besluiten de colleges over de wijziging en informeren zij ons. De wijziging is tot stand gekomen als het AB heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de

Postbus 3, 7200 AA Zutphen

088 – 443 30 00

ggd@ggdnog.nl

www.ggdnog.nl

GGD Noord- en Oost-Gelderland is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin

colleges (min. 15 van de 22) met min. 2/3 van de stemmen (62 van de 92). Na de bekendmaking door de gemeente Apeldoorn treedt de wijzing in werking. Deze stappen zijn uitgewerkt in het bijgevoegde stappenplan. 3. Aandachtspunten bij het ontwerp De vereiste aanpassingen in de GR GGD NOG zijn verwerkt in het bijgevoegde modelbesluit voor de colleges. Vooraf hebben wij de opvattingen uit het algemeen bestuur opgehaald (op 17 november 2022) en het ontwerp met het AB besproken (op 6 april 2023). Het ontwerp is opgesteld met input van een aantal gemeentelijke juristen en ambtelijk afgestemd met de Veiligheidsregio NOG. In de wijziging zijn ook enkele technische correcties en redactionele wijzigingen opgenomen. Het doel van de wijziging van de Wgr is de democratische legitimatie van GR’en en de positie van de raden te versterken. De wijziging biedt daartoe verschillende mogelijkheden. Het is vooral aan de raden om aan te geven hoe zij hier gebruik van willen maken . Wij denken daarbij aan de volgende onderwerpen:  besluiten van het GGD-bestuur waarover de raden een zienswijze willen geven;  participatie van inwoners en belanghebbenden bij GGD-beleid;  de informatie- en verantwoordingsplicht van het GGD-bestuur;  uittreding uit de GR;  evaluatie van de GR GGD NOG.

Daarnaast horen wij graag de opvattingen van de raden over de begrotingscyclus en de instelling van een regionale adviescommissie met raadsleden. 4. Verbinding met raden Bij de wijziging van de Wgr gaat de aandacht uit naar een aantal formele verbetermaatregelen voor grip door de raden op regionale samenwerking. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de raden betrokken zijn bij de inhoud van het werk van de GGD voor de inwoners. De GGD informeert graag raadsleden via informatiebijeenkomsten, presentaties en gesprekken in de raden. Gemeenten krijgen een steeds grotere verantwoordelijkheid voor preventie en gezondheidsbeleid. Daarbij kan de GGD de gemeenten ondersteunen door onderzoek en advisering, uitvoering van taken en regiefuncties. Wij willen bestaande mogelijkheden voor meer verbinding met de raden graag voortzetten en uitbreiden, aansluitend op de behoeften van de raden. 5. Tenslotte Wij zien de reacties op de ontwerp-wijziging met belangstelling tegemoet. Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met T. Nijland, directiesecretaris, e-mail t.nijland@ggdnog.nl en tel. 088 443 3270. Met vriendelijke groet, het dagelijks bestuur,

drs. J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid

C.M. de Waard-Oudesluijs MSc, voorzitter

2

Bijlagen: 1. stappen wijziging GR 2. concept-Modelbesluit wijziging GR GGD NOG 3. concept-toelichting Modelbesluit 4. gewijzigde GR GGD NOG (met wijzigingen bijhouden)

3

Stappen wijziging Gemeenschappelijke regeling GGD NOG

Maken ontwerp

Zienswijze op ontwerp

GR verwerkt zienswijze

Goedkeuring raden

Vaststellen wijziging

• dagelijks bestuur (DB) of college B&W kan voorstel wijziging doen (art. 26,1 Gemeenschappelijke Regeling GGD NOG - GR) • als algemeen bestuur (AB) wijziging wenselijk vindt, stuurt DB voorstel aan colleges (art. 26,2 GR)

• colleges zenden de ontwerp-wijziging aan de raad (art. 1,2 en 1,4 Wet gemeenscheppelijke regelingen - Wgr) • de raad kan binnen 8 weken een zienswijze naar voren brengen, of deelt zo spoedig mogelijk mee dat geen zienswijze wordt ingediend (art. 1,3 en 1,4 Wgr) • colleges informeren DB over uitkomst

• DB verwerkt de ingediende zienswijzen en legt (eventueel aangepaste) ontwerp-wijziging voor aan AB • als AB de wijziging wenselijk vindt, stuurt DB een voorstel aan colleges (art. 26,2 GR

• colleges leggen de wijziging voor aan de gemeenteraden met het verzoek toestemming te geven (kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang, art. 1,4 Wgr) • raden besluiten binnen 13 weken over goedkeuring van de wijziging (art. 10:32 en 10,31 Algemene wet bestuursrecht - Awb) • de raden kunnen het besluit over goedkeuring eenmaal met max. 13 weken verdagen • colleges besluiten over de wijziging van de regeling (art. 1 Wgr) • de wijziging is totstandgekomen als het AB heeft vastgesteld dat hiertoe is besloten door 2/3 van de colleges (min. 15 van de 22) met min. 2/3 van de stemmen (62 van de 92) (art. 26,3 GR) • DB informeert colleges over tot stand gekomen wijziging (art. 26,4 GR) • gemeente Apeldoorn maakt wijziging bekend in gemeenteblad en wijziging treedt in werking (art. 26,1 en 26,3 Wgr) • DB voegt wijzing toe aan gegevens in het openbaar elektronisch register GR'en (art. 136 Wgr)

