A4. VNG - Stand van zaken Overhedenoverleg D459263
Tekst van het document
Ministerie van Algemene Zaken Minister-president H.W.M. Schoof Postbus 20001 2500 EA DEN HAAG
Datum
14 april 2025 Kenmerk
COS/U202500196 In afschrift aan
- Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; - Staatssecretaris van Financiën; - Eerste Kamer en Tweede Kamer
Stand van zaken Overhedenoverleg
Geachte heer Schoof, beste Dick,
Met deze brief doe ik een ultieme poging om een groot conflict met verstrekkende gevolgen tussen gemeenten en rijksoverheid te voorkomen. Afgelopen maanden is er intensief overleg gevoerd tussen de rijksoverheid en gemeenten om te komen tot een gezamenlijke en uitvoerbare agenda om de grote vraagstukken waar Nederland voor staat met elkaar op te pakken. De voor deze ambitie benodigde middelen zijn steeds onderwerp van dat gesprek geweest. Helaas hebben de vele overleggen tot op heden niets concreets opgeleverd en staan we nog steeds met lege handen. Geen afspraken, geen duidelijkheid, geen perspectief. En dat is zeer zorgelijk. Omdat het maken van de begroting van gemeenten gelijk oploopt met het vaststellen van uw voorjaarsnota, maakten we eerder de afspraak dat het kabinet tijdig - we spraken toen nog over februari - zou aangeven op welke wijze in de voorjaarsnota invulling zou worden gegeven aan de ‘landing’ van het rapport van de door ons gezamenlijk ingestelde deskundigencommissie in het kader van Hervormingsagenda Jeugd (commissie Van Ark). Daarbij heeft u als premier ook aan onze achterban duidelijk gemaakt dat het kabinet zich zou committeren aan de uitvoering van die aanbevelingen (‘niet of, maar hoe’). Die afspraak is tot op heden niet nagekomen.
Ik vraag u indringend om alles in het werk te stellen om in de voorjaarsnota díe keuzes te maken die ertoe strekken dat het kabinet wèl doet wat ons is beloofd. Wanneer het kabinet zich nu afwendt van eerder gemaakte afspraken voelt dat als een breuk. En dat gaat over veel meer dan geld alleen. Dit raakt ook aan het vertrouwen, aan betrouwbaarheid.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202500196
PROD
Er zijn vier redenen waarom het vanzelfsprekend is dat het kabinet de keuze maakt om de kosten die gemeenten in medebewind uitvoert te vergoeden en om een balans te doen ontstaan tussen de taken van gemeenten en de middelen die daarvoor nodig zijn. 1. Allereerst omdat we dat zo hebben afgesproken; en afspraak is afspraak. Het instellen van de deskundigencommissie Van Ark was voor gemeenten destijds een voorwaarde om akkoord te gaan met de Hervormingsagenda Jeugd. Deze commissie zou immers een uitspraak doen over de hoogte van de vergoeding voor gemeenten voor de uitvoering van de Jeugdzorg in de jaren 2023 en 2024 en het aanpassen van het structurele financiële kader vanaf 2025. Nu stelt u plotseling dat een vergoeding met terugwerkende kracht niet aan de orde kan zijn en confronteert u gemeenten met onhaalbare miljardenbezuinigingen in de komende jaren. Dit standpunt is onnavolgbaar gelet op het feit dat het kabinet mede-opdrachtgever is voor de deskundigencommissie. Naar onze overtuiging is het in zijn algemeenheid in onze samenleving en meer in het bijzonder tussen medeoverheden van belang dat afspraken worden nagekomen en we vragen u dan ook om dat te doen. 2. In de tweede plaats omdat de wet dat van u vergt. Artikel 108 lid 3 is het artikel in de Gemeentewet die gemeenten beschermt tegen willekeurige grepen uit de gemeentekas door de rijksoverheid.
