A28 - Stichting Hogenenk en stichting Het Anker - reactie op Bestemmingsplan Energietransitie Servicestation en appartementencomplex D411184
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: CC: Onderwerp: Bijlagen:
piet.moerkens maandag 26 juni 2023 14:29 Griffie Otto Koedijk; Ronald Zeilstra Reactie op brief aan de Raad inzake MFT Brief aan de Raad - reactie op stuk College 20230625.doc
L.s., Naar aanleiding van het Forum Fysieke Leefomgeving 15-06-2023 hebben Stichting Hogenenk en Stichting het Anker nog aanvullende informatie voor het dossier Energietransitie Servicestation en appartementencomplex. Wij verzoeken u het bijgevoegde document toe te voegen aan de stukken van het dossier voor Bestemmingsplan Energietransitie Servicestation en appartementencomplex.
Hartelijke groet, Piet Moerkens Otto Koedijk Ronald Zeilstra stichting.hogenenk@gmail.com Stichting het Anker Stichting het Anker
1
Betreft: Onvolledige informatie in advies naar de Raad inzake bestemmingsplan ‘Energietransitie servicestation en appartementencomplex’.
Brummen, 25 juni 2023
Geachte Raad,
De eenzijdige verwerking door het College van de zienswijzen in het advies naar de Raad inzake bestemmingsplan ‘Energietransitie servicestation en appartementencomplex’ staat ons inziens een objectieve en zorgvuldige beoordeling door de Raad in de weg. Daarom hebben wij (Stichting Hogenenk en Stichting Het Anker) hieronder enkele kanttekeningen gemaakt op de zienswijzebeantwoording én het Raadsvoorstel aan de hand van de informatie uit het dossier.
Om de informatie snel tot u te kunnen nemen, geven we eerst per onderwerp bulletgewijs aan waar de pijnpunten zitten. Per onderwerp kunt u vervolgens nadere verdieping vinden, waarbij we inzoomen op bepaalde passages uit het advies. Deze zijn in geel en cursief aangegeven.
Bedenk dat dit een selectie is van de meest in het oog sprekende zaken; voor een volledige lijst ontbreekt helaas de tijd.
Als afdronk op de inspraakronde en de publiciteit, die vlak daarna door initiatiefnemer is gezocht, willen wij u nog het volgende meegeven: Het is niet onze stiel om te pas en te onpas te dreigen met rechtszaken en/of schadeclaims. U zult echter hopelijk wel begrijpen dat –bij instemming door de raad– dit dossier voldoende haakjes bevat voor een gang naar de Raad van State. En dat de vooronderstelde schade van de initiatiefnemer niet in verhouding staat tot alleen al de planschade bij Stichting Het Anker/De Meander.
1. Locatie-analyse is eenzijdig en achterhaald •
Afweging op een beperkt aantal aspecten, zonder rekening te houden met de kwetsbaarheid van de gronden van Stichting Het Anker/De Meander.
•
Sterk gericht op het perceel, dat eigendom is van initiatiefnemer.
•
Wel regionale functie, maar geen regionaal zoekgebied.
•
Niet herijkt op gewijzigde omgevingssituatie i.v.m. plannen Provincie voor vergroten rotonde.
2. Nadelige consequenties vanwege plannen Provincie voor vergroten rotonde
•
Verleggen van de toegangsweg leidt tot aanzienlijk grotere invloed op omgeving.
•
Toegangsweg gaat ten koste van uilenwallen, bedreigt levensvatbaarheid aanwezige houtsingels en biologisch-dynamische landbouw van Stichting Het Anker/De Meander.
3. Koppeling plangebieden ‘Brummen Kom’ en ‘Buitengebied’ op onheuse gronden •
Oneigenlijk gebruik van de procedures voor Ruimtelijke Ordening door twee partiële herzieningen (postzegelplannen), met sterk uiteenlopende kenmerken, samen te voegen in één bestemmingsplan.
•
Breed verzet tegen plannen in buitengebied kan zo teniet worden gedaan door ‘geen bezwaar’ tegen c.q. instemmen met de plannen in de dorpskom.
•
Ruim 7250m2 verharding in waardevol landschap past niet bij de landelijke ‘Ladder van duurzame verstedelijking’.
•
‘Ladder van Duurzame Verstedelijking’ moet ook op nevenfuncties (retail) worden toegepast op de voorgenomen bestemmingswijziging.
4. Structuurvisie Ligt op Groen (2006) wordt oneigenlijk gebruikt •
Een specifieke wens (voor een pomp op een concrete locatie) kan nooit onderdeel van algemeen beleid zijn.
•
In later vastgesteld bestemmingsplan Buitengebied (2009) is die wens niet opgenomen. En wordt dit zelfs expliciet tegengesproken: “In de ROV is de keuze gemaakt om uiterst zorgvuldig om te gaan met het toevoegen van bebouwing in het buitengebied. In beginsel worden geen nieuwe rode ontwikkelingen toegelaten.”
•
Een groot deel van het landelijke gebied van Brummen buiten de EHS behoort tot de beleidscategorie ‘Waardevol landschap Zuidelijke IJsselvallei’.
•
Ligt op Groen is juist een visie om de unieke kwaliteit van landschap te behouden en te versterken.
5. Niet gemotiveerde ambtshalve aanpassingen halen nuance weg •
Motivatie voor aanpassingen en reacties op zelfgemaakte samenvattingen van zienswijzen gaat nauwelijks verder dan ‘voldoet aan wet- en regelgeving’.
•
Inhoudelijke discussie wordt uit de weg gegaan.
•
Alle ingebrachte zienswijzepunten worden daarmee de facto weggeschreven: afgedaan als irrelevant.
•
Voorbeelden van ‘kort door de bocht’-tactiek: Volstrekt ontoereikende quick scan voor ecologisch onderzoek.
Het niet willen onderkennen van meervoudige functie van uilenwallen. Bewering in de reactienota dat de regio-archeoloog het hele gebied heeft ‘vrijgegeven’ is pertinent onwaar.
6. Onzorgvuldige verkeerskundige beoordeling •
Rijcurven van de uitrit lopen ook over de andere weghelft, waardoor situatie niet veilig is.
•
Rijcurven en contouren gaan nog steeds over de grond van Stichting Het Anker/De Meander.
•
Tegelijk in- en uitrijden van vrachtverkeer lijkt niet mogelijk.
•
Beperkte ruimte maakt dat er ook geen veilige én passende situatie kan worden gecreëerd.
7. Onvolkomenheden in Beeldkwaliteitsplan en Plan Landschappelijke Inrichting •
Beeldkwaliteit is via de planregels enkel geborgd in een 'natuurlijk groendak' en een goothoogte. In hoeverre krijg je wat je nu ziet in het beeldkwaliteitsplan?
•
Te veel vrijheid voor invulling.