Links: wetten.nl - Regeling - Wet gemeenschappelijke regelingen - BWBR0003740 (overheid.nl) Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 (GR GGD NOG – 6e wijziging) | Lokale weten regelgeving (overheid.nl)

Modelbesluit colleges van B&W over de 7e wijziging van Gemeenschappelijke regeling GGD Noorden Oost-Gelderland 2016 versie: CONCEPT- aangepast na AB GGD NOG 6 april 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ……………………………...,

gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland d.d. … …………… 2023/2024; gelet op de Wet publieke gezondheid, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet; gezien de toestemming, als bedoeld in art. 1, vierde en vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die d.d. …. ............ 2023/2024 van de gemeenteraad is verkregen voor dit besluit; overwegende dat de deelnemers aan Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 deze regeling voor 1 juli 2024 in overeenstemming moeten brengen met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022;

BESLUIT:

Artikel I. De Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet, komt te luiden: In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling; B. Artikel 4, eerste lid, onder b, komt te luiden: het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang, bedoeld in artikel 1.61, eerste lid, van de Wet kinderopvang. C. Artikel 5, vierde lid, komt te luiden: De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, Wet kinderopvang. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang. D. Na artikel 7 worden artikel 7a en artikel 7b ingevoegd, luidende: Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van

de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31. 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 7b Participatie Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur; b.

ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; d. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevreden over de dienstverlening te onderzoeken. E. Artikel 9 Werkwijze, derde lid, komt te luiden: 3. De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 59 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing. F. Na artikel 13 wordt artikel 13a ingevoegd, luidende: Artikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien. G.

Artikel 15 Bestuur GGD - colleges en raden, komt te luiden: Artikel 15 Inlichtingen en verantwoording algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben 2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het toezenden aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur;

b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen kunnen schriftelijk of mondeling worden gegeven. 5. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad en het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. H. Artikel 16 Leden algemeen bestuur - colleges en raden, komt te luiden: Artikel 16 Inlichtingen en verantwoording dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 3. Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 4. Het dagelijks bestuur geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen. I.

Artikel 21 Begroting, zesde lid, komt te luiden: Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij a. geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid of in de bijdrage, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, en b. geen verandering wordt gebracht in de omvang van de algemene reserve. J. Artikel 25, tweede lid en derde lid, komt te luiden: 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de GGD. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a. de uittredende gemeente draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en de overige gemeenten ondervinden geen financieel nadeel van de uittreding; b. de gemeente die voornemens is uit te treden draagt de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding; c.

het algemeen bestuur onderscheidt in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding de volgende kostensoorten: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met

vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar.

K. Artikel 31 komt te luiden: Artikel 31 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per vier jaar een evaluatie van deze regeling plaatsvindt. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. L. Artikel 33 komt te luiden: De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en OostGelderland".

Artikel II. De wijziging treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van …………… d.d. … …………2023/2024,

De secretaris

De burgemeester

Concept - aangepast na AB GGD NOG 6 april 2023 Toelichting Modelbesluit colleges van B&W over de 7e wijziging van Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en OostGelderland 1. Algemeen Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. Het doel van de wet is versterking van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming bij gemeenschappelijke regelingen en in hun controlerende rol wordt versterkt. De raden krijgen meer inspraak bij het treffen van gemeenschappelijke regelingen en bij het nemen van besluiten door de besturen ervan. Wijzigingen Wgr per 1 juli 2022 Een deel van deze wijzigingen is vanaf 1 juli 2022 al van kracht en hoeft niet in de gemeenschappelijke regeling te worden verwerkt. Hierbij gaat het om:  Zienswijze bij treffen regeling: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen bij het college. De raad kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Dit is een aanvulling op de bestaande eis dat de raad toestemming moet geven voor het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling door het colleges.  Recht van onderzoek: De gezamenlijke gemeenteraden hebben nu de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.

Voorwaarde is dat alle raden hiermee instemmen.  Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen. , inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de wijziging wordt dit verduidelijkt  Aanpassing begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen aan te passen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting, en de jaarrekening. Gemeenteraden krijgen langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een regeling te geven. Hiervoor moet de Financiële verordening GGD NOG worden aangepast en komt een apart voorstel aan het GGD-bestuur. Ideeën en opvattingen hierover vanuit de gemeenten zijn welkom.

