CConstaterende datBrummen
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 - VNOG - Raadsinformatiebrief Weerbaarheid D480734

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente BrummenBij agendapunt: Lijst met ingekomen en verzonden stukken3.539 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Verzonden: Onderwerp: Bijlagen:

VNOG_bestuurssecretariaat <bestuurssecretariaat@vnog.nl> dinsdag 21 april 2026 14:44 brief raadsinformatiebrief weerbaarheid 20260421 raadsinformatiebrief Weerbaarheid.pdf; Bijlage - special Langdurig stroomuitval.pdf

Deze brief is verzonden naar het algemene mailadres en het mailadres van de griffie van uw gemeente en in cc naar de burgemeester van uw gemeente

Goedemiddag, Bijgaand ontvangt u een brief met bijlage betreffende weerbaarheid. Wilt u deze brief doorgeleiden naar het college van burgemeester en wethouders en de griffie van uw gemeente. De brief is ook verzonden naar het mailadres van de griffie van uw gemeente. Met vriendelijke groet, Bestuurssecretariaat - Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234, 7300 AE Apeldoorn

1

Postbus 234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl

Aan de griffies van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Datum Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp

: 21 april 2026 : 26-75084/26-106334/AM : F. Starke : Raadsinformatiebrief Weerbaarheid

Uw brief van Uw kenmerk Bijlage(n)

: : : 1

Beste leden van de gemeenteraden in Noord- en Oost-Gelderland, Gefeliciteerd met uw benoeming! Misschien bent u net begonnen in het mooie ambt als raadslid, misschien bent u opnieuw gestart in een nieuwe periode. In beide gevallen spreek ik mijn waardering uit voor uw inzet voor onze gemeenschap. De wereld verandert snel en we leven in een onrustige tijd. Dat brengt veel vragen en taken met zich mee, ook voor de lokale politiek. Dit vraagt veel van u als raadslid. Juist daarom stuur ik u deze brief. Als voorzitter van VNOG (Veiligheidsregio Noord- en OostGelderland) vind ik het belangrijk om u te informeren over de manier waarop VNOG samenwerkt met onze 22 gemeenten voor een weerbare en veerkrachtige overheid en samenleving. Met het oog op de uitdagingen waar we voor staan, een samenwerking die cruciaal is. In die samenwerking voer ik veel gesprekken met alle burgemeesters die samen met mij het bestuur van VNOG vormen. Zonder uitzondering zien we dit als belangrijk en urgent. Potentiële risico’s en dreigingen Er zijn verschillende potentiële risico’s en dreigingen waar we rekening mee moeten houden. Denk aan de gevolgen en effecten van de oorlog in Oekraïne en dreigingen vanuit Rusland. Ook andere internationale spanningen, zoals het optreden van de Verenigde Staten, kunnen de stabiliteit in Europa beïnvloeden. Daarnaast gaat klimaatverandering door.

Dit zorgt voor meer extreem weer, zoals droogte en hevige regenbuien. Ook in onze regio hebben we de gevolgen hiervan voor de samenleving al ervaren. Denk hierbij aan de zomerstorm in Winterwijk in 2025, de valwinden in de omgeving van Apeldoorn in 2024 en hevige regenval in Doetinchem waarvan meermaals het ziekenhuis hevige hinder ondervond. En iets langer geleden zagen we grootschalige stroomuitval door omgewaaide hoogspanningsmasten bij Oosterwolde in 2021 of in Flevoland na brand in een hoogspanningsstation in 2023.

Tot slot blijft de kans op een nieuw virus, dat van dier op mens kan overspringen en zich wereldwijd verspreidt, aanwezig. Effecten voor de samenleving Al deze risico’s kunnen grote gevolgen hebben voor onze samenleving. Ze kunnen het dagelijks leven tijdelijk ontregelen, zorgen voor onzekerheid over energie, voedsel en andere belangrijke voorzieningen, en leiden tot extra vragen om hulp aan de (lokale) overheid. Dit is geen nieuw beeld, maar de kans dat dit gebeurt is groter geworden. Daarom starten VNOG en de 22 deelnemende gemeenten het Programma Weerbaarheid. Het doel van dit programma is om de samenleving weerbaarder te maken (maatschappelijke weerbaarheid) en ervoor te zorgen dat onze eigen organisatie blijft te allen tijde blijft functioneren (institutionele weerbaarheid). In deze brief licht ik dit programma toe. Daarbij ga ik in op de volgende onderwerpen: 1. Het programmaplan Weerbaarheid en de gezamenlijke bestuursafspraken 2. De grondslag in het Regionaal Beleidsplan VNOG 2025-2028 3. De special van het Regionaal Risicoprofiel VNOG 4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden 1. Programma weerbaarheid en gezamenlijke bestuursafspraken Het versterken van weerbaarheid en veerkracht gebeurt vooral op lokaal niveau. Gemeenten kennen hun inwoners, gemeenschappen en organisaties het best en hebben daar direct contact mee.

