CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A20 - VNG - Ledenbrief Reactie op het tussenverslag van informateur Buma D473244

Besluitvormende raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken18.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

15

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

arrangementen te ontwikkelen met en voor gezinnen/kinderen/jongeren die daar baat bij hebben. Het betekent ook dat we via de reikwijdtewetgeving de kaders bieden voor een inperking van het individueel aanbod van de aanvullende jeugdhulp. Dit wordt zeer beperkt en alleen ingezet in aanvulling op de basisondersteuning in de lokale context. • Deze krimpopgave in de jeugdsector gaat hand in hand met een herijking van het financieringsmodel. Hiermee realiseren we een langjarig realistisch financieel perspectief en brengen we balans terug in de verhouding met de gemeentelijke medeoverheid

Kansengelijkheid: we zorgen voor een goede start en gaan van een selectie- naar talentenmaatschappij • Kinderen en jongeren verdienen het om hun uiteenlopende talenten (cognitief, praktisch, motorisch, sociaal en creatief) te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Om leerlingen meer tijd te geven hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen stimuleert het kabinet een flexibele inrichting van de onderbouw van het voortgezet onderwijs en passen we het huidige vroege selectiemoment op scholen aan. Ook maken we een plan voor (her)waardering van het beroepsonderwijs (inclusief de “vitale” beroepen). • Omdat het werken aan gelijke kansen al vroeg begint, werken we binnen de komende kabinetsperiode stapsgewijs toe naar kinderopvang voor kinderen van alle ouders – werkend én niet werkend. In deze kabinetsperiode realiseren we twee dagen/dagdelen per week voor kinderen van 0-13 jaar. Opvang en begeleiding voor kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte (voor- en vroegschoolse educatie, sociaal-medische indicatie en ‘plus’ opvang) maken hier onderdeel van uit. • De huidige gefragmenteerde aanpak gericht op het versterken van basisvaardigheden in het onderwijs zetten we om in een integrale aanpak inclusief stimulerend inspectie toezicht.

4.2 De opgave en de kans De veelheid aan maatschappelijke opgaven (prestatiedruk, mentale problemen, kansenongelijkheid) en het vastlopen van het jeugdhulpstelsel (toenemend gebruik, langere behandelduur, oplopende kosten etc.) nopen tot het nemen van serieuze maatregelen. Tegelijk ontstaat zo een kans om de ondersteuning van jongeren op een geheel andere leest te schoeien. Het dwingt te erkennen dat voortgaan op dezelfde weg geen zin heeft. Er zal iets fundamenteels moeten veranderen. Onderdelen van die verandering zijn: • Een andere benaderingswijze, uitgaande van een sterke pedagogische basis waarin niet het kind maar de omgeving zich dient aan te passen, • Samenhangende meerjarige aanpak om school, kinderopvang en basisondersteuning samen te brengen, • Randvoorwaarden over financiering, ongelijk mogen investeren, ketenaanpak etc. aanpassen aan bovenstaande beweging.

4.3 Het kan anders De grootschalige manifestatie kansengelijkheid van 22 september2 toonde een breed draagvlak om samen te werken aan deze fundamentele verandering. Lokaal en regionaal wordt hiermee al veel ervaring opgedaan en wordt ook duidelijk wat er op landelijk niveau aan aanpassingen nodig zijn. De uitdaging is de beweging van onderop landelijk ruggensteun te geven in de aanpassing van wet- en regelgeving, financiering en langetermijnbeleid.

2 16

Samen werken aan gelijke kansen voor jongeren en kinderen | VNG

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

5: Bouwsteen Gezondheid, Welzijn en Zorg Gesteund door

De overheid heeft een leidende verantwoordelijkheid in het bevorderen van gezondheid en het zekerstellen van toegankelijke zorg en ondersteuning voor alle inwoners, maar kan dat niet alleen. Oplopende gezondheidsverschillen, de toename van het aantal ouderen, de achterliggende maatschappelijke en omgevingsoorzaken van veel zorgvragen en de druk op beschikbare capaciteit in het sociaal domein en in de zorg, maken het noodzakelijk de organisatie en financiering van gezondheid, welzijn en zorg aan te passen aan de eisen en mogelijkheden van de toekomst. Gezondheid voor iedereen vraagt brede aandacht en actie op vele beleidsterreinen. We moeten van nazorg naar voorzorg en gezondheid. Het bieden van bestaanszekerheid (inkomen, wonen, werk, onderwijs) is cruciaal voor het welzijn en de weerbaarheid van mensen nu en van toekomstige generaties. Het maakt Nederland veerkrachtiger en kan een beroep op zorg en ondersteuning voorkomen: gezondere mensen kunnen beter meedoen aan de samenleving en de arbeidsmarkt en ons nationaal inkomen stijgt dan mee. Investeren in gezondheid en welzijn is dus investeren in verdienvermogen, in brede welvaart en in het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en zorg. Bij inzet op gezondheid geven we extra aandacht aan de verbetering van de gezondheid en het welzijn van mensen met gezondheidsachterstanden en in kwetsbare situaties.

Om de curatieve zorg kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar te houden zetten we daarnaast in op structurele domeinoverstijgende en regionale samenwerking en financiering, serieuze herziening van zorgbekostiging ter ondersteuning van preventie, digitale toepassingen, en een eerlijk gesprek over wat je van de publiek gefinancierde zorg en van elkaar mag verwachten.

5.1 Tekst voor het regeerakkoord Verantwoordelijkheid voor gezondheid, zorg en welzijn delen • Voor een breed gedragen gezondheidsoffensief zet de overheid gezondheid centraal in al haar beleid, komen er wettelijke gezondheidsdoelen en wordt de Minister van VWS coördinerend

17

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

bewindspersoon. Daarbij wordt aandacht besteed aan de sociale en economische determinanten van gezondheid. • Er komt een structureel en substantieel gezondheidsbudget dat het mogelijk maakt om meerjarig te investeren in gezondheid. • Als basis streeft het kabinet naar een vitale samenleving waarin iedereen die dat kan toegang heeft tot goed betaald werk en degenen die op financiële ondersteuning zijn aangewezen kunnen rekenen op voldoende inkomen om rond te kunnen komen. • We werken aan een gezonde omgeving voor een gezonde generatie. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om te sturen op bijvoorbeeld de gezonde voedselomgeving • De doelen in het Preventieakkoord worden voortvarend opgepakt. De inzet is een rook- en vapevrije generatie en het terugdringen van drugsgebruik, overgewicht en alcoholgebruik. Daartoe maken we gezonde producten toegankelijker, goedkoper en beter beschikbaar en stelt de overheid grenzen aan verdienmodellen die leiden tot gezondheidsschade. • Met oog op de inperking van overgewicht komt er een landelijke strategie van preventie, intensieve leefstijlbegeleiding, meer bewegen en verstandige inzet van nieuwe obesitasmedicijnen. Nederland moet het eerste land worden dat de trend van toenemend overgewicht weet te keren. • We maken ongezonde producten minder toegankelijk, zeker voor de jeugd, door beleid gericht op (kinder)marketing, beschikbaarheid en prijs.

• Er komt meer aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren. Hiervoor ontwikkelt het kabinet een brede aanpak met langjarige financiering, waarvan sociaal mediagebruik een onderdeel is. • Het kabinet ondersteunt kwetsbare regio’s en buurten in gemeenschapsversterking en het tegengaan van eenzaamheid. Nieuwe wijken moeten worden ingericht ter ondersteuning van de gemeenschap en ontmoeting en verbinding faciliteren. Gemeenschappen kunnen ook zelf het initiatief nemen. • Samen met sociale partners wordt ingezet op en geïnvesteerd in mantelzorgondersteuning van juist ook werkenden, in lijn met het aankomend SER-advies over mantelzorg. Investering van werkgevers in gezondheid van werknemers wordt niet meer belast als loon in natura: uitgaven voor health checks, periodiek medisch onderzoek, leefstijlprogramma’s en aanvullende zorgverzekeringen gaan onder de nihilstelling van de Werkkostenregeling vallen. • De zorg en ondersteuning is onmisbaar in de versterking van de weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Om daarop voorbereid te zijn, zijn middelen uit het 1,5%-deel van de 5% NAVOnorm nodig. De financiering van ‘pandemische paraatheid’ ter versterking van de publieke gezondheidsinfrastructuur wordt structureel gemaakt.