1

Aanpassing GR aan gewijzigde Wgr Gemeenschappelijke regelingen (GR’en) hebben tot 1 juli 2024 de tijd om het wetsvoorstel te implementeren en de regelingen aan te passen. De wet maakt aanpassing van de GR GGD NOG 2016 nodig op tenminste de volgende onderwerpen:  wijziging, opheffing, toetreding in regelingen voor bepaalde tijd  uittreding uit een GR voor onbepaalde en bepaalde tijd  bieden van gelegenheid tot het geven van een zienswijze op voorgenomen besluiten  burgerparticipatie  evaluatie van de GR  actieve informatieplicht 2. Wijzigingen en toelichting per artikel Is de tabel hieronder staan  in de eerste kolom de huidige bepalingen, met de te vervallen tekst cursief  in de tweede kolom de nieuwe bepalingen, met te wijzigen tekst vet  in de derde kolom een toelichting.

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: de Gemeentelijke Gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

Artikel 1 Begripsbepalingen, aanhef en vierde bullet In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:  GGD: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

De wijziging bij de vierde bullet is een redactionele wijziging, uit oogpunt van regelgevingstechniek.

2

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b Artikel 4 Taken, eerste lid, aanhef en onder b 1. De colleges dragen op aan de GGD: 1. De colleges dragen op aan de GGD: b. het houden van toezicht op de naleving b. het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang en van de Wet kinderopvang, bedoeld in kwaliteitseisen peuterspeelzalen, bedoeld artikel 1.61, eerste lid, van de Wet in artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, kinderopvang. eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Dit betreft een redactionele aanpassing aan de wijziging van de Wet kinderopvang. Deze was nog niet verwerkt in de gemeenschappelijke regeling van GGD NOG. Sinds 2018 zijn peuterspeelzalen omgevormd tot kinderdagverblijven (in de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk). Daarbij is ook de naam van de wet veranderd.

Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Artikel 5 Bevoegdheden, vierde lid 4. De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, Wet kinderopvang. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang.

Zie toelichting bij artikel 4.

-

Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten:

Uitgangspunten De gewijzigde Wgr schrijft voor dat de gemeenschappelijke regeling een bepaling bevat over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vooraf worden voorgelegd aan de gemeenteraden voor een zienswijze. De GR van de GGD is een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges. De GGD heeft uitvoerende en adviserende taken en bevoegdheden, waarvoor primair de colleges van B&W verantwoordelijk zijn. Bij de keuze van

3

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31. 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

besluiten waarover de raden er zienswijze kunnen uitbrengen, gaan wij ervan uit dat het moet gaan om besluiten die aansluiten bij kaderstellende rol van de raden. Onderwerpen zienswijzen Dit heeft geleid tot het voorstel voor de volgende besluiten: a. de meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de periodieke evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Ad a: Na de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van nieuwe colleges is het gebruikelijk dat het nieuwe GGD-bestuur een bestuursagenda voor de komende vier jaar vaststelt. Betrokkenheid van de gemeenteraden bij dit beleidsdocument ligt voor de hand en is ook al praktijk. Ad b: Het voorstel is eens per vier jaar een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling te houden. Zie het nieuwe artikel 31 en de toelichting hierop. Wij vinden betrokkenheid van raden bij de periodieke evaluatie wenselijk. Dan kunnen de raden o.a. beoordelen of zij voldoende grip op de GR hebben. De Wgr schrijft voor dat het dagelijks bestuur vóór 30 april de algemene financiële en

4

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging beleidsmatige kaders voor de begroting van het volgende jaar aan de raden zendt. De afgelopen jaren hadden de raden de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Bij de Uitgangspuntenbrief 2024 is hiervan afgezien. In de praktijk ervaren veel gemeenten deze procedure als een herhaling van zetten met de – wettelijk verplichte – zienswijzenprocedure voor de programmabegroting. Wel is– anders dan voorheen – de uitgangspuntenbrief 2024 vóór toezending aan de raden besproken met het algemeen bestuur (AB) van de GGD. Wij wachten met belangstelling voorstellen van de gemeenteraden af over bij welke besluiten zij verder betrokken willen worden door het geven van een zienswijze. Procedure zienswijzen De gekozen procedure in de leden 3, 4 en 5 sluit aan bij de (wettelijk verplichte) zienswijzeprocedure bij de begroting. Een eenduidige aanpak van zienswijzen voorkomt onduidelijkheden. Verder vinden wij het belangrijk dat het algemeen bestuur, met de verantwoordelijke wethouders van de 22 deelnemende gemeenten, zich heeft uitgesproken over het ontwerpbesluit. Daarom kiezen wij ervoor dat het algemeen bestuur beslist over het in gang zetten van een zienswijzeprocedure. De raden worden tijdig geraadpleegd, voorafgaand aan de

5

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging besluitvorming in het algemeen bestuur, zodat de zienswijzen van invloed kunnen zijn op het besluit. Verplichte onderwerpen voor zienswijzen De Wgr en de huidige GR stellen een zienswijzeprocedure al verplicht bij het vaststellen van de begroting of het wijzigen van inwonerbijdrage in de begroting. Hiernaar verwijst het eerste zinsdeel van het eerste lid. Verder kan de raad een zienswijze bij het college inbrengen bij het aangaan of wijzigen van de GR door de colleges (vervolgens is ook toestemming van de raad vereist). Wensen en bedenkingen Verder schrijft de Wgr voor dat het bestuur van de GR de raad vooraf de mogelijkheid biedt om wensen en bedenkingen in te brengen bij bepaalde besluiten. Dit betreft de oprichting van en de deelneming in stichtingen, verenigingen e.d., de instelling van bestuurscommissies en het reglement van de gemeenschappelijke adviescommissie met raadsleden.

