CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A22 - VNG - Lbr. Modelverordening Lokaal eigen-dom bij grootschalige elektriciteitsopwek. D470252

Besluitvormende raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken4.526 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

VNG <info@vng.nl> donderdag 16 oktober 2025 14:38 Gemeente Brummen Lbr. 25/047 - Modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek

Lees online | Gegevens wijzigen

Lbr. 25/047 - Modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek 16 oktober 2025

Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren wij u over de VNG modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. Deze heeft gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten. Achtergrond en ontwikkelingen Op basis van een bij amendement ingevoegd artikel in de Energiewet (artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet) kan een gemeente bij verordening bepalen dat een producent bij de aanleg of uitbreiding van projecten voor wind- en zonne-energie moet streven naar 50% lokaal mede-eigendom. Dit streven is eerder neergelegd in het Nederlandse Klimaatakkoord en op deze manier ook vastgelegd in Nederlandse wetgeving. Lusten en lasten worden zo eerlijker verdeeld. Ook kan lokaal eigendom het draagvlak voor dergelijke energieprojecten vergroten. Volledige brief en bijlagen

Contact

Afmelden

vng.nl

Gegevens wijzigen

Dit bericht is verzonden door de VNG. Lees onze proclaimer.

1

Aan de leden

Datum

16 oktober 2025 Ons kenmerk

U202500257 Lbr. 25/047 Telefoon

070- 3738393 Bijlage(n)

2

Onderwerp

Modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek

Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze ledenbrief informeren wij u over de VNG modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek. Deze heeft gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten. Achtergrond en ontwikkelingen Op basis van een bij amendement ingevoegd artikel in de Energiewet (artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet) kan een gemeente bij verordening bepalen dat een producent bij de aanleg of uitbreiding van projecten voor wind- en zonne-energie moet streven naar 50% lokaal medeeigendom. Dit streven is eerder neergelegd in het Nederlandse Klimaatakkoord en op deze manier ook vastgelegd in Nederlandse wetgeving. Lusten en lasten worden zo eerlijker verdeeld. Ook kan lokaal eigendom het draagvlak voor dergelijke energieprojecten vergroten. De VNG heeft vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Energiewet de modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek opgesteld. Gemeenten kunnen deze modelverordening gebruiken om eigen beleid over lokaal eigendom in algemeen geldende regels te verankeren. Hiermee is de inspanningsverplichting van de producent te toetsen en af te dwingen en is voor iedereen duidelijk hoe lokaal eigendom binnen de gemeente ingevuld wordt.

Met dit model kunt u vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Energiewet (naar verwachting 1 januari 2026) toewerken naar een verordening die past bij uw gemeente. De modelverordening voorziet in een bepaling waarmee de verordening gelijktijdig in werking treedt met de Energiewet. De VNG hoopt met dit duidelijke kader uw gemeentelijke praktijk rond de energietransitie te ondersteunen. Meer informatie De geconsolideerde teksten van de VNG-modellen (met de bijbehorende toelichtingen) zijn te raadplegen via de Kennisbank Decentrale Regelgeving (www.decentraleregelgeving.nl). De VNG modelverordeningen (zonder de toelichtingen) staan ook in Modellen Decentrale

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

Modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek

Regelgeving (https://puc.overheid.nl/mdr/). Bijlagen Deze ledenbrief bevat 2 bijlagen: Bijlage 1 - Modelverordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek met algemene en artikelsgewijze toelichting. Bijlage 2 - Implementatiehandleiding bij de modelverordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek: nadere toelichting van de te maken keuzes en instructies voor de toepassing van de regeling.

Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG, via 0703738393 of e-mail: info@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Modelverordening Lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek

dr. mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Model Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. - [iets] = facultatief. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Hierbij kan het voorkomen dat de ene variant uit meer artikelen of artikelleden bestaat dan een andere variant. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg wordt opgenomen in de implementatiehandleiding.