•
Geen waarborgen voor behoud van landschappelijke kwaliteit van de plek, wat alleen al blijkt uit de volgende tekortkomingen: Aangetoond is dat de toegangsweg niet in te passen is zoals aangegeven op Plan Landschappelijke Inrichting. De smalle 2,5 meter zone groen op de verbeelding van het bestemmingsplan is de enige zone die met zekerheid een groene invulling krijgt. Alle overige ‘groen’ uit het Inrichtingsplan valt onder een andere hoofdbestemming. De bomen, die zijn aangeduid als groene inrichtingselementen, blijken geen bomen maar struiken te zijn. De bomen die er wel komen, bevinden zich op gronden buiten de kavel en vallen buiten het eigendom van initiatiefnemer. Wiens verantwoordelijkheid is de aanleg en onderhoud ervan? Plantmaten (hoogte, stamdiameter) zijn niet gespecificeerd. Door de ontsluiting wordt de buffer tussen de gronden van Stichting Het Anker/De Meander tot nul gereduceerd. Hiermee worden de gedane beloftes uit 2000 bij de aanleg van de Kwazenboschweg teniet gedaan en wordt het daarmee samenhangende Raadsbesluit terzijde geschoven. Per saldo verdwijnt er meer groen dan erbij komt.
8. Geen eerlijke toets aan ‘Ladder van Duurzame Verstedelijking’ •
‘Nut en noodzaak’ voor tankstation op deze plek niet voldoende onderbouwd.
•
Alternatieve locaties op bestaande bedrijventerreinen in de regio onvoldoende onderzocht.
•
Groeiend belang van nevenfuncties (horeca) gaat ten koste van voorzieningen in de kern van Brummen, helemaal na 2035 als retail de grootste verdienste is van het tankstation.
9. Schoffering over ‘Visie Levend Land Goed’ •
Insteek van ‘Visie Levend Land Goed’ (2019) is verduurzaming van de landbouw op de Hogenenk, en niet het tegenhouden van een tankstation. Onbestaanbaar dat het College dit zo durft weer te geven. Terwijl er destijds brede steun was voor onze visie, ook vanuit het College!
•
Ook burgers mogen een visie ontwikkelen over hun leefomgeving, iets wat volgens ons prima past in de geest van de nieuwe Omgevingswet.
10. Gemarchandeer met status van bescherming van de uilenwallen •
Verzoek van Stichting Hogenenk en van Stichting het Anker om de uilenwallen een (meer) beschermde status te geven is nog steeds niet afgehandeld. Thans loopt er nog een bezwaarprocedure, waarvan de wettelijke behandeltermijnen ver zijn overschreden.
•
De wallen hebben een functie voor landschappelijke inpassing, ecologie én bescherming van lokale kerkuilen. Deze waarden zijn nergens (deugdelijk) onderzocht.
•
Principebesluit van College over de voorliggende bestemmingsplanprocedure gaat voorbij aan het Raadsbesluit 'Noordelijke Ontsluitingsweg Brummen' dat het belang van de uilenwallen en de bijbehorende expliciete planologische bescherming ervan juist aanhaalt.
11. Gelijkheidsbeginsel met voeten getreden •
Officieel verzoek (in april 2021) van Stichting het Anker/De Meander om de strook grond tussen de uilenwallen en de houtsingel van hun perceel, waar nu de toegangsweg is gepland, te onderhouden, is niet door de Gemeente gehonoreerd.
•
De grond voor de toegangsweg wordt in voorliggend bestemmingsplan onderhands aan initiatiefnemer ter beschikking gesteld voor het realiseren van de inrit.
•
Waarom kan dat wel, terwijl een eerder verzoek van Stichting het Anker/De Meander om deze strook grond te onderhouden werd afgewezen?
12. Overige opmerkingen •
Hoe lang speelt het gedogen nu al niet?
•
Een schadeclaim koppelen aan het verloop van de principebesluiten is onzinnig.
1. Locatie-analyse is eenzijdig en achterhaald De belangrijkste voorwaarde was dat er eerst een stedenbouwkundige en landschappelijke analyse van het lint (kern en landschap) langs de N348 moest worden uitgevoerd alvorens een besluit te kunnen nemen over het verplaatsen van een brandstoffenverkooppunt naar de N348. Op deze landschappelijke analyse hebben wij kritiek geuit omdat de analyse in onze ogen tekortschiet op een aantal belangrijke punten. Helaas is deze kritiek niet opgenomen in de stukken. Deze willen we u niet onthouden: 1. De studie gaat uit van een zeer beperkt zoekgebied, globaal gezien tussen de rotondes van Brummen. Dit terwijl de ambitie langs de N348 en N345 duidelijk een regionale is. Het zoekgebied zou daarom ook tot de regio moeten worden uitgebreid. 2. De studie kijkt slechts naar een drietal thema’s: ruimte, verkeer en risico. Ze maakt geen goede analyse van kwetsbare functies en gebieden. 3. De optie voor een nul-variant is niet opgenomen. De huidige locatie zou ook nog steeds als een alternatief voor het tankstation kunnen gelden. 4. De bijzondere waarde van de gronden van Stichting het Anker/VOF de Meander worden niet genoemd in het stuk. Jammer, want hierdoor is de analyse eenzijdig en wordt geen recht gedaan aan de daadwerkelijke waarde van het gebied. 5.
De plannen voor de vergroting van de rotonde waren op het moment van de analyse nog niet bekend. De gedwongen verplaatsing van de inrit van het tankstation maakt deze locatie feitelijk ongeschikt. 6. In de analyse worden duidelijke uitspraken gedaan over behoud van de bomen en groenstructuren. Waarom is daar nu zo weinig van te merken? Al met al verdwijnen 5300 m2 landbouwgrond, 1956 m2 uilenwallen, loopt 600m2 houtsingel van ons gevaar en verliest de grond van de Meander de belangrijke buffer van verkeer en verkeersinvloed van de geplande inrit en tankstation. 7. Doorzetten van de plannen voor het tankstation is verstedelijking in het buitengebied met een bedrijvenbestemming. We zijn zeer bezorgd dat dit een precedent schept voor nog meer verstedelijking op de Hogenenk.
2. Nadelige consequenties vanwege plannen Provincie voor vergroten rotonde Naast de voorgenomen realisatie van een tankstation nabij de rotonde Kwazenboschweg-N345-N348 heeft de provincie de voorbereidingen om te komen tot een opwaardering van deze rotonde ter verbetering van de verkeersdoorstroming op de N345 en N348 getroffen. Het definitieve ontwerp van de rotonde heeft het ontwerp van het tankstation en de locatie-analyse N348 ingehaald. De inrit van het tankstation was tot 2019 getekend direct op de Kwazenboschweg. Toen kwam het dwingende advies van de provincie om de toegang van het tankstation op 150 meter vanaf de rotonde te leggen. De provincie zet in dezelfde notitie (bijlage 21 uit de stukken) vraagtekens bij deze locatiekeuze. Waarom is geen contact gezocht met de Clean Energy Hub van de provincie over advies over goede locaties voor waterstofproductie? Door de eis van 150 meter vanaf de rotonde, werd toen pas duidelijk dat deze locatie feitelijk ongeschikt werd en alleen op geforceerde wijze kon worden ontsloten ten koste van de uilenwallen en aantasting van de houtsingels van Stichting het Anker. Hierover wordt met geen woord gerept door het College. Ook negeert het college de afwijzing van medewerking aan de ontsluiting door de provincie uit 2015 (bijlage 22).