De zorg- en welzijnsprofessionals in het hart • Arbeidsmarktkrapte is een risico. Het nieuwe kabinet maakt prioriteit van het aantrekkelijker maken van opleidingen voor instroom naar cruciale beroepen, waaronder zorg. Door verlagen/schrappen collegegeld, versterken publiciteit rondom beroepskeuze, waarborgen voldoende kwalitatieve stage- en leerplekken en een numerus fixus voor opleidingen met weinig perspectief op arbeidsmarkt. Veranker dit in een nationale arbeidsmarkstrategie gericht cruciale beroepen in de verschillende publieke sectoren en pak dit in gezamenlijkheid op. • De kraamzorg in Nederland is uniek en onmisbaar voor veel gezinnen. De kraamzorg staat onder druk. Dit zorgt voor onwenselijke zorgrisico’s voor ouders en kind. De aanpak op arbeidsmarktkrapte is ook voor kraamzorg belangrijk. We schaffen de eigen bijdrage voor kraamzorg af, zodat kraamzorg voor ieder gezin toegankelijk blijft en elk kind een kansrijke start krijgt. We stimuleren kraamzorgorganisaties en zorgverzekeraars om samen te werken aan oplossingen voor gezinnen waar de schaarste aan kraamzorg het hoogst is. • Ondanks de mogelijkheid van digitale toepassingen blijven zorg en welzijn mensenwerk.

Om het beroep en de werkplek aantrekkelijk te houden zet het kabinet in op passende beloning, opleiding, zeggenschap, vermindering administratieve lasten en verantwoordelijkheid met bijkomende ondersteunende voorzieningen. • Administratieve lastenvermindering moet bijdragen aan een verantwoordingsopgave op basis van vertrouwen in plaats van wantrouwen. Dit laat onverlet dat fraude in zorg en welzijn hard moet worden aangepakt.

18

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

• Waar nodig en mogelijk kunnen gemeenten aan zorgmedewerkers (m.n. verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders) voorrang geven bij huisvesting en kinderopvang. In het licht van het bestaande huisartsentekort voorziet een landelijke regeling in structurele financiële ondersteuning voor de huisvesting van eerstelijnszorg. • Het opleiden van zorgprofessionals is een kerntaak van zorgorganisaties en wordt structureel onderdeel van het zorginkoopbeleid door verzekeraars. Ook de opleiding van professionals in de welzijnsorganisaties wordt structureel ondersteund. • Om de samenwerking en wisselwerking tussen verschillende zorgdomeinen te stimuleren past het dat sociale partners streven naar meer afstemming van arbeidsvoorwaarden en het tegengaan van negatieve effecten van onderlinge concurrentie.

Zorg en sociale cohesie samen organiseren als publiek goed • Omdat mensen verschillende behoeften en wensen hebben – de een wordt gezond ouder in een omgeving naar keuze, de ander is aangewezen op collectieve voorzieningen – vraagt dit helderheid over wat je van de overheid kan verwachten en wie op (extra) steun kan rekenen. • Voortbouwend op de samenwerkingsafspraken in de integrale zorg- en welzijnsakkoorden werkt het kabinet verder aan een ‘gemengd publiek-privaat model van de toekomst’, met ruimte om zorgwetgeving te ontschotten en zorg te verbinden met het sociale domein, welzijn en publieke gezondheid. • Om instroom in het ziekenhuis te beperken blijft ingezet worden op versterking van de eerstelijnszorg. Analoog aan de inkoop van de huisartsenzorg, wordt ook wijkverpleging ingekocht door de preferente verzekeraar en afspraken gevolgd door andere zorgverzekeraars. Zo kan het zorgaanbod in de eerste lijn beter op elkaar afgestemd worden. • Aanpassing van het wettelijk kader is wenselijk zodat – mede in het licht van het VN-verdrag handicap – inwoners die op permanente zorg en ondersteuning zijn aangewezen, daarop vanuit (de verbinding tussen) de Zvw, WLZ, WMO of Jeugdwet en de Participatiewet kunnen rekenen. • De zorgbekostiging wordt aangepast ter ondersteuning van gezondheidsbevordering, preventie, leefstijl en passende zorg, zodat de beoogde uitkomsten leidend zijn.

Hierbij is voldoende ruimte in de diverse budgettaire kaders nodig in het bijzonder in het Wmo-, en Wpg-budget nodig om deze beweging te ondersteunen. Het kabinet stimuleert de inzet van mentale gezondheidsnetwerken.

Zorg voorkomen en anders aanbieden • Zorg en ondersteuning worden geboden in samenspraak tussen patiënt en zorgverlener: Samen Beslissen is overal uitgangspunt en praktijk. • Zorg en ondersteuning zijn niet alleen van de zorg, mensen hebben ook een eigen verantwoordelijkheid om hulp en ondersteuning in de eigen omgeving te zoeken • Iedere inwoner heeft recht op een eigen huisarts, met bij voorkeur huisvesting dicht bij de patiënt. Om de druk op de eerstelijnszorg te verlichten zet het kabinet in op verbinding sociaal medisch met de verbinding tussen zorg, het wijkteam, de hulpverlener, de wijkverpleegkundige bijvoorbeeld leefstijlloketten, welzijn-coaches en mentale gezondheidsnetwerken. Het is van belang om in communicatie en bejegening rekening te houden met mensen met een LVB. • Wanneer de huisarts geconfronteerd wordt met niet-medische problemen, wordt hij/zij in staat gesteld deze naar het sociaal domein toe te leiden. Dat betekent méér financiën voor het sociaal domein, een uitbreiding van de gereedschapskist voor zorgprofessionals, sociaal werkers, buurt- en wijkteams gericht op gezondheid, geïndiceerde en zorg-gerelateerde preventie, groepsgerichte oplossingen voor individuele hulpvragen en (verwijzing naar) leefstijlbevordering en versterking van sociale veerkracht.

• Stevige inzet op universele en selectieve preventie moet het aantal mensen met chronische (zowel fysieke als mentale) aandoeningen en de toestroom naar zorg en ondersteuning verminderen. Goede publieke gezondheidszorg (o.a. vaccinatieprogramma’s, jeugdgezondheid- en

19

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

ouderengezondheidszorg) is daarbij randvoorwaardelijk. Net als aandacht voor de omgevingsfactoren van gezondheid. Zo draagt de bestrijding van en het voorkomen dakloosheid bijvoorbeeld bij aan het voorkomen van zorgkosten. • Transparantie (van uitkomsten) is belangrijk zodat mensen de mogelijkheid krijgen te kiezen door wie zij behandeld worden en zorg- en andere professionals tegelijkertijd de kans behouden te blijven leren. • Om voor iedereen de basiszorg toegankelijk en betaalbaar te houden moeten we kritisch kijken naar de effectiviteit van medicatie en behandelingen en inzetten op passende zorg Het kabinet stimuleert het eerlijke gesprek om niet alles wat kan ook toe te passen. Dat vraagt tevens meer ruimte om proactieve zorgplanning en palliatieve zorg voor een waardig einde te vergoeden.

Zorgaanbod afstemmen in de regio • Zorgaanbieders werken samen in regionale netwerken van eerste lijn, ziekenhuizen, geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg, thuiszorg en verpleeghuizen – samen met gemeenten en sociaalwerk organisaties. Deze samenwerking sluit aan op de overleggen over regioplannen en acute zorg en wordt gelijkgericht ondersteund door de zorgverzekeraars. • Er wordt daarbij verbinding gemaakt met de regionale preventie-infrastructuur gericht op het verminderen van de instroom. • Regionale overleggen krijgen ruimte de basiszorg maximaal toegankelijk in te richten, rekening houdend met de regionale zorg- en welzijnsbehoefte. Taakverdeling in de medisch-specialistische zorg borgt dat alle acute en klinische functies in de regio beschikbaar blijven. • Vanuit lokaal maatwerk in de langdurige zorg wordt ingezet op vernieuwende woon- en zorgconcepten, meer onderlinge informele hulp in zorgzame wijken en buurten en voor iedereen bereikbare sociale maatschappelijke ondersteuning. Het verpleeghuis fungeert als deskundige opvang als het echt niet anders kan. Het is belangrijk voldoende verpleeghuiszorg te behouden waar kwaliteit van leven centraal staat in lijn met het recent ontwikkelde kwaliteitskompas. Hiermee sluiten we aan bij veranderende behoefte van ouderen.

