A4 - Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties - Voorbereiding op inwerkingtreding Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm)
Tekst van het document
Zaak:Z052891 - Document:D344114
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
GEMEENTERAAD BRUMMEN INGEKOMEN
2 ji NOV 2020
Aan alle burgemeesters en de voorzitters van de veiligheidsregio's
3LL iL
cc: de Kring van Commissarissen, Nederlands Genootschap van Burgemeesters, Nederlandse Vereniging van Raadsleden, Wethoudersvereniging, de Vereniging van Gemeentesecretarissen en de Vereniging van Griffiers
Datum
20 november 2020
Betreft
Voorbereiding op inwerkingtreding Twm
www.rijksoyerheid.n1 www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-va n-bzk Kenmerk 2020-0000655823 Uw kenmerk
Geachte burgemeesters en voorzitters van de veiligheidsregio's, Het streven is erop gericht dat de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) op 1 december 2020 in werking treedt. De Twm heeft als doelstelling het creëren van een steviger democratische legitimatie van de maatregelen die nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie en het bieden van een specifieke wettelijke basis voor maatregelen die grondrechten beperken. Ook biedt de Twm ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk, waardoor gerichte maatregelen per gebied kunnen worden getroffen en andere gebieden niet meer beperkingen ondervinden dan nodig is. Het uitgangspunt blijft: landelijk waar het moet, lokaal maatwerk waar het kan. Met deze brief informeren wij u over de veranderingen die de Twm met zich brengt voor de totstandkoming van maatregelen, verantwoordelijkheidsverdeling en bestuurlijke verhoudingen. In de bijlage bij deze brief treft u hiertoe een nadere toelichting op een aantal concrete thema's voor de uitvoeringspraktijk: lokaal maatwerk, de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester, de positie van de voorzitter van de veiligheidsregio, de toepasselijkheid van artikel 39 van de Wet veiligheidsregio's en de GRIP-structuur en de positie van de gemeenteraad. Ten slotte informeer ik u over de ondersteuningsstructuur voor gemeenten.
Totstandkoming van maatregelen Onder de Twm wordt de veilige afstand bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en worden de andere maatregelen ter bestrijding van de epidemie vastgesteld en uitgewerkt bij ministeriële regeling. Het is daarom de bedoeling dat tegelijk met de Twm twee ministeriële regelingen in werking treden. Het gaat om regelingen waarin: de maatregelen zoals die op dat moment gelden in de noodverordening zijn opgenomen; een regeling voor de mondkapjesplicht. De systematiek van de Twm maakt het mogelijk om maatregelen op- of af te schalen (qua zwaarte) als dat nodig is voor de bestrijding van de epidemie en tevens om lokale of regionale afwegingen mogelijk te maken. Voor de goede afstemming van landelijke, regionale en lokale maatregelen is een afwegingskader onontbeerlijk. Bij brief van 13 oktober jl. is de Tweede Kamer Pagina 1 van 4
Zaak:Z052891 - Document:D344114
Datum Kenmerk 2020-0000655823
door de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport geïnformeerd over de routekaart die wordt ingezet om het virus te bestrijden. Doel van de routekaart is om inzichtelijk te maken welke instrumenten er zijn en welke maatregelen bij een bepaald epidemiologisch beeld ingezet (kunnen) worden, en biedt daarmee houvast om snel en gericht te komen tot voorspelbare maatregelen via ministeriële regelingen. Daarbij geldt dat de routekaart zich kan blijven ontwikkelen aan de hand van lessen uit de crisisaanpak. Voor de doelmatigheid van de maatregelen en een goede implementatie is de betrokkenheid van het lokaal bestuur bij de besluitvorming over de maatregelen van belang, omdat zij een rol heeft bij de uitvoering en goed zicht heeft op de inpassing van de maatregelen in de praktijk. Net als nu het geval is zullen betrokken ministeries, de VNG en het Veiligheidsberaad op verschillende niveaus geregeld overleg hebben over de getroffen en te treffen maatregelen. Dit biedt de mogelijkheid om informatie uit te wisselen over de effectiviteit van (lokale) maatregelen in relatie tot de ontwikkeling van het virus, de risico inschaling en de noodzaak van op- of afschaling van maatregelen via ministeriële regelingen.