U heeft de verplichting om de kosten die gemeenten moeten maken op basis van de wet te vergoeden. De minister van BZK meldde vorige week in de Eerste Kamer dat sprake dient te zijn van een ‘adequate’ vergoeding. Dit is onjuist: de wet spreekt ongeclausuleerd over de vergoeding van de kosten die gemeenten maken en gemeenten mogen er ook op rekenen dat het rijk zich aan de wet houdt. 3. In de derde plaats omdat de maatschappelijke opgave dusdanig urgent is dat zonder de inzet van gemeenten meerdere ministers hun stelselverantwoordelijkheid (wonen, zorg, bestaanszekerheid) niet kunnen nemen, waardoor cruciale maatschappelijke opgaven die een gezamenlijke aanpak vergen tot stilstand komen. Deze situatie zal zich voordoen als de gemeenten niet gecompenseerd worden conform 108 lid 3 Gemeentewet. 4. In de vierde plaats omdat samenwerking met gemeenten noodzakelijk is voor het realiseren van de ambities, zoals verwoord in het regeerprogramma. Het kabinet heeft bij haar aantreden hoge verwachtingen gewekt rond goed bestuur en herstel van vertrouwen in de rechtstaat. Wanneer de medeoverheden door uw toedoen lijnrecht tegenover het kabinet komen te staan blijken dat slechts loze woorden.
Gemeenten zijn zoals u weet bereid om gezamenlijk de agenda voor Nederland te realiseren als aan twee voorwaarden wordt voldaan, namelijk dat het rapport van de commissie Van Ark ook in financiële zin (vergoeding kosten met terugwerkende kracht, terugdraaien bezuinigingen en adequate indexering) door het kabinet wordt opgevolgd, en dat de korting op het Gemeentefonds die door Rutte 4 eenzijdig is besloten deels wordt teruggedraaid omdat de dekking van deze korting - het verruimen van het lokaal belastinggebied - door het vorige kabinet niet is gerealiseerd. Gemeenten zijn bereid hun bijdrage te leveren aan de rijksfinanciën door een deel van deze korting voor eigen rekening te nemen maar een deel van deze korting zal moeten worden teruggedraaid. Ook omdat er nog twee nadelige financiële ontwikkelingen bij zijn gekomen, in de vorm van de te lage prijsramingen en achtergebleven bedragen bij eerder geschrapte kortingen. Ik hecht eraan om nogmaals duidelijk te maken dat wij bij uitblijven van aanvullende financiering rondom de uitvoering van de Jeugdwet, de Staat onmiddellijk na het Overhedenoverleg van
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/3
woensdag aanstaande in gebreke zullen stellen. Dan rest ons helaas geen andere weg dan juridische stappen te zetten en navordering te vorderen op basis van de Gemeentewet. U zet gemeenten met de rug tegen de muur en voor gemeenten staat dan geen andere weg open om u te bewegen tot het nakomen van uw wettelijke verantwoordelijkheid richting gemeenten. Zoals eerder is afgesproken zullen wij ons in dat geval ook niet langer gebonden achten aan een aantal afspraken en akkoorden die we onder voorbehoud van adequate financiering maakten. Vervolgens zullen we alle afspraken die we de afgelopen jaren met u hebben gemaakt heroverwegen en we zullen deze heroverweging voorleggen aan de ALV van de VNG op 18 juni. Tot het moment van deze ALV zullen we uiterst terughoudend zijn om in te gaan op uitnodigingen van het kabinet om te komen tot bestuurlijk overleg en zullen we geen afspraken kunnen maken die op wat voor wijze dan ook negatieve financiële consequenties hebben voor gemeenten. Er staat de komende dagen veel op het spel met in potentie grote gevolgen. Dat we als medeoverheden nu misschien voor het eerst in de geschiedenis ons gelijk via de rechter moeten gaan halen ervaar ik als een dieptepunt in onze onderlinge verhoudingen en een grote nederlaag voor onze inwoners.
Als u trouw blijft aan uw eigen ambities rondom goed bestuur en het maken van uitvoerbaar beleid zult u dat hopelijk net zo voelen. Niemand is gebaat bij stilstand. Het is aan u om dat te voorkomen. Mede namens de gemeentelijke netwerken G4, G40, M50, P10, K80 en R8,
Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Sharon Dijksma Voorzitter
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/3