De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening lokaal eigendom bij grootschalige

elektriciteitsopwek [naam gemeente]

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - Bouwactiviteit: activiteit inhoudende het bouwen van een bouwwerk, als bedoeld in de Omgevingswet; - kring van partijen: natuurlijke personen, micro-ondernemingen, kleine ondernemingen, middelgrote onderneming,gemeenten, waterschappen, provincies, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie en binding hebbend met de betreffende (buur)gemeente(n); - lokaal eigendom: het juridisch en economisch in (mede-)eigendom hebben van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in de nabije omgeving van die installatie; - nabije omgeving: a. in het geval van elektriciteitsopwek door zonne-energie: binnen de gemeentegrens van [naam gemeente[n]];

1 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

b. in het geval van elektriciteitsopwek door windenergie: binnen de gemeentegrens van de [naam gemeente[n]] en binnen een straal van 10 keer de tiphoogte van de windturbine, gemeten vanaf de voet van de turbine. Artikel 2 Toepassingsbereik 1. Deze verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. 2. Onder een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen wordt verstaan: a. een zonnepark met een capaciteit van ten minste [aantal MW] MW; of b. een windturbine met een capaciteit van ten minste [aantal MW] MW. [c. […]] Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom 1. Bij de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen geldt er voor de producent een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom te bereiken. 2. Er is in ieder geval niet voldaan aan de inspanningsverplichting als: a. er geen aantoonbaar en verifieerbaar contact is geweest met een bestaande georganiseerde vorm van personen of ondernemingen uit de kring van partijen; b. er niet meer dan één bijeenkomst met die partijen is geweest waarin de mogelijkheden voor lokaal eigendom zijn voorgelegd en is verkend; c.

er geen reële termijn is gegeven aan de omgeving om lokaal eigendom te bereiken; of d. er geen economisch realistisch aanbod is gedaan. Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom 1. De producent motiveert voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van de installatie: a. welke inspanningen hij heeft verricht om mede-eigendom ten aanzien van de voorgenomen installatie en de exploitatie daarvan door een kring van partijen te bevorderen; b. welk percentage mede-eigendom is overeengekomen. c. voor zover minder dan 50 procent mede-eigendom is overeengekomen, wat de redenen daarvan zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen. Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering 1. Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent aan het college verstrekt: a. de methoden gebruikt voor de communicatie over het project; b. welke informatie is gedeeld en hoe deze informatie beschikbaar is gesteld; en c. ten aanzien van de kring van partijen: 1° hoe deze is gedefinieerd; 2° op welke wijze deze partijen bij het project zijn betrokken; 3° op welke wijze de wensen van deze partijen zijn verkend; en 4° hoe deze partijen de mogelijkheid hebben gehad om te participeren. 2.

Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt: a. welke afspraken met deze partijen zijn gemaakt; b. hoe de afspraken met deze partijen zijn vastgelegd; c. een getekende overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen, al dan niet vertegenwoordigd door de lokale energiegemeenschap, waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd; d. een projectstructuurbeschrijving met daarin opgenomen de financiële- en eigendomsstructuur van het project; e. een overzicht van de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding binnen het project; en f. een overzicht van de taakverdeling. 2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3. Voor de motivering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, worden de volgende gegevens en bescheiden door de producent verstrekt: a. een overzicht van de andere vormen van financiële participatie die zijn toegepast; en b. de redenen waarom 50 procent lokaal eigendom niet haalbaar is. Hoofdstuk 3 Overige bepalingen Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van artikel 6.12 van de Energiewet. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek [naam gemeente].

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].