Het Veiligheidsberaad behoudt vanwege de coördinerende rol van de voorzitters van de veiligheidsregio's een belangrijke rol bij de bovenregionale afstemming en bij de afstemming met het kabinet. Daarbij betrekken de voorzitters van de veiligheidsregio's de informatie en signalen die zij van de burgemeesters in het regionaal beleidsteam ontvangen. (Beperkte) Ruimte voor lokaal maatwerk op korte termijn De fase waarin de bestrijding van het virus zich bevindt is bepalend voor de mate waarin lokaal en regionaal maatwerk aan de orde kunnen zijn. Op dit moment hebben vrijwel alle regio's een hoog inschalingsniveau (zeer ernstig) wat ertoe heeft geleid dat het kabinet heeft besloten op het niveau van het Rijk uniforme maatregelen te nemen om het aantal besmettingen terug te brengen. De eerste ministeriële regeling die de juridische basis vormt voor deze maatregelen voorziet dan ook niet in aanvullende ontheffingsmogelijkheden voor de burgemeester of bevoegdheden voor de burgemeester om plaatsen aan te wijzen waar bepaalde maatregelen gelden. Bij wijzigingen van de geldende maatregelen in opvolgende ministeriële regelingen, wordt zo mogelijk opnieuw beoordeeld of meer ruimte voor lokaal maatwerk tot de mogelijkheden behoort.
Dan wordt het mogelijk in te spelen op lokale ontwikkelingen rond het virus, ontstaat meer ruimte voor lokale afwegingen en kan meer lokale controle en verantwoording plaatsvinden door gemeenteraden. Verantwoordelijkheidsverdeling en bestuurlijke verhoudingen Ook onder de Twm ligt de regie bij het Rijk. De minister van VWS geeft leiding aan de bestrijding van de epidemie. Maatregelen worden op basis van de wet bij ministeriële regeling vastgesteld door de minister van VWS, minister van JenV en minister van BZK, in overeenstemming met de minister wie het aangaat. Hierdoor worden geen aanwijzingen meer gegeven aan de voorzitters van de veiligheidsregio's zoals in de huidige situatie het geval is.
Pagina 2 van 4
Zaak:Z052891 - Document:D344114
Datum Kenmerk 2020-0000655823
Aansluiten bij reguliere bestuurlijke verhoudingen Een andere wijziging is dat met de Twm wordt aangesloten bij de bestuurlijke verhoudingen die buiten crisissituaties van toepassing zijn. Dat wil zeggen dat bevoegdheden om uitvoering te geven aan maatregelen die in de Twm zijn neergelegd (specifieke bevoegdheden voor de burgemeester, toezicht en handhaving) niet bij de voorzitters van de veiligheidsregio's liggen, maar op gemeentelijk niveau, met controlemogelijkheden van de gemeenteraad. Rol voorzitter veiligheidsregio in relatie tot burgemeester De voorzitters van de veiligheidsregio blijven in algemene zin belast met de bestrijding van de epidemie door de coördinerende en signalerende rol en het uitoefenen van specifieke bevoegdheden uit het al langer bestaande hoofdstuk V van de Wet publieke gezondheid. De ervaring van de voorzitters van de veiligheidsregio's en hun regionale beleidsteams blijft dus benut, en is van waarde bij de afstemming over de inzet van lokale bevoegdheden. Het ligt voor de hand dat de burgemeester de lokale afwegingen afstemt met omliggende gemeenten en/of in het regionaal beleidsteam van de veiligheidsregio. De voorzitter van de veiligheidsregio kan via het regionaal beleidsteam inzichten over de landelijke bestrijding delen die van belang zijn voor de afwegingen op lokaal niveau.
