CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A6 - VNG - Lbr. 21041 - VNG Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw)

Besluitvormende raadsvergadering 2 september 2021, gemeente BrummenBij agendapunt: Ingekomen en te verzenden (hamerstuk)11.076 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gearchiveerd: donderdag 27 mei 2021 10:08:06 Van: VNG Verzonden: woensdag 26 mei 2021 16:43:46 Aan: Gemeente Brummen Onderwerp: Lbr. 21/041 - VNG Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw) Precisie: Normaal

Lees online

| Afmelden

Lbr. 21/041 - VNG Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw) 26 mei 2021

Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de Model Verordening nadeelcompensatie. Deze is nieuw. De overheid kan rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Binnenkort zullen (naar verwachting) twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie inwerking treden. Hiervoor heeft de VNG een modelverordening opgesteld. Deze komt in de plaats van de huidige Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. De Model Verordening nadeelcompensatie is niet alleen voor planschade, maar ook voor nadeelcompensatie. Volledige brief en bijlagen

Contact Postbus 30435 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 info@vng.nl

Afmelden Gegevens wijzigen Reageren

Dit bericht is verzonden door VNG in opdracht van: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

vng.nl

Aan de leden

Datum

26 mei 2021 Kenmerk

Lbr.21/041 TLE/U202100451 Telefoonnummer

070-373 83 93 Bijlage(n)

4

Onderwerp

VNG Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw)

Geachte leden van college en gemeenteraad, Hierbij ontvangt u de Model Verordening nadeelcompensatie. Deze is nieuw. De overheid kan rechtmatig handelen en toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Het gaat dus om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, en om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Binnenkort zullen (naar verwachting) twee nieuwe wettelijke regelingen voor nadeelcompensatie inwerking treden. Hiervoor heeft de VNG een modelverordening opgesteld. Deze komt in de plaats van de huidige Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. De Model Verordening nadeelcompensatie is niet alleen voor planschade, maar ook voor nadeelcompensatie. Uw huidige verordeningen planschade en nadeelcompensatie kunnen worden ingetrokken. De verordeningen kunnen vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van (plan)schadeverzoeken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl

U202100451

PROD

1. Wettelijke kaders Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. De regeling heeft betrekking op schade die een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak veroorzaakt. Het doel van de nieuwe regeling is om te komen tot meer eenduidigheid en overzichtelijkheid in het nadeelcompensatierecht. Hiernaast is de verwachting dat in 2022 ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking zal treden. De Ow bevat een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling die enkele aanvullende regels op de Awb bevat (afdeling 15.1 van de Ow). Aanvullende regels bij verordening, niet verplicht Deze wettelijke regelingen (titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow) zijn grotendeels uitputtend bedoeld. Ze bevatten al veel regels voor de afwikkeling van aanvragen om schadevergoeding, zoals beslistermijnen en de het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Slechts over enkele onderwerpen is het mogelijk om aanvullend regels op te nemen in een gemeentelijke verordening.

Met het vaststellen van bijgaande modelverordening implementeert u beide wettelijke regelingen en geeft u invulling aan een van de door de VNG geformuleerde ‘Minimale acties Omgevingswet’ voor de implementatie van de Ow. Het vaststellen van een Verordening nadeelcompensatie is niet verplicht, zoals dat bij een Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade wel het geval was. De VNG adviseert echter wel om een Verordening nadeelcompensatie vast te stellen. Zonder deze verordening kan een gemeente bijvoorbeeld geen recht heffen. Door de Verordening nadeelcompensatie ontstaan geen nieuwe administratieve lasten. 2. Totstandkoming van de modelverordening De Model Verordening nadeelcompensatie is tot stand gekomen in samenwerking met een klankbordgroep van vertegenwoordigers van gemeenten, rijk, wetenschap en bedrijfsleven. 3. Handreiking Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt een handreiking nadeelcompensatie. Hierin wordt uitgebreid ingegaan op de nieuwe wetgeving, schadeoorzaken, schade, aanvragen om schadevergoeding, verhalen van schadevergoeding, rechtsbescherming, procedures enzovoort. Deze handreiking wordt halverwege 2021 verwacht. 4.