De voorzitter,

De griffier,

3 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Bijlage I

Toelichting

Algemene toelichting De grondslag van deze verordening is artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. De begripsbepalingen uit artikel 1.1 van de Energiewet zijn dan ook van toepassing op deze verordening. Het ligt niet voor alle gemeenten voor de hand om dit model over te nemen, al dan niet met lokale aanpassingen. Wellicht een open deur, maar de gemeente doet er goed aan eerst na te gaan of deze verordening de beoogde doelen realiseert. Wellicht is er aanvullende regelgeving nodig in de vorm van beleid of heeft de provincie regelgeving over dit thema. Mogelijk is er binnen de gemeente al beleid en behoeft dat beleid aanpassing met de inwerkingtreding van de Energiewet en de inzichten van dit model. De gemeente[naam gemeente] vindt het belangrijk dat inwoners in brede zin zeggenschap hebben over en profiteren van grootschalige energieopwek die wordt gerealiseerd in hun omgeving. De ambitie voor het lokaal eigenaarschap kent als uitgangspunt 50 procent per project. Deze ambitie komt tot uitdrukking in het [naam beleid]. Naast dat dit streven is opgenomen in het beleid van de gemeente, maakt de gemeente de keuze om het streven naar 50 procent lokaal eigendom ook juridisch te borgen door middel van deze verordening. Het kunnen profiteren van grootschalige energieopwek wordt ook wel financiële participatie genoemd.

De [naam Participatieverordening] regelt onder andere de wijze van participeren in het kader van ruimtelijke besluiten. Financiële participatie is daar niet onder begrepen. Deze verordening en de participatieverordening sluiten dus op elkaar aan. Deze verordening biedt, anders dan de participatieverordening, geen toetsingskader bij de procedure voor het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.

Bron: EnergieSamen

4 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Definities Bij de ‘kring van partijen’ is aangesloten bij de mogelijke leden van een energiegemeenschap zoals vermeld in artikel 2.4 van de Energiewet. Wat onder ‘kleine’ en ‘middelgrote’ ondernemingen wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen in artikel 1.1 van de Energiewet. Onder ‘binding hebbend met’ wordt verstaan: bedrijven die hun verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur/voorzieningen. Brievenbusfirma’s vallen niet onder de definitie van lokale ondernemers. Maatschappelijke instellingen wel. Bewoners, ondernemers en/of lokale overheden, zoals beschreven bij de ‘kring van partijen’, kunnen zelfstandig of door middel van een energiegemeenschap eigenaar worden van de installatie. Daarbij kan het voorkomen dat een bewoner of een onderneming uit een andere gemeente binnen een straal van 10 keer de tiphoogte gemeten vanaf de voet van de windturbine woont. In dat geval worden zij op grond van artikel 1 ook gerekend tot de kring van partijen. Gemeenten zijn er vrij in overleg te voeren met buurgemeenten om eventueel over en weer elkaar te benoemen in de verordening.

Met de straalhoogte van 10 keer de tiphoogte wordt aangesloten bij de jurisprudentie van het begrip belanghebbende in het omgevingsrecht: gevolgen van enige betekenis kunnen aanwezig worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine (ABRvS, 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, Windpark de Drentse Monden en Oostermoer, r.o. 7; ABRvS, 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4198, Windpark Zeewolde, r.o. 7). Lokaal eigendom is gedefinieerd als het juridisch en economisch (mede-)eigenaarschap van de installatie en het juridisch bezitten van een energieproject en de daarmee gegenereerde elektriciteit. Dit houdt in dat economisch bezien zowel de lusten als de lasten worden gedragen en dat er zeggenschap over de installatie is. Deze definiëring sluit aan bij de definitie opgesteld door het ministerie van Klimaat en Groene Groei in de monitor Financiële Participatie Hernieuwbare Energie op Land. Lokaal eigendom kan bestaan uit omwonenden of lokaal gevestigde ondernemingen die deelnemen in de Ontwikkelings B.V. door middel van bijvoorbeeld een lokale energiegemeenschap of een directe investering door grondeigenaren of lokale overheden. Artikel 2 Toepassingsbereik Dit artikel regelt het toepassingsbereik van de regels uit deze verordening.