De minister van VWS kan een bevoegdheid die in de Twm bij de burgemeester is belegd, tijdelijk bij een voorzitter van de veiligheidsregio beleggen, indien de uitoefening van die bevoegdheid leidt tot gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of ernstige vrees voor ontstaan daarvan. Rol gemeenteraad en college van B&W Ook voor de rol van de raad en het college van burgemeester en wethouders is de inwerkingtreding van de Twm van betekenis. In de Twm is immers ruimte gemaakt voor lokale afwegingen waar dat gelet op de bestrijding kan. Over die lokale afwegingen kan rechtstreeks debat plaatsvinden tussen de burgemeester en de gemeenteraad. Net als voor alle andere bevoegdheden die de burgemeester als eenhoofdig orgaan uitoefent, legt hij hierover verantwoording af aan de raad. Gemeenteraden en burgemeesters bepalen de precieze wijze van verantwoording zelf. De behoefte en de wijze waarop deze verantwoording plaatsvindt, zal per gemeente verschillen en is bij uitstek een zaak die het lokaal bestuur zelf kan invullen. In de Twm is ook vastgelegd dat de burgemeesters de wethouders betrekt zodat zij alle nodige informatie hebben voor de uitvoering van de taken die zij benutten om de maatregelen goed te laten landen in hun gemeente. Te denken valt aan taken op het terrein van het sociaal domein, onderwijs en de fysieke leefomgeving.
Ondersteuningsstructuur Door de VNG en het ministerie van BZK is een ondersteuningsstructuur ingericht die door gemeentebestuurders, raadsleden en gemeenteambtenaren gebruikt kan worden bij de uitvoering van de Twm. Ook de andere betrokken ministeries (JenV, VWS) leveren hieraan hun inhoudelijke expertise. Via de ondersteuningsstructuur wordt onder meer gezorgd voor een helpdeskfunctie bij de VNG waar bestuurders, raadsleden en ambtenaren met vragen terecht kunnen over de Twm en de onderliggende ministeriële regelingen waarin maatregelen hun grondslag vinden, een goede informatievoorziening over de werking van de wet (via website en Pagina 3 van 4
Zaak:Z052891 - Document:D344114
Datum Kenmerk 2020-0000655823
Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten) en is er gericht aandacht voor lokale bevoegdheden in de gemeentelijke praktijk (bijvoorbeeld door middel van webinars). Ook de veiligheidsregio's, het Nederlands Genootschap voor Burgemeesters en andere beroepsorganisaties zijn goed aangesloten op deze ondersteunIngsstructuur. Op initiatief van het Veiligheidsberaad en de VNG is een regionaal en lokaal voorbeeldbeleidskader opgesteld voor veiligheidsregio's en gemeenten. De helpdeskfunctie en website met relevante informatie over de Twm voor gemeenten zijn in werking en bereikbaar via: covid19Cd)vnci.ril en https://vno.nl/rubrieken/onderwerpen/wetgevino-covid-19. Ten slotte wil ik mijn waardering uitspreken voor uw inspanningen om de inwerkingtreding van de Twm voortvarend en zorgvuldig te laten landen in uw praktijk. Ik ben u zeer erkentelijk voor de verantwoordelijkheid die u voelt om de bestrijding van de epidemie in gezamenlijkheid en goede afstemming voort te zetten. Hoogachtend, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
drs. K.H. 011ongren
De minister
Vol
ndheid, Welzijn en Sport,
Hugo de Jonge
De minister van Justitie en
gheid,
Ferd Gra
Pagina 4 van 4
Zaak:Z052891 - Document:D344114
BIJLAGE BI) BRIEF DD 20 NOVEMBER 2020 INZAKE VOORBEREIDING OP INWERKINGTREDING VAN DE TIJDELIJKE WET MAATREGELEN COVID-19
Kern bestuurlijke inrichting Tijdelijke wet maatregelen covid-19 De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (hierna: Twm) geeft een wettelijke basis voor de maatregelen die nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie. Dit komt in de plaats van de opdrachten van de minister van VWS aan de voorzitters van de veiligheidsregio's en de daarop gebaseerde noodverordeningen van de voorzitter van de veiligheidsregio 's. De noodverordeningen zullen worden ingetrokken. De bevoegdheden tot toepassing en uitvoering van deze maatregelen worden primair belegd bij de burgemeesters, in plaats van bij de voorzitter van de veiligheidsregio's. Alleen de minister van VWS kan, onder omstandigheden, deze bevoegdheidsverdeling - tijdelijk - doorbreken. In het navolgende wordt op hoofdlijnen geschetst wat dit betekent voor het lokaal bestuur. De volgende elementen komen aan bod: 1. 2. 3. 4. 5.
