CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A22 Stichting EHS, Elektrohypersensitiviteit - Voorgestelde nieuwe EU-verordening effecten van EU GIA regelgeving voor Gemeenten D424258

Besluitvormende raadsvergadering 8 februari 2024, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst ingekomen en te verzenden stukken (hamerstuk)18.777 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De lidstaten kunnen richtsnoeren verstrekken over de toepassing van dit artikel.

Artikel 10 Digitalisering van centrale informatiepunten 1. De centrale informatiepunten stellen passende digitale instrumenten ter beschikking, zoals webportalen, elektronische adressen, databanken, digitale platforms of digitale applicaties, om de online uitoefening van alle rechten en de naleving van alle verplichtingen uit hoofde van deze verordening mogelijk te maken. 2. De lidstaten kunnen verschillende digitale instrumenten ter ondersteuning van de in lid 1 bedoelde centrale informatiepunten onderling verbinden of geheel of gedeeltelijk integreren, naargelang het geval.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

43

NL

3. De lidstaten zetten een centraal nationaal digitaal toegangspunt op, bestaande uit een gemeenschappelijke gebruikersinterface die zorgt voor een naadloze toegang tot de gedigitaliseerde centrale informatiepunten.

Artikel 11 Geschillenbeslechting 1. Onverminderd de mogelijkheid om de zaak aan een rechter voor te leggen, heeft elke partij het recht om aan de overeenkomstig artikel 12 opgerichte bevoegde nationale instantie voor geschillenbeslechting een geschil voor te leggen dat kan ontstaan: a)

wanneer de toegang tot bestaande infrastructuur wordt geweigerd of er binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om toegang uit hoofde van artikel 3 geen overeenstemming is bereikt over specifieke voorwaarden, ook wat betreft de prijs;

b)

in verband met de in de artikelen 4 en 6 vastgestelde rechten en verplichtingen, ook indien de gevraagde informatie niet wordt verstrekt binnen 15 werkdagen of, in naar behoren gemotiveerde gevallen, binnen nog eens 15 werkdagen nadat het verzoek krachtens artikel 4 is ingediend, en binnen twee weken nadat het verzoek krachtens artikel 6 is ingediend;

c)

wanneer niet binnen één maand na de datum van ontvangst van het formele verzoek tot coördinatie van civiele werken overeenstemming is bereikt over de coördinatie van die werken overeenkomstig artikel 5, lid 2; of

d)

wanneer niet binnen één maand na de datum van ontvangst van het formele verzoek om toegang een akkoord is bereikt over de toegang tot de in artikel 9, lid 2 of lid 3, bedoelde fysieke binnenhuisinfrastructuur;

1 bis. De lidstaten kunnen bepalen dat in geval van geschillen als bedoeld in lid 1, punten a) en d), indien de entiteit van waaruit de exploitant om toegang heeft verzocht ook de entiteit is die het recht heeft om het doorgangsrecht te verlenen voor het onroerend goed waarop, waarin of waaronder het voorwerp van de toegang zich bevindt, de bevoegde nationale instantie voor geschillenbeslechting bevoegd is het geschil betreffende het doorgangsrecht te beslechten.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

44

NL

2. Met volledige inachtneming van het evenredigheidsbeginsel neemt de in lid 1 bedoelde nationale instantie voor geschillenbeslechting een bindend besluit om het geschil op te lossen uiterlijk: a)

binnen vier maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om geschillenbeslechting, met betrekking tot de in lid 1, punt a), bedoelde geschillen;

b)

binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om geschillenbeslechting, met betrekking tot de in lid 1, punten b), c) en d), bedoelde geschillen.

Deze termijnen kunnen slechts in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden worden verlengd. 3. Wat de in lid 1, punten a), c) en d), bedoelde geschillen betreft, kan de beslissing van de nationale instantie voor geschillenbeslechting bestaan uit de vaststelling van billijke en redelijke voorwaarden, met inbegrip van de prijs, indien van toepassing. Indien het geschil betrekking heeft op toegang tot de infrastructuur van een exploitant en de nationale instantie voor geschillenbeslechting de nationale regelgevende instantie is, wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de doelstellingen die in artikel 3 van Richtlijn (EU) 2018/1972 zijn uiteengezet. 4. Dit artikel vormt een aanvulling op en doet geen afbreuk aan de rechtsmiddelen en procedures overeenkomstig artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie18.

Artikel 12 Bevoegde instanties 1. Elk van de aan de nationale instantie voor geschillenbeslechting toegewezen taken wordt uitgevoerd door een of meer bevoegde organen, die een bestaand orgaan kunnen zijn.

