CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A5 - Regio Stedendriehoek - Kaderbrief 2026 D450474

Besluitvormende raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken1.938 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kenmerk: Plaats, datum: Behandeld door: Onderwerp:

657163 Deventer, 18 december 2024 Geert Janssen Kaderbrief 2026

Beste leden van de gemeenteraad, In deze kaderbrief informeren wij u over de thema’s waarvan wij verwachten dat ze van invloed zijn op de begroting van de Regio Stedendriehoek van 2026. We beseffen dat er nog veel zaken ongewis zijn en kunnen veranderen. Dat laat onverlet dat wij het belangrijk vinden u te informeren over de huidige gedachtevorming voor de komende jaren. Dit mede in het licht van de financiële situatie van gemeenten in de komende jaren. Wij zullen u uiteraard blijven informeren over belangrijke beleidswijzigingen die van invloed zijn op de regionale koers en/of organisatie en leggen we deze volgens de afgesproken spelregels aan de raden voor, na afstemming met de raadsadviescommissie.

1. ALGEMEEN We leven als regio niet op een eiland. Invloeden van buitenaf bieden kansen en bedreigingen. We hebben geen invloed op deze ontwikkelingen, maar kunnen er wel rekening mee houden. De geopolitieke situatie in de wereld verandert. Veiligheid lijkt nog minder een gegeven dan het was met de noodzaak tot het betrekken van de gehele samenleving in weerbaarheid van de regio tot gevolg, maar ook de kansen die dit aan onze economie biedt. Klimatologische veranderingen beïnvloeden de regio in sterke mate, zowel wanneer het gaat om demografische ontwikkelingen (bijv. bouwen op hoger gelegen gronden) als landschappelijke aanpassingen (bijv. opvangen en vasthouden van water). Technologische ontwikkelingen bieden oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken, maar kunnen ook kwaadwillenden in de hand werken en bedreigend voelen voor hen die niet mee kunnen komen. Gelijktijdig zien we onze regio ontgroenen en vergrijzen. Het is aan de nieuwe generaties om voort te bouwen op wat vorige generaties hebben bereikt en om antwoorden te vinden op de uitdagingen van geopolitieke onrust, klimatologische veranderingen en technologische ontwikkelingen. In dit licht willen we als regio de komende jaren veerkrachtig kunnen reageren op deze grote trends, onze ruimtelijke kwaliteiten behouden en onze voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur) versterken.

Dat vraagt om groei (500.000 inwoners, 250.000 werkenden, 50.000 bedrijven), maar dat wel in balans met de natuur en met elkaar. Daarom gaan we voor ‘groei in balans’ en ‘groei in veerkracht’, gekoppeld aan de al bestaande programma’s uit de Uitvoeringsagenda.

Het nieuwe kabinet heeft in september 2024 haar Regeerprogramma gepubliceerd. Het kabinet bouwt voort op het rapport ‘Elke regio telt’. Veel rijksopgaven wil het kabinet via de regio’s een plek geven. Dit betekent dat het belang van regionale samenwerking verder toeneemt. In 2026 zullen veel van de rijksopgaven terecht komen bij de regio. In welke mate en op welke manier is nu nog niet te overzien. Eén van de opgaven is de woningbouwopgave. We zijn als regio in de Nota Ruimte benoemd als één van de zoekgebieden voor grootschalige woningbouw. In 2025 wordt gewerkt aan het Ontwikkelperspectief 2050 voor

deze opgave. Wij verwachten dat in 2026 dit perspectief voor besluitvorming in de raden gereed is. Naast het Ontwikkelperspectief wil het rijk samen met de regio’s komen tot regionale investeringsagenda’s. We zien dat in het regeerprogramma nog veel onzekerheden bevat. Zowel in beleidsmatige zin als in financiële zin. Beleidsmatig als het gaat om onderwerpen zoals asiel, infrastructuur of landbouw. Financieel als het gaat om de financiële positie van het rijk die onder druk staat. De mogelijkheden van financiering door het rijk zal minder zijn dan voorheen, met name als het gaat om nieuwe investeringen in infrastructuur. De financiële positie van het rijk raakt de gemeenten (en provincies) rechtstreeks. Naast extra kosten vanwege prijsstijgingen krijgen de gemeente te maken met een taakstelling op jeugdzorg vanuit het rijk en hebben zij extra uitgaven om de maatschappelijke opgaven (energie, woningbouw, onderwijshuisvesting) te realiseren. Het kabinet lijkt op dit moment nog niet te bewegen om de gemeenten tegemoet te komen. Het jaar 2026 wordt daarom ‘ravijnjaar’ genoemd, waar sommige gemeenten in 2025 al moeite hebben om de begroting sluitend te krijgen. De financiële positie heeft uiteraard ook gevolgen voor de regio. De noodzaak tot regionale samenwerking wordt verder versterkt. Het gaat dan om onder meer organisatorische samenwerking én samenwerking op lobby.