Samen met de regionale ambities heeft de vergroting van de rotonde aan de N348 tot nieuwe uitgangspunten geleid, waardoor een nieuw locatiekeuzeonderzoek de beste keuze zou zijn met de kennis van nu als uitgangspunt.
3. Koppeling plangebieden ‘Brummen Kom’ en ‘Buitengebied’ op onheuse gronden Beide locaties zijn bewust aan elkaar gekoppeld zodat het voor iedereen helder is wat de bedoeling is van het bestemmingsplan. De bedoeling lijkt duidelijk, maar waarom de twee plannen aan elkaar gekoppeld zijn, is dat niet. Beide (postzegel)plannen zijn, naar verluid, aan elkaar gekoppeld vanuit de vrees dat na de bouw van Multi Fuel Tankstation (MFT) op de nieuwe locatie de oude locatie niet zou worden ontruimd. Dit is oneigenlijk gebruik van ruimtelijke plannen. Voor dat doel zijn juridisch bindende documenten, zoals een anterieure overeenkomst bedoeld. De procedure wordt hierdoor ingewikkeld en wie voor het ene plan stemt, wordt welhaast gedwongen om ook voor het andere plan te zijn, terwijl de belangen en situaties hier totaal verschillend zijn in aard, ligging, context en functie. Bovendien is een bestemmingsplan niet het instrument om dergelijk koppelingen te regelen, daar zijn andere anterieure mogelijkheden voor. In feite is hier sprake van oneigenlijk gebruik van het bestemmingsplan. Hierdoor wordt het vrijwel onmogelijk de gevestigde belangen rondom het buitengebied een gelijkwaardig gewicht te geven in de afweging. De dreiging met een schadeclaim en de wijze waarop het college met deze druk omgaat is zorgwekkend.
“Iets dat problemen oplevert in het dorp geef je de ruimte, en iets wat de ruimte nodig heeft, geef je problemen”. Dit waren de treffende woorden van een inspreker tijdens het forum. Het plan om in het dorp het huidige tankstation om te vormen tot appartementen kan op brede steun rekenen. De plannen in het buitengebied van de Hogenenk stuiten op veel verzet vanwege de bedreiging voor de biologische landbouw van de Meander, aantasting van de uilenwallen en de verstedelijking van het landschappelijk waardevol buitengebied (zie laddertoets bij punt 9). Het idee van de ladder van duurzame verstedelijking is dat je eerst bestaande locaties in stedelijk gebied gebruikt en pas als je niet anders kunt en alle alternatieven goed zijn onderzocht een nieuwe locatie in het buitengebied zou kunnen ontwikkelen. Hier past het al helemaal slecht omdat het een gebied met landschapswaarden (zie bestemmingsplan buitengebied) betreft.
4. Structuurvisie Ligt op Groen (2006) wordt oneigenlijk gebruikt De structuurvisie Ligt op Groen (vastgesteld door de gemeenteraad in 2008) geeft richting voor het verplaatsen van tankstations binnen een woonomgeving naar een nieuwe locatie. De locatie is slechts globaal geduid en niet specifiek gemaakt of onderzocht. Daarom is de genoemde passage een wens en geen onderdeel van beleid. Bovendien is deze uitspraak niet opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied dat in 2009 het licht zag. Daarbij komt dat Ligt op Groen in 2006 is vastgesteld. Ruim voldoende tijd om op te nemen in het bestemmingsplan Buitengebied als het idee voor verplaatsing echt beleid actueel was geweest. Nu is, vanwege het ontbreken van een brede ruimtelijke afweging, een ondermaats postzegelplan de eerste gelegenheid waarbij een zienswijze mogelijk is. Voornamelijk besteedt de structuurvisie LoG aandacht aan de kwaliteit van het landschap als vertrekpunt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is als volgt samengevat. Voor de gemeente Brummen is de groene kwaliteit het vertrekpunt; het is dé identiteitsdrager van de gemeente. De bestaande groene kwaliteiten worden behouden en nieuwe ontwikkelingen ingezet ter versterking van deze groene kwaliteiten.
Voor het plangebied van het bestemmingsplan zijn de volgende strategische beleidsuitspraken essentieel: • Er vinden geen ontwikkelingen plaats die de beschermde natuurgebieden aantasten. • Ook in de kernen zijn groene kwaliteiten van groot belang. Intensivering van het ruimtegebruik mag dan ook niet ten koste gaan van de groene identiteit en nieuwe ontwikkelingen versterken ons groene karakter. • Nieuwe ruimte voor waterberging en ruimte voor rivier worden benut als kans om de groenblauwe identiteit te versterken. De gemeente wil deze ontwikkelingen combineren met andere functies, zoals agrarisch gebruik, recreatie, woningbouw of natuurontwikkeling. • Enkgrond herbergt plaatsgebonden waarden, die bovendien eeuwen nodig hebben om opgebouwd te worden. Verlies van zulke grond door verstening kan dus onmogelijk gecompenseerd worden door versterking van groene en dorpse waarden op andere plekken in de gemeente. Een blik op de geomorfologische kaart leert dat hier sprake is van een oude rivierduin waarop later de Hogenenk is ontstaan. Waar dorpse en groene waarden op de tocht staan door economische ontwikkelingen, waarborgen de enken in een landschap nog steeds, als vanouds, veerkracht voor hun leefgemeenschappen.
Niet alleen herbergen deze heuvels ondergewaardeerd economisch en ecologisch kapitaal, maar zij vormen ook oriëntatiepunten voor ruimtelijke herbezinning vanuit de cultuurhistorische identiteit van een gemeenschap. Helaas komt het nog steeds voor dat de agrarische bestemming van dorpse enkgronden, zonder diepgaande afweging wordt omzet naar een bedrijfsbestemming. De resulterende verstening van de enk betekent dan zowel kapitaalvernietiging als identiteitsverlies. Geen compensatieregeling kan dit goed draaien. Gemeentelijk beleid met de oprechte intentie om dorpse en groene waarden effectief te beschermen en te versterken zal enken dan ook erkennen als unieke concentratiepunten van cultuurhistorische, ecologische en economische bronnen voor veerkracht en een duurzame plattelandsontwikkeling. In het bestemmingsplan wordt op geen enkele aannemelijk gemaakt dat het tankstation bijdraagt aan deze duurzame plattelandsontwikkeling.