Daarnaast is preventie, het betrekken van het sociaal netwerk en het verminderen van regeldruk van belang. • Ziekenhuizen stemmen hun toekomstig zorgaanbod af op de behoeften in de regio met als uitgangspunt dichtbij waar het kan en verder weg als het moet, ook bovenregionaal. Elke regio kan blijven rekenen op bereikbare acute zorg en goede basisziekenhuiszorg. De spreiding van acute zorg wordt op nadere te bepalen wijze landelijk bepaald.

Zorg ondersteunen door digitalisering en kunstmatige intelligentie • Met publiek geld gefinancierde zorginstellingen zijn verplicht aangesloten op een landelijke infrastructuur van gegevensuitwisseling. Deze digitale snelweg wordt een nutsvoorziening onder regie van de rijksoverheid, met de verplichting voor leveranciers om datasystemen hieraan te koppelen. Dit systeem wordt zo ingericht dat de patiënt meer zeggenschap en grip krijgt over de eigen medische gegevens en het voor de professional makkelijker wordt om in netwerken en domeinoverstijgend met elkaar samen te werken. • De administratieve lasten en dubbele diagnostiek worden daarmee fors gereduceerd. Verantwoorde opschaling van AI wordt gestimuleerd om de personeelstekorten te verminderen. • Digitale vaardigheden worden een belangrijke vereiste in het beroep en in de organisatie van de zorg en het sociaal domein. En er komt een landelijk Centrum voor AI-toepassing in de medischsociale praktijk om te voorkomen dat overal het wiel wordt uitgevonden en een vuist kan worden gemaakt richting leveranciers. • We vergemakkelijken het gebruik van kunstmatige intelligentie ter ondersteuning van de zorgprofessional, zodat die kan leren van andere praktijken en samen met de patiënt tot betere beslissingen kan komen.

20

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

Doorbraakinvesteringen voor de zorg in 2040 • De toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de zorg vragen van iedereen een bijdrage. Zorguitgaven kunnen niet onbeperkt doorstijgen. Er moet geld overblijven voor veiligheid, omgeving en onderwijs, die tevens bijdragen aan de beperking van de zorgvraag. • De inzet op het de-medicaliseren van sociaalmaatschappelijke problemen en de gezondheidsbevordering en bescherming leidt naar verwachting tot een lager zorggebruik in de toekomst. Tegelijkertijd moet zorg bereikbaar zijn voor groepen die er nu ten onrechte geen gebruik van kunnen maken. • Het kabinet zal met de partijen van IZA en AZWA een lange-termijn financieel kader overeenkomen dat budgettaire ruimte biedt voor investeringen t.b.v. preventie, innovatie en passende zorg in integrale samenwerking. Doel daarbij is om de structurele groei van de zorguitgaven stapsgewijze terug te brengen tot een niveau gelijk aan de jaarlijkse structurele bbp-groei. • In aanvulling hierop zal een zorg- en welzijn transformatiefonds jaarlijks incidentele middelen beschikbaar stellen om digitale, AI en organisatorische transformatie mogelijk te maken. Zo ontstaat ruimte om lokale en regionale succesvolle innovaties landelijk op te schalen, alsook om de investeringsagenda te ondersteunen ter uitvoering van de Green Deal Duurzame Zorg.

• Van alle betrokkenen wordt inspanning gevraagd om publieke middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Door ongecontracteerde zorg niet langer te vergoeden, tenzij het belang van de patiënt hierdoor wordt geschaad, kunnen zorgverzekeraars meer verantwoordelijkheid nemen voor het beheersen van de zorguitgaven en het sturen op passend aanbod en passende zorg. Daarbij blijft de vrije artsenkeuze in stand. • Het systeem van import en productie van medicijnen wordt herzien zodat tekorten aan toegelaten medicijnen worden voorkomen. • Om de brede beschikbaarheid van acute zorg en complexe zorg te waarborgen past de NZa de tariefregulering aan zodat verzekeraars verschillende tarieven toepassen tussen algemene ziekenhuizen en zelfstandige klinieken. Contractering van eerste- en tweedelijns zorg vraagt om meerjarige bekostiging en gelijk-gerichtheid van zorgverzekeraars, zodat zorginstellingen toekomstgericht kunnen investeren in mensen en ICT. • Ter ondersteuning van de solidariteit waarop het stelsel rust worden transparantie en inzicht afgesproken over de prestaties van de medisch specialistische zorg, zoals wachttijden, zorgkwaliteit en financiële stabiliteit en investeringsvermogen.

5.2 De opgave en de kans Ondanks toenemende welvaart nemen gezondheidsverschillen eerder toe dan af. Theoretisch opgeleiden worden gemiddeld vijf jaar ouder en leven gemiddeld veertien jaar langer in goede gezondheid dan praktisch geschoolden. Ook leven de 20 procent meest welvarende mensen in Nederland ruim acht jaar langer en 24 jaar langer in goede gezondheid. Gezondheid voor iedereen vraagt daarom brede aandacht en actie op vele beleidsterreinen. Maar de zorg kan dit niet alleen en niet in de eerste plaats. We moeten van nazorg naar voorzorg en gezondheid. Het bieden van bestaanszekerheid (inkomen, wonen, werk, onderwijs) is cruciaal voor het welzijn en de weerbaarheid van mensen nu en van toekomstige generaties. En het maakt Nederland veerkrachtiger: gezondere mensen kunnen beter meedoen aan de samenleving en de arbeidsmarkt en ons nationaal inkomen stijgt dan mee. Investeren in gezondheid is dus investeren in verdienvermogen, in brede welvaart en in het verlichten van de druk op de arbeidsmarkt, sociale zekerheid en zorg.

5.3 Het kan anders Om bovenstaande omslag te realiseren is het nodig om te werken aan een aantal ambitieuze doelstellingen, namelijk • Tempo maken met de Gezonde Generatie en een vitale samenleving (in productaanbod, in ruimtelijke en schoolinrichting, in bevordering kansengelijkheid en bestaanszekerheid etc.). • Krachtige uitvoering van het Nationaal Preventieakkoord (toewerken naar rook- en vapevrije generatie, terugdringen van drugsgebruik, overgewicht en alcoholgebruik etc.).

21

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

• Inzet op een gezonde, vitale en weerbare beroepsbevolking van 10 miljoen werkenden (vitaliteitsbeleid voor werkgevers en werknemers, leefstijlprogramma’s etc.). • Het centraal stellen van gezondheid in het zorgstelsel en in het daarmee verbonden sociaal domein (financiering van preventie, prikkels voor gezondheidsbevordering.

22

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

6: Bouwsteen Asiel en Migratie Gesteund door

Voor u ligt de bouwsteen asiel en migratie: ‘werken aan samenhang: migratie en meedoen’. Een plan voor een migratie- en opvanglandschap dat uitvoerbaar, uitlegbaar en menswaardig is.