In de begroting 2026 zullen we, gelet op de financiële positie van de gemeenten, nadrukkelijk kijken waar we efficiënter kunnen werken, we werk met werk kunnen maken en in gezamenlijkheid meer kunnen realiseren, dan iedere gemeente afzonderlijk.

Het Ontwikkelperspectief 2050 zal de komende jaren het dominante onderwerp zijn. Naar verwachting besluiten de raden in 2026 over dit perspectief, waarna we aan de slag gaan met de uitvoeringsagenda en regionale investeringsagenda. Het voorjaar van 2026 zal in het teken staan van participatie en consultatie, waarna in het najaar besluitvorming plaats heeft. Deze processen zullen het nodige vragen van de regionale werkorganisatie én van de medewerkers en bestuurders van de acht gemeenten en andere partners in het proces. Wij verwachten dat hiervoor, naast bijdragen van het rijk en beide provincies, ook een bijdrage van de regio wordt gevraagd.

In 2025 vindt de evaluatie van de regionale samenwerking plaats. We zijn dan een kleine twee jaar aan de slag in de nieuwe opzet van de regio. De uitkomsten en aanbevelingen vanuit de evaluatie zullen in 2026 worden opgepakt. In 2026 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Dit betekent dat het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur opnieuw benoemd moet worden en de programmaberaden (overleg portefeuillehouders) opnieuw gevormd worden. Daarnaast zullen de leden van de raadsadviescommissie worden aangewezen door de nieuwe gemeenteraden. Dit zal geen rechtstreeks effect hebben op de begroting. De uitvoering van de Regio Deal is in 2026 in volle gang. Het financieel beheer van de Regio Deal gelden loopt via de gemeente Apeldoorn als kassier en raakt daarmee niet de begroting van de regio. Naar verwachting zullen enkele projecten (programmalijn Krachtige regio) wel medegefinancierd worden vanuit de bestaande regionale begroting. Begin 2025 zal hierover meer duidelijkheid zijn. Dit wordt meegenomen in het opstellen van de begroting 2026 (zie ook onder Programma 001).

2. PROGRAMMA 001 – UITVOERINGSAGENDA 2023 – 2030 De komende jaren zal, zoals hiervoor aangegeven, in het teken staan van het Ontwikkelperspectief 2050. De zes programma’s dragen hier vanuit hun eigen perspectief aan bij. Gelijktijdig zijn de programma’s bezig met de uitvoering van de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030. Het programma Gebiedsontwikkeling zal zich met name richten op het Ontwikkelperspectief en een belangrijke rol spelen bij het versterken van de integrale aanpak van de vijf andere programma’s. Deze vijf programma’s zullen aan de ene kant inzetten op de verdere uitwerking van het Ontwikkelperspectief 2050 (groei in balans) en aan de andere kant de uitvoering van projecten vanuit de Uitvoeringsagenda (groei in veerkracht). Afhankelijk van de voortgang in het proces van het Ontwikkelperspectief verwachten wij in 2026 dat de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030 een actualisering vraagt.

Wij verwachten dat de programma’s in 2026 binnen de huidige financiële kaders (excl. indexering), zoals die zijn opgenomen in de begroting 2025, blijven en daarmee hun doelen kunnen realiseren. De RES heeft haar eigen begroting los van de regio, onder verantwoordelijkheid van de gemeente Brummen1. Aanvullend op dit begrotingsprogramma 001 verwachten we dat in 2026 de financiële budgetten voor het proces van het Ontwikkelperspectief via de begroting van de Regio Stedendriehoek lopen. Deze budgetten zijn afkomstig vanuit het Rijk, de beide provincies en de waterschappen. Daarnaast verwachten wij dat ook vanuit de regiobegroting budgetten nodig zijn. In de begrotingen van 2024 en 2025 zijn incidenteel bedragen opgenomen voor het opstarten van een Investeringsplatform (jaarlijks € 250.000). De focus is inmiddels verlegd van een Investeringsplatform naar het versterken van de economische verbindingen binnen en buiten de regio (ook naar Den Haag en Brussel), het verkennen van investeringskansen en het ondersteunen van kansrijke projecten (o.a. vanuit het proces van de Regio Deal). Eén van de projecten die is ingediend voor de Regio Deal betreft de uitwerking van deze rol, binnen de programmalijn Krachtige Regio. Immers de krachtige regio vormen we niet met alleen de overheid. Die vormen we juist met partners in onderwijs, bedrijfsleven en inwoners.