5. Niet gemotiveerde ambtshalve aanpassingen halen nuance weg De zienswijzen geven geen aanleiding tot wezenlijke aanpassingen van het plan. Ambtshalve zijn er ondergeschikte aanpassingen doorgevoerd. De ingediende zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een reactie (D40263). De gelegenheid om hierop te reageren is ons onthouden. Helaas, want de stukken bevatten ook de na de ambtshalve aanpassingen nog steeds aanwijsbare fouten en onvolkomenheden. Bovendien worden veel zienswijzen te kort door de bocht samengevat en vervolgens weggewuifd, zonder een transparante en controleerbare inhoudelijke reactie. Dit maakt een neutrale afweging zo goed als onmogelijk. Diverse zienswijzen tonen aan dat diverse onderzoeken ter onderbouwing van het bestemmingsplan kwalitatief ondermaats en zelfs misleidend zijn. In deze kwaliteit had het plan niet mogen worden aangeboden aan de gemeenteraad. Ambtelijk had dit moeten worden afgekeurd en geretourneerd naar de indiener van het plan, met verbeterpunten. Er wordt niet duidelijk welke punten in de zienswijzen de aanleiding zijn voor de ambtshalve aanpassing. Daardoor is het proces niet transparant en controleerbaar. De beoordeling of er sprake is van neutrale afweging van belangen kan niet gemaakt worden.
De reactie van het College “voldoet aan wet- en regelgeving” wordt veelvuldig gebruikt, maar mist hierdoor de essentie van de ingebrachte zienswijzepunten. Namelijk dat er met visie en samenhang naar de plek gekeken wordt. Een voorbeeld hiervan is het ecologisch onderzoek. Middels een quick scan (lees: onderzoek van achter bureau en 1x bezoek aan de locatie in december) kan niet overtuigend worden vastgesteld dat de uilenwallen geen waarde hebben voor de uilen: •
Voor de Quick Scan is slechts één bezoek afgelegd op een moment van de dag waarop de kerkuil niet vliegt, en in een jaargetijde waarin de ringslang zich in winterslaap heeft teruggetrokken. Een ecoloog behoort dit te weten.
•
Een quick scan is onvoldoende, een ecologisch onderzoek in dit soort omstandigheden moet minstens een jaar rond worden gedaan, met meerdere locatie-bezoeken en relevante waarnemingshulpmiddelen.
•
De quick scan is uit 2018, dat is 5 jaar geleden en is derhalve verouderd.
•
Alleen al waarom de uilenwallen werden aangelegd is genoeg reden voor een uitgebreid ecologisch onderzoek.
De uilenwallen liggen er met een goede reden. Deze is breder dan alleen ecologisch. Door het gesprek hierover uit de weg te gaan mis je de clue! Dat is jammer want we hebben hier vanuit de omgeving meermaals om gevraagd. Een beschermde soort als de kerkuil of ringslang hebben wettelijk gezien een strenge toetsing, maar omdat het niet uit de quick scan naar voren kwam, wordt er niet op getoetst en worden de uilenwallen “vogelvrij” verklaard. Daar bovenop hebben de uilenwallen een bredere functie dan alleen voor de uilen en ringslangen. De wallen dienen als buffer voor de hinder vanuit het verkeer van de Kwazenboschweg en verbinding in de groen-blauwe
structuur van de Hogenenk. Deze landschappelijke inpassing is in 2000 in het bestemmingsplan ‘Kwazenboschweg’ – nota bene ook een Raadsbesluit! - ook als zodanig vastgelegd.
6. Onzorgvuldige verkeerskundige beoordeling Provinciaal advies en verkeerskundige beoordeling: ook de situering en maatvoering van de ontsluitingsweg is voldoende ruim en overzichtelijk om verkeersveilig de Kwazenboschweg op te kunnen rijden. Het College geeft aan dat na (voor)overleg met de provincie de ontsluiting als voldoende veilig wordt beoordeeld. Echter er staat niet vermeld dat de rijcurven en contouren nog steeds over de grond van Stichting het Anker en de Meander lopen. Dit heeft grote nadelige gevolgen voor onze houtsingels die direct grenzen aan het plangebied van het bestemmingsplan. Ons is geen document bekend uit de stukken waarin de provincie een positief waardeoordeel geeft. Wel heeft de provincie bij meerdere gelegenheden aangegeven dat het een gemeentelijke verantwoordelijkheid is, zolang maar genoeg afstand wordt gehouden tot haar wegen. Wethouder Inberg heeft dat met zoveel woorden nog eens bevestigd in het Forum Fysieke Leefomgeving van 20230615. Ook wordt met geen woord gerept over onze bomen en struiken die met voeten worden getreden als de aanleg van de inrit door zou gaan. Immers de plangrens loopt over de kroonprojectie en wortelzone van onze houtsingel. Die wordt door de geplande verharding direct bedreigd. Bovendien lopen de rijcurven van de inrit ook over de andere weghelft van de Kwazenboschweg.
Dat is gevaarlijk voor alle verkeer en maakt het risico op aanrijdingen onnodig hoog. Daarbij blijkt uit de stukken van het bestemmingsplan dat twee vrachtwagens elkaar op de inrit niet kunnen passeren, ook hierbij is het risico op aanrijdingen onnodig hoog. Het genoemde inrichtingsplan is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Dat is mooi, maar hierin zien wij wederom een aantal tekortkomingen, zoals: 1. Het gebrek aan voldoende parkeerplaatsen, 2. Geen bomen maar struikjes als aankleding, 3. Bestaande bomen tekenen die er niet staan. 4. Een inrit die niet overeenkomt met de rijcurven uit het inrichtingsplan en bestemmingsplan. Dit is geen afdoende toetsingskader, nu niet voor de besluitvorming over dit plan en straks niet voor de omgevingsvergunning
7. Onvolkomenheden in Beeldkwaliteitsplan en Plan Landschappelijke Inrichting Beide locaties bevinden zich op een bijzondere locatie met specifiek initiatief waarvoor een nieuw beeldkwaliteitsplan nodig is. Ondanks ambtshalve aanpassingen heeft het beeldkwaliteitsplan voor het tankstation nog steeds onvolkomenheden. Het biedt geen garantie dat er daadwerkelijk de getoonde ambitie kan worden gerealiseerd. Belangrijke thema’s als kleur- en materiaalgebruik en detaillering ontbreken, geen eisen over erfafscheiding, verlichting, reclame- of vlaggenmasten, technische installaties op het dak en materiaalgebruik van de buitenruimte, Referentiebeelden voor de beeldkwaliteit ontbreken. Alleen de verouderde schetsen van BBO geven een indruk, maar zijn ze straks het toetsingskader? Waar moet op worden gelet? Wil het inrichtingsplan als toetsingskader enig nut hebben, dan is het belangrijk dat het de feitelijke situatie weergeeft. Bijvoorbeeld dat de rijcurven maatgevend zijn voor de ontsluitingsweg in het inrichtingsplan. Ten opzichte van de rijcurven komt het inrichtingsplan voor de ontsluitingsweg 5 meter te kort. Dat kan leiden tot vergaande consequenties voor het eigendom van Stichting het Anker.