De verordening is van toepassing op de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De facultatieve sub-bepalingen in het tweede lid benoemt specifiek zonnepark en windturbine als hernieuwbare bron. De Energiewet hanteert een bredere definitie. In de Regionale Energiestrategie (hierna:RES) zijn specifieke afspraken gemaakt omtrent zon en wind, om meer draagvlak te creëren. Daarom zijn deze hernieuwbare bronnen al opgenomen in de verordening in onderdeel a en b van het tweede lid. Wat onder grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit wordt verstaan kan door de gemeente worden ingevuld. Met het invoeren van een drempel worden kleinere windturbines of zonnevelden die zijn aangelegd voor eigen gebruik uitgesloten van het toepassingsbereik van deze verordening. Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom Eerste lid In het eerste lid is een inspanningsverplichting opgenomen: bij de aanleg of uitbreiding van de installatie, bedoeld in artikel 2 moet de producent streven naar 50 procent lokaal eigendom. Er wordt geen resultaatsverplichting opgelegd, omdat niet kan worden afgedwongen dat de lokale omgeving mede-eigenaar wil zijn van een dergelijke installatie. De producent moet echter wel aantonen dat hij zich voldoende heeft ingespannen om 50 procent lokaal eigendom te realiseren.

Tweede lid Van de producent wordt een aantoonbare inspanning verwacht. Het opmerken dat bij een informatieavond met omwonenden geen animo was voor lokaal eigendom volstaat bijvoorbeeld niet. De producent moet een deugdelijke motivering aanleveren waaruit blijkt dat ondanks de verrichte 5 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

inspanningen, niet genoeg interesse was vanuit de lokale omgeving. Bij een georganiseerde vorm van personen en ondernemingen zoals genoemd in dit lid onder a, kan gedacht worden aan bijvoorbeeld een wijk- of dorpsraad of een bestaande lokale energiecoöperatie of energiegemeenschap Verder is in het tweede lid een niet limitatieve opsomming opgenomen van voorbeelden wanneer er in ieder geval geen sprake is van gegronde redenen waardoor lokaal eigendom niet haalbaar zou zijn geweest. Daarbij kan worden gedacht aan een onrealistische termijn voor de instap van één of twee weken of een inkoopregeling met dermate hoge inkoopprijzen dat deze niet in een paar jaar terug te verdienen zijn uit de opbrengsten van het energieproject danwel op voorhand financieel minder aantrekkelijk is dan als men niet zou deelnemen in het lokale eigendom. Tot slot dient ook een verantwoord rendement te worden geboden en dient het instapbedrag niet te hoog te zijn voor huishoudens uit de omgeving. Artikel 4 Motivering inspanningsverplichting lokaal eigendom De producent is verplicht voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit voor de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit [hernieuwbare bronnen OF zon of wind] aan het college te motiveren hoe is voldaan aan de inspanningsverplichting tot het streven naar lokaal eigendom.

Het gekozen moment is een uiterste moment dat de producent de inspanningsverplichting moet aantonen. Bij voorkeur gebeurt dit eerder, omdat logischerwijs dan alle afspraken rondom financiële participatie zijn vastgelegd. Het ligt voor de hand dat het college de producent vervolgens informeert of aan de inspanningsverplichting is voldaan. Deze bepaling sluit aan bij artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet (Kamerstukken II 2023-2023, 36378, nr. 23, Amendement lid Rooderkerk). Het artikel biedt geen grondslag voor het verzwaard afleggen van verantwoording als wél 50 procent lokaal eigendom is behaald (zie artikel 6.12, derde lid, sub c Energiewet en artikel 4, eerste lid, onder c van deze verordening). Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering In dit artikel is omschreven welke gegevens en bescheiden de producent moet aanleveren voor de motivering van de inspanningsverplichting. In het eerste lid wordt opgesomd welke stukken nodig zijn om de inspanning te motiveren die de producent heeft geleverd voor het streven naar lokaal eigendom. Daarbij kan een geografische kaart als hulpmiddel dienen om de lokale omgeving die benaderd is af te bakenen. Verder kunnen gegevens door middel van onderstaand tabel gestructureerd worden aangeleverd:

6 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

In het tweede lid is opgenomen welke stukken de producent moet aanleveren om het percentage lokaal eigendom te onderbouwen. Deze verplichting geldt ook als 50 procent lokaal eigendom wél wordt behaald. De vereiste stukken zijn een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt met de lokale omgeving in de vorm van een samenwerkings- of omgevingsovereenkomst waarin de gemaakte afspraken over lokaal eigendom zijn vastgelegd. Daarnaast wordt een projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur en de verdeling van de eigendoms- en zeggenschapsverhouding aangeleverd. Hierin is ook opgenomen wie de zeggenschap heeft over (welk deel van) de geproduceerde stroom. Verder bevat het een overzicht van de afspraken die zijn gemaakt over welke kosten door wie worden gedragen, een overzicht van de taakverdeling en de overeenkomst tussen de producent en de kring van partijen. Lokaal eigendom houdt in dat de kring van partijen in alle opzichten betrokken kan zijn bij de ontwikkeling, dat is dus niet puur financieel. Het is van belang dat de kring van partijen onderdeel is van het besluitvormingsproces en de ontwikkeling van het park. De gevraagde stukken geven inzicht in de onderlinge verhouding tussen de kring van partijen en de producent.

In het geval dat de producent niet 50 procent lokaal eigendom heeft behaald, wordt in het derde lid stukken gevraagd ter onderbouwing waarom 50 procent lokaal eigendom niet is behaald en welke andere vormen van financiële participatie zijn toegepast. Uit de stukken over de haalbaarheid van 50 procent lokaal eigendom moet de producent deugdelijk motiveren dat deze ondanks alle verrichte inspanningen niet haalbaar was.

Artikel 6 Inwerkingtreding en citeertitel De wettelijke grondslag voor deze verordening is opgenomen in artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. Daarom treedt deze verordening gelijktijdig in werking met de Energiewet, zoals opgenomen in het eerste lid. De Energiewet treedt in werking op 1 januari 2026 (zie Koninklijk Besluit 17 februari 2025, Stb. 2025/40).

7 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Implementatiehandleiding bij model Verordening lokaal eigendom bij grootschalige elektriciteitsopwek

Algemeen In artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet is de grondslag opgenomen voor het regelen van de motivering van een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom bij de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit de hernieuwbare bronnen te verkrijgen in een provinciale of gemeentelijke verordening. Het model ‘Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek’ biedt gemeenten een voorbeeld om tot uitwerking van een dergelijke verordening te komen. In deze implementatiehandleiding worden de keuzes die gemeenten kunnen maken en de bijbehorende afwegingen toegelicht. Het model bevat een aantal artikelen waarin individuele gemeenten keuzes kunnen maken. Deze implementatiehandleiding is opgesteld om te ondersteunen bij het maken van die keuzes. Uiteraard is de gehele modelverordening facultatief in die zin dat het verordeningsinstrument alleen gebruikt hoeft te worden als dat voor een individuele gemeente wenselijk is. Gemeenten hebben bovendien de vrijheid om een andere invulling te geven dan in de modelverordening is gekozen.