Daardoor kunnen zij goed inspelen op wat nodig is en inwoners en organisaties gericht ondersteunen. Ik realiseer me dat deze opgave bovenop andere belangrijke taken van gemeenten komt. Daarom is in 2025, op verzoek van de burgemeesters in het algemeen bestuur van VNOG, een gezamenlijke actiepuntenlijst opgesteld. Deze lijst is gemaakt door experts van VNOG en de gemeenten samen. De burgemeesters hebben in november 2025, namens hun colleges, de intentie uitgesproken om deze acties binnen de afgesproken termijn uit te voeren. Bij de uitvoering werken medewerkers van VNOG en gemeenten nauw samen. Zo leren we van en met elkaar en hoeft niet elke gemeente alles zelf uit te zoeken. Door samen te werken, bepalen we wat prioriteit heeft en voeren we de acties efficiënt uit, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Deze samenwerking zorgt voor één gezamenlijke regionale aanpak om de weerbaarheid te versterken. Belangrijk hierbij is de structurele samenwerking van VNOG en gemeenten met onder andere GGD NOG, defensie, politie en crisispartners. 2. Grondslag in Regionaal Beleidsplan VNOG 2025-2028 Elke veiligheidsregio werkt op basis van twee belangrijke (wettelijk verplichte) documenten, die allebei eens in de vier jaar moeten worden herzien: het regionaal risicoprofiel en het regionaal beleidsplan.

Het risicoprofiel bevat een analyse van de belangrijkste risico’s die zich op regionaal niveau voordoen. Serieuze risico’s die VNOG kenmerken zijn bijvoorbeeld natuurbrand, brand in de zorg, uitval van elektra of gas en dierziekten.

2

Mede op basis van deze analyse stelt de veiligheidsregio een beleidsplan op, waarin het beschrijft op welke punt het beleid een extra accent krijgt. VNOG noemt dit speerpunten. Het actuele beleidsplan is, na consultatie van uw raden, vastgesteld in december 2024 en loopt tot en met 2028. De speerpunten in het beleidsplan zijn: 1. Crisisbeheersing 2. Grensoverstijgende samenwerking 3. Informatievoorziening 4. Arbeidsmarkt 5. Natuurbrandbeheersing 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag Het werken aan de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving loopt als een rode draad door het gehele beleidsplan heen. Weerbaarheid staat nu nadrukkelijk op ons netvlies als thema om aan te werken. Tegelijkertijd is het een belangrijk onderdeel van alles dat we doen. De zes speerpunten werken dus aan de juiste zaken en bieden een kader waarbinnen de samenwerking tussen VNOG en onze 22 gemeenten voor het weerbaar maken van onze samenleving vormgegeven kan worden. In dit kader wil ik nog nadrukkelijk stilstaan bij het speerpunt Risicobewustzijn en Veilig Gedrag. Dit is een relatief nieuw specialisme binnen veiligheidsregio’s, waarbij VNOG met enkele andere veiligheidsregio’s een vooroplopende positie inneemt. De ambitie die uit het beleidsplan spreekt is om vanuit die positie de opgebouwde expertise beschikbaar te stellen aan gemeenten. Daarvoor opent VNOG een gedragsloket.