-

Artikel 7b Participatie Uitgangspunten Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de In de gemeenschappelijke regeling moet worden gemeenten en belanghebbenden te betrekken opgenomen op welke wijze burgers en bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. De

6

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGDbestuur; b. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; d. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevredenheid over de dienstverlening te onderzoeken.

gewijzigde Wgr laat geen ruimte om hier geen toepassing aan te geven.

7

De GGD heeft uitvoerende en adviserende taken, waarvoor primair de colleges van B&W verantwoordelijk zijn. Aan de GGD zijn geen beleidsbepalende taken en bevoegdheden opgedragen. Daarom zien wij beperkte ruimte voor participatie bij GGD-beleid. Dit hoort bij de gemeenten te blijven. Als het gaat om onderwerpen waarbij de GGD een rol heeft in de uitvoering of advisering, dan kan dit onderwerp zijn van de participatie die de gemeente organiseert. Mogelijke voorbeelden zijn gezondheidsbeleid (waarbij advies, regie en uitvoering bij de GGD kan liggen), omgevingsbeleid (GGD-advisering over gezonde leefomgeving) of jeugdbeleid (advies en onderzoek over gezondheid jeugd en uitvoering jeugdgezondheid voor 4-18-jarigen). Onderwerpen en wijze participatie Gegeven de beperkte ruimte voor participatie doen wij het volgende voorstel:  inwoners en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur Dit is het recht van petitie, dat ook grondwettelijk is gewaarborgd;  inwoners en belanghebbenden hebben spreekrecht in openbare vergaderingen van het algemeen bestuur van de GGD. Dit is

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

overigens nu al geregeld in het Reglement van Orde van het AB GGD NOG. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten (digitaal) ter inzage. Dit betreft in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd. Ook de Wet open overheid geeft regels voor (actieve) openbaarmaking overigens. de GGD voert peilingen uit onder cliënten, inwoners en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevreden over de dienstverlening te onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld door het GGD-panel, waarbij inwoners van de regio Noord- en OostGelderland die enkele keren per jaar online vragen over gezondheid en GGD beantwoorden. Ook houdt de GGD klanttevredenheidsonderzoeken, als onderdeel van het kwaliteitsbeleid.

Ook hier geldt dat de raden hun opvattingen kunnen inbrengen. Wij wachten voorstellen met belangstelling af.

8

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 30, 31, 56 en 59 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9 Werkwijze, derde lid 3. De artikelen 28, eerste tot en met vierde lid, 30, 31, 53, 54, 56, 59 en 60 van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de vergaderingen van het dagelijks bestuur van overeenkomstige toepassing.

Dit is een technische correctie. Het artikel over de werkwijze van het dagelijks bestuur verwijst naar artikelen in de Gemeentewet over de werkwijze van de colleges van B&W. De verwijzing was niet actueel en volledig, zodat de verwijzing is aangepast. Het gaat om bepalingen over stemmingen, vergaderingen en besluitenlijsten.

-

Artikel 13a Gemeenschappelijke adviescommissie Het algemeen bestuur stelt op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in, overeenkomstig artikel 24a van de wet. Deze commissie kan het algemeen bestuur van advies voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling voorbereiden of de raden van advies voorzien.

Een nieuw instrument om de invloed van gemeenteraden te vergroten is de regionale raadsadviescommissie. Alle raden moeten instemmen met de instelling van de raadsadviescommissie, maar als ze dat doen, dan móet het algemeen bestuur ook tot instelling over gaan. Doelstelling van de raadsadviescommissie is om raden met elkaar te laten overleggen. Het is niet bedoeling om de rol van de gemeenteraden over te nemen of om tot besluitvorming te komen. Een commissie kan formeel niet voor meer dan één gemeenschappelijke regeling werken. De Wgr maakt de instelling van een raadsadviescommissie altijd mogelijk, zodat hiervoor strikt genomen geen bepaling in de gemeenschappelijke regeling nodig is. Wij stellen voor dit toch te doen, zodat in de regeling een volledig overzicht staat van alle (mogelijke) organen van de gemeenschappelijke regeling GGD NOG. In de regio Noord- en Oost-Gelderland hebben o.a. de raden van de gemeenten Apeldoorn,

9

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging Brummen, Ermelo en Lochem de mogelijkheid van raadsadviescommissies besproken. Het is aan de raden om hierover te beslissen. Wij wachten voorstellen met belangstelling gaf.