Bijlagen Deze ledenbrief bevat vier bijlagen: Bijlage 1 - Gemeentelijke praktijk nadeelcompensatie: informatie over de verhouding tussen de regeling in de Awb en de regeling in de Ow. Bijlage 2 - Model Verordening nadeelcompensatie. Bijlage 3 - Tekst van de Model Verordening nadeelcompensatie: opgemaakt in Word 2.0-format (DROP) voor publicatie, zonder toelichting. Bijlage 4 - Implementatiehandleiding: nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de verordening.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

5. Informatie De geconsolideerde teksten van de VNG modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Inhoudelijke vragen en vragen over de modelverordening kunt u terecht bij het Informatiecentrum van de VNG (070-373 8393 of e-mail: info@vng.nl). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Bijlage 1 - Gemeentelijke praktijk nadeelcompensatie

1. Algemeen De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat. Ook het inperken van rechten kan tot nadeelcompensatie leiden. Of denk aan werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Verordeningen nadeelcompensatie werden soms al gebruikt bij grote projecten, zoals de aanleg van een metrolijn of doorgaande weg door stedelijk gebied. Het gaat dus niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Bij planschade gaat het om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel. 2. Context wetgeving 2.1 Algemene wet bestuursrecht Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) voorziet in een algemene regeling over de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. In deze titel staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.

Zo bevat de regeling in de Awb procedureregels voor het afhandelen van die aanvragen (zoals beslistermijnen). Ook zijn regels opgenomen over de maximale hoogte van het te heffen recht voor het in behandeling nemen van een aanvraag. Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, (in zijn geheel) te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Dit in tegenstelling tot onrechtmatig handelen, waarbij uitgangspunt wel vergoeding van de volledige schade is. Onrechtmatig handelen bij overheidsoptreden is geregeld in het Burgerlijk Wetboek en elders in de Awb. Het doel van titel 4.5 van de Awb is om te komen tot eenduidigheid en overzichtelijkheid van het nadeelcompensatierecht. Het vervangt afzonderlijke regelingen.

Tegelijkertijd worden hiermee alle geschillen over rechtmatig overheidsoptreden geconcentreerd bij één rechter, namelijk de bestuursrechter. Titel 4.5 van de Awb treedt naar verwachting in 2022 in werking. 2.2 Omgevingswet 2.2.1 Afdeling 15.1 van de Ow In 2022 treedt naar verwachting ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de algemene regeling uit de Awb (afdeling 15.1 van de Ow). 2.2.2 Beperking van de schadeoorzaken en voorrang van de Ow t.o.v. de Awb Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Ten opzichte van titel 4.5 van de Awb bevat de reikwijdte van afdeling 15.1 van de Ow een nadere afbakening van schadeoorzaken. Artikel 4:126, eerste lid, van de Awb bepaalt dat op grond van elk handelen door de overheid in het kader van een rechtmatige uitoefening van een haar toegekende taak of bevoegdheid om schadevergoeding kan worden verzocht. De regeling in de Awb biedt daarmee een brede grondslag voor aanvragen om nadeelcompensatie. Die brede grondslag wordt in de Ow beperkt. De afbakening van schadeoorzaken in artikel 15.1 van de Ow is ten opzichte van titel 4.5 van de Awb limitatief en exclusief. Dat betekent dat als een schadeoorzaak niet in dat artikel is opgenomen, niet alsnog langs de weg van de Awb om schadevergoeding kan worden gevraagd. De regels over nadeelcompensatie in de Ow hebben zo voorrang op de regels in de Awb. Nadeelcompensatie binnen de Ow gaat over besluiten of maatregelen die rechtstreeks: • •

werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving.

Schadeoorzaken zijn bijvoorbeeld: • •

een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan, of een regel in het omgevingsplan. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten.

Omgevingsvisies, programma’s en instructieregels zijn bijvoorbeeld geen schadeoorzaken. Deze instrumenten hebben geen rechtstreekse rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven. Er is pas sprake van schadeoorzaak, als een omgevingsvisie en een instructieregel het beleid of de instructieregel omzet in rechten en verplichtingen voor burgers. 2.2.3 Doorschuiven van het moment van overheidsaansprakelijkheid Het moment van de overheidsaansprakelijkheid verschuift naar de start van een vergunningvrije activiteit of naar de vergunning. Daarbij wordt uitgegaan van de mededeling van het besluit tot het verlenen of wijzigen van de omgevingsvergunning (artikel 15.3 van de Ow). Soms ontstaat al schade door de aankondiging van een toekomstig besluit. De schade in de periode totdat het besluit is genomen, wordt schaduwschade genoemd. Dat is het negatieve effect op de waarde van onroerende zaken door de voorbereiding van een besluit of activiteit. De Ow vindt dit een normaal maatschappelijk risico, dat iedere eigenaar zelf moet dragen. De regeling nadeelcompensatie uit afdeling 15.1 van de Ow voorziet niet in vergoeding van deze schaduwschade.