Anderzijds is de incorrecte verwerking van de maatvoering van de rijcurven een onderbelicht aspect in de verkeersveiligheid op de Kwazenboschweg, met mogelijk vergaande gevolgen als in de toekomst alsnog extra ingrepen in de omgeving nodig zijn omwille van de verkeersveiligheid. Naar ons idee is er te veel vrijheid en zijn er geen heldere visie en criteria voor deze kwetsbare plek als groene entree van het dorp. Het concept van deze plek moet eerst landschappelijk en stedenbouwkundig worden uitgewerkt. Hierover is nu alleen wollige taal te lezen met als kern van het verhaal een mooie luifel. Wij zien niet dat deze plannen recht gaan doen aan de landschappelijke kwaliteit en betekenis, zoals verwoord in Ligt op Groen, het bestemmingsplan buitengebied of het inpassingsplan van de Kwazenboschweg. Een discussie over de betekenis van de entree van het dorp in landschappelijke context hoort thuis op een hoger schaalniveau. De ideale plek om dit te doen met alle belanghebbenden zou de omgevingsvisie zijn. We staan van harte open voor uitnodiging in die richting.
8. Geen eerlijke toets aan ‘Ladder van Duurzame Verstedelijking’ Nieuwe locatie tankstation in een landschappelijke omgeving, ondanks deze weging van belangen is het een stedelijke ontwikkeling in een overwegend groene omgeving. De plaatsing van het nieuwe tankstation is in een agrarisch gebied, buiten de komgrens, met een agrarische bestemming inclusief landschappelijk waardevolle aanduiding. Door de omvangrijke bebouwing en verharding valt het plan onder de ‘Ladder Toets van duurzame verstedelijking’, die bij hoge uitzondering dergelijke ontwikkelingen toestaat. De vereiste bijzondere aandacht aan ‘nut en noodzaak’ van het tankstation op deze plek is naar ons idee te beperkt gebleven. Alternatieve locaties op bestaande bedrijventerreinen, in de regio, zijn onvoldoende onderzocht. Dat geldt net zo goed voor de nevenfuncties die worden genoemd. Volgens de brief van het College zullen deze vanaf 2035 de basis vormen van het verdienmodel van het tankstation! Wat doet dit met de voorzieningen in de kern van Brummen? Is hier draagvlak voor? Is dit effect onderzocht? Verdere verstedelijking van de Hogenenk zien wij niet als onderdeel van onze visie voor het gebied. Verstedelijking in de vorm van het tankstation doet juist afbreuk aan de kwaliteit van het landschap, de biologische akkers van Stichting het Anker en de toekomstwaarde van VOF de Meander.
De schadelijke stoffen die in het tankstation zullen worden verkocht zien wij voor bodem, water en natuur als een grote bedreiging en risico. Je zou verwachten dat het thema ‘Bodem en Water’ sturend zijn, meer de aandacht van het College zou hebben op dit punt. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/11/25/kabinet-maakt-water-en-bodemsturend-bij-ruimtelijke-keuzes
9. Schoffering over ‘Visie Levend Land Goed’ Het is aan de gemeente om visies vast te stellen en niet aan bewoners van een bepaald gebied om voor hen ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Onze visie is vooral bedoeld om onze ambities en visie voor het gebied van de Hogenenk te verwoorden en verbeelden. Iedereen kan een visie opstellen, dat zou ook prima passen in de geest van de Omgevingswet. Vaststelling is en blijft uiteindelijk een zaak voor de gemeenteraad. Dat we de tegenstrijdige belangen van het tankstation niet hebben opgenomen is vanwege de schadelijke impact ook niet verwonderlijk. Wij zien ook werkelijk geen toekomst voor een tankstation op de Hogenenk! We richten ons juist op de verduurzaming van de landbouw op de Hogenenk, dat is de insteek van onze visie Levend Land Goed. De visie heeft ons verder goed geholpen bij het realiseren van de struweelhagen en andere landschapselementen. Middels een subsidie voor afwaarderen hebben we vanaf 2019 bijna 5000 m2 landbouwgrond omgezet en bestemd als natuur. Hebben we meer dan 1000 meter aan hagen aangeplant met vrijwilligers en zijn er meer dan 40 soorten inheems planten toegevoegd aan de natuurinclusieve gronden. Dat de struweelhagen, die we meer dan 20 jaar geleden hebben aangeplant, nu gevaar lopen door de geplande komst van het tankstation is eigenlijk niet te snappen.
Daarbij moeten we ook nog uitleggen dat diesel en benzine zwaar schadelijk zijn voor het bodem- en watermilieu. Dergelijke emissiepunten op een zo korte afstand van onze natuurinclusieve biologische akker is ongepast.
10. Gemarchandeer met status van bescherming van de uilenwallen De Stichting Hogenenk heeft recent ook verzocht om de grondwallen naast de Kwazenboschweg een beschermde status te geven. Dat verzoek werd mede gesteund door Landschapsnetwerk Brummen en de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap. Correctie: Stichting Hogenenk en Stichting het Anker hebben gezamenlijk het verzoek om de bestemming ‘natuur’ te verlenen aan de uilenwallen gedaan, met als reden de grotere overeenstemming met de doelstelling dan de nu geldende bestemming ‘verkeer’, welke totaal niet aansluit bij de functie. We wachten sinds januari 2023 op de reactie van de bezwaar- en beroepscommissie. Het is goed dat de Raad weet dat dit verzoek nog steeds niet is afgehandeld voor ze een besluit neemt over het tankstation. Bescherming van de uilenwallen is van groot belang voor het gebied. Het vormt de landschappelijke ruggengraat van de kwetsbare Hogenenk. Het landschapsnetwerk Brummen en de Vereniging Nederlandse Cultuurlandschappen zijn instanties met kennis van zaken en zij steunen ons in onze waardering van het huidige landschap en behoud van de uilenwallen. Wij vragen ons inmiddels af of dat belang wel door het college wordt gezien. De grondwallen dienen slechts ter landschappelijke inpassing van de Kwazenboschweg.
Vanwege de realisatie van het tankstation met ontsluiting moet een deel van die grondwal worden verwijderd, maar op basis van ecologisch onderzoek van uit het oogpunt van de Wet natuurbescherming is aangegeven dat er geen belemmeringen zijn… Landschappelijke inpassing en ecologische waarde worden hier in één zin genoemd door het College, maar hebben een verschillende betekenis. De landschappelijke inpassing van de Kwazenboschweg (lees uilenwallen) kwam tot stand na bezwaren vanuit de buurt tegen het realiseren van deze weg in 2001. Hiervoor is destijds ook een bestemmingsplan gemaakt, waar de wallen werden geborgd in de regels van het bestemmingsplan inclusief doorsneden en vaststelling door de Raad. In het bestemmingsplan buitengebied van 2008 is de bescherming van de wallen geregeld middels de regels van het bestemmingsplan (Agrarisch met landschapswaarden A). In artikel 3.4 wordt duidelijk gemaakt dat een aanlegvergunning noodzakelijk is indien: Ten aanzien van de werken en werkzaamheden buiten het (agrarisch) bouwperceel, die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de aardwetenschappelijke, landschappelijke, ecologische waarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten is het aanlegvergunningenstelsel, zoals weergegeven in artikel 27 van deze regels van toepassing.