6.1 Tekst voor het regeerprogramma Gematigde bevolkingsgroei • Het kabinet kiest voor een scenario van gematigde bevolkingsgroei, waarin de bevolking tot 2050 groeit naar 19 tot 20 miljoen mensen. Er wordt daarbij actief gekozen voor een balans tussen verschillende migratiegroepen waaronder asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en EUarbeidsmigranten. • Er wordt deze kabinetsperiode ingezet op circa 40.000 minder EU-arbeidsmigranten door inzet op technologische ontwikkelingen die leiden tot arbeidsontlasting en bewustere keuzes in de huisvesting van bedrijven. • Investering in lokaal bestuur en wederopbouw in landen van herkomst vermindert de noodzaak tot (asiel)migratie. • Landelijke implementatie van het Europese Migratiepact, dat voorziet in snellere en beter gedifferentieerde asielprocedures, wordt gezamenlijk met medeoverheden en uitvoeringsorganisaties opgepakt. • Er wordt ingezet op goede registratie van arbeidsmigranten. De positie van laagbetaalde arbeidsmigranten wordt versterkt door maatregelen tegen uitbuiting en misstanden, zowel op de werkvloer als in de samenleving, net als een voortzetting van de inzet rondom dakloze arbeidsmigranten. • Toelating van arbeidsmigranten uit derde landen wordt alleen mogelijk wanneer er sprake is van voldoende huisvesting, begeleiding en toezicht.

Actief meedoen en bijdragen door nieuwkomers • Het kabinet biedt mensen die mogen blijven duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Nieuwkomers zijn mensen met potentieel en eigen kracht. Het is niet langer vrijblijvend dat zij meedoen en bijdragen.

23

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

• Vanaf dag één wordt ingezet op participatie, opleiding, taal en werk. Zo versterken we de zelfstandigheid van nieuwkomers en het draagvlak in de samenleving. • Er wordt ingezet op een doorlopende lijn van vroege participatie, integratie, werk en wonen in dezelfde regio. • Een evenwichtige verdeling van opvang en huisvesting is hiervoor noodzakelijk en blijft daarom bestaan via de huidige instrumentarium en wetgeving. • Waar mogelijk is er versnelde toegang tot werk in tekortsectoren, ondersteund door diplomawaardering, (bij)scholing en duale trajecten (werk en taal). • Gemeenten krijgen een taak in arbeidstoeleiding van asielzoekers en ontheemden, wettelijk geborgd en passend gefinancierd, en doen dit in samenwerking met COA, IND, onderwijsinstellingen en werkgevers.

Alternatieve vormen van huisvesting • Vanwege de woningkrapte wordt gezocht naar ‘next best’ woonoplossingen voor mensen die nu tussen wal en schip vallen en onnodig lang in opvangcentra moeten verblijven. • Het kabinet zet in op alternatieve vormen van huisvesting om op creatieve wijze extra woonruimten te creëren ter overbrugging. In eerste instantie wordt gedacht aan flexibele nieuwbouw, tijdelijke woonunits, transformatie van bestaande panden en opdeling van bestaande woningen maar zoeken samen met partners naar nieuwe mogelijkheden. • Hiervoor wordt geld beschikbaar gesteld. Dit investeringslef is nodig vooruitlopend op een kostenbesparing- en efficiënte op lange termijn. • Er gaat geen onnodig en inefficiënt geld meer naar dure vormen van (crisis)noodopvang, door behoud en uitvoering van de Spreidingswet en inzet op een duurzame en flexibele asielketen.

6.2 De opgave en de kans Wat gaan we doen? • Het advies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 om te kiezen voor een gematigde groei van de bevolking wordt opgevolgd. Voor migratie betekent dit dat er actief wordt gekozen voor een balans tussen verschillende migratiegroepen. Momenteel met name tussen asielzoekers, ontheemden uit Oekraïne en EU-arbeidsmigranten. En investeringen in lokaal bestuur en wederopbouw in landen van herkomst vermindert de noodzaak tot (asiel)migratie. • Asielzoekers zijn mensen met potentie en eigen kracht, die actief meedoen en bijdragen - en dit is niet langer vrijblijvend. Vanaf dag één gaan de betrokken partijen, waaronder gemeenten, inzetten op participatie, opleiding, taal en werk. Zo versterken we de zelfstandigheid van nieuwkomers en het draagvlak in de samenleving. • We bouwen aan een mensgerichte opvang- en integratieketen. In samenwerking met het rijk, de uitvoeringsinstanties COA, IND, DT&V maar ook met werkgevers, woningbouwcorporaties en maatschappelijke partners. Hiervoor is het noodzakelijk meer te investeren in alternatieve vormen van huisvesting. Dit kan worden bekostigd uit de middelen die nu inefficiënt worden besteed aan allerlei vormen van dure noodopvang.

Toelichting: In deze bouwsteen zien we ontheemden uit Oekraïne ook als onderdeel van de asielzoekers, ondanks dat hier momenteel andere wet- en regelgeving geldt. Belangrijk aspect is dat ontheemden uit Oekraïne reeds al vanaf dag één mogen werken. In deze bouwsteen worden de uitgangspunten verenigd waarmee er meer balans komt tussen de verschillende migratiegroepen. Waarom? Door geschikte opvanglocaties met goede begeleiding en die passen in de context van de wijk, wordt rust gecreëerd en verveling tegengegaan. Overlast wordt voorkomen en bestraft. Er wordt actief gestuurd op

24

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

migratieaantallen in het belang van sociale voorzieningen zoals wonen, zorg en onderwijs. Dat is ten gunste van alle inwoners. We bieden mensen die mogen blijven (kansrijke asielaanvraag) duidelijkheid en kansen om hun leven op te bouwen. Maar ook de vanzelfsprekendheid om zelfstandig mee te doen en bij te dragen, en niet per definitie afhankelijk te zijn van de overheid. Hiermee versterken we de kans op succesvolle integratie én creëren we maatschappelijke meerwaarde: meer arbeidsparticipatie, minder afhankelijkheid van uitkering, minder overlast, sterkere gemeenschappen en meer draagvlak voor asielopvang.

6.3 Het kan anders Asielzoekers starten direct met taal, opleiding, werk oriëntatie en/of participatie. Zij bouwen aan hun toekomst en leveren vanaf dag één een maatschappelijke én economische meerwaarde. Dit wordt gefaciliteerd door: • De benodigde ondersteuning om direct mee te doen. Rechten maar ook plichten die de integratie ondersteuning, zoals een vroegtijdige voorinburgering en arbeidstoeleiding. Gemeenten krijgen hierin een regierol maar kunnen dat niet zonder belangrijke partners vanuit het onderwijs- en arbeidsmarktveld en aanvullende financiering. Evenredige spreiding over het land die de doorlopende lijn in het verblijf en begeleiding van opvang naar huisvesting ondersteunt binnen eenzelfde regio is een randvoorwaarde. • Vanwege het woningtekort dat niet op korte termijn is opgelost gaan we op zoek naar ‘next best’ woonoplossingen voor mensen die nu tussen wal en schip vallen en onnodig lang in opvangcentra moeten verblijven. Het idee is om op creatieve wijze extra woonruimten te creëren ter overbrugging. In eerste instantie wordt gedacht aan flexibele nieuwbouw, tijdelijke woonunits, transformatie van bestaande panden en opdeling van bestaande woningen maar we zoeken samen met partners naar nieuwe mogelijkheden. Gemeenten faciliteren regionale en lokale afspraken met relevante partners.

Nieuw hierbij is de integrale aanpak met participatie en integratie, en investeringslef voor kostenbesparing en -efficiëntie op langere termijn. We stellen voor deze investeringen te bekostigen door de honderden miljoenen die nu aan allerlei vormen van noodopvang worden besteed omdat het niet mogelijk is om statushouders tijdig van een woning te kunnen voorzien. Daarnaast zien we asielmigratie als een onderdeel van een bredere migratieopgave. We kiezen actief voor een balans tussen verschillende migratiegroepen, waarbij er wordt gekozen voor gematigde groei. Momenteel betekent dat een vermindering van circa 40.000 EU-arbeidsmigranten. Door inzet op technologische ontwikkelingen die leiden tot arbeidsontlasting en bewustere keuzes in de vestiging van bedrijven, zijn er minder arbeidsmigranten benodigd. Daarbij willen we de positie van laagbetaalde arbeidsmigranten versterken, zowel op de werkvloer als in de samenleving. En een voortzetting, dan wel landelijke uitrol, voor programma’s rondom dakloze arbeidsmigranten. Arbeidsmigratie, noodzakelijk voor bepaalde sectoren, moet vooral bijdragen aan maatschappelijke opgaven en een toekomstige economie met kwalitatief goed werk. Daarmee sluiten we aan bij het briefadvies ‘Arbeidsmigratie naar waarde; Minder waar het kan, beter waar het moet’ van de SER.