2.2.4 Overige specifieke regelingen in het omgevingsrecht Naast bovengenoemde afbakening is in afdeling 15.1 van de Ow nog een aantal aanvullende keuzes voor nadeelcompensatie gemaakt, zoals: • Schade die niet voor vergoeding in aanmerking komt, zoals verlies van woongenot (artikel 15.2 van de Ow); • Specifieke regelingen voor het bepalen van de schade, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen situaties waarbij een omgevingsvergunning is vereist en situaties waarbij geen omgevingsvergunning is vereist (artikelen 15.3 en 15.4 van de Ow); • Specifieke regels over actieve en passieve risicoaanvaarding (artikelen 15.5 en 15.6 van de Ow); • Een specifieke regeling voor het bepalen van het nmr voor indirecte schade die bestaat uit de waardevermindering van een onroerende zaak. Vier procent van de waarde van de onroerende zaak wordt aangemerkt als behorend tot het nmr (artikel 15.7 van de Ow).

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

• •

Specifieke regels voor het bepalen van het bevoegd gezag voor het behandelen van aanvragen om schadevergoeding (artikel 15.8 van de Ow); Delegatiegrondslagen voor het stellen van nadere regels (artikelen 15.9 en 15.10 van de Ow).

2.3 Reikwijdte Model Verordening nadeelcompensatie De Model Verordening nadeelcompensatie beperkt zich tot nadeelcompensatie op grond van titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. De keuze kan worden gemaakt of de modelverordening betrekking heeft op specifieke regelingen, zoals schadevergoeding vanwege kabels en leidingen. In de Ow zijn ook regelingen voor andere soorten schade opgenomen, namelijk: • schade bij gedoogplichten (afdeling 15.2 van de Ow); • schadeloosstelling bij onteigening (afdeling 15.3 van de Ow); • schadevergoeding bij voorkeursrecht (afdeling 15.4 van de Ow); • tegemoetkoming schade door in het wild levende dieren (afdeling 15.5 van de Ow). De Model Verordening nadeelcompensatie heeft geen betrekking op schade die onder een of meer van die regelingen valt. 3. Gemeentelijk beleid: manier van vastleggen bepaalt financieel risico voor nadeelcompensatie Gemeenten hebben twee keuzes, als het gaat om de manier waarop ze beleid voor de fysieke leefomgeving vastleggen. Binnen het domein van de fysieke leefomgeving was het de gewoonte om losse sectorale beleidsnota’s te maken (keuze 1). Met de invoering van de Ow kan dit beleid onder de paraplu van de Ow worden gebracht via een omgevingsvisie of programma (keuze 2).

De keuze hoe je beleid vastlegt speelt onder meer bij de instrumenten uit het Klimaatakkoord, zoals de transitievisie warmte, waarin de gemeente een realistisch tijdspad vastlegt waarop wijken van het aardgas gaan. De keuze voor losse nota’s of voor een constructie volgens instrumenten van de Ow is in veel gevallen een lokale keuze. Bij die keuze speelt het aspect nadeelcompensatie een rol. 3.1 Beleid vastleggen volgens instrumenten Ow Als er namelijk voor wordt gekozen om het beleid vorm te geven via een omgevingsvisie of programma, dan wordt het beleid daarmee ook onder de nadeelcompensatieregeling van de Ow gebracht. Die regeling biedt ruimte voor getrapte besluitvorming. Voordeel daarvan is, dat geen aanvragen om schadevergoeding aan de orde komen gedurende de visiefase. Pas in de uitvoeringsfase, als er bijvoorbeeld sprake is van een omgevingsvergunning, hebben aanvragen om schadevergoeding kans van slagen. Het besluitvormingsproces voor het opstellen van beleid kan daardoor transparant en interactief plaatsvinden zonder kans op nadeelcompensatie. Leg je het beleid vast via een omgevingsvisie of programma, dan moet het beleid aan de (over het algemeen beperkte) inhoudelijke en procedurele vereisten voor het betreffende instrument voldoen en moet in het beleid worden opgenomen dat het (een onderdeel van) een omgevingsvisie of programma in de zin van de Ow is.