Bij deze regels van artikel 27 staat vermeld onder welke voorwaarden de aanlegvergunning kan worden verleend. Onder de afwegingscriteria staat onder meer dat er geen significante aantasting plaats mag vinden van de ruimtelijke kwaliteiten van de gronden. Dat is naar ons idee hier wel het geval. Een eenvoudige ecologische toets is dan ook niet afdoende. Dit geldt zowel voor de uilenwallen die nu bedreigd worden, maar ook voor de uilenwallen die voor de plannen van de rotonde moeten verdwijnen.
Het nieuwe bestemmingsplan van het tankstation biedt deze bescherming niet en zo worden via een aantal tussenstappen de uilenwallen niet meer beschermd. Terwijl er een Raadsbesluit ligt dat juist de bescherming van de wallen aanhaalt. Dit gaat naar ons idee boven het principebesluit van het College voor het realiseren van het tankstation. De ecologische toets waarnaar het College verwijst is een toets in het kader van de Wet Natuurbescherming. Dat is wat anders dan de bescherming die nu nog geboden wordt in het bestemmingsplan buitengebied en het oude inpassingsplan van de Kwazenboschweg. Voor ons als belanghebbenden, hebben de uilenwallen wel degelijk waarde als buffer tegen het toenemende autoverkeer op de Kwazenboschweg. Als structuur in het groen- blauwe netwerk en als landschappelijke inpassing van de weg. Maar natuurlijk ook als bescherming van de kerkuilen en andere vogels die laag over de weg vliegen. Daarbij vormen ze ook een schuilplek voor andere flora en fauna. Veel breder dan de enge toetsing aan de natuurbeschermingswet. Terwijl in het bestemmingsplan van de Kwazenboschweg (B1) de uilenwallen letterlijk waren beschermd via de planregels. Waarom zijn die nu niet meer opgenomen? De functie van de wallen is breder dan alleen in de toetsing van de Wet natuurbescherming is aangegeven.
Bovendien zorgt de bijbehorende bermsloot voor opvang van zwerfvuil en vervuild afstromend regenwater van het wegdek. Op welke wijze wordt hierin voorzien in de nieuwe plannen? Er wordt met geen woord gerept over de uilenwallen, laat staan dat ze nog enige vorm van bescherming hebben. We roepen de Raad op om de bescherming van de uilenwallen weer in ere te herstellen en niet weg te geven aan een inrit voor een tankstation. Deze inrit, op 150 meter van de rotonde, was ook eerder geen onderdeel van de principeverzoeken of in beeld bij de locatie-analyse.
11. Gelijkheidsbeginsel met voeten getreden Het officiële verzoek (in april 2021) van Stichting het Anker/De Meander om de strook grond tussen de uilenwallen en de houtsingel van hun perceel, waar nu de toegangsweg is gepland, te onderhouden, is niet door de Gemeente gehonoreerd (zie ook punt 5). De grond voor de toegangsweg wordt in voorliggend bestemmingsplan onderhands aan initiatiefnemer ter beschikking gesteld voor het realiseren van de inrit. Waarom kan dat wel, terwijl een eerder verzoek van Stichting het Anker/De Meander om deze strook grond te onderhouden werd afgewezen? Waarom stelt de gemeente de grond waar ook wij een officieel verzoek voor hebben ingediend, nu ineens wél beschikbaar aan de initiatiefnemer? Waarom realiseert de gemeente een grote inrit voor het tankstation op deze grond? Is dat geen belangenverstrengeling of concurrentievervalsing? Het is helemaal bijzonder dat zelfs de uilenwallen die op de grond liggen van de gemeente, voor dit idee moeten plaatsmaken. De liefde voor de pomp gaat wel erg ver.
12. Overige opmerkingen •
De smalle 2,5 meter zone groen op de verbeelding van het bestemmingsplan is de enige zone die met zekerheid een groene invulling krijgt. Deze smalle strook is geen geschikte vervanging voor het verwijderen van de Uilenwallen, het is appels met peren vergelijken. De landschappelijke inpassing van de uilenwallen is onvervangbaar en van structuurniveau. De 2,5 meter zone groen is meer aankleding van de veelal verharde locatie van het tankstation. Bovendien is de enk als landschapselement het beschermen waard, een spatie of leegte rond de enk zien wij als een betere invulling van de ruimte rond de enk, dan een invulling met een tankstation.
•
Er wordt met geen woord gerept over de waarde van de grond op de Hogenenk. Door de plannen van de pomp is er sprake van verstedelijking van het buitengebied op de Hogenenk. De redenering klinkt als een doelgerichte redenering richting het tankstation op de Hogenenk. Er is nauwelijks iets van een weerklank leesbaar in het stuk van het College, terwijl dit toch voldoende in beleid en de zienswijzen naar voren komt! Zie ook Ligt op Groen (2006), dat vrijwel volledig is gericht op behoud en versterking van de groene waarden in het buitengebied van Brummen. Een niet verder onderbouwde en dissonante suggestie in deze beleidsnota over ruimte voor een tankstation krijgt in de onderbouwing van het bestemmingsplan ten onrechte het gewicht van een hele beleidsnota mee.
•
Er staat ergens dat er naast het land van De Meander ook bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt en dat een tankstation niet meer schadelijke uitstoot geeft. Dan is onze vraag; uit welk onderzoek blijkt dat? Waarom moeten tankstations dan de bebouwde kom uit? En naast het land van De Meander ligt land van de Provincie en daar mag geen kunstmest of bestrijdingsmiddel worden gebruikt.
•
In bijlage 21 geven deskundigen van het Instituut Fysieke Veiligheid aan dat de wettelijke veiligheidsregels ontoereikend zijn voor het domino-effect dat kan optreden in een Multi Fuel Tankstation. Toevoeging van waterstoflevering en -productie betekent een verdere escalatie op de risicoladder. Ook twijfelen zij sterk aan de deskundigheid van bedienend personeel. Dit probleem manifesteert zich als diverse gevaarlijke stoffen, ontstekingspunten en mensenconcentraties op één locatie zich in elkaars nabijheid bevinden. Iets wat hier het geval kan zijn als de toegestane plannen worden gerealiseerd. Waarom het college het aanzienlijke groepsrisico accepteert wordt nergens duidelijk uit de stukken.
•
Er staat ergens dat niet is aangetoond dat een ontsluitingsweg schade doet aan de natuur. Het is niet aan ons om aan te tonen dat er schade komt, het is aan de initiatiefnemer van de pomp om aan te tonen dat er GEEN schade komt. En dat is NIET gebeurd.