VNOG staat met enkele andere veiligheidsregio’s aan de basis voor de huidige Denk Vooruit campagne. Daarvoor zijn ook lessen uit andere landen, zoals Zweden en Duitsland, meegenomen. 3. Scenario uitgewerkt: special Regionaal Risicoprofiel VNOG Zoals hierboven beschreven is het regionaal risicoprofiel een product dat de veiligheidsregio eens per vier jaren moet opleveren volgens de wet. Tegelijkertijd stellen we vast dat risico’s zich sneller dan die termijn ontwikkelen. Daarom hebben we afgesproken dat het regionaal risicoprofiel een jaarlijkse update krijgt. In de recente update is ook het scenario Grootschalige stroomuitval, langer dan 72uur, beoordeeld. Eigenlijk valt deze buiten de kaders van het regionaal risicoprofiel, omdat het om een landelijk en exceptioneel risico gaat. Bovendien worden meerdere bestaande scenario’s hierin betrokken, zoals de uitval van stroom in een deel van het gebied of de uitval van ICTvoorzieningen. Tegelijkertijd is het waardevol om dit scenario uit te werken en te bezien hoe zich dit verhoudt tot de andere risico’s waarmee VNOG werkt. Het uitgewerkte basisscenario helpt VNOG, gemeenten, partners en inwoners om het gesprek aan te gaan en nader te analyseren wat de impact is en welke maatregelen nodig zijn. Daarom biedt VNOG dit aan in een special van het regionaal risicoprofiel. Deze special vindt u bijgevoegd. 4.

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden VNOG heeft nagedacht hoe de programmastructuur in de ‘koude fase’ (voorbereiding) zich kan aanpassen aan een crisisstructuur in de ‘warme fase’ (crisis). Deze twee fasen worden door de veiligheidsregio’s gebruikt om onderscheid te maken tussen de periode van voorbereiden en het werk dat nodig is tijdens een crisis of incident.

3

Koude fase De minister van Justitie en Veiligheid (JenV) en de minister en staatssecretaris van Defensie hebben in juli en december 2025 een tweetal brieven aan de Tweede Kamer gestuurd. In deze brieven is op hoofdlijnen te lezen hoe de weerbaarheidsopgave in Nederland eruitziet. Het Rijk heeft daarom vanaf 2027 € 70 miljoen beschikbaar gesteld voor dit onderwerp. Daarvan is € 35 miljoen bedoeld voor de ontwikkeling van noodsteunpunten en € 25 miljoen voor de ondersteuning van de veiligheidsregio’s in hun weerbaarheidstaken. In haar coalitieakkoord identificeert het nieuwe kabinet dit onderwerp als één van de vijf belangrijkste uitdagingen voor onze nationale veiligheid. Het kabinet wil werken aan de ‘samenredzaamheid’ in de samenleving, onder meer door met lokale overheden en veiligheidsregio’s op te trekken en noodsteunpunten in te richten. Wat dit concreet betekent en of dat extra financiering voor gemeenten op dit wezenlijke onderdeel oplevert, is op dit moment nog niet bekend. Hierover voer ik, als voorzitter van de commissie Bestuur en Veiligheid van de VNG, aan de Bestuurlijke Tafel Weerbaarheid het gesprek. De minister van JenV heeft dit opgericht. Namens het Veiligheidsberaad (de 25 voorzitters veiligheidsregio) zitten burgemeesters Schuurmans (Haarlemmermeer) en Bruls (Nijmegen) aan tafel.

De veiligheidsregio’s kennen Vakraden waar alle 25 veiligheidregio’s aan meedoen en waar kennis en kunde wordt gedeeld. VNOG levert één van de landelijke portefeuillehouders weerbaarheid. De portefeuillehouder Weerbaarheid in het bestuur van VNOG heeft een stuurgroep tot diens beschikking. In de stuurgroep brengen we de voortgang en ontwikkelingen van verschillende partijen samen, om de aanpak op elkaar af te stemmen. Daarom zitten in deze stuurgroep leidinggevenden vanuit VNOG, gemeente, GGD en politie. Dit zijn op dit moment de belangrijkste partners als het gaat om preparatie. Op termijn zien we ook andere samenwerkingspartijen, zoals het waterschap of defensie, graag aansluiten in deze stuurgroep. De gemeenten hebben afgesproken om in de eigen organisatie een aanspreekpunt aan te wijzen. Het college van B&W is hiervoor verantwoordelijk. Deze aanspreekpunten brengt VNOG met elkaar in verbinding, zodat we in staat zijn om good practices met elkaar te delen. Met de 22 burgemeesters hebben we afgesproken dat we samen de voortgang op de bestuursafspraken bijhouden in een dashboard dat VNOG op ons verzoek heeft ontwikkeld. Eén onderdeel van de samenwerking licht ik er graag uit: de pilot noodsteunpunten. Op dit moment werken vier gemeenten (Aalten, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet) met VNOG samen aan het inrichten van vier noodsteunpunten en een coördinatiepunt bij VNOG.