Daarbij streven we naar een evenwichtige inzet die het maatschappelijk draagvlak behoudt en schaarse voorzieningen toegankelijk houdt. Aandachtspunt is een goede registratie van arbeidsmigranten. Financiële onderbouwing We stellen voor de investeringen voor huisvesting te bekostigen door de honderden miljoenen die nu aan allerlei vormen van noodopvang worden besteed omdat het niet mogelijk is om statushouders tijdig van een woning te kunnen voorzien. Dat gaat om zo’n 18.000 statushouders, die onterecht in de opvang bij het COA zitten. De kosten daarvoor zijn gemiddeld 71 euro per dag, waardoor je op een jaarlijkse besparing komt van (365 dagen x 71 euro x 18.000 statushouders) zo’n 466 miljoen. We vragen het rijk om deze middelen in te zetten in woonoplossingen. Ondanks benodigde éénmalige investeringen is huisvesting kostenneutraal (bewoners betalen huur). Als er sprake is van voldoende opvang en doorstroom naar huisvesting zijn oplossingen zoals de Hotel- en Accommodatieregeling niet meer nodig. Dat levert jaarlijks een besparing op van (momenteel 2.000 plekken per half jaar, 14.800 euro per uitkering) zo’n 59 miljoen. Onderzoek van SEO becijfert dat de maatschappelijke baten voor ruimere werkmogelijkheden (afschaffing van 24-weken eis en zonder tewerkstellingsvergunning) voor asielzoekers leiden tot 200 miljoen extra

25

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

welvaart per jaar (2 miljard over 10 jaar), vooral in hogere nationale productie (resulterend in meer belastinginkomsten en lagere druk op sociale uitgaven). De meerwaarde van vroegtijdige en meer statushouders aan het werk is hierin nog niet meegeteld. Een gedeelte van deze hogere nationale productie wordt echter wel verlaagd door een vermindering van het aantal EU-arbeidsmigranten. Daartegenover staat dat de druk op sociale voorzieningen zoals zorg, huisvesting en onderwijs gelijk blijft. Voor gemeenten is een eerste voorzichtige inschatting dat vroegtijdige inzet op participatie en integratie van asielzoekers niet duurder is dan de huidige inzet (inburgeringswet na huisvesting statushouder en participatiewet) maar een investering op een eerder moment in de tijd vraagt. Wel zal het resulteren in minder bijstandsaanvragen vanuit statushouders, op dit moment doet zo’n 55% van de statushouders een beroep op de bijstand. De ambitie is om dit naar hetzelfde niveau (ongeveer 4,2%) te brengen als de Nederlandse bevolking. Rijk en medeoverheden ontwikkelen samen deze aanpak met realistische financiële uitgangspunten en herallocatie van beschikbare middelen.

26

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

7: Bouwsteen Weerbaarheid Gesteund door

De wereld is instabiel en onberekenbaar geworden. De verstoringen van het normale leven zijn langduriger, frequenter en ingrijpender dan waar we op voorbereid zijn. Denk maar aan de corona-pandemie, de oorlog tegen Oekraïne en de schommelende energieprijzen. Nederland moet weerbaar en veerkrachtig worden, ook op digitaal gebied. Dit is een taak voor de hele samenleving, niet alleen voor defensie of de veiligheidsdiensten. Inwoners, organisaties, ondernemers en de overheid moeten weerbaar worden tegen schokken maar ook in staat zijn om na een crisis er weer bovenop komen zonder dat alle mentale, fysieke en financiële reserves volledig zijn uitgeput.

7.1 Tekst voor het regeerprogramma De wereld is instabiel en onberekenbaar geworden. Mensen vragen zich af of zij nog veilig zijn. Het kabinet bouwt aan een Nederland die weerbaar is tegen schokken en veerkrachtig weer uit een crisis komt, nu, straks en op de lange termijn. De inzet van het beleid is gericht op de hele samenleving: defensie, veiligheidsdiensten, inwoners, organisaties, ondernemers en overheden hebben allemaal een rol. Het kabinet gaat: • Investeren in preparedness-by-design: beleid dat onze weerbaarheid versterkt maar ook maatschappelijk rendement oplevert. Bestaand beleid wordt getoetst op de bijdrage aan de weerbaarheids-opgave. Hoe hoger de bijdrage, hoe meer prioriteit. • Investeren in weerbaarheid in de eerste 72 uur met: • Robuuste crisisstructuur • Versterken van zelf- en samenredzaamheid (noodpakket, burenhulp, hulp aan kwetsbare inwoners) • Landelijk dekkend netwerk van noodsteunpunten • Investeren in weerbaarheid in de eerste weken en maanden met: • Versterken samenredzaamheid investeren in buurt- en wijkinitiatieven, ondersteunen van community-builders. Ondersteund middels een landelijke netwerk van noodsteunpunten. • Weerbare energievoorziening: decentrale energienetwerken en lokale opwek en opslag van energie

27

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

• Investeren in weerbaarheid op de lange termijn (maanden, jaren en decennia) met weerbare fysieke, sociale, economische en digitale infrastructuur.

7.2 De opgave en de kans Een nieuw dreigingsbeeld, een nieuwe aanpak De traditionele crisisaanpak is gericht op kortdurende en kleinschalige crises. Maatschappelijk verkeer, een afweging van meerdere belangen en reguliere (democratische) besluitvorming worden “on hold” gezet. Dit is logisch in een klassieke flitscrisis van een brand of korte elektriciteitsuitval. Het huidige dreigingsbeeld bestaat uit langdurige, frequente en grootschalige verstoringen van het normale leven. Dat vraagt om een andere, “whole-of-society”, crisis-aanpak. Het samenspel tussen inwoners, organisaties, bedrijven en de overheid bepaalt het succes van de aanpak. Digitale weerbaarheid vormt onlosmakelijk onderdeel van de aanpak. De uitdaging is om voor te bereiden op een brede maatschappelijke ontwrichting dat zich niet laat beperken in één sector. Een digitaliserende maatschappij moet ook breed digitaal weerbaar zijn. We weten nu al dat iedere crisis, van welke aard ook, ons zal confronteren met schaarste en verdringing. Tekorten aan water, schuilplaatsen, elektriciteit, voedsel, personeel en ga zo maar door – dwingen tot keuzes, want niet alles kan. Welke belangen wegen dan het zwaarst? Een weerbare samenleving is een samenleving waarin democratische processen zo lang mogelijk in stand blijven en waar brede belangenafwegingen plaatsvinden.

Zo ontstaat perspectief om ook op lange termijn crisissituaties te kunnen doorstaan. Rendement van weerbaarheid: preparedness-by-design Een weerbare samenleving bewijst zich in crisistijd maar wordt gebouwd in vredestijd. Dat vraagt om slimme investeringen in de samenleving die zowel de (digitale) weerbaarheid versterken als de reguliere pijlers als economie, democratie en zorg. Wij verbreden hier het begrip dual-use voor. Traditioneel verwijst dual-use naar civiele toepassingen van militaire investeringen. Maar civiele investeringen kunnen ook een tweede doel dienen, die van weerbaarheid. Zo kan vergroening van stadswijken samengaan met het concentreren van auto’s in parkeergarages aan de randen van de wijk die vervolgens ook benut kunnen worden als schuilplekken. Of zo kan het verbeteren van de informatiehuishouding het digitale ‘aanvalsoppervlak’ verkleinen en zo de digitale weerbaarheid versterken. Juist de stapeling van doelstellingen maakt het rendement van de investering hoger. We moeten de verleiding weerstaan om bestaand beleid als weerbaarheid te bestempelen. Bestaand beleid moet getoetst worden op de bijdrage aan de weerbaarheids-opgave. Hoe hoger de bijdrage, hoe meer prioriteit. Decentraal, en dus weerbaar Afgelopen decennia hebben wij een ‘just-in-time’ economie en maatschappij geperfectioneerd waarin ketens nauw op elkaar aansluiten.