Artikel 15 Bestuur GGD - colleges en raden 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges en de raden alle gevraagde inlichtingen die door een of meer van die colleges of raden, of een of meer leden hiervan, worden verlangd. 2. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de colleges en de raden ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen respectievelijk dagelijks bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

Artikel 15 Inlichtingen en verantwoording algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 2. Het algemeen bestuur verstrekt de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, ten minste door: a. het toezenden aan de raden van verslagen en besluitenlijsten van vergaderingen van het algemeen bestuur; b. het informeren van de raden over de wijze waarop het bestuur uitvoering geeft aan de openbaarmaking van informatie als bedoeld in de Wet open overheid. 3. Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten schriftelijk de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college en de raad van zijn gemeente de door een of meer leden van die organen gevraagde inlichtingen. De inlichtingen

10

Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad. De gewijzigde Wgr scherpt de informatieplicht aan. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. De nieuwe tekst van art. 15 en 16 is gebaseerd op de model-bepalingen die juristen van de veiligheidsregio’s hebben opgesteld. Deze bepalingen zijn duidelijker geformuleerd en zijn toegespitst op de aangescherpte actieve informatieplicht. Artikel 15 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het algemeen bestuur en zijn leden. De informatie- en verantwoordingslijnen zijn:  algemeen bestuur  informatie naar raden: actief en desgevraagd (eerste, tweede en derde lid)

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

kunnen schriftelijk of mondeling worden  lid algemeen bestuur (wethouder)  college gegeven. en raad (vierde lid) 5. Een lid van het algemeen bestuur is  lid algemeen bestuur  verantwoording aan verantwoording verschuldigd aan de raad en raad en college (vijfde lid) het college van zijn gemeente over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde In het tweede lid wordt invulling gegeven aan de beleid. plicht tot actieve informatieverstrekking. Dit is een eis op basis van artikel 17, lid 3 Wgr nieuw. Hierbij wordt de huidige praktijk van toezending van (concept)verslagen van het algemeen bestuur in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. Daarnaast wordt verwezen naar de openbaarmaking op grond van de Wet open overheid. Raadsleden kunnen hun voordeel doen met informatie die het GGD-bestuur actief moet verstrekken op basis van de Wet open overheid. Graag horen wij ook de opvattingen van de raden en colleges over de uitwerking van de informatieen verantwoordingsplicht. Artikel 16 Leden algemeen bestuur - colleges en raden 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college en de raad van zijn gemeente alle inlichtingen die door het college respectievelijk de raad, of door één of meer leden daarvan, worden verlangd. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.

Artikel 16 Inlichtingen en verantwoording dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 11

Zie ook de toelichting bij art. 15. Artikel 16 gaat over de informatie- en verantwoordingplicht van het dagelijks bestuur en zijn leden. De informatieen verantwoordingslijnen zijn:  dagelijks bestuur  informatie naar algemeen bestuur actief (eerste lid)  dagelijks bestuur en de leden afzonderlijk  verantwoording aan algemeen bestuur (tweede lid).

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

2. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college en de raad van zijn gemeente voor het door hem in dat bestuur gevoerde en te voeren bestuur en beleid. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.

3. Het dagelijks bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 4. Het dagelijks bestuur geeft schriftelijk de door een of meer leden van de raden gevraagde inlichtingen.

Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 21 Begroting, zesde lid 6. Artikel 35, eerste, derde en vierde lid, van de wet zijn niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, waarbij a. geen verandering wordt gebracht in de bijdrage, bedoeld in het tweede lid of in de bijdrage, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, en b. geen verandering wordt gebracht in de omvang van de algemene reserve.

Technische correctie Ten eerste betreft dit een technische correctie (bij a.). Bij de herziening van de gemeenschappelijke regeling (GR) in 2016 is bij de taken die de colleges van B&W in de GR overdragen aan de GGD onderscheid gemaakt tussen: - A-taken: de wettelijke verplichte GGD-taken en - B-taken: niet wettelijk verplichte GGD-taken (met name jeugdgezondheidszorg). Dit onderscheid is indertijd wel verwerkt in de bepaling over de begroting (art. 21), behalve in het zesde lid. Dit lid regelt welke

12

dagelijks bestuur  informatie naar raden: actief en desgevraagd (derde en vierde lid)

De Wgr schrijft in enkele gevallen voor dat het dagelijks bestuur de raden rechtstreeks, dus niet langs de gebruikelijke weg via de colleges, informeert over (zie 34b en 35 Wgr):  de ontwerpbegroting (of ontwerpwijziging van de begroting)  oordeel over de ingediende zienswijzen over de begroting en zo nodig over vaststelling van de begroting  (voorlopige) jaarrekening  de (jaarlijkse) algemene financiële en beleidsmatige kaders.