Dit is onderdeel van een landelijke pilot. De lessen die uit al die pilots volgen, gebruiken we voor een dekkend netwerk van noodsteunpunten. Deze pilots kosten nu schaarse tijd, op een moment dat we veel urgentie voelen om dit te organiseren. Tegelijkertijd kan dit niet anders dan in gezamenlijkheid, in onze veiligheidsregio en in Nederland. We willen namelijk een voorspelbaar en betrouwbaar systeem van noodsteunpunten aanbieden aan onze inwoners. Warme fase Een grootschalige verstoring van het maatschappelijk leven, bijvoorbeeld door stroomuitval, betekent het opstarten van de crisisstructuren die we in Nederland kennen. Dat noemen we GRIP: Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. Die kent een fasering van GRIP-1 tot GRIP-4. Die laatste is voor een gemeentegrens overstijgend incident of crisis bedoeld, waarbij bestuurlijke dilemma’s beslecht moeten worden.

4

De Wet Veiligheidsregio’s draagt in een GRIP-4 situatie een deel van de bevoegdheden van de burgemeester over aan mij als voorzitter Veiligheidsregio. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik dan een noodverordening voor de getroffen gemeenten (of een deel ervan) kan afkondigen. Ik kan bijvoorbeeld dan ook de zorg aanwijzingen geven, als zij hun eigen verantwoordelijkheden niet nemen, of schaarse middelen of diensten vorderen. Maar niet voordat ik de betreffende burgemeesters hierover heb gesproken. Dat doen we in het Regionaal Beleidsteam (RBT), waar ook de hulpdiensten aan deelnemen. Hiermee hebben we tijdens de coronacrisis veel ervaring opgedaan, ook in de samenwerking met de gemeenten voor de uitwerking van maatregelen. Het is denkbaar dat een grootschalige verstoring zich niet aan de grenzen van onze veiligheidsregio houdt. In dat geval zullen ook andere veiligheidsregio’s opschalen naar GRIP4. Het is dan mijn taak om met de andere voorzitters veiligheidsregio te overleggen. Daarnaast is het aannemelijk dat de nationale crisisstructuur wordt geactiveerd. Daarmee komt de feitelijke sturing op de crisisbeheersing bij het kabinet. De uitvoering van de maatregelen blijft bij de veiligheidsregio’s en gemeenten, al dan niet samen met andere betrokken partijen.

Democratische legitimatie Als gemeenteraad, of als gezamenlijke gemeenteraden, heeft u het recht om geïnformeerd te worden over het gevoerde beleid. En bij de inzet van noodbevoegdheden, zoals een noodbevel of een noodverordening, heeft het bestuursorgaan dat dat besluit heeft genomen de plicht om zich bij u te verantwoorden. Tijdens de coronacrisis hebben we in het eerste jaar veel ervaring opgedaan met noodverordeningen van de voorzitter Veiligheidsregio, die voor de hele regio golden én die afgestemd moesten worden met de omliggende regio’s. Voor mij is het van groot belang dat het geven van een noodverordening of een noodbevel in nauwe afstemming gaat met de betrokken burgemeesters. Ik vind het ook erg belangrijk om u als raden daarin mee te nemen. Tijdens de coronacrisis heb dat bijvoorbeeld met regelmatige raadsinformatiebrieven -zoals deze- gedaan en ben ik met enige regelmaat in de vorm van een webinar met uw raden in gesprek gegaan. Tenslotte We bereiden ons nu voor op een situatie die zich hopelijk nooit voor gaat doen. Dat is een belangrijk kenmerk van onze veiligheidsdiensten. Tegelijkertijd zijn de (geopolitieke) risico’s groter geworden en dat betekent dat we het aan onze inwoners verplicht zijn om ons voor te bereiden. Ik ben er van overtuigd dat we door slimme samenwerking en het bundelen van onze krachten tot mooie resultaten kunnen komen.

Resultaten waar we hoe dan ook in de toekomst de vruchten van kunnen plukken. Werken aan weerbaarheid betekent namelijk dat de mensen in onze buurtschappen, dorpen en steden in staat zijn om ook bij een korte verstoring zelfredzaam te zijn en misschien voor de mensen in hun directe omgeving te zorgen. We gaan werken aan een systeem van noodsteunpunten, die ook bij een incident met lokale impact nuttig kunnen zijn. Het betekent ook dat onze organisaties weerbaarder worden, die met een robuuste informatieorganisatie in staat is om de dienstverlening aan onze inwoners voort te zetten. Wat betekent dit nu voor u? In uw raad start nu de fase om te komen tot een college en een collegeprogramma. Ik hoop dat u dit onderwerp in die gesprekken meeneemt. Niet alleen is er de nut en noodzaak voor vandaag en morgen om te investeren in de maatschappelijke weerbaarheid. Ik ben er bovendien van overtuigd dat we met deze investeringen in sociale structuren de wereld een beetje beter kunnen maken.