Verbonden en efficiënt maar in onberekenbare tijden ook kwetsbaar. Schokken verspreiden zich snel binnen een netwerk of een keten. Regionaal elektriciteitsuitval in de buurt van een distributiecentrum leidt al snel tot lege schappen bij supermarkten in een groot gebied. Wij doen komende tijd ervaring op met decentraal weerbaar maken van netwerken en ketens die cruciaal zijn voor onze weerbaarheid. Denk bij voorbeeld aan: • Investeren in behoud en opbouw van zorglocaties (streekziekenhuizen, huisartsenposten etc.) overal in Nederland. Zo kan gewone zorg doorgaan als Nederland gewonden uit een oorlogsfront moet opvangen of patiënten scheiden tijdens een pandemie. • Elektriciteit: Een lokaal, decentraal energiesysteem geeft inwoners en bedrijven betaalbare en betrouwbare energie. Gebruik van verschillende bronnen en spreiding van de opwekking over verschillende locaties beperkt onze kwetsbaarheid en helpt schokken opvangen. • Media: investeren in een goede basis voor lokale media en nieuwsvoorziening. Als nationale instellingen slachtoffer worden van aanslagen, aanvallen of desinformatie, kan lokaal nog nieuwsvoorziening functioneren en helpen onrust bestrijden.

28

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

7.3 Het kan anders Investeren in weerbaarheid langs 3 paden Wij zien 3 paden naar weerbaarheid die allemaal om specifieke voorbereidingen en investeringen vragen: eerste 72 uur, eerste weken en maanden en maanden, jaren en decennia. 1. Heel korte termijn: de eerste 72 uur • Focus op de eerste directe gevolgen van de crisis • Nodig: uitbreiding van de traditionele crisisaanpak naar nationale schaal en langdurige crisismaatregelen • Uitgangspunt: inwoners en bedrijven zijn zelf- en samenredzaam (noodpakket, buren- en wijkhulp) • Voorbeelden van investeringen: • Dekkend netwerk van noodsteunpunten, zowel op wijk/buurtniveau als op regionaal niveau (coördinatie hulpdiensten, hulp aan inwoners) • Noodstroom: Aanleg wijkbatterijen voor zonnepanelen in stedelijke en semi-stedelijke gebieden, huisbatterijen in dunbevolkte gebieden, aggregaten voor instellingen. • Structurele hulp en ondersteuning voor wie niet zelf- of samenredzaam is, door overheid en/of vrijwilligers, ondernemers, lokale netwerken. 2.

Middellange termijn: de directe maatschappelijke impact (begint in de 72 uur en loopt op de schaal van weken en maanden) • Focus: impact op de maatschappij • Nodig: overheid stuurt en faciliteert op de hoofdlijnen maar laat controle los op details, zo draagt de samenleving zelf bij aan de continuïteit van het ‘normale leven’ • Uitgangspunt: samenredzaamheid, dat inwoners, vrijwilligers, ondernemers en organisaties elkaar helpen (zo min mogelijk oproep doen aan de overheid) • Voorbeelden van investeringen: • Klimaatbestendige toiletten die mechanisch werken om rioolproblemen in stedelijk hoogbouw te voorkomen tijdens langdurige stroomuitval • Bevordering van samenredzaamheid: investeren in buurt- en wijkinitiatieven, ondersteunen van community-builders. Ondersteund middels een landelijke netwerk van noodsteunpunten. 3. Lange termijn-opgave: hoe voorkom je en zorg je voor veerkracht als het gebeurt (maanden – jaren – decennia) • Focus: voorkomen en verzachten van de gevolgen van de crisis op lange termijn • Nodig: weerbaarheidsbeleid en -investeringen gericht op lange termijn, robuustheid van voorzieningen, infrastructuur en netwerken en extra capaciteit en voorraden.

• Uitgangspunt: gelijkmatig en consistent investeren in weerbaarheid voorkomt de noodzaak van ongerichte en overschatte crisisuitgaven • Voorbeelden van investeringen: • Fysieke infrastructuur: spoor, wegen (achterstallig onderhoud), vliegvelden militair en civiel, drinkwatervoorziening weerbaar maken etc. • Sociale infrastructuur: lokale samenredzaamheid op lange termijn. Psychische weerbaarheid, Basisvaardigheden zelfredzaamheid (dienjaar plus), decentralisatie zorglocaties, bestaanszekerheid op orde. • Weerbare economie; verlaten van het just-in-time principe, sterke, diverse en autonome Europese economie. • Digitale autonomie en infrastructuur: afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers en platforms maakt inwoners, overheden en bedrijven kwetsbaar. Digitalisering vormt de ruggengraat van de maatschappij maar is nu niet robuust genoeg om Nederland weerbaar te houden. Wij investeren in eigen clouddiensten met kansen voor Nederlandse en Europese bedrijven en brengen de digitale infrastructuur op orde.  

29

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

8: Investeringsagenda en toekomstgericht begroten Gesteund door

Urgentie en noodzaak Er is grote maatschappelijke urgentie om de komende periode de benodigde investeringen te doen om ons toekomstige verdienvermogen en daarmee brede welvaart ook in de toekomst te borgen. Dit moeten we zo snel mogelijk en realistisch doen, om ook economisch gezien geen schade op te lopen. Daarbij speelt ook de urgentie van schaarste in ruimte, mensen en middelen, welke de komende jaren naar verwachting niet vanzelfsprekend minder nijpend wordt. De afgelopen jaren hebben opeenvolgende kabinetten hun investeringsambities niet behaald door onrealistische planning in combinatie met een oververhitte economie en krappe arbeidsmarkt. Dit leidde vervolgens tot hoge onderuitputting. Ook wijst de Studiegroep Begrotingsruimte erop dat de houdbaarheid van de Nederlandse overheidsfinanciën op middellange termijn onder druk staat door hogere uitgaven aan vergrijzing, defensie, klimaat en rente. Om als overheid te kunnen blijven investeren in het lange-termijn-verdienvermogen van de economie zijn dus keuzes nodig. Het vergroten van het verdienvermogen draagt óók bij aan gezonde overheidsfinanciën, doordat de staatsschuld (als % van het bbp) op termijn kan dalen. Daarnaast is onvermijdelijk dat de groei van de vergrijzingsgerelateerde sociale uitgaven meer in lijn met de structurele groei wordt gebracht.

Kortom, ons begrotingsbeleid kan – binnen de kaders van de Europese begrotingsregels – tegelijkertijd gericht zijn op gezonde overheidsfinanciën én het verantwoord achterlaten van een goed ingerichte samenleving en economie voor toekomstige generaties. Hieronder doen we gezamenlijke voorstellen welke investeringen prioriteit te geven. Vervolgens doen we een voorstel hoe – binnen de gewijzigde Europese begrotingsregels – deze investeringsagenda in te passen in gewijzigde nationale begrotingsregels die ook op de lange termijn de overheidsfinanciën gezond houden.

Inventarisatie investeringsagenda 2050 en het effect in 2026-2030 De noodzakelijke investeringen voor de komende kabinetsperiode staan weergegeven op de volgende pagina. De investeringen zijn langjarig bezien (richting 2050), maar het effect op de begroting is weergegeven voor de komende kabinetsperiode. De weergegeven bedragen zijn extra uitgaven t.o.v. huidige begroting welke nog niet zijn begroot. In de totstandkoming is gesteund op gegevens die voortkomen uit openbare onderzoeken, aangevuld met interne documentatie van relevante partijen. Vanzelfsprekend zijn de bedragen indicatief. Er is getracht een zo volledig mogelijk overzicht te genereren, maar er zullen gegevens ontbreken.