•
In onze zienswijze hebben we gezegd dat fossiele brandstof tanken een aflopende zaak is. Citerend uit de inspraakreacties van dhr. Hulskotte en dhr. Verbeek, zal vanaf 2025 vrijwel elke nieuwe auto elektrisch zijn en zal het aandeel elektrisch verreden kilometers elk jaar met 6% groeien, naar 65 á 70 % in 2033. Dat tot 2050 fossiel getankt mag worden, geldt voor een steeds marginaler wordend deel van ons autopark. Het maakt de bussinesscase voor het tankstation onhaalbaar, maar zorgt er wel voor dat de omliggende natuurinclusieve landerijen nodeloos ernstig worden belast.
•
Het gebied is vrijgegeven door de regio-archeoloog, staat in de reactienota. Dit is pertinent onwaar. Het gebied van de inrit is niet onderzocht, volgens de ambtenaar RO, die de contacten doet met de regio-archeoloog.
•
Hoe lang speelt het gedogen nu al niet (2012)? Wanneer is de tank afgekeurd en hoe lang is er al sprake van een gedoogsituatie? Was handhaving geen optie? Wat als de bestemmingsplanprocedure nog verder vertraagt en de afgekeurde tank blijft zitten, hoe lang is deze situatie nog houdbaar? Moet er niet gewoon opgetreden worden om verdere achteruitgang van de huidige situatie te voorkomen? Helemaal als het gevolg van niet handhaven is dat het tankstation naar de Hogenenk wordt verplaatst.
•
Volgens zijn inspraakreactie op 15 juni 2023 tekende de exploitant de koopovereenkomst op 22 februari 2012 voor het stuk grond nabij de rotonde waar hij zijn nieuwe tankstation wil vestigen. Hiermee versterkt hij de verwarring die al was ontstaan doordat het Raadsvoorstel als aankoopdatum in 7 juli 2016, terwijl bij het Kadaster een acte van levering is gedateerd op 9 november 2015. Dat maakt nogal wat uit voor de beeldvorming over de mate waarin de locatieanalyse N348 elementen van vooringenomenheid bevat. Hierdoor blijft in elk geval onderbelicht dat de exploitant al de beschikking had over de grond voordat deze kavel als beste optie uit de Locatieanalyse N348 kwam.
•
In datzelfde jaar 2012 werd het eerste principebesluit genomen, gekoppeld aan een gedoogbesluit voor 3 jaar, dat verplaatsing mag, mits stedenbouwkundig en landschappelijk onderbouwd. De Analyse N348 (publicatie 18 januari 2013) volgde de voorkeur van de exploitant zonder aanwijsbare stedenbouwkundige of landschappelijke onderbouwing. Principebesluit 2 (2013) geeft toestemming voor de verplaatsing van het tankstation met de Analyse N348 als toetsingskader, waarin wordt uitgegaan van een ontsluiting op de N345/N348. Principebesluit 3 (2016) is genomen ‘om de anterieure overeenkomst en planschadeovereenkomst aan te passen omdat zowel het plan inhoudelijk als de betrokken partijen gewijzigd zijn’. Wel werd vastgehouden aan de houdbaarheidsdatum van het eerdere principebesluit (uiterlijk 10 oktober 2016) en de datum waarop de sanering van de tank uitgevoerd dient te zijn (uiterlijk 1 april 2017). Principebesluit 4 (2019) is genomen om het aangepaste plan (lees: groot tankstation met verkoop van duurzame brandstoffen en vele extra functies) nabij de rotonde onder voorwaarde van een nieuwe anterieure overeenkomst en wegbestemming van het huidige tankstation op de huidige locatie. De saneringsplicht wordt niet meer genoemd. Een schadeclaim aan het verloop van de principebesluiten koppelen is gezien het geschetste verloop ongegrond.
Immers in de jurisprudentie is slechts een enkel voorbeeld bekend van schadeclaimwaardig gedrag van een overheid en dat betreft gehannes met een bouwvergunning. Een principebesluit voor een bestemming is iets heel anders dan een bouwvergunning. De exploitant, en zeker zijn adviseur, weten donders goed wat een principebesluit inhoudt: op voorhand geen negatief oordeel, maar later zal het ingediende plan worden afgewogen tegenover andere belangen, waardoor alsnog een afwijzing van het
plan kan volgen. De financiële risico’s zijn geheel voor de initiatiefnemer. Een reeks principebesluiten, telkens door veranderende omstandigheden waaraan de gemeente niet echt debet is, verandert daar niets aan. In conclusie is er geen enkele grond voor een schadeclaim, tenzij het college rare dingen zegt in de anterieure overeenkomst of het gedoogbesluit. Deze zijn in principe niet voor publiek beschikbaar, maar raadsleden hebben wel toegang tot dergelijke documenten. Bij dit alles blijft in het raadsvoorstel onduidelijk hoe het zit met het eigenaarschap, c.q. het mogen gebruiken, van de gronden waarop zich de uilenwallen en de door de exploitant gehoopte ontsluiting naar de Kwazenboschweg zich bevinden. •
De gewijzigde toegangsweg naar het tankstation wordt in dit bestemmingsplan opgenomen als ware het een logisch gevolg van de Provinciale weigering om binnen 150 van de (nieuwe)rotonde geen inrit te willen hebben. Deze weigering heeft majeure gevolgen voor de ontsluiting van de kavel van de exploitant. De suggestie dat de nieuwe toegangsweg een ‘opdracht’ van de Provincie was, is feitelijk onjuist en gaat volledig voorbij aan de verantwoordelijkheid van het College om zelf te beoordelen of deze majeure wijziging nog wel binnen het eerdere Principebesluit 4 uit 2019 valt! Immers, de rechtstreekse aansluiting op de rotonde was een fundamenteel uitgangspunt voor de locatiekeuze bij het Principebesluit 4 in 2019. In plaats daarvan lijkt er gewoon doorgewerkt te zijn aan een ontwerp om de kavel desondanks te kunnen ontsluiten, waarbij relevante inpassingsvragen die horen bij zo’n ingrijpende wijziging als ‘ondergeschikt’ terzijde geschoven met alle gevolgen van dien.
•
Aanvullend op het voorgaande punt valt op dat het raadsvoorstel onduidelijk is over de wijze waarop het gebruik en het onderhoud van de gemeentelijke gronden waarop nu nog de uilenwallen staan belegd gaat worden. Wel wordt in de stukken meermaals gesteld dat initiatiefnemer alle gronden in bezit heeft. Onvermeld blijft, dat dit voor zover wij weten zeer zeker niet geldt voor de grond waarop de toegangsweg is geprojecteerd. Kortom, de stelling dat initiatiefnemer alle gronden in bezit heeft, is feitelijk onjuist! De relevante vragen die echter niet beantwoord worden zijn: 1. Kan de gemeente zomaar een stuk grond ter beschikking stellen aan een initiatiefnemer, zeker als eerder geïnteresseerde partijen afgewezen zijn? 2. En onder welke voorwaarden gebeurt dit dan? Denk bijvoorbeeld aan het eigendom- en gebruiksrecht, de verplichting voor beheer & onderhoud, en bijbehorende verantwoordelijkheids- en kostenverdeling. 3. En wat wil de gemeente zelf met deze grond, aangezien de gronden eerder aangewezen waren voor boscompensatie. Allemaal vragen die niet beantwoord worden in de voorliggende stukken!