5

Als u in de komende periode over deze onderwerpen in gesprek wilt met de mensen van VNOG, nodigt u hen dan vooral uit. Zij kunnen u verder inzicht geven in de wereld om ons heen en wat er nodig is om met elkaar te werken aan een weerbare samenleving. U kunt hen uitnodigen via uw griffie of burgemeester. Samen met u staat VNOG dag en nacht klaar om hulp te bieden als het nodig is. Vandaag werken we aan wat ons morgen sterker maakt. Met elkaar geven we deskundig, daadkrachtig en met passie uitvoering aan onze missie: Samen werken aan veiligheid. Met vriendelijke groet, mede namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,

A.J.M. Heerts Voorzitter

Bijlage: special langdurige stroomuitval – regionaal risicoprofiel

6

1

SPECIAL LANGDURIGE STROOMUITVAL REGIONAAL RISICOPROFIEL

2

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

INLEIDING Het regionaal risicoprofiel geeft een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de mogelijke incidenttypen in het werkgebied van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Als veiligheidsregio zijn we wettelijk verplicht een risicoprofiel op te stellen (art. 15 Wvr) en vierjaarlijks te actualiseren. Het risicoprofiel van VNOG is eind 2024 vastgesteld. De internationale veiligheidssituatie verandert snel en ook ontwikkelingen zoals klimaatverandering vergroten de kans op grootschalige maatschappelijke verstoringen. In de methodiek van het risicoprofiel vallen deze verstoringen onder het zogenoemde exceptionele risico die op nationaal, Europees en wereldwijd niveau spelen. Daarmee vallen ze buiten de scope van het regionaal risicoprofiel. Als een risico zich op exceptioneel niveau voordoet, staat VNOG voor de gevolgbestrijding (bijvoorbeeld hoogwater of uitval van nutsvoorzieningen) met een robuuste en veerkrachtige crisisbeheersingsorganisatie.

Ontwikkelingen De toenemende dreiging vraagt om een structurele en stabiele aanpak die onze regio voorbereidt op mogelijke maatschappelijke ontwrichting. VNOG heeft daarom gekozen om proactief aan de slag te gaan met een programma weerbaarheid. In het programmaplan Weerbaarheid 2025-2028 VNOG is een worstcase­ scenario van een langdurige ‘black-out’ als uitgangspunt genomen. Dit sluit aan bij de werkwijze van andere veiligheidsregio’s, Defensie en politie. Dit scenario vormt een belangrijke basis voor de verdere activiteiten en is daarom, in deze special, uitgewerkt volgens de methodiek van het regionaal risicoprofiel.

Verstoring energievoorziening Elektriciteit vormt de basis van vrijwel alle processen in onze samenleving. Zolang de stroom het doet, merken we nauwelijks hoe afhankelijk we daarvan zijn. Maar als de stroom langdurig uitvalt, wordt duidelijk hoe diep energie verweven is met zorg, veiligheid, communicatie, water, voedsel, mobiliteit en openbaar bestuur. Een langdurige stroomuitval is daarom geen technisch incident, maar een mogelijk maatschappij ontwrichtend scenario. Stroomuitval veroorzaakt kettingreacties: uitval van één systeem leidt tot verstoring van meerdere andere systemen. Zo leidt elektriciteitsuitval tot telecomuitval, waardoor (crisis)communicatie wegvalt. Dit vergroot onzekerheid en kan leiden tot sociale onrust. Elk extra schakelpunt maakt de crisis ingewikkelder en moeilijker te beheersen. In de methodiek van het regionaal risicoprofiel worden deze kettingreacties normaal niet meegenomen, om een objectief beeld per risico en incidenttype neer te kunnen zetten. Aangezien de verwevenheid bij dit scenario zo groot is, zijn de kettingreacties niet los te koppelen en daarom wel meegenomen.