30

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

Financieel kader 2026-2030 (in miljarden euro’s; + = verslechtert EMU-saldo)

Structureel

T.l.v. schuld

Investeringsuitgaven voor verdienvermogen (structurele uitgaven) 1

Verhogen R&D-uitgaven naar 3% bbp, deel publieke uitgaven

2,0

2

Versnellen digitalisering en AI

0,3

3

Menselijk kapitaal (leven lang ontwikkelen, gezonde bevolking incl. WKR)

0,7

4

Gezonde generatie: uitrol gezonde scholen

0,8

5

Vernieuwen onderwijshuisvesting

5,2

6

Versterken balans en uitbouw naar Nationale Investeringsinstelling

10,0

Investeringsuitgaven voor grote transities 7

Landbouw en natuur

0,9

15,0

8

Infrastructuur

4,1

9

Wonen

PM

4,8

10

Energie en Warmte

0,9

20,0

11

Klimaatadaptatie en waterveiligheid

1,0

12

Versnellen digitalisering openbaar bestuur en zbo’s

1,0

13

Investeringsagenda transformatie zorg en digitalisering

1,2

Defensie en weerbaarheid (structurele uitgaven) 14

Vervolgstap defensie richting NAVO-norm 3,5% bbp in 2035

PM

15

Weerbaarheid

1,0

Sociale uitgaven (structurele uitgaven) 16

Sociaal minimum/bestaanszekerheid

0,5

Totaal extra overheidsuitgaven (1 t/m 16)

14,4 mld. + PM

Inverdieneffecten als gevolg van baten investeringsuitgaven

-PM

Totaal: effect op structureel EMU-saldo (% bbp)

PM

55 mld. + PM

Onderbouwing Nr. Toelichting en bron

31

1

Uit 3% Actieplan; investeringen in o.a. PPS programma’s (kwantum, ChipNL etc), deelname in EUprogramma’s (zoals IPCEI’s), stabiele bekostiging van wetenschappelijk, praktijkgericht en toegepast onderzoek, modernisering van wetenschappelijke infrastructuur via OCW en NWO, en (nieuwe) experimentele en valorisatie infrastructuur

2

VNO-NCW/MKB-Nederland, 2025, Investeren in de toekomstige welvaart van Nederland

3

Investeringen in gezonde werknemers vallen voortaan onder nihilstelling WKR. Ook vergroten we de vrije ruimte, zodat mkb-werkgevers meer mogelijkheden krijgen voor vitaliteitsbeleid. Er komt een Nationaal Instituut Werk & Gezondheid. Er komt een nieuwe faciliteit om leven lang ontwikkelen te stimuleren.

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

Nr. Toelichting en bron 4

Uitrol bewegen en gezonde maaltijden basisscholen, + stimuleren in kinderopvang, VO, en MBO. Daarnaast gaan we ervan uit dat de bezuinigingen van het kabinet Schoof op funderend onderwijs (o.a. brede brugklassen, School&Omgeving, achterstandenbeleid) worden teruggedraaid.

5

Jaarlijks € 1,3 mld. extra nodig voor vernieuwen scholen naar gebouwen die (onderwijs)adaptief, inclusief, gezond, duurzaam en betaalbaar in de exploitatie zijn (zie IBO Onderwijshuisvesting), mogelijk in een nieuw fonds op afstand van de overheid, waardoor het niet saldorelevant is.

6

Beschikbaar stellen van eigen vermogen voor nationale investeringsbank/-instelling om investeringen te doen

7

Landbouw en natuur – totale opgave is € 50 miljard voor komende 25 jaar – PBL stikstof en natuur verbeteren

8

Openbaar vervoer 2040, ministerie van IenW (onderhoud en uitbreiding spoor). HWS, HWN en HVWN, Verkeersveiligheid en Fiets en ONW Rebel 2024, - Openbare informatie uit kamerbrieven.

9

Ongedekte nieuwbouwopgave incl. voorzieningen € 8,4 mld. tot 2033 naar rato. Verduurzaming en isolatie bestaande bouw: op PM omdat onduidelijk is waar de structurele lasten landen.

10

Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar bekostiging elektriciteitsinfrastructuur en uitbreiden van het elektriciteitsnetwerk. Gerekend met jaarlijkse extra lening van € 4 miljard per jaar (€ 20 miljard totaal in 2030); bij rente 3% is structurele rentelast € 0,6 miljard. Totale investering is € 195 miljard. Studie Raad voor het Openbaar bestuur naar kosten decentrale uitvoering van het klimaat en energiebeleid. Tevens opgenomen warmte in publieke handen – eenmalig, warmtenetten – overzetten t/m 2030, energie- en warmteopwekking (groot), PM energie- en warmteopwekking (lokaal en regionaal) uitkomsten af te wachten nieuw ROB-onderzoek.

11

Waterveiligheid Deltaprogramma. Optelling van diverse onderzoeken naar nationale aanpak van GIOS/ groennormen studie &lfux et al (2023), Verzakkings/funderingsproblematiek Rli en Klimaatadaptatie Arcadis. Inclusief informatie Uvw. PM zoetwater

12

Verdere uitrol Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS). Incidentele bedragen lopen op van € 0,8 mld. vanaf 2026 naar € 1,5 mld. in 2030. Daarna zal de digitaliseringsopgave een fase ingaan van structurele uitgaven.

13

NAVO-norm 3,5% structureel 17 miljard (uiterlijk in 2035) – PM welk bedrag opnemen = politieke afweging

14

Extra investeringen in weerbaarheid van Nederland eerste 72 uur en m.b.t. digitale, fysieke en sociale infrastructuur. Dit vraagt de komende kabinetsperiode vooral planvorming, daarna volgen de investeringen. Er kan worden gedacht aan een fonds waarmee het weerbaar maken van bestaand beleid wordt bekostigd vanuit het dual-use principe. Het kabinet ontwikkelt samen met de medeoverheden een kader voor het toetsen van mate waarin een beleidsmaatregel extra bijdraagt aan weerbaarheid.

15

Investeren werkzekerheid en participatie, ondersteuningsbehoefte en vereenvoudiging Banenafspraak Sommige investeringen (elektriciteit ad 9, onderwijshuisvesting ad 4) worden via amortisatie gefinancierd, alleen rente-uitgaven zijn saldorelevant. De investeringsuitgaven (1 t/m 5) hebben (nader te kwantificeren) baten: o.m. hogere productiviteit, arbeidsdeelname, minder instroom WIA, lager zorggebruik. Twee belangrijke elementen zitten nog niet in de berekeningen: 1. De bouw van vier kerncentrales (plusminus € 50 miljard). Dit vraagt een politieke afweging. 2. De verdere stappen waarbij warmtenetten in publieke handen komen. Dit vraagt additionele investeringen, waarbij het publieke deel (50%) geraamd wordt op plusminus € 16 miljard.

Invulling van investeringsagenda Het mogelijk maken van een dergelijke investeringsagenda vraagt om aanpassingen van de nationale begrotingsregels en slim gebruik maken van de nieuwe Europese begrotingsregels die de ontwikkeling van het EMU-saldo en EMU-staatsschuld van lidstaten in een meerjarig perspectief beoordelen: • Binnen de rijksuitgaven moet meer prioriteit worden gegeven aan investeringen in het toekomstig

32

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

verdienvermogen van Nederland. Investeren in toekomstig verdienvermogen is de beste manier om op termijn brede welvaart én gezonde overheidsfinanciën te waarborgen. Deze benadering sluit aan bij de aanbevelingen van het IMF, de Europese Commissie en de OESO, die erop wijzen dat Nederland een oververhitte economie kent en het begrotingsbeleid meer moet richten op economische groei. • De noodzakelijke groei van de defensie-uitgaven – om Europa en Nederland veilig te houden – vraagt om een herprioritering binnen de rijksuitgaven, mogelijk in combinatie met doelgerichte lastenverzwaring. Dit betekent onder andere meer doelmatigheid en op termijn aanpassing van sociale aanspraken om het totaal aan overheidsuitgaven beheersbaar te houden. Dit hoeft niet per se ten koste te gaan van burgers, aangezien hun behoefte aan zelfredzaamheid en eigen regie in de afgelopen jaren is toegenomen. Tot 2028 kunnen extra defensie-uitgaven buiten het EMU-saldo worden gehouden, in lijn met de escapeclausule van de Europese Commissie. Dit geeft ruimte om de verzorgingsstaat geleidelijk te hervormen, zodat burgers zich daarop kunnen voorbereiden • De grote transities in Nederland kunnen we voorfinancieren via de staatsschuld. Voor het EMU-saldo telt dan alleen de rente op de schuld mee.