Gemeenten die ervoor kiezen om de bepalingen uit de modelverordening niet of in gewijzigde vorm over te nemen, of deze aan te vullen, dienen er scherp op te letten dat deze keuzes zowel in lijn zijn met de toepasselijke wetgeving als met de systematiek van de bepalingen uit de modelverordening die wel worden overgenomen. Artikelen of artikelleden moeten mogelijk worden vernummerd. Daarnaast is de modeltoelichting zodanig opgesteld dat gemeenten deze kunnen overnemen, mits zij ook het bijbehorende artikel overnemen. Aanhef In de aanhef van het besluit tot vaststelling van een verordening wordt alleen een considerans of beweegreden opgenomen als het plaatselijk gebruik dat voorschrijft. In dat geval zou een considerans als volgt kunnen luiden: “overwegende dat: -

de gemeente [naam gemeente] de ambitie heeft om het draagvlak voor de energietransitie te vergroten door een zo hoog mogelijk percentage energiesystemen in lokaal eigendom te ontwikkelen; 1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

-

-

in het Klimaatakkoord is vastgelegd dat voor een evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied gestreefd wordt naar 50 procent eigendom van de productie van de lokale omgeving (burgers en bedrijven); dit streven, voor een percentage van 50 procent, ook in de RES1.0 verankerd is; de gemeenteraad van [naam gemeente] [invoegen samenhangend beleid] heeft vastgesteld; de gemeenteraad tevens een Participatieverordening heeft vastgesteld over de wijze van participeren bij ruimtelijke besluiten; de gemeenteraad op grond van artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet de bevoegdheid heeft om bij verordening een motiveringsplicht op te leggen aan een producent bij de aanleg of uitbreiding van een installatie voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen vanaf een bij die verordening te bepalen capaciteit over: • welke inspanningen de producent heeft verricht om lokaal eigendom te bevorderen; • welk percentage daadwerkelijk overeen is gekomen; en • als dit minder is dan 50 procent wat hiervan de redenen zijn en of er andere vormen van financiële participatie zijn overeengekomen.

het gewenst is gebruik te maken van die mogelijkheid om regels te stellen over: • vanaf welke capaciteit de motiveringsplicht geldt, • welke kring van partijen, gevestigd in de nabije omgeving van de installatie, behoren tot de definitie van lokaal eigendom, • op welke wijze de producent voldoet aan de motiveringsplicht.”

Keuzes De keuzes bij het opstellen van de gemeentelijke verordening betreffen de volgende vragen: •

Op welke hernieuwbare-energieprojecten is de verordening van toepassing?

•

Hoe wordt de kring van partijen bij lokaal eigendom gedefinieerd?

•

Welke stukken moeten worden aangeleverd ter motivering van de inspanningsverplichting.

Deze modelverordening is een uitwerking van de mogelijkheid die de Energiewet gemeenten en provincies biedt om de motivering van een inspanningsverplichting om 50 procent lokaal eigendom bij de aanleg of uitbreiding van grootschalige installaties voor de opwek van elektriciteit uit de hernieuwbare bronnen te regelen. De motiveringsplicht geldt daarmee voor het streven naar 50% lokaal eigendom. Gemeenten en provincies hebben de beleidsvrijheid om te streven naar een hoger percentage lokaal eigendom en vast te leggen in ander beleid, zoals aanbestedingsbeleid. In de volgende paragrafen worden deze keuzes behandeld aan de hand van artikelen in de modelverordening en de daarin gemaakte keuzes.

2 Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities Er is gekozen voor een definitie van ‘nabije omgeving’ waarbij het gaat om bewoners van de gemeente, en om ondernemingen die gevestigd zijn in en binding hebben met de gemeente. Gemeenten kunnen ervoor kiezen ook buurgemeenten op te nemen in de verordening. Lokaal eigendom van wind- of zonneparken aan de randen van gemeenten kan op die wijze mogelijk beter worden geborgd. De term lokaal eigendom is ook gedefinieerd. De definitie komt uit de landelijke Monitor Financiële Participatie van het ministerie van Klimaat en Groene Groei. Daar sluit de RES ook bij aan. Het staat gemeenten vrij om een andere definitie te hanteren voor lokaal eigendom. Gemeenten kunnen er ook voor kiezen de definitie van lokaal eigendom te verbreden of te verkleinen. Voorbeelden van alternatieve invullingen van lokaal eigendom: •

Dat er sprake moet zijn van een collectief eigendom, waarbij meerdere lokale agrariërs en ondernemers zich verenigen. Eigendom van één agrariër of één ondernemer valt dus niet onder lokaal eigendom (zie bijvoorbeeld de beleidsregels van de gemeente Zwartewaterland); of

•

Dat er sprake moet zijn van collectief eigendom gebaseerd op coöperatieve principes, waarbij financiering en zeggenschap zijn losgekoppeld (zie bijvoorbeeld het beleid van de provincie Utrecht).