Beleid via de Ow geeft minder risico op nadeelcompensatie dan via de autonome bevoegdheid met losse sectorale beleidsnota’s. 3.2 Beleid vastleggen volgens autonome bevoegdheid Als gemeenten ervoor kiezen om het beleid vorm te geven via een autonome bevoegdheid in sectorale nota’s is iedere stap in het besluitvormingsproces een potentieel schadeveroorzakend besluit of handeling, op grond waarvan een aanvraag om schadevergoeding kan worden ingediend. In die zin stimuleert de nadeelcompensatieregeling van de Ow om minder losse sectorale beleidsnota’s te maken en meer in het instrumentarium van de Ow onder te brengen. Het financieel risico voor gemeenten is onder de Ow namelijk minder groot. Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

3.3 Opnemen Verordening nadeelcompensatie in omgevingsplan? In theorie is het ook mogelijk om de Verordening nadeelcompensatie op te nemen in het omgevingsplan. Wij adviseren echter om dat niet te doen. Ten eerste is de Verordening nadeelcompensatie breder dan het omgevingsrecht. Ten tweede zijn de schadeveroorzakende besluiten in de Ow breder dan het omgevingsplan. Het uitsluitend opnemen van een nadeelcompensatieregeling in het omgevingsplan zou dus niet voldoende zijn. Er is dan nog steeds een aparte regeling naast het omgevingsplan nodig voor de besluiten of maatregelen die buiten het omgevingsplan vallen. Een dergelijke oplossing via twee aparte regelingen is niet nodig. Immers, bij het opstellen van de Model Verordening nadeelcompensatie is gebleken dat het goed mogelijk is om een algemene regeling voor nadeelcompensatie vast te stellen die zowel betrekking heeft op het omgevingsrecht als overige rechtsgebieden. Tips Concluderend geeft de VNG gemeenten de volgende adviezen: 1. Leg beleid vast als onderdeel van een omgevingsvisie of programma en beperk daardoor het financieel risico op nadeelcompensatie. 2. Integreer de Verordening nadeelcompensatie niet in het omgevingsplan, maar in een algemene Verordening nadeelcompensatie. 4.

Implementatiekeuzes Naast de in de vorige paragrafen geschetste keuzemogelijkheden zijn er nog een aantal specifieke onderwerpen te benoemen waarover de gemeente bij het samenstellen van de verordening keuzes kan maken. Die keuzes worden in deze paragraaf beschreven. 4.1 Toepassingsbereik In de Model Verordening nadeelcompensatie bestaat de keuze aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is uit te zonderen. Dat kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering, wegopbrekingen of een specifiek project binnen de gemeente. Gemeenten hanteren regelmatig specifieke regelingen, bijvoorbeeld voor kabels en leidingen. Die regelingen kunnen bijvoorbeeld zijn vastgelegd in de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI), of in een separaat vastgestelde beleidsregel. Begin 2021 wordt er in opdracht van netbeheerders gewerkt aan een beleidsregel nadeelcompensatie kabels en leidingen, waarbij het Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen (GPKL) wordt betrokken. Als de gemeente geen aparte schaderegeling heeft kan ervoor worden gekozen om artikel 1, tweede lid, van de Model Verordening nadeelcompensatie niet over te nemen. Overigens zijn er ook gemeenten met privaatrechtelijke afspraken voor compensatie bij verleggingen van kabels en leidingen en riolering.

Die afspraken vallen onder de reikwijdte van titel 4.5 van de Awb. Er kan behoefte bestaan aan specifieke regelingen voor een of meer gemeentelijke projecten van publiek belang. Voorbeelden hiervan zijn regelingen voor een tramtunnel en parkeergarage (Den Haag, Groningen) of een tramverbinding (Amsterdam, Amstelveen). Het is niet wenselijk om de regels in de verordening te beperken tot één project. Wel is het denkbaar dat hiervoor nadere regels of beleidsregels worden vastgesteld. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een speciaal ingericht schadeloket, een vaste samenstelling van de adviescommissie, een specifieke inrichting van de ambtelijke ondersteuning, of specifieke regels voor het behandelen van aanvragen om voorschot (vgl. artikel 15.8 van de Ow). Ook bij complexere projecten waarbij meerdere overheden betrokken zijn, kan ervoor worden gekozen om één loket voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding in te richten (schadeloket). Daarbij kunnen bestuursorganen de bevoegdheid om te Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

beslissen op een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 15.8, derde lid, van de Ow, overdragen aan een ander, bijvoorbeeld het coördinerende, bestuursorgaan. Bij zo’n schadeloket kunnen vaak zowel aanvragen om schadevergoeding op grond van nadeelcompensatie als bouwschade worden ingediend. Het schadeloket zorgt ervoor dat de aanvraag bij de juiste behandelende instantie terecht komt. Uiteraard kunt u, afhankelijk van de bijzondere verordeningen die in uw gemeente van toepassing zijn en de behoefte en mogelijkheid om (bepalingen uit) die verordeningen te integreren in deze algemene verordening, overwegen om het tweede lid specifieker te maken, of te schrappen. 4.2 Adviescommissie Op grond van het huidig recht is het inschakelen van een adviseur verplicht bij het afhandelen van aanvragen om planschade (artikel 6.1.3.2 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro)). Ook is het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt verplicht (artikel 6.1.3.3 van het Bro). Onder het nieuwe recht gelden die verplichtingen niet meer. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om een adviseur te benoemen. Het heeft voor eenvoudige gevallen de voorkeur om aanvragen om schadevergoeding snel, en dus zonder adviescommissie, af te handelen.