Het gaat hier onder meer om het uitkopen van boeren (stikstof), de grootschalige uitbreiding van het elektriciteitsnet (verduurzaming), inhaalinvesteringen in nieuwe schoolgebouwen en investeringen in infrastructuur (ook ten behoeve van veiligheid). De bestaande instellingen worden gebundeld tot één krachtige Nationale Investeringsinstelling. Deze opereert op afstand van de overheid en valt buiten de EMU-schuld. Deze investeringen hebben een meerjarig nut en zijn ook cruciaal voor de noodzakelijke transformaties. Volgens de gulden regel voor overheidsfinanciën moeten lopende uitgaven worden gedekt door lopende inkomsten (een sluitende begroting), terwijl leningen uitsluitend worden ingezet voor investeringen. Dit betekent ook dat het Klimaatfonds en het Groeifonds – waarvoor reeds middelen zijn gereserveerd –worden voortgezet. De rijksoverheid werkt op dit moment – als één van de weinige EU-lidstaten - nog met een kas-verplichtingenstelsel, niet met een baten-lastenstelsel wat meer passend is bij investeren en afschrijven in meerjarig perspectief. Zoals de Algemene Rekenkamer eerder ook al zei, zijn er mogelijkheden om de boekhouding van de rijksoverheid meer op investeringsuitgaven in te richten. Zo dragen we Nederland verantwoord over aan volgende generaties. Voor de reguliere begroting ligt een structureel begrotingsevenwicht als doelstelling in de rede.

Dat pleidooi heeft veel weerklank gekregen in de politiek. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om in de Miljoenennota een overzicht te geven van de investeringsuitgaven. In de Miljoenennota 2026 was voor het eerst zo’n overzicht gemaakt. Onlangs is over dit onderwerp ook een initiatiefnota gemaakt. CDA en D66 hebben in economenvakblad ESB hun ideeën voor toekomstgericht begrotingsbeleid gepubliceerd. Ten slotte is bij de Algemene Financiële Beschouwingen een motie aangenomen die vraagt om – richting een nieuw kabinet – een lijst op te stellen van noodzakelijke investeringen, uit te werken hoe een beter onderscheid kan worden gemaakt tussen consumptieve en investeringsuitgaven en uit te werken hoe een nationale investeringsbank vorm te geven.

Tekst voor regeerprogramma Kerntekst We gaan investeren in Nederland en kiezen voor toekomstgericht begrotingsbeleid. De investeringen worden helder geprioriteerd, waarbij het vergroten van ons verdienvermogen en de aanpak op stikstof, woningbouw en ons elektriciteitsnetwerk de belangrijkste eerste opgaven zijn. Dit vraagt om een verschuiving van consumptieve naar investeringsuitgaven en het benutten van de ruimte binnen de gewijzigde Europese begrotingsregels. Investeringen die ons verdienvermogen en onze maatschappelijke weerbaarheid versterken, worden verantwoord voorgefinancierd. Sociale uitgaven groeien op termijn niet harder dan de economie, terwijl we toewerken naar structureel begrotingsevenwicht. Zo zorgen we dat Nederland ook voor toekomstige generaties sterk, welvarend en duurzaam blijft. We werken aan de komst van een Nationale Investeringsinstelling en er komt een advies van een technische commissie om stapsgewijs over te stappen naar batenlastenstelsel. Daarnaast zorgen we voor prioritering in de uitgaven om de doelmatigheid van rijksuitgaven te vergroten.

33

Bouwstenen voor een nieuw regeerakkoord

Tekst regeerprogramma We willen investeren in Nederland en maken ons begrotingsbeleid toekomstgericht. We maken onderscheid tussen consumptieve en investeringsuitgaven en benutten de ruimte binnen de gewijzigde Europese begrotingsregels. Investeringen die ons verdienvermogen en onze maatschappelijke weerbaarheid versterken, worden verantwoord voorgefinancierd. Sociale uitgaven groeien op termijn niet harder dan de economie, terwijl we toewerken naar structureel begrotingsevenwicht in 2045. Zo zorgen we dat Nederland ook voor toekomstige generaties sterk, welvarend en duurzaam blijft. Het advies van de ambtelijke studiegroep begrotingsruimte voor begrotingsregels wordt overgenomen, met de volgende aanvullingen of afwijkingen: Hoofdindeling rijksbegroting 1. Conform de brede wens van de Tweede Kamer worden de uitgavenkaders geherformuleerd naar a) investeringsuitgaven b) sociale uitgaven c) openbaar bestuur, rechtsstaat en veiligheid. Onder publieke investeringsuitgaven vallen (sommige) uitgaven voor kennis, innovatie, onderwijs, fysieke, digitale en energie-infrastructuur, gezondheid en preventie, veiligheid en weerbaarheid; mits deze aantoonbare baten in de rijksbegroting realiseren. Alle bestaande begrotingsartikelen worden beoordeeld en onder de nieuwe uitgavenkaders gebracht in de begroting van 2027.

Investeringsuitgaven 1. Eenmalige uitgaven om de transities te voorfinancieren worden via staatsdeelnemingen gerealiseerd of rechtstreeks ten laste van de staatsschuld gebracht. Cf. de Europese begrotingsregels en Eurostat-definities zijn dat financiële transacties die alleen saldorelevant zijn waar het extra rente-uitgaven betreft. Dit geldt in ieder geval voor de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. 2. Er komt een Nationale Investeringsinstelling (NII) die bestaande instellingen en instrumenten bundelt en bijdraagt aan het versterken van het verdienvermogen. De NII ondersteunt innovatieve bedrijven en grote transities met voldoende kapitaal en fungeert als Nederlands aanspreekpunt bij de EIB. Lopende activiteiten van Invest-NL en Invest International worden in de overgangsperiode voortgezet. 3. Onder strikte voorwaarden kunnen baten van investeringsuitgaven, voor zover deze neerslaan in de overheidsbegroting, worden ingeboekt. Daarbij wordt gebruikgemaakt van relevante expertise: voor het verdienvermogen de Productiviteitsraad, en voor onderzoek, onderwijs en leven lang ontwikkelen, evenals voor fysieke, digitale en energie-infrastructuur, aparte technische commissies die richtlijnen opstellen (vergelijkbaar met de Commissie Richtlijn Gezondheidseffecten).

Het ministerie van Financiën en het CPB – dat namens Nederland de overheidsfinanciën rapporteert aan de Europese Commissie – verwerken deze baten vervolgens in de rijksbegroting. 4. Tot dusverre worden in de huidige begrotingssystematiek van het rijk alleen de kosten van investeringen meegenomen, terwijl deze ook tot meerjarige economische en maatschappelijke baten leiden. Er komt een technische commissie die – ook kijkend naar hoe andere EU-lidstaten investeringsuitgaven in hun begroting prioriteren – verbeteringen doorvoert in de huidige begrotingssystematiek die ertoe bijdragen dat investeringen makkelijker van de grond komen, beter beschermd worden in de rijksbegroting en minder incidenteel gefinancierd worden. 5. Nederland doet – in navolging van 16 EU-lidstaten – alsnog een beroep op de national escape clause van de EC waardoor defensie-uitgaven tot 2,75% bbp (het meerdere boven de uitgaven in 2021 die 1,25% bbp waren) buiten het saldo vallen in de periode tot en met 2028. 6. De meevallerformule wordt als volgt: bij een EMU-saldo dat vooruitkijkend meerjarig onder een tekort van -2,25% wordt geraamd, wordt voor 50% voor extra publieke investeringsuitgaven en voor 50% voor lastenverlichting burgers/bedrijven gebruikt. De nieuwe Productiviteitsraad adviseert hoe de extra investeringen het beste bijdragen aan toekomstige welvaart. 7.

De nieuwe Productiviteitsraad (te hernoemen naar Deens model in: Economische Adviesraad) gaat jaarlijks en bij formaties adviseren: hoe kan het verdienvermogen en daarmee toekomstige welvaart verder worden vergroot en tot welke aanpassingen leidt dat; en welke baten worden 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419042/1