Artikel 2 Toepassingsbereik In dit artikel wordt vastgesteld dat de verordening van toepassing is op de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwekking van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Dit sluit grotendeels aan bij de tekst van artikel 6.12, derde lid, van de Energiewet. Het woord ‘grootschalige’ is toegevoegd aan het toepassingsbereik, zodat een gemeente zelf kan bepalen wat zij onder een grootschalige installatie verstaat in het tweede lid. Hiermee kan de gemeente bepalen bij welke wind- of zonprojecten moet worden voldaan aan de inspanningsverplichting tot het verkrijgen van 50 procent lokaal eigendom. De gemeente kan ervoor kiezen: •

deze verordening van toepassing te laten zijn op elke installaties voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. De Energiewet kent namelijk een bredere definitie van de term ‘hernieuwbare bronnen’. In dat geval kan worden opgenomen: Deze verordening is van 3

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

toepassing op de aanleg of uitbreiding van een grootschalige installatie voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Het tweede lid uit de modelverordening kan dan worden weggelaten, aangezien het zich meer specifiek richt op zon en wind. Het Klimaatakkoord en de RES afspraken richten zich vooral op zon en wind en deze modelverordening is daar een uitwerking van. Een alternatief is om ook andere hernieuwbare bronnen op te nemen in lid 2 en nader te specificeren in de verordening en de overwegingen daarbij. •

Deze verordening van toepassing te laten zijn op installaties voor de opwek van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen vanaf een bepaalde omvang uitgedrukt in het aantal MW dat wordt geproduceerd. In dat geval vult de gemeente het aantal MW in, in het tweede lid. Een ander criterium dan het aantal MW is denkbaar, dit is aan de gemeente om te bepalen wanneer lokaal eigendom wenselijk is.

Hoofdstuk 2 Motiveringsplicht lokaal eigendom Artikel 3 Inspanningsverplichting lokaal eigendom In het eerste lid is een streefpercentage van 50 procent opgenomen. Gemeenten en provincies hebben de beleidsvrijheid om een hoger percentage na te streven en vast te leggen in ander (omgevings)beleid. Mogelijk kan een grotere inspanning voor een streefpercentage tussen de 50 en 100 procent een rol spelen in de gemeentelijke aanbesteding Artikel 4 In de modelverordening is ervoor gekozen dat de producent voorafgaand aan het verrichten van de bouwactiviteit aantoont dat aan de inspanningsverplichting is voldaan. De gemeente kan een ander moment kiezen, mits het voor de producent duidelijk is wanneer aan de inspanningsverplichting moet zijn voldaan. Artikel 5 Gegevens en bescheiden motivering In artikel 5 zijn voorbeelden opgenomen van gegevens en bescheiden die aangeleverd moeten worden om de inspanningsverplichting uit artikel 4 te motiveren. Een gemeente moet zelf afwegen welke stukken nodig zijn om te verifiëren of aan de inspanningsverplichting is voldaan. Als voorbeeld kan worden gekozen voor het aanleveren van: •

Een beschrijving van communicatiemiddelen;

•

De gemaakte overeenkomsten met de lokale omgeving;

•

Een beschrijving van het project inclusief de eigendomsstructuur en taakverdeling;

•

De redenen waarom 50 procent lokaal eigendom niet haalbaar is. 4

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16162361/1