Dit ook in verband met de kosten voor het instellen van de adviescommissie, in verhouding tot het uit te betalen bedrag (zie bijvoorbeeld paragraaf 7.4.5 van de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen). Het uitgangspunt dat bij het opstellen van deze modelverordening is gehanteerd is dan ook dat in het ambtelijk apparaat van burgemeester en wethouders deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Aanvragen om schadevergoeding worden door de gemeente afgehandeld. De gemeente beschikt, al dan niet op basis van inhuur of regionale bundeling (bijvoorbeeld via een regionaal servicepunt), over voldoende capaciteit en expertise om de aanvragen af te handelen. Bij inhuur kan eventueel gebruik worden gemaakt van een raamcontract. Per opdracht kan dan een ‘randomizer’ worden toegepast, waarmee uiteindelijk de deskundige wordt gekozen die de adviesopdracht op zich zal nemen. Zo kan na binnenkomst van een aanvraag snel worden gehandeld. De beslistermijn is in dit scenario acht weken. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste acht weken worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb).

In de modelverordening wordt er daarom van uitgegaan dat alleen extra deskundigheid wordt ingeschakeld voor zover dat naar het oordeel van het bestuursorgaan noodzakelijk is om op de aanvraag te beslissen. Dan wordt via een adviseur deskundigheid betrokken bij de behandeling van een aanvraag. De manier waarop die deskundigheid bij de afhandeling van de aanvraag wordt betrokken kan afhankelijk zijn van het type aanvraag om schadevergoeding. In het huidig recht wordt de planschadedeskundige automatisch gevraagd over de hele aanvraag te adviseren, terwijl de specifieke deskundigheid met name ligt bij de taxatiemethode bij planschade (taxatie op basis van planologische vergelijking). In het nieuwe recht wordt voornamelijk getaxeerd op basis van feitelijke effecten. In die zin is in het nieuwe recht minder specifieke deskundigheid vereist voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding. Het ligt niet voor de hand dat de adviseur automatisch wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren. Het is logischer om de adviseur uitsluitend te betrekken op de onderdelen waarvoor het gemeentelijk apparaat deskundigheid te kort komt. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de integrale advisering over de aanvraag.

De modelverordening biedt de mogelijkheid om aanvullend de bij de gemeente beschikbare deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen met extra deskundigheid door middel van het aanwijzen van adviseurs. Bij complexere aanvragen kan op die manier zo nodig extra Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

deskundigheid worden betrokken (bijvoorbeeld bij directe schade). Daarbij kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving. Of aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak. Het deskundigenadvies kan worden gebruikt bij het motiveren van het besluit op de aanvraag. De adviseurs zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb. Dat betekent dat de adviseurs niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Het bestuursorgaan waaraan advies wordt uitgebracht stelt, al dan niet op verzoek, de gegevens ter beschikking die nodig zijn voor een goede vervulling van diens taak. Het bestuursorgaan dient zich ervan te vergewissen dat het onderzoek dat door de adviseur wordt verricht op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. De Model Verordening nadeelcompensatie bevat twee opties voor het benoemen van de adviescommissie, namelijk: a. benoeming voor een termijn van maximaal vier jaar waarna mogelijkheid bestaat tot herbenoeming (vaste commissie), of b. benomen van een adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meerdere specifieke aanvragen. In beide gevallen vormen de adviseurs een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb.

Dat betekent dat de beslistermijn voor zover advies wordt ingewonnen bij de behandeling van een aanvraag zes maanden is. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). Ontslag De leden kunnen op elk moment ontslag nemen en blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien. De leden kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Benoeming Bij het benoemen van een vaste commissie wordt het aanstellingsbesluit door burgemeester en wethouders genomen. Bij benoeming van een adviescommissie voor een specifieke aanvraag wordt de commissie bij het in behandeling nemen van die aanvraag aangesteld. 4.3 Procedure In de Model Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade waren de stappen in het gemeentelijk besluitvormingsproces relatief gedetailleerd uitgewerkt. In de Model Verordening nadeelcompensatie is dat niet gedaan. De procedure en bijbehorende beslistermijnen zijn uitputtend geregeld in de Awb.