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging begrotingswijziging voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Met de correctie is duidelijk dat wijzigingen van de inwonerbijdrage voor beide soorten taken voor een zienswijze aan de gemeenteraden worden voorgelegd. Afstemming GR VNOG Ten tweede wordt in dit artikel een bepaling van de Veiligheidsregio NOG overgenomen (bij b.). Toegevoegd wordt dat de raden ook om een zienswijze wordt gevraagd over begrotingswijzigingen die invloed hebben op de algemene reserve. Hiermee wordt de positie van de raden bij dit soort besluiten versterkt.

Artikel 25 Uittreding 1. Het college dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges. 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de GGD. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. De kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de

Artikel 25 Uittreding Uitgangspunten 1. Het college dat voornemens is uit te treden, De gewijzigde Wgr bepaalt dat bij mogelijke maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. uittreding uit een gemeenschappelijke regeling Het algemeen bestuur zendt het voornemen niet langer kan worden volstaan met de afspraak onverwijld door aan de overige colleges. dat het (algemeen) bestuur de 2. Het algemeen bestuur stelt een voorstel op uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan voor de financiële, personele en overige moeten de voorwaarden waaronder kan worden gevolgen van de voorgenomen uittreding uitgetreden in de GR vastliggen. In ieder geval voor de GGD. Daarbij gelden de volgende afspraken moeten worden gemaakt over de uitgangspunten: gevolgen voor het vermogen voor de a. de uittredende gemeente draagt de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht kosten die het rechtstreekse gevolg zijn aan afspraken over personeel, contracten, van de uittreding en de overige huisvesting en investeringen. Bij uittreding gemeenten ondervinden geen financieel worden de gemeenteraden betrokken via een nadeel van de uittreding; zienwijzenprocedure en toestemming.

13

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

financiële, personele en overige gevolgen komen voor rekening van het college dat voornemens is uit te treden. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

b. de gemeente die voornemens is uit te treden draagt de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding; c. het algemeen bestuur onderscheidt in het voorstel voor de gevolgen van de voorgenomen uittreding de volgende kostensoorten: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden); • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • aandeel in de reserves en voorzieningen. 3. Het college dat voornemens is uit te treden neemt op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig

14

Toelichting 7e wijziging Verplichte samenwerking voor GGD in regio De Wet publieke gezondheid (Wpg) verplicht de colleges van B&W om een gemeenschappelijke regeling te treffen voor de GGD (gemeentelijke gezondheidsdienst). Dit moetende colleges doen in de regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), zoals de regio Noord- en Oost-Gelderland. Dit houdt in, dat een gemeente alleen kan uittreden als de regering indeling van de veiligheidsregio’s wijzigt. Aanvulling van de bepalingen De huidige bepalingen bieden al behoorlijke aanknopingspunten voor afspraken over eventuele uittreding. Het tweede lid is aangevuld met enkele inhoudelijke uitgangspunten voor de uitwerken afspraken bij uittreding. Met name zijn de betreffende kosten nader aangeduid. Bij het opstellen van deze bepaling is gebruik gemaakt van het advies van bureau Lysias uit 2016 over het terugnemen van de uitvoering van jeugdgezondheid door de gemeente Apeldoorn. Hoewel het hierbij niet om uittreding gaat, is de problematiek vergelijkbaar. Redactionele aanpassing lid 3 In het derde lid wordt de verwijzing naar artikel 1 van de Wgr aangevuld met de nieuwe bepalingen in artikel 1 Wgr. Deze gaan over het voorleggen om een zienswijze van gemeenschappelijke

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Artikel 31 Overgangsbepaling In afwijking van artikel 4, derde lid, kan een college direct na inwerkingtreding van deze regeling een verzoek als bedoeld in artikel 4, derde lid, doen, dat in werking kan treden op 1 januari 2017, als het besluit, bedoeld in artikel 4, achtste lid, uiterlijk op 1 oktober 2016 is genomen.

-

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een vol kalenderjaar. 4. De gevolgen van de uittreding worden, op basis van het voorstel, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld door de colleges. Voor het tot stand komen van een besluit hierover is de meerderheid vereist van ten minste twee derde van de colleges die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

regelingen die de colleges van B&W willen treffen of wijzigen.

Artikel 31 Overgangsbepaling Vervallen.

Artikel 31 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat ten minste eenmaal per vier jaar een evaluatie van deze regeling plaatsvindt.

15

Aanvullende informatie Artikel 25 gaat over volledige uittreding van een gemeente, wat zoals gezegd alleen aan de orde is als de indeling in veiligheids- en GGD-regio’s wordt gewijzigd. Daarnaast staan in de GR GGD NOG aparte bepalingen voor het beëindigen of terugnemen van niet-wettelijk verplichte taken van de GGD (zie art. 4 GR GGD NOG).

Deze overgangsbepaling is in 2016 opgenomen om het “terugnemen” van de taak jeugdgezondheidszorg voor 4-18-jarigen door de gemeente Apeldoorn mogelijk te maken per 1-12017. Anders had dit pas een jaar later gekund (zie art. 4, derde lid, GR). De besluitvorming is in 2016 afgerond en de GGD heeft de uitvoering van de taak per 1-1-2017 overdragen aan de gemeente Apeldoorn. De bepaling kan daarom vervallen. De gewijzigde Wgr verplicht tot het maken van afspraken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De bepaling hierover komt in plaats van de vervallen overgangsbepaling in art. 31.