3

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

Aan de inwoners is gevraagd om zich voor te bereiden op de eerste 72 uur (drie dagen) stroomuitval. Tijdens deze uren moeten zij zichzelf kunnen redden en voor elkaar kunnen zorgen. In die tijd kan de overheid hulp beter organiseren en actuele informatie verspreiden. In het RRP 2025-2028 is een maatgevend scenario uitval elektriciteit opgenomen. Deze richt zich op een uitval van enkele uren tot maximaal 48 uur in één stad en de direct omliggende omgeving. Het worstcasescenario in deze special gaat uit van een langdurige stroomuitval: • 1–2 weken vrijwel volledige uitval, gevolgd door • 6–8 weken met regelmatige en onvoorspelbare stroomonder­ brekingen in de provincies Overijssel en Gelderland. De combinatie van de duur en omvang van het getroffen gebied maakt dit wezenlijk anders dan een kortdurende storing.

Dat lijkt op het eerste gezicht een verbetering, maar in de praktijk leidt dit tot nieuwe problemen. Regelmatige stroomonderbrekingen maken plannen onmogelijk. Systemen kunnen niet stabiel worden opgestart, processen vallen telkens opnieuw uit en herstel blijft fragiel. Kleine verstoringen hebben steeds grotere gevolgen, juist omdat buffers zijn uitgeput. De samenleving belandt in een toestand van aanhoudende onzekerheid: niemand weet wanneer de stroom terugkeert en voor hoe lang. Dit verstoort niet alleen technische processen, maar beïnvloedt ook menselijk gedrag en vertrouwen. Risicobeoordeling Impact Het scenario heeft een zeer hoge impact, Vooral door de aspecten: • langdurige verstoring van het dagelijks leven; • ernstige sociaalpsychologische effecten; • (structureel) lichamelijk lijden; • en zware economische schade.

Scenariobeschrijving op hoofdlijnen Fase 1: eerste dagen – acute ontwrichting In de eerste dagen overheerst de acute impact. Huishoudens, bedrijven en instellingen worden direct geraakt door het wegvallen van basisvoorzieningen. Al in de eerste uren vallen verlichting, verwarming, digitale systemen en communicatie uit. Na één tot twee dagen raken noodvoorzieningen uitgeput en ontstaan er problemen rond kwetsbare groepen. Tegelijkertijd zien we mooie maatschappelijke initiatieven die een deel van de problemen ondervangen en worden noodsteunpunten ingericht. Na meerdere dagen ontstaat druk op openbare orde, zorgcapaciteit, zorgkwaliteit en het vertrouwen in het bestuur. Fase 2: weken van instabiliteit en onzekerheid Het karakter van de crisis verschuift na één tot twee weken. De volledige uitval maakt plaats voor een afwisselende beschikbaarheid van elektriciteit.

Catastrofaal

Waarschijnlijkheid Het scenario wordt als mogelijk beoordeeld, op basis van de volgende aspecten: • Nederland bevindt zich in een verhoogd hybride dreigingslandschap. • Regionale storingen van meerdere dagen zijn zeldzaam, maar gebeuren wel. Ook in Europees verband (Spanje en Berlijn). • Zes weken systeemontwrichting is uitzonderlijk, maar is in andere landen (VS, Canada, Oekraïne) aantoonbaar voorgekomen. • Toenemende complexiteit, veroudering van infrastructuur en klimaatstress vergroten de kans op kettingreacties.

Mogelijk

4

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

REGIONAAL RISICOPROFIEL 2025-2028

Catastrofaal Ziektegolf - Pandemie

Langdurige stroomuitval

Ziektegolf - Epidemie Dierziekten

Zeer ernstig

Landurige hitte en droogte

Impact

Overstromingen

Ernstig

Treinongeval met brandbare stoffen

Natuurbranden Paniek in menigten

Verstoring openbare orde Extreem weer

Cyberaanval bij gemeente

Verstoring elektriciteitsvoorziening Aanzienlijk

Verstoring drinkwatervoorziening

Brand in gebouw met kwetsbare Brand in doelgroepen dichte binnenstad

Brand in opslag met Li-ion accu's

Brand in energieneutrale woning

bedrijfsongeval met brandbare vloeistof Beperkt

Verstoring telecommunicatie en ICT

Zeer onwaarschijnlijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Waarschijnlijkheid

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

5

Regionaal Risicoprofiel 2025-2028

GHOR

HATTEM OLDEBROEK HEERDE ELBURG EPE HARDERWIJK NUNSPEET ERMELO PUTTEN APELDOORN VOORST LOCHEM ZUTPHEN BRUMMEN BRONCKHORST BERKELLAND OOST GELRE WINTERSWIJK DOETINCHEM AALTEN MONTFERLAND OUDE IJSSELSTREEK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17023211/1