Ruimte voor maatwerk Inzoomen: ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester Positie voorzitter van de veiligheidsregio Inzoomen: toepasselijkheid artikel 39 Wet veiligheidsregio's en GRIP-structuur Positie gemeenteraad
1. Ruimte voor maatwerk Maatwerk (lokaal en regionaal) kan op de volgende manieren worden gerealiseerd: a.
b.
c.
In de ministeriële regeling kan differentiatie worden aangebracht worden tussen gemeenten en (veiligheids)regio's (artikel 58e, eerste lid, onder a). Het is aan de betrokken ministers hier al dan niet toe over te gaan, het staat decentrale overheden vrij om hierom te verzoeken.1 Het is ook mogelijk om in die ministeriële regeling te bepalen dat de burgemeester bevoegd is om lokaal de plaatsen aan te wijzen waar de desbetreffende maatregelen gelden; regels in en buiten werking te stellen. Daarnaast is de burgemeester bevoegd in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.
Los hiervan geldt dat gemeenten/gemeenteraden met autonome gemeentelijke verordeningen zelf regels kunnen stellen (en als ze er al zijn, kunnen behouden2), zolang deze niet in strijd zijn met de bij of krachtens de Twm gestelde regels. Dit zal in de praktijk met name betrekking te hebben op de fysieke openbare ruimte. Te denken valt aan het afsluiten van straten, gebieden en parken, het verplaatsen van markten en het verbieden van stadswandelingen, collectanten en straatartiesten vanwege het risico van opeenhoping van mensen.
2. Inzoomen: ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester De burgemeester is bevoegd, binnen de wettelijke kaders, ontheffingen te verlenen. De ontheffing kan betrekking hebben op de groepsvorming, publieke plaatsen en evenementen.3 Ontheffingen zijn gericht op bijzondere gevallen (artikel 58e, tweede lid). Het ontheffingsverzoek wordt Memorie van toelichting, § 10.3, p. 52 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). Zie artikel VII van de Twm. 3 Op grond van artikel 58e, tweede lid, onder b, is aanvullende ontheffing mogelijk met betrekking tot de voorschriften uit een ministeriële regeling die zien op de voorschriften uit artikel 58j, eerste lid. Artikel 58j, eerste lid, heeft onder meer betrekking op contactberoepen, toerisme en het gebruik van alcohol. Ontheffing van regels ten aanzien van de onderwerpen genoemd in 58j, eerste lid, is mogelijk indien dat in de ministeriële regeling wordt bepaald. Wordt in die regeling niet bepaald dat ontheffing kan worden verleend, dan vallen deze onderwerpen buiten het bereik van de ontheffingsbevoegdheid. 2
1
Zaak:Z052891 - Document:D344114
afgewogen tegen het belang van de bestrijding van het virus. Als de burgemeester van mening is dat het belang van die bestrijding zich tegen de ontheffing verzet, wordt de ontheffing niet verleend. Te denken valt aan bruiloften, uitvaarten, het uitreiken van koninklijke onderscheidingen, herdenkingen en jubilea waarbij bijzondere omstandigheden spelen.4 Of in een bijzonder geval een ontheffing aan de orde kan zijn is afhankelijk van de concrete omstandigheden. Dit is de afweging van de burgemeester zelf. Bij de behandeling van de ontheffingsaanvraag worden betrokken: de locatie, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft (artikel 58e, vierde lid). De burgemeester moet de GGD raadplegen. De GGD beschikt over de benodigde medische en epidemiologische deskundigheid en actuele kennis over de bestrijding van de epidemie. De Wet publieke gezondheid (Wpg) - ter zake van andere besluiten - soortgelijke adviesverplichtingen (artikel 18) en dezelfde werkwijze wordt gevolgd.5 Aan de ontheffing kunnen door de burgemeester voorschriften en beperkingen worden verbonden, al dan niet naar aanleiding van het advies van de GGD.
Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn dus niet bedoeld om algemene uitzonderingen te maken of een ander regime te laten gelden.6 Het gaat bij het verlenen van ontheffingen dus niet om het voortzetten of hervatten van een 'reguliere exploitatie'. Ontheffingsbesluiten zijn altijd gericht op een bijzonder, concreet geval; waarbij geldt dat tegen de beslissing van de burgemeester bestuursrechtelijke rechtsbescherming open staat.7 Het kan zijn dat een ontheffing betrekking heeft op bijvoorbeeld een evenement waarbij bovenlokale effecten ontstaan. Dat noopt tot afstemming met de betreffende andere gemeenten (op grond van artikel 170, eerste lid, onder b, Gemeentewet).8 Deze afstemming kan ook in het regionaal beleidsteam plaatsvinden onder leiding van de voorzitter van de veiligheidsregio. In deze gevallen, of in het geval van een dreigend nadelig bovenlokaal effect, kan de minister besluiten dat de burgemeestersbevoegdheid op de voorzitter overgaat als dat nodig is voor de bestrijding van de epidemie (artikel 58d, eerste lid).8 Deze overdracht dient steeds niet langer te duren dan strikt noodzakelijk is gelet op het uitgangspunt dat de bevoegdheden bij burgemeesters belegd zijn (artikel 58d, tweede lid).
3. Positie voorzitter van de veiligheidsregio Doordat de Twm bevoegdheden in beginsel weer bij de burgemeester belegt, wijzigt de rol van de (voorzitter van) veiligheidsregio. De veiligheidsregio blijft op de volgende manieren betrokken bij de bestrijding van de epidemie: De voorzitters van de veiligheidsregio's blijven in algemene zin belast met de bestrijding van de epidemie, onder leiding van de minister van VWS (artikel 6, vierde lid en artikel 7 Wpg). De voorzitter behoudt zijn coördinerende en signalerende rol. Hij verzamelt de nodige informatie over de lokale uitvoeringspraktijk (artikel 58s, tweede lid). Als voorzitter van het regionaal beleidsteam heeft hij een rol bij de afstemming tussen gemeenten. De voorzitters blijven zoals voorheen specifieke bevoegdheden uit hoofdstuk V van de Wet publieke gezondheid uitoefenen, zoals het in isolatie of quarantaine plaatsen van personen en het treffen van maatregelen gericht op gebouwen, goederen en Memorie van toelichting, § 4.1, p. 25 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3) en Handelingen EK 2020/2021, nr. 6, item 6. 5 Nota n.a.v. verslag TK, p. 105, antwoord op vraag 231-SP (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 6 Nota n.a.v. verslag TK, p. 178, antwoord op vraag 428-D66 (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 7 Nota n.a.v. verslag EK, p. 70, antwoord op vraag SP-4 (Kamerstukken I, 35526, G). Memorie van toelichting, § 4.2, p.
27 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 9 De wettekst luidt: "gevolgen van meer dan plaatselijke betekenis, of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan". Verwezen zij naar § 4.3 van de memorie van toelichting, p. 27, 28 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3). 4
2
Zaak:Z052891 - Document:D344114
vervoermiddelen (opgenomen in de artikelen 34, vierde lid, 47, 51, 54, 55 en 56 wpg).10 De voorzitter kan aan de bevoegdheden van burgemeesters die geregeld zijn in de Twm alleen uitvoering geven als de minister van VWS dit besluit omdat lokale besluitvorming zodanige bovenlokale effecten heeft dat het voor de bestrijding van de epidemie nodig is dat de voorzitter optreedt.