Wanneer dit project wordt gehonoreerd willen we het beschikbare budget voor het Investeringsplatform inzetten als cofinanciering binnen de Regio Deal.

3. PROGRAMMA 002 – STRATEGISCHE BOARD, LOBBY & COMMUNICATIE In 2024 en voor 2025 zetten we incidenteel extra middelen in voor de versterking van de lobby en communicatie. Dit heeft al resultaten opgeleverd. Het Rijk heeft de Regio Deal van € 20 miljoen toegekend, onze regio is benoemd als kansrijke regio voor een schaalsprong (Ontwikkelperspectief) en we zijn als regio de verbindende schakel met de regio’s in oost-Nederland (Zwolle, Twente, Achterhoek). Dit laatste doen we niet alleen als overheid, maar juist ook met onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke partners in onder meer de Strategische Board. We staan nu op het punt om als regio weer een volgende stap te zetten in onze ontwikkeling. In 2026 zal er meer duidelijkheid zijn over de regionale investeringen die nodig zijn om het Ontwikkelperspectief te realiseren. Het gaat daarbij om grote investeringen in infrastructuur en herstructurering bebouwde gebieden, landschap, economie en menselijk kapitaal. Deze investeringen krijgen een plek in de Regionale Investeringsagenda (RIA).Wij zullen als regio hiervoor zelf budget beschikbaar moeten stellen om daarmee gelden vanuit de provincies, Rijk en Europa te kunnen ontvangen. Elke euro die de regio investeert levert een multiplier op. Dit betekent dat we met de beperkte middelen, zeker in het ravijnjaar, toch kunnen investeren als acht gemeenten.

Deze investering is alleen mogelijk als we onze lobby bovenregionaal (met de andere regio’s), landelijk en Europees goed op orde hebben.

Wij komen daarom in de begroting 2026 met een voorstel hoe we de Regionale Investeringsagenda structurele invulling geven in investerings- en lobbykracht. Voor de overige bedragen binnen begrotingsprogramma 002 verwachten wij geen aanpassingen (uitgezonderd indexering).

4. PROGRAMMA 003 – BESTUUR EN ORGANISATIE Met ingang van de nieuwe werkorganisatie is de ondersteuning van de processen binnen de Regio op niveau. Wij verwachten op dit moment geen veranderingen voor de begroting 2026.

We verwachten in 2026 geen financiële aanpassingen binnen het programma 003 (uitgezonderd indexering).

1 De gemeente Deventer is aangesloten bij de RES West-Overijssel en is geen onderdeel van de RES Stedendriehoek

5. FINANCIËLE KADERS Bij het opstellen van de begroting 2026 hanteren we de volgende kaders: • Algemeen uitgangspunt is dat de begroting voldoet aan de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. • De begroting 2026 is geënt op de Uitvoeringsagenda 2023-2030. • De inkomsten bestaan uit: o de gemeentelijke bijdragen gebaseerd op het aantal inwoners per gemeente. o incidentele subsidiestromen voor regionale projecten vanuit de provincie(s), het rijk en andere partners. Deze maken geen deel uit van de ontwerpbegroting, maar passen we door middel van een begrotingswijziging in het begrotingsjaar in. • Voor de indexeringscijfers sluiten we aan bij de indexeringsrichtlijnen van de gemeente Apeldoorn: o Loonkostenindex: Apeldoorn houdt vooralsnog voor 2026 en verder 4,6% aan voor de loonkostenindex. o Materiële kostenindex: Voor 2026 en verder gaat Apeldoorn voor de materiële instandhouding overeenkomstig de ramingen van het CPB vooralsnog uit van 2,2%

6. BEHANDELPROCEDURE Het algemeen bestuur stelt de begroting 2026 vast, waarna het dagelijks bestuur de begroting aan Gedeputeerde Staten van Gelderland stuurt. Hiervoor geldt de volgende aanpak: 16 april 2025 23 april 2025 24 april 2025

Bespreking en vaststelling conceptbegroting in algemeen bestuur Formele vaststelling conceptbegroting door dagelijks bestuur. Verzending conceptbegroting aan de deelnemende gemeenten ter behandeling in de raden voor het geven van zienswijzen (uiterlijk 30 april). Tot uiterlijk 31 juli 2025 kunnen raden een zienswijze over de begroting kenbaar maken 10 september 2025 Vaststelling definitieve begroting door het algemeen bestuur 11 september 2025 Aanlevering definitieve begroting bij Gedeputeerde Staten Gelderland door dagelijks bestuur (uiterlijk 14 september)

Hoogachtend,

Dagelijks Bestuur van Regio Stedendriehoek

Ineke Lijnema Secretaris

Ron König Voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15078830/1