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

2. De evaluatie richt zich op de inhoud van de regeling zelf en op de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen.

Evaluatie vindt uiteraard voortdurend plaats in vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en in de rechtstreekse contacten tussen gemeenten en GGD op verschillende niveaus. Het kan meerwaarde hebben om in een periodieke evaluatie bewust stil te staan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. In de nieuwe bepaling is opgenomen dat dit ten minste een keer in elke bestuursperiode gebeurt. De evaluatie kan tegen het einde van de bestuursperiode plaatsvinden, zodat de ervaringen kunnen worden doorgegeven voor de volgende bestuursperiode. Het kan echter ook aan het begin van bestuursperiode, in combinatie met de bestuursagenda (meerjarig beleidskader) dat het nieuwe GGD-bestuur gewoonlijk aan het begin van de bestuursperiode opstelt. In het nieuwe artikel 7a is opgenomen dat de evaluatie wordt voorgelegd aan de raden voor een zienswijze. Als de evaluatie aan het begin van de bestuursperiode plaatsvindt, dan kunnen de zienswijzeprocedures voor de evaluatie en de bestuursagenda worden gecombineerd. Graag horen wij ook de opvattingen van de raden en colleges over de evaluatie van de GR.

16

Bestaande tekst t/m 6e wijziging Te vervallen cursief

Nieuwe tekst 7e wijziging Te wijzigen vet

Toelichting 7e wijziging

Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016".

Artikel 33 Citeertitel De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland".

Uit oogpunt van regelgevingstechniek heeft het de voorkeur het jaartal weg te laten. Het gaat immers om een GR die de colleges voor onbepaalde tijd zijn aangegaan.

17

CONCEPT-volledige gewijzigde tekst Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 (GR GGD NOG — 7e wijziging) Intitulé Gemeenschappelijke regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016 (GR GGD NOG — 76e wijziging) Burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn maken overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend dat het algemeen bestuur van GGD Noord- en Oost-Gelderland in zijn vergadering van …. …………….. 2023/2024 heeft vastgesteld dat alle colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten (Aalten, Apeldoorn, Berkelland, Bronckhorst, Brummen, Doetinchem, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Lochem, Montferland, Nunspeet, Oldebroek, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Putten, Voorst, Winterswijk en Zutphen) hebben besloten tot de zevende wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD Noord- en Oost-Gelderland 2016. Hiermee is conform artikel 37, derde lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Noord- en Oost-Gelderland 2016 deze zevende wijziging tot stand gekomen. De gemeenschappelijke regeling inclusief de wijzigingen luidt als volgt:

Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: • • • • • •

colleges: de colleges van burgemeester en wethouders die aan deze regeling deelnemen; directeur: de directeur publieke gezondheid, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid; gemeenten: de gemeenten waarvan het college deelneemt aan deze regeling; GGD: het openbaar lichaamde Gemeentelijke Gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 2 van deze regeling; Veiligheidsregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 2, van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, en wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2 Openbaar lichaam 1.

Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeentelijke Gezondheidsdienst Noord- en Oost-Gelderland.

2.

Het openbaar lichaam is gevestigd te Apeldoorn.

1

Hoofdstuk II Belangen, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belangen De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de belangen van de gemeenten op het terrein van: a.

de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, en

b.

maatschappelijke zorg en welzijn.

Artikel 4 Taken 1.

De colleges dragen op aan de GGD: a.

de uitvoering van de taken genoemd in de artikelen 2, tweede lid, onder a tot en met g, 5, tweede lid, onder e, 5a en 6, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, en

b.

het houden van toezicht op de naleving van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, bedoeld in artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

2.

De colleges dragen op aan de GGD de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, onder h en 5, eerste en tweede lid, onder a tot en met d, van de Wet publieke gezondheid, alsmede de uitvoering van het vaccinatieprogramma, bedoeld in artikel 6b, derde lid, van de Wet publieke gezondheid.

3.

Een college kan het algemeen bestuur verzoeken de taken, bedoeld in het tweede lid, of onderdelen daarvan, voor hem niet uit te voeren. Een college kan een verzoek als bedoeld in de vorige volzin één keer per twee jaar indienen en voor het eerst in 2017.

4.

Het terugnemen van enige taak, als bedoeld in het derde lid, geschiedt per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste één kalenderjaar.

5.

Het college dat het verzoek, bedoeld in het derde lid, doet, geeft opdracht tot het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de financiële, personele en overige gevolgen. De formulering van de onderzoeksopdracht en de keuze van de onderzoeker komen tot stand in overeenstemming met het dagelijks bestuur. De kosten van het uitvoeren van het onderzoek komen voor rekening van het college dat het verzoek, bedoeld in het derde lid, doet.