4. Inzoomen: Toepasselijkheid artikel 39 Wet veiligheidsregio's en GRIP-structuur Met de inwerkingtreding van de Twm wordt aangesloten bij de bestaande bestuurlijke verhoudingen, doordat de Twm als uitgangspunt heeft dat bevoegdheden weer bij de burgemeesters liggen en niet bij de voorzitter van de veiligheidsregio." Ook is de positie van gemeenteraden verstevigd.12 De Twm regelt daarmee dat de burgemeester weer toepassing geeft aan een aantal bevoegdheden die op dit moment bij de voorzitters zijn belegd. De Twm (artikel 58d, derde lid) regelt namelijk dat artikel 39, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio's (Wvr) niet meer onverkort van toepassing is. Concreet betekent dit onder meer dat de burgemeester weer het bevoegd gezag is met betrekking tot openbare manifestaties en dat hij in het kader van de uitoefening van zijn bevoegdheden ook het gezag heeft over de politie en de Koninklijke marechaussee.13 Dat het zogenoemde 'opperbevel'(artikel 5 Wvr) bij de voorzitter van de veiligheidsregio blijft is erin gelegen dat hij op basis van de Wpg (artikel 6, vierde lid) de bestrijding ter hand kan nemen en via het opperbevel er een relatie ligt met diens aansturing van de GGD-GHOR.
Dit opperbevel doet niet af aan de beschikking die de burgemeester heeft over de politie en de Koninklijke marechaussee in het kader van het uitoefenen van zijn Twm-bevoegdheden." Ten aanzien van de GRIP-procedure wordt opgemerkt dat de wet leidend is en de GRIP-procedure als instrument volgend." Het al dan niet opschalen in de GRIP-structuur heeft geen enkel effect op de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het kader van de aanpak van covid19. Die zijn vastgelegd in de Twm. Alleen op grond van een formeel besluit op grond van artikel 58d van de Minister van VWS kan een bepaalde bevoegdheid van een burgemeester tijdelijk worden belegd bij de voorzitter veiligheidsregio. Waar sprake is van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A, is per definitie sprake van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis. Ongeacht het GRIP-niveau blijven de voorzitters van de veiligheidsregio's daarom op grond van de Wvr (artikel 39, tweede en derde lid) verplicht een regionaal beleidsteam bijeen te roepen/te houden en een operationeel leider aan te wijzen. Het regionaal beleidsteam blijft als overleg-gremium dus functioneren.
Het is aan de voorzitter van de veiligheidsregio en de andere burgemeesters in de regio om afspraken te maken over de frequentie van bijeenkomsten van het regionaal beleidsteam, bijvoorbeeld afhankelijk van de mate waarin covid-19 zich in de regio manifesteert. Daarnaast roept (en houdt) de voorzitter een regionaal beleidsteam bijeen wanneer hij door een besluit van de minister van VWS een burgemeestersbevoegdheid overgedragen krijgt.16
5. Positie gemeenteraad 10 Nota n.a.v. verslag EK, p. 5, antwoord op vraag VVD-5 (Kamerstukken I, 35526, G). " Dit blijkt uit de systematiek van de Twm, zie ook de toelichting bij de nota van wijziging, p. 9, aanvulling artikel 58d (Kamerstukken II, 35526, nr. 24). 12 Gewezen zij op artikel 58s, vierde lid voor zover het het handelen van de burgemeester betreft en het vijfde lid voor zover het het handelen van de voorzitter van de veiligheidsregio betreft. 13 Zie de toelichting bij de tweede nota van wijziging, onderdeel A inz. artikel 5 Ww. (nog niet als Kamerstuk gepubliceerd). 14 Zie de toelichting bij de tweede nota van wijziging, onderdeel A inz. artikel 5 Wvr (nog niet als Kamerstuk gepubliceerd). 15 Nota n.a.v. verslag TK, p. 29, antwoord op vraag 44-CU (Kamerstukken II, 35526, nr. 23). 16 Verwezen zij naar § 4.3 van de memorie van toelichting, p. 28 (Kamerstukken II, 35526, nr. 3).