•
Sinds rond 2000 het milieuprobleem op de locatie van de huidige dorpspomp bekend werd, kenmerkt de bestuurlijke benadering zich tussen 2000 en 2012 door pogingen de exploitant
met min of meer zachte hand te overtuigen dat hij zijn verantwoordelijkheid neemt. Vanaf 2012 verandert die aanpak in verleiden met een aantrekkelijk aanbod. In essentie lijkt het in de nieuwe aanpak te gaan om ruilhandel. De exploitant krijgt een nieuwe plek naar keuze, waar hij een totaal nieuw activiteitenscala mag ontplooien in ruil voor sanering van de milieuproblemen die hijzelf veroorzaakte en in stand houdt. Zie hiervoor de tijdlijn in “(23.6) Bijlagen bij toelichting, Bijlage 12 - Historisch bodemonderzoek”, par. 2.6 van de stukken. Vergelijking van de functies van de huidige dorpspomp met wat het bestemmingsplan toelaat op de nieuwe locatie, toont een totaal andere bedrijfsvorm. Het gebruik van het begrip “verplaatsing” verhult dat het gaat om iets nieuws in een wat dat betreft maagdelijk gebied. Wij zijn derhalve van mening dat in het hele proces dat is gericht op sanering van de milieuverontreiniging het bestuurlijke instrumentarium Ruimtelijke Ordening verkeerd is gebruikt, of ten minste zijn doel voorbijschiet. Om sanering te bereiken van de verontreiniging door de veroorzaker zelf is handhaving volgens de milieuwetgeving het meest geëigende instrument.
Hoogachtend, O. Koedijk
R. Zeilstra
P. Moerkens
Voorzitter
Bestuurslid
Voorzitter
Stichting het anker
Stichting Hogenenk
Bijlage: Waarom eenzijdig aanbieden van de uilenwallenbuffer niet kan In principebesluit 4 (2019; E25__Collegebesluit_Principeverzoek_verplaatsing_tankstation_van_G_K__van_Hogendorpstraat_7_naar _nabij_rotonde_N248_Kwazenboschweg.pdf) staat “Indien uit de stedenbouwkundige analyse blijkt dat er gemeentelijke gronden in aanmerking komen om omgezet te worden naar een brandstoffenverkooppunt dan worden deze volgens reguliere verkoopmethoden aangeboden. Te denken valt aan een openbare veiling. Het verplaatsen van een brandstoffenverkooppunt uit het dorp kan hierin als een pré worden opgenomen.” Het is bekend dat anderen belang hebben bij natuurlijk beheer van de uilenwallenbuffer. Daarover is contact geweest met gemeentelijke ambtenaren. Eenzijdig in gebruik geven aan één partij, i.c. de tankstation exploitant voelt niet aan als gelijke behandeling. Naar onze mening kan eenzijdige tekenning van het gebruik van de uilenwallenbuffer langs de Kwazenboschweg niet en is openbare aanbesteding van het gebruik van de uilenwallenbuffer verplicht omdat: 1. Aanleg uilenwallen is een collegebesluit (Bestemmingsplan B1, 2000); de doelfunctie ervan is bescherming kerkuilen en afscherming/inpassing van de weg. 2. In 2020 zegde het college steun toe aan onze visie Levend Land Goed (brief juni 2020) 3.
De aanvraag voor de bestemming “natuur” voor uilenwallen is het gevolg van bovenstaande • Ons aanbod uit 2021 om het beheer op ons te nemen van de uilenwallen werd afgewezen
omdat “niet mogelijk vanwege plannen boscompensatie” (zie de weergave van de gevoerde mailwisseling met ambtenaren Noordzij en Jongbloed. 20210412 (Piet Moerkens) Beste Jesse, Sander Bosman heeft mij met de volgende vraag naar je doorverwezen. Is gemeente Brummen bereid tot een gesprek over een natuurvriendelijke inrichting van de strook langs de Kwazenbosweg. Het gaat om het gedeelte van perceel 1469 dat grenst aan perceel 402, wat in ons bezit is. In het verleden was deze strook voor boscompensatie gereserveerd. Wellicht past nu in het nieuwe gemeentebeleid dat onze stichting het beheer, onder een natuurbestemming, overneemt (erfpacht, pacht of verkoop) aan Stichting het Anker. Onze stichting zet zich namelijk in voor versterking van het landschap en natuurinclusieve landbouw. De inrichting van de strook zouden wij graag betrekken in ons streven naar een duurzame landbouw in een aantrekkelijk landschap. Graag zouden wij een keer van gedachten wisselen over wat er mogelijk is. Met vriendelijke groet, Piet Moerkens (voorzitter Stichting Het Anker) 06-13474537
20210412 (Jesse Noordzij) Beste heer Moerkens, U heeft een aanvraag gedaan voor aankoop of gebruik van gemeente grond. Deze zal ik doorsturen naar onze adviseur grondzaken Geert Jongbloed. Uw aanvraag wordt dan in behandeling genomen. Met vriendelijke groet, Jesse Noordzij | Vakspecialist Groenbeheer Gemeente Brummen| Engelenburgerlaan 31, 6971 BV Brummen 0575 - 568 233 | 06 - 82 13 95 90 | j.noordzij@brummen.nl | www.brummen.nl
20210628 (Jesse Noordzij) Beste Piet en Ronald Naar aanleiding van onderstaande verzoek is door mijn collega die de grondzaken van de Gemeente Brummen behartigd al het e.e.a. uit gezocht. De strook komt op korte termijn nog niet in aanmerking voor verhuur of verkoop. Wel zou ik graag in de komende zomer maanden een keer langs komen om kennis te maken en te kijken waar we elkaar kunnen vinden op het gebied van beheer en wat we daarin voor elkaar kunnen betekenen. Van ingroenehanden@gmail.com heb ik het verzoek gekregen om bermen langs de hoge enk in te mogen zaaien. Ook daar wil ik graag samen kijken naar de mogelijkheden. Is vrijdag een goede dag om tot een afspraak te komen? Ik hoor het graag. Met vriendelijke groet,Jesse Noordzij | Vakspecialist Groenbeheer Gemeente Brummen| Engelenburgerlaan 31, 6971 BV Brummen 0575 - 568 233 | 06 – 82 13 95 90 | j.noordzij@brummen.nl | www.brummen.nl