6.

Het algemeen bestuur neemt op basis van het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, een besluit over het afhandelen van de financiële, personele en overige gevolgen van het verzoek, bedoeld in het derde lid, voor de GGD. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de betrokken gemeente de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van honorering van het verzoek, bedoeld in het derde lid, en dat de overige gemeenten hiervan geen financieel nadeel ondervinden.

7.

Het algemeen bestuur neemt het besluit, bedoeld in het zesde lid, met een meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

8.

Het college dat een verzoek als bedoeld in het derde lid heeft gedaan, neemt na het besluit van het algemeen bestuur, bedoeld in het zesde lid, een definitief besluit.

2

9.

De GGD kan diensten, anders dan die bedoeld in het eerste en tweede lid, verlenen aan een of meer gemeenten, als deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur daartoe besluit.

10.

Het algemeen bestuur kan een modeldienstverleningsovereenkomst vaststellen voor dienstverlening, als bedoeld in het negende lid. In deze modelovereenkomst wordt in elk geval geregeld: a.

de diensten en prestaties die de GGD levert;

b.

de kosten die de GGD daarvoor in rekening brengt;

c.

de voorwaarden voor de uitvoering van de opgedragen taken, en

d.

de wijze van beëindiging van de dienstverleningsovereenkomst.

11. Bij het verlenen van diensten aan derden wordt in acht genomen dat te allen tijde het merendeel van de diensten wordt verleend aan de gemeenten.

Artikel 5 Bevoegdheden 1.

Ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, dragen de colleges hun bevoegdheden, genoemd in de wetten genoemd in artikel 4, eerste en tweede lid, over aan het bestuur van de GGD.

2.

Onderdeel van een verzoek als bedoeld in artikel 4, derde lid, en een besluit als bedoeld in artikel 4, achtste lid, is de wijziging in de overgedragen bevoegdheden voor de taken die de gemeente niet meer door de GGD wil laten uitvoeren. De regeling hoeft hiervoor niet te worden gewijzigd.

3.

Ten behoeve van de taken, bedoeld in artikel 4, negende lid, kan overdracht van bevoegdheden plaatsvinden op voorstel van het betreffende college, zonder dat hiervoor de regeling hoeft te worden gewijzigd.

4.

De directeur is toezichthouder in de zin van artikel 1.61, eerste lid, en artikel 2.19, eerste lid, Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Aan de directeur komen de bevoegdheden als toezichthouder toe, genoemd in de Algemene wet bestuursrecht en de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

5.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, als bedoeld in artikel 31a van de wet.

6.

Het algemeen bestuur neemt het besluit, bedoeld in het vijfde lid, met een meerderheid van ten minste twee derde van de leden van het algemeen bestuur die samen ten minste twee derde van het aantal in het algemeen bestuur uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.

Hoofdstuk III Het Algemeen Bestuur Artikel 6 Samenstelling en vervanging 1.

Elk college wijst uit zijn midden één lid, te weten de portefeuillehouder die is belast met de gemeentelijke portefeuille volksgezondheid, aan voor het algemeen bestuur.

3

2.

De colleges kunnen uit hun midden één plaatsvervangend lid aanwijzen dat het lid, bedoeld in het eerste lid, bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

Artikel 7 Stemmen

1.

Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, worden besluiten van het algemeen bestuur genomen met gewone meerderheid van stemmen.

2.

Het aantal stemmen dat elk lid van het algemeen bestuur kan uitbrengen, bedraagt één stem per 10.000 inwoners van de gemeenten of gedeelte daarvan.

3.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het aantal inwoners van een gemeente vastgesteld op de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het betreffende jaar.

Artikel 7a Zienswijzen 1. Onverminderd de gelegenheid om een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35 van de wet en met inachtneming van artikel 21, zesde lid van deze regeling, stelt het algemeen bestuur de raden van de gemeenten in de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur een zienswijze naar voren te brengen voorafgaand aan het nemen van een van de volgende besluiten: a. de vaststelling van meerjarige financiële en beleidsmatige kaders; b. de vaststelling van een evaluatie bedoeld in artikel 31. 2. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbesluit twaalf weken voordat het aan het algemeen bestuur ter vaststelling wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij het ontwerpbesluit, zoals dit aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van het besluit schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 7b Participatie Aan de mogelijkheid om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, genoemd in artikel 10, zevende lid, van de wet, wordt in ieder geval toepassing gegeven op de volgende wijzen: a. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen een verzoekschrift indienen bij het GGD-bestuur; b. ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden kunnen in een openbare vergadering van het algemeen bestuur het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn; c. het dagelijks bestuur legt beleidsdocumenten ter inzage, in ieder geval de ontwerpbesluiten die voor een zienswijze aan de raden worden voorgelegd; a. het dagelijks bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen onder ingezetenen van de deelnemende gemeenten, cliënten van de GGD en belanghebbenden, om de behoefte aan en de tevredenheid over de dienstverlening te onderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12792222/1