18

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB C 326 van 26.10.2012, blz. 391)

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

45

NL

2. De nationale instantie voor geschillenbeslechting is juridisch onderscheiden en functioneel onafhankelijk van elke netwerkexploitant en elke overheidsinstantie die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de fysieke infrastructuur die bij het geschil betrokken is. Lidstaten die de eigendom van of de zeggenschap over netwerkexploitanten behouden, zorgen voor een effectieve structurele scheiding tussen enerzijds de functies die verband houden met de nationale procedures voor geschillenbeslechting en die van het centrale informatiepunt en anderzijds activiteiten die verband houden met eigendom of zeggenschap. De nationale instanties voor geschillenbeslechting handelen onafhankelijk en objectief, en vragen of aanvaarden geen instructies van andere instanties wanneer zij over de hun voorgelegde geschillen besluiten. Dit vormt geen beletsel voor toezicht overeenkomstig de nationale wetgeving. Alleen de bevoegde beroepsinstanties zijn bevoegd om besluiten van de nationale instanties voor geschillenbeslechting op te schorten of ongedaan te maken. 3. De nationale instantie voor geschillenbeslechting mag vergoedingen vragen om de kosten voor de uitvoering van de haar toegewezen taken te dekken. 4. Alle bij een geschil betrokken partijen werken volledig mee met de nationale instantie voor geschillenbeslechting. 5.

De functies van een centraal informatiepunt als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 8 en artikel 10 worden uitgeoefend door een of meer bevoegde instanties die door de lidstaten zijn aangewezen op nationaal, regionaal of lokaal niveau, naargelang het geval. Om de kosten voor de uitoefening van deze functies te dekken, mogen vergoedingen voor het gebruik van de centrale informatiepunten worden gevraagd. 6. De eerste alinea van lid 2 is van overeenkomstige toepassing op de bevoegde instanties die de functies van een centraal informatiepunt vervullen. 7. De bevoegde instanties oefenen hun bevoegdheden onpartijdig, transparant en tijdig uit. De lidstaten zorgen ervoor dat zij over voldoende technische, financiële en personele middelen beschikken om de hun toegewezen taken uit te voeren.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

46

NL

8. De lidstaten maken de respectieve taken van elke bevoegde instantie via een centraal informatiepunt bekend, met name indien die taken aan meer dan een bevoegde instantie zijn toegewezen of indien de toegewezen taken zijn gewijzigd. In voorkomend geval plegen de bevoegde instanties overleg en werken zij samen bij aangelegenheden van gemeenschappelijk belang. 9. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in kennis van de identiteit van elke instantie die overeenkomstig dit artikel bevoegd is voor de uitvoering van een functie uit hoofde van deze verordening, en van hun respectieve verantwoordelijkheden, en van elke wijziging daarvan, voordat die aanwijzing of wijziging in werking treedt. 10. Tegen elk besluit van een bevoegde instantie kan overeenkomstig het nationale recht beroep worden ingesteld bij een volledig onafhankelijke beroepsinstantie, met inbegrip van een rechterlijke instantie. Artikel 31 van Richtlijn (EU) 2018/1972 is van overeenkomstige toepassing op elk beroep op grond van dit lid. Het recht op beroep overeenkomstig de eerste alinea laat het recht van de partijen om het geschil voor te leggen aan de bevoegde nationale rechter onverlet.

[...]

Artikel 14 Sancties De lidstaten stellen regels vast inzake sancties, die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening en van een bindend besluit dat uit hoofde van deze verordening door de in artikel 12 bedoelde bevoegde instanties is genomen, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

47

NL

Artikel 15 Verslag en monitoring 1. Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de uitvoering van deze verordening. Het verslag bevat een samenvatting van de gevolgen van de in deze verordening uiteengezette maatregelen en een beoordeling van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, met inbegrip van de vraag of en hoe de verordening verder kan bijdragen tot de verwezenlijking van de connectiviteitsdoelstellingen in het besluit tot vaststelling van het beleidsprogramma voor het digitale decennium tot 2030. 2. Daartoe kan de Commissie de lidstaten om informatie verzoeken, die onverwijld moet worden verstrekt. In het bijzonder stellen de lidstaten, in nauwe samenwerking met de Commissie, via het bij artikel 118 van Richtlijn (EU) 2018/1972 ingestelde Comité voor communicatie, uiterlijk 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening indicatoren vast voor een adequaat toezicht op de toepassing van deze verordening en het mechanisme om te zorgen voor periodieke gegevensverzameling en verslaglegging daarover aan de Commissie.

Artikel 16 Overgangsmaatregelen De lidstaten kunnen bepalen dat in het geval van gemeenten met minder dan 3 500 inwoners de in artikel 4, lid 2, bedoelde termijn van 24 maanden, 36 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening wordt vastgesteld. Tijdens die periode zorgen die gemeenten ervoor dat de beschikbare informatie op verzoek toegankelijk is voor exploitanten.

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

48

NL

Artikel 17 Intrekking 1. Richtlijn 2014/61/EU wordt ingetrokken. 2. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in de bijlage.

Artikel 18 Inwerkingtreding en toepassing 1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. 2. Zij is van toepassing met ingang van 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening. Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement

Voor de Raad

De voorzitter

De voorzitter

16394/23

LAS/sp TREE.2.B

49

NL

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13742686/1