Om houvast te bieden in het proces voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding is in onderstaand schema opgenomen uit welke stappen het gemeentelijke besluitvormingsproces grofweg bestaat (de grijs gearceerde cellen worden alleen doorlopen als een adviescommissie wordt ingeschakeld; de genoemde termijnen zijn willekeurig, maar ze moeten wel optellen tot maximaal 2 x 8 weken zonder adviescommissie of maximaal 2 x 6 maanden met adviescommissie volgens artikel 4:130 van de Awb):

Nr.

Processtap

Termijn

1 2

Toets ontvankelijkheid (gegevens en bescheiden en heffing) In behandeling nemen aanvraag

1 week

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

3 4

5 6 7

8 9 10 11 12

Opdrachtverlening voor advisering Adviseur stelt aanvrager, het bestuursorgaan en in voorkomend geval de derde belanghebbende voor zover hij dat nodig acht in de gelegenheid om een toelichting, of reactie te geven op de aanvraag Adviseur maakt, voor zover bovenstaande toelichting mondeling is gegeven, een verslag van die toelichting Adviseur beoordeelt of de situatie ter plaatse zal worden opgenomen. Datum en tijdstip worden afgestemd met de aanvrager en belanghebbenden. De adviseur kan verzoeken om aanvullende gegevens en bescheiden. De beslistermijn wordt aangehouden totdat deze gegevens en bescheiden zijn ontvangen (artikel 4:5 van de Awb). Advies wordt verwerkt in conceptadvies en conceptbesluit Toezenden conceptadvies en conceptbesluit aan aanvrager en belanghebbenden Reactietermijn aanvrager en belanghebbende Verwerken zienswijzen aanvrager en belanghebbenden Bespreken met portefeuillehouder Besluitvorming door het college van burgemeester en wethouders Besluit versturen Totaal

1 weken

4 weken 1 weken 2 weken 4 weken

weken

Na het versturen van het besluit kan binnen zes weken bezwaar worden gemaakt (artikel 7:1 van de Awb). Daarop volgt een beslissing op bezwaar. De indiener van het bezwaarschrift kan het bestuursorgaan verzoeken in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter (artikel 7:1a van de Awb). Daartegen kan desgewenst beroep worden ingesteld bij de rechtbank en vervolgens hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het is gebruikelijk om met initiatiefnemers1 een schadevergoedingsovereenkomst te sluiten. Op grond daarvan komt de door het bestuursorgaan toe te kennen schadevergoeding en de daarmee samenhangende kosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van de initiatiefnemer. Als dat het geval is, wordt de initiatiefnemer als belanghebbende betrokken bij de hierboven geschetste stappen in het besluitvormingsproces. Dat is geregeld in artikel 13.3c van de Ow. 4.4 Normaal maatschappelijk risico Veel bestaande nadeelcompensatieverordeningen bevatten regels over de aftrek voor het nmr. Die kunnen als decentraal wettelijk voorschrift niet blijven bestaan, omdat ze in strijd zijn met een hogere regeling. Het is denkbaar dat in een beleidsregel wordt vastgelegd wat onder nmr wordt verstaan. Het nmr bij indirecte schade2 als gevolg van een besluit als opgenomen in artikel 15.1 van de Ow bedraagt 4 %.

In overige gevallen (directe schade) is het aan het bestuursorgaan om, op grond van artikel 4:126 van de Awb, in het specifieke geval invulling te geven aan het nmr. Op diverse plekken wordt in het huidig recht invulling gegeven aan nmr. Zo zijn hier in de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019 drempelpercentages voor opgenomen (zie bijvoorbeeld artikel 3a van de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019). Er zijn gemeentelijke verordeningen waarin is opgenomen dat een omzetdaling die niet uitkomt boven de drempelwaarde van 8 % op jaarbasis van de gemiddelde jaaromzet bij winst- of inkomensderving niet wordt vergoed. Het is denkbaar dat hier door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld en een rekentool voor wordt opgesteld. Bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: I&W) wordt bijvoorbeeld zo’n rekentool gehanteerd om de omzetderving van ondernemingen te toetsen aan de

1 Degene die de activiteit verricht (zie artikel 13.3c van de Ow). 2 Schade die bestaat uit waardevermindering van een onroerende zaak die wordt veroorzaakt door een besluit

op grond waarvan één of meer activiteiten is of zijn toegestaan buiten de locatie waar de onroerende zaak is gelegen of door een maatregel die buiten die locatie wordt getroffen. Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

drempel voor het nmr. Daardoor is ook daarvoor het inschakelen van een deskundige vaak niet nodig. Wel zijn dan de jaarrekeningen nodig om de gegevens uit te halen. Dit is bij I&W dan ook standaard een vereiste bij de aanvraag. Bij kostenstijgingen ligt dit wat ingewikkelder. Die cijfers kunnen niet een op een uit de jaarrekening worden gehaald. In die gevallen wordt door I&W wel een externe deskundige ingeschakeld. 4.5 Rekenregels Het is denkbaar dat in de praktijk behoefte bestaat aan het vastleggen van rekenregels. Zo kan worden vastgelegd hoe de schade bij winst- of inkomensderving, of bij huurderving wordt berekend. In de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen zijn hier voorbeelden van te vinden. Er kunnen door de gemeente beleidsregels voor worden vastgesteld.

Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw model, mei 2021) Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 3. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 7. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 2. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 7. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief). Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal] Artikel 1.

Toepassingsbereik [1.] Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. [2. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is.] Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € [bedrag (maximaal € 500,-)] geheven. [Artikel 3. Aanvraag [1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier.] [2.] In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, of b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.] Artikel 4. Adviescommissie 1. Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2.

Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

d. de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € [bedrag], of e. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3. Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4. Een adviescommissie kan worden benoemd als: a. vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b. tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure 1. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1°.

de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2°. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. [[Artikel 7. Aanvraag voorschot Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. OF Artikel 7. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2. Het voorschot bedraagt maximaal [percentage (bijvoorbeeld 90%)] van de in het conceptadvies opgenomen geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.]] Artikel 8. Intrekking oude regeling [1.] De [citeertitel procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade] wordt ingetrokken. [2. De [citeertitel verordening nadeelcompensatie] wordt ingetrokken.] Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,

Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Toelichting NB Deze toelichting is geschreven met de (mogelijke) keuzes die in de Model Verordening nadeelcompensatie gemaakt zijn in gedachten. Als een individuele gemeente op punten andere keuzes maakt, dan sluit deze toelichting mogelijk niet aan. Wel kan ze uiteraard als basis dienen voor een door de gemeente zelf op te stellen toelichting. Voor een goed beeld dient deze toelichting in samenhang met de hierbij behorende VNG ledenbrief en implementatiehandleiding gelezen te worden. Algemeen Nadeelcompensatieregeling Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Naar verwachting treedt in 2022 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. In 2022 treedt waarschijnlijk ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (hoofdstuk 15 van de Ow).

Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)). Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Modelverordening De VNG heeft ervoor gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een modelverordening en niet in een modelbeleidsregel. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. In de modelverordening is dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie geregeld.

En de VNG acht het niet wenselijk om het heffen van dit recht op te nemen in de legesverordening, maar in een verordening nadeelcompensatie. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd. Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. De VNG ziet ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van leges en andere rechten. Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Een adviescommissie zou wel in beleidsregels geregeld kunnen worden, maar omdat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet en dus niet in een beleidsregel kan worden opgenomen, geeft het duidelijkheid om alle artikelen over nadeelcompensatie bij elkaar te houden en daarmee te kiezen voor een verordening nadeelcompensatie. Zo is het ook kenbaar voor de burgers in welke gevallen en welke vorm de adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding. Een andere reden om de adviescommissie in de verordening te regelen (en niet per afzonderlijke beleidsregel) is dat daarmee afdeling 3.3 van de Awb wordt binnengehaald.

Die afdeling gaat immers over adviseurs die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met adviseren. Artikelsgewijs Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld. Artikel 1. Toepassingsbereik [Eerste lid] Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit. Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Ow van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. [Tweede lid Een bijzondere regeling kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering en wegopbrekingen, of voor een specifiek project binnen de gemeente.] Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven.

De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht bedraagt € [bedrag (maximaal € 500,-)]. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). [Artikel 3. Aanvraag [Eerste lid De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier. Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het [elektronisch] formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De gemeenten moet dan aangeven bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen.

De gemeente kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend.] [Tweede lid] Hier zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (a) de naam en het adres van de aanvrager, (b) de dagtekening en (c) een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. In artikel 4:127 van de Awb is vastgelegd dat de aanvraag mede bevat: (d) een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis en (e) een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, (f) voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade of een specificatie daarvan. Verder verschaft de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het gaat hier om gegevens en bescheiden die ten minste worden verstrekt. Het kan wenselijk zijn om dit voor aanvragen om schadevergoeding nader te specificeren. Uiteraard worden alleen gegevens gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.] Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Artikel 4. Adviescommissie Eerste en tweede lid In dit artikel is voorzien in de mogelijkheid om de gemeentelijke deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen. Uitgangspunt is dat in de gemeente voldoende deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen. Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Alleen als het nodig is, wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie. Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in het tweede lid. Daarin is vastgelegd in welke situaties in ieder geval geen advies bij een adviescommissie wordt ingewonnen. Als een adviescommissie wordt ingeschakeld, betekent dit niet automatisch dat deze wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren. De adviseur(s) zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb en vormen een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb. Dat betekent dat moet worden voldoen aan de vereisten van dat artikel, waaronder een onafhankelijk voorzitter. Bij het afhandelen van aanvragen waarbij adviseur(s) zijn aangewezen bedraagt de beslistermijn maximaal zes maanden in plaats van de reguliere termijn van acht weken.

Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). De adviseur(s) maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en zijn niet betrokken bij de schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de aanvraag betrekking heeft. Derde lid Een adviescommissie bestaat, afhankelijk van de behoefte, uit een of meer deskundige adviseur(s). Bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering. En bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties. Bij het te nemen besluit wordt de adviseur van het advies vermeld en het advies kan hierbij ter motivering worden gevoegd (artikel 3:8 van de Awb). Er kan in afwijking van het advies worden besloten. Dat moet dan wel goed worden gemotiveerd. Verder is het van belang dat het bestuursorgaan zich ervan vergewist, dat het onderzoek van de adviseur(s) op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (artikel 3:9 van de Awb). Vierde lid Uit artikel 4:130, eerste lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan een adviescommissie kan inschakelen voor het beoordelen van aanvragen om schadevergoeding die bij dit bestuursorgaan zijn ingediend.

Voor gemeenten betekent dit dat het betreffende bestuursorgaan (burgemeester, burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) een adviescommissie kan instellen. Er zijn twee mogelijkheden: a. het benoemen van een vaste commissie: in dat geval worden de deskundigen benoemd door burgemeester en wethouders, of b. voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen: in dat geval worden de deskundigen benoemd door het bestuursorgaan dat de betreffende aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure Eerste lid De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd. Tweede lid Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb).

Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen. In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

schadeovereenkomst is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. Die zienswijze kan naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht (artikel 4:9 van de Awb). Artikel 6. Uitbetaling In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd. Als een aanvraag om schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. [[Artikel 7. Aanvraag voorschot In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot onder meer van toepassing. Dat betekent onder andere dat onverschuldigde voorschotten kunnen worden teruggevorderd. OF Artikel 7.

Aanvraag voorschot Eerste lid In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. Tweede lid In het tweede lid is de maximale hoogte van het voorschot vastgelegd. Derde lid De artikelen 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot onder meer van toepassing. Dat betekent onder andere dat onverschuldigde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.]] Artikel 8. Intrekking oude regeling [Eerste lid] De Verordening nadeelcompensatie treedt in de plaats van de [citeertitel procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade]. Deze verordening wordt ingetrokken. De verordening kan vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van planschadeverzoeken. [Tweede lid De Verordening nadeelcompensatie treedt ook in de plaats van de [citeertitel verordening nadeelcompensatie]. Deze verordening wordt eveneens ingetrokken. De verordening kan vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van aanvragen om schadevergoeding.]

Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 3. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 7. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 2. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 7. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief).

Model Verordening nadeelcompensatie (nieuw model, mei 2021)

Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot vaststelling van de Verordening

nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal])

De raad van de gemeente [naam gemeente];

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

gezien het advies van de [naam commissie];

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening nadeelcompensatie [naam gemeente en eventueel jaartal]

Artikel 1. Toepassingsbereik [1 .] Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. [2 . Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is.]

Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € [bedrag (maximaal € 500,-)] geheven.

[Artikel 3. Aanvraag [1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld [elektronisch] formulier.] [2.] In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede: a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte.]

Artikel 4. Adviescommissie

Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 3. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 7. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 2. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 7. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief).

1 . Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2 . Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b . de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d . de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € [bedrag], of e . naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3 . Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4 . Een adviescommissie kan worden benoemd als: a . vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b . tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.

Artikel 5. Procedure 1 . Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2 . Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a . degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b . als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1 °. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2 °. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.

[[Artikel 7. Aanvraag voorschot Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. OF Artikel 7. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2. Het voorschot bedraagt maximaal [percentage (bijvoorbeeld 90%)] van de in het conceptadvies opgenomen geldsom. Bijlage 3/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021

Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid, onder d. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 3. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 7. - [(iets)] = een duiding ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 2. - Combinaties zijn ook mogelijk, zie bijvoorbeeld artikel 7. Nadere uitleg is opgenomen in de VNG ledenbrief (zie ook de implementatiehandleiding, bijlage bij de VNG ledenbrief).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10461682/1