3
Zaak:Z052891 - Document:D344114
De Twm belegt de bevoegdheden tot de uitvoering van de maatregelen voor de bestrijding van de epidemie in beginsel bij de burgemeester van de betreffende gemeente en niet meer bij de voorzitter van de veiligheidsregio. Hiermee wordt de kracht van lokale besluitvorming benut.17 Voor zover ten gevolge van een besluit van de minister van VWS de voorzitter van de veiligheidsregio alsnog bevoegd is, is in de Twm de verantwoordingsrelatie met de betreffende gemeenteraad verstevigd. a. Ten opzichte van de burgemeester De burgemeester is over de uitoefening van zijn bevoegdheden verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. Hij geeft uit zichzelf de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn controlerende taak nodig heeft. Ook doet de burgemeester dit (mondeling of schriftelijke) in reactie op inlichtingen die door een of meer leden worden gevraagd. Dat geldt al op grond van de Gemeentewet (artikel 180) en is in de Twm geëxpliciteerd (artikel 58s, vierde lid). Juist door bevoegdheden op lokaal niveau te beleggen (bij burgemeesters) wordt de gemeenteraad in positie gebracht en kan lokaal debat plaatsvinden over de uitoefening van die bevoegdheden/uitvoering van maatregelen.
Dit kan bijvoorbeeld over het al dan niet verlenen van ontheffingen gaan of de handhaving van de zorgplicht die op beheerders van publieke plaatsen en bepaalde besloten plaatsen rust, aan de hand van casuïstiek of een (periodieke) rapportage van de burgemeester aan de raad. De verantwoordingsrelatie tussen raad en burgemeester is bij uitstek een zaak die het lokaal bestuur zelf in kan vullen (zoals dit geldt voor alle bevoegdheden die de burgemeester als eenhoofdig orgaan uitoefent). Over de precieze invulling van deze verantwoordingsrelatie laat de Twm zich dus niet uit. De behoefte aan de wijze van verantwoording kan of zal steeds per gemeente verschillen. Gemeenteraden en burgemeesters bepalen de precieze wijze van verantwoording daarom zelf in hun onderlinge verhouding.18 Ten overvloede zij opgemerkt dat de burgemeester de betrokkenheid van de wethouders bij zijn besluitvorming waarborgt. Hij dient hun alle informatie te verstrekken die zij bij de uitoefening van hun taken nodig hebben (artikel 58s, vierde lid). b. Ten opzichte van de voorzitter van de veiligheidsregio De Twm expliciteert ook de verantwoordingsrelatie tussen de voorzitter van de veiligheidsregio en de raden van de gemeenten die deel uitmaken van de veiligheidsregio in het geval de voorzitter door de minister van VWS een burgemeestersbevoegdheid heeft overgedragen gekregen.
Bepaald is dat wanneer als gevolg van een besluit van de minister van VWS de voorzitter tijdelijk een burgemeestersbevoegdheid uitoefent, hij daarover verantwoording aflegt aan de betrokken gemeenteraden (artikel 58s, vijfde lid). Dit geschiedt door het uitbrengen van een verslag en het beantwoorden van de vragen van de raden. Het uitbrengen van een verslag kan gevolgd kan worden door een debat met de betrokken gemeenteraden. De voorzitters van de veiligheidsregio's en de gemeenteraden kunnen onderling invulling geven aan de praktische uitvoering van deze verantwoordingsrelatie. Denkbare vormen zijn een verslag aan alle raden gezamenlijk en tevens een gezamenlijk debat met alle of een aantal raden tegelijk. De mondelinge toelichting kan in een fysieke of digitale vergadering worden gegeven.19 Mocht een gemeenteraad onder omstandigheden afkeuring willen doen blijken over het handelen van de voorzitter, dan kan dit ter kennis worden gebracht van de minister van Justitie en Veiligheid"
Nota n.a.v. verslag EK, p. 5, antwoord op vraag VVD-5 (Kamerstukken I, 35526, G). Memorie van toelichting § 41, p. 26 en § 10.3, p. 52. Zie verder Nota n.a.v. verslag EK, p. 50, antwoord op vraag PvdA-14 (Kamerstukken I, 35526, nr. G). 18 Zie de toelichting op het amendement-Van Dam c.s. (Kamerstukken II, 35526, nr. 32). 20 Nota n.a.v. verslag EK, p. 50, antwoord op vraag PvdA-15 en PvdA-16 (Kamerstukken I, 35526